Ellenberggetal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een Ellenberggetal is een berekend getal om de ecologie van een soort te kwantificeren en daarmee te kunnen vergelijken met andere soorten. Het model is ontwikkeld door de Duitse ecoloog Heinz Ellenberg en werd voor het eerst toegepast in de Duitse flora van Ellenberg in 1974.

Inhoud

Gebruikte omgevingsfactoren [bewerken]

Ellenberggetallen worden gegeven bij ordinatie van soorten in vergelijkbare niches. Er wordt gekeken naar de volgende omgevingsfactoren:

  • Zuurtegraad (de pH van de bodem)
  • Productiviteit (de hoeveelheid nutriënten in de bodem)
  • Temperatuur (bij welke temperaturen kan een soort groeien)
  • Bodemtemperatuur (temperatuurfluctuaties van de bodem)
  • Bodemvocht (hoeveelheid vocht in de bodem)
  • Saliniteit (zoutgehalte van de bodem)
  • Licht (Intensiteit van licht)

Elke factor kan beoordeeld worden door te scoren op een schaal die varieert van 1 tot 9. Een plant die midden in de zon op een veld groeit krijgt voor licht bijvoorbeeld een 8 terwijl een plant die in de schaduw van bomen groeit slechts een 2 krijgt. De combinatie van waarden (getallen) geeft een beeld van de ecologische positie van de soort ten opzichte van andere soorten.

Berekening van Ellenberggetallen [bewerken]

Om de getallen te berekenen van een soort (i) op locatie j, wordt de volgende vergelijking gebruikt: Ellenberggetalij = Aij * Bij * 100

Aij = N' 'individuenij / N' 'individueni

ij = Gemiddeld aantal van soort i in j

i = Gemiddelde waarde voor i



Bij = N' 'locatiesij / N' 'locatiesi.

ij = Aantal locaties in j waar soort i zich bevindt (frequentie).

i = Aantal locaties in j

Ten slotte, Ellenberg getalij = Aij * Bij * 100

Dit vergelijkt trouw, presentie en abundantie van soort i.

Door de uitkomst te vergelijken met de Ellenberggetallen van andere soorten, kan er een beeld gevormd worden van de positie van de soorten ten opzichte van elkaar. Daarnaast kunnen de mogelijkheden van een soort op een bepaalde locatie in kaart worden gebracht.

Literatuur [bewerken]

  • 1. Landolt E. Okologische Zeigerwerts zur Schweizer Flora / E. Landolt // Veroff. Geobot. Inst. ETH. Zurich. – 1977. – H. 64. – S. 1-208.
  • 2. Ellenberg H. Zeigerwerte der Gefässpflanzen Mitteleuropas / H. Ellenberg // Scripta geobotanica. Gottingen, 1974. – Vol. 9. – 197 p.
  • 3. Ellenberg H., Weber H.E., Dull R., Wirth V., Werner W., Paulisen D. Zeigerwerte von Pflanzen in Mitteleuropa [Indicator values of plants in Central Europe] / H. Ellenberg, H.E. Weber, R. Dull, V. Wirth, W. Werner, D. Paulisen // Scripta Geobotanics. – V. 18. – Verlag Erich Goltze KG, Gottingen, 1991. – 248 s.
  • 4. Dufrene, M., and P. Legendre. 1997. Species assemblages and indicator species: The need for a flexible asymmetrical approach. Ecological Monographs 67:345-366.
  • 5. De Caceres, M., and P. Legendre. 2009. Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90:3566-3574.
  • 6. De Caceres, M., P. Legendre, and M. Moretti. 2010. Improving indicator species analysis by combining groups of sites. OIKOS 119:1674-1684.

Zie ook [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties