Fata Morgana (Efteling)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fata Morgana
Plein voor Fata Morgana
Plein voor Fata Morgana
Algemene informatie
Locatie Efteling, Vlag van Nederland
Soort attractie Dark water ride
Tow boat ride
Bouwer(s) Intamin AG
Opdrachtgever Efteling
Status Geopend
Opening 27 maart 1986[1]
Kosten € 6,8 miljoen
Thematisering en muziek
Thema Duizend-en-een-nacht
Eigenschappen
Topsnelheid 0,55 m/s; 2 km/u
Baanlengte 285 meter
Maximale hoogte 0 meter
Ritduur 8 minuten
Aantal voertuigen 14
Capaciteit 1800 p/u
Onride foto Aanwezig
Wachtrij
Snelpas Niet aanwezig
Single riders-rij Niet aanwezig
Baby switch Niet aanwezig
Website
Portaal  Portaalicoon   Attractieparken
Twee bedelaars vragen de voorbij varende bezoekers om geld.
Verkoper in de marktscene
Het exterieur van de darkride.

Fata Morgana is een dark water ride in de Efteling te Kaatsheuvel. Het is een van de eerste moderne darkrides uit de Benelux en werd na vijf jaar onderzoek, ontwerp en ontwikkeling op 27 maart 1986 geopend. Het mystieke, Oosterse paleis bevindt zich in de zuidwesthoek van het park en weerspiegelt zijn kleurrijke gevel met minaretten en koepels in de Vonderplas. Het hele complex bestaat uit de attractie, restaurant de Oase, souvenirwinkel de Bazaar, een toiletgebouw en een evenementenhal. De attractie kostte uiteindelijk 15 miljoen gulden (€ 6,8 miljoen) en is grotendeels in eigen huis ontworpen en gebouwd.

Locatie en naamgeving[bewerken]

Hoewel de 'officiële' werknaam van de attractie 'Het sprookje van Duizend-en-één-nacht' luidde, werd onder het personeel al snel gesproken van 'De Arabische Show'. Daarna was er sprake van Fata Medina, maar De Efteling deed deze naam af omdat er toen conflicten waren in de stad Medina. De officiële naam Fata Morgana werd pas gekozen in het voorlaatste jaar, na het houden van een wedstrijd onder de personeelsleden.

Rit[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

In kleine boten, waarvoor men vanaf een draaischijf moet plaatsnemen en waarin maximaal zestien personen kunnen zitten, maakt men een reis door een denkbeeldige, maar herkenbare Oosterse wereld. De reis begint als een zoektocht door het oerwoud, waar in de verte een paleis te zien is. In de bomen boven de bezoekers sissen slangen vervaarlijk. Tijdens de trektocht door het oerwoud stuit men onverwachts op de poorten van de Verboden Stad. Een tovenaar wijst de bezoekers de weg.

Voor de ogen van de bezoeker ontluikt zich de buitenwijk van de stad, waar bedelaars smeken om een paar geldstukken en in hun slaap gestoorde Arabieren uit het raam schreeuwen naar een ezeldrijver, die maar niet begrijpt waarom zijn ezel niet over de op instorten staande brug heen wil.

Bij de chirurgijn op de markt staat men niet te dringen voor een behandeling en diverse marktlui trachten allerhande koopwaar aan de voorbijvarende bezoeker te slijten. De geur van vers fruit prikkelt de zinnen van de bezoeker, terwijl hij langs koopmannen met vliegende tapijten vaart.

De spanning in de reis wordt langzaam opgebouwd. Wanneer blijkt dat de Verboden Stad niet echt zit te wachten op binnendringers, wordt eerst nog gewaarschuwd om terug te keren. Later worden poorten plotseling vlak achter de bezoekers gesloten tot er ten slotte zelfs op hen wordt geschoten. Een weg terug is er echter niet.

Vervolgens vaart men de kerkers van de Pasja binnen en na gezien te hebben hoe slecht de gevangenen het hebben komt men vervolgens de tovenaar weer tegen. Hij wijst de weg via een opensplijtende rots.

Via een drukke handelshaven varen de boten naar de voorhoven van het paleis van de Pasja, waar Scheherazade in haar boudoir haar duizend-en-eerste vertelling voordraagt. Ondertussen worden paleistijgers met moeite in bedwang gehouden om de argeloze bezoeker niet onverwachts van opzij te bespringen.

Wanneer de gordijnen openschuiven, bevindt men zich in de troonzaal van de op dat moment feestvierende Pasja. Meer dan veertig gasten heeft de Pasja uitgenodigd, die smoezend, druk gebarend of lurkend aan een Oosterse waterpijp van het feest genieten. De buikdanseressen geven een staaltje lenigheid weg voor de gulzige ogen van de Pasja. Hier is het één en al rijkdom wat de klok slaat.

Wanneer de bezoeker uiteindelijk zelfs weet door te dringen tot de schatkamer van de Pasja, loopt het verkeerd af: het zal de ondergang van de stad betekenen. De bezoekers ontmoeten daar namelijk de reus Djinn die niet zo blij is met ongenode gasten. Nadat de bezoekers de reus voorbij zijn, volgt een laatste ontmoeting met de wegwijzende tovenaar. Hij verdwijnt echter plotseling in het niets. Na een storm op het donkere water, openen de deuren van een tempel: de boot lijkt te kantelen, water spuwt op door twee spiedende ogen. Ten slotte komt men via het oerwoud weer in de bewoonde wereld en is de rit afgelopen.

Muziek[bewerken]

Voor het componeren van de muziek voor Fata Morgana maakte Ruud Bos uitsluitend gebruik van tekeningen en maquettes van de attractie. Hij schreef vijf composities: The Harbour, Eastern Jails, Harem, Jungle en Market Place. Elke compositie vertegenwoordigt een gedeelte van de attractie.

Het in- en uitstapperron vanaf de wachtrij gezien.

Trivia[bewerken]

De reus Djinn waar men onderdoor vaart.
  • In 1988 verscheen het Suske en Wiske-album Fata Morgana, dat zich grotendeels in de Efteling afspeelt.[2]

Externe links[bewerken]