Total S.A.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Total
Total S.A.
Total tankstation in Duitsland
Total tankstation in Duitsland
Beurs NYSE: TOT, Euronext: FP
Oprichting 1924
Sleutelfiguren Patrick Pouyanné (CEO)
Thierry Desmarest (Ere-Voorzitter)
Hoofdkantoor La Défense, Parijs,
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Werknemers 102.168 (ultimo 2016)
Producten Aardolie
Aardgas
Total tankstations
Elf tankstations
Industrie Oliemaatschappij
Omzet Gestegen 135 miljard (2016)
Winst Gestegen 5,6 miljard (2016)
Marktkapitalisatie 118,4 miljard (jaarultimo 2016)
Website total.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Total S.A. is een Franse oliemaatschappij. Het behoort tot de 'Supermajor' maatschappijen, de zes grootste staats-onafhankelijke oliemaatschappijen. Het hoofdkantoor is gevestigd in Parijs.

Geschiedenis[bewerken]

Voor de Eerste Wereldoorlog was de Franse regering niet overtuigd van de noodzaak eigen oliebronnen te hebben. Georges Clemenceau zou gezegd hebben: "Als ik olie nodig heb, dan vind ik dit bij mijn kruidenier".[1] Na de oorlog was dit beeld volledig gekeerd. Frankrijk wilde olievelden en kreeg tijdens de conferentie van San Remo het recht op 25% van alle olie uit Mesopotamië, ongeveer het huidige Irak dat onder Brits bestuur was gekomen.[1] Dit werd geëffectueerd door het Duitse belang van 25% in de Turkish Petroleum Company over te nemen als onderdeel van de herstelbetalingen.[1]

De volgende stap was de oprichting van een eigen nationale oliemaatschappij. Raymond Poincaré, die in 1922 wederom premier van Frankrijk was geworden, vroeg in 1923 de industrieel Ernest Mercier leiding te geven aan Compagnie Française des Pétroles (CFP).[1] CFP werd een private onderneming, maar de overheid kreeg wel een belangrijke stem in de samenstelling van het bestuur. Het belang in Turkish Petroleum ging over naar CFP. In 1928 kwam een staatscommissie tot de conclusie dat de Franse overheid gediend was met een groter belang in deze belangrijke markt. Ze nam een aandelenbelang van 25% in CFP.[1] Het werkgebied van de maatschappij bleef vooral het Midden-Oosten.

In 1985 werd de naam gewijzigd in Total-CFP en in 1991 verdween de CFP uit de naam en het werd alleen Total. In 1999 nam Total het Belgische Petrofina over, waardoor Total Fina ontstond. Later fuseerde het Franse Elf met Total, wat leidde tot de naam TotalFinaElf. In 2003 werd de naam weer veranderd in Total.

In mei 2014 was Total het eerste bedrijf dat offshore Noordpoololie kocht.[2] Deze olie kwam onder protest van Greenpeace de Rotterdamse haven binnen.[2] Milieuorganisaties wijzen op de grote risico's die deze Noordpoololie met zich meebrengt.[bron?] Vanwege alle commotie heeft Total besloten niet nog meer olie van de Noordpool af te nemen.[2]

In augustus 2017 werd bekend dat Total het Deense Maersk Oil gaat overnemen.[3] Het bedrijfsonderdeel is sinds de zeventiger jaren actief met het winnen van aardolie en aardgas in het Deense deel van de Noordzee. Het heeft de activiteiten verder uitgebreid in het Verenigd Koninkrijk, Qatar, Brazilië en Kazachstan. Maersk Oil produceert meer dan een half miljoen vaten olie per dag, waarvan ongeveer de helft toekomt aan partners. De overnamesom bedraagt US$ 7,45 miljard (€ 6,35 miljard). De transactie zal in het eerste kwartaal van 2018 afgerond worden.[3]

Activiteiten in België[bewerken]

Het wereldwijde hoofdkantoor van de petrochemische tak van Total, Total Petrochemicals, is gevestigd in Brussel. Dit komt doordat de twee grootste petrochemische vestigingen van Total in Europa zijn gevestigd in Antwerpen en Feluy.

In België heeft Total zeven productie-eenheden:

  • 1 raffinaderij
  • 3 petrochemische fabrieken
  • 1 chemische fabriek (meststoffen)
  • 1 fabriek voor de productie van smeermiddelen
  • 1 fabriek voor productie antivriesmiddelen

Tevens is een van de drie wereldwijde onderzoekscentra van Total in België gevestigd.

Veel van deze activiteiten in België zijn het gevolg van de overname van Petrofina in 1999.

In Ruisbroek opende Total het eerste waterstofstation van België. Het betrof een proefinstallatie die in samenwerking met BMW wordt gebruikt om ervaring op te doen en de consument bewuster te maken van rijden op waterstof. Total exploiteert in Duitsland nog twee waterstofstations: in Berlijn (sinds 2003) en in München (sinds 2007). In juni 2016 nam Total het in Luik gevestigde energiedistributiebedrijf Lampiris over.

Activiteiten in Nederland[bewerken]

In Nederland heeft Total een raffinaderij in Vlissingen-Oost. Deze raffinaderij heeft een verwerkingscapaciteit van 147.000 vaten per dag, en Total heeft een belang van 55%. De overige 45% van de aandelen zijn sinds medio 2009 in handen van de Russische oliemaatschappij LUKoil, de raffinaderij opereert sindsdien onder de naam "Zeeland Refinery". Verder is Total partner in de Maasvlakte Olie Terminal, en heeft het bedrijf diverse productieplatforms op de Noordzee, en kantoren in Den Haag en Den Helder.

In september 2007 kwam Total in opspraak vanwege investeringen in het onderdrukte land Myanmar. In deze periode waren protesten van boeddhistische monniken en burgers losgebarsten in het betreffende land. In Nederland riepen de SP en PvdA op tot een boycot van de Total tankstations.

Zoals zijn concurrenten heeft Total ook een netwerk van onbemande servicestations; [Total Express)

Explosie Buncefield[bewerken]

Op 11 december 2005 vond een explosie plaats op het Buncefield-brandstofdepot nabij Hemel Hempstead in Hertfordshire ten noorden van Londen. De explosie had een kracht van 2,4 op de schaal van Richter en was het grootste incident van deze soort in vredestijd in Europa. De explosie zou tot in België en Frankrijk gehoord zijn. Er vielen 43 gewonden en 2000 mensen moesten hun huizen verlaten. Het was de kostbaarste industriële ramp in Engeland. 250.000 liter petroleum kwam vrij en vloog in brand. De totale schade aan het milieu is nog niet bekend, maar de effecten kunnen decennialang duren. Op 16 juli 2010 veroordeelde de rechtbank Total tot een boete van 3,6 miljoen pond plus de kosten van 2,6 miljoen pond. De oorzaak van de ramp moet vooral in nalatigheid op het gebied van veiligheid gezocht worden. Er was direct kritiek op de relatief lage boetes die waren opgelegd, onder meer van parlementslid voor Hemel Hempstead en staatssecretaris voor transport Mike Penning.[4]

Externe links[bewerken]