Halsbandparkiet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Halsbandparkiet
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Psittacula krameri2.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Psittaciformes (Papegaaiachtigen)
Familie: Psittacidae (Papegaaien)
Geslacht: Psittacula
Soort
Psittacula krameri
(Scopoli, 1769)
Afbeeldingen Halsbandparkiet op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Halsbandparkiet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een papegaaiachtige uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa is gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren is een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in West-Europa, konden zich vermenigvuldigen tot vele tienduizenden exemplaren en hebben zich ondertussen als exoot gevestigd.

Kenmerken[bewerken]

De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 centimeter. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. Er bestaan 4 ondersoorten die voornamelijk in lengte van de bek en van het lichaam verschillen (Forshaw, 1978). De mannetjes onderscheiden zich door een band die rond de nek roze is en bij de keel zwart. De middelste staartpennen hebben een blauwachtige schijn. Bij het vrouwtje is de band onduidelijk, juvenielen zijn geler en hebben een onduidelijke of zelfs geen band.

Habitat en leefwijze[bewerken]

In Nederland en België komen halsbandparkieten het meest voor in en rond de grote steden. In bijvoorbeeld Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Brussel worden de vogels veel gezien. De vogels verspreiden zich ook buiten de steden. In zijn herkomstgebied komt de soort voor in loofbossen en lichte secundaire jungle, maar ook in tuinen, boomgaarden en gecultiveerde gebieden in de buurt van dorpen en steden. Ze vermijden bergen, woestijnen, drasland en dichte bossen. De parkieten worden normaal in kleine groepen van een 10 à 15 vogels waargenomen, maar bij de gemeenschappelijke slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een grote hoeveelheid voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels.

Voortplanting[bewerken]

De vogels zijn monogaam, vormen waarschijnlijk paren voor het leven,[bron?] zijn sedentair en beginnen rond het derde levensjaar te broeden.

Zoals bijna alle parkieten zijn het holenbroeders die soms oude nesten van spechten gebruiken, maar in zachte houtsoorten ook zelf een nestholte kunnen uitknagen, hoewel hier in Europa slechts anekdotische informatie over bestaat. In India gebruiken ze ook holten in muren. Gebroed wordt er solitair of in losse groepen, tot acht paren in dezelfde boom. De territorialiteit beperkt zich tot de onmiddellijke omgeving van het nest, terwijl broedvogels elkaar kunnen assisteren om roofdieren te verjagen .

Voedsel[bewerken]

Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, fruit, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet een omnivoor. Zowel in België, Groot-Brittannië als in Duitsland werd vastgesteld dat ze allerlei soorten voedsel eten, maar voornamelijk bloemen en vruchten. Van het gebruikelijke tuinvoer eten de vogels het liefste pinda's. In koelere gebieden van Europa blijft hun verspreiding beperkt tot de steden omdat ze tijdens de winter onvoldoende in staat zijn om buiten de steden voedsel te vinden.

De halsbandparkiet wordt in zijn natuurlijk areaal beschouwd als een plaagdier dat 'verspillend' te werk gaat, want hij heeft de neiging om uit halfrijp fruit slechts 1 à 3 happen te nemen en dan naar de volgende vrucht te gaan. Het opbrengstverlies aan zonnebloemen en maïs kan oplopen tot respectievelijk 33 en 4,6% ten gevolge van parkietenvraat. In Nederland blijft het probleem beperkt tot het eten van knoppen van bijvoorbeeld kastanjebomen. Deze worden 's winters opengepikt om bij de in de knop latente bloemen te komen. Later eten zij van de ontluikende bloemen en het jonge groen.

De halsbandparkiet als exoot[bewerken]

Verspreiding[bewerken]

De oorspronkelijke leefgebieden liggen in India en in Afrika ten noorden van de evenaar. Volgens de overlevering bracht Onesikritos, een stuurman op de vloot van Alexander de Grote, als eerste een levende halsbandparkiet mee, de eerste papegaaiachtige in Europa. Zijn wereldwijde populariteit als kooivogel heeft ervoor gezorgd dat de halsbandparkiet op verschillende plaatsen verwilderde populaties heeft kunnen vormen, door ontsnappingen uit volières of door opzettelijke vrijlating. Halsbandparkieten zijn waargenomen in 35 landen op alle continenten, Antarctica uitgezonderd. In Europa bevinden de grootste populaties zich in Zuid-West-Engeland (10 000 vogels), België (meer dan 10 000 vogels), Nederland (rond de 9000 vogels, waarvan 5000 in Den Haag en omgeving) en Duitsland: (5400 vogels). Hij komt ook voor in Spanje (rond Barcelona en in Andalusië) en Frankrijk (rond Parijs en ook Fréjus) alsook in Portugal (Lissabon).

Een halsbandparkiet in het Brusselse Jubelpark

In 1974 werd in het Brusselse Melipark een 50-tal parkieten losgelaten door Guy Florizoone, de toenmalige directeur van de Brusselse Meli. De vogels verspreidden zich snel over Brussel en het eerste broedgeval buiten het Melipark dateert uit 1975. In 1984 telde men 250 vogels, in 1988 waren het er al 500 en recent (2005) wordt de populatie op 7000 (data AVES, België) vogels geschat. Vanuit hun broedplaatsen in onder andere het Jetse Dielegembos en Laarbeekbos verspreidden ze zich geleidelijk over de rest van Brussel en nabijgelegen gemeenten. Sinds 1992 bevindt zich een gemeenschappelijke slaapplaats van de halsbandparkieten op het terrein van het NAVO-hoofdkwartier te Evere en sinds 2003 is er ook een slaapplaats in het Elisabethpark te Koekelberg.

De Brusselse halsbandparkieten vertonen, net als in hun natuurlijk areaal, een voorkeur voor meer open gebieden zoals parken en tuinen en vermijden dichte bossen. Dit geldt ook voor de Engelse en Duitse populaties. Onderzoek op basis van punttellingen wees uit dat de verspreiding over de Brusselse parken en bossen vooral door het nestholteaanbod en de afstand tot de slaapplaats in Evere bepaald wordt. Verder blijkt ook dat de soort een relatief open landschap verkiest, maar binnen dit landschap wel in relatief dichte bosbestanden broedt.

Halsbandparkieten op een balkonrailing in Oegstgeest

In Nederland worden halsbandparkieten vooral waargenomen in en rond de grote steden.[2] Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In de gehele regio Den Haag zijn in januari 2010 circa 5000 exemplaren aangetroffen. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo'n 2770 vogels. In Rotterdam was het getelde aantal van 540 in 2004 gestegen tot 1200 in 2013. In Zaandam zijn er ongeveer 100 parkieten in het vijfhoekpark. In Haarlem is de populatie gegroeid van 133 in 2004 tot ongeveer 300 in 2010. Utrecht is door vogels vanuit Amsterdam gekoloniseerd. Van de Amsterdamse vogels is bekend dat ze weinig honkvast zijn: een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn.

Halsbandparkiet op bezoek in een tuin

Gevolgen[bewerken]

Over de ecologische en economische impact van de halsbandparkieten is reeds vaak gespeculeerd, maar bestaan relatief weinig harde gegevens. In gebieden met veel halsbandparkieten lijken minder boomklevers en grote bonte spechten te worden waargenomen, wat concurrentie om nestholtes tussen deze soorten suggereert. Anderzijds is er wel grote overlap in nestholtekenmerken gevonden, maar hebben weinig observaties van directe agressie plaatsgevonden. Het nestholteaanbod is vaak een belangrijke factor in de verspreiding van holenbroeders. Echter, in natuurlijke loofbossen is er normaal gezien geen tekort aan nestholtes omdat zonder menselijke ingrepen er in elk langlevend, natuurlijk bos grote, dode bomen voorkomen die een belangrijke bron van nestholtes zijn. De Europese stadsparken en bossen zijn echter niet natuurlijk, maar sterk beheerd en het verminderde nestholteaanbod in beheerde bossen heeft een sterk negatief effect op het voorkomen van holenbroeders.

Concurrentie om nestholtes tussen holenbroeders is waargenomen tussen exoten en inheemse standvogels, voornamelijk tussen de in Noord-Amerika geïntroduceerde spreeuw en verschillende spechten. Ook tussen de in Australië geïntroduceerde treurmaina (Acridotheres tristis) en de inheemse holenbroeders is er concurrentie vastgesteld.

In België is in het verleden schade gemeld aan sier- en fruitbomen. In Groot-Brittannië zijn er recente, maar eerder anekdotische klachten over economische schade aan landbouwgewassen, meer bepaald in wijngaarden.

Veel stadsbewoners weten de halsbandparkiet evenwel te waarderen. Toen SOVON het jaar 2004 uitriep tot het jaar van de halsbandparkiet, werden grote aantallen foto's opgestuurd door mensen die graag "hun parkiet" lieten zien.

Toekomst[bewerken]

Er vliegen in Vlaanderen minstens 10 000 halsbandparkieten rond. Deze exoot kan mogelijk uitgroeien tot een van de talrijkste holenbroeders in onze contreien, blijkt uit Antwerps onderzoek. Een dramatisch effect op inheemse vogelpopulaties is echter onwaarschijnlijk. Het aantal zou volgens onderzoek gemakkelijk ruim vier keer zoveel kunnen worden. Vooral langs de as Brussel-Mechelen-Antwerpen is nog ruimte genoeg, maar de exoten kunnen ook rond Leuven, Turnhout, Brugge en Gent terecht. Die regio’s zijn immers sterk verstedelijkt en er zijn verschillende oudere bossen, parken en kasteeldomeinen te vinden. Ook hier zou blijken dat daar waar de halsbandparkiet terrein wint, de inheemse boomklever afneemt, omdat de parkiet zijn nestholtes inpikt. Volgens deskundigen kan in het ergste geval, als de halsbandparkiet zich ook buiten stedelijke gebied uitbreidt, een derde van de boomkleverpopulatie verdwijnen. Voor concurrentie tussen de parkieten en andere soorten zijn bij onderzoek in Vlaanderen geen aanwijzingen gevonden.[3]

Halsbandparkieten zijn een nieuwe soort in de Benelux die de afgelopen jaren behoorlijk in aantal is toegenomen. Evenwel lijkt de grens nog niet bereikt. Weliswaar is het mogelijk dat het aantal nestholen de verdere groei van de populaties in steden als Amsterdam en Brussel zou kunnen beperken, maar buiten de huidige vestigingssteden lijken geschikte habitats nog volop aanwezig te zijn. Het gaat hierbij om parken in grote steden. In die parken moeten hoge bomen staan en, al dan niet op enige afstand hiervan, moeten nestholen te vinden zijn. Een voorbeeld van een habitat die nog niet door halsbandparkieten is bewoond, maar waarschijnlijk zeer geschikt is, is park Sonsbeek in Arnhem. SOVON en Waarneming.nl inventariseren het voorkomen van de halsbandparkiet in Nederland. In België zijn er, volgens de Universiteit Antwerpen, nog geschikte uitbreidingsgebieden rond Turnhout, Bilzen en Brugge.

Andere papegaaiachtigen[bewerken]

Een andere parkietensoort (oftewel papegaaiachtige) die in Nederland is verwilderd is de monniksparkiet. Deze vogel wordt regelmatig gezien op het eiland Goeree-Overflakkee en in de buurt van Apeldoorn en Deventer.

In Amsterdam en Haarlem leven enkele tientallen grote alexanderparkieten tussen de halsbandparkieten. Deze soort is verwant aan de halsbandparkiet, die ook wel kleine alexanderparkiet wordt genoemd.

Bronnen, noten en/of referenties