Amerikaanse brulkikker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amerikaanse brulkikker
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009)
Bullfrog 001.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Amfibia (Amfibieën)
Orde: Anura (Kikkers en padden)
Familie: Ranidae (Echte kikkers)
Geslacht: Lithobates
Soort
Lithobates catesbeianus
(Shaw, 1802)
Afbeeldingen Amerikaanse brulkikker op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Amerikaanse brulkikker op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Amfibieën

De Amerikaanse brulkikker[2] (Lithobates catesbeianus) is een grote kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae).[3]

De kikker wordt ook wel rundkikker of stierkikker genoemd. De soort behoorde lange tijd tot het geslacht Rana. De Amerikaanse brulkikker werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door George Shaw in 1802. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Rana catesbeiana gebruikt.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De brulkikker is een relatief grote soort die een lichaamslengte bereikt van 9 tot 15,2 centimeter, de mannetjes blijven gemiddeld kleiner dan de vrouwtjes. Het grootste exemplaar had een lichaamslengte van 20,3 cm.[4]

De kikker is alleen al aan de grootte te herkennen, maar ook aan de groene rug en meestal witte maar soms roodoranje buik en de oranje ogen met horizontale spleetpupil. De mannetjes zijn te herkennen aan de zeer grote trommelvliezen of tympana, zichtbaar als ronde, zwarte en schijfvormige plekken aan weerszijden van de kop. Bij mannetjes zijn deze twee keer zo groot als het oog, bij vrouwtjes ongeveer even groot. In tegenstelling tot vrijwel alle andere Europese kikkers ontbreken de huidplooien aan weerszijden van de rug, dorsolaterale lijsten genoemd, volledig. Wel loopt een huidplooi (klierlijst) van achter het oog over het trommelvlies naar de basis van de achterpoten.

Het geluid van de brulkikker klinkt zeer hard en wordt wel vergeleken met het loeien van een rund (wrhummm..), daaraan is ook de naam te danken. De kikkervisjes worden tot 15 centimeter lang en zijn bruingroen met kleine donkere vlekjes.

Voortplanting en ontwikkeling[bewerken]

De voortplanting vindt plaats als de temperaturen stijgen tot 17-21 graden Celsius. De mannetjes omklemmen de vrouwtjes bij de oksels, deze paargreep wordt wel amplexus genoemd. De paarlust is berucht; vele koivissen en karpers legden het loodje nadat ze door de enorme en kennelijk bijziende dieren in een dodelijke paaromhelzing genomen werden. Het aantal eitjes kan oplopen tot 10.000 tot 25.000 stuks, die als grote matten onder het wateroppervlak drijven. Na ongeveer één tot twee weken komen de 12 tot 15 millimeter lange kikkervisjes tevoorschijn. Het larvestadium duurt twee tot drie jaar, zowel in Noord-Amerika als in Italië. De kikkervisjes bereiken een lengte van 12 tot 14,5 cm, soms groter dan 16 cm. Na de metamorfose echter zijn de kleine kikkertjes drie tot zes centimeter lang. Na twee tot vier jaar zijn ze geslachtsrijp, de brulkikker kan in de natuur zestien jaar oud worden.

Voedsel[bewerken]

Brulkikker

De brulkikker leeft vooral van ongewervelde dieren.[5] De kikker eet echter alles wat in de grote bek past, en omdat hij zeer groot kan worden, zijn inheemse amfibieënsoorten niet veilig, maar ook kuikens van watervogels, knaagdieren, hagedissen en zelfs jonge (gif)slangen worden in één keer doorgeslikt. In het oorspronkelijke leefgebied zijn schildpadden en zelfs jonge krokodilachtigen niet veilig, deze komen in Italië niet voor. Het ontbreken van grote schildpadden en krokodilachtigen is ook een van de redenen dat de kikker zich massaal kan vermenigvuldigen. Deze belangrijke natuurlijke vijanden houden de populaties in het natuurlijke leefgebied in stand.

Verspreiding[bewerken]

Het natuurlijke verspreidingsgebied ligt in het oostelijke en centrale deel van de Verenigde Staten, waar ze in meren, plassen en moerassen leven en niet vaak op het land komen; ze zijn vrij sterk aan water gebonden maar kunnen ook op het land in nabije vegetatie gevonden worden. Tegenwoordig bestaan in Europa vrijwel alleen nog populaties in Italië, het zuidwesten van Frankrijk en op Kreta, hier zijn verschillende in grootte variërende populaties verspreid over vrijwel het hele land. In België worden in de vallei van de Grote Nete inmiddels ook enkele populaties gerapporteerd ten nadele van de inheemse kikkers die bedreigd worden door de brulkikker.

De brulkikker als exoot[bewerken]

De kikkervisjes worden behoorlijk groot.

In de jaren 70 en 80 zijn brulkikkers massaal in West-Europa ingevoerd als fauna voor tuinvijvers. Meestal gingen ze als kikkervisjes over de toonbank, maar ook volwassen exemplaren zijn geliefd, om de grote kikkerbillen. Hoewel men aanvankelijk dacht dat de brulkikker zich in het Nederlandse klimaat niet kon voortplanten, bleek in de jaren 90 dat dit wel het geval was. Men vreesde een zelfde scenario als met de reuzenpad (Chaunus marinus) die zich in Australië had ontwikkeld tot een invasieve soort, net als de reuzenpad zet de brulkikker enorme hoeveelheden eitjes af. Om die reden werd import in de EU verboden. In Duitsland werden in 2001 nog verschillende populaties gemeld, en in België haalde de soort in 2007 het nieuws doordat de kikker het ecologisch evenwicht in het Netegebied dreigde te verstoren.

In september 2010 werden in twee vijvers in het Nederlands-Limburgse Baarlo brulkikkers en kikkervisjes aangetroffen. Dit leidde tot verontrusting bij amfibieënspecialisten en omwonenden. Er werd een informatieavond voor omwonenden georganiseerd.[6]

Externe link[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Amerikaanse brulkikker op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Nöllert, A & Nöllert, C, Die Amphibien Europas, Franckh-Kosmos Verlags-GmbH & Company, Stuttgart, 1992, Pagina 363 - 365 ISBN ISBN 90-5210-419-0.
  3. American Museum of Natural History. Lithobates catesbeianus
  4. Roger Conant en Joseph T Collins, Reptiles and Amphibians of Eastern/Central and North-America, Houghton Mifflin, 1998, Pagina 555, 556 ISBN 0 395 90 452 8.
  5. Leivas, P.T., Leivas, F.W.T & Moura, M.O., 2012. Diet and trophic niche of Lithobates catesbeianus (Amphibia: Anura). Zoologia (Curitiba) 29(5). DOI:10.1590/S1984-46702012000500003
  6. Brulkikkers aangetroffen bij Baarlo, De Pers, 5 oktober 2010

Bronnen

  • (nl) Nöllert, A & Nöllert, C - Die Amphibien Europas (1992) - Pagina 363 - 365 - Uitgever Franckh-Kosmos Verlags-GmbH & Company - Stuttgart - ISBN 90-5210-419-0
  • (en) - Roger Conant en Joseph T Collins - Reptiles and Amphibians of Eastern/Central and North-America – Pagina 555, 556 - Houghton Mifflin – 1998 – ISBN 0 395 90 452 8
  • (en) - American Museum of Natural History - Amphibian Species of the World 5.5, an Online Reference – Lithobates catesbeianus - Website Geconsulteerd 15 april 2013
  • (en) – Amphibia Web – Lithobates catesbeianus - Website