Geboorte van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De geboorte van Jezus is een centraal thema in het christendom dat elk jaar met kerstmis herinnerd en gevierd wordt.

Er zijn geen primaire bronnen overgeleverd over geboorte van Jezus, alleen twee secundaire bronnen die circa 80 jaar later zijn geschreven en een duidelijk christelijk theologisch perspectief hebben. De twee secundaire bronnen zijn onderdeel van twee van de vier canonieke evangeliën in het Nieuwe Testament: het Evangelie volgens Matteüs (1:18–2:23) en het Evangelie volgens Lucas (2:1-21). Beide bronnen zijn geschreven in verhaalvorm en beschrijven hoe Jezus geboren werd als het kind van Maria (de vrouw van Jozef), en enkele voorafgaande en volgende gebeurtenissen. Naast een aantal overeenkomsten tussen de twee verhalen, zijn er ook veel verschillen aan te merken.

Onderzoekers, waaronder theologen, historici, antropologen, papyrologen enzovoort, hebben in de loop der eeuwen de twee verhalen en relevant contextueel historisch bewijsmateriaal kritisch geanalyseerd om te bepalen wat ervan waarschijnlijk gebeurd is en wat niet, en hoe dat geïnterpreteerd dient te worden.

Narratief volgens Lucas[bewerken]

Auteurschap en motief[bewerken]

Het is niet bekend wie het 'Evangelie volgens Lucas' heeft geschreven. De auteur noemt zichzelf niet in de tekst en in de oudste kopieën had het document geen titel. Deze is er pas later aan gegeven toen een kerkvader de auteur identificeerde met een reisgenoot van Paulus, een arts genaamd Lucas.[1] Dit is echter niet zeker. Er zijn daarentegen geen andere beter passende kandidaten bekend en daarom wordt bij gebrek aan een beter alternatief de auteur 'Lucas' genoemd en het boek het 'Evangelie volgens Lucas' of ook simpelweg 'Lucas'.

Het Evangelie volgens Lucas is waarschijnlijk tussen 60 en 80 n.Chr. geschreven, dus enkele decennia na de geboorte van Jezus.[1] Men gaat er over het algemeen van uit dat Lucas schreef ná de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. door de Romeinen (zie Lucas 21:20) en ná het evangelie volgens Marcus. Lucas schreef dit geboorteverhaal niet alleen uit historische interesse, maar ook ten dienste van de verkondiging van het evangelie. De beschrijving van Lucas is dus tendensliteratuur: hij plaatst de feiten in het kader van een boodschap. De strekking van het verhaal is dat het goede nieuws van goddelijk heil, vrede en vreugde niet uit Rome komt, maar uit het kleine stadje Bethlehem in Judea, waar Jezus als nakomeling van koning David werd geboren. Lucas richt zich met zijn boodschap niet alleen op joden, maar ook op heidenen (gojim), om zich tot het christendom te bekeren; volgens hem zullen alle mensen/volkeren gekerstend moeten worden.[1]

Structuur van het Lucasnarratief[bewerken]

De stijl van Lucas roept associaties op met het taaleigen van het Oude Testament, het Hebreeuws, en is bewust of onbewust geënt op het taaleigen van de Septuaginta (de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel). Dit blijkt bijvoorbeeld uit het herhaalde En het geschiedde in de verzen 1, 6 en 15.

De structuur van dit Bijbelgedeelte kan als volgt worden weergegeven:

  • hoofdstuk 1 is een proloog, waarin Elisabet wordt geïntroduceerd als de vrouw van priester Zacharias en een familielid (1:36) van Maria, die uitgehuwelijkt is aan Jozef van Nazareth. Eerst krijgt de man van de onvruchtbare Elisabet (1:7) te horen dat zij toch zwanger zal worden (1:13), later krijgt de nog maagdelijke Maria te horen dat zij eveneens zwanger zal worden en een kind baren (Annunciatie aan Maria, 1:26–38). Maria gaat in 'een stad in Juda' bij Elisabet op bezoek (Maria-Visitatie, 1:39–56) en daarna bevalt Elisabet van Johannes de Doper (1:57–80).
  • vers 2:1–7 vertelt over een volkstelling van Quirinius, dat Jozef en de zwangere Maria daarom van Nazareth naar Bethlehem reisden en de geboorte van Jezus aldaar.
  • vers 2:8–14 is een duiding van de geboorte van Jezus, waarbij enkele herders in het veld worden bezocht door een engel die hen over de geboorte vertelt (aankondiging aan de herders) en vervolgens een engelenconcert aanschouwen.
  • vers 2:15-20 beschrijft de eerste reacties op de geboorte van Jezus: de aanbidding der herders.
  • vers 2:21–40 beschrijft de toewijding van Jezus in de Tempel van Jeruzalem, waarna het gezin terug huiswaarts keert naar Nazareth.

Omdat in vers 6 weer En het geschiedde klinkt, nemen sommige uitleggers de verzen 6-7 bij het middelste gedeelte van het verhaal. Maar het is de vraag of die formulering zo mechanisch de structuur aangeeft. Bovendien vormt vers 8 met een verandering van plaats en personages een duidelijke cesuur.

Inleiding en geboorte van Jezus (Lucas 2:1-7)[bewerken]

De verzen 1-5 beschrijven de historische omstandigheden van Jezus geboorte. Het verhaal begint groot bij de keizer en zijn rijk en zoomt in op de zwangere Maria. De verzen 6-7 beschrijven de eigenlijke geboorte.

Historische omstandigheden[bewerken]

Lucas' geboorteverhaal van Jezus begint met een verwijzing naar de dagen van Herodes de Grote (zie Lucas 1:5), die regeerde als vazalkoning over Judea van 37 v.Chr. tot 4 v.Chr., en met een verwijzing naar de keizer van het Romeinse Rijk, Augustus, die regeerde van 27 v.Chr. tot 14 n.Chr. Lucas plaatst de geboorte van Jezus hiermee in mondiaal perspectief. Volgens Lucas vaardigde keizer Augustus een decreet (Grieks: dogma) uit dat alle mensen van het rijk zich moesten laten registreren in verband met de belastingen. Vers 2 dateert deze volkstelling ten tijde van Publius Sulpicius Quirinius, de gouverneur van Syria van 6 tot 9 n.Chr.[2] Dit is historisch problematisch, omdat er minstens een gat van 10 jaar zit tussen de dood van Herodes en de volkstelling van Quirinius. Vers 3 vertelt dat iedereen naar de plaats van hun voorgeslacht ging. Dit was niet gebruikelijk bij Romeinse volkstellingen en wordt door de meeste historici gezien als volkomen onrealistisch.

In de verzen 4 en 5 valt het accent op Jozef en Maria die van Nazareth in Galilea, hun woonplaats, naar Bethlehem reisden. De davidische afkomst van Jozef herinnert aan de belofte in het Oude Testament dat de Messias zou voortkomen uit het huis en geslacht van David. De profeet Micha (Micha 5:1) had reeds gewezen op Bethlehem als plaats van herkomst van een nieuwe vorst.

De geboorte van Jezus (Lucas 2:6-7)[bewerken]

De geboorte van Jezus staat in Lucas 2:6-7. In de Statenvertaling luidt deze tekst:

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

Dat de dagen vervuld werden betekent dat de tijd aanbrak, maar in het woord vervullen ligt ook de gedachte dat de oudtestamentische profetieën in vervulling gaan. Jezus is de eerstgeboren zoon, die bepaalde voorrechten had en voor wie in de tempel bepaalde verplichtingen moesten worden voldaan (zie Lucas 2:22-24). Het winden in doeken is een teken van ouderlijke zorg zoals voor elk kind (vgl. Wijsheid 7:4-5). De bondige frase en legde hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg heeft altijd de fantasie geprikkeld. Het is twijfelachtig of Lucas Jozef en Maria wilde neerzetten als arme mensen. De kribbe of voederbak (Grieks: phatnê) hoeft niet op een stal te wijzen, omdat woonhuizen destijds ook een afdeling voor dieren konden hebben die niet of nauwelijks was afgescheiden van de menselijke vertrekken. De "herberg" (Grieks: kataluma) betekent 'onderkomen' en kan doelen op een soort logement of op het gastenverblijf in een normaal huis. Lucas zegt niets over de reden dat er geen plaats was. Vaak heeft men dit ingevuld vanuit de drukte rond de census. Vanuit een literair standpunt bezien valt Lucas' vaagheid te verklaren vanuit de opbouw van het verhaal. De vermelding van de kribbe dient slechts als voorbereiding op het vervolg van het verhaal, waar het kind in de kribbe dient als herkenningsteken voor de herders, en heeft niet de eigenlijke interesse van Lucas.

Lucas' beschrijving van de geboorte is sober en bondig. Hieruit blijkt dat Lucas' historische interesse naar Jezus' geboorte ondergeschikt is aan de betekenis daarvan. Hierover gaat het vervolg.

Duiding van de geboorte van Jezus (Lucas 2:8-14)[bewerken]

15e-eeuws Vlaams miniatuur van de aankondiging aan de herders

In de verzen 8-14, het midden van het verhaal, geeft Lucas door middel van een engel zijn interpretatie van de geboorte van Jezus. De lichtende engel verschijnt in de donkere nacht. De blijde boodschap is dat de redder (Grieks: sotêr), Messias en Heer is geboren ('redder' en 'heer' zijn ook titels van de keizer). De ontvangers van de openbaring zijn herders in de omgeving van Bethlehem. Volgens latere rabbijnse bronnen behoren herders tot de geringsten in synagoge en samenleving. Maar het is de vraag of dit al meespeelt bij Lucas. David, de (vermeende) voorvader van Jezus, was aanvankelijk herder in de velden van Efratha. En in de herderspoëzie uit die tijd vertegenwoordigen herders het ideale landleven in omgang met de goden. Nadat de herders het teken van het kind in de kribbe hebben gekregen, loopt de aankondiging uit op een groots eerbetoon vanuit de hemel door een menigte engelen. Hun lofzegging luidt:

Eer aan God in de hoogste hemel, en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft. (Lucas 2:14, Nieuwe Bijbelvertaling)

Hierop is het bekende kerstlied Ere zij God gebaseerd. Mogelijk maakt Lucas een toespeling op de Romeinse Pax Romana.

De eerste reacties op de geboorte van Jezus (Lucas 2:15-20)[bewerken]

In het laatste gedeelte van het verhaal worden de eerste twee delen met elkaar verbonden. De herders vinden inderdaad het kind in de kribbe. Naast hun reactie staat de reactie van Maria (vers 19) en van andere aanwezigen (vers 18). De contemplatieve reactie van Maria functioneert als voorbeeld voor de lezers.

Narratief volgens Matteüs[bewerken]

Auteurschap en motief[bewerken]

Net als bij het 'Evangelie volgens Lucas', en trouwens ook de twee andere canonieke evangeliën 'volgens Marcus' en 'volgens Johannes' die de geboorte van Jezus niet noemen, is niet bekend wie het 'Evangelie volgens Matteüs' heeft geschreven. De auteurs noemen zichzelf niet in de tekst en in de oudste kopieën hadden de documenten geen titel.[3] In het geval van Matteüs is deze er pas later aan gegeven toen een kerkvader de auteur identificeerde met een tollenaar genaamd Matteüs (in Matteüs 9:9) die een apostel van Jezus werd. Dit is echter niet zeker; de passage in kwestie suggereert geenszins dat Matteüs de tollenaar deze tekst aan het schrijven was, aangezien het in de derde persoon enkelvoud wordt beschreven.[3] Er zijn daarentegen geen andere beter passende kandidaten bekend en daarom wordt bij gebrek aan een beter alternatief de auteur 'Matteüs de Evangelist' of simpelweg 'Matteüs' genoemd en het boek het 'Evangelie volgens Matteüs' of ook simpelweg 'Matteüs'.

Het Evangelie volgens Matteüs is waarschijnlijk na 70 n.Chr. geschreven (zie Matteüs 22:7), dus enkele decennia na de geboorte van Jezus.[4] Matteüs schrijft regelmatig opdat vervuld zou worden hetgeen gezegd was door de profeet...’ (1:22–23; 2:5–6, 15, 17–18, 23, enzovoort), waarmee hij wil bewijzen dat Jezus allerlei oudtestamentische profetieën uit laat komen en dus wel de aangekondigde messias moet zijn.[4] Bovendien schildert Matteüs Jezus af als een nieuwe Mozes.[4] Zijn publiek bestond waarschijnlijk uit joden-christenen: joden die zich hadden bekeerd tot het christendom.[4]

Structuur van het Matteüsnarratief[bewerken]

De structuur van dit Bijbelgedeelte kan als volgt worden weergegeven:

  • vers 1:18-25 vertelt hoe Maria zwanger werd van de Heilige Geest, hoe Jozef hiermee omging en hoe Jezus uiteindelijk werd geboren
  • vers 2:1–8 beschrijft koning Herodes' reactie op de geboorte van Jezus
  • vers 2:9–12 beschrijft de kraamvisite van de magiërs, traditioneel Driekoningen genoemd
  • vers 2:13–18 beschrijft de Vlucht naar Egypte en de Kindermoord van Bethlehem
  • vers 2:19–23 vertelt dat het gezin van Jozef terugkeert uit Egypte en doorreist naar Galilea om in Nazareth te gaan wonen

Zwangerschap van Maria en geboorte van Jezus (Matteüs 1:18–25)[bewerken]

Jezus omringd door zijn ouders en de magiërs (Matthias Stom).

Een centraal probleem in Matteüs' verhaal is dat Maria zwanger was geraakt zonder met Jozef te zijn getrouwd. Ze was al wel aan hem uitgehuwelijkt, maar er had nog geen bruiloft plaatsgevonden (18:1). Seks en kinderen krijgen vóór het huwelijk werd gezien als een grote schande en bovendien had Jozef volgens Matteüs geen seks met Maria gehad, implicerend dat hij dacht dat Maria door een andere man zwanger was gemaakt. Om Maria niet te schande te maken, wilde Jozef haar onopgemerkt verlaten (1:19). Toen verscheen er echter een engel (boodschapper) van God aan hem in een droom die uitlegde dat Maria bezwangerd was door de Heilige Geest om een oudtestamentische profetie te vervullen, dat het kind een zoon zou zijn, Jezus genoemd diende te worden en dat hij zijn volk zou verlossen van zijn zonden (1:20–24). Vervolgens vertelt Matteüs dat Jozef 'zijn vrouw bij zich nam' (HSV), hetgeen soms wordt vertaald als 'hij nam haar bij zich als zijn vrouw' (1:24 NVB), hetgeen een moetje impliceert, en vertelt opnieuw dat zij geen seks hadden totdat Maria beviel van een zoon die ze Jezus noemde (1:25). Behalve dit laatste vers wordt het gebeuren geheel vanuit het perspectief van Jozef verteld.

De zwangerschap van Maria wordt in Lucas geheel anders verteld: zij, niet Jozef, wordt zelf ruim van tevoren gewaarschuwd (de Annunciatie) dat ze zal worden bezwangerd door de Heilige Geest, op een moment dat ze reeds is uitgehuwelijkt aan Jozef (Lucas 1:26–38). Het is niet duidelijk of Maria deze boodschap aan Jozef heeft doorverteld, maar als in Lucas 2:5 wordt verteld dat Maria zwanger is, lijkt dit voor niemand problematisch te zijn, in tegenstelling tot in Matteüs. Lucas' verhaal wordt ook sterk vanuit Maria's perspectief verteld en Jozef speelt een bijrol.

Historische omstandigheden[bewerken]

In tegenstelling tot Lucas, geeft Matteüs zeer weinig historische context. In feite zijn er maar drie gebeurtenissen die buiten de Bijbel om verifieerbaar zijn: de regering van Herodes de Grote (Matteüs 2:1), de dood van Herodes (Matteüs 2:19) en zijn opvolging door Herodes Archelaüs (Matteüs 2:22). Cruciaal is dat Matteüs in vers 2:1 aangeeft dat Jezus was geboren in Bethlehem in Judea, hetgeen een belangrijke en ondubbelzinnige overeenstemming is met Lucas. Ook hij citeert een profetie uit Micha 5:1 die voorspelde dat een heerser over Israël in Bethlehem zou worden geboren.

Een probleem is echter dat Matteüs sterk lijkt aan te geven dat Jozef en Maria al in Bethlehem woonden, terwijl ze volgens Lucas in Nazaret woonden en voor een volkstelling zich moesten inschrijven in Bethlehem. Volgens Matteüs vluchtte Jozef ('met het kind en zijn moeder', 2:21) uit Israël naar Galilea om aan Archelaüs te ontsnappen (2:22) en pas daarna 'ging hij wonen in de stad Nazareth' (2:23), implicerend dat hij daar nog niet woonde.

Vergelijking tussen Lucas en Matteüs[bewerken]

Hoewel ze dezelfde gebeurtenis beweren te beschrijven, zijn er behalve duidelijke overeenkomsten ook opmerkelijke verschillen tussen de narratieven van Lucas en Matteüs. Bovendien zijn er elementen die het ene verhaal noemt, maar het andere niet, en omgekeerd.

Evangelie volgens Lucas Evangelie volgens Matteüs
Nativity of Jesus map – Gospel of Luke.png

1. Annunciatie aan Maria in Nazareth
2. Volkstelling van Quirinius (6–7 n.Chr.)
3. Jozef en Maria reizen van Nazareth naar Bethlehem
4. Geboorte van Jezus in Bethlehem
5. Aankondiging aan de herders in het veld
6. Herders op kraamvisite in Bethlehem
7. Jezus' toewijding in de tempel van Jeruzalem




8. Jozef, Maria en Jezus keren terug naar Nazareth

Nativity of Jesus map – Gospel of Matthew.png

1. Annunciatie aan Jozef in Bethlehem


2. Geboorte van Jezus in Bethlehem
3. Magiërs op visite bij Herodes in Jeruzalem
4. Magiërs op kraamvisite in Bethlehem

5. Jozef, Maria en Jezus vluchten naar Egypte
6. Kindermoord van Bethlehem
7. Dood van Herodes (4 v.Chr.)
8. Jozef, Maria en Jezus keren terug naar Israël
9. Jozef, Maria en Jezus gaan in Nazareth wonen

Overeenkomsten
  • De hoofdpersonen zijn Jozef en Maria, die aan elkaar zijn uitgehuwelijkt. Eén van beide krijgt van een engel in een droom te horen (annunciatie) dat Maria zwanger is of zal worden van de Heilige Geest, dat zij van een zoon zal bevallen, dat hij Jezus genoemd moet worden en dat hij zijn volk zal verlossen van de zonden.
  • Maria baart haar zoon in Bethlehem en noemt hem Jezus. Hiermee gaat een profetie uit Micha 5:1 in vervulling.
  • Een onbekend aantal mensen krijgt te horen dat Jezus is geboren en komt op kraamvisite.
  • Jozef, Maria en Jezus gaan (terug?) naar Nazareth om daar te wonen.
Anton Raphael Mengs - The Dream of St. Joseph - Google Art Project.jpg L' Annonciation de 1644, Philippe de Champaigne..jpg
Matteüs: Annunciatie aan Jozef
Anton Raphael Mengs (ca. 1773)
Lucas: Annunciatie aan Maria
Philippe de Champaigne (1644)
Verschillen
  • Maria (Lucas) of Jozef (Matteüs) krijgt de annunciatie te horen.
  • Ten tijde van de annunciatie is Maria al (Matteüs) of nog niet zwanger (Lucas).
  • De annunciatie vindt plaats in Bethlehem (Matteüs) of Nazareth (Lucas).
  • Jozef en Maria reizen van Nazareth naar Bethlehem (Lucas) of zijn al in Bethlehem (Matteüs).
  • Jezus wordt geboren voordat koning Herodes sterft in 4 v.Chr. (Matteüs) of nadat Quirinius een volkstelling houdt in 6 n.Chr. (Lucas).
  • De groep mensen die op kraamvisite komt is een aantal herders uit het veld (Lucas) of een aantal magiërs uit het oosten (Matteüs).
  • De herders worden naar Bethlehem gestuurd door een engel en aanschouwen een engelenconcert (Lucas); de magiërs zien een ster en komen op audiëntie bij koning Herodes in Jeruzalem, en worden door hem naar Bethlehem gestuurd na advies van diens hogepriesters en schriftgeleerden (Matteüs).
  • Jozef, Maria en Jezus verhuizen van Bethlehem in Judea/Israël naar Nazareth in Galilea om koning Archelaüs te ontvluchten (Matteüs) of ze keerden gewoon terug naar huis in Nazareth waar Jozef en Maria daarvoor ook al woonden (Lucas).
  • Een extra verschil dat in Matteüs 1:1–18 (vlak vóór het geboorteverhaal) in Lucas 3:23–28 (enige verzen erna) verschillende stambomen van Jezus worden opgesomd.
Elementen die het ene verhaal noemt, maar het andere niet
  • De magiërs hadden drie geschenken bij zich (Matteüs), de herders blijkbaar niet (Lucas).
  • Jezus wordt gewijd in de Tempel van Jeruzalem (Lucas) of blijkbaar niet (Matteüs).
  • Jozef, Maria en Jezus moeten vluchten naar Egypte omdat Herodes beveelt alle jongetjes van Bethlehem te vermoorden (Matteüs) of blijkbaar niet (Lucas).
  • Volgens Matteüs gaat er een profetie in vervulling door het feit dat Jozef (met zijn gezin) in Nazareth gaat wonen, want daarmee wordt Jezus een 'Nazoreeër' (al is niet duidelijk welke precies); Lucas noemt dit niet.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]