Geschiedenis van Italië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geschiedenis van Italië is een lange geschiedenis, waarin de stad Rome kwam te overheersen, hoewel er ook buiten Rome veel interessante ontwikkelingen waren.

Etymologie van de naam Italië[bewerken]

De naam Italië (Italia) is een oude naam voor het land en de volkeren van Zuid-Italië. Haar oorsprong is onduidelijk, maar zou Grieks zijn voor "het Land van Vee", "Kalveren" of "Kalfsvlees". Munten die de naam Italia dragen werden gemunt door een bond van Italische volkeren (Sabijnen, Samnieten, Umbriërs en anderen) die met Rome wedijverden in de 1e eeuw v.Chr.. Omstreeks de tijd van keizer Augustus, werd het multi-etnisch gebied van Italië in de provincia Italia als centrale eenheid in het Romeinse Rijk opgenomen; Gallia Cisalpina, de opperPo-vallei, werd bijvoorbeeld in 42 v.Chr. toegevoegd aan Italia. Na de val van het West-Romeinse Rijk en de Lombardische invasies, werden "Italië" of "Italiaan" geleidelijk de collectieve naam voor verschillende staten die op het schiereiland verschijnen en hun overzeese eigendommen. Massimo Pallottino beweert dat de naam oorspronkelijk werd afgeleid van de Itali, een bevolkingsgroep afkomstig uit het huidige Calabrië. De Grieken gingen geleidelijk de naam voor een groter gebied gebruiken, maar het was pas de tijd van de Romeinse verovering dat de term werd uitgebreid tot het hele schiereiland[1].

Prehistorie[bewerken]

Cardiaal-Impressocultuur

Bronstijd[bewerken]

Nuraghencultuur[bewerken]

De vroegste cultuur in Italië was waarschijnlijk de Nuraghencultuur (vanaf 6e millennium v.Chr.) op Sardinië, die gekenmerkt werd door de hoge ronde ruwstenen torens.

Terramarecultuur[bewerken]

De Terramarecultuur[2] ontleent haar naam aan de residu's van zwarte aarde (terremare) van nederzettingsheuvels, die lange tijd aan de nood aan vruchtbare aarde voor plaatselijke boeren voldeed. De nederzettingen van de mensen uit dit tijdperk mogen gerust worden vergeleken met die van hun Neolithische voorgangers. Zij waren nog steeds jagers, maar hadden dieren reeds gedomesticeerd; zij waren tamelijk bekwame metaalbewerkers, en goten brons in stenen en kleien gietmallen, en zij waren ook landers, die bonen, wijnstokken, tarwe en vlas cultiveerden. Men is de mening toegedaan dat de Terremarecultuur een vroege cultuuruiting van de Italischsprekende Indo-Europeanen zou kunnen zijn.

IJzertijd[bewerken]

Villanovacultuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Villanovacultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oudheid[bewerken]

Etrusken[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Etrusken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Etrusken (Gr. Τυρσηνοί/Tyrsênoi of Τυρρηνοί/Tyrrhênoi; Lat. Tusci of Etrusci; Etr. Rasenna of Rasna) vormden een bevolkingsgroep die van omstreeks de negende tot en met de eerste eeuw v.Chr. het gebied tussen de rivieren de Arno en de Tiber (thans Toscane, Umbrië en Latium) in Italië bewoonde. Dit gebied noemt men in dit kader Etrurië.

Magna Graecia[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Magna Graecia voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Magna Graecia, Latijn voor Groot-Griekenland was de antieke benaming voor Zuid-Italië en Sicilië. Deze gebieden waren door de Grieken gekoloniseerd vanaf ongeveer 800 v.Chr. (Tot op de dag van vandaag is er een kleine Griko sprekende minderheid in Zuid-Italië.) Een aantal belangrijke kolonies van Magna Graecia, zoals Neapolis (huidige Napels) en Syracuse, hebben een belangrijk aandeel gehad in de culturele vorming van de Romeinen.

De Grieken vestigden zich altijd dicht bij de kust. In het binnenland handhaafden zich inheemse Italische volkeren. In Sicilië waren die (Siculi, Sicani, Elymi) zo verzwakt dat ze geen ernstige bedreiging meer vormde voor de Griekse koloniën, maar in het zuiden van het Italiaanse schiereiland was dat anders. Hier ontpopten zich vanaf de 5e eeuw v.Chr. vooral de Samnieten als gevaarlijke tegenstanders.

Romeinse Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Romeinse Rijk

De geschreven geschiedenis van Italië begint wanneer de Grieken enkele steden stichten in het zuiden van het land. In het noorden heersen de Etrusken en in het zuiden de Grieken, en precies tussen die twee gebieden lag de omstreden provincie Latium, waar de Romeinen woonden. Rome werd de belangrijkste stad van dit gebied en kreeg steeds meer macht. Nadat de Romeinen eerst de omliggende steden hadden veroverd, versloegen ze in de 4e eeuw v.Chr. de Etrusken en in de 3e eeuw v.Chr. de Grieken in het zuiden. Zo verkregen zij uiteindelijk het gehele Italiaanse schiereiland en begonnen hun vele expansie-oorlogen.

Het Romeinse Rijk op zijn hoogtepunt, onder keizer Trajanus

In de 3e en 2e eeuw v.Chr. werden de Punische oorlogen tegen de stad Carthago uitgevochten. Hierbij trok de beroemde Carthaagse generaal Hannibal met zijn hele leger via Spanje over de Alpen en vocht in geheel Italië voordat hij verjaagd kon worden. Nadat Carthago in 146 v.Chr. definitief was verslagen waren de Romeinen de machtigste in het gebied van de Middellandse Zee. Veel oorspronkelijk Carthaagse en Griekse kolonies in Afrika, Frankrijk en Spanje behoorden nu tot het Romeinse Rijk. Rond 200 v.Chr. kwam ook Griekenland zelf onder Romeinse heerschappij en daarbij de Griekse kolonies in het oosten, zoals Klein-Azië Syrië Palestina en Egypte.

Julius Caesar veroverde tussen 60 en 50 v.Chr. heel Gallië waarna keizer Claudius 100 jaar later Britannia aan het rijk toevoegde. Trajanus was de laatste grote veroveraar. Hij veroverde aan het begin van de 2e eeuw Dacië en grote delen van het Parthische rijk al moest dat gebied al snel weer opgegeven worden. Onder Trajanus bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang. Het grondgebied liep van Noord-Engeland tot Egypte. Zijn opvolgers consolideerden de grenzen. Alle pogingen om de Germanen te verslaan en hun grondgebied te bezetten mislukten. Een lange periode van relatieve vrede brak aan. De Romeinen verspreidden het Latijn en hun cultuur over hun rijk. Germaanse stammen werden aan de grenzen toegelaten en mochten in bijvoorbeeld België wonen als ze zich maar aan de Romeinse regels hielden.

Na enkele eeuwen werd het verval zichtbaar.

Twee rijken en hun verval[bewerken]

Omdat het Romeinse Rijk een zo grote omvang had, was het niet goed te verdedigen en werd het uiteindelijk opgedeeld in twee verschillende rijken: Het westelijke deel omvatte de tegenwoordige landen Italië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Zwitserland, Oostenrijk, delen van Duitsland en Nederland, België en een deel van Hongarije en Joegoslavië. Het oosterse rijk omvatte Griekenland, Turkije, Syrië, Libanon, Israël, Egypte, en delen van Libië, Tunesië en Algerije.

In 330 verhuisde keizer Constantijn de Grote de hoofdstad van Rome naar Byzantium dat hij Nova Roma noemde, maar al gauw als Constantinopel bekendstond. Het Oost-Romeinse Rijk hield vast aan de oude gebruiken, maar het westelijke deel nam steeds meer Germanen in dienst als soldaten en zelfs als senatoren. Aan het begin van de 4e eeuw kwam de grote volksverhuizing op gang. Dit leidde ertoe dat Germaanse en andere barbaarse volkeren de Romeinse grens overstaken en de volken die daar al woonden verdreven of onderwierpen. Dit leidde tot grote onrust en al snel trokken de Romeinen zich uit Noordwest-Europa terug. De macht van het West-Romeinse Rijk was niet groot meer en de laatste keizer werd door een Germaan in Romeinse dienst in 476 afgezet. Slechts rond de Franse rivier Loire wist een klein Romeins rijkje zich nog enige jaren te handhaven tegen de Germanen, het rijk van Syagrius. Na de val van het westelijke rijk vestigden Goten en Longobarden zich in Italië, al deed de Oost-Romeinse keizer Justinianus in de 5e eeuw nog een mislukte poging het oude Romeinse Rijk te herstellen door delen van Italië te veroveren en te bezetten.

De Germaanse stammen deden ook een aanval op het oosterse rijk, maar wisten daar geen noemenswaardige veroveringen te verwezenlijken, slechts een deel van Afrika werd veroverd.

Vroege Middeleeuwen[bewerken]

Rijk van Odoaker[bewerken]

1rightarrow blue.svg Rijk van Odoaker

Ostrogotische Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Ostrogotische Rijk

In de Vroege Middeleeuwen was Italië een onderdeel van het Ostrogotische Rijk. Toen Theodorik de Grote stierf in 526 werd zijn dochter Amalasuntha koningin der Ostrogoten. Zij wist het rijk echter niet bijeen te houden en de katholieke Romeinen en de ariaanse Ostrogoten groeiden uit elkaar. Dit zette de Oost-Romeinse keizer Justinianus er toe aan de Ostrogoten de oorlog te verklaren. Rond 550 was het rijk nagenoeg vernietigd.

Longobardische Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Longobardische Rijk

Onder druk van de Avaren verlieten in 568 de Longobarden en een deel van de Gepiden de Balkan, trokken de Alpen over en vielen Italië binnen. Hoewel ze er niet in slaagden om de ommuurde steden in te nemen, veroverden ze een groot deel van Noord- en Midden-Italië. De stad Pavia op de Po-vlakte werd de hoofdstad van het koninkrijk nadat het in 572 was ingenomen na het beleg van Pavia. Dit betekende het einde van de politieke eenheid van Italië, tot in de 19e eeuw. De macht van de Oost-Romeinse keizer werd daardoor ingeperkt tot het Exarchaat van Ravenna en enkele kuststeden in Zuid-Italië.

In 751 veroverden de Longobarden het Exarchaat van Ravenna en doodden daarbij de laatste Byzantijnse exarch, Eutychius. Paus Zacharias voelde zich bedreigd en zocht hulp bij Pepijn de Korte. Hij kroonde hem tot nieuwe koning der Karolingen. Pepijn de Korte dwong de Longobarden na twee succesvolle veldtochten in 754 en 756 hun veroveringen op te geven en over te dragen aan de paus; deze zogenaamde schenking van Pepijn legde de basis voor de Kerkelijke Staat.

Karolingen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Koninkrijk Italië (774-962)

Paus Adrianus I schaarde zich achter Karel de Grote tijdens de familiale twisten die er heersten. De laatste koning der Longobarden, Desiderius werd verdreven in 774 en vanaf dan regeerden de Karolingen over Noord-Italië. Na de dood van Karel III de Dikke in 888 viel het Karolingische Rijk uiteen en verzeilde ook Italië in een periode van chaos.

Heilige Roomse Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Heilige Roomse Rijk

Toen Berengarius II in 960 het noorden van de Kerkelijke Staat bezette, vroeg paus Johannes XII, Otto I de Grote om hulp. Otto benoemde zijn jonge zoon Otto II tot medekoning en vertrok naar Italië. Op 2 februari 962 werd hij in Rome, naar voorbeeld van Karel de Grote, door de paus tot keizer gekroond.

In tegenstelling tot Keizer Otto III, die zijn aandacht richtte op Italië, was Keizer Hendrik II het grootste deel van zijn regeerperiode bezig met het grondgebied ten noorden van de Alpen. Belangrijke havensteden maakten van de gelegenheid gebruik om autonomie te verkrijgen, het ontstaan van de Maritieme Republieken.

Na het dieet van Roncaglia (1158) ontstond er spanning tussen de autonome steden en Keizer Frederik I Barbarossa. In 1167 werd de Lombardische Liga opgericht, gesteund door Paus Alexander III tegen de keizerlijke macht. De Liga wist in 1176 de keizer te verslaan bij Legnano, waarna deze in 1177 de Vrede van Venetië moest aanvaarden. Na deze slag verzwakte de Liga door onderlinge rivaliteit. In de Vrede van Konstanz van 1183 erkende de keizer de Liga en bevestigde autonomie van de steden.

Keizer Hendrik VI zal in 1197 Italië tijdelijk verenigen. Zijn zoon Frederik II won een pyrrusoverwinning tegen de Lombardische Liga in 1237, maar verloor het pleit tegen de pausen. Paus Gregorius IX excommuniceerde hem in 1239 en Paus Innocentius IV zette hem af als Rooms-Keizer in 1245. De keizerskroon bleef vacant tot 1312, dat gaf de stadstaten, zoals de Republiek Siena en Milaan, de mogelijkheden zich verder te ontplooien.

Paus Clemens V, een Fransman, verhuisde in 1309 de apostolische stoel van Rome naar Avignon. Het was het begin van de Babylonische ballingschap der pausen. Rooms-Duitse koning Hendrik VII zag zijn kans schoon om zich in het Italiaans wespennest te begeven en liet zich in 1311 tot koning van Italië en in 1312 tot keizer kronen.

Het was met een Genuees schip dat de Zwarte Dood zijn intrede deed in Europa in 1347.[3] Ongeveer een derde van de Europese bevolking stierf aan de pest (1347-1351). Deze pestepidemie maakte een einde aan een periode van stabiele bevolkingsgroei en het wankele evenwicht tussen de oogst en de voedselbehoefte.

De staat die het sterkst uit de miserie kwam, was Milaan. In 1395 kocht Gian Galeazzo Visconti de hertogelijke titel van Wenceslaus, Rooms-Duits koning van het Heilige Roomse Rijk.

De dood van de heerser van Forlì, was de vonk, die Noord-Italië in de Lombardische oorlogen (1423-1454) stortte. De oorlogen gingen voornamelijk tussen het Hertogdom Milaan en de Republiek Venetië. De wisselende partners waren, de nieuwkomer, de Florentijnse Republiek en het Koninkrijk Napels. De oorlogen eindigden met de Vrede van Lodi.

De vrede van Lodi aanvaarde de aanstelling van Francesco Sforza, als nieuwe heerser van Milaan en richtte de Italica Liga op, die voor een veertigjarige vrede zal zorgen over Italië (1454-1494).

Renaissance[bewerken]

1rightarrow blue.svg zie ook Italiaanse renaissance

In de vijftiende eeuw ontstond, mede onder invloed van de Medici de renaissance. Deze rijke koopmansfamilie spendeerde veel geld aan kunst, hoogwaardig ambacht en wetenschap. Grote kunstenaars als Leonardo da Vinci, Michelangelo en Raphael werkten in hun opdracht.

In de literatuur kwam de renaissance tot uiting als het humanisme. Grondlegger Francesco Petrarca was een groot bewonderaar van de Romeinse oudheid. Hij zag de antieke periode als een tijd van hoge cultuur en hij bestempelde de tijd daarna als 'duister', als een 'tussenperiode'. Die opvatting werd overgenomen; daaraan ontlenen wij nu nog de term middeleeuwen.[4]

Vanuit Italië waaide de kunst, architectuur en literatuur van renaissance en humanisme over naar de rest van Europa. In Italië lagen de culturele centra in Rome en in het Toscane van de Medici.

Nieuwe tijd[bewerken]

De hoogtijdagen van de Italiaanse steden lagen aan het eind van de middeleeuwen. In de nieuwe tijd brokkelde hun vooraanstaande positie in de wereld langzaam af. Voor het zover was, leverde Italië nog wel een aantal beroemde wereldreizigers. Christoffel Columbus uit Genua ontdekte bijvoorbeeld Amerika en Amerigo Vespucci uit Florence gaf het continent zijn naam. Andere mogendheden trokken uiteindelijk aan het langste eind in de strijd om de nieuwe grond. Ook cultureel zette Italië aan het begin van de nieuwe tijd nog de toon.

Italiaanse Oorlogen (1494-1559)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Italiaanse Oorlogen

Toen Gian Galeazzo Sforza, Hertog van Milaan, in 1494 stierf, eiste koning Karel VIII van Frankrijk, via de lijn van het Huis Anjou-Sicilië en koning Alfons II van Napels, via zijn vrouw Ippolita Maria Sforza, de troon op, het begin van de Italiaanse Oorlogen.

Girolamo Savonarola maakte van de situatie gebruik om de macht te grijpen in de Florentijnse Republiek (1494-1498). Na Savonarola regeerde de bekwame Piero Soderini over de republiek.

Karel en Alfons waren intussen gestorven. De twee nieuwe protagonisten waren koning Lodewijk XII van Frankrijk en koning Ferdinand II van Aragon. De strijd om het hertogdom Milaan kon beginnen, de Italiaanse Oorlog (1499-1504). Frankrijk verkreeg Milaan en Spanje, Zuid-Italië.

Paus Julius II haatte de Borgia's, maar niet hun territoriale veroveringen. Toen de veroverde gebieden hulp vroegen aan de Republiek Venetië brak de Oorlog van de Liga van Kamerijk (1508-1513) uit.

Met de aanstelling van Karel van Habsburg als vorst van Spanje en het Heilig Roomse Rijk, voelde Frans I van Frankrijk zich omsingeld, een reden om de Italiaanse oorlogen verder te zetten. Na het verlies bij de Slag bij Pavia (1525), volgde de Oorlog van de Liga van Cognac (1526-1530).

Het Beleg van Wenen (1529), een aanval van het Ottomaanse Rijk op het Heilig Roomse Rijk, gaf Frans I het idee om een Franco-Ottomaanse Alliantie te sluiten. De dood van Francesco II Sforza, de laatste hertog van Milaan was het startschot voor de Italiaanse Oorlog (1535-1538). Frans I viel aan via land en de Ottomaanse vloot, onder leiding van Barbarossa, via zee. Terug niet tevreden met de uitkomst, kreeg de oorlog een vervolg. Deze maal kreeg Keizer Karel steun van Hendrik VIII van Engeland. Op het eind waren beide partijen uitgeput. De schatkisten zo goed als leeg. Frans I en Hendrik VIII stierven beide in 1547.

Hendrik II van Frankrijk zette de politiek van zijn vader voort. Hij steunde de Ottomanen in de Middellandse Zee en moeide zich in de Italiaanse politiek. Keizer Karel kreeg nu steun van Cosimo I de' Medici. Moegestreden gaf Karel de fakkel door aan zijn zoon Filips II van Spanje. Filips gooide de oorlog over een andere boeg en viel Frankrijk aan vanuit het noorden. De Slag bij Saint-Quentin (1557) en de Slag bij Grevelingen (1558) dwongen de Fransen tot de ondertekening van de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559), het einde van de Italiaanse Oorlogen.

Spaanse Habsburgers[bewerken]

Tot aan de Spaanse Successieoorlog, begin 18de eeuw, was Italië in handen van de Spaanse Habsburgers. Hoewel het volk niet altijd met de overheersing eens was, heerste over het land een relatieve rust. Cosimo I de' Medici, met steun van Paus Pius V, stichtte in 1569, het Groothertogdom Toscane.

Het Habsburgs-Frans conflict laaide weer op tijdens de Mantuaanse Successieoorlog (1628-1631). Een persoon, dit deelnam aan de vredebesprekingen, was Jules Mazarin. Voor zijn bewezen diensten werd hij uitgenodigd aan het Franse hof.

De politieke inmenging van de Kerkelijke Staat bleef groot, een voorbeeld daarvan zijn de Oorlogen van Castro (1641-1649).

Barok[bewerken]

De barokperiode loopt ongeveer van 1600 tot 1750 en is herkenbaar aan de pracht en praal. In de schilderkunst uit zich dit in het gebruik van intense en diepe kleuren, lichten en schaduwen. Daarbij wordt in de barok gewoonlijk gekozen voor een dramatische gebeurtenis. Een van de grondleggers was de Italiaanse schilder Caravaggio. De dramatische weergave van Bijbelse gebeurtenissen kenmerken zijn stijl.

Ook in de beeldhouwkunst is het verschil tussen de Renaissance en de barok goed te zien. De Renaissancistische David van Donatello bijvoorbeeld is een stilstaande weergave van de Bijbelse figuur. De barokke uitvoering van Gian Lorenzo Bernini toont dezelfde David op het ‘dramatische’ moment dat hij de fatale steen gooit naar zijn vijand Goliath.

Bernini en Caravaggio gelden als de stamvader van de barok. Vooral in Rome zijn de sporen van Bernini nog op veel plaatsen zichtbaar. Zo is het Sint-Pietersplein van zijn hand en staat de stad vol met beelden, gebouwen en fonteinen van de barokke meester. Hét voorbeeld van barok is de Trevifontein, ontworpen door Bernini, maar pas vijftig jaar later gebouwd.[5]

Oostenrijkse Habsburgers[bewerken]

De Spaanse Successieoorlog (1701-1713) werd beëindigd met de Vrede van Utrecht (1713). Daarin werd bepaald dat de kleinzoon van Lodewijk XIV van Frankrijk, Philippe de France koning werd van Spanje, maar niet van de Spaans-Europese gebieden, waaronder Italië, die kwamen in handen van de Oostenrijkse Habsburgers. Dit was echter zonder Elisabetta Farnese gerekend, de vrouw van Philippe. Haar ambitie was alle Spaanse bezittingen in Italië terug te winnen. In 1717 viel Spanje het Koninkrijk Sardinië en later het Koninkrijk Sicilië binnen, het begin van de Oorlog van de Quadruple Alliantie.

Met de Poolse Successieoorlog (1733-1738) zag Elisabetta Farnese haar kans schoon om haar streefdoel te hernieuwen. Tijdens deze oorlog stierf Gian Gastone de' Medici, de laatste heerser over het groothertogdom Toscane. Het Verdrag van Wenen (1738) bepaalde dat Don Carlos, de zoon van Elisabetta, koning werd van het Koninkrijk Napels en het Koninkrijk Sicilië, dit in ruil voor haar eigen thuisland, het Hertogdom Parma en Piacenza. Het groothertogdom Toscane werd een onderdeel van de Oostenrijkse monarchie. Ook tijdens Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) deed ze actief mee. Met de Vrede van Aken (1748) kreeg ze haar erflanden terug.

Neoclassicisme[bewerken]

Tijdens de regering van Karel Bourbon, koning van Napels en van Sicilië (1735-1759) werden de ruïnes van Herculaneum en Pompeï opgegraven. Deze opgravingen zullen de inspiratiebron worden voor een nieuwe kunststijl, het neoclassicisme, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd.

Nieuwste tijd[bewerken]

Napoleontische oorlogen[bewerken]

Na de Italiaanse veldtocht van 1796-1797 onder leiding van Napoleon Bonaparte werd de kaart van Noord-Italië grondig hertekend. De Republiek Venetië werd verdeeld tussen Frankrijk en Oostenrijk. Onder andere werd het Hertogdom Milaan, de Cisalpijnse Republiek, het Groothertogdom Toscane werd het Koninkrijk Etrurië en de Kerkelijke Staat werd de Romeinse Republiek.

De herschikkingen volgende elkaar snel op. De Cisalpijnse Republiek werd de Italiaanse Republiek (1802-1805) en daarna werd het oostelijk deel van Noord-Italië, het Koninkrijk Italië (1805-1814) onder leiding van Eugène de Beauharnais, de stiefzoon van Napoleon en het westelijke deel inclusief Etrurië en de Kerkelijke Staat werden ingelijfd bij het Eerste Franse Keizerrijk.

Congres van Wenen[bewerken]

Na de val van Napoleon in 1814 werd het Congres van Wenen bijeengeroepen door de overwinnende mogendheden. Een van de uitgangspunten van dit congres was het herstel van de oude vorstenhuizen en de terugwinning van hun territoria. Men ging pragmatisch te werk en zocht naar sterke levensvatbare staten, voor het Italiaanse grondgebied betekende dit:

Voorheen doorgevoerde liberale hervormingen werden stuk voor stuk teruggedraaid.

Risorgimento[bewerken]

1rightarrow blue.svg Risorgimento
Italië voor de eenmaking + evolutie tussen 1859 tot 1870

Zoals in de rest van Europa volgde na de Restauratie een reeks revolutiegolven, in 1820, 1830 en 1848. In 1847 stierf Marie Louise van Oostenrijk, weduwe van Napoleon Bonaparte en de oudere zus van keizer Ferdinand I van Oostenrijk, hertogin van het Hertogdom Parma en Piacenza. Zoals bepaald tijdens het Congres van Wenen in 1815, kwam het hertogdom terug aan het huis Bourbon-Parma.

Tijdens de revolutiegolf van 1848, brak de Eerste Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog uit en werd de Romeinse Republiek uitgeroepen. Het optreden van Oostenrijk, met steun van Frankrijk betekende een pijnlijke nederlaag voor het nationalisme en zijn aanhangers. Na deze bemoeienis kon alleen het Piëmont-Sardinië standhouden als onafhankelijke staat, waardoor het een toevluchtsoord werd voor liberalen, die vaak ook nationalisten en republikeinen waren, van over het hele Italiaanse schiereiland.

Karel Albert van Sardinië werd gedwongen af te treden ten gunste van zijn zoon Victor Emanuel II. Victor Emanuel II installeerde in 1850 een liberale regering onder graaf Camillo Benso di Cavour en werd de drijvende kracht achter de Italiaanse eenheidsbeweging.

In juli 1858 sloten Cavour en Napoleon III de overeenkomst van Plombières. Dat plan hield in dat Piëmont een gewapend conflict zou uitlokken met Oostenrijk, wat voor Frankrijk een aanleiding zou zijn militair op te treden tegen de Oostenrijkse mededinger. Piëmont-Lombardije zou na de overwinning worden uitgebreid met Venetië, en het Koninkrijk Noord-Italië vormen. Als beloning voor de Franse steun zouden Savoie en Nice in handen komen van Frankrijk. De overige Italiaanse staten zouden daarna aangemoedigd worden een statenbond te vormen met de paus als voorzitter. Cavour liet de Piëmontse troepen mobiliseren, wat inderdaad een militaire inval van Oostenrijk uitlokte. Rusland en Pruisen namen een dreigende houding aan tegenover Frankrijk, zodat Napoleon III genoodzaakt was een verdere opmars naar Venetië af te blazen.

Vanaf 1860 streed Giuseppe Garibaldi mee voor de vrijheid van Italië met 1.089 Roodhemden, I Mille, tussen 11 en 70 jaar oud. Door de verovering van Sicilië, Calabrië en ten slotte Napels bracht hij het koninkrijk der Beide Siciliën ten val. Garibaldi droeg de macht over aan Vittorio Emanuele, die daarmee de eerste koning van Italië werd.

Koninkrijk Italië[bewerken]

1rightarrow blue.svg Koninkrijk Italië (1861-1946)

Bij het uitroepen van het Koninkrijk Italië, hoorden er nog twee regio's niet bij, Veneto, in handen van Oostenrijk en de Kerkelijke Staat, onder protectie van Frankrijk. Veneto sloot aan na de Derde Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog, een onderdeel van de Oostenrijks-Pruisische Oorlog en het daarna gesloten Verdrag van Wenen (1866). De zogenaamde "Romeinse Kwestie", het lot van de Kerkelijke Staat zal nog duren tot de inname van Rome in 1870. Paus Pius IX verloor zijn wereldlijke macht, de eenheid van Italië was nu een feit was, maar het bleef wel een etterbuil in het zeer katholieke Italië. Pas in 1929 werd dit probleem opgelost, toen Benito Mussolini in het Verdrag van Lateranen de paus toestond om van Vaticaanstad een zelfstandige staat te maken.

Umberto I kreeg de bijnaam de Goede, hij stond dicht bij zijn volk en leger. Bij rampen stond hij in de bres en van het leger ontving hij een gouden medaille voor zijn grote moed. Hij respecteerde de grondwet en volgde het parlement zo veel mogelijk in zijn keuze van premiers. Hij werkte mee aan de totstandkoming van de Triple Alliantie (1882). Hij was van plan een groot koloniaal rijk in Oost-Afrika te stichten, maar zijn ambitie werd gedwarsboomd toen het Italiaanse leger op 1 maart 1896 vernietigend werd verslagen door het leger van Ethiopië in de Slag bij Adwa. De grote populariteit van de koning verminderde daarna. Niettemin werd hij zeer gehaat in extreemlinkse kringen vooral onder de anarchisten en werd door een van hen vermoord op 29 juli 1900.

Victor Emanuel III zette het werk van zijn vader verder. Hij was liberaal gezind en een hard en plichtsgetrouw werker, die grote idealen over het koningschap had. Italië sloot in 1902 een overeenkomst met Frankrijk, die inhield dat Frankrijk Italië de vrije hand liet in de in Noord-Afrika gelegen Ottomaanse provincie Tripolitanië in ruil voor een soortgelijke verklaring van Italië ten aanzien van Marokko. Toen Marokko in de zomer van 1911 inderdaad een Frans protectoraat geworden was, verklaarde Italië op 25 september 1911 het Ottomaanse Rijk de oorlog. Met de Vrede van Lausanne (1912) stemde het Ottomaanse Rijk in met de creatie van Italiaans-Libië.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Italië formeel bondgenoot van de Centralen, maar verklaarde zich aanvankelijk neutraal omdat het de Centralen als agressors beschouwde. Bovendien had het de ambitie een Groot-Italië te worden, waartoe het op delen van Oostenrijk-Hongarije aanspraak maakte. De Britten zochten toenadering tot Italië: bij het pact van Londen werd Italië royale gebiedsuitbreiding beloofd als het mee zou vechten aan de zijde van de Entente.

Dit deed Italië uiteindelijk en het verklaarde Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk de oorlog. Italiaanse legers vochten in Libië tegen de Turken, en in Zuid-Tirol tegen Oostenrijk-Hongarije. Italië was echter een doorn in het oog van de Entente: het land wist in Libië grote overwinningen te behalen, maar dat waren dan ook de enige van de gehele oorlog. In het noorden openden de Italianen een offensief tegen Oostenrijk-Hongarije, dat toen de tegenwoordige Italiaanse regio Zuid-Tirol in handen had. In de oostelijke Alpen werden ze echter in 1917 in de Slag bij Caporetto verslagen en door een Duits-Oostenrijkse aanval zelfs teruggedreven, waardoor de frontlinie op 50 kilometer van Venetië kwam te liggen. Kleine Britse en Franse eenheden hielpen de Italianen en langzaam boekten ze enige overwinningen. Oostenrijk-Hongarije capituleerde en Italië kreeg de volgende regio's toegewezen volgens het Pact van Londen:

Dit pakket was echter een teleurstelling voor Italië, dat had gehoopt op de volledige controle over de Adriatische Zee. Dit hadden ze volgens eigen zeggen wel verdiend na de zware verliezen tegen Oostenrijk-Hongarije.

Opkomst van Benito Mussolini[bewerken]

Benito Mussolini en Adolf Hitler

Na de Eerste Wereldoorlog kwam Italië in een politieke crisis terecht, waarvan de fascist Benito Mussolini gebruik wist te maken. In 1922 greep hij met zijn 'Mars op Rome' de macht en vestigde zijn dictatuur. Hij was evenwel geen alleenheerser, Victor Emanuel III bleef aan als koning.

In de Spaanse Burgeroorlog vocht Italië samen met Duitsland in de strijd van generaal Francisco Franco tegen de Tweede Spaanse Republiek. Italië zond duizenden soldaten, die overigens niet veel grote successen boekten. In 1936 bezette Italië Abessinië. Hierdoor verkoelden de relaties met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, en het land werd door de Volkenbond geroyeerd. Italië werd zo steeds meer in de armen van nazi-Duitsland gedreven. In 1939 bezette en annexeerde Italië Albanië.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Italië in de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mussolini verbond zich in 1939 met het nazi-Duitsland van Adolf Hitler (de As Rome-Berlijn) en zo kwam hij regelrecht in de vuurlinies van de Tweede Wereldoorlog. Na de Poolse campagne en de oorlogsverklaringen tussen Engeland en Frankrijk aan de ene zijde en nazi-Duitsland aan de andere zijde, bleef Italië aanvankelijk afzijdig. Pas toen het Franse leger vrijwel was verslagen verklaarde Mussolini de oorlog aan de geallieerden en deed het Italiaanse leger een inval in het zuiden van het land. De Italianen wisten echter maar enkele kleine steden te veroveren en kwamen niet verder omdat ze nu het grondgebied van Vichy-Frankrijk moesten erkennen.

Daarna wende Mussolini zich naar Afrika en de Balkan en hoopte via een grootse aanval Griekenland, Egypte en misschien ook Soedan te bezetten. De Italiaanse offensieven liepen echter overal al snel vast en in de Grieks-Italiaanse oorlog werden zelfs delen van het Italiaans protectoraat Albanië heroverd. Pas toen Duitse troepen te hulp schoten werden de geallieerden in Griekenland en de Italiaanse kolonie Libië teruggedreven. Italië kreeg nu Montenegro, Kosovo, Dalmatië en grote delen van Griekenland, en het Italiaanse rijk bereikte zijn hoogtepunt.

De loop van de oorlog begon echter te keren toen de geallieerden het Duitse Afrikakorps uit Tunesië en Libië verdreven en optrokken naar Sicilië. Het eiland werd veroverd, en de geallieerden begonnen de Italiaanse campagne waarin ze moeizaam naar het noorden optrokken. De fascistische hoge raad en de koning verklaarden geen vertrouwen meer in Mussolini te hebben, en zetten hem af. Het nieuwe staatshoofd werd Pietro Badoglio en Mussolini werd gevangengezet. Italië sloot vrede met de geallieerden en verklaarde de oorlog aan Duitsland en de asmogendheden.

Op 12 september 1943 werd Mussolini door de Duitsers bevrijd. Hij werd aan het hoofd geplaatst van de Italiaanse Sociale Republiek, een zwaar onder Duitse invloed staande marionettenregering in Noord-Italië, met Salò aan het Gardameer als hoofdstad. Deze republiek moest Zuid-Tirol aan Duitsland afstaan en verloor continu grondgebied aan de geallieerde opmars. Nadat de laatste Duitse SS-eenheden zich in april 1945 overgaven in Noord-Italië werd Mussolini door partizanen gearresteerd en vermoord. Zijn lichaam werd ondersteboven opgehangen aan het dak van een benzinestation in Milaan.

Hedendaagse tijd[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de oorlog moest Italië onder andere de Dodekanesos en Istrië afstaan. In 1946 sprak de Italiaanse bevolking zich in een referendum uit voor de invoering van een republiek. Vanwege zijn collaboratie met de fascisten werd koning Victor Emanuel III verbannen en mocht samen met zijn mannelijke familieleden nooit meer voet op Italiaans grondgebied zetten. Vrouwelijke familieleden mochten wel het land in, maar deden dit niet. In 2002 werd deze ban opgeheven. Sindsdien zijn de nazaten van de laatste koning weer welkom in hun vaderland.

De Italiaanse republiek bestaat tot op heden nog altijd, maar wordt gekenmerkt door veel regeringswisselingen. Geen enkele regering heeft tot op heden de maximale zittingsduur van vijf jaar uitgezeten. Dit moet overigens niet worden opgevat als politieke instabiliteit; tot in de jaren negentig waren wisselingen in de aanhang van politieke partijen zeer gering, waarbij de christendemocratische partij permanent een hoofdrol vervulde en de bijna even grote communistische partij permanent werd uitgesloten van regeringsdeelname op landelijk niveau. Na de wereldwijde instorting van het communisme en een heroriëntatie van het Italiaanse communisme trad er een drastische herschikking van het politieke landschap op, met meer mogelijkheden voor linkse partijen in de regering, maar ook voor een grote rechtse populistische beweging onder leiding van de mediamagnaat Silvio Berlusconi. In april 2008 presenteerde Silvio Berlusconi 's lands zestigste regering sinds het afschaffen van de monarchie op 2 juni 1946.

Voetnoten[bewerken]

  1. M. Pallotino, A History of Earliest Italy, Ann Arbor, 1991, p. 50.
  2. Deze alinea is gebaseerd op het artikel 'History of Italy' van de Engelstalige Wikipedia.
  3. https://web.archive.org/web/20080625094232/http://www.channel4.com/history/microsites/H/history/a-b/blackdeath.html
  4. Roeland Segeren, De geschiedenis van Italië in begrijpelijke taal (2012) p.63
  5. Roeland Segeren, De geschiedenis van Italië in begrijpelijke taal (2012) p.78-79

Referenties[bewerken]