Aardappel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Aardappel (voedsel))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aardappel
Potatoes.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Lamiiden
Orde:Solanales
Familie:Solanaceae
Geslacht:Solanum (Nachtschade)
Soort
Solanum tuberosum
L. (1753)
Bloeiend aardappelras Doré
Bloeiend aardappelras Doré
Bessen van aardappel
Bessen van aardappel
Zaden
Zaden
Verschillende schilkleuren
Verschillende schilkleuren
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Aardappel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Aardappelsorteerder in het openluchtmuseum Erve Kots

De aardappel (Solanum tuberosum) is een cultuurgewas, dat behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat, paprika en tabak. De aardappel is een plant die in ondergrondse knollen een energievoorraad in de vorm van zetmeel aanlegt. Het zetmeel slaat de plant op in voor de mens eetbare stengelknollen, die net als de plant zelf aardappelen of aardappels worden genoemd. De aardappel is wereldwijd het belangrijkste voedselgewas na rijst, tarwe en mais.

De aardappel komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar is in veel Europese landen sinds de 16e eeuw een van de basisvoedingsmiddelen. In vele landen, waaronder Nederland en België, wordt de aardappel gezien als maaltijddrager. In andere landen telt hij mee als groentesoort.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Aardappelplanten kunnen naast knollen ook besvruchten vormen, die in tegenstelling tot die van de tomaat zeer giftig zijn. In de bessen worden kleine zaden gevormd. Tussen de verschillende aardappelrassen zijn er grote verschillen in de vorming van bessen.

De knollen zijn eetbaar, maar kunnen ook giftig zijn door een hoog gehalte aan solanine. Daardoor zijn zetmeelaardappels van bepaalde rassen niet geschikt voor menselijke consumptie. Ook als aardappelen tijdens het bewaren worden blootgesteld aan licht, stijgt het gehalte aan solanine. De knollen worden groen en zijn daarna niet meer geschikt voor menselijke consumptie.

De aardappelsoort die wereldwijd het meest geteeld wordt, is Solanum tuberosum (een tetraploïde soort met 48 chromosomen). De andere soorten worden vooral in Zuid-Amerika geteeld. Er zijn vier diploïde soorten (met 24 chromosomen): S. stenotomum, S. phureja, S. goniocalyx en S. ajanhuiri. Er zijn twee triploïde soorten (met 36 chromosomen): S. chaucha en S. juzepczukii. Er is ook nog een pentaploïde soort (met 60 chromosomen): S. curtilobum.

In de aardappel komen twee typen zetmeel voor, amylose en amylopectine, waarvan 21% amylose. In 2005 is voor het eerst een ras in de handel gekomen dat bijna 100% amylopectine bevat.

Een ander onderscheid is dat tussen rassen met vastkokende aardappels (vastkokers), die bij het koken hun stevigheid behouden, en rassen met kruimige of bloemige aardappels (droogkokers) die daardoor het meest geschikt zijn om te pureren. Aardappelen die bij langer koken helemaal uit elkaar vallen, worden afkokers genoemd.

Voedingswaarde[bewerken | brontekst bewerken]

Net als rijst, pasta en brood is de aardappel een belangrijke bron van koolhydraten. Aardappels bevatten ook vitamine B6, vitamine C en vezels.

Gemiddelde voedingswaarden van aardappels (zoals vermeld op de verpakking), bereid volgens de algemene bereidingswijze:

Voedingswaarde
Energie
Vetten
- waarvan verzadigde vetzuren
Koolhydraten
- waarvan suikers
Vezels
Eiwitten
Zout
per 100 g
kJ 362, kcal 86
0,4 g
0,1 g
17,9 g
0,4 g
1,5 g
1,7 g
< 0,1 g

Bereiding[bewerken | brontekst bewerken]

Voor consumptie worden aardappelen gekookt, niet alleen in verband met de eetbaarheid, maar ook in verband met de aanwezigheid van het toxine fasine dat door deze bereiding wordt omgezet in een onschadelijke stof.

Groen verkleuringen aan de oppervlakte die door lichtinwerking ontstaan, dienen voor het koken verwijderd te worden omdat ze het neurotoxine solanine bevatten. Ook spruiten en pitten worden om die reden verwijderd.

Herkomst[bewerken | brontekst bewerken]

De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekendstond als chunu. De Inca's verbouwden de plant toen al honderden jaren. De aardappelplant groeide ook op grote hoogten in de Andes, waar veel andere planten niet meer kunnen groeien. Op basis van DNA-onderzoek is aangetoond dat alle oude aardappels afstammen van één plant uit Zuid-Peru. Later zijn er voor het kruisingswerk nieuwe herkomsten verzameld en genenbankcollecties opgebouwd.[1]

Monniken waren verantwoordelijk voor de verspreiding van de aardappel vanuit Spanje naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. Ook in botanische tuinen vond de aardappelplant zijn weg. De aardappel groeit in Nederland sinds de Tachtigjarige Oorlog in de Leidse Hortus, sinds 1640 in Groningen en sinds 1689 in Amsterdam.

Carolus Clusius plantte in 1588 in Mechelen voor het eerst aardappelen in de tuin van Pitzemburg. In 1601 schreef hij over de voortplanting van de aardappel door zaad. Men ontdekte dat uit zaad van een paarsbloeiende plant ook witbloeiende planten opgroeiden. Er zijn in Europa door selectie dus waarschijnlijk al vroeg verschillende rassen ontstaan. In Nederland kruiste Petrus Hondius aardappelen met elkaar. Door virusinfecties gingen de rassen echter snel achteruit en werd regelmatig teruggegrepen op zaad.

De boeren stonden aanvankelijk weigerachtig tegenover een plant waarvan de stengels en bessen giftig zijn en dachten dat de knollen ook ongezond zouden zijn. In deze tijd werd de aardappel voornamelijk gezien als varkensvoer of voedsel voor de allerarmsten. Pas in 1727 werd de aardappel, voor het eerst in Friesland, als "volwaardig" voedsel erkend. Langzamerhand kreeg de aardappel toch steeds meer de rol van volksvoedsel en in de 18e eeuw werd hij in de meeste Europese landen verbouwd. Frankrijk had eind 18e eeuw echter een grote achterstand tegenover andere Europese landen en Rusland volgde nog later. Vanwege het hoge gehalte aan vitamine C werd de knol ook gebruikt ter voorkoming van scheurbuik op lange zeereizen.

Geert Veenhuizen (onder andere Eigenheimer en Rode Ster) en Kornelis Lieuwes de Vries (Bintje) waren Nederlanders die zich in de 19e en 20e eeuw bezighielden met de teelt en ontwikkeling van de aardappel.

Wereldwijde productie[bewerken | brontekst bewerken]

Topproducenten van aardappel 2018[2]
Land Productie (Ton)
Vlag van China China 90.259.155
Vlag van India India 48.529.000
Vlag van Oekraïne Oekraïne 22.503.970
Vlag van Rusland Rusland 22.394.960
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten 20.607.342
Vlag van Bangladesh Bangladesh 9.744.412
Vlag van Duitsland Duitsland 8.920.800
Vlag van Frankrijk Frankrijk 7.870.973
Vlag van Polen Polen 7.478.184
Vlag van Nederland Nederland 6.029.734
Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland 5.865.123
Vlag van Canada Canada 5.790.838
Vlag van Iran Iran 5.321.188
Vlag van Peru Peru 5.121.110

Teelt[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland en België is er een teelt van

De belangrijkste teeltgebieden van consumptie-aardappels in Nederland zijn Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant. In de veenkoloniën (in Drenthe en Groningen) worden veel fabrieksaardappels voor de zetmeelwinning geteeld. In het noorden, vanwege minder luizen, pootaardappels.

De meest geteelde aardappel heeft 4n=48 chromosomen en is een tetraploïde plant, waarvan alle chromosomen van één plantensoort afkomstig zijn (autoploïde).

Aardappels worden bijna altijd gekweekt van één enkele kloon met zo goed mogelijke genen. Alle 'bintjes' bijvoorbeeld zijn van één kloon afkomstig. Begin eenentwintigste eeuw is er een nieuwe manier van aardappelveredeling ontwikkeld waarbij er van diploïde planten uit zaad, door middel van zelfbestuiving in enkele generaties homozygote ouderlijnen worden gemaakt. Deze ouderlijnen worden gebruikt om hybride aardappelzaad te produceren.[3]

Op de akker[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat de grond door grondbewerking is gereed gemaakt, worden de pootaardappelen in de grond gestopt. Voor een normale teelt worden in april de pootaardappelen gepoot en met een klein beetje grond bedekt. Dat kan door middel van een aardappelpootmachine. De aardappelen worden op (grond)ruggen geteeld. In de loop van het groeiseizoen worden die enkele keren aangeaard met behulp van een aardappelaanaarder. Hierbij wordt aan twee kanten een laagje aarde van de zijkant van de groeiplek over de wortels van de plant geschoven. De wortels blijven zo goed bedekt met grond en in de rug kunnen de knollen zich ontwikkelen zonder groen te worden.

Voordat de knollen gerooid worden, wordt het gewas loofgeklapt en/of doodgespoten. Door deze loofdoding vormen de knollen een steviger schil, waardoor ze bij het rooien minder beschadigd worden. De knollen worden met een rooimachine uit de grond gehaald. Afhankelijk van het ras wordt er vroeg, middelvroeg of laat geoogst.

Periodes in het jaar[bewerken | brontekst bewerken]

De teelt van aardappelen duurt in totaal altijd ca. 5 maanden en kan op verschillende momenten in de winter en het voorjaar beginnen. De volgende vier hoofdperiodes worden onderscheiden:[4]

  • Vroeg: februari - juni
  • Halfvroeg: maart - juli
  • Halflaat: april - september
  • Laat: mei - oktober

Ziektebestrijding[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens het seizoen wordt, afhankelijk van het weer, door de meeste telers elke 7 tot 10 dagen met een chemische bestrijdingsmiddelen gespoten tegen de aardappelziekte (fytoftora, Phytophthora infestans). De noodzaak van chemische bestrijding is te beperken door zo veel mogelijk ziekte-resistente rassen te kiezen. Met behulp van plantenveredeling, bijvoorbeeld door middel van genetische modificatie, wordt getracht om meer resistente rassen te ontwikkelen, maar dit proces verloopt moeizaam.

Bij de teelt van aardappelrassen zoals Bintje, Bildtstar en Eigenheimer wordt relatief veel bestrijdingsmiddel gebruikt. Aardappelen uit de gangbare teelt waarbij minder bestrijdingsmiddellen worden gebruikt, zijn onder meer Corine, Doré, Escort, Alpha, Van Gogh en Santé.[5]

Biologische teelt[bewerken | brontekst bewerken]

In de biologische aardappelteelt wordt niet gespoten met chemische bestrijdingsmiddelen. Het groeiseizoen is direct voorbij zodra het perceel op grotere schaal is besmet met fytoftora. Kleine besmettingen kunnen nog worden ingedamd door de planten plaatselijk dood te branden. Vóór de oogst worden op het gehele perceel de planten doodgebrand. Bij vroegtijdige besmetting daalt de oogstopbrengst bij de biologische teelt aanzienlijk en er treden van jaar tot jaar ook grote verschillen op. Doordat biologische producten veelal rechtstreeks aan de consument worden verkocht, is de teelt ervan vaak toch lonend.

Bewaren[bewerken | brontekst bewerken]

Traditioneel werden aardappelen als wintervoorraad in een bult (kuil) opgeslagen op het land. De aardappels werden met riet of stro en aarde afgedekt. Ook aardappelkelders waren in gebruik. Later kwamen er speciale aardappelschuren met klimaatcontrole. De aardappelvoorraad wordt donker bewaard, omdat de knollen anders groen worden. Tijdens de bewaring wordt na een bepaalde periode, afhankelijk van het ras, de kiemrust verbroken en gaat de aardappel uitlopen. In het donker ontstaan dan lange witte scheuten. Het uitlopen is tegen te gaan door de scheuten regelmatig te verwijderen. De knollen worden voor opslag vaak met kiemremmers behandeld. Een natuurlijke kiemremmer is carvon.

Een probleem bij aardappelen is 'stootblauw', het ontstaat doordat de knol tijdens of na het rooien beschadigd wordt door onder andere een te grote valhoogte, drukplekken, gooien of stoten. Bij een lage temperatuur neemt de gevoeligheid voor stootblauw toe. Onder de schil ontstaan blauwe plekken, die veel schilverlies geven. De blauwe plekken ontstaan doordat in kapotte cellen het aminozuur tyrosine en fenolen worden omgezet in het bruingrijze of blauwzwarte melanine.


Ziekten en plagen[bewerken | brontekst bewerken]

Aardappels zijn vatbaar voor diverse ziekten en plagen. Dat zijn bijvoorbeeld:

categorie ziekte, veroorzaker afbeelding
schimmels
Alternaria
Fusarium (droogrot)
Aardappel Phytophthora Fresco.jpg

Door fusarium aangetaste knollen (ras Fresco)
lakschurft (Rhizoctonia sp.)
netschurft (Streptomyces spp.)
zilverschurft (Helminthosporium solani)
Solanum tuberosum Helminthosporium solani (02).jpg

Zilverschurft
verwelkingsziekte
Verticillium albo-atrum
Verticillium dahliae
wratziekte
Synchytridium endobioticum.jpg

Wratziekte
oömyceet aardappelziekte (fytoftora)
Aardappel Parel Phytophthora.jpg

Phytophtora infestans
bacteriën stengelnatrot
Erwinia carotovora subsp. carotovora
Erwinia chrysanthemi
zwartbenigheid

(Erwinia carotovora subsp. atroseptica)

bruinrot
(Ralstonia solanacearum)
insecten bladluis
Aphidoidea puceron Luc Viatour.jpg

Bladluizen
coloradokever
Colorado potato beetle.jpg

coloradokever
Potato beetle larvae.jpg

Larven van coloradokever
nematoden
aardappelmoeheid (aardappelcystenaaltje)
Globodera rostochiensis
Globodera pallida
PotatoNematodeCysts.jpg

Globodera rostochiensis
wortelknobbelaaltjes
Meloidogyne hapla
Meloidogyne chitwoodii
Meloidogyne fallax
virussen en viroïden bladrolvirus
aardappel X-virus
aardappel Y-virus
aardappel S-virus
aardappelspindelknolviroïde (PSTVd)

Rassen[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn wereldwijd ongeveer 4000 aardappelrassen.[6] Hieronder volgt een lijst van aardappelen, die in België of Nederland worden geteeld. Er zijn ongeveer 200 rassen die in België en Nederland worden geteeld, de lijst is dus niet compleet.

bijzondere aardappelen op markt in New York

Verwerking[bewerken | brontekst bewerken]

Aardappelverwerking in Polygoonjournaal 1971

Consumptie-aardappels (45%)[bewerken | brontekst bewerken]

Gebakken aardappels
  • Aardappelchips: zeer dunne plakjes van 1mm dikte.
  • Cocotteaardappel: tonvormig gedraaid met een lengte van ongeveer 3cm.
  • Kasteelaardappel: tonvormig gedraaid met een lengte van ongeveer 5cm.
  • Aardappel in strovorm: zeer dunne reepjes van 2.5mm dik en 6 à 7mm lang.
  • Aardappelbrunoise: kubusjes van 1cm.
  • Aardappelnootjes: bolletjes gevormd met een noisettelepel met een diameter van 1.5cm.
  • Parisienne: bolletjes gevormd met een noisettelepel met een diameter van 1.5cm.
  • Aardappelsalade
  • Friet
  • Lucifer: lange reepjes van 6 à 7cm lang en met een dikte van 5mm.
  • Mignonette: balkjes van 6 à 7cm lang en 6 à 8mm breed.
  • Pont-neuf: balkjes van 6 à 7cm lang en een dikte van 2cm.
  • wafel: met behulp van een mandoline in wafelvorm gesneden.
  • Rösti
  • Vers (tafelaardappels)
  • Kleine aardappels worden krielaardappels genoemd.

Zetmeelaardappels (31%)[bewerken | brontekst bewerken]

Aardappelmeel

Pootaardappels (24%)[bewerken | brontekst bewerken]

Doré pootaardappelen
  • Verkoop in binnen- en buitenland als nieuw pootgoed

Anekdotes en wetenswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In juni 2008 is er een hoogoplopend conflict tussen Chili en Peru gemeld over de vraag in welk van deze twee landen de ware oorsprong van de aardappel ligt.[7][8]
  • Een anekdote doet de ronde dat toen de aardappel aan het Franse hof geïntroduceerd werd, de koks de aardappels zelf wegwierpen op de afvalhoop en juist het giftigste deel van de plant, de bessen, voor de koning en zijn gasten bereidden. Uiteraard beviel dit niet erg en de aardappels werden door de tuinman op de afvalhoop verbrand. Deze man was slechts een arme arbeider met veel kinderen. Toen hij de afvalhoop opruimde zag hij de geroosterde knollen en opende er een. Hij proefde ervan en concludeerde dat het prima eten voor zijn kinderen was.
  • Frederik de Grote voerde met het Kartoffelbefehl de aardappel in Pruisen in om hongersnoden te voorkomen. Nog steeds worden er uit erkentelijkheid aardappels op zijn graf gelegd.
  • Om de aardappeloogst uit de grond te halen (handmatig) werd vroeger het hele gezin ingeschakeld. Tijdens de oogst bleven vele kinderen dan ook weg van de schoolbanken. Dit bewoog de Belgische overheid ertoe om de herfstvakantie in te voeren.
  • In de tweede helft van de 18e eeuw aten mensen in sommige delen van de wereld gemiddeld een kilo aardappelen per dag. Tegenwoordig is dat ongeveer 100 gram per dag.
  • De zwaarste aardappel ooit woog 11 kg.[9][10]
  • De hoogste aardappelplanten ooit waren 2,5 meter hoog; dit kwam voor bij een poging tot kruising tussen Agria's en Bintjes.[11] De meeste aardappelplanten kunnen zo lang worden als ze gemolken worden. Melken wil hier zeggen dat de jonge knolletjes steeds van de plant verwijderd worden. Dit wordt gedaan bij de plantenveredeling om planten die normaal niet willen bloeien in bloei te krijgen en zo ze met elkaar te kunnen kruisen.
  • Het aardappelras Bintje is aan zijn naam gekomen doordat in het jaar 1905 bovenmeester Klaas de Vries samen met zijn leerlingen bezig was met het kweken van aardappelrassen. De mooiste aardappelsoort noemde hij naar zijn ijverigste leerling, Bintje Jansma.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jos Verniest e.a., De aardappel in België, het land van de friet, 2015, ISBN 9789491669033
  • John Reader, Propitious Esculent. The Potato in World History, 2008, ISBN 0434013188
  • Eddie Niesten and Ovide Standaert, Patatfooi. De gouden geschiedenis van een bescheiden knol, 2001 (= CAG Cahiers, nr. 1)
  • Larry Zuckerman, Potato. How the Humble Spud Rescued the Western World, 1999, ISBN 9780865475786
  • Willem H. Oliemans, Het brood van de armen. De geschiedenis van de aardappel temidden van ketters, kloosterlingen en kerkvorsten, 1988, ISBN 9789012058414

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]