Lucius Cornelius Sulla
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Lucius Cornelius Sulla felix (ca. 138 v.Chr. - 78 v.Chr.), vaak gewoon Sulla genoemd, was een Romeins generaal en politicus. Zijn bijnaam of cognomen "felix", de gelukkige, dankte hij aan zijn ongeëvenaard geluk in de strijd.
Lucius Cornelius Sulla was afkomstig uit een verarmde patricische familie.
Inhoud |
[bewerk] Marius
In 107 v.Chr. kreeg Gaius Marius het opperbevel in de oorlog tegen Jugurtha. Voordien was dit opperbevel toegewezen geweest aan de consul Metellus, die er echter niet in was geslaagd zijn tegenstander de baas te worden. Tijdens de Bellum Jugurthinum werd hij vergezeld door Sulla, die toen zijn quaestor was. De oorlog duurde drie jaar en Sulla was degene die Jugurtha gevangen kon nemen in 105 v.Chr.. Hij slaagde hierin door de schoonvader van Jugurtha, Bocchus van Mauretanië, zover te krijgen dat hij Jugurtha aan de Romeinen verraadde.
In 104 v.Chr. trok Gaius Marius met Sulla en Quintus Sertorius naar Gallia Transalpina om er de Germanen op te wachten, die in beweging waren gekomen. Die Germanen, de stammen der Cimbren en Teutonen, vielen in 102 v.Chr. aan, maar werden door Gaius Marius vernietigd.
Tussen 90 en 88 v.Chr. leidde hij de bondgenotenoorlog tegen de Samnieten. De Italische stammen ijverden voor politieke gelijkberechtiging, maar toen ze merkten dat er op vreedzame wijze niets werd bereikt, werd er een opstand voorbereid. De Romeinse senaat zond ambtenaren om na te gaan wat er aan de hand was, één van deze ambtenaren, genaamd Servilius, werd vermoord en de opstand verspreidde zich over Midden- en Zuid-Italië. De opstandelingen ijverden niet langer voor gelijkstelling, maar voor onafhankelijkheid van Rome. Sulla kon deze oorlog pas beëindigen nadat alle Italianen in verscheidene fasen het volledige Romeinse burgerrecht hadden gekregen, opstandelingen incluis.
[bewerk] Consul
In 88 v.Chr. verwierf Sulla het consulaat. Hij bereidde zich in Campanië met zijn troepen voor om naar Griekenland te trekken, toen hem het commando werd ontnomen door de tribuun Publius Sulpicius Rufus, die Marius aanstelde als aanvoerder. Sulla trok met zijn leger Rome binnen om het besluit terug te schroeven. Marius vluchtte en zijn aanhangers werden uitgemoord. Sulla kreeg opnieuw het opperbevel voor de veldtocht tegen Mithridates VI Eupator, koning van Pontus die eind 89 v.Chr. Bithynië en het grootste deel van de provincie Asia veroverd had.
In Griekenland plunderde Sulla vele tempels. Na overwinningen bij Chaeronea en Orchomenus, kwam de vrede van Dardanus tot stand in 86 v.Chr. Mithridates werd uit Griekenland en West Klein-Azië verdreven. In 84 v.Chr. werd er een vrede gesloten met Mithridates.
[bewerk] Burgeroorlog
In Rome ondertussen, had de consul Lucius Cornelius Cinna (consul in 87 v.Chr.) zich tegen hem gekeerd en Marius teruggeroepen. Marius had een bloedbad aangericht onder de bondgenoten van Sulla, maar overleed zelf in januari 86 v.Chr.. Na zijn dood werd hij opgevolgd in zijn werk door zijn zoon, Marius de Jongere.
Een burgeroorlog brak los met de terugkeer van Sulla in 83 v.Chr.. Quintus Caecilius Metellus Nepos, Gnaius Pompeius Magnus maior en Marcus Licinius Crassus Dives kozen de zijde van Sulla. In de slag bij de Porta Collina te Rome (82) werden zowel de Marianen als de Samnieten verslagen en daarna werden ze genadeloos vervolgd. Sulla was de overwinnaar.
[bewerk] Dictatuur
Hij werd in 82 v.Chr. dictator, wat hij bleef tot 79 v.Chr.. v.Chr. De senaat maakte hem dictator voor het leven dictator legibus scribundis et rei publicae constituendae (voor het geven van wetten en het invoeren van een staatsregeling). Talloze burgers sneuvelden door middel van de proscripties, waarbij de bezittingen verkocht werden en Sulla's financiële positie versterkten. Duizenden politieke tegenstanders werden uitgeschakeld en door middel van de confiscatie slaagde hij erin zijn veteranen land te verschaffen. Er zouden zo'n 90 senatoren, waarvan er een 15-tal consul waren geweest en ongeveer 26.000 welgestelden uit de middenklasse omgebracht zijn in deze periode.
De 'Leges Cornelia de maiestate' werden door Sulla ingevoerd, en zorgden voor grote wijzigingen in het staatsbestel. Enkele ervan zijn: De senaat werd uitgebreid naar 600 leden en het lidmaatschap ervan stond voortaan ook open voor de quaestores. De rechterlijke bevoegdheden van de volkstribunen werden overgedragen aan senatoriale quaestiones, wier aantal tot zeven werd uitgebreid. De minimumleeftijd om lid te kunnen worden van de senaat werd vastgesteld op 30 jaar. Zijn hervormingsprogramma wilde de Optimates weer de macht geven door de macht van de volksvergadering te verminderen en door te voorkomen dat één iemand kon optornen tegen de hele Senaat. De nobilitas benutte deze restauratie van de traditionele adelstaat evenwel niet.
[bewerk] Abdicatie
In 79 v.Chr. deed Sulla vrijwillig afstand van de macht en trok zich terug in zijn villa te Puteoli. Als Sulla na zijn abdicatie, zonder lictoren en lijfwacht als privé-persoon naar zijn huis wandelt, wordt hij door een jongen tot bij zijn huis nageschreeuwd. Bij het naar binnen gaan sprak hij rustig de profetische woorden: "Deze jongen zal er nog eens voor zorgen, dat niemand, die eenmaal zoveel macht in handen heeft (als ik had) die weer uit handen geeft". In 78 v.Chr. stierf hij aan een inwendige bloeding,waarschijnlijk door tuberculose op de leeftijd van 60 jaar. Twee dagen voor zijn dood had hij het 22ste deel van zijn memoires afgewerkt, die jammer genoeg verloren zijn gegaan. Zijn dochter Fausta was eerst gehuwd met Gaius Memmius en vervolgens met Titus Annius Milo.
[bewerk] Zie ook

