César Franck
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
César-Auguste-Jean-Guillaume-Hubert Franck (Luik, 10 december 1822 – Parijs, 8 november 1890) was een Belgisch-Frans componist, die het grootste deel van zijn leven in Parijs doorbracht. Hij was een van de voornaamste figuren in het Franse muziekleven van zijn tijd, door zijn invloed op de symfonische en kamermuziek en zijn composities voor orgel en piano.
Voor zijn muziek hadden aanvankelijk vooral zijn leerlingen begrip. Naar de smaak van de Parijzenaars van die tijd, die gewend waren aan conservatieve opera's, klonken de vernieuwingen in harmonie en contrapunt van Franck te "Germaans". Pas na zijn dood werd de muziek van deze "serafijn", zoals zijn bijnaam was, ten volle gewaardeerd.
Vanaf 1858 was hij vast aangesteld als organist van de Ste-Clothildekerk in Parijs. Hij leidde een hele generatie organisten op, en, vernieuwend voor zijn tijd, legde hij in die opleiding veel nadruk op improvisatie.
Inhoud |
[bewerk] Levensloop
César Francks familie was afkomstig uit Neutraal Moresnet. Zijn moeder werd geboren in Aken, terwijl zijn vader Nicolas-Joseph uit het dorp Gemmenich in het Hertogdom Limburg kwam. In 1830 schreef zijn vader de jonge Franck in aan het conservatorium van Luik, waar hij in 1834 de eerste prijs won in solfège en piano. Van 1833 tot 1835 studeerde hij harmonieleer bij Dassoigne, een neef van Étienne Nicolas Méhul (1763-1817), die les gaf aan het Conservatoire de Paris. Vanwege het muzikale succes organiseerde vader Franck in 1835 een reeks concerten van zijn zoon in Luik, Brussel en Aken.
Datzelfde jaar verhuisde het gezin naar Parijs, waar César leerling werd van Antoine Reicha. Weer won hij de eerste prijs voor piano (in 1838) en contrapunt in 1839. Om ervoor te zorgen dat César zich kon wijden aan een loopbaan als virtuoos in België, haalde zijn vader hem in 1842 van het conservatorium af, zodat hij niet naar de Prix de Rome kon meedingen. Franck componeerde veel, publiceerde zijn trio's opus 1 in 1843, en begon aan zijn oratorium Ruth.
In 1845 brak Franck met zijn vader en keerde hij terug naar Parijs, waar hij een symfonisch gedicht componeerde Ce qu'on entend sur la montagne. Verder werkte hij aan zijn opera Le valet de la ferme. In 1853 werd hij, na een korte tijd bij de église Notre-Dame-de-Lorette, organist van de kerk Saint-Jean-Saint-François du Marais. Geïnspireerd door het spel van Jacques-Nicolas Lemmens verbeterde hij zijn pedaalgebruik en ontwikkelde hij zijn improvisatietechniek.
Hij werd organist van de nieuwe église Sainte-Clotilde, waar hij op 1 december 1859 een van de mooiste instrumenten van de orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll inwijdde. Tot aan zijn dood bleef hij daar organist. In 1871 werd hij benoemd tot docent orgelspel aan het Conservatoire de Paris ter vervanging van François Benoist. Hiervoor moest hij de Franse nationaliteit aannemen. In februari 1872 begon hij met zijn lessen. Een van zijn leerlingen was Vincent d'Indy, die later zijn biografie zou schrijven en zich na zijn dood opwierp als de meest fervente verdediger van zijn muzikale erfenis.
Vanaf 1874 tot aan zijn dood componeerde hij veel: oratoria, werken voor piano, een pianokwintet, een strijkkwartet, een sonate voor viool en piano, ballet, symfonische gedichten, de Variations symphoniques voor piano en orkest, een symfonie en diverse stukken voor orgel.
Het Légion d'honneur werd hem verleend in 1885 en in 1886 werd hij voorzitter van de Société nationale de musique. In 1890 werd hij aangereden door een omnibus, bleef met inwendig letsel doorwerken en overleed tenslotte aan griep. Hij werd begraven op het Cimetière du Montparnasse (26e division).
[bewerk] Invloed
Zijn invloed was van belang in de kamermuziek en de orgelmuziek, waar hij vernieuwing bracht met het cyclisch principe. Zijn muziek voor het theater had geen succes. Hij begeleidde een groep jonge componisten, onder wie Vincent d'Indy, Guillaume Lekeu, Ernest Chausson, Henri Duparc en Paul Dukas, die zijn persoonlijke post-romantische stijl bewonderden, met zijn rijke verrassende harmonieën en knap contrapunt. Vanwege zijn zachtaardige karakter noemden de leerlingen hun meester le maître angélique of le père Franck (vader Franck). Zelf ook wel la bande à Franck genoemd, braken ze met de overheersing van de opera in de Franse muziek, ten gunste van de symfonische muziek en kamermuziek. Hoewel hij slechts een enkele symfonie schreef (in d-klein uit 1888, het onkarakteristieke jeugdwerk uit 1840 niet meegerekend) behoort Franck tot de belangrijkste negentiende-eeuwse componisten van symfonieën.
[bewerk] Composities
[bewerk] Kamermuziek
[bewerk] Piano
- Prélude, choral et fugue (1884)
- Prélude, aria et final (1887)
- Prélude, fugue et variation (transcriptie van het orgelwerk door de componist)
[bewerk] Orgel
- Six pièces pour orgue, op.16-21 (1860-1862)
- Fantasie in C
- Grande pièce symphonique
- Prélude, fugue et variation
- Pastorale
- Prière
- Final
- Trois pièces pour orgue (1878)
- Fantasie in A
- Cantabile
- Pièce héroïque
- Trois chorals (1890)
- No.1 in E
- No.2 in b mineur
- No.3 in a mineur
[bewerk] Lijst van composities voor orkest
- Theaterwerken
- Stradella, opera, 3 aktes, circa 1844;
- Le valet de ferme, opera comique, 3 aktes, 1853;
- Hulda, op. 49, opera, 4 aktes en een epiloog, 1885;
- Ghiselle, op. 50, opera, 4 aktes, 1890, gemeenschappelijke compositie met De Bréville, d’Indy, Rousseau en Coquard
- Werken voor (solostemmen,) koor en orkest
- Ruth, op. 51, églogue biblique, 1846, revisie 1871;
- Plainte des israélites, cantate, circa 1865;
- La tour de Babel, cantate, 1865;
- Rédemption, op. 52, poème symphonique, 1e versie, 1872, 2e versie met toevoeging van een symfonisch tussenspel, 1874;
- Les Béatitudes, op. 53, oratorium;
- Rébecca, scène bilbique, op. 54;
- Panis Angelicus
- Orkestwerken
- Variations brillantes sur l’air du Pré aux clercs, op. 5, 1834;
- Variations brillantes sur la ronde favorite de Gustave III, voor piano en orkest op. 8, 1835;
- Deuxieme grand concerto voor piano en orkest, op. 11, circa 1835;
- Première grande symphonie, op. 13, 1840;
- Ce qu’on entend sur la montagne, symfonisch gedicht, circa 1847;
- Les Eolides, op. 43, symfonisch gedicht, 1876;
- Le chasseur maudit, op. 44, symfonisch gedicht, 1882;
- Les Djinns, symfonisch gedicht met solo piano, op. 45, 1884;
- Variations symphoniques, voor piano en orkest, op. 46, 1885;
- Psyché, op. 47, symfonisch gedicht met koordelen, 1888;
- Symphonie in d, op. 48, 1888
[bewerk] Externe links
- Partituren van César Francks muziek op International Music Score Library Project. Helaas niet meer beschikbaar.
- (en) Answers.com

