Jimmy Page

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jimmy Page
Jimmy Page bij de Echo Music Awards in 2013
Jimmy Page bij de Echo Music Awards in 2013
Algemene informatie
Geboortenaam James Patrick Page
Bijnaam "Lil' Jim Pea", "Zoso"
Geboren 9 januari 1944
Geboorteplaats Heston, Engeland
Werk
Jaren actief 1957-heden
Genre(s) Rock, Blues, Folk, Hardrock, Heavy metal
Beroep Gitarist, Songwriter, Producer
Instrument(en) Elektrische gitaar, akoestische gitaar
Label(s) Atlantic, Swan Song, EMI, Geffen
Act(s) Neil Christian, All-Stars, Screaming Lord Sutch and the Savages, The Yardbirds, Led Zeppelin, The Honeydrippers, The Firm, Roy Harper, Coverdale/Page, Page and Plant, The Black Crowes
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

James Patrick Page (Heston (Londen), 9 januari 1944) is een Engelse gitarist en muziekproducent die internationaal succes bereikte als gitarist en oprichter van de Engelse rockband Led Zeppelin. Page wordt beschouwd als een van de invloedrijkste gitaristen ooit. Hij werd tweemaal opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame; in 1992 als lid van The Yardbirds en in 1995 als lid van Led Zeppelin.

Jeugdjaren[bewerken]

Page werd geboren in de Londense buitenwijk Heston. Zijn vader, James Patrick Page, was personeelsmanager en zijn moeder, Patricia Elizabeth Gaffikin,[1] was medisch secretaresse.[2] Zij was van Ierse afkomst.[3] In 1952 verhuisde het gezin naar de wijk Feltham en later naar Epsom in Surrey, waar Page voor het eerst kennismaakte met de gitaar.

Aanhalingsteken openen

Ik weet niet of de gitaar achtergelaten was door de vorige bewoners, of door een vriend van de familie - niemand wist hoe hij daar kwam.

Aanhalingsteken sluiten

Page was toen 12[4] en om het instrument te kunnen bespelen nam hij een aantal gitaarlessen in het nabij gelegen Kingston. Het meeste heeft hij echter geleerd door zelfstudie:

Aanhalingsteken openen

Tijdens mijn jeugd waren er niet veel andere gitaristen... Er zat nog een gitarist bij mij op school waar ik de eerste akkoorden van leerde. Van daaruit ben ik verder gegaan. Ik verveelde me al snel, dus door naar platen te luisteren, leerde ik mezelf gitaar spelen. [5]

Aanhalingsteken sluiten

Page werd al vroeg beïnvloed door de Amerikaanse rockabilly gitaristen Scotty Moore en James Burton, die beiden meegespeeld hadden op Elvis Presley platen.[6] Presley’s opname van het nummer "Baby Let’s Play House" (Arthur Gunter, 1954) is volgens Page de inspiratie geweest om gitaar te gaan spelen.[7] In 1957 trad hij op bij BBC One met een Höfner President gitaar. Hij verklaarde tijdens een interview, dat hij in 1977 met Dave Schulps van het Amerikaanse tijdschrift "Trouser Press" had, dat zijn eerste gitaar een tweedehands Höfner Futurama Grazioso was, die hij later verving door een Fender Telecaster.[8]

Zijn muzikale voorkeuren in zijn jeugd gingen niet alleen uit naar akoestische folkmuziek en skiffle, maar ook naar bluesmuzikanten als Elmore James, B.B. King, Otis Rush, Buddy Guy, Freddie King en Hubert Sumlin. Page: "Eigenlijk is het zo begonnen; een mix tussen rock en blues." [9]

Op 13-jarige leeftijd nam Page, met een skiffle-kwartet, deel aan de BBC One talentenjachtshow All Your Own van presentator Huw Wheldon.[10] Ze speelden de nummers "Mama Don't Want to Skiffle Anymore" en "In Them Ol' Cottonfields Back Home" (Lead Belly, 1940).[11] Op de vraag van Wheldon wat hij later wilde worden, antwoordde Page: "Ik wil verder in de medische biologie om een medicijn tegen kanker te vinden, als het tegen die tijd tenminste nog niet is ontdekt." [12] Tijdens een interview met het magazine Guitar Player in 1977 verklaarde Page: "Ik deed veel straatoptredens in het begin om er goed grip op te krijgen en ik heb er heel veel van geleerd." [13] Elke dag nam hij zijn gitaar mee naar school die dan in beslag werd genomen en na schooltijd weer aan hem werd teruggegeven.[14] Hoewel hij al een sollicitatiegesprek had gehad voor een baan als laboratoriumassistent, koos Page er toch voor om de Danetree Secondery School in Ewell te verlaten en voor de muziek te kiezen.[15]

Het was moeilijk voor Page om muzikanten te vinden waarmee hij regelmatig kon spelen: "Er was geen overvloed aan muzikanten. Ik speelde in veel groepen... eigenlijk bij iedereen die een optreden kon regelen." [16] In de jaren 1960-1961 leerde hij de kunst van het voordragen van de Engelse Beatdichter Royston Ellis in het Mermaid Theater in Londen.[17] De Engelse zanger Neil Christian vroeg Page om bij zijn band The Crusaders te komen spelen, nadat hij hem op 15-jarige leeftijd had zien optreden.[18] Page toerde zo’n twee jaar rond met Christian, later nam hij ook deel aan verschillende opnames waaronder Christian’s single "The Road to Love" uit 1962.[19]

Tijdens zijn periode bij Christian, kreeg Page te maken met de ziekte van Pfeiffer en moest hij noodgedwongen stoppen met toeren.[20] Hij besloot om voorlopig te stoppen met muziek maken en zich te concentreren op zijn andere passie, schilderen. Hij meldde zich aan bij de kunstacademie in Sutton.[21] Tijdens een interview in 1975, dat Page had met de Amerikaanse journalist Cameron Crowe, zei hij hierover:

Aanhalingsteken openen

Nadat ik van school gegaan was, reisden we twee jaar rond met een bus. Ik begon toen ook goed geld te verdienen. Toen werd ik ziek en besloot om terug naar de kunstacademie te gaan. Dat was een totaal andere wereld. Om de twee maanden kwam de ziekte weer terug, dus de volgende 18 maanden moest ik rond komen van tien dollar per week... maar ik was er nog. [22]

Aanhalingsteken sluiten

Loopbaan[bewerken]

Sessiemuzikant[bewerken]

Tijdens zijn studietijd trad Page vaak op in de Marquee Club in de Londense uitgaanswijk West End. Hij had er optredens met bands als Cyril Davies’ The All Stars, Alexis Korner’s Blues Incorporated en met gitaristen Jeff Beck en Eric Clapton, waarmee hij toen bevriend was. Op een avond werd hij door John Gibb, van de band Brian Howard & the Silhouettes, gevraagd om mee te werken aan opnames voor het Engelse platenlabel Columbia Graphophone Company. Een van de eerste opnames waar Page aan meewerkte was het nummer "The Worryin’ Kind" van Brian Howard & the Silhouettes. [23] Mike Leander, destijds producer bij de Engelse platenmaatschappij Decca Records, bood Page voor het eerst werk aan als sessiemuzikant. Zijn eerste bijdrage was voor de opname van het instrumentale nummer "Diamonds" van Jet Harris en Tony Meehan. [24]

Nadat hij bij bands als Carter-Lewis & the Southerners (1963), Mike Hurst & the Method (1963) en Mickey Finn & the Blue Men had gespeeld, legde Page zich volledig toe op het sessiewerk. Als sessiegitarist was hij bekend onder de naam Lil’ Jim Pea om verwarring te voorkomen met een andere bekende sessiegitarist, Big Jim Sullivan. Page werd meestal gevraagd als er een tweede gitarist nodig was tijdens opnames.

Page:

Aanhalingsteken openen

Meestal werd ik samen met een drummer opgeroepen maar de drummer werd later nooit vermeld, alleen ik. Iedereen die een gitarist nodig had kwam uit bij Big Jim (Sullivan) of bij mij. [25] In het begin zeiden ze, speel maar wat je wilt omdat ik toen nog geen muzieknoten kon lezen. [26]

Aanhalingsteken sluiten

Page was de favoriete sessiegitarist van de Amerikaanse producer Sheldon (Shel) Talmy die zich in 1962 in Engeland had gevestigd. Talmy bezorgde Page daarom sessiewerk voor de Engelse bands The Who en The Kinks.[27] Op het debuutalbum van The Kinks, ("The Kinks", 1964), bespeelde hij een 12-snarige akoestische gitaar op de nummers "I'm A Lover Not A Fighter" en "I've Been Driving on Bald Mountain". Ook tijdens de opnamesessies voor de eerste single van The Who, ("I Can't Explain", 1965) speelde hij gitaar, maar gitarist Pete Townshend stond Page niet toe om tijdens de laatste opname, die uiteindelijk op single uitgebracht zou worden, mee te spelen. Wel is hij te horen op de B-kant, "Bald Headed Woman". [28] Verder werkte hij in 1964 mee aan de opnames van o.a. "As Tears Go By" van Marianne Faithfull, "Tobacco Road" van The Nashville Teens, "Heart of Stone" van The Rolling Stones, "Baby please don’t go", "Mystic Eyes" en "Here Comes the Night" van Van Morrison & Them, "The Crying Game" en "My Baby Left Me" van Dave Berry, "Is It True" van Brenda Lee en "Downtown" van Petula Clark. Tijdens een interview in 2010, dat Page gaf aan de Engelse journalist Tony Barrell, verklaarde hij dat hij in 1964 als sessiegitarist had meegewerkt aan "A Hard Day’s Night", het derde studioalbum van de Engelse groep The Beatles. Page is te horen op de instrumentale versie van het nummer "This Boy, (Ringo’s Theme)".[29] Het nummer verscheen niet op het album maar werd wel gebruikt in de film.

In 1965 werd Page ingehuurd door toenmalig Rolling Stones manager Andrew Loog Oldham, als producer en hoofd van de afdeling A&R van zijn pas opgerichte platenlabel Immediate Records. Page kreeg daardoor de mogelijkheid om samen te werken met artiesten als John Mayall, Nico, Chris Farlowe, Twice as Much en Eric Clapton. In het zelfde jaar produceerde hij een van de eerste singles van de Engelse zangeres Dana Gillespie, "Thank you Boy".[30] Ook werkte hij dat jaar kort samen met de Amerikaanse zangeres Jackie DeShannon, wat resulteerde in de nummers "Dream Boy" en "Don't Turn Your Back on Me".[31] Op de, in 1966 uitgebrachte single "Sunshine superman" van de Schotse zanger Donovan, werkte naast Page ook toekomstig Led Zeppelin bassist John Paul Jones mee. In 1968 verscheen het album "The Maureeny Wishful Album", een samenwerking tussen Page, de Engelse folkartiest John Williams en Big Jim Sullivan.[32][33] Verder werkte Page mee aan twee studioalbums van de Franse zanger Johnny Hallyday, "Jeune Homme" (1968) en "Rivière… ouvre ton lit" (1969), het tweede studioalbum van de Engelse zanger Al Stewart, "Love chronicles" (1969) en speelde hij gitaar op vijf nummers van het debuutalbum "With a Little Help from My Friends" (1969) van de Engelse zanger Joe Cocker. Vanaf 1970 speelde Page leadgitaar op 10 nummers van de Engelse zanger Roy Harper, tezamen goed voor 81 minuten aan muziek. Op de vraag aan Page op welke nummers hij in de periode als sessiemuzikant heeft meegespeeld en wat zijn specifieke rol daarin was, antwoordt hij altijd dat het lastig is om zich dat precies te herinneren vanwege de hoeveelheid aan sessies die toen plaatsvonden.[34] Tijdens een interview dat Page in 2003 had met het Amerikaanse radiostation NPR, zei hij:

Aanhalingsteken openen

Ik had drie sessies per dag, vijftien per week. De ene keer speelde ik samen met een band, de andere keer speelde ik filmmuziek, of ik had een folk-sessie... Ik was in staat om al die verschillende muziekstijlen te spelen. [35]

Aanhalingsteken sluiten

Hoewel Page heeft samengewerkt met diverse gerenommeerde artiesten zijn veel van deze vroege opnames alleen beschikbaar als bootlegs waarvan er, door de Engelse Led Zeppelin fanclub, in de loop der jaren verschillende zijn uitgebracht. Een van de zeldzaamste opnames is een jamsessie waarbij Page samen met Rolling Stones-gitarist Keith Richards het Robert Johnson nummer "Little Queen of Spades" [36] speelt. Op de verzamelalbums "Jimmy Page: Session Man Vol. 1" (1989)[37] en "Vol. 2" (1991)[38] zijn een aantal van deze vroege sessie-opnames samengebracht.

Op 15 oktober 1974 nam hij samen met Keith Richards, die de zang op zich nam, bassist Ric Grech (Blind Faith, Traffic) en drummer Bruce Rowland het nummer "Scarlet" op in de Olympic Studios in Londen. Tijdens een interview dat Page in 1975 had met journalist Cameron Crowe van het muziektijdschrift Rolling Stone, zei hij:

Aanhalingsteken openen

Ik deed iets wat misschien wel de volgende B-kant van een Stones nummer kon worden. Ric Grech, Keith en ik speelden een nummer, "Scarlet". Ik kan me de drummer niet meer herinneren. Het leek qua stijl heel erg op de nummers van Blonde on Blonde. [39] Het was fantastisch, echt goed. We bleven de hele nacht op en gingen daarna naar de Island Studios (Londen) waar Keith nog enkele reggae-riffjes toevoegde. Ik voegde ook nog enkele solo’s toe, maar het was ondertussen acht uur in de morgen. Hij nam de opnametapes vervolgens mee naar Zwitserland waar ze door iemand ontdekt werden. Keith vertelde toen maar dat het een nummer van mijn album was. [40]

Aanhalingsteken sluiten

Page stopte als sessiemuzikant toen de invloed van platenlabel Stax Records leidde tot meer gebruik van blaas-en orkestpartijen binnen de popmuziek ten koste van gitaarmuziek.[41] Tijdens een interview in 1993 met het tijdschrift Guitar World zei Page:

Aanhalingsteken openen

Mijn periode als sessiemuzikant was van onschatbare waarde. Op een gegeven moment deed ik zeker drie sessies per dag, zes dagen per week! Ik wist meestal op voorhand niet wat ik moest gaan spelen. Maar ik leerde elke keer weer, zelfs tijdens slechte sessies - en geloof me, ik heb op vreselijke nummers meegespeeld. Ik ben er uiteindelijk mee gestopt nadat ik uitnodigingen kreeg om muzak te spelen. Toen nam ik het besluit dat het over was, het werd te gek. Een week nadat ik gestopt was met sessiewerk, verliet Paul Samwell-Smith de Yardbirds en kreeg ik het aanbod om zijn plaats in te nemen. Maar het leven als sessiemuzikant was goed, de discipline in de studio was fantastisch. De nummers waren strak gepland dus je kon eigenlijk geen fouten maken. [42]

Aanhalingsteken sluiten

1966-1968: The Yardbirds[bewerken]

In het najaar van 1964 werd Page benaderd om gitarist Eric Clapton te vervangen in de Engelse rockband The Yardbirds, maar hij wees het voorstel af uit loyaliteit aan zijn vriend.[43] In februari 1965 stapte Clapton zelf op en Page kreeg andermaal het aanbod om hem te vervangen maar hij was niet bereid om zijn lucratieve bestaan als sessiemuzikant op te geven. Ook maakte hij zich zorgen om wat het touren met een rockband voor zijn gezondheid zou betekenen. Daarom stelde hij voor om zijn vriend gitarist Jeff Beck in zijn plaats aan te nemen.[44] Op 16 mei 1966 namen drummer Keith Moon, bassist John Paul Jones, toetsenist Nicky Hopkins, Beck en Page het nummer "Beck’s Bolero" op in de Londense IBC Studios. Het was toen dat Page op het idee kwam om een nieuwe supergroep te formeren samen met Beck, bassist John Entwistle en Keith Moon.[45] Maar door het gebrek aan een goede zanger en contractuele problemen kwam het project niet van de grond. Tijdens die periode stelde Moon voor het eerst de naam "Lead Zeppelin" voor nadat Entwistle had opgemerkt dat het project zou vallen als een lead balloon (loden ballon). Een aantal weken later bezocht Page een concert van The Yardbirds in Oxford. Na het optreden zocht hij de band op en kondigde mede-oprichter en bassist Paul Samwell-Smith zijn vertrek aan.[46] Page bood zichzelf aan als vervanger en dit werd door de andere leden van de band geaccepteerd. In eerste instantie speelde hij nog basgitaar maar al snel schakelde hij over naar het spelen van leadgitaar, samen met Beck, nadat slaggitarist Chris Dreja overgestapt was op basgitaar. Ondanks de sterke muzikale bezetting van de band waren er veel onderlinge conflicten, veroorzaakt door het vele touren en gebrek aan commercieel succes, hoewel er in 1966 wel een single uitkwam, "Happenings Ten Years Time Ago". [47] Terwijl Page en Beck wel samen bij The Yardbirds speelden, speelde het trio Page, Beck en Clapton nooit gezamelijk bij de band. Wel speelden ze samen op 20 september 1983 tijdens het ARMS Benefietconcert in de Royal Albert Hall in Londen.[48]

Na het vertrek van Beck, in november 1966, ging de band verder als kwartet. Ze namen in 1967 een album op met Page als leadgitarist, "Little Games". [49] Het album kreeg matige recensies en werd geen commercieel succes. Hoewel het studiowerk van de band redelijk commercieel klonk, waren de liveoptredens juist het tegenovergestelde, ruiger en meer experimenteel. De concerten bevatten indertijd muzikale aspecten die Page ten tijde van Led Zeppelin verder zou uitwerken, met name tijdens live-uitvoeringen van het nummer "Dazed and confused", gecomponeerd door Jake Holmes .

Na het vertrek van zanger Keith Relf en drummer Jim McCarty in juli 1968, moest Page een nieuwe band vormen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen voor een al reeds geboekte concerttour in Scandinavië. Bassist Chris Dreja ging niet in op Page’s voorstel om deel uit te maken van de nieuwe band en stortte zich op een carrière als fotograaf. Op aanraden van zanger Terry Reid nam hij zanger Robert Plant in de arm, die op zijn beurt drummer John Bonham aanraadde. Bassist John Paul Jones bood zichzelf aan bij Page, de twee kenden elkaar van diverse gezamelijke studiosessies. De nieuwe band vertrok naar Scandinavië als The New Yardbirds maar kort na terugkomst werd de naam veranderd. In eerste instantie in Lead Zeppelin, refererend aan de eerdere uitspraak van Keith Moon. Manager Peter Grant veranderde het tenslotte in Led Zeppelin om te voorkomen dat de naam verkeerd uitgesproken zou worden (Leed Zeppelin).

1968-1980: Led Zeppelin[bewerken]

Led Zeppelin is een van de best verkochte bands aller tijden. Verschillende bronnen schatten de verkoop van Led Zeppelin-albums op circa 300 miljoen.[50] Afgaande op het aantal RIAA-certificaten, uitgegeven door de Amerikaanse Recording Industry Association of America, zijn er alleen in de Verenigde Staten al meer dan 111 miljoen albums verkocht [51] Alle negen studioalbums, inclusief Coda, bereikten de Nederlandse Album Top 100 waarvan zeven de top 10.[52] Led Zeppelin wordt gezien als één van de grondleggers van heavy metal en hardrock en het typische geluid was vooral het resultaat van Page’s invloed als producer en muzikant. De muziekstijl van ieder lid van de band kwam voort uit een brede variatie aan invloeden. De band brak alle records betreffende live-optredens, wat door velen bestempeld werd als buitensporig. Hoewel de band altijd commercieel succesvol bleef namen de muzikale aktiviteiten en live-optredens in de periode 1976-1979 sterk af door individuele problemen van de bandleden.

Vanaf de oprichting van Led Zeppelin had Page een duidelijk beeld van wat hij met de band voor ogen had. Tijdens een interview in 1993 met het tijdschrift Guitar World zei hij:

Aanhalingsteken openen

Ik had van mijn periode bij The Yardbirds heel veel ideeën overgehouden. Ik kreeg de vrijheid om tijdens optredens te improviseren en ik begon notities te maken van ideeën die ik uiteindelijk pas gebruikte in Zeppelin. Als aanvulling op die ideeën wilde ik akoestische accenten toevoegen. Ik wilde van Zeppelin een mix maken van blues, hardrock en akoestische muziek overgoten met zware refreinen - een combinatie die nog niet eerder was gebruikt. Veel licht en schaduw in de muziek. [53]

Aanhalingsteken sluiten

Na Led Zeppelin[bewerken]

Na het overlijden van drummer John Bonham, op 25 september 1980, viel de band uiteen. Sindsdien nam Page nog een drietal albums op met Led Zeppelin-zanger Robert Plant, te weten "The Honeydrippers: Volume One" (1984), "No Quarter" (1994) en "Walking into Clarksdale" (1998). Ook maakte hij het album "Lovin’ Up a Storm" (1996) met voormalig Led Zeppelin-bassist John Paul Jones en ging hij gelegenheidsformaties aan met diverse andere artiesten. In 1984 probeerde Page een nieuwe band op te richten met Paul Rodgers (Free en Bad Company) onder de naam The Firm. Deze band kwam echter nooit goed van de grond en na twee studioalbums werd de band in 1986 opgeheven. Wel zou Page met diverse andere artiesten samenwerkingsverbanden aangaan, onder andere met The Black Crowes, met wie hij het livealbum "Live at the Greek" (2000) opnam, en met David Coverdale (Deep Purple en Whitesnake) op het album "Coverdale/Page" (1993). Hij scoorde ook nog de hit "Come With Me" (1998) met Puff Daddy.

Op 24 augustus 2008 begeleidde hij Leona Lewis op het nummer "Whole Lotta Love" tijdens de slotmanifestatie van de Olympische Spelen in Peking.

Invloed[bewerken]

Page wordt, door andere muzikanten en gitaristen, beschouwd als een van de meest invloedrijke gitaristen ooit. Zijn ervaring als sessiemuzikant en als lid van The Yardbirds was de sleutel tot het succes van Led Zeppelin. Als producer, songwriter en gitarist maakte hij van Led Zeppelin een voorbeeld voor andere toekomstige rockbands en was hij de drijvende kracht achter het kenmerkende rockgeluid van die periode, waar een groot aantal andere gitaristen door is beïnvloed. [54][55]

Gitaristen die zijn beïnvloed door Page zijn o.a. Eddie van Halen,[56] Ace Frehley,[57] Joe Satriani,[58] John Frusciante,[59] James Hetfield,[60] Kirk Hammett,[61] Zakk Wylde,[62] Yngwie Malmsteen,[63] Joe Perry,[64] Richie Sambora,[65] Angus Young,[66] Slash,[67] Dave Mustaine,[68] Mike McCready,[69] Jerry Cantrell,[70] Stone Gossard,[71] Mick Mars,[72] Paul Stanley,[73] Alex Lifeson,[74] Steve Vai [75] en Dan Hawkins.[76] De Engelse gitarist Brian May zei in 2004, tijdens een interview met het Engelse muziektijdschrift Guitarist:

Aanhalingsteken openen

Ik denk niet dat er iemand is die het schrijven van riffs beter beheerst dan Jimmy Page. Hij is één van de grootste breinen binnen de rockmuziek. [77]

Aanhalingsteken sluiten

Film[bewerken]

Op 14 augustus 2009 kwam de documentaire "It Might Get Loud" [78] uit. Hierin zijn beelden te zien van Jimmy Page uit zijn jeugd. Ook wordt de kijker meegebracht naar Headley Grange, een voormalig armenhuis in Headley waar Page vroeger met de andere leden van Led Zeppelin veel tijd heeft doorgebracht en waar het album Led Zeppelin IV (1971) grotendeels is opgenomen. Door "It Might Get Loud" wordt duidelijk waar hij zijn stijl van spelen vandaan heeft en hoe hij uitgegroeid is tot een groot artiest.

Discografie[bewerken]

Jimmy Page als sessiemuzikant[bewerken]

Page speelde als sessiemuzikant vanaf 1963 op nummers van diverse artiesten. De bekendste zijn: [79]

Artiest Nummer Jaar
Neil Christian and the Crusaders A Little Bit of Something Els 1963
Chris Ravel and the Ravers I Do 1963
Rod Stewart Good Morning Little Schoolgirl 1964
Them Here comes the night 1964
Petula Clark Downtown 1964
Marianne Faithfull As tears go by 1964
The Who I Can't Explain 1964
The Rolling Stones Heart of Stone 1964
Tom Jones It's Not Unusual 1965
Jackie DeShannon What the World Needs Now Is Love 1965
Dave Berry This strange effect 1965
Crispian St. Peters The Pied Piper 1966
Jeff Beck Beck's Bolero 1967
Joe Cocker With a Little Help from My Friends 1969

Single[bewerken]

Single Jaar
She Just Satisfies / Keep Moving [80] 1965

Discografie The Yardbirds met Jimmy Page[bewerken]

Artiest Album Jaar
The Yardbirds Little Games [81] 1967
The Yardbirds Live Yardbirds [82] 1971 (Opgenomen op 30 maart 1968, Anderson Theatre in New York)

Discografie Led Zeppelin met Jimmy Page[bewerken]

Led Zeppelin met Jimmy Page

Studioalbums[bewerken]

Artiest Album Jaar
Roy Harper & Jimmy Page (Whatever Happened to) Jugula? [83] 1985
The Firm The Firm [84] 1985
The Firm Mean Business [85] 1986
Jimmy Page Outrider [86] 1988
David Coverdale, Jimmy Page Coverdale/Page [87] 1993
Page and Plant Walking into Clarksdale [88] 1998

Livealbums[bewerken]

Artiest Album Jaar
Page and Plant No Quarter 1994
Jimmy Page and The Black Crowes Live at the Greek [89] 2000

Soundtracks[bewerken]

Artiest Album Jaar
Jimmy Page Death Wish II [90] 1982
Jimmy Page Death Wish 3 1985
John Paul Jones and Jimmy Page Scream for Help [91] 1985
Jimmy Page Lucifer Rising and Other Sound Tracks [92] 2012

EP[bewerken]

Artiest Album Jaar
The Honeydrippers The Honeydrippers: Volume One [93] 1984

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Davis, Stephen (1995) [1985]. Hammer of the Gods: The Led Zeppelin Saga. London: Pan. ISBN 978-0-330-34287-2.
  2. Case, George (2011). Led Zeppelin FAQ: All That's Left to Know About the Greatest Hard Rock Band of All Time. Backbeat Books. ISBN 978-1-61713-071-7.
  3. Case, George (2007). Jimmy Page: Magus, Musician, Man: An Unauthorized Biography (1st ed.). New York: Hal Leonard. ISBN 1-4234-0407-6.
  4. Crowe, Cameron (13 March 1975). "The Durable Led Zeppelin". Rolling Stone. Retrieved 16 December 2012.
  5. "Guitar Legend Jimmy Page". NPR. 2 juni 2003. Retrieved 16 December 2012.
  6. Dave Hunter (15 October 2012). The Fender Telecaster: The Life and Times of the Electric Guitar That Changed the World. Voyageur Press. pag. 142–. ISBN 978-0-7603-4138-4.
  7. https://web.archive.org/web/20110105123043/http://www.modernguitars.com/archives/003340.html interview met Page, Modern Guitars Magazine 1977
  8. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  9. https://web.archive.org/web/20110105123043/http://www.modernguitars.com/archives/003340.html interview met Page, Modern Guitars Magazine 1977
  10. Scott Calef (21 August 2013). Led Zeppelin and Philosophy: All Will Be Revealed. Open Court. pag. 125–. ISBN 978-0-8126-9776-6.
  11. Martin Power (8 March 2012). Hot Wired Guitar: The Life of Jeff Beck. Music Sales Group. pp. 47–. ISBN 978-0-85712-810-2.
  12. Scott Calef (21 August 2013). Led Zeppelin and Philosophy: All Will Be Revealed. Open Court. pag. 125–. ISBN 978-0-8126-9776-6.
  13. https://web.archive.org/web/20110105123043/http://www.modernguitars.com/archives/003340.html interview met Page, Modern Guitars Magazine 1977
  14. Kendall, Paul (1981). Led Zeppelin in Their Own Words. New York: Omnibus Press. ISBN 978-0-86001-932-9.
  15. Kendall, Paul (1981). Led Zeppelin in Their Own Words. New York: Omnibus Press. ISBN 978-0-86001-932-9.
  16. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  17. Case, George (2007). Jimmy Page: Magus, Musician, Man: An Unauthorized Biography (1st ed.). New York: Hal Leonard. ISBN 1-4234-0407-6.
  18. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  19. Scott Schinder; Andy Schwartz (2008). Icons of Rock: Velvet Underground; The Grateful Dead; Frank Zappa; Led Zeppelin; Joni Mitchell; Pink Floyd; Neil Young; David Bowie; Bruce Springsteen; Ramones; U2; Nirvana. Greenwood Publishing Group. pag. 381. ISBN 978-0-313-33847-2.
  20. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/pag. 77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  21. Prato, Greg. "Jimmy Page Biography". AllMusic. Retrieved 11 November 2008.
  22. Crowe, Cameron (13 maart 1975). "The Durable Led Zeppelin". Rolling Stone. Retrieved 16 December 2012.
  23. https://jppsessionman.jimdo.com/brian-howard-the-silhouettes/
  24. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  25. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp Interview met Page, 1977 door Dave Schulps
  26. Paul, Du Noyer. "Who the hell does Jimmy Page think he is?". Q magazine (augustus 1988).
  27. http://aws2.gibson.com/News-Lifestyle/Features/en-us/jimmy-page-0511.aspx
  28. https://www.thewho.com/music/i-cant-explain/
  29. https://www.tonybarrell.com/riffs-and-legends/
  30. https://www.discogs.com/Dana-Gillespie-Thank-You-Boy/release/3895644
  31. https://www.discogs.com/composition/b4498c62-b0b1-4ff5-bb2c-ec454dd38812-Dont-Turn-Your-Back-On-Me-Demo
  32. https://www.discogs.com/John-Williams-The-Maureeny-Wishfull-Album/release/2093897
  33. http://findingzoso.blogspot.com/2012/07/pageia-obscura-maureeny-wishful.html
  34. Kingsmill, Richard (12 July 2000). "Led Zeppelin Triple J Music Specials". Australian Broadcasting Corporation. Archived from the original on 23 February 2012. Retrieved 20 August 2007.
  35. "Guitar Legend Jimmy Page". NPR. 2 juni 2003.
  36. https://www.discogs.com/composition/0f8bf7fa-4c3d-497b-8821-68207ce201c0-Little-Queen-Of-Spades-1937-06-19-Dallas
  37. https://www.allmusic.com/album/session-man-vol-1-mw0000308558
  38. https://www.allmusic.com/album/session-man-vol-2-mw0000309168
  39. https://www.discogs.com/artist/501118-Blonde-On-Blonde-2
  40. Crowe, Cameron (13 maart 1975). "The Durable Led Zeppelin". Rolling Stone.
  41. Rosen, Steven (25 mei 2007). "1977 Jimmy Page Interview". Modern Guitars.
  42. "Interview with Jimmy Page". Guitar World (Mei 1993).
  43. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp
  44. http://www.ainian.com/HitParader_April66.pdf
  45. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_77.trp
  46. https://web.archive.org/web/20110105123043/http://www.modernguitars.com/archives/003340.html
  47. https://www.discogs.com/Yardbirds-Happenings-Ten-Years-Time-Ago/master/16500
  48. https://en.wikipedia.org/wiki/ARMS_Charity_Concerts
  49. https://www.allmusic.com/album/little-games-mw0000471492
  50. https://www.muzieklijstjes.com/25-best-verkopende-artiesten-bands-aller-tijden/
  51. https://www.riaa.com/gold-platinum/?tab_active=awards_by_artist#search_section
  52. https://dutchcharts.nl/search.asp?search=Led%20Zeppelin&cat=a
  53. http://www.iem.ac.ru/zeppelin/docs/interviews/page_93.gw
  54. "Their Time is Gonna Come", Classic Rock Magazine, December 2007
  55. "10 questions with Ted Nugent". Music Gear Review.com. 6 augustus 2011.
  56. Case, George (2009). Jimmy Page: Magus, Musician, Man: An Unauthorized Biography. Backbeat Books. p. 188.
  57. "Ace Frehley Interview". Modernguitars.com. Retrieved 11 September 2010.
  58. "Joe Satriani Interview". Metal-rules.com. Retrieved 11 September 2010.
  59. Mucchio Selvaggio 2004 interview. Wikiquote. Retrieved 15 February 2010.
  60. Prato, Greg (3 August 1963). "James Hetfield". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  61. "Kirk Hammett: Official Biography". Archived from the original on 17 January 2013. Retrieved 15 January 2013.
  62. Ankeny, Jason (14 January 1967). "Zakk Wylde". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  63. Yngwie Malmsteen at AllMusic
  64. Elliott, Paul (17 September 2004). "Joe Perry Interview". Mojo. Retrieved 15 January 2013.
  65. "Richie Sambora". MPCA Music Publishing. Archived from the original on 14 February 2012. Retrieved 15 January 2013.
  66. Prato, Greg (31 March 1955). "Angus Young at AllMusic". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  67. "Slash Interview". Snakepit.org. Retrieved 11 November 2010.
  68. "Dave Mustaine: 'My Life Isn't About Name-Calling And Mud-Slinging'". Blabbermouth.net. 5 April 2010. Retrieved 15 January 2013.
  69. Prato, Greg (5 April 1966). "Mike McCready at AllMusic". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  70. Prato, Greg (18 March 1966). "Jerry Cantrell at Allmusic". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  71. Prato, Greg (20 July 1966). "Stone Gossard at Allmusic". AllMusic. Retrieved 11 September 2010.
  72. [1] Archived 29 August 2010 at the Wayback Machine
  73. Prato, Greg (20 January 1952). "Paul Stanley at AllMusic". Allmusic.com. Retrieved 11 September 2010.
  74. "Alex Lifeson Interview". Guitar Player. 1 februari 2006.
  75. Elliott, Paul (June 2015). "Heavy Load". Classic Rock #210. pag. 138.
  76. Farley, Mike (6 juni 2007). "Dan Hawkins Interview". Bullz-eye.com.
  77. "Whole lotta riffs". Guitarist. Issue 247. Maart 2004.
  78. https://www.2doc.nl/documentaires/series/uur-van-de-wolf/2011/jimmy-page--the-edge-en-jack-white--it-might-get-loud--het-uur-van-de-wolf--.html
  79. https://www.jimmypage.com/discography/sessions
  80. https://www.allmusic.com/album/she-just-satisfies-keep-moving-mw0002904534
  81. https://www.allmusic.com/album/little-games-mw0000471492
  82. https://www.allmusic.com/album/live-yardbirds-featuring-jimmy-page-mw0000099917
  83. https://www.allmusic.com/album/jugula-mw0000379163,
  84. https://www.allmusic.com/album/the-firm-mw0000189996
  85. https://www.allmusic.com/album/mean-business-mw0000650144
  86. https://www.allmusic.com/album/outrider-mw0000199857
  87. https://www.allmusic.com/album/coverdale-page-mw0000094706
  88. https://www.allmusic.com/album/walking-into-clarksdale-mw0000028714
  89. https://www.allmusic.com/album/live-at-the-greek-mw0000085007
  90. https://www.discogs.com/Jimmy-Page-Death-Wish-II-The-Original-Soundtrack/release/7721259
  91. https://www.allmusic.com/album/scream-for-help-mw0000947917
  92. https://www.jimmypage.com/discography/just-jimmy/soundtrack/lucifer-rising-and-other-sound-tracks
  93. https://www.allmusic.com/album/the-honeydrippers-vol-1-mw0000650260