Geboorte van Jezus volgens Lucas 2

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geboorte van Jezus volgens Lucas 2 is de beschrijving van de geboorte van Jezus zoals dat staat weergegeven in hoofdstuk 2, de verzen 1 tot en met 21 van het nieuwtestamentische Bijbelboek Lucas. Het kerstfeest is een herinnering aan deze geboorte. Lucas 2:1-21 is het bekendste kerstverhaal.

Structuur van het Bijbelgedeelte[bewerken]

De stijl van Lucas roept associaties op met het taaleigen van het Oude Testament, het Hebreeuws, en is bewust of onbewust geënt op het taaleigen van de Septuaginta (de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel). Dit blijkt bijvoorbeeld uit het herhaalde En het geschiedde in de verzen 1, 6 en 15.

De structuur van dit Bijbelgedeelte kan als volgt worden weergegeven:

  • vers 1-7 is een inleiding die uitloopt op de geboorte van Jezus
  • vers 8-14 is een duiding van de geboorte van Jezus
  • vers 15-20 beschrijft de eerste reacties op de geboorte van Jezus.

Omdat in vers 6 weer En het geschiedde klinkt, nemen sommige uitleggers de verzen 6-7 bij het middelste gedeelte van het verhaal. Maar het is de vraag of die formulering zo mechanisch de structuur aangeeft. Bovendien vormt vers 8 met een verandering van plaats en personages een duidelijke cesuur.

Lucas schreef zijn evangelie waarschijnlijk rond 90 n.Chr., dus een kleine eeuw na de geboorte van Jezus. Men gaat er over het algemeen van uit dat Lucas schreef ná de verwoesting van Jeruzalem in 70 n. Chr. door de Romeinen (zie Lc. 21:20) en ná het evangelie volgens Marcus. Lucas schreef dit geboorteverhaal niet alleen uit historische interesse, maar ook ten dienste van de verkondiging van het evangelie. De beschrijving van Lucas is dus tendensliteratuur: hij plaatst de feiten in het kader van een boodschap. De strekking van het verhaal is dat het goede nieuws van goddelijk heil, vrede en vreugde niet uit Rome komt, maar uit het kleine stadje Bethlehem in Judea, waar Jezus als nakomeling van koning David werd geboren.

Inleiding en geboorte van Jezus (Lc. 2:1-7)[bewerken]

De verzen 1-5 beschrijven de historische omstandigheden van Jezus geboorte. Het verhaal begint groot bij de keizer en zijn rijk en zoomt in op de zwangere Maria. De verzen 6-7 beschrijven de eigenlijke geboorte.

Historische omstandigheden[bewerken]

Het geboorteverhaal van Jezus begint met een verwijzing naar de dagen van Herodes de Grote (zie Lc. 1:5), die regeerde als vazalkoning over Judea van 40 v.Chr. tot 4 v.Chr., en met een verwijzing naar de keizer van het Romeinse Rijk, Augustus, die regeerde van 27 v.Chr. tot 14 n. Chr. Lucas plaatst de geboorte van Jezus hiermee in mondiaal perspectief. Volgens Lucas vaardigde keizer Augustus een decreet (Grieks: dogma) uit dat alle mensen van het rijk zich moesten laten registreren in verband met de belastingen. Vers 2 dateert deze census ten tijde van Publius Sulpicius Quirinius, de gouverneur van Syrië van 6 tot 9 n.Chr. Dit is historisch problematisch. Vers 3 vertelt dat iedereen naar de plaats van hun voorgeslacht ging. Dit was niet gebruikelijk bij Romeinse volkstellingen.

In de verzen 4 en 5 valt het accent op Jozef en Maria die opgingen naar Bethlehem. Nazareth in Galilea, de woonplaats van Jozef en Maria, lag geografisch lager dan Judea. De davidische afkomst van Jozef herinnert aan de belofte in het Oude Testament dat de Messias zou voortkomen uit het huis en geslacht van David. De profeet Micha (Micha 5:1) had reeds gewezen op Bethlehem als plaats van herkomst van een nieuwe vorst.

De geboorte van Jezus[bewerken]

Jezus in de kribbe, omringd door zijn ouders en engelen

De geboorte van Jezus staat in Lucas 2:6-7. In de Statenvertaling luidt deze tekst:

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

Dat de dagen vervuld werden betekent dat de tijd aanbrak, maar in het woord vervullen ligt ook de gedachte dat de oudtestamentische profetieën in vervulling gaan. Jezus is de eerstgeboren zoon, die bepaalde voorrechten had en voor wie in de tempel bepaalde verplichtingen moesten worden voldaan (zie Lc. 2:22-24). Het winden in doeken is een teken van ouderlijke zorg zoals voor elk kind (vgl. Wijsheid 7:4-5). De bondige frase en legde hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg heeft altijd de fantasie geprikkeld. Het is twijfelachtig of Lucas Jozef en Maria wilde neerzetten als arme mensen. De kribbe of voederbak (Grieks: phatnê) hoeft niet op een stal te wijzen, omdat woonhuizen destijds ook een afdeling voor dieren konden hebben die niet of nauwelijks was afgescheiden van de menselijke vertrekken. De "herberg" (Grieks: kataluma) betekent 'onderkomen' en kan doelen op een soort logement of op het gastenverblijf in een normaal huis. Lucas zegt niets over de reden dat er geen plaats was. Vaak heeft men dit ingevuld vanuit de drukte rond de census. Vanuit een literair standpunt bezien valt Lucas' vaagheid te verklaren vanuit de opbouw van het verhaal. De vermelding van de kribbe dient slechts als voorbereiding op het vervolg van het verhaal, waar het kind in de kribbe dient als herkenningsteken voor de herders, en heeft niet de eigenlijke interesse van Lucas.

Lucas' beschrijving van de geboorte is sober en bondig. Hieruit blijkt dat Lucas' historische interesse naar Jezus' geboorte ondergeschikt is aan de betekenis daarvan. Hierover gaat het vervolg.

Duiding van de geboorte van Jezus (Lc. 2:8-14)[bewerken]

15e-eeuws Vlaams miniatuur van de aankondiging aan de herders

In de verzen 8-14, het midden van het verhaal, geeft Lucas middels een engel zijn interpretatie van de geboorte van Jezus. De lichtende engel verschijnt in de donkere nacht. De blijde boodschap is dat de redder (Grieks: sotêr), Messias en Heer is geboren ('redder' en 'heer' zijn ook titels van de keizer). De ontvangers van de openbaring zijn herders in de omgeving van Bethlehem. Volgens latere rabbijnse bronnen behoren herders tot de geringsten in synagoge en samenleving. Maar het is de vraag of dit al meespeelt bij Lucas. David, de (vermeende) voorvader van Jezus, was aanvankelijk herder in de velden van Efratha. En in de herderspoëzie uit die tijd vertegenwoordigen herders het ideale landleven in omgang met de goden. Nadat de herders het teken van het kind in de kribbe hebben gekregen, loopt de aankondiging uit op een groots eerbetoon vanuit de hemel door een menigte engelen. Hun lofzegging luidt:

Eer aan God in de hoogste hemel, en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft. (Lucas 2:14, Nieuwe Bijbelvertaling)

Hierop is het bekende kerstlied Ere zij God gebaseerd. Mogelijk maakt Lucas een toespeling op de Romeinse Pax Romana.

De eerste reacties op de geboorte van Jezus (Lc. 2:15-20)[bewerken]

In het laatste gedeelte van het verhaal worden de eerste twee delen met elkaar verbonden. De herders vinden inderdaad het kind in de kribbe. Naast hun reactie staat de reactie van Maria (vers 19) en van andere aanwezigen (vers 18). De contemplatieve reactie van Maria functioneert als voorbeeld voor de lezers.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. In de Statenvertaling wordt Lukas met een k geschreven