Brussel-Halle-Vilvoorde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brussel-Halle-Vilvoorde
Kiesarrondissement in België Vlag van België
Locatie van BHV in België
Algemeen
Oppervlakte 1.104,31 km²
Inwoners (1/01/2010) 1.683.082 (1524 inw/km²)
Gemeenten 54
Deelgemeenten 123
Portaal  Portaalicoon   België
De voormalige kieskringen BHV (rood en blauw) en Leuven (grijs). BHV bestond uit de bestuurlijke arrondissementen Brussel-Hoofdstad (rood) en Halle-Vilvoorde (reguliere gemeentes in donkerblauw, faciliteitengemeentes in lichtblauw).
BHV (paars) en de taalgrenzen (rood).

Brussel-Halle-Vilvoorde, afgekort "BHV", was een kieskring in België van 1963 tot 2012. Ze strekte zich uit over de bestuurlijke arrondissementen Brussel-Hoofdstad (samenvallend met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en Halle-Vilvoorde (35 gemeentes van het Vlaams Gewest).[1] Sinds de opheffing in 2012 vormt het Brusselse deel een eigen kieskring en hoort het Vlaamse deel bij de kieskring Vlaams-Brabant.

De afschaffing van de kieskring was een communautaire kwestie die de Belgische politiek beheerste van 2002 tot 2012. Vlaanderen eiste dit om in het Vlaamse deel het Brusselse kiesstelsel (d.i. dat men zowel op Nederlands- als Franstalige politici kan stemmen) te kunnen vervangen door het Vlaamse kiesstelsel (d.i. dat men enkel op Nederlandstalige politici kan stemmen). Dit was noodzakelijk om de Kieswet uit te voeren en om de verfransing van Halle-Vilvoorde tegen te gaan.[2] De kwestie sleepte zo lang aan doordat men het niet eens werd over de compensatie van de Waalse partijen.

1rightarrow blue.svg Voor de identieke kieskring voor 1963, zie arrondissement Brussel
1rightarrow blue.svg Voor het gerechtelijk arrondissement, zie gerechtelijk arrondissement Brussel

Gemeentes[bewerken]

Het arrondissement omvatte het stedelijk gebied van Brussel en de westelijke helft van Vlaams-Brabant.

Vlaams Gewest[bewerken]

Brussels Hoofdstedelijk Gewest[bewerken]

Demografische evolutie[bewerken]

Inwoneraantal x 1000

  • Bron:NIS - Opm:1806 t/m 1970=volkstellingen op 31 december; vanaf 1980= inwoneraantal per 1 januari

Ontstaan van de kwestie (1960-2000)[bewerken]

BHV aan weerszijden van de taalgrens[bewerken]

In 1962 werd de taalgrens vastgelegd. De grenzen van de provincies en arrondissementen werden overal aangepast aan de officiële taalgrens, met uitzondering van de provincie Brabant. Deze provincie lag aan beide kanten van de taalgrens, zich uitstrekkend over grondgebied dat vandaag behoort tot het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest.

Evenmin werden de arrondissementen in deze provincie aangepast aan de taalgrens. Brabant telde er twee: het arrondissement Nijvel (volledig binnen Wallonië) en het arrondissement Brussel (deels in Brussel en deels in Vlaanderen). Dit laatste werd wel omgevormd tot twee nieuwe arrondissementen (de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en het gerechtelijk arrondissement Brussel), maar hun grondgebied was identiek aan dat van hun voorganger. Al in november 1961 diende de toenmalige CVP-volksvertegenwoordiger en oud-burgemeester van Grimbergen Corneel Verbaanderd een wetsvoorstel in tot splitsing van de kieskring,[3] zonder resultaat.

In België worden verkiezingen georganiseerd volgens het meervoudig districtenstelsel: het land is ingedeeld in "kieskringen" en elke kieskring heeft haar eigen kieslijst waaruit vertegenwoordigers verkozen moeten worden. In de jaren 1960 en 1970 vielen de Belgische partijen uit elkaar op grond van taal. Sindsdien kan men in de kieskringen van Vlaanderen enkel op Vlaamse partijen stemmen, in de kieskringen van Wallonië enkel op Waalse partijen, in de kieskring van Brussel op de partijen uit beide gewesten. Doordat de 35 Vlaamse gemeentes van Halle-Vilvoorde electoraal bij Brussel hoorden, kregen zij dezelfde (tweetalige) kieslijsten als Brussel. Bijgevolg konden Franstalige lijsten deelnemen aan verkiezingen in dit gedeelte van Vlaanderen.

Door de oprichting van de gewesten en gemeenschappen (Tweede Staatshervorming, 1980) bestond een vreemde situatie: de provincie Brabant lag in de drie gewesten. Haar electorale en gerechtelijke arrondissement strekten zich uit over het tweetalige Brussel en het eentalige Vlaanderen. In 1995 werd eindelijk de provincie gesplitst: het Vlaamse gedeelte werd een eigen provincie (Vlaams-Brabant), het Waalse gedeelte werd een eigen provincie (Waals-Brabant) en Brussel werd een eigen gewest. Helaas werden de kieskring en het gerechtelijk arrondissement nog steeds niet gewijzigd.

Vlaams standpunt[bewerken]

De Vlaamse partijen verzetten zich decennialang tegen de Franstalige kieslijsten in Halle en Vilvoorde. Hun belangrijkste argumenten waren:

  • Vanwege BHV konden Franstalige partijen opkomen in een deel van Vlaanderen, maar Nederlandstalige partijen konden nergens in Wallonië opkomen.
  • De aanwezigheid van Franstalige partijen in een deel van Vlaanderen is in strijd met de taalwetgeving.
  • De deelname van Franstalige partijen en van hun bekende Brusselse lijsttrekkers bij de plaatselijke verkiezingen wekte de indruk dat ingeweken Franstaligen niet langer het Nederlands machtig moesten zijn, waardoor de streek verfranste.
  • De kieskring Leuven kon niet uitgebreid worden met de rest van Vlaams-Brabant zoals gestipuleerd in de hervormde Kieswet (2002), wat de situatie ingewikkelder maakte en waardoor kleine partijen in Leuven moeilijker dan elders de kiesdrempel konden behalen.

Anderzijds hield de samenvoeging van Brussel en Halle-Vilvoorde een voordeel in voor de Vlaamse partijen. In Brussel haalden zij tenslotte maar zo'n 15% van de stemmen, wat zo weinig is dat geen enkele Vlaamse partij een zetel kon bemachtigen op basis van de Brusselse stemmen alleen. Het probleem werd voor de Vlamingen uiteindelijk opgelost doordat voor de Brusselse raden een vaste verhouding tussen Vlaamse en Waalse vertegenwoordigers werd vastgelegd.

Vlaanderen verzette zich ook tegen het gerechtelijk arrondissement Brussel dat hetzelfde grondgebied beslaat. M.a.w. ook op gerechtelijk vlak was er Franstalige invloed in een deel van Vlaanderen. De splitsing van het gerechtelijk arrondissement zou bovendien de rechtbanken in Brussel te ontlasten.

Franstalig standpunt[bewerken]

Franstalig België wenste de toestand niet te veranderen, tenzij hiertegenover compensaties stonden.

  • De splitsing van BHV bedreigde volgens hen de taalrechten voor Franstaligen in Halle-Vilvoorde. De splitsing was voor hen enkel mogelijk indien alle of enkele gemeentes van Halle-Vilvoorde officieel tweetalig werden, m.a.w. indien het Vlaams Gewest deze gemeentes afstond aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • Indien de Vlaamse gemeentes daadwerkelijk werden losgemaakt van Brussel, werd de onafhankelijkheid van Vlaanderen reëler. Het Vlaamse Gewest omsluit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volledig. Waalse initiatieven zoals de oprichting van de Fédération Wallonie-Bruxelles (2011) en het streven naar een corridor Brussel-Wallonië illustreren het belang dat Wallonië aan de stad hecht.

Voorgestelde oplossingen[bewerken]

1) De hervorming van de Kieswet kon teruggedraaid worden, zodat er niet langer ongelijkheid bestond tussen provinciale en arrondissementele kieskringen. Volgens de Raad van State stond geen enkele hogere rechtsregel een herstel van de oude kiesarrondissementen in de weg.[4] Het probleem dat Franstalige partijen konden opkomen in een deel van Vlaanderen werd zo echter genegeerd.
2) Splitsing in een eentalige en een tweetalige kieskring

  • Indien geen lijstverbinding tussen Brussel en Halle-Vilvoorde werd toegelaten konden de Vlaamse partijen in Brussel (waar ze samen gemiddeld 15% behalen) onmogelijk zetels behalen, tenzij ze zich verenigden in een eenheidslijst.
  • Verticale splitsing: de Nederlandstalige resultaten in Brussel konden gekoppeld worden aan de resultaten van Vlaams-Brabant, de Franstalige resultaten aan de resultaten van Waals-Brabant.
  • Horizontale splitsing: Brussel en haar faciliteitengemeentes zouden tegelijkertijd tot de kieskring Vlaams-Brabant als de kieskring Waals-Brabant behoren. De Raad van State oordeelde echter dat een gebied onmogelijk tot twee kieskringen kan behoren.[5]

3) Uitbreiding van de tweetalige kieskring

  • Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kon uitgebreid worden met enkele/alle Brusselse faciliteitengemeentes. Deze oplossing werd voorgestaan door bijna alle Franstalige partijen, maar was onbespreekbaar voor de Vlaamse politici.
  • De kieskring Waals-Brabant kon fuseren met BHV, zodat Vlaamse partijen konden opkomen in een deel van Wallonië (wat zij echter niet ambieerden).
  • Vlaams- en Waals-Brabant konden bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevoegd worden, zonder verandering van de taalgrens en -wetgeving. Vlaanderen weigerde echter grondgebied te verliezen aan een gewest waarin al snel het Frans zou domineren.
  • Alle regionale kieskringen zouden vervangen kunnen worden door een federale kieskring. Wetsvoorstellen hiertoe werden ingediend door Isabelle Durant en Josy Dubié (maart 2005) en door de Paviagroep (februari 2007), zonder resultaat.

Splitsing van de kieskring (2000-2012)[bewerken]

Hervorming van de Kieswet (2002)[bewerken]

In 2002 paste de regering Verhofstadt I de Kieswet aan. Hierdoor werden de kieskringen voor de federale verkiezingen gefuseerd, opdat zij samenvielen met de provincies. De Kieswet kon niet toegepast worden op Vlaams-Brabant, doordat de westelijke helft onder Brussel viel. Bij wijze van compromis werd een ingewikkelde regeling van kracht:

  • Bij verkiezingen voor de Kamer werden de resultaten van Brussel (kieskring BHV), Vlaams-Brabant (kieskring Leuven) en Waals-Brabant (kieskring Nijvel) aan elkaar gekoppeld.
  • Bij verkiezingen voor de Senaat behoorde heel BHV tot zowel het Nederlands kiescollege als het Frans kiescollege. De kiezers konden slechts stemmen op kandidaten binnen één van de kiescolleges.

Uitspraak van het Arbitragehof (2003)[bewerken]

In 2002 dienden de politici Hugo Vandenberghe, Herman Van Rompuy, Carl Devlies, Geert Bourgeois, Frieda Brepoels, Danny Pieters, Ben Weyts, Gerolf Annemans, Bart Laeremans, Roland Duchatelet, J. Van den Driessche e.a. een verzoekschrift in bij het Abitragehof inzake het voortbestaan van BHV. In een arrest (2003) oordeelde het Hof dat de toenmalige indeling in kieskringen onhoudbaar was.[6] Er bestond immers een onaanvaardbare ongelijkheid tussen de regionale kieskringen BHV en Leuven en de provinciale kieskringen. Het Hof oordeelde dat de volgende federale verkiezingen, gepland op 24 juni 2007, enkel grondwettelijk zouden zijn als de kwestie opgelost was.

De Vlaamse partijen zagen in het arrest steun voor hun eis om de kieskring te splitsen. De Franstalige partijen benadrukten dat het Hof nergens een splitsing oplegde; volgens hen volstond het om terug te keren naar de niet-provinciale kieskringen. Toen de federale verkiezingen van 2007 aanbraken was er nog steeds geen oplossing gevonden. De nieuwe voorzitter van het Grondwettelijk Hof, Marc Bossuyt, benadrukte dat – in zijn persoonlijke mening – de verkiezingen ongrondwettelijk zouden zijn zonder oplossing voor BHV.[7][8]

Regering-Verhofstadt II (2004-2007)[bewerken]

De uitspraak van het Arbitragehof maakte BHV, na decennialang onopgelost te blijven, ineens brandend actueel. Toen de campagnes voor de Vlaamse verkiezingen van 2004 aanvingen, was de oplossing van dit probleem in elk partijprogramma opgenomen. Het werd dan ook opgenomen in het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering, hoewel die zelf niet bevoegd was. De partijen die ook in de federale regering zetelden verbonden zich er wel toe de kwestie naar dit niveau te brengen. Maar zelfs als de Vlaamse volksvertegenwoordigers voor de splitsing zouden stemmen (88 van de 150 zetels, dus een gewone meerderheid), konden de Franstalige partijen de implementatie kunnen vertragen door een belangenconflict en de communautaire alarmbelprocedure in te roepen. In het eerste geval zou bijkomend overleg noodzakelijk worden. In het tweede geval zou de regering verplicht moeten zijn om een unanieme beslissing te bereiken.

Anderzijds eisten de burgemeesters van de reguliere (niet-facilitaire) Vlaamse gemeentes in BHV, verenigd in de Conferentie van burgemeesters en Staten-Generaal in Halle-Vilvoorde, een "onverwijlde" splitsing, zonder compensaties voor de Franstalige partijen.[bron?] Bovendien wilden de Vlamingen bijkomende waarborgen voor de Nederlandstalige partijen in Brussel, die een kleiner electoraat zouden hebben. Deze twee Vlaamse eisen bemoeilijkten het vinden van een "wafelijzermodel". De Franstalige partijen wilden zo'n compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van een uitbreiding van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In het voorjaar van 2005 overlegde de regering-Verhofstadt II over de kwestie. Geen enkel voorstel was voor alle onderhandelaars aanvaardbaar. Uiteindelijk zette Spirit zijn deelname stop, nadat VLD en s.p.a voorstelden de Franstaligen in de Brusselse Rand het recht te geven zich in Brussel in te schrijven. Er kon nu niet langer onderhandeld worden; dit zou pas na nieuwe verkiezingen mogelijk worden. Het Grondwettelijk Hof had echter bepaald dat de kwestie voor de verkiezingen van 24 juni 2007 opgelost moest zijn. De regering vervroegde de verkiezingen dan maar tot 10 juni 2007. Volgens verschillende grondwetspecialisten waren de verkiezingen nog steeds te laat om grondwettig te zijn, omdat de legislatuur volgens hen al begonnen was met de verkiezingen van 18 mei 2003 en niet met de eedaflegging van 19 juni 2003.[9]

Regering-Verhofstadt III (2007-2008)[bewerken]

Bij de formatie onder leiding van Guy Verhofstadt (voorlopige regering-Verhofstadt III was BHV nog belangrijker dan een nieuwe staatshervorming. De nieuwe regering besloot dat voor de kieskring en het gerechtelijk arrondissement de "verticale splitsing" zou komen. Op 7 november 2007 keurde de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer de verticale splitsing goed. De Vlaamse commissieleden stemden vóór (met uitzondering de Vlaamse vertegenwoordigster van de Ecolo/Groen!-fractie; zij onthield zich). De Franstalige commissieleden verlieten uit protest de vergadering bij het begin van de stemming. Voor het eerst in de Belgische geschiedenis gebruikten de Vlamingen hun numerieke meerderheid om een belangrijk staatkundig onderwerp in hun voordeel te beslissen.

Voordat de eindstemming in de plenaire vergadering van de Kamer kon plaatsvinden, werd door de Franstalige partijen via de Franse Gemeenschap een belangenconflictprocedure ingeroepen. Dit betekende in totaal zes maanden uitstel van de stemming, waarin het Overlegcomité moest zoeken naar een oplossing. Ook hier werd geen overeenstemming bereikt. Eind april kondigden de Franstalige partijen aan niet opnieuw een belangenconflict in te gaan roepen.

Leterme I, Van Rompuy en Leterme II (2008-2011)[bewerken]

In maart was de definitieve regering aangetreden, Leterme I. Op 8 mei stonden de wetsvoorstellen opnieuw op de agenda van de kamer. De Franstaligen dienden echter drie amendementen in die zij aan de Raad van State wilden voorleggen. Bovendien riepen de Franstaligen in de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie een dag later alsnog een belangenconflict in. Later deed het Waals Parlement hetzelfde. Omwille van de problemen rond BHV bood Leterme het ontslag van de regering aan in juli. Het ontslag werd niet aanvaard, maar de regering viel alsnog in december.

Op 26 oktober 2009 riep de Duitstalige Gemeenschap een vierde belangenconflict in de kwestie-BHV in, met de mening dat de splitsing door een verzwakte staatsstructuur ook voor haar negatieve gevolgen kon hebben. Opnieuw maakte BHV het verdere functioneren van de regering onmogelijk; Open VLD trok op 22 april 2010 haar steun voor de regering-Leterme II in tijdens nieuwe uitzichtloze onderhandelingen rond BHV (zie ontslag van Leterme II).

Regering-Di Rupo (2011-2012)[bewerken]

De moeizame onderhandelingen rond BHV veroorzaakten een formatie die zo lang duurde dat ze een plaats kreeg in het Guinness Book of Records. Uiteindelijk werd de grootste partij van het land, N-VA, buiten spel gezet. De nieuwe onderhandelende partijen bereikten op 14 september 2011 een deelakkoord omtrent BHV:[10]

Bijkomend werd een grootstedelijk adviesorgaan opgericht tussen Brussel, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Dit adviesorgaan heeft geen beslissingsbevoegdheid. Het deelakkoord bevestigde dat de Vlaamse overheid blijft instaan voor de benoeming van de burgemeesters in de Brusselse faciliteitengemeentes. Bij geschillen rond de splitsing van BHV en rond de taalwetgeving in het algemeen is niet langer de Nederlandstalige, maar de tweetalige kamer van de Raad van State bevoegd.

Midden juli 2012 werd in de Kamer het voorstel aangenomen om BHV te splitsen. De resultaten van de stemming waren als volgt:[11]

Referenties[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. (nl) Wat u moet weten over Brussel-Halle-Vilvoorde. Een institutioneel buitenbeentje in 10 vragen en antwoorden, De Standaard, 20/04/2004
  2. (fr) Tétart, Frank, Nationalismes régionaux: Un défi pour l'Europe, De Boeck Supérieur, 2009, p. 112 ISBN 9782804117818. Geraadpleegd op 2012-11-13.
  3. Wetsvoorstel van 21 november 1961, Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 1961–1962, stuk 204
  4. Advies van de Raad van State, Nrs. 37.735/AV en 37.736/AV
  5. Horizontale splitsing BHV ongrondwettig
  6. Grondwettelijk Hof (toen nog Arbitragehof). Arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003
  7. Verkiezingen 2009 ongrondwettelijk zonder oplossing BHV (De Morgen, 13 november 2007
  8. Zonder oplossing BHV geen grondwettelijke verkiezingen (De Standaard, 13 november 2007
  9. Verkiezingen op 10 juni volgens huidige kieswet zijn ongrondwettig
  10. De Redactie: Hoe gaan de onderhandelaars BHV splitsen
  11. Kieskring BHV na vijftig jaar eindelijk gesplitst

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]