Haagse Conventie van 1996
| Internationaal Recht | |||||
|
De Haagse Conventie van 1996 over de internationale bescherming van kinderen is een conventie die in 1996 is ondertekend in Den Haag en die de derde Haagse Conventie op het gebied van privaatrecht voor kinderen. De formele titel van het verdrag is Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen. Het verdrag heeft een veel ruimer toepassingsgebied dan het Eerste Verdrag over internationale ontvoering (1980) en het Tweede Verdrag over internationale adoptie (1993). Het Verdrag van 1996 trad in werking op 1 januari 2002.
Inhoud |
Doelen [bewerken]
Het Verdrag is van toepassing op kinderen vanaf hun geboorte tot hun achttiende verjaardag (art. 2).
- Elk land waarin kinderen zich bevinden mag maatregelen nemen om deze te beschermen of helpen.
- Bepalen van welk land de wetten van toepassing zijn en welke overheid het best geplaatst is om de maatregelen te nemen.
- De hoofdverantwoordelijkheid leggen bij het land waarin het kind zich bevindt.
- Tegenstrijdige beslissingen vermijden en de beslissingen van een land inzake doen gelden en uitvoeren in de andere landen.
Ratificatie [bewerken]
Op 1 mei 2006 was het Verdrag van kracht in de volgende landen:
Zie ook [bewerken]
- Haagse Conventie van 1993 over internationale adoptie
- Haagse Conventie van 1980 over internationale ontvoering
- Haagse Conventie van 1961 over de bescherming van minderjarigen
- Haagse Conventies
- VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind van 1989