Lintdorp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lintbebouwing)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plaats B heeft lintbebouwing, plaats A niet
Lintbebouwing langs het Stadskanaal

Een lintdorp, wegdorp, straatdorp, dijkdorp of streekdorp is een uitgestrekt dorp dat zich heeft ontwikkeld langs een kanaal, dijk, weg, oeverwal of kreekrug. Hierdoor ontstaat langgerekte, aaneengesloten bebouwing die ook wel lintbebouwing of lineaire bebouwing wordt genoemd. In België en het noorden en westen van Nederland komen lintdorpen veel voor.

België[bewerken | brontekst bewerken]

Bijna alle Belgische dorpen hebben lintbebouwing. Dit is een gevolg van het feit dat de ruimtelijke ordening eerder nauwelijks door de overheid werd gestuurd. Dit bouwfenomeen, dat zich vooral voordoet in het dichtbevolkte Vlaanderen, zette zich sterk door in de loop van de twintigste eeuw. Dit gebeurde ook omwille van wettelijke bepalingen zoals de meermaals aangepaste zogenaamde opvulregels waarbij kleinere stukken landbouwgrond, braakliggend terrein of zelfs natuurgebied tussen bestaande woningen mochten worden aangewend als bouwgrond. Een gevolg is dat er relatief veel mensen langs een drukke weg wonen, waardoor ze lijden onder luchtvervuiling, geluidshinder en verkeersgevaar.

Deze wijze van doen was voor grondeigenaars winstgevend. Het gevolg is dat men vanaf de Vlaamse hoofdwegen vaak weinig zicht heeft op de open ruimte. Deze wordt pas zichtbaar vanaf de achtertuinen vol berghokken ('koterij'). Men dient de stille landweggetjes op te zoeken om open landschap te ervaren. De relatieve versnippering van bewoning heeft ook belangrijke gevolgen qua mobiliteit.

Sedert de ruimtelijke ordening qua bevoegdheid overgegaan is van het federale (Belgische) niveau naar het gewestelijke (Vlaamse) niveau is het beleid ten aanzien van dit onderwerp strikter geworden. Nieuw aangelegde lintbebouwing is sterk teruggelopen.

Tegenover de langwerpige lintbebouwing bestaat in België de veel compactere en kernachtiger woonvorm die tuinwoonwijk wordt genoemd. Ze kwam in 1919 voor het eerst tot stand kwam in de Vlaamse stad Roeselare. Dit concept werd veel nagevolgd, onder meer in de Limburgse mijnstreek en Brussel.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Uit oogpunt van veiligheid waren kreekruggen al in prehistorische tijden gezochte plaatsen voor bewoning. Deze kreek-oorsprong verklaart de soms kronkelige loop van lintdorpen. Later waren ook dijken veilige hogere plaatsen voor bewoning. Dit type lintdorp wordt dijkdorp genoemd. In op de zee gewonnen gebieden en langs rivieren zijn tal van dergelijke dorpen te vinden.

Lint- of streekdorpen in het westen en noorden van Nederland zijn vaak het gevolg van veenontginningen. Loodrecht vanuit een ontginningsas - een toegankelijk lijnvormig element zoals een weg of een oeverwal - werden lange, smalle en evenwijdige percelen aangelegd. Ze werden doorgaans gescheiden door kilometerslange ontwateringssloten. Waar diepe sloten ontbraken, werden houtwallen aangelegd om het vee van de akkers te weren. Het nederzettingslint volgde doorgaans het verloop van de veenontginning, waardoor meerdere linten elkaar opvolgden en er soms zwerm-achtige dorpstypen ontstonden, die zich pas later rond een nieuwe hoofdas concentreerden.

Het bijbehorende landschapstype wordt doorgaans een slagenlandschap of streekdorpenlandschap genoemd. De waterrijke variant wordt ook wel als veenweidegebied gekarakteriseerd. In hoger liggende streken spreekt men van een hoogveen- of woudontginningslandschap. Beide types kenmerken zich door het toponiem woud of wold, hetgeen voor een (voormalig) hoogveengebied staat.

Middeleeuwse streekdorpen zijn andere aanwezig in Noord-Holland, Zuidoost-Friesland, Noordwest-Overijssel en Groningen (met name in het Zuidelijk Westerkwartier, Bedum, Ten Boer, Duurswold en het Oldambt). Een typerend voorbeeld is Staphorst. De streekdorpen Roodeschool en Oosteinde zijn daarentegen pas in de zestiende eeuw ontstaan op buitendijkste kwelders. Ook in Zuidwest-Drenthe bevinden zich middeleeuwse streekdorpen. Deze dorpen zijn gesticht toen de boeren vanuit esdorpen als Vledder, Wapse of Ruinen nattere beekdalen in cultuur brachten. Voorbeelden zijn de dorpen Nijensleek, Wapserveen en Ruinerwold.

Een ander type streek- of lintdorp vormen de middeleeuwse hoogveenontginningen in Zuid-Holland, Utrecht, Noordwest-Overijssel en in de Stellingwerven, die ook als cope-nederzettingen worden gekarakteriseerd. De boerenkolonisten onder leiding van een adellijke hoofdaannemer of locator kregen hier een gezamenlijke concessie om het gebied in cultuur te brengen. De bijbehorende nederzetting verhuisde uiteindelijk vaak naar hoger gelegen rivieroevers en dijken. Lintdorpen langs dijken, vaak vele kilometers lang en met meerdere dorpscentra, zijn wijdverspreid in het waardengebied van Zuid-Holland en Utrecht, zoals Graafstroom (Oud-Alblas/Bleskensgraaf/Molenaarsgraaf/Ottoland) in de Alblasserwaard en Cabauw/Lopik/Uitweg/Lopikerkapel in de Lopikerwaard. Nederlandse kolonisten brachten deze ontginningsvorm naar het mondingsgebied van de Wezer en de Elbe.

Nieuwere lintdorpen zijn te vinden in de veenkoloniën van Groningen, Friesland en Drenthe. Ze ontstonden vanaf de zestiende eeuw langs de vaarten waarlangs turf werd afgevoerd. Een kleiner aantal is ontstaan langs wegen. Een voorbeeld van een lintdorp in de provincie Groningen is Stadskanaal, een dorp langs het gelijknamige kanaal. Een voorbeeld aaneenschakeling van lintdorpen langs een weg is te vinden ten oosten van de Hunze zoals de wegen door Zuidlaarderveen, Eexterveen, Gieterveen, Drouwenerveen, Buinerveen en Exloërveen. Een ander voorbeeld is Smilde.

In Noordwest-Brabant en Zeeland zijn de lintdorpen ontstaan op de dijken van de inpoldering. Hoog en droog wonen met vruchtbare kleigrond voor de landbouw. Deze kleigrond kon regelmatig overstromen, maar vanwege de ligging van de huizen op de dijken hadden de bewoners hier nauwelijks last van. Voorbeelden hiervan zijn De Heen en Stampersgat. Een Fries voorbeeld is Oudebildtdijk. In Groningen vinden we dergelijke streekdorpen rond de Dollard.

Duitsland[bewerken | brontekst bewerken]

Het middeleeuwse streekdorpenlandschap van Noord-Nederland is ook aanwezig langs de Duitse Waddenkust. Men spreekt hier doorgaans van Aufstrecksiedlungen. Voorbeelden daarvan zijn vooral te vinden in Oost-Friesland, Landkreis Friesland (Oldenburg) en Noord-Friesland. Langs de Nederrijn en rond de monding van de Wezer en Elbe zijn daarentegen vooral de typen van de Marschhufendorfer in polderland en de Moorhufendörfer in veengebieden te vinden. Ze zijn vergelijkbaar met de cope-nederzettingen in Zuid-Holland en Utrecht. De kolonisten in deze gebieden kwamen vaak uit Nederland of Vlaanderen. Een ander veel voorkomend Duits dorpstype is het Hagenhufendorf, doorgaans aan een beekoever, een voorbeeld daarvan is Obershagen. In bosrijke ontginningsgebieden ontstond het type van het Waldhufendorf of 'boshoevenederzetting'.

Ook het veenkoloniaal lintdorp bestaat in Duitsland, met name in Oost-Friesland en bij Papenburg.

Algemeen:ecotoop · landschap · landschapselement · landvorm · Nederlandse landschappen
Vlakvormig:abschnittsmotte · achterkade · akker · beekdal · beemd · begraafplaats · bolle akker · bos · brink · brinkdorp · broek · del · dorp · droogmakerij · duin · eiland · eng · enk · es · esdorp · fort · geriefbos · gors · griend · haven · heuvel · houtkade · inlaag · karreveld · kerkhof · kolk · kraag · kreek · kreekrug · kromakker · kwelder · landgoed · legakker · lintdorp · luchthaven · maat · made · mede · marke · meer · meerstal · meetje · meet · moeras · mijnsteenheuvel · oeverwal · pestbosje · petgat · pingoruïne · plas · poel · polder · raatakker · rak · redoute · rivier · rivierstrand · rustbosje · schans · schol · Schor · slik · sluis · stad · stelle · stinswier · strand · strandwal · strang · stroomrug · struweel · stuwmeer · stuwwal · terril · terp · uiterwaard · veenkoepel · veenlens · veenkolonie · veenpolder · veenplas · veenterp · ven · vesting · viskenij · visvijver · vliedberg · vliegveld · vloeiveld · vloeiweide · waai · wad · weel · weide · weiland · wiel · wierde · zee
Lijnvormig:aarden dam · aquaduct · autosnelweg · autoweg · bandijk · barrage · beek · berceau · berm · boezem · brandsloot · dam · diep · dijk · doodweg · dromerdijk · enkwal · fietspad · fietsstrook · gracht · grubbe · haag · ha-ha · heg · holle weg · houtkant · hessenweg · houtsingel · houtwal · jaagpad · kaai · kade · kanaal · kerkpad · krib · laan · landscheiding · landgraaf · landweer · lijkweg · maar · molengang · muraltmuur · opvaart · ossengang · pad · reeweg · ringdijk · ringvaart · rivier · schipsloot · schipvaart · schurveling · singel · singelgracht · slaperdijk · sloot · snelweg · spoorweg · steenberg · strandhoofd · strekdam · stuwdam · tiendweg · trambaan · trekpad · trekvaart · trottoir · tunnel · turfvaart · tuunwal · uiterdijk · vaart · veenkade · veendijk · vlechtheg · voetpad · wakerdijk · wandelpad · weg · wetering · wieke · wijk · wierdijk · wildwal · zeedijk · zwetsloot
Puntvormig:banpaal · bermmonument · boe · boerderij · boerenkuil · boô · borg · brug · buitenplaats · burcht · coupure · daliegat · dobbe · duiker · eendenkooi · galg · gemaal · grafheuvel · grenspaal · hagelkruis · havezate · hoeve · hollestelle · hoogholtje · hunebed · inlaat · inundatiesluis · kasteel · kerkgebouw · kwakel · molen · mottekasteel · overlaat · overweg · pijp · pomp · ringwalburcht · rolpaal · schaapvolt · stuw · til · turfput · veenput · verlaat · viaduct · vijver · voorde · waterpomp · waterput · watertoren