Plateosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plateosaurus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Sketch plateosaurus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria
Orde: Saurischia
Onderorde: Sauropodomorpha
Familie: Plateosauridae
Geslacht
Plateosaurus
Meyer, 1837
Typesoort
Plateosaurus engelhardti Meyer, 1837
Afbeeldingen Plateosaurus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Plateosaurus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Plateosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende dinosauriërs dat behoorde tot de groep van de Sauropodomorpha en leefde in het late Trias (Norien-Rhaetien).

Vondst en naamgeving[bewerken]

In september 1834 berichtte de scheikundige professor Johann Friedrich Philipp Engelhardt uit Neurenberg aan de 12. Versammlung Deutscher Naturforscher und naturforschender Ärtze te Stuttgart dat hij dat jaar uit een leemgroeve de beenderen verworven had van een reusachtige sauriër. Het is niet helemaal zeker waar de vindplaats lag. Meestal wordt die aangegeven als Buchenbühl op de Haidberg bij Heroldsberg maar ook groeven bij Güntersbühl, Nuschelberg of Altdorf zijn gesuggereerd. Het is ook mogelijk dat de botten uit verschillende locaties afkomstig waren. Engelhardt besloot zijn hele verzameling aan zulke vondsten te verzenden naar een expert, Christian Erich Hermann von Meyer, die toen al een grote reputatie als paleontoloog had opgebouwd. Hoewel het begrip "dinosauriër" nog niet bestond, begreep von Meyer meteen dat de vorm verwant moest zijn aan de in Engeland gevonden Iguanodon en Megalosaurus. Hij had voor zulke grote landreptielen al in 1830 een aparte indeling bedacht, die hij in 1845 de naam Pachypoda zou geven die het echter in de wetenschapsgeschiedenis af zou leggen tegen de door Richard Owen in 1842 benoemde Dinosauria.

Op 4 april 1837 benoemde von Meyer de typesoort Plateosaurus engelhardti. Het was de eerste Duitse Mesozoïsche dinosauriër die een naam kreeg. De soortnaam werd door von Meyer niet nader toegelicht. De soortaanduiding — die soms incorrect als engelharti is geschreven omdat Engelhardt ook wel Engelhart werd genoemd — is eenvoudig te begrijpen: zij eert de ontdekker. De geslachtsnaam echter zou tot het begin van de eenentwintigste eeuw nog een twistpunt blijven. In 1844 gaf Louis Agassiz in de Nomenclator Zoologicus als eerste een etymologie: von Meyer zou het woord gevormd hebben door een combinatie met het Klassiek Griekse πλάτη, platè, "plat vlak", "roeispaan". De Duitse geoloog Hanns Bruno Geinitz gaf in 1846 een afwijkende duiding: de naam zou afgeleid zijn van het Griekse πλατύς, platys, in de betekenis van "breed", "krachtig"; overigens is πλάτη een zelfstandig naamwoord dat van πλατύς is afgeleid. Dat lijkt een redelijke verklaring want Plateosaurus was duidelijk een breed en fors gebouwd dier. Agassiz, kennelijk vermoedend dat von Meyer per abuis de naam fout uit platys gevormd had, emendeerde de naam in 1846 tot Platysaurus. Naar huidige normen is zo'n correctie echter niet toegestaan en is Platysaurus een jonger synoniem van het eerder benoemde, wel geldige, Plateosaurus. Veel boeken volgden echter Agassiz in zijn oorspronkelijke interpretatie en gaven de betekenis als "platte sauriër", soms met uitleg dat dit verwees naar bepaalde platte skeletelementen of de platte tanden — hoewel die in 1834 nog niet gevonden waren. In 2003 meende ook Markus Moser dat de naam niet direct uit platys zou kunnen zijn afgeleid en suggereerde als alternatief πλατεῖα, plateia, "brede weg". Al in 1995 had Ben Creisler er echter op gewezen dat een combinatie met platys die Plateosaurus opleverde mogelijk was via het genitief daarvan, plateos. Op die manier kan een correcte etymologie verzoend worden met een plausibele betekenis. Daarnaast heeft Creisler gesteld dat de naam afgeleid zou kunnen zijn van πλάτος, platos, "breedte", wat de betekenis handhaaft maar beter aansluit bij het feit dat von Meyer andere namen gebaseerd op platys wel als Platy~ vormde.

Pas in 1855 werd het materiaal door von Meyer in detail beschreven, zij het slechts die botten die hij opmerkelijk vond. Hoewel Engelhardt al kort na de benoeming, in juni 1837, aan de griep overleden was, werden de botten eerst na von Meyers beschrijving naar de instelling overgebracht aan welke ze vermaakt waren, de Universiteit van Erlangen. In 1898 belandden ze in het Mineralogisch-Geologisch Institut. Op dat moment waren er vijfenveertig beenderen. Tegenwoordig maken de nog voorhanden zijnde resten, ongeveer de helft van het oude totaal, deel uit van de collectie van de Paläontologisch-Geologische Sammlung des Geologischen Institutes der Universität Erlangen-Nürnberg. Een moderne beschrijving ervan publiceerde Peter Malcolm Galton in de jaren tachtig van de twintigste eeuw. In de tussenliggende tijd hadden ze weinig belangstelling gekregen omdat er veel vollediger exemplaren van Plateosaurus gevonden waren. Ze blijven echter van groot belang daar alleen aan de hand van de oorspronkelijke botten kan worden vastgesteld wat nu eigenlijk de identiteit van het dier is. Dat bleek door een volgende beschrijving door Peter Wellnhofer uit 1994 die aantoonde dat Galton verschillende soorten aan Plateosaurus engelhardti gelijkgesteld had op basis van overeenkomsten in schedelbouw, terwijl er maar één schedelfragment in het typemateriaal aanwezig is. Galton zag zich hierdoor gedwongen in een serie vervolgartikelen tussen 1997 en 2000 ook de delen achter de schedel, de postcrania, in groter detail te behandelen. Daarbij baseerde hij zich echter weer op de foto's die hij in de jaren tachtig gemaakt had, zonder het materiaal zelf nog eens in persoon te bekijken. Dat leverde zoveel verwisselingen op dat Moser in 2003 zich geroepen voelde er nog eens een grote studie aan te wijden.

Moser koos in 2003 uit de reeks syntypen, het geheel van botten van het typemateriaal die niet bewijsbaar aan één individu toebehoren — vermoedelijk vertegenwoordigt ieder been zelfs een apart individu, een enkel lectotype waaraan de soortnaam nader verbonden kon worden. Dat dit niet overbodig was, bleek al uit het feit dat Galton bij een van de botten, een tweede middenvoetsbeen, vaststelde dat die tot een theropode behoorde, dus een geheel andere dier. Het lectotype was UEN 552, een heiligbeen van drie vergroeide wervels. Het heiligbeen, dat von Meyer rees was opgevallen omdat het uit drie wervels bestond in plaats van de bij huidige reptielen gebruikelijke twee, werd geselecteerd omdat het onderscheidender was dan andere elmenten. Ook Moser vond een fout geïdentificeerd bot: UEN 549 dat zich als een stuk schildpadschild openbaarde. De andere als Plateosaurus te identificeren botten maakte Moser tot aanvullende paralectotypen: UEN 557a, b, 561, en 562: een groep van drie ruggenwervels; UEN 550 en 558: twee staartwervels; UEN 563a-c: stukken van een rib; UEN 551: een chevron; UEN 554 en 555: samen de onderkant van een linkerdijbeen; UEN 559: de kop van een linkerdijbeen; en UEN 556: een linkerscheenbeen.

De aardlagen waar de oorspronkelijke vondsten gedaan werden zijn die van de oberste Mittelkeuper, en bestaan in dit geval uit een conglomeraat, de knollenmergel of Feuerletten uit de Trossingenformatie die stamt uit het Triadische bovenste Norien.

Plateosaurus is zeer goed bekend door de vondst in 1910 in Saksen-Anhalt door Von Huene van tientallen vrijwel complete skeletten. Deze werden in 1914 door Otto Jaekel beschreven als een tweede soort: P. longiceps.

Beschrijving[bewerken]

Een plateosaurus van zeven meter in grootte vergeleken met een mens

Voor een dinosauriër was Plateosaurus vrij klein, maar naar huidige maatstaven bepaald geen kleintje. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lichaamslengte op achtenhalve meter, het gewicht op 1,9 ton. Andere schattingen gaan zo hoog als tien meter en vier ton, de massa van een olifant.

Plateosaurus is zeer langwerpig gebouwd met een lange nek, een lange romp en een krachtige en hoge maar opnieuw lange staart. Hij kon vermoedelijk op twee benen lopen, net als zijn vleesetende voorouders; maar de armen waren sterk, van geduchte klauwen voorzien en zeker in staat om het voorste deel van het lichaam steunend te dragen. Volgens recent onderzoek van Parrish konden de handpalmen echter niet richting grond gedraaid worden; is dat juist, dan was voortbeweging op vier poten onmogelijk. Bij het eten kon hij zich oprichten en de lange nek lijkt geëvolueerd te zijn om zijn bereik nog groter te maken. Hieruit is wel afgeleid dat ook de Sauropoda hun overeenkomstige kenmerken voor hetzelfde doel gebruikten. Het hoofd was klein en langwerpig, met veel tanden om plantendelen los te scheuren. Door de vondst van vele fossielen op één plek heeft men gedacht dat Plateosaurus in kudden leefde.

Replica Plateosaurus

Literatuur[bewerken]

  • Meyer, H. von, 1837, "Mittheilungen an Prof. Bronn gerichtet", Neues Jahrbuch für Mineralogie, Geognosie, Geologie und Petrefaktenkunde 1837: 314-317 ["Plateosaurus Engelhardti", p. 316]
  • Agassiz, L., 1844, Nomenclator Zoologicus, continens nomina systematica generum animalium tam viventium quam fossilium, secundum ordinem alphabeticum disposita, adjectis auctoribus, libris in quibus reperiuntur, anno editionis, etymologia et familiis, ad quas pertinent, in singulis classibus (1842-1846). Fasciculus vi continens Reptilia. Recognoverunt C.L. BONAPARTE, C. DUMÉRIL, ED. GRAY, J.J. KAUP et H.V. MEYER. – (1844) v + 48 S., Addenda (1846) i+8 S.; Soloduri (Jent et Gassmann).
  • Geinitz, H.B. & Borgianelli, F., 1846, Grundriss der Versteinerungskunde, Dresden, Arnold Verlag
  • Agassiz, L. 1846, Nomenclatoris zoologici index universalis, continens nomina systematica classium, ordinum, familiarum et generum animalium omnium, tam viventium quam fossilium, secundum ordinem alphabeticum unicum disposita, adjectis homonymiis plantarum, nec non variis adnotationibus et emendationibus. – 393 S.; Soloduri (Jent et Gassmann).
  • Meyer, H. von, 1855, in: 1847-1855 Zur Fauna der Vorwelt. [II. Abtheilung.] Die Saurier des Muschelkalkes mit Rücksicht auf die Saurier aus Buntem Sandstein und Keuper, Frankfurt am Main, Keller
  • Creisler, B. 1995, "Pondering the Pachypoda: Von Meyer and the Dinosaur", The Dinosaur Report Winter 1995: 10-11
  • Moser, M., 2003, "Plateosaurus engelhardti Meyer, 1837 (Dinosauria: Sauropodomorpha) aus dem Feuerletten (Mittelkeuper; Obertrias) von Bayern", Zitteliana B 24: 1-188