Mamelukken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Mamelukse sultan van Egypte, volgens de 14e-eeuwse Catalaanse Wereldatlas
Klederdracht van een Mameluk (1779)
Carle Vernet: Een bereden Mameluk, 1810
Carle Vernet: Een mameluk met zijn paard
Louis Dupré: Griekse Mameluk van Napoleon

Mamelukken of Mamlukken (Arabisch: مملوك; letterlijk: (een persoon) in bezit, bezetene) waren in de middeleeuwen in de islamitische wereld slaven, voornamelijk van Turkse origine, die opgeleid werden tot militair of bestuurder. De meesten waren geboren in arme families, die bij een overschot aan kinderen hun zonen verkochten. Veel islamitische veroveraars uit de middeleeuwen maakten gebruik van legers die grotendeels uit dergelijke slaven bestonden. Slaven die bijzonder capabel bleken konden tot hoge functies opklimmen, zoals legerleider, minister of vizier. In een aantal gevallen werd een voormalige slaaf zelf sultan.

In het Midden-Oosten werden de Mamelukken een machtige militaire orde, die als ridders te paard vochten, onder andere tegen de kruisridders. Van 1250 tot 1517 regeerde een Mamelukkendynastie van sultans over Egypte. Eerder, in 1206, was in het noorden van India de Slavendynastie aan de macht gekomen.

Opkomst[bewerken]

De eerste Mamelukken werkten in de 9e eeuw voor het Abbasiden-kalifaat in Bagdad. De Abbasiden wierven hen uit niet-moslimfamilies in Anatolië, Oost-Europa, Centraal-Azië en de Kaukasus. Door niet-moslims als militairen in te zetten, werd gedeeltelijk het islamitische verbod op gevechten tussen moslims omzeild. Na hun bekering tot de islam werden zij opgeleid tot cavaleristen. Hun diensten werden beloond met macht en uiteindelijk met vrijheid. Vele Mamelukken klommen op tot hoge posities binnen het rijk. De status was niet-erfelijk: zonen konden hun vaders niet opvolgen.

In het leger van het Ajjoebidische Rijk, opgericht door Saladin, kregen de Mamelukken na verloop van tijd de macht in handen. In 1250 leidden Mamelukse emirs een succesvolle staatsgreep en vermoordden de Ajjoebidische sultan. Daarna konden ze Egypte voor zich opeisen.

Baibars[bewerken]

Vanuit hun basis in Caïro rukten ze op naar Syrië en Palestina. In 1260 bracht Baibars, hun aanvoerder, in het noorden van Palestina het Mongoolse leger een nederlaag toe. In 1271 veroverde hij in Syrië de kruisvaardersburchten Chastel Blanc (Safita) en het Krak des Chevaliers. In 1291 vielen ook de steden Tyrus, Sidon, Beiroet en Akko. Zo voltooiden de Mamelukken het werk van Saladin en verdreven de laatste kruisvaarders uit de Levant. Hun rijk strekte zich nu uit tot Oost-Turkije.

De Mamelukken hielden vast aan het slavensysteem: diegene die het grootste slavenleger had, kon sultan worden. Er was dus ook toen geen erfelijke opvolging. Eenmaal aan de top moest de sultan een bekwaam machiavellist zijn om zich te kunnen handhaven. De Mamelukken waren trots op hun vechtkunst.

Rijkdommen[bewerken]

Dank zij hun veroveringen beheersten zij de specerijenhandel in oost-westrichting. De belastingen op bijvoorbeeld specerijen, zijde en parfum maakten Caïro tot een van de rijkste steden ter wereld. Dit blijkt uit het erfgoed aan schitterende bouwwerken (vooral moskeeën) dat nu nog aanwezig is. De bouwtradities uit het Midden-Oosten werden gecombineerd: de Mamelukken vermengden Armeens metselwerk met Noord-Afrikaans stucwerk, Byzantijnse mozaïeken met polychroom ingelegd marmer. Belangrijke voorbeelden van deze architectuur zijn de moskeeën van Sultan Hassan en ar-Rifai in Caïro. Ook in Syrië vindt men bouwwerken uit deze tijd: een voorbeeld is het Mamelukken-paleis binnen de citadel van Aleppo.

Het Mamelukken-monopolie op de oost-westhandel spoorde Europa aan nieuwe wegen naar Oost-Azië te zoeken. Na een vergeefse poging in westelijke richting, waarbij Columbus in 1492 landde in Amerika in plaats van in India, wist in 1498 Vasco da Gama de Kaap de Goede Hoop te omvaren; dit betekende een zware slag voor de Egyptische handel.

Ottomanen[bewerken]

Het Mamelukse Rijk werd ten val gebracht door de Ottomanen. In 1517 versloeg sultan Selim I het Mamelukse leger en veroverde hun hele rijk in slechts enkele jaren. De Ottomanen namen de macht in Egypte over, maar de Mamelukken bleven aan als plaatselijke elite.

In 1798 viel Napoleon Egypte binnen met een Frans revolutionair leger en versloeg de Mamelukken (zie: Expeditie van Napoleon naar Egypte). Napoleon was niettemin onder de indruk van de Mamelukse cavalerie en formeerde een eigen Mamelukken-korps voor het Franse leger. Napoleons lijfwacht Roustam Raza was ook een Mameluk.

Bronnen, noten en/of referenties