Onderscheiding der geesten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.
Opgegeven reden: Zie commentaar bij nominatie. De appendix is bovendien bijna twee pagina's breed.

De onderscheiding der geesten is een theologisch concept waarmee het menselijk vermogen wordt bedoeld om de verschijningsvormen van goede en kwade geesten en hun invloeden op het menselijk bewustzijn, de verlangens en emoties te onderscheiden en te beoordelen. Dit met het oog op het volgen van de goede geest in het maken van keuzes, zodat die in overeenstemming zijn met Gods heilige wil en daarmee tot het diepste geluk leiden. Het is een begrip dat in letterlijke zin afkomstig is van de geschriften van de apostel Paulus, maar ook door de apostel Johannes in iets andere bewoordingen wordt gebruikt. In zijn Eerste Brief aan de Korinthiers, 12,10 spreekt Paulus over de speciale gave van de H. Geest om de verschillende soorten goed en kwade geesten die mensen bezielen te kunnen onderscheiden. In zijn Eerste Brief, 4, 1-6 spreekt Johannes over een criterium om de geesten te kunnen beoordelen: het al dan niet beamen van de werkelijke incarnatie van Jezus Christus.

Onderliggende christelijke antropologie[bewerken]

De Bijbelse antropologie kent de invloed van goede[1] en kwade[2] geesten[3] op de psyche en zelfs het lichaam van de mens. Uiteraard leiden deze verschillende invloeden tot innerlijke conflicten;[4] de christen is immers geroepen zich laten leiden door de Heilige Geest (Vgl. Gal. 5) en door de goede engelen (vgl. de engelenverhalen in de Handelingen van de apostelen: 8,26-27; 10,3-6; 12,7-10). Daarbij moedigt Paulus (Ef. 6,11-12 en Rom. 8,38-39) de volgelingen van Christus aan een geestelijke strijd te voeren tegen de machten van de duisternis, die zich kunnen vermommen als engelen van het licht (II Kor. 11,14), om te proberen de christenen van het volgen van de H. Geest af te houden. De invloed van de verschillende soorten geesten is meer of minder sterk:

  • De minste vorm van beïnvloeding vindt plaats door het aan het bewustzijn presenteren van gedachten, ideeën en gevoelens, die zowel inspirerend en opbouwend, als moreel verwerpelijk en afbrekend kunnen zijn. Hierop kan men dan al of niet ingaan. Voorbeelden van dit soort werking van goede geesten vinden we bij Maria, die de blijde boodschap ontvangt (Luc. 1,26-37) en er in vrijheid ja op kan zeggen en bij Petrus die te horen krijgt dat hij moet eten (Hand. 10,13; 11,7), wat hij ook niet kan doen. Anderzijds kunnen mensen bekoord worden door ingevingen van de duivel (zoals Jezus in de woestijn, Lc. 4,1-13), waarbij ze juist nee moeten zeggen tegen de impuls. Wegens de eventuele dubbelzinnigheid van ingevingen en zelfs profetieën, die mensen kunnen suggereren op een bepaalde wijze te handelen, mogen deze volgens Petrus nooit zonder uitleg zomaar aangenomen worden (II Petrus 1,2-21).
  • Een sterkere invloed kan ontstaan, als men zich laat leiden door, of overgeeft aan de ingegeven goede of slechte gedachten en/of gevoelens.[5] In deze zin kunnen zowel goede als kwade geesten je leven gaan bepalen, namelijk in de mate dat je ze zelf de kans geeft of er zelfs om vraagt. In positieve zin werd Elisabeth vervuld met de H. Geest en sprak bemoedigende woorden (Luc. 1, 41); Petrus kreeg inzicht in de ware aard van Christus en sprak dat uit (Mt. 16,17); gelovigen kunnen tijdens vervolgingen rekenen op de steun van de H. Geest, waaraan ze zich kunnen overgeven (Mc. 13,11); ook in de jonge Kerk werden tenslotte veel mensen vervuld door de H. Geest (Hand. 16,6; 19,5-6; Gal. 5,16-26). Voorbeelden in negatieve zin zijn de apostel Judas Iskarioth, aan wie de duivel had ingegeven Jezus te verraden, waarop hij zijn voorbereidingen trof (vgl. Joh. 13,2), en Hand. 5:3, waar Petrus stelt dat Ananias zijn hart heeft laten vullen met de satan en daardoor gelogen heeft tegen de H. Geest. Ook St. Paulus verwijt dat de Efeziërs zich hebben laten leiden door de geesten van de wereld (Vgl. Ef. 16,2,1-3).
  • Dan volgt de derde fase, waarin de satan het motorisch systeem van het lichaam werkelijk in bezit kan nemen, zonder dat men het uit zichzelf terug kan veroveren. Dit gebeurde met Judas na het ontvangen van het brood uit de hand van Jezus tijdens het laatste avondmaal (vgl. Joh. 13,27). De mogelijkheid van een dergelijke werkelijke overname door duistere machten, d.w.z. bezetenheid, wordt bevestigd door de vele exorcismen en duivel uitdrijvingen door Jezus (Mc. 1,34; Lc. 8,26-36).[6] Andere voorbeelden van obsessie en de bevrijding ervan zijn het uitdrijven van een 'waarzeggende' geest uit een vrouw (Hand. 16,16-19) en pseudoduiveluitdrijvers die zelf slachtoffer worden van de bezetene (Hand. 19,13-17). Omgekeerd kan ook de H. Geest iemand 'in bezit nemen', door iemand in extase te brengen, waarbij het gevoel van ruimte en tijd verdwijnt. Dit wordt o.a. beschreven door Paulus (II Kor. 12,4).
  • Deze drie fasen kunnen ook door meerdere mensen tegelijk worden beleefd. Zo kan een groep mensen of zelfs een bevolkingsgroep of natie in een bepaalde geestelijke sfeer boven zichzelf uitstijgen (vgl. Hand. 2,4; 4,32; 8,17), maar ook in een roes komen waarin ze tot vreselijke dingen in staat zijn (Hand. 7,57).

De onderscheiding der geesten kan in alle fasen plaatsvinden.
Uiteraard is er discussie over de objectieve realiteit van engelen en duivels; de onderscheiding kan echter volgens sommigen ook gedaan worden als men niet in het objectieve bestaan van geesten gelooft.[7] Deze opvatting vergemakkelijkt de weg naar de dialoog met de moderne psychologie.[8]

Onderscheiding der geesten in de H. Schrift[bewerken]

De onderscheiding der geesten wordt in de Bijbel op meerdere wijzen verwoord.[9]

Oude Testament[bewerken]

In het Oude Testament vinden we koning Salomon, die aan God om de gave van onderscheiding vraagt (I Kon. 3,7-12). God spreekt zowel door de profeten, als in het hart van de mens. Op beide terreinen is onderscheiding nodig. Criterium voor het onderscheiden van ware en valse profeten, is het feit of de voorspellingen van de profeet uitkomen (Deut. 18,21–22; Jer. 28:9 en 32,6–8). Jeremia 23,9-32 is een locus classicus tegen de valse profeten, waar nog andere criteria worden genoemd: ze aanbidden de valse goden (Baäl), ze verkondigen goed nieuws in plaats van oordelen, ze vertonen immoreel gedrag of werpen zich op ter verdediging ervan.[10] De onderscheiding van geesten in het hart van de mens is te beoefenen aan de uitwerking ervan in het leven. Veel criteria worden gegeven in het Boek Spreuken en het boek De Wijsheid van Jezus Sirach.

Nieuwe Testament[bewerken]

Het testen, beproeven of onderzoeken (dokimazein)[11] van de invloeden van geesten is in het Nieuwe Testament[12] vaker aan de orde, m.n. bij St. Paulus[13] en Johannes. De precieze term "onderscheiding der geesten" (diakriseis pneumatoon) komt in het Nieuwe Testament slechts éénmaal voor, en wel in I Kor. 12,10,[14] waar het een gave van de H. Geest is. In I Kor. 12,3 had Paulus echter al gesproken over het feit dat niemand "Jezus is de Heer" kan zeggen, dan tenzij door de H. Geest. De Thessalonicenzen roept St. Paulus op de geesten van de profetieën te onderzoeken (dokimazein) en te behouden wat goed is. In zijn Brief aan de Romeinen 8,5vv. komt het criterium aan bod dat het verlangen naar materiële of geestelijke dingen afhankelijk is van de soort geest die ons bezielt, en in 12,2 stelt hij dat het onderzoek (dokimazo) naar de wil van God nodig is. Aan de Efeziërs zegt hij dat men moet zoeken naar wat God aangenaam is (Ef. 5,10). In de Brief aan de Filippenzen 1,9-10a wenst hij dat christenen uitzoeken (dokimazein) wat het beste is. De onderscheiding wordt daar in één adem genoemd met het bezitten van de liefde. In de Brief aan de Hebreeën 5,14 wordt gesproken over het vermogen van de gevorderden een onderscheid (diakrisis) tussen goed en kwaad te maken.
In I Joh. 4,1vv. stelt de apostel Johannes, dat we bij profetieën de geesten, die de profeten bezielen, moeten onderzoeken, of ze uit God zijn of dat leugengeesten er de oorzaak van zijn. Criterium is of de geest beweert dat Jezus echt vlees is geworden.[15] In zijn Apocalyps zijn er volgens de Antroposofie meerdere criteria te vinden.[16]
Een criterium om te bezien of ingevingen en profetieën van God zijn, is of een eventuele invloed van de suggestieve macht goede of slechte vruchten voortbrengt (Vgl. Mt. 7,15-20 en 27-30; 12,33; Lc. 6,43-44). Meer specifiek geeft Gal. 5,19-21 de vruchten van de geest van zelfzucht en Gal. 5,22-23 de uitwerkingen van de H. Geest. De Brief van de heilige apostel Jakobus 3, 13-18 geeft tevens aan waaraan de hemelse en duivelse wijsheden te onderscheiden zijn: "...als ge in uw hart bittere naijver en eerzucht koestert, laat dan die grootspraak die in strijd is met de waarheid achterwege. Die wijsheid komt niet van boven, ze is aards, ongeestelijk, ja duivels. Want waar naijver en eerzucht heersen, daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken. De wijsheid van omhoog is vóór alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht!" Belangrijk is er steeds op te letten dat de boze geest zich kan voordoen als een engel van het licht (II Kor. 11,14). Daarom is in het proces van onderscheiding de Kerkgemeenschap van wezenlijk belang. Geen profetie kan zomaar eigenmachtig worden uitgelegd... (II Petr. 1,20). Petrus vervult daarbij een centrale rol (Mt. 16,17-19), maar ook de episkopoi, de bisschoppen hebben hun verantwoordelijkheid (I Tim. 4,1vv.).

Onderscheiding in de Oude Kerk[bewerken]

De eerste christenen leefden in een pluralistische maatschappij. Onderscheiding ten aanzien van het kunnen accepteren of verwerpen van profetieën[17] en allerlei andere meningen was cruciaal om Christus' boodschap integraal en zuiver te bewaren.[18] Verschillende woenstijnvaders spreken over de onderscheiding der geesten, niet op de laatste plaats omwille van hun existentiële religieuze ervaringen in de geestelijke strijd.[19] De geestesgaven moesten niet worden verward met psychische aandoeningen.[20] Hierbij is uiteraard een zich ontwikkelende pneumatologie,[21] angelologie en demonologie[22] van belang. Ook de kerkvaders laten zich niet onbetuigd.[23] Allereerst uiteraard in hun commentaren op de relevante Bijbelteksten, maar ook in afzonderlijke geschriften[24] en preken.[25] In de 'Brief van Barnabas' (70-136) wordt gesproken over het onderscheiden van de engel van het licht en die van de duisternis (18,1). De Didachè (eerste helft 2e eeuw) spreekt in de eerste 6 hoofdstukken over de twee wegen: van het leven en de dood; er worden criteria aangeboden voor de onderscheiding van degenen die pretenderen te spreken namens God.[26] In een ander anoniem geschrift, de Herder van Hermas (eerste helft 2e eeuw), lezen we:[27]

Aanhalingsteken openen

"Hoe, dan, ... zal ik de werking kennen van deze twee soorten engelen die in mij verblijven? Hier, zei hij, de engel van gerechtigheid is delicaat, bescheiden, vriendelijk en rustig. Wanneer deze het hart binnenkomt, dan spreekt hij meteen tot je over rechtvaardigheid, van zuiverhuid, van heiligheid en tevredenheid, van elke rechtvaardige daad. Wanneer al deze dingen in je hart binnenkomen, dan weet je dat de engel van gerechtigheid bij je is. Nu, kijk ook naar de werken van de engel van het kwaad. Ten eerste is hij ongedurig, bitter en betekenisloos, en zijn werken zijn slecht, ze onderwerpen de dienaren van God ... Telkens als een uitbarsting van boosheid of bitterheid over je komt, weet dan dat hij in je is."

Aanhalingsteken sluiten

Tertullianus (160-230) kent de noodzaak van de gave van het onderscheiden der geesten bij het beoordelen van de verschillende inspiratoren van dromen in zijn beschrijving van het martelaarschap van Perpetua (+203)[28] (hoewel anderen claimen dat dit verhaal van Perpetua zelf is[29]). Origenes (185-254), in zijn Peri Archoon, m.n. III,1, verwoordt de leer van de Schrift over de onderscheiding.[30] Hij ziet de mens als staande tussen de goede en kwade geesten, met een vrije wil om tussen dezen te kiezen. Hij heeft op dit gebied veel invloed gehad op latere vaders.[31] De woestijnvader Antonius (251-356) geeft een uitgebreide beschrijving van de onderscheiding in zijn brieven, en biedt aanwijzingen de geesten te onderscheiden. Zo zijn: constant klagen, elkaar beschuldigen, naar het uiterlijk oordelen, afgunst, etc. uitingen van de boze geesten.[32] Athanasius (295-373), in zijn Leven van Antonius geeft voorbeelden van het onderscheiden der geesten in het leven van Antonius,[33] maar ook verschillende aanwijzingen voor de onderscheiding der geesten.[34] In de Latijnse versie van dit verhaal komen de invloeden van de goede geest, nl. "non turbatus, tranquillus, gaudium, fiducia in animo, exsultatio, mens non turbida, sed lenis et placida, desiderium rerum divinarum, securitas animae" en van de boze geest: "mens turbata, cum sono et clamore, trepidatio, timor animae, cogitationes sine ordine, concupiscentia malorum, cordis hebetatio", duidelijk naar voren.[35] Voor hem leidt de onderscheiding uiteindelijk tot de deïficatie, het op God gelijkend worden.[36] Evagrius Ponticus (345-399), ook gevormd door St. Antonius,[37] legt een basis voor de praktische onderscheiding der geesten door zijn analyse van slechte gedachten ('noèmata', 'logismoi') en de aanwijzingen voor het afwijzen en bestrijden van de verleidingen van de boze.[38] Hij legt de basis voor de latere lijst van 7 hoofdzonden door acht slechte gedachten/passies te onderscheiden die van God afleiden, een onderscheiding die een grote invloed had op de ascetische literatuur na hem: gulzigheid, overspel, hebzucht, kwaadheid, verdriet, luiheid, ijdele glorie, trots.[39] Een voorbeeld van hoe Evagrius zich de invloed van de boze geest op de geest van de mens voorstelt, is:[40]

Aanhalingsteken openen

"Als de geest eenmaal zuiver in gebed is, zonder interferentie van de passies, vallen de demonen niet meer van links, maar van rechts aan. Ze stellen een zeker goddelijk verschijnsel voor, of een vorm waarbij de zintuigen zich thuis voelen, zodat de geest denkt dat het zijn doel door middel van gebed volmaakt bereikt heeft. Een ervaren asceet zei dat dit komt door de passie van ijdele glorie en omdat de demon die zich vasthecht aan een plaats rond de hersenen een trilling veroorzaakt in de aderen."

Aanhalingsteken sluiten

Augustinus (354-430) probeert in zijn De divinatione daemonum het werken van de kwade geesten in de menselijke geest te verklaren en geeft adviezen hoe ze te onderscheiden. Hij besteedt veel aandacht aan Gods stem in ons hart.[41] Johannes Cassianus (360-435)[42] bevestigt dat Antonius, de woestijnvader, de gave van de onderscheiding als de hoogste van alle genadegaven zag; ze is de moeder, de bewaakster en de gids van alle deugden (Gesprekken, 2,5).[43] Immers, of we nu vasten, bidden of aalmoezen geven, het de juiste maat weten te houden is belangrijker dan de werken zelf.[44] Hij kende de noodzaak van deze gave voor het geven van geestelijke leiding.[45] Voorwaarde voor een goed kunnen onderscheiden van de geesten die je bezoeken, is de deugd van nederigheid. Deze uit zich onder andere in twee gedragswijzen: nooit alleen besluiten nemen zonder het advies van wijze christenen, en je bekoringen en fouten open leggen bij je geestelijk leidsman (Gesprekken, 2,10-13).[46] Benedictus van Nursia (480-547) neemt in zijn Regel,[47] hfdst. 64[48] de uitdrukking discretionis matris virtutum, de onderscheiding, moeder van de deugden, waarschijnlijk over van Cassianus' Tweede conferentie.[49] De heilige paus Gregorius de Grote (540-604) legde het verband tussen eigen religieuze ervaring, de nederigheid, de gave van onderscheiding bij het lezen van de Schrift en de begeleiding van mensen bij het onderscheiden van deugden en ondeugden.[50] Johannes Climacus (heilige) (575-650) heeft in zijn Ladder[51] de 26e plaats toegekend aan de onderscheiding, de op 4 na hoogste trede van volmaaktheid.[52] Johannes Damascenus (675/76-749) bevestigt dat de deugd van de onderscheiding de grootste deugd is en geeft praktische aanwijzingen hoe met de verschillende slechte gedachten en passies om te gaan. Deze kerkvader spreekt van de volgende fasen van het ingaan op de bekoring: provocatie, koppeling, worsteling, passie, instemmen (dat erg dicht bij uitvoeren komt), actualiseren, en gevangenschap. Hij legt de nadruk op de nederigheid als voorwaarde om zuiver te kunnen onderscheiden.[53]

Onderscheiding in de Middeleeuwen[bewerken]

De monastieke traditie zette in de middeleeuwen de methoden van de Onderscheiding der geesten voort.[54] Monniken en hun abten hadden immers vaker met visioenen van doen, zoals bv. het geval was bij St. Norbertus van Gennep ( van Xanten) (1080-1234).[55] Maar ook andere stichters en vertegenwoordigers van nieuwe orden, zoals Bernardus van Clairvaux (1090-1153)[56] en zijn volgelingen, Cisterciënzers als Aelred van Rievaulx (1110-1167)[57] kenden de onderscheiding, zoals ook St. Franciscus van Assisi (1181-1226),[58] St. Bonaventura (1221-1274)[59] en de Franciscanen,[60] St. Dominicus (1170-1221)[61] en Dominicanen als St. Thomas van Aquino (1225-1274),[62] Meester Eckhart (1260-1328)[63] en Johannes Tauler (ca 1300-1361)[64] naast Augustijner Koorheren als de provinciaal Heinrich von Friemar der Ältere (1245-1340),[65] die als eerste een monograaf schreef over de onderscheiding der geesten, De quatttuor instinctibus (1315),[66] en wel over de vier onderscheiden invloeden op de geest: de goddelijke, engelachtige, duivelse en de natuurlijke.[67] Zijn orde- en naamgenoot, Heinrich von Friemar/Henricus de Vrimaria (der Jüngere) (1285-1354), schreef het invloedrijke De spiritibus, eorumque discretione libri 2.[68] Jan van Ruusbroec (1293-1381), die met name in zijn boeken die geestelike brulocht[69] en Vanden blinkenden steen[70] over onderscheiding spreekt, is terughoudend in het toepassen ervan. Hoewel een distinctio vaak wel mogelijk is, is discretio slechts voor een paar mensen en dan nog voor bepaalde perioden weggelegd.[71] Birgitta van Zweden (1303-1307) spreekt in haar vierde boek van haar openbaringen over de onderscheiding van de goede en de kwade geest.[72] Catharina van Siena (1347-1380) kende aan de onderscheiding een belangrijke plaats toe als één van de drie belangrijkste deugden: het is de tak aan de boom van liefde die gegrond is in de nederigheid.[73] Zij regelt de liefde tot de naaste en de strengheid van de boetedoeningen.[74]
Een belangrijke bijdrage tot het verder uitdiepen van dit onderscheidingsproces leverde de Augustijn Heinrich von Langenstein († 1397), met zijn Traktaat De discretione spirituum,[75] waarin ook hij de onderscheiding als onderdeel van zijn theologie en spiritualiteit een aparte plaats gaf. Een karthuizer, Ludolf van Saksen (+1377), schreef zijn Vita Christi[76] en 13 gebeden om de onderscheiding der geesten, die een grote invloed uitgeoefend hebben op Ignatius van Loyola.[77] Thomas a Kempis (1380-1471)) geeft in zijn De navolging van Christus[78] veel aanwijzingen over de verschillende uitwerkingen van de menselijke natuur en de genade (Bk. III, 53-54).[79] Ook in de hervormingsbeweging van de Moderne Devotie,[80] waar Thomas deel van uitmaakte, speelde de discretio een niet onbelangrijker rol, vooral in de praktijk van het geestelijk gesprek, de collatio.[81] Het gaat daarbij om een gesprek over een tekst, veelal uit de Schrift, waarbij de verschillende interpretaties als verschillende perspectieven een diepere betekenis doen ontdekken.[82] Samen met Geert Grote (1340-1384)[83] en Gerlach Peters (1378-1411),[84] ook van deze beweging, zal Thomas met zijn leer een grote invloed uitoefenen op Ignatius van Loyola en de Jezuïeten.[85]
In dit tijdsgewricht was er veel aandacht voor de werking van geesten,[86] de duivel en bezetenheid. Heksenprocessen moesten uitmaken of en in hoeverre de vrouw de boze had opgeroepen of toegelaten en deze haar in bezit had genomen.[87] De rechters kenden eigen methoden van onderscheiding.[88] Ook mystici, zoals de zalige Erminia van Reims (1347-1396)[89] hadden visioenen, waarvan ze wilden weten of deze nu van de boze of de goede geest kwamen.[90] In het proces van Jeanne d'Arc (1412-1431) komen deze lijnen bij elkaar.[91] Het is met name de Parijse hoogleraar Johannes Gerson (1363-1429) geweest die zich zeer heeft verdiept in deze materie,[92] overigens niet zonder zich op het Concilie van Konstanz (1414-1418) te vergissen in de beoordeling van St. Brigitta van Zweden (1303-1373)[93] en St. Catharina van Siena (1347-1380).[94]
In de Late Middeleeuwen werden er zo verschillende traktaten over de onderscheiding geschreven.[95] Dionysius de Karthuizer († 1471), de grote compilator van theologische visies in deze periode, heeft vele van de middeleeuwse traktaten zelfs gedeeltelijk letterlijk overgenomen in zijn De discretione et examinatione spirituum[96] en hen voorzien van een kritisch commentaar.[97] Op nog vele andere plaatsen schreef hij over de discretio, waarbij de samenhang met de deugd van prudentia vaker aan de orde kwam.[98]

Onderscheiding in de Nieuwe Tijd[bewerken]

De nieuwe tijd had veel aandacht voor de onderscheiding der geesten.[99] Niet alleen was het geloof in bezetenheid, heksen en spoken nog levendig[100], waardoor onderscheiding belangrijk bleef.[101] Ook de reformatie noodzaakte de institutionele en individuele onderscheiding der geesten, om de juiste leer en leven als christen te kennen en realiseren.[102]

Katholiek[bewerken]

Degene die verantwoordelijk is voor de brede verspreiding van de praktijk van de onderscheiding der geesten in de katholieke Kerk, is de heilige Ignatius van Loyola (1491-1556).[103] In zijn autobiografie[104] beschreef hij hoe hij op zijn ziekbed na het lezen van verschillende soorten literatuur ook verschillende uitwerkingen ervan als bepaalde bewegingen in zijn ziel proefde. Na het lezen van Bijbelverhalen, de Navolging van Christus en heiligenlevens uit de Gouden legenden: het leven van de heiligen van Jacobus de Voragine (1228-1298)[105] voelde hij blijvende troost,[106] terwijl hij zich onrustig voelde na het lezen van ridderromans. Deze ervaringen heeft hij uitgewerkt[107] in zijn Geestelijke oefeningen, met de regels voor de onderscheiding (nrs. 314-336).[108] In de Oefeningen zijn belangrijke uitgangspunten voor de onderscheiding het blijven binnen de kaders van de r.-k. Kerk (vgl. Geestelijke oefeningen 353 en 365) en de onverschilligheid oftewel de vrijheid ten aanzien van wat God zou kunnen vragen, zodat men werkelijk open staat voor wat het doel van ons leven werkelijk dient (vgl. nr. 23, de grondslag van de Geestelijke oefeningen). Deze regels past hij zelf toe in zijn Constituties,[109] geeft ze verder aan degenen die ze willen gebruiken in hun eigen geestelijke ervaringen, en schenkt ze als handvatten aan geestelijk begeleiders.[110] Overigens was hij realist genoeg om ook het tekort aan vermogen tot onderscheiding te laten aanvullen door de deugd van de gehoorzaamheid.[111] Zijn volgelingen, zoals de heilige Jezuïeten Peter Faber (1506-1546),[112] Hiëronymus Nadal (1507-1580)[113] en Louis Lallemant (1588-1635),[114] maar in zekere zin zelfs Theresia van Avila (1515-1582),[115] Philippus Neri (1515-1595),[116] Johannes van het Kruis (1542-1591)[117] en St. Franciscus van Sales (1567-1622),[118] die de vrijheid - die onderscheiding zowel veronderstelt als oplevert - onderstreepte,[119] namen zijn richtlijnen over. De Jezuïeten[120] en Franciscanen praktiseerden exorcismen, ook in de pas-ontdekte gebieden, zoals in Mexico.[121]
In de zeventiende eeuw bestond er ruime aandacht voor de onderscheiding.[122] Zo kende St. Vincentius a Paulo (1581-1660) de onderscheiding der geesten.[123] Kardinaal Giovanni Bona (1609-1674), uit de orde van de Cisterciënzers,[124] schreef in 1672 in briefvorm aan St. Bernardus van Clairvaux een artikel over de onderscheiding der geesten.[125] De kennis van de onderscheiding bleef echter niet beperkt tot priesters. Zusters waren er goed van op de hoogte, en konden er dankbaar gebruik van maken.[126]
In de achttiende eeuw continueert deze interesse. Een bekend Italiaans geestelijk schrijver, Giovanni Battista Scaramelli, SJ (1688-1752) heeft vlak voor de Franse Revolutie (Venetië, 1753) een invloedrijk boekje geschreven over de onderscheiding der geesten.[127] Ook werkte toen de heilige Alfonsus van Liguori (1696-1787), de stichter van de Redemptoristen, die Gods wil boven alles stelde, en de desolatio, de troosteloosheid, als één van de tekenen van de verwijdering van God beschouwde.[128] Ook gaf hij aanwijzingen voor het maken van de juiste keuzen inzake de levensstaat of roeping.[129] St. Gaspar Bertoni (1777-1853)[130] kende een grote rol toe aan de gevoeligheid voor de H. Geest.[131] Jan Philip Roothaan, S.J. (1775-1853), de 31e generaal van de Jezuïeten, en wel de tweede stichter genoemd, merkte op dat velen de bewegingen van de ziel niet eens bemerken.[132] In Ars-sur-Formans was het de heilige pastoor van Ars (1786-1859), die de gave van onderscheiding der geesten bezat als onderdeel van de kennis die hij bezat van de zielen die bij hem kwamen biechten.[133] De zalige John Henry kardinaal Newman (1801-1890) kent de "imaginative discernment", de onderscheiding van de verbeelding.[134] Hij is overtuigd van de werking van de engelen, niet alleen in de verbeelding van de mens, maar ook in de natuur.[135]

Protestant[bewerken]

In de protestantse kerkgenootschappen kende men het begrip eveneens. Maarten Luther (1483-1546) bracht de onderscheiding der geesten enerzijds in verband met de twijfel over de verlossing, die haar oorsprong ongetwijfeld in de influisteringen van de boze vindt, en anderzijds met de vertrouwvolle uitroep van ons hart, Abba, Vader, die zeker alleen van de H. Geest kan komen.[136] Johannes Calvijn zag de werking van de H. Geest bij het onderscheiden van de juiste interpretatie van de H. Schrift.[137] Gisbertus Voetius (1589-1676) had met René Descartes (1596-1650) een discussie over de discretio spirituum.[138] Uiteraard kon naast de noodzaak tot onderscheiding van de engelen van het licht[139] de vraag naar het onderscheiden van Gods wil niet uitblijven bij het ontstaan van de Kerk van Engeland.[140] Helaas werd er in de wederzijdse strijd tussen katholieken en protestanten niet altijd een taal gebruikt die door een christelijke onderscheiding zou kunnen worden goedgekeurd...[141] Hoewel het niet direct voor de hand lijkt te liggen, wordt er tegenwoordig zelfs gekeken naar overeenkomsten tussen de opvattingen van Luther en St. Ignatius.[142] Sommige reformatoren zagen de gave van onderscheiding echter als een genade die in de oude Kerk nodig was om goede en slechte bedienaren van het evangelie te onderscheiden, maar in hun eigen tijdsgewricht niet meer zo nodig was.[143] Mennonieten waren zich al in de 16e eeuw bewust van rol van de H. Geest in hun groepsbeslissingen.[144] De Quakers kenden al vroeg in de tweede helft van de 17e eeuw de noodzaak van onderscheiding der geesten.[145] Ze worden ook nu nog ten voorbeeld gehouden m.b.t. hun gemeenschappelijk proces van onderscheiden, zoals ten aanzien van de richtlijn om geen besluit te nemen zonder dat de hele groep een diepe innerlijke vrede voelt.[146] Jonathan Edwards (1703-1758) gebruikte de onderscheiding der geesten bij zijn vraag naar de zekerheid van de redding.[147]

Onderscheiding in de Nieuwste Tijd[bewerken]

In de 20e eeuw is er veel aandacht geweest voor de mystieke theologie.[148] M.n. de onderscheiding tussen echte mystieke ervaringen en hun menselijke en diabolische tegenhangers was van praktisch belang bij het begeleiden van de vele religieuzen,[149] zoals St. Gemma Galgani (1878-1903).[150] De kapucijn St. Pater Pio van Pietrelcino (1887-1968) bezat de gave van onderscheiding der geesten als geen ander, wat m.n. tot uitdrukking komt in zijn brieven aan zijn geestelijk leidsman.[151] Ook moderne theologen hebben zich ermee bezig gehouden, zoals de proces-theoloog Alfred North Whitehead (1861-1947)[152] en de apologeet C.S. Lewis (1898-1963).[153] Bekend is het gebed om onderscheiding van Reinhold Niebuhr (1872-1971): "God, geef me de genade om met rust de dingen te accepteren die niet veranderd kunnen worden, de moed om de dingen te veranderen waarvoor het nodig is, en de wijsheid om het verschil te kennen."[154]
Veel godsdienstwetenschappers,[155] zoals William James (1842-1910),[156] Rudolf Otto (1869-1937)[157] en Evelyn Underhill (1875-1941),[158] erkenden het belang van de onderscheiding der geesten in de religieuze ervaringen, omdat sommige van de duivel kunnen komen.
Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft in haar decreet Gaudium et Spes aandacht gevraagd voor het geweten als de diepste bron van de stem van God.[159] Theologen als de Jezuïet Karl Rahner (1904-1984)[160] en de Dominicaan Yves Congar (1904-1995)[161] verdiepten de theologische reflectie. Paus Johannes Paulus II heeft in 1987 in de Dom van Speyer naar de heiligen Rupert Mayer (1876-1945) en Edith Stein (1891-1942) verwezen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderscheid konden maken tussen de door propaganda veroorzaakte waan van de dag en de op God gerichte natuur van de mens.[162] Madeleine Delbrêl (1904–1964) voelde zich speciaal geleid door de kracht van de Geest die uitgaat van de Eucharistie.[163]

Tegenwoordige christelijke visies[bewerken]

  • Uiteraard zijn de leden van de door de St. Ignatius opgerichte orde van de Jezuïten nog steeds gespecialiseerd in de onderscheiding der geesten.[164] Het is voor jonge Jezuïeten zelfs hun motivatie Jezuïet te worden.[165] Ook de huidige Paus Franciscus laat er zijn eigen keuzen en leefwijze als paus door bepalen[166] en wijst op de noodzaak ervan in zijn apostolische adhortatie Evangelii gaudium[167] en in preken.[168]
  • Andere religieuze gemeenschappen en instituten kennen deze wijze van openstaan voor Gods wil eveneens.[169]
  • In de katholieke Kerk worden nieuwe theologische stromingen onderscheiden op hun conformiteit met de geloofsleer.[170] Ook ten aanzien van de verschillende echte en vermeende verschijningen van Jezus, Maria en andere heiligen, is de Katholieke Kerk expliciet en formeel bezig met de onderscheiding van de waarheid of valsheid van deze openbaringen.[171]
  • In de oecumene zou, volgens kardinaal Kurt Koch, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen, de onderscheiding der geesten een grotere plaats moeten krijgen.[172] Deze oecumenische dimensie omvat ook de reactie op de New Age praktijken, waarbij inmiddels een interkerkelijke werkgroep criteria heeft ontwikkeld.[173]
  • Noodzakelijk onderdeel van de interreligieuze dialoog zou volgens kardinaal Karl Lehmann de onderscheiding der geesten dienen te zijn.[174]
  • De pneumatologie, als leer van de H. Geest, ontwikkelt zich nog steeds.[175]
  • Voor de pastoraal in de Kerken en kerkgenootschappen is het belangrijk dat degenen die een (gewijd) ambt vervullen en de leken goed samenwerken, waarbij ieders talenten en verantwoordelijkheden tot ontplooiing kunnen komen. Deze coöperatie kan zeer bevorderd worden door te zoeken naar de convergerende leiding van de H. Geest in groeps-onderscheiding.[176]
  • De ontwikkeling van pastorale programma's in nieuwe parochie-verbanden kan geholpen worden door de onderscheiding der geesten.[177]
  • De protestants-christelijke charismatische vernieuwing kende het begrip in toenemende mate betekenis toe, juist vanwege de verschillende manifestaties van de H. Geest in enthousiasme,[178] profetieën,[179] genezingen, spreken in tongen, heilige lach,[180] neervallen in de Geest, etc.,[181] en de noodzaak deze te onderscheiden van de werking van de boze geesten of de menselijke geest zelf.[182] Ook het onderscheiden van demonische bezetenheid[183] en geestesziekte is er van groot belang.[184] De onderscheiding helpt niet slechts bij het bepalen van de authenticiteit van ambten,[185] maar tevens bij het bepalen van de juiste liturgie,[186] om de juiste existentiële keuzes te maken in het leven,[187] en om het leven van de Kerk te vitaliseren.[188] Nogal wat charismatici en leden van Pinksterkerken menen dat door de gave van de onderscheiding der geesten sommige mensen geesten kunnen zien, zoals Elisa de hemelse legerscharen waarnam (2 Kon. 6,15-17).[189] Sommige charismatische instituten gebruiken hun eigen methoden van onderscheiding inmiddels om instituten met onjuiste onderscheiding te identificeren.[190]
  • De katholieke charismatische vernieuwing, gestart in 1967 aan de Duquesne University te Pittsburgh, kent omwille van diezelfde redenen een eminent belang toe aan de onderscheiding van de geesten.[191]
  • De Orthodoxe Kerken, met haar traditie van starets, vereisen van deze geestelijke leidsmannen ook nu nog de gave van de onderscheiding.[192]
  • Een onafhankelijk geestelijk adviesbureau, dat onder andere kloosterweekenden organiseert, waardeert de methode zeer.[193]
  • In het kader van de ethiek, zowel in het algemeen[194] als bij existentiële medische beslissingen[195] en sociaal-ethische vraagstukken,[196] komt het begrip weer om de hoek kijken.

Christelijke methoden van onderscheiding[bewerken]

Persoonlijke onderscheiding[bewerken]

Het vermogen tot onderscheiding der geesten is nuttig voor iedereen in alle omstandigheden, maar vooral bij het maken van keuzen.[197] Individuele beslissingen kunnen worden voorbereid door het 'bidden in tweeën', waarbij men zich telkens, evt. met behulp van een toepasselijke Bijbeltekst in de Lectio divina,[198] een bepaalde tijd in één van de alternatieven inleeft en doet alsof de keuze hierop valt. Na zo'n poging schrijft men op wat men voor Jezus voelt. Als men aan het eind van verschillende inleefpogingen gekomen is, vergelijkt men de uitwerkingen ervan. Waar Jezus het meest wordt bemind en de relatie met Hem het sterkst gevoeld wordt,[199] is de H. Geest aan het werk, en is dat dus de te kiezen optie.[200] Meer seculier is het onderscheidend criterium waar je je het meest authentiek jezelf voelt.[201] Deze wijze van onderscheiding is bv. geschikt bij het zoeken naar zijn of haar roeping voor het huwelijk,[202] het priesterschap en het religieuze leven,[203] hoewel uiteraard anderzijds de bisschoppen en rectoren van seminaries[204] en de oversten van religieuze gemeenschappen[205] die roeping op hun beurt moeten onderscheiden.

Groepsbeslissingen in relaties, religieuze gemeenschappen en bestuurlijke gremia[bewerken]

De vooronderstelling van de onderscheiding der geesten is, dat de H. Geest en de goede geesten samenwerking en harmonie en in ieder geval consistentie van het groepsgedrag zullen veroorzaken. Daarom kunnen mensen ook met z'n tweeën (in een relatie!), of in een (religieuze) gemeenschap, in de politiek of bestuurlijke gremia samen proberen de geesten te onderscheiden om tot goede beslissingen te komen.[206] Deze methode is uitermate geschikt gebleken in keuzeprocessen bij religieuze gemeenschappen[207] en in de procedures naar samenwerkingsverbanden van parochies,[208] waar in crisistijden blokvorming werd vermeden en constructieve oplossingen werden gevonden. Er zijn teams die zich aanbieden bij deze onderscheiding dienstbaar te zijn.[209] Ook wordt er de suggestie gedaan dat er nieuwe wegen in de theologie gevonden kunnen worden door gemeenschappelijke theologisch-spirituele onderscheiding, zoals er ook in de natuurwetenschap door groepsinspanningen nieuwe research-programmes (Imre Lakatos) kunnen worden opgezet en ontdekkingen gedaan.[210]

Onderscheiding in andere godsdiensten[bewerken]

Vrijwel alle godsdiensten kennen geestelijke wezens die zich in onze wereld manifesteren via dromen, mystieke ervaringen, profetieën, orakels, etc. Hun signalen moeten worden herkend en de bron ervan moet worden beoordeeld, om zeker te zijn van de waarheid van de boodschap. Hoewel de specifieke term Onderscheiding der geesten niet voorkomt, zijn hiertoe in de verschillende religies vergelijkbare criteria ontwikkeld, die vaak hun plaats hebben in de traditionele geneeswijzen.[211]

Animisme[bewerken]

Uiteraard zijn animistische godsdiensten overtuigd van het overal aanwezig zijn van geesten, die bedreigend of gunstig gestemd kunnen zijn. M.n. tijdens ceremonies kan men zich door een of meerdere geesten laten bezitten, waarbij de onderscheiding uiteraard van groot belang is.[212]

Hindoeïsme[bewerken]

In de Bhagavad Gita, onderdeel van de Mahabharata (4e eeuw) leert Prins Arjuna de onderscheiding van Krishna. De laatste leert hem dat als een persoon alles wat in hem of buiten hem gebeurt waarneemt en onderscheidt, en zo geleid wordt van een staat van maya (illusie) naar het volmaakt begrip van satyasya atyam (de echte werkelijkheid) en vervolgens onthecht naar het goede handelt, hij sthithaprajna (gelijkmoedigheid) en samadhi (de diepste vorm van meditatie) bereikt.[213] In het beroemde gedicht Viveka Chudamani,[214] toegeschreven aan Adi Shankara (8e eeuw),[215] waarin de Advaita Vedanta filosofie[216] wordt beschreven, wordt als belangrijkste taak van het geestelijk leven het ontwikkelen van de onderscheidingszin, Viveka, gezien. Dit vermogen is het kroonjuweel van de essentiële voorwaarden voor Moksha, de bevrijding van de cyclus van dood en wedergeboorte. Overigens wordt door de International Society for Krishna Consciousness aandacht gegeven aan de christelijke methoden van onderscheiding der geesten.[217]

Boeddhisme[bewerken]

Prajna is, na Sila (deugd) en Samadhi (meditatie), de derde oefening in het Boeddhisme en is onderscheiding, inzicht, wijsheid, verlichting. Deze wijsheid zal in onze geest opwellen als ze puur is en kalm.[218] Ook kent deze religie vipasyana,[219] het ware inzicht in de werkelijkheid, waarbij projecties worden doorzien en losgelaten.[220] Er bestaat een aanwijsbare gelijkenis tussen de beschrijving van het proces van verzoeking bij de woestijnvaders en die van de Boeddhistische monniken.[221] Naast een vergelijkbare demonologie, is er een constructieve dialoog mogelijk tussen de Boeddhisme en H. Geest theologie, althans volgens Amos Yong.[222] Rose Mary Dougherty,[223] ziet overeenkomsten tussen de manier waarop christelijke en boeddhistische onderscheiding werkt.

Antieke religies[bewerken]

Het Orakel van Delphi wordt gezien als een speciaal geval van bezetenheid door geesten.[224] Cicero (106-43 v.Chr.) stelt in zijn De divinatione, I,19 dat de geest van het orakel lang vóór zijn tijd wel, en in zijn tijd niet meer betrouwbaar was, aan de hand van het criterium of de voorspellingen uitkomen of niet:

Aanhalingsteken openen

"Het Orakel van Delphi zou nooit zo vaak zijn bezocht, zo beroemd zijn, en zo vol staan met giften van volken en koningen van elke natie, als niet alle tijden de waarheid van de profetieën hadden getest. Voor een lange tijd is dat echter niet meer het geval. Daarom, zoals haar glorie nu is verdwenen doordat het niet meer bekend is omwille van de waarheid van haar voorspellingen, zo zou het vroeger nooit zo'n verheven reputatie hebben kunnen hebben, als het niet tot in de hoogste graad betrouwbaar was."

Aanhalingsteken sluiten

Ook Plutarchus (46-120 n.Chr.) vraagt zich in zijn De defectu oraculorum af waarom de orakels in zijn tijd niet meer werken.[225] De Neoplatoonse filosoof Iamblichus (250-330)[226] kent de mogelijkheid dat bij de orakels hoogmoedige en arrogante leugengeesten de ware, hogere geesten vervangen.[227] Eenzelfde opvatting kent Proclus (411-485), die stelt dat voorafgaande aan de ontmoeting met de hogere geesten, de lagere proberen je af te leiden.[228]

Jodendom[bewerken]

In de heilige boeken zien we profeten optreden, die niet altijd door de koningen en/of de bevolking als zodanig worden herkend of erkend. De behoefte aan onderscheiding tussen ware en valse profeten is continue aanwezig. Een van de criteria is de waarachtigheid van de voorspellingen (Deut. 18:21-22). Een ander blijkt na afloop van de strijd van de profeet Elia met de profeten van Baäl (I Kon. 18): alleen de echte God is in staat het offer te accepteren.
Joodse exorcismen[229] veronderstellen onderscheiding van goede en kwade geesten; slechts de laatsten moeten worden uitgedreven. De bezetenheid van koning Saul in Sam. 16,14-23 is in de Joodse geschriften wel de eerst genoemde vorm van onder controle staan van een geest. In het boek Tobit wordt Sara, de vrouw van de zoon van Tobit, Tobias, bevrijd van haar boze plaaggeest Asmodeüs (Tobit, 8). Onder de geschriften van Qumran zijn er teksten over de invloed van goede en kwade geesten, die de innerlijke onderscheiding aan de orde stellen.[230] Bij Flavius Josephus (37-100) vinden we voor het eerst de uitdrukking demonische bezetenheid.[231] Volgens het Testament van Salomon, een geschrift van de 15e-16e eeuw, kon koning Salomo de kwade geesten beheersen.[232] Vanaf de 17e eeuw wordt gesproken over de bezetenheid door een dybbuk, een ziel van een gestorvene.[233]

Islam[bewerken]

De Islam kent de Jinn, geesten die de mensen kunnen beïnvloeden.[234] en dus bestaat er de noodzaak hen te onderscheiden, zoals in dromen.[235] Voor Moslims is zowel de Torah[236] als de Koran zelf[237] Furquan, d.w.z. de onderscheiding, oftewel het onderscheidende criterium.[238] Daarnaast kent men de termen huda en dalal, resp. leiden en misleiden,[239] waarbij God zelf degene is die leidt, maar aan mensen de keus tussen goed en kwaad voorhoudt.[240] De Soefi's kennen Basira en Firasa (Inzicht en Onderscheiding), waarbij ze de diepere, spirituele realiteit waarnemen, en voorafgaand aan hun daden de uitkomst ervan kennen.[241]

Seculiere vormen van onderscheiding[bewerken]

In de psychologie en psychiatrie[bewerken]

  • Het onderwerp krijgt in toenemende mate aandacht.[242]
  • Men probeert duidelijkheid te krijgen ten aanzien van de differentiaaldiagnose tussen specifiek psychiatrische ziektebeelden en de spirituele onderscheiding der geesten,[243] om vandaar uit ook samen te werken tussen de psychiatrie en het bevrijdingspastoraat.[244]
  • Sommigen proberen de onderscheiding der geesten te vervangen door Jungiaanse analyse.[245]
  • Anderen herleiden de onderscheiding der geesten tot moraalpsychologische regels.[246]
  • Ook wordt de troost en troosteloosheid wel gezien als een geïnternaliseerde stem van de heersende sociale orde.[247]
  • In de psychologie van het keuze-maken wordt er aandacht besteed aan gevoelens en onderscheiding.[248]
  • Analoog aan de onderscheiding der geesten, diagnosticeert de cognitieve gedragstherapie de denkschema's van mensen en de uitwerking ervan op de gevoelens.[249] Door het veranderen van de wijze van denken, probeert men succesvolle gedragspatronen en gevoelsbeheersing te bereiken.[250]
  • Het begrip flow van Mihaly Csikszentmihalyi is verwant aan het begrip troost, dat zo'n prominente rol speelt in de onderscheiding der geesten. Daar waar het stroomt, waar het leven voelbaar wordt, is de grootste creativiteit en het grootste uithoudingsvermogen.[251]
  • Martin Seligman met zijn positieve psychologie[252] sluit hierbij aan.
  • In neurofeedback wordt men zich bewust van de effecten van bepaalde situaties en gedachten op het gevoelsleven.[253]
  • In sommige abdijen probeert men vanuit de combinatie van spiritualiteit en psychologie meer seculiere vormen van onderscheiding aan te bieden.[254]

In de filosofie[bewerken]

  • Socrates (469-399) heeft in zijn leven de stem van zijn daimon onderscheiden van vele andere indrukken, en was hiermee een beoefenaar van de kunst van het onderscheiden van geesten.[255]
  • Blaise Pascal (1623-1662) stelde dat het hart redenen heeft die de rede niet kent.[256]
  • Men probeert de Ignatiaanse onderscheiding ook wel filosofisch te analyseren.[257]
  • Het kritische zelfbewustzijn zou men in een bepaalde vorm een moderne vorm van onderscheiding der geesten kunnen noemen.[258]
  • Filosofische reflectie op religieuze onderscheiding is mogelijk.[259]
  • Men spreekt wel over de onderscheiding van de geesten van de modernen en postmodernen.[260]
  • In de filosofische theologie van bv. Ian Ramsey (1915-1972), Paul van Buren (1924-1998) en Alan Richardson (1905-1995) spreekt men vaker van "onderscheidings situaties", waarbij zowel de onderscheiding van Gods stem, als het existentiële antwoord van belang zijn.[261]

In de sociologie[bewerken]

  • De gemeenschap blijkt een belangrijke rol te spelen in het al of niet als heilig interpreteren van bepaald gedrag.[262]
  • De sociologie van de wetenschap blijkt doordrongen te zijn van de noodzaak van het gemeenschappelijk onderscheidingsproces.[263]

In opvoeding en onderwijs[bewerken]

  • Belangrijk is dat (jonge) vrouwen de verleidingen van de wereld leren herkennen en weerstaan.[264]
  • Er zijn leraren die hun leerlingen aanbevelen te reflecteren op de uitwerkingen van hun keuzen en handelingen in hun gevoels- en sociale leven, waardoor ze beter voorbereid zijn op het maken van de juiste keuzes in vergelijkbare situaties.[265]

In de taal en letterkunde[bewerken]

  • In de poëzie vinden we het begrip van het geweten, d.w.z. de plaats waar we de invloed van de geesten ervaren, aangeduid als een kompas. Zo kunnen we het gedicht van Ida Gerhardt (1905-1997) Reiskameraad (uit: 'De adelaarsvarens', 1988) interpreteren: het gevonden kompas Boreas is de gave van de Stem van God in het diepst van ons hart om de weg te vinden in het leven.[266]

In het bedrijfsleven[bewerken]

  • Het begrip innerlijk kompas is actueel. Er wordt mee bedoeld dat men als leidinggevende dicht bij zichzelf moet blijven, authentiek is. Dit kompas vindt men door te reflecteren op de belangrijke momenten in het leven, waar men geraakt werd en men zich op zijn best voelde. Dat gevoel proberen vast te houden, door je denken en doen daarop af te stemmen is het kompas volgen.[267]

In de esoterie[bewerken]

  • Er wordt de noodzaak gezien om de verschillende manifestaties van de New Age beweging te onderscheiden, zoals door pater drs. J.M. Touw O.S.B., die verschillende criteria aanreikt.[268]
  • Vanuit parapsychologisch standpunt kent men ook de noodzaak van de onderscheiding der geesten, zoals bv. Emanuel Swedenborg (1688-1772) aangeeft.[269]
  • Shamanen zien de onderscheiding als fundamenteel voor hun werk.[270]
  • In kringen van mensen die claimen contacten te hebben met buitenaardse wezens wordt eveneens gesproken over goede en kwade geesten, die onderscheiden moeten worden.[271]

Literatuur[bewerken]

Algemene literatuur[bewerken]

katholiek[bewerken]

  • Hans Urs von Balthasar, "Reflections on the discernment of spirits", in: Communio: International Catholic Review 7(1980), p. 196–208
  • Ludovic-Marie Barrielle, Rules for Discerning the Spirits, Kansas City, MO: Angelus Press, 1995
  • Jean-René Bouchet, "De onderscheiding der geesten", in: Concilium, 15(1979)8, p. 105–109
  • Hans Buob, Die Gabe der Unterscheidung der Geister, Fremdingen: Unio Verlag, 2006
  • Mariette Canévet, "Sens spirituel", in: Dictionnaire de spiritualité. Ascétique et mystique. Doctrine et histoire, Paris: Beauchesne, 1932-1995, vol. xiv (1990), p. 598–617.
  • Par Un Chartreuze, Le Discernement des Esprits, Paris: Presses de la Renaissance, 2003
  • Maureen Conroy, The Discerning Heart. Discovering a Personal God, Chicago: Loyola Press, 1993
  • Paul Deselaers, "'Prüft die Geister, ob sie aus Gott sind'" (I Joh. 4,1). Spiritualität als Bemühung zur Unterscheidung der Geister", in: Jahrbuch für Biblische Theologie bnd 24(2009): Heiliger Geist, p. 341–368
  • Casiano Floristán, Christian Duquoc, red., Discernment of the Spirit and Spirits (Concilium), New York: Seabury, 1979
  • Mary Margareth Funk, Discerment Matters. Listening with the Ear of the Heart, Collegeville, Minnesotta: Liturgical press, 2013
  • Paul L. Gavrilyuk, Sarah Coakley, red., The Spiritual Senses: Perceiving God in Western Christianity, Cambridge: Cambridge University Press, 2011
  • Donald Gelpi, Discerning the Spirit: Foundations and Futures of Religious Life, New York: Sheed and Ward, 1970
  • Bertrand Georges, Faire les Bons Choix au bon moment. Discerner, choisir, décider dans l'Esprit Saint, Burtin: Éditions des Béatitudes, 2007
  • Manuel Ruiz Jurado, Il discernimento spirituale. Teologia, storia, pratica, Milano: Sn Paulo, 1997
  • P.S. Kaene, "Discernment of Spirits. A Theological Reflection", in: American Ecclesiastical Review 168(1974), p. 43–61
  • Morton Kelsey, Discernment: A Study in Ecstasy and Evil, New York: Paulist Press, 1978; Duits: vert. Bernhard Wolf, Trance, Ekstase und Dämonen. Zur Unterscheidung der Geister, München: Claudius, 1994
  • A.T. Khoury, red., Zur Unterscheidung der Geister, Altenberg, 1994
  • E.E. Larkin, Silent presence: discernment as process and problem, Denville, N.J., Dimension Books, 1981
  • David Lonsdale, Thomas Green, Listening to the Music of the Spirit: The Art of Discernment, Notre Dame, IN: Ave Maria Press, 1993
  • Philippe Madre, Discernément des esprits, Nouan-le-Fuzelier-Paris: Pneumathèque, 1992
  • Edward Malatesta, red., Discernment of Spirits, Collegeville, MN: Liturgical Press, 1970 (Vertaling, door Innocentia Richards, van artikelen van Jacques Guillet, Gustav Bardy, François Vandenbroucke, Joseph Pegon en Henri Martin in: Dictionnaire de Spiritualité Ascetique et Mystique, Paris: Beauchesne, 1932-95, vol. III, koll. 1222-1291)
  • Mark McIntosh, Discernment and Truth. The Spirituality and Theology of Knowledge, New York: Crossroad Publishing, 2004
  • Joan Mueller, Faithful Listening: Discernment in Everyday Life, Lanham, Maryland: Sheed and Ward, 1996
  • Jorg Müller, Zur Unterscheidung der Geister: Wege zum geistlichen Leben, Stuttgart: Steinkopf, 1995
  • Henri J. M. Nouwen, Discernment: Reading the Signs of Daily Life, New York: Harper Collins, 2013
  • Henri J. M. Nouwen, Michael J. Christensen, Spiritual Formation: Following the Movements of the Spirit, New York: HarperOne, 2010
  • Jacques Philippe, In de school van de Heilige Geest, Kampen: Kok, 1998 (Vgl. http://www.frjacquesphilippe.com/theme/spiritual-discernment)
  • Idem, Innerlijke rust als weg naar God, Kampen: Kok, 1999
  • Susan Rakoczy, The Structures of Discernment processes and the Meaning of Discernment Language in Published U.S. Catholic Literature, 1965-1978: An Analysis, Ph.D. diss., Washington, DC: The Catholic University of America, 1980
  • Francesco Rossi de Gasperis, Ignace de la Potterie, et al., Il Discernimento Spirituale del Cristiano Oggi, Rome: Fies, 1984
  • Marko Ivan Rupnik, Il discernimento, 2 dln., Roma: Lipa, 2001
  • Idem, Discernment. Acquiring the Heart of God, Boston: Pauline Books, 2006
  • Casiano Floristán Samanes, Christian Duquoc, red., Discernment of the Spirit and of Spirits, Seabury Press, 1977
  • Marianne Schlosser, Die Gabe der Unterscheidung. Texte aus zwei Jahrtausenden, Würzburg: Echter, 2008
  • Carol Ann Smith, Eugene Merz, Joanne Emmer, Finding God in Each Moment: The Practice of Discernment in Everyday Life, Notre Dame, Ind.: Ave Maria Press, 2006
  • Günter Sweitek, "Discretio spirituum. Ein Beitrag zur Geschichte der Spiritualität", in: Theologie und Philosophie 47(1972), p. 36–76
  • Günter Sweitek, "Unterscheidung der Geister. Biblische Grundlage und geschichtliche Entwicklung", in: Ordenskorrespondenz 18(1977), p.59–70
  • Kees Waaijman, "Discernment: Its History and Meaning", in: Studies in Spirituality 7(1997), p. 5–41
  • Kees Waaijman, "Discernment and biblical spirituality: an overview and evaluation of recent research", in: Acta Theologica 2013 Suppl. 17, p. 1–12 (http://www.ajol.info/index.php/actat/article/viewFile/96149/85507)
  • Heinrich Weinel, Die Wirkungen des Geistes und der Geister im nachapostolischen Zeitalter bis auf Irenäus, Charleston, SC: BiblioBazaar, 2009
  • Josef Weismayer, "Zur Geschichte und Theologie der Unterscheidung der Geister", in: Adel Th. Khoury, red., Zur Unterscheidung der Geister, Altenberge, 1994, p. 30–72

protestant/evangelicaal[bewerken]

  • Bibliografie: http://spiritualityshoppe.org/discernment-a-select-bibliography/
  • Susan Banks, Discernment - God's Inner Guidance to All Believers, Kirkwood, MO: Impact Christian Books, 2013
  • Erik A. de Boer, "Dienst aan het levende Woord. Over de gaven van profetie en onderscheiding van geesten", in: H. ten Brinke – J.W. Maris, red., Geestrijk leven, Barneveld: De Vuurbaak, 2006, p. 219–236.
  • Ingeborg Bertau, Unterscheidung der Geister: Studien zur theologischen Semantik der gotischen Paulusbriefe (Erlanger Studien 72), Erlangen: Palm und Enke, 1987
  • Tim Chalies, The Discipline of Spiritual Discernment, Wheaton, Ill.: Crossway Books, 2007
  • Simon Chang, Spiritual Theology: A Systematic Study of the Christian Life, Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1998, hfdst 11: "The Discernment of Spirits"
  • Michael French, Unterscheidung der Geister anhand der Apokalypse des Johannes, Schaffhausen: Novalis, 2004
  • Luke Timothy Johnson, Scripture & Discernment: Decision Making in the Church, Nashville, TN: Abingdon Press, 1996
  • Hansjürgen Knoche, Unterscheidung der Geister: Einheit braucht Wahrheit. Wider die "Differenz-Oecumene" in Deutschland, Norderstedt: Books on Demand, 2009.
  • Cees van der Kooi, "The Appeal to the Inner Testimony of the Spirit, especially in Herman Bavinck", in: Journal of Reformed Theology 2(2008), p. 103–112.
  • Roberts Liardon, Sharpen your Discernment, New Kensington, Penn.: Whitaker House, 2004
  • Elizabeth Liebert, The Way of Discernment: Spiritual Practices for Decision Making, Louisville, Kentucky: Westminster John Knox Press, 2008
  • Watchman Nee, Spiritual Discernment, New York: Christian Fellowship Publishers, 2010
  • Loek J. Oudeman, Charisma van onderscheiding der geesten, Nijmegen, Kath. Univ., Diss., 1987
  • Gary H. Patterson, Guidelines for Spiritual Discernment. Discovering the Key to Correctly Perceiving and Relating to God and Man, Maitland, FL: Xulon Press, 2003
  • Mart-Jan Paul, red., Geestelijke strijd. Demonie en bevrijding in christelijk perspectief, Zoetermeer: Boekencentrum, 2007
  • Eric Pement, red., Contend For the Faith: Collected Papers of the Rockford Conference on Discernment and Evangelism, Chicago: Evangelical Ministries to New Religions, 1992
  • Derek Prince, Protection from Deception, Charlotte, NC: Derek Prince Ministries, 2008
  • Eduard Schweizer, "On distinguishing between spirits", in: The Oecumenical Review 41(1989), p. 406–415
  • Gordon T. Smith, The Voice of Jesus. Discernment, Prayer and the Witness of the Spirit, Westmont, Ill.: Intervarsity Press, 2003
  • Bruce K. Waltke, Finding the Will of God. A Pagan Notion?, Grand Rapids, Mich.: Eerdmans, 2002
  • Amos Yong, Discerning the Spirit(s). A Pentecostal-Charismatic Contribution to Christian Theology of Religions, Sheffield: Sheffield Academic Press, 2000
  • Amos Yong, "Spiritual Discernment: A Biblical-Theological Reconsideration", in: Wonsuk Ma, Robert Menzies, red., The Spirit and Spirituality. Essays in Honor of Russell P. Spittler, London: T&T Clark, 2004, p. 83–107

orthodox[bewerken]

  • Robert M., Jr. Bowman, Orthodoxy & Heresy: A Biblical Guide to Doctrinal Discernment, Baker Publishing Group, 1992
  • John T. Chirban, Sickness or Sin? Spiritual Discernment and Differential Diagnosis, Brookline, MA: Holy Cross Orthodox press, 2004
  • Janet Elaine Rutherford, One Hundred Practical Texts of Perception and Spiritual Discernment From Diadochos of Photike (Belfast Byzantine Texts and Translations 8), Belfast: Institute of Byzantine Studies, University of Belfast, 2000
  • Spiritual Discernment in the Orthodox Tradition

Ignatius van Loyola[bewerken]

  • Ignace de Loyola, Texte autographe des Exercises Spirituels et documents contemporains (1525-1615), Paris: Desclée de Brouwer, 1985
  • Ignatius van Loyola, Geestelijke oefeningen, Ingel. en vert. door P. Penning de Vries, Tielt: Lannoo, 1980
  • Ignatius van Loyola, De geestelijke oefeningen, Hilversum: Gooi en Sticht, 1994 ISBN 903040745X
  • Heinrich Bacht, "Die frühmonastischen Grundlagen ignatianischer Frömmigkeit", in: Friedrich Wulf, red., Ignatius von Loyola. Seine Geistliche Gestalt und sein Vermächtnis 1556-1956, Würzburg: Echter, 1956, p. 223–265
  • Leo Bakker, Freiheit und Erfahrung. Redaktionsgeschichtliche Untersuchungen über die Unterscheidung der Geister bei Ignatius von Loyola (Studien zur Theologie des Geistlichen Lebens, 3), Würzburg: Echter Verlag, 1970, 19982
  • William Barry, S.J., "Toward a Theology of Discernment", in: The Way, Supplement 64 (Spring 1989), p. 129–40
  • William Barry, S.J., "Ignatius of Loyola's Discernment of Spirits", in: Human Development 11(1990)3, p. 5-11
  • J.H.T. van den Berg, De onderscheiding der geesten in de correspondentie van Sint Ignatius van Loyola volgens "Series prima" van de "Monumenta Ignatiana", Uitg. Canisianum, 1958
  • Dominique Bertrand, Le discernément en politique avec Ignace de Loyola, Paris: Cerf, 2007
  • M.O. Boyle, "Angels black and white: Loyola's spiritual discernment in historical perspective", in: Theological Studies 44(1983), p. 241-257
  • Michael J. Buckley, The Structure of the Rules for Discernment of Spirits (http://loyolahall.co.uk/lp/wp-content/uploads/The-Structure-of-the-Rules-for-Discernemtn-of-Spirits-Michael-Buckley-Way-Supplement-20.pdf)
  • J. Bots, S.J., red., Het Kompas van het Geweten. Gewetensbeslissingen gespiegeld aan Ignatius' gewetenservaring, Oegstgeest: Colomba, 1991
  • Gary Coleman, The Discernment of Spirits, Program to Adapt the Spiritual Exercises, Chicago: Loyola University Press, 1973
  • Jörg Dantscher, Auf Gottes Spur kommen. Ignatianische Exerzitien - auch für den Alltag, Ostfildern: Schwabenverlag, 2004
  • Adrien Demoustier, Les exercises spirituels de S. Ignace de Loyola. Lecture et pratique d'un texte, Paris: Éditions Facultés Jésuites de Paris, 2006
  • Philip Endean, "Discerning Behind the Rules: Ignatius’ First Letter to Teresa Rejadell", in: The Way, Supplement, 64(1989), p. 37-50.
  • Jacques Fédry, Libre pour se décider. La manière d'Ignace de Loyola, Paris: Vie Chrétienne, 2010
  • J.C. Futrell, "Ignatian Discernment", in: Studies in the Spirituality of Jesuits 2(1970)2, p. 1–88
  • Timothy Gallagher, The Discernment of Spirits. An Ignatian Guide for Everyday Living, New York: Crossroad Publishing, 2005
  • Timothy Gallagher, Spiritual Consolation. An Ignatian Guide for the Greater Discernment of Spirits, New york: Crossroad Publishing, 2007
  • Timothy Gallagher, Discerning the Will of God. An Ignatian Guide to Christian Decision Making, New York: Crossroad Publishing, 2009
  • Donald L. Gelpi, SJ, Discerning the spirit: foundations and futures of religious life, Sheed and Ward, 1970
  • Maurice Giuliani, L’Expérience des Exercises Spirituels dans la vie, Paris: Desclée de Brouwer, 2003
  • Thomas H. Green S. J., Weeds Among the Wheat – Discernment: Where Prayer and Action Meet, Notre Dame, IN: Ave Maria Press, 1984
  • Jacques Haers, Hans van Leeuwen, Mark Rotsaert, Mary Blickman, The Lord of Friendship: Friendship, Discernment and Mission in Ignatian Spirituality, Oxford [U.K.]: Way Books, 2011
  • Albert Keller, Vom guten Handeln: In Freiheit die Geister unterscheiden (Ignatianische Impulse, 45), Würzburg: Echter, 2010
  • Albert Keller, "Zur „Unterscheidung der Geister“ in den ignatianischen Exerzitien", in: Geist und Leben 51(1978), p. 38–54
  • Stefan Kiechle, The Art of Discernment. Making Good Decisions in your World of choices, Notre Dame, Ind.: Ave Maria Press, 2005
  • Gordon James Klingenschmitt, How to See the Holy Spirit, Angels, and Demons: Ignatius of Loyola on the Gift of Discerning of Spirits in Church Ethics, Eugene, OR: Wipf and Stock, 2013
  • Willi Lambert, ""Diskrete Liebe": zur Unterscheidung der Geister", in: Korrespondenz zur Spiritualität der Exerzitien 45(1995), p. 3–114
  • David Lonsdale, Dance to the Music of the Spirit: The Art of Discernment, London: Darton, Longman and Todd, 1992
  • Robert Marsh, "Instemming en afwijzing", in: Cardoner (2007)2, p. 80-96
  • Franz Meures,S.J., "Was heißt Unterscheidung der Geister?", in: Ordenskorrespondenz 31(1990), p. 272-291.
  • Jorg Müller, Zur Unterscheidung der Geister. Wege zum geistlichen Leben, Steinkopf, 2003³
  • Piet Penning de Vries, S.J., Ignatius en het onderscheiden van de geesten, Amsterdam/Tielt: Lannoo, 1979
  • Hugo Rahner, Ignatius von Loyola und das Geistesgeschichtliches Werden seiner Frömmigkeit, Graz, Salzburg, Wien, 1947
  • Hugo Rahner, "Werdet kundige Geldwechsler. Zur Lehre von der Unterscheidung der Geister", in: Friedrich Wulf, red., Ignatius von Loyola. Seine Geistliche Gestalt und sein Vermächtnis 1556-1956, Würzburg: Echter, 1956, p. 301–342
  • Karl Rahner, "Die Ignatianischen Logik der existentiellen Erkenntniss. Ueber einige theologische Probleme in den Wahlregeln der Exerzitien des heiligen Ignatius", in: Friedrich Wulf, red., Ignatius von Loyola. Seine Geistliche Gestalt und sein Vermächtnis 1556-1956, Würzburg: Echter, 1956, p. 348–405
  • Sylvie Robert, Une autre connaissance de Dieu. Le discernément chez Ignace de Loyola, Paris: Édition du Cerf, 1997
  • Mark Rotsaert, vert. en toel., Geestelijke onderscheiding bij Ignatius van Loyola, Averbode: Altiora, 2012
  • Marjorie O'Rourke Boyle, "Angels Black and White. Loyola's Spiritual Discernment in Historical Perspective", in: Theological Studies 44(1983), p. 241–257 (http://www.ts.mu.edu/readers/content/pdf/44/44.2/44.2.3.pdf)
  • Karlheinz Ruhstorfer, "Spiritualität und Rationalität in der Alten Kirche und bei Ignatius von Loyola", in: Theologie und Glaube 92(2002), p. 408 – 428 (http://www.freidok.uni-freiburg.de/volltexte/2216/pdf/spiritualitaet.pdf)
  • L. Rulla, "Discernimento degli spiriti e antropologia cristiana", in: Recherches Ignatiennes 5(1978), p. 1–39
  • Michael Schneider, "Unterscheidung der Geister": Die ignatianischen Exerzitien in der Deutung von E. Przywara, K. Rahner und G. Fessard (Innsbrucker Theologische Studien), Innsbruck/Wien: Tyrolia Verlag, 19872
  • J.R. Sheets, "Profile of the Spirit: A Theology of Discernment of Spirits", in: David Fleming, red., Notes on the Spiritual Exercises of St. Ignatius of Loyola. The Best of the Review, St. Louis, MO, Review for Religious, (1983)1, p. 214–225
  • Joseph Tetlow, Making Choices in Christ. The Foundations of Ignation Spirituality, Chicago: Loyola Press, 2008
  • Mark Thibodeaux, God's Voice Within. The Ignatian Way to Discover God's Will, Chicago: Loyola Press, 2010
  • Jules Toner, A Commentary on St. Ignatius of Loyola's Rules for the Discernment of Spirits, St. Louis: The Institute of Jesuit Sources, 1981
  • Jules Toner, Discerning God's Will: Ignatius of Loyola's Teaching on Christian Decision Making, St. Louis: The Institute of Jesuit Sources, 1991
  • Jules Toner, Spirit of Light or Darkness: A Casebook for Studying Discernment of Spirits, St. Louis: The Institute of Jesuit Sources, 1995
  • Jules Toner, What is Your Will, O God? A Casebook for Studying Discernment of God’s Will, St. Louis: The Institute of Jesuit Sources, 1995.
  • Willien van Wieringen, "De Heilige Geest en de Geestelijke Oefeningen van Ignatius van Loyola. Goede en kwade geesten in een bijbelse retraite", in: Interpretatie 20(2012)4, p. 40-43
  • Pierre Wolff, Discernment. The Art of Choosing Well, Based on Ignatian Spirituality, Liguori Publications, 2003
  • Hans Zollner, Trost-Zunahme an Hoffnung, Glaube und Liebe. Zum theologischen Ferment der Ignatianischen "Unterscheidung der Geister", Innsbruck/Wien: Tyrolia, 2004, met recensie door J. Mathew Ashley, in Theological Studies 67(2006)4, p. 917–19.

Gemeenschappelijke onderscheiding[bewerken]

  • Michel Bacq, Jean Charlier, Pratique du discernement en commun. Manuel des accompagnateurs, Namur: Fidélité, 2006
  • William Barry, "Toward communal discernment: Some practical suggestions", in: The Way. Supplement 58(1987)spring, p. 104–112
  • V. Curtiss, Guidelines for communal discernment, Louisville, KY: Presbyterian Church U.S.A., 2008
  • Rose Mary Dougherty, Group Spiritual Direction: Community for Discernment, New York: Paulist Press, 1995
  • Rose Mary Dougherty, The Lived Experience of Group Spiritual Direction, New York: Paulist Press, 2003
  • C. Elfond, We discern together: group guidance in the Reformed tradition. Thesis (D Min). Washington, DC: Wesley Theological Seminary, 1999
  • Suzanne G. Farnham, Joseph P. Gill, R. Taylor McLean, Listening Hearts: Discerning Call in Community, Morehouse Publishing, 1991
  • Suzanne G. Farnham, Stephanie A. Hull, R. Taylor McLean, Grounded in God: Listening Hearts Discernment for Group Deliberations, Morehouse Publishing, 1999
  • B. Gallagher & S. Richardson, Communal wisdom: A practical guide for group discernment, Kensington, N.S.W.: Nelen Yubu Publications, 2009
  • J. B. Libanio, Spiritual Discernment and Politics: Guidelines for Religious Communities, Eugene, Oregon: Wipf and Stock, 2003 (oorspronkelijk Orbis Press, 1977)
  • Katharine Massam, "Accountability in Discernment: Our Life and Death is in Our Neighbour", in: Conversations: an ejournal of the Centre for Theology and Ministry 5(2011)1, p. 30–43. (http://repository.mcd.edu.au/1017/1/accountability_massam_0.pdf)
  • Mary Benet McKinney, Sharing Wisdom: A Process for Group Decision Making, Allen, Tx: Tabor Publishing, 1987.
  • Danny Morris, Charles Olson, Discerning God’s Will Together. A Spiritual Practice for the Church, Nashville, Tenn.: Upper Room, 1997/ Bethesda, MD: The Alban Institute, 1997
  • Ladislas Orsy, Probing the Spirit: A Theological Evaluation of Communal Discernment, Denville, NJ: Dimension Books, 1976
  • Roy en Robert Oswald, Discerning Your Congregation’s Future: A Strategic and Spiritual Approach, Zonder Plaats: An Alban Institute Publication, 1996.
  • K. Sparks, Discerning God’s will in community, Thesis (D Min), Tulsa, OK: Phillips Theological Seminary, 2002
  • G. Switek, SJ, "Geistliche Unterscheidung in Gemeinschaft. Möglichkeiten und Grenzen", in: Geist und Leben 50(1977), p. 92–105
  • Jules Toner, "A Method for Communal Discernment of God’s Will", in: Studies in the Spirituality of Jesuits (1971)3/4, p. 121–52.
  • J. Randolph Turpin, Shared Discernment: A Workbook for Ministry Planning Teams, CreateSpace Independent Publishing Platform, 2011
  • Bernhard Waldmüller, Gemeinsam entscheiden. Ignatianische Impulse, Würzburg: Echter, 2008

Audio en video[bewerken]