Lijst van straten in Groningen (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is een lijst van verklaringen van straatnamen in Groningen, ingedeeld per wijk. Ook de namen van kanalen, bruggen, parken, e.d. worden toegelicht. In de oudere wijken worden alle namen verklaard; in de jongere alleen de namen die om een toelichting vragen. Waar mogelijk is informatie uit de stadsgeschiedenis van Groningen toegevoegd.[1]

Zie voor afbeeldingen onder meer de categorieën Streets in Groningen (city) en Squares in Groningen (city) op Wikimedia Commons.

Binnenstad[bewerken]

Voor deze lijst wordt de binnenstad begrensd door de Noorderhaven-Spilsluizen-Bloemstraat in het noorden, de Oostersingel-Damsterkade in het oosten, het Verbindingskanaal in het zuiden, en de Westerhaven -Westersingel in het westen. Samen met de Hortusbuurt, de 'Nieuwe Uitleg', vormt de Binnenstad het historische Groningen binnen de wallen (1624-1878).

  • Abrug. Tussen Brugstraat en Astraat. Brug over de A of (tot in de 19e eeuw) Zuiderhaven. Een eerste (houten) brug is gedateerd op 1192. Een inmiddels stenen brug uit de 14e eeuw is in 1599 vervangen door de Apoortenboogbrug. Op zijn beurt is die brug in 1854 vervangen door de ijzeren Apoortendraaibrugge, in 1895 door een zwaardere brug met (jaren dertig van de 20e eeuw) een nieuw brugdek. Het geheel, inclusief de brughoofden, gerestaureerd 2010. Draaibrug. Vermoed wordt dat de eerste brug in de plaats is gekomen van een voorde, een doorwaadbare plaats.
  • Academieplein. Niet-officiële naam voor het gedeelte van de Broerstraat, waaraan het hoofdgebouw van de Rijksuniversiteit Groningen is gelegen.
    • De universiteit is gesticht op 14 juli 1614 als Academia Groningae et Omlandiae. Vanaf 1815 wordt de Academie aangeduid als rijkshogeschool; sinds 1876 als rijksuniversiteit. Het huidige Academiegebouw is geopend op 29 juni 1909, nadat een eerder gebouw op 30 augustus 1906 in vlammen was opgegaan. De toren op het gebouw is 65 m hoog.
  • Achter de Barakken. Ook Barakken. Naam voor het pleintje vanaf Prinsenstraat 9. Benaming afgeleid van de tot omstreeks 1875 aanwezige barakken voor de opslag van verdedigingsmateriaal voor de vestingwallen.
  • Achter de Muur. Alle straten achter de oorspronkelijk middeleeuwse stadsmuren hebben in 1874, op één na, een eigen naam gekregen. Gerekend vanaf de Vishoek: Hoekstraat, Muurstraat, Hardewikerstraat, Hofstraat, Singelstraat, Schoolstraat. De huidige straat Achter de Muur loopt van Poelestraat tot Gedempte Kattendiep, onder meer langs de achterzijde van het Pepergasthuis. De buitenmuur van het gasthuis aan deze straat is het enige nog resterende deel van de middeleeuwse muur.
  • Achter de Noorderkuipen. Van Turfsingel tot Walstraat. Genoemd naar ter plaatse gevestigde leerlooierijen. De huiden werden geweekt in kuipen. Wegens de stankoverlast waren dergelijke bedrijven gevestigd buiten de eigenlijke binnenstad. Oudere namen: Blekersteeg en Martini- of Schoenmakersperk (perk: omheind stuk grond). Vgl. ook: Zuiderkuipen.
  • Achterom. Vanaf Nieuweweg 38. De naam is al bekend in de 17e eeuw als Achteromhoek.
  • Agricolastraat. (1879) In Stad meestal uitgesproken als Agricólastraat. Van Kruitlaan tot Oudeweg. De naam herinnert aan de bijbels-humanistische geleerde Rudolf Agricola, onder meer vanaf 1480 syndicus (secretaris) van Groningen. Vanaf perceel 38 de voormalige Raamsteeg.
  • Akerkhof. Van Vismarkt tot Brugstraat en Munnekeholm. Voor naamsverklaring zie: Hoge der A. Oudere naam: Langestraat (tot in de 15e eeuw). De zuidzijde ook Achter Akerkhof; de westzijde ook De Dobbe of Monnikendobbe. Het eigenlijke kerkhof lag aan de westzijde van de Der Aa-kerk. Oude zegswijze: 'Het zal geschieden wanneer het aan het Akerkhof niet waait en in de Poelestraat geen plassen staan' (dat wil zeggen met sint-juttemis).
    • 1. Korenbeurs, gebouwd 1865. Op dezelfde plaats twee eerdere beurzen: in hout (1774) en in steen (1825). Het beursbedrijf zelf dateerde uit 1680 (-1990). Het gebouw biedt tegenwoordig huisvesting aan een supermarkt.
    • 2. A- of Der Aakerk (oorspronkelijk to der Aa of ter A). De ter plaatse al bestaande kapel van de parochie O.L.Vrouwe en St. Nicolaas ter A wordt in 1212 verheven tot parochiekerk. Vanaf plm. 1350 O.L.Vrouwe- of Mariakerk. Naderhand vervangen en uitgebouwd tot een kruisbasiliek die in 1465 de huidige, gotische vorm krijgt. Sinds 1594 protestantse kerk. De 76 m hoge toren brandt af - na blikseminslag - in 1671 en wordt in 1674 herbouwd. In 1701 stort de toren in met een gedeelte van de kerk. Hersteld en verbouwd in 1712. Het huidige orgel is in 1815 overgebracht uit de Broerkerk. Sinds de restauratie 1982-1985 is de kerk niet meer als zodanig in gebruik.
    • 4. Café-restaurant en zalencentrum 'Huis de Beurs'. Op 20 januari 1885 werd hier de afdeling Groningen van de Sociaal-Democratische Bond opgericht. Een gedenkplaat in de gevel aan de Folkingestraat herinnert daaraan.
    • 22. Voormalig klooster Zusters O.L.Vrouwe van Amersfoort.
  • Akerkstraat. Van Akerkhof tot Grote Kromme Elleboog. Tot 1874 Lammehuiningestraat: naar Lamme, weduwe van Simon Huinge (omstreeks 1450), die een huis bezat op de hoek met het Akerkhof. In de volksmond ook wel 't Lammuuntje. Naamswijziging op verzoek van de bewoners wegens de slechte reputatie van de straat.
  • Apoortenmolendrift. Van Pottebakkersrijge tot Westerhavenstraat. Het straatje voerde naar de Apoortenmolen in de Adwinger (afgebrand plm. 1870).
  • Astraat. Van Abrug tot Westersingel. In de Astraat voorheen twee poorten: de Binnen Apoort bij de Westerhavenstraat (1527-1828) en de Buiten Apoort (met snikklokje)bij de Westersingel (1623-1859). Een oudere Apoort dateert uit de 13e eeuw (de poort wordt genoemd in 1262). De restanten hiervan zijn in 2009 aangetroffen aan het einde van de Brugstraat. Het gedeelte van de Buiten Apoort tot de Blekerstraat in 1882 benoemd als Nieuwe Astraat, later als Aweg.
  • Battengang. Van Steentilstraat tot Kostersgang. Genoemd naar de gebroeders Battinck, bewoners van de hoekpercelen met de Steentilstraat (1553). Ook wel Battingegang. De Battengang liep voorbij de Kostersgang tot 1971 (bouw Politiebureau) nog door tot de voormalige Veulsgang (zie Vervallen straatnamen).
  • Bentelaarsgang. Van Oosterstraat 25 naar Gelkingestraat. Naar een destijds aanwonende familie Bentelaar, eigenaren van een smederij.
  • Bibliotheekgang. Van Zwanestraat 35 tot Poststraat. Leidde vanaf 1864 naar de Academiebibliotheek, eerder naar de aldaar sinds 1594 gevestigde Latijnse school.
  • Bleekveld. Van Turfsingel tot W.A. Scholtenstraat en Oostersingel. Omstreeks 1990 aangelegd op het terrein van de voormalige suikerraffinaderij en stroopfabriek van W.A. Scholten (1862-1970). Een bleekveld was in de 17e en 18e eeuw een grasplein of -perk voor het - aan het zonlicht - bleken van linnen of laken stoffen.
  • Blekersgang. Vanaf Ged. Zuiderdiep 144. Voerde in de 17e eeuw naar een aldaar gelegen bleekweide, de Wobbebleek. Vgl. ook de Blekerstraat, de Blekerslaan, een tweede Blekersgang ter plaatse van de huidige Nieuwe St. Jansstraat en een Blekerssteeg als oudere naam voor Achter de Noorderkuipen.
  • Bocht van Guinea. Van Damsterdiep tot Lijnbaanstraat. De straatnaam mogelijk te herleiden naar het oorspronkelijk gebogen verloop van de straat, al dan niet in combinatie met de aanwezigheid van een herberg onder die naam. De bocht van Guinea: de Afrikaanse westkust bij de gelijknamige golf. Langs deze kust van 1638 tot 1872 een reeks Nederlandse forten, de Nederlandse bezittingen ter kuste van Guinee, oorspronkelijk onder beheer van de West-Indische Compagnie. In Groningen was een Kamer van de WIC gevestigd en werden schepen naar het gebied uitgerust. Bocht van Guinea ook oudere naam voor de Vishoek (die naam in elk geval afgeleid van een herberg).
  • Boteringebrug. Tussen Oude Boteringestraat en Nieuwe Boteringestraat. Oorspronkelijke Boteringeboog (1703) vervangen 1886; de huidige brug dateert uit 1932.
  • Boteringeplaats. Doodlopend zijstraatje vanaf Muurstraat 8. De naam is van 1996.
  • Broerstraat. Aangelegd 1560; genoemd naar het vroegere franciscaner- of minderbroedersklooster (1245-1594), gelegen ten zuiden van de straat. Zie verder afzonderlijk lemma.
  • Brouwersgang. Vanaf Schuitendiep 72. Voerde naar brouwerij 'De Rode Vos' (1705, zie Vosgang).
  • Brugstraat. Van Akerkhof tot Abrug. Genoemd naar het geslacht Ten of Ter Brugge dat in de middeleeuwen een versterkt huis bij de brug over de A bewoonde. Tot in de 15e eeuw ook Langestraat.
  • Bruine Ruiterstraat. Van Herestraat tot Pelsterstraat. Naar de gelijknamige herberg in de Herestraat (17e eeuw).
  • Burchtstraat. Vanaf Gelkingestraat doodlopend en van Gelkingestraat tot Oosterstraat. Tot 1874 Achter de Muur genoemd. De naam verwijst naar de in 1568 op bevel van Alva gebouwde citadel Arx Nova tussen Here- en Oosterpoort (afgebroken 1577). De Burchtstraat liep tot 1970 (uitbreiding C&A) door naar de Herestraat. Tegen de afsluiting van de straat zijn nooit op de stadshistorie gebaseerde bezwaren ingediend.
  • Burengang. Vanaf Vismarkt 7. Tot 1883 Vuile gang. Naam op verzoek van aanwonenden gewijzigd. De - nu afgesloten - gang gaf oorspronkelijk via het Papenpoortje toegang tot de tuin van het Minderbroedersklooster.
  • Butjesstraat. Van Oude Ebingestraat tot Oude Boteringestraat. Genoemd naar het geslacht Butken (vermeld 1454), dat hoekpand met Oude Ebbingestraat bewoonde. Het voorheen in studentenkringen gangbare begrip butje voor een 'slome vent' te relateren aan de 'school voor idiote kinderen', later Dr. Bekenkampschool, sinds 1914 aan 't Klooster 8 bij de Butjesstraat. De straatnaam heeft geen relatie met het butje als oud-Groninger muntje.
  • Carolieweg. Van Herestraat tot Oosterstraat. Zeer oude straat, in de vroege middeleeuwen grens van de bebouwing. De naam Carolus afgeleid van 'kerel', oorspronkelijk een troetelnaam voor Karel Martel (688-741), grootvader van Karel de Grote. De Carolieweg dus eigenlijk 'kerelsweg', in de latere betekenis van straat van de gewone man (in tegenstelling tot de Herestraat).
  • Coehoornsingel. Van Herestraat tot Stationsstraat. Genoemd naar Menno van Coehoorn, in Groningen ontwerper van de linie van Helpman (zie Helperlinie). Aangelegd langs de vroegere wallen; oudere naam Zuiderbinnensingel (naamswijziging in 1929). Tot omstreeks 1955 kende Groningen ook een Coehoornstraat als verbindingsstraat tussen Rabenhauptstraat en Barestraat. Die straat is inmiddels doorgetrokken naar de Vechtstraat onder de naam Geulstraat.
    • 14: Remonstrantse kerk, gesticht 1883. Sinds 2006 mede in gebruik als congres- en kantoorruimte voor de Stichting Oude Groninger Kerken.
    • 26: Gebouw 'De Toekomst'. Voormalig vergadergebouw socialistische beweging, met bakkerij (1888-1935). Grote zaal met 600 - 700 plaatsen. Tegenwoordig appartementengebouw. Op het fronton nog socialistische symbolen.
  • Damsterdiep. Het Damsterdiep (naar Appingedam: 'n Daam) is gegraven rond 1425; het stond 1574-1884 via een verlaat in verbinding met het Schuitendiep (eerder was er een overtoom). Het Buiten-Damsterdiep (vanaf de Damsterkade) gedempt 1947 met puin uit de verwoeste binnenstad; het Binnen-Damsterdiep in 1953. In 2007 is het Binnen-Damsterdiep weer ontgraven voor de bouw van een parkeergarage. In de garage een herinnering aan het voormalige Damsterdiep door middel van het videokunstwerk 'Illusie van controle' (Martijn Veldhoen, 2012).
    • Het Binnen-Damsterdiep (destijds aangeduid als Nieuwe Steentilstraat) werd, ter hoogte van de Steentilkade, afgesloten door de (nieuwe) Steentilpoort (1620-1876) met poortershuisje (portiershuisje, verwoest 1945 en niet weer opgebouwd, ondanks de verplichting daartoe: het was een rijksmonument).
    • Op de kop van het Damsterdiep na WO II de vertrekplaats van de busdiensten naar Fivelingo (DAM) en Duurswold (Roland).
    • Ter hoogte van de Snor vanaf 1583 de uitmonding van de gracht rond de toenmalige buurt Schuitenschuiversschans. De gracht mondde uit in het Schuitendiep bij de Kruitlaan.
    • Aan het Damsterdiep de niet meer te traceren gangen: Breukengang, Jan Knegtsgang en de Carpersgang (als achteruitgang van de herberg 'De Oude Carper').
    • 36. Op de hoek met de Loppersummergang het Lopster veerhuis, oorspronkelijk de vertrekplaats van het Delfzijlster veer.
    • 38. Van 1870 tot 1984 stond hier de bekende Groningse koffiebranderij Tiktak.
  • Damsterkade. Van Damsterdiep tot Oosterkade. Kade langs het vroegere verbindingskanaal Eemskanaal - Damsterdiep (stadsgracht), met Oosterhavensluis (1877). Gedempt 1951. Zie ook Damstersingel (Oosterparkwijk).
  • Damsterplein. Plein op het vroegere Damsterdiep.
  • Derde Drift (Lopendediep). Van Muurstraat tot Lopendediep. Zie Drift.
  • Diepen De kanalen rond de binnenstad van Groningen. Zegswijze in de 19e eeuw: 'een diepje om gaan'. In het zuiden ging de wandeling langs het nog niet gedempte Kattendiep en Zuiderdiep.
  • Dolhuisgang. Tegenover Ypenmolendrift 9. Leidde van 1701 tot 1844 naar het dolhuis (gasthuis voor psychisch gestoorden), dat onderdeel was van het St. Anthonygasthuis. Het dolhuis was een attractief doel voor een zondagmiddagwandeling. Ook: Gasthuisgang.
  • Donkersgang. Van Oosterstraat 29 naar Gelkingestraat. Genoemd naar het geslacht Duncker (al genoemd in de 13e eeuw). Helprich Duncker woonde in de 16e eeuw in het pand Oosterstraat 29. Andere naam: Doorlopende gang. In de Donkersgang (bij de Oosterstraat) het hoogste punt in de Binnenstad: 8,57 m boven NAP. Het hoogste punt in de gemeente Groningen ligt t.o. perceel Helper Esweg 6: 8,91 m boven NAP. Zie ook Hoogstraatje.
  • Driemolendrift. Van Gedempte Zuiderdiep tot Coehoornsingel. Voerde in de 17e eeuw naar de drie molens in de Oude Rondeelsdwinger (in de plaats gekomen van het eerdere rondeel De Bremer Buik, gebouwd omstreeks 1555). Komt ook voor als Derde molendrift. De laatste molen is afgebroken in 1875.
  • Drift Benaming van een aantal verbindingsstraatjes tussen een achtergelegen straat en de (vroegere) diepen. Drift: steegje of laantje, vaak met een flinke helling. Zie verder op telwoord. Ook in namen als Apoortenmolendrift, Driemolendrift, Haverkampsdrift, Herepoortenmolendrift en Ypenmolendrift. Uit de 21e eeuw dateren de Kolendrift en de Botermolendrift.(zie Hortusbuurt).
  • Dwarsstraat. Van Lage der A tot Sledemennerstraat. Komt in de 17e eeuw voor als Kleine Sledemennerstraat.
  • Dwingers De bastions in de 7 km lange en 10 m hoge verdedigingswallen van de vesting Groningen (omstreeks 1624-1874). In het Noorderplantsoen is de situering van enkele dwingers nog herkenbaar. In de dwingers onder meer korenmolens, kruithuizen of 'lusthuisjes' op palen. De bastions - elk met een diameter van plm. 120 m - droegen, met de klok mee, de volgende namen:
  1. Reitdiepsdwinger (met 'Spinhuismolen', verdere gegevens onbekend; ook poelen voor het rotten van tenen ten behoeve van de mandenmakers)
  2. Kruiddwinger (met molen tot zeker 1855)
  3. Jatsdwinger (met 'Kijk in 't Jatsmolen', afgebroken 1874-1880)
  4. Boteringedwinger (met molen 'De Noordstar' op plaats huidige 'watertoren', afgebrand 1904; ook wel: Boteringepoortenmolen)
  5. Ebbingedwinger (met 'Ebbingepoortenmolen', aan de huidige Botermolendrift)
  6. Jacobijnerdwinger (ook Galgendwinger, plaats voor militaire terechtstellingen)
  7. Walburgsdwinger
  8. Johannesdwinger
  9. Poeledwinger
  10. Steentildwinger
  11. Drenkelaarsdwinger (met 'Kleinpoortjesmolen', afgebrand 1863)
  12. Oosterdwinger (met 'Ypenmolen', afgebroken plm. 1875; zie ook Ypenmolendrift)
  13. Heredwinger (met 'Herepoortenmolen', afgebroken plm. 1875, ter plaatse nu Remonstrantse kerk)
  14. Oude Rondeelsdwinger (met in de loop van de tijd drie molens; de laatste ontmanteld 1875; zie ook Driemolendrift)
  15. Marwixdwinger
  16. Adwinger (met 'Apoortenmolen', afgebrand plm. 1870; zie ook Apoortenmolendrift)
  17. Kranedwinger (met 'Kranepoortenmolen', afgebrand plm. 1860)
  • Ebbingebrug. Tussen Oude en Nieuwe Ebbingestraat. De brug dateert in zijn huidige vorm uit 1910. De lichtmasten zijn geplaatst in 1998. De masten kennen een koplicht en een baniervoorziening 'alleen voor bijzondere gelegenheden'. Naast de brug een speciaal voor dat doel ontworpen verkooppunt voor Vietnamese eetwaren (architect Moehrlein, 1999).
  • Eerste Drift (Spilsluizen) Van Hardewikerstraat naar Spilsluizen.
    • 3a: Gedenksteen voor de Ploeg-schilder Johan Dijkstra (1896 - 1978).
  • Eerste Drift (Zuiderdiep) Van Ged. Zuiderdiep tot Prinsenstraat.
  • Egyptengang. Van Visserstraat 11 tot Hoekstraat. Waarschijnlijk genoemd naar gelijknamige herberg. De gang is afgesloten. Egyptenaren: synoniem voor zigeuners.
  • Eikelbomengang. Vanaf Nieuwstad 39. Ook Ketelaarsgang genoemd. De naam Eikelbomen afgeleid van tegenover de gang gelegen herberg De Eckelboom. Ketelaar is een synoniem voor ketelsmid. De gang is afgesloten.
  • Emmabrug. Tussen Emmaplein en Eeldersingel. De huidige brug dateert uit 1953, de oudste brug uit 1879.
  • Emmaplein. Aangelegd 1882 tussen Ubbo Emmiussingel en Praediniussingel. Genoemd naar Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, prinses van Waldeck en Pyrmont (1858-1934), in 1879 gehuwd met koning Willem III. Regentes van het koninkrijk voor koningin Wilhelmina (1890-1898). Waldeck Pyrmont is het Duitse geboorteland van koningin Emma.
    • Op het plein een anti-kernwapenmonument van Hugo Hol (1985)
    • Ook op het plein de Music Video Bus Stop van Rem Koolhaas (1990), geplaatst in het kader van een videomanifestatie in het Groninger Museum.
    • In 1988 is ter gelegenheid van de 50e verjaardag van koningin Beatrix op het plein een Beatrixboom geplant.
  • Emmiussingel, Ubbo. Van Hereplein tot Emmaplein. Aangelegd over de voormalige wallen (1880-1882). Genoemd naar Ubbo Emmius (1547-1625), historicus en eerste rector van de Latijnse school (1594) en de Academie (1614), afkomstig uit Greetsiel in Oost-Friesland. Het gedeelte van de singel tot de huidige Ubbo Emmiusstraat heette tot 1929 Zuidersingel.
  • Emmiusstraat, Ubbo. Van Gedempte Zuiderdiep tot Ubbo Emmiussingel. Tot 1875 Hanebijtersgang (zie Vervallen straatnamen). Van 1875-1920 Zuidersingelstraat.
  • Engelenpoortje. Gang vanaf Poelestraat 12. Genoemd naar vroegere herberg 'De Blauwe Engel' op de westelijke hoek van de gang met de Poelestraat. Het poortje zelf dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw.
  • Folkingedwarsstraat. Van Folkingestraat tot Schoolholm. In 1451 bekend als Wortstraat; tot 1885 nog als Het Woerdje: naar de woerd of het centraal gelegen deel van de oorspronkelijke es op die plaats.
  • Folkingestraat. Genoemd naar het Drentse geslacht Folkerdinghe. Tot 1942 centrum van de Groningse Jodenbuurt. Zie verder afzonderlijk lemma.
  • Ganzevoortsingel. Van Stationsstraat tot Praediniussingel. Genoemd naar de Groninger humanist Wessel Gansfort (1419-1489). Oudere naam (tot 1882): Oude Bosch en (rond de tegenwoordige Museumstraat) Nieuwe Bosch. Zie ook Vervallen straatnamen.
  • Gardepoort. Tussen Martinikerkhof en Turfstraat. De poort dateert uit 1639 en diende als onderkomen voor de ruitergarde van de prinsen-stadhouders. Vandaar ook de naam Ruiterwacht.
  • Gasthuisstraatje. Van Visserstraat tot Hoekstraat. Genoemd naar het Jacob- en Annagasthuis, gesticht 1495. Het proveniersgasthuis (gasthuis waar men zich kon inkopen in ruil voor levenslange verzorging) staat ook bekend als 'Lekkerbeetjes-gasthuis': de lekkerder beetjes in relatie tot het klaarblijkelijk minder goede eten in andere gasthuizen.
  • Gedempte Kattendiep. Van Oosterstraat tot Schuitendiep. Oorspronkelijk gracht langs de oudste ommuring van Groningen, gegraven omstreeks 1260; na verwaarlozing vanaf omstreeks 1470 in 1614-1637 opnieuw gegraven als verbinding tussen Schuitendiep en A; in 1880 gedempt na gereedkomen Verbindingskanaal. De naam is terug te voeren op 'katten': aarden ophogingen achter een borstwering, bestemd voor het opstellen van geschut. De vormgeving van de benedenverdieping van het Holland Casino verwijst naar de oude ommuring van de stad. Zie ook Achter de Muur. Na WO II lag het in de bedoeling het Ged. Kattendiep bij de Oosterstraat voor het verkeer af te sluiten. De rooilijn van het naastgelegen hoekpand ligt dan ook ver naar voren. De straatnaam is bij de Kleine Peperstraat (restaurant Ni Hao) ook in het Chinees aangegeven.
    • In 2004 is bij de Kleine Peperstraat opnieuw geplaatst het kunstwerk 'De Grote Verscheuring' van Pierluca degli Innocenti (1926-1968). Het beeld, een geschenk van de studentenvereniging Vindicat atque Polit, stond van 1965-1994 op de Gr. Markt. Het staat symbool voor de spanning tussen schepping en ondergang, zoals in de tijd waarin het werk tot stand kwam de Vietnamoorlog en de oorlog in Algerije.
  • Gedempte Zuiderdiep. Van Oosterstraat tot Munnekeholm. Oorspronkelijk (dubbele) gracht langs de oudste omwalling van de stad, gegraven omstreeks 1260. Vanaf omstreeks 1470 verwaarloosd; 1614-1637 opnieuw gegraven als verbindingskanaal tussen Schuitendiep en A; in 1880 gedempt na gereedkomen Verbindingskanaal (op een gedeelte langs de Reitemakersrijge na). Het Zuiderdiep wordt tegenwoordig optisch en feitelijk afgesloten door het gebouw van de Academie Minerva. Het binnenplein van de Academie is niet openbaar toegankelijk. Over het Zuiderdiep bruggen in het verlengde van de Oosterstraat, Herestraat, Haddingestraat, Schoolholm en Munnekeholm (het zogeheten 'Papenbruggetje' ten behoeve van de bewoners van het nabijgelegen refugium van het Aduarder klooster). De zuidelijke kaden langs het Zuiderdiep droegen namen als Ooster- en Westerboermande. Op de boermanden werd tot in de 16e eeuw het stadsvuil gestort. Zie ook Boermandestraat (Oosterpoortwijk).
    • 8. Martini Hotel, tot in 2002 nog genoemd Hotel WEEVA (oorspronkelijke betekenis: 'Woon- en Eethuis voor Allen', opgericht 1871 als volksgaarkeuken).
    • 24. Voormalige hoofdvestiging van het Nieuwsblad van het Noorden (1903-1993). Het Nieuwsblad verscheen van 2 juni 1888 tot 30 maart 2002.
    • 78. Pathé-bioscoop, van 1895 - 1983 het terrein van de Brandweerkazerne, eerder kazerneterrein (Zuiderkazerne)en Zuider(armen)kerkhof.
    • 158. Academie Minerva (1984). De kunstacademie dateert uit 1797.
  • Gelkingestraat. Oorspronkelijk achterstraat van zowel Here- als Oosterstraat, genoemd naar het Drentse geslacht der Gelkingen dat in de 12e en 13e eeuw een steenhuis bewoonde op de oostelijke hoek met de Grote Markt. De Gelkingen waren in het begin van de 13e eeuw de voornaamste tegenstanders van de prefecten van Groningen. De straatnaam wordt voor het eerst vermeld in 1387.
    • Aan de westzijde, halverwege Gr. Markt en Hoogstraatje, 1887-1962 de r.-k. kerk van de Paters Jezuïeten, de O.L.Vrouwe Onbevlekt Ontvangen- of Paterskerk.
    • De bushalte in de straat verbeeldt de longen en maakt daarmee zichtbaar dat men zich naar de buitenwijken begeeft, naar rust en ruimte. De tekst op de lichtkrant gaat over wachten en reizen (Loes Heebink e.a., 1996).
    • Op de hoek met de Grote Markt een interactief tegeltableau ('Ons Blauwe Hart') met QR codes (E. Stienstra, 2012).
    • Zijgangen aan de even zijde: zie Oosterstraat; aan de oneven zijde Sieboldsgang (35) en Munsterstraatje (43).
  • Grote Gang. Van Schuitendiep 88 tot Soniusgang.
  • Grote Kromme Elleboog. Van O. Kijk in 't Jatstraat tot Turftorenstraat. In de 16e eeuw samen met de Turftorenstraat ook wel Kromme Jat genoemd (in tegenstelling tot de Rechte Jat, de Kijk in 't Jatstraat). Beide namen naar aanleiding van het gebogen verloop van de straat.
  • Grote Markt. Zie ook afzonderlijk lemma. Delen van de Grote Markt staan in de stadsgeschiedenis bekend onder een eigen naam: de Korenriepe (oostzijde), het Koornplein (aangelegd in 1680, de huidige 'ster'), de Glène riepe aan de noordzijde, de Vogelmarkt (noordwestzijde), de Slagtersriepe (zuidzijde bij De Doelen), de Botermarkt (tussen Gelkinge- en Herestraat). Ten westen van de Martinitoren lag de Ludzenplaats, voor de Hoofdwacht het Officierspleintje.
  • Guichardsgang. Van Oude Kijk in 't Jatstraat 39 tot Professorengang. Genoemd naar een aanwonende, hopman Guichart (1765), waarschijnlijk een lid van de hugenotenfamilie Guichard, sinds omstreeks 1690 in Groningen.
  • Guldenstraat. van Grote Markt tot Vismarkt. Van de naam, die al in 1447 voorkomt (Gulden rijp), is de herkomst onbekend. Mogelijk gaat het om een deel van de naam van de herberg 'Het Gouden Hooft'. In de Guldenstraat rond 1790 de Oranjesociëteit 'De Gouden Roemer'.
    • Tot 1839 in de Guldenstraat de r.-k. statie van St. Maria, daarna in hetzelfde pand de eerste kerk van de Christelijke Afgescheiden gemeente.
    • In 1836 de eerste boekwinkel van J.B. Wolters.
    • In 1908 het eerste 'bioscope-theatre' in Groningen: 'Elite'.
  • Gymnasiumstraat. Van Turfsingel tot Kruitgracht. De straat is genoemd naar het (stedelijk) gymnasium, daar gebouwd in 1882.
  • Haaksgang. Burengang vanaf Hoge der A 3. Waarschijnlijk genoemd naar Jan Haken, de eigenaar van een bakkerij op de hoek van Brugstraat en Hoge der A (omstreeks 1806).
  • Haddingedwarsstraat. Van Haddingestraat tot Folkingestraat. Heette tot 1961 Breede gang. In de gang 1450-1689 het Ludeken Jargesgasthuis.
  • Haddingestraat. Van Vismarkt tot Nieuwstad. Naar het 14e-eeuwse Drentse geslacht Harderinge. Voor het eerst genoemd in 1347. Het oudst bekende wegdek dateert echter al uit de 11e eeuw.
    • 23. Evangelisch Lutherse kerk, gebouwd als schuilkerk (gereed 1696), met voorgebouw uit de 19e eeuw. De lutheranen van de 'onveranderde Augsburgse confessie' vormden al in 1617 een lutherse gemeente, maar werden pas in 1692 formeel door de stedelijke overheid erkend.
  • Hanzeplein. Van Oostersingel tot Petrus Campersingel. De naam Hanzeplein sluit aan op de straatnamen in Eemspoort. Een hanze was in de middeleeuwen een belangengemeenschap van kooplieden die het recht hadden handel te drijven op een bepaalde stad of streek. De omstreeks 200 steden in Noord- en Noordwest-Europa, die betrokken waren bij het in de loop der jaren ontstane netwerk van internationale handelscontacten, vormden in 1264 het Hanzeverbond. De stad Groningen wordt genoemd als een der oprichters. Groningen speelde evenwel niet een belangrijke rol: het was geen principaalstad. Het verbond is in 1669 opgeheven. Sinds 2008 profileert Groningen zich - in het kader van stadsmarketing - weer duidelijk als Hanzestad.
    • Aan het plein (1994) de hoofdingang van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
    • Voor de ingang van het UMCG het kunstwerk 'Het rode geheim' (Sigirdur Gudmondsson) dat het complexe netwerk van de hersenen verbeeldt.
  • Hardewikerstraat. Van O.Ebbingestraat tot O.Boteringestraat. Tot 1874 Achter de Muur. Benaming overeenkomstig de 14e-eeuwse naam voor de huidige Rode Weeshuisstraat, naar het geslacht Herdewikes, Herwiker of Hardewiker. Mogelijk relatie met de Hanzestad Harderwijk, die tolvrijheid verschafte aan Groninger kooplieden die daar koggeschepen naar Westfalen bevrachtten.
  • Helmsgang. Vanaf Oosterstraat 7. Genoemd naar de oorspronkelijke Helmspoort die leidde naar de achteringang van de herberg 'De Vergulde Helm' aan de Grote Markt (naast 'De Doelen').
  • Herebinnensingel. Van Herestraat tot Rademarkt. Aangelegd na het slechten van de wallen (1880-1882). Oudere naam voor het gedeelte tussen Ypenmolendrift en Rademarkt: Oosterpoortenmolendrift.
  • Herebrug. Tussen Hereplein en Hereweg. De huidige brug dateert uit 1953. Het beeldhouwwerk 'Landbouw en veeteelt' (ook bekend als 'Stedenmaagd' of 'Blote Bet') symboliseert de verbondenheid van Stad en Ommelanden (Wladimir de Vries, 1953). Anekdotisch is de vraag van een lid van de beoordelingscommissie (KVP-wethouder Hulsman) aan de beeldhouwer: 'Blijft dat zo naakt, schilder?'
  • Hereplein. Tussen Heresingel en Ubbo Emmiussingel. Het plein is aangelegd na de ontmanteling van de vesting. De noordoostelijke pleinwand bij de bevrijding in 1945 geheel verwoest.
    • Het voormalige bioscoopcomplex geopend in 1960 en gesloten in 2006. tijdelijk opnieuw in gebruik (2010). Bij de bouw van het complex stuitte men op de muren van de 'Citadel' of 'Arx Nova', de dwangburcht van Alva (1568-1577). Zie ook Prinsenstraat.
    • Het monument 'Langs moeders graf' voor de in Groningen geboren schilder Jozef Israëls is onthuld in 1922.
    • 'The glass video gallery' (naar een ontwerp van Bernard Tschumi, 1990) dient volgens de ontwerper 'om het ontstaan van creatieve netwerken te bevorderen'. Geplaatst ter gelegenheid van een videomanifestatie in het Groninger museum.
    • Aan de westzijde een boom, in 1990 bij zijn afscheid aangeboden aan Tom Pitstra, fractievoorzitter PSP in de gemeenteraad, wegens zijn verdiensten voor de bescherming van de stadsbomen.
    • Op 8 december 2003 is op het plein een koningslinde geplant ter gelegenheid van de geboorte van prinses Catharina-Amalia.
  • Herepoortenmolendrift. Van Kleine Raamstraat tot Ruiterstraat oost-west gericht. De historische drift liep tot omstreeks 1975 in noord-zuid richting van de toenmalige Raamstraat (de huidige Herepoortenmolendrift) tot de Coehoornsingel. De drift leidde naar de molen in de Heredwinger (ter plaatse van de huidige Remonstrantse kerk; de molen afgebroken 1875).
  • Heresingel. Van Hereplein tot Verlengde Oosterstraat. Aangelegd na de ontmanteling van de vesting (1880-1882).
    • Bij de Verlengde Oosterstraat een monument (Armando, 1995) ter herinnering aan de Groninger drukker en schilder Hendrik Nicolaas Werkman (zie Werkmanbrug). De bronzen boom symboliseert onverzettelijkheid en opstandigheid, maar ook kwetsbaarheid. De stam is abrupt afgekapt: in de bloei van het bestaan.
    • 30. Verkleinde kopie van het voormalige Scholtenhuis aan de Grote Markt (1883); het pand is van 1902-1961 ook in het bezit geweest van de familie Scholten. In WO II was het een dependance van het Scholtenhuis. Van 1945-1950 heeft het gediend als onderkomen voor het Bijzonder Gerechtshof voor de berechting van oorlogsmisdadigers.
  • Herestraat. Van Tussen beide Markten tot Hereplein. Zeker sinds de 2e eeuw, evenals de Waagstraat en de Oude Boteringestraat, schakel in de zuid-noord route door Groningen. Oorspronkelijk heirweg: de weg waarlangs het leger trok; belangrijke verbindingsweg voor het onderhoud waarvan de landsheer verantwoordelijk was. De Herestraat is sinds 1968 voetgangersgebied. Tegenwoordig behoort de straat tot de top tien van de duurste winkelstraten in Nederland.
    • De oudste Herepoort (1010-1468) ter hoogte van de Bruine Ruiterstraat. De contouren ervan zijn in 1995 in het plaveisel zichtbaar gemaakt. Ter hoogte van de Herebinnensingel een nieuwe Herepoort 1472(1621)-1878, na een verbreding van de wallen 34 m lang. Het gedeelte van de straat tussen beide poorten destijds ook wel Verlengde Herestraat. Het wijde van de Herestraat diende als weerplein (voor het in slagorde brengen van de verdedigers van de stad bij uitvallen door de poort; vgl. ook Poelestraat en Rademarkt). Tevens was het een wagenplein en turfmarkt.
    • Ter plaatse tot 1866 de 'waelput', een welput: in de volksmond de plaats waar vandaan de Groningse kinderen kwamen.
  • Hoedemakersgang. Vanaf Pelsterstraat 4. Private gang; leidde oorspronkelijk naar de hoedenfabriek van B. Feldbrugge. Door de eigenaar halverwege de 20e eeuw benoemd als Hoedemakersgang.
  • Hoekstraat. Van Oude Kijk in 't Jatstraat tot Gasthuisstraatje. Tot 1874 Achter de Muur. De naam verwijst naar de Vishoek in het verlengde van de Hoekstraat.
    • In het midden van de bestrating, evenals in andere voormalige 'muurstraten', een keienstrook die herinnert aan de middeleeuwse stadsmuur.
  • Hofstraat. Van Oude Ebbingestraat tot St. Walburgstraat. Tot 1874 Achter de Muur, in de 17e eeuw Prinsenhofstraat, naar het aan de St. Walburgstraat gelegen Prinsenhof. Eerder nog Kleine Jacobijnerstraat.
    • 26. Kerkgebouw Zevendedagsadventisten (1955).
    • 36. In dit perceel nog restanten van een middeleeuwse muurtoren (Tibbetoren). Tibben zijn Doopsgezinden.
    • Aan de zuidzijde 1860-1968 de Franse school voor meisjes, later gemeentelijke Meisjes HBS. Tot 1840 ter plaatse de Academiemanege.
  • Hoge der A. Van Brugstraat tot Visserstraat. Oorspronkelijk hoge oever van de rivier de A; binnen de oude stad tevens de westelijke (binnenste) verdedigingsgracht, later bekend als A- of Zuiderhaven (in tegenstelling tot de Noorderhaven). De oudste bebouwing dateert van voor 1330 en is, op onderdelen, nog aanwezig. De in Drenthe ontspringende rivier de Aa is al in de vroege middeleeuwen van economisch belang. De rivier kende, via het Reitdiep en de benedenloop van de Hunze, het Groninger diep, tot 1876 een open verbinding met de Noordzee. Perceel 19 is nog voorzien van gleuven voor vloedplanken. De A binnen de stad was sinds 1636 door een overtoom, sinds 1673 door een spilsluis, zuidelijk van de Visserbrug, afgesloten van het brakke water van het Reitdiep. Op het brede gedeelte bij de Visserbrug in de middeleeuwen muurhuizen en 1683-1890 visbanken: de afslagplaats voor vers aangevoerde vis. Ook bij de Abrug stonden muurhuizen.
  • Hoogstraatje. Van Herestraat tot Oosterstraat. Aangelegd in 1600 als Walenstraat (naar de uit Wallonië afkomstige, om godsdienstige redenen vervolgde protestanten, die zich na 1594 in de stad vestigden). In 1701 ook genoemd Lutkenijestraatje, vanaf 1750 bekend onder de huidige naam. In de 19e eeuw ook wel Grote Hoogstraatje, in tegenstelling tot het Kleine Hoogstraatje (de Poststraat). In het Hoogstraatje ligt niet het hoogste punt van de stad. De maximale hoogte (bij perceel 14) is 8.19 m boven NAP. Voor het hoogste punt zie Donkersgang.
  • Hoornstraatje. Van Steentilstraat tot Gedempte Kattendiep. Oorspronkelijk Hornstraatje. Horn of hörn is Gronings voor hoek of bocht (naar de zuidzijde van de kade langs het Kattendiep).
  • Hooze, de. Vanaf Martinikerkhof 10. Deel van het vroegere kerkenpad dat liep tussen Poelestraat en Martinikerkhof. De Hooze en de Engelengang vormden een doorlopend geheel. Hooze is Gronings voor 'kous van geweven stof'. De middeleeuwse naam is verder niet te verklaren.
  • Hopmansgang. Vanaf Schuitendiep 62. Genoemd naar aanwonende Hendrick Hopman, vermeld in 1616. Een hopman als zodanig was in Groningen de commandant van een vendel van de schutterij.
  • Jacobijnerstraat. Van Oude Ebbingestraat tot St. Walburgstraat. Genoemd naar het Dominicaner- of Jacobijnerklooster, van 1309-1594 gevestigd op het terrein noordelijk van de straat (en doorlopend tot de stadsmuur). Op de hoek met de Oude Ebbingestraat tot 1660 de kloosterkerk. De kerk is in de laatste jaren van zijn bestaan in gebruik geweest als geschutgieterij.
  • Jobsgang. Vanaf Hoekstraat 54. Genoemd naar gevelsteen 'Job' in hoekperceel. De gang is afgesloten.
  • Jonkerstraat. Van Gedempte Zuiderdiep tot Ganzevoortsingel. Herkomst van de naam onbekend.
  • Kattendiep: zie Gedempte Kattendiep.
  • Kattenhage. Van Hofstraat tot Maagdenbrug. De straat wordt aangeduid als dé Kattenhage. Voor naamsverklaring: zie Gedempte Kattendiep. Hage is heg, omheining van levend hout. Hoewel de dreiging doorgaans uit het zuiden kwam is in 1251 Groningen ook aangevallen vanuit het noorden (door Ommelanders uit Hunsingo en Fivelingo) en moesten de stadsmuren ter plaatse, op last van de veroveraars, zelfs worden afgebroken.
    • 4-10 Vrouw Wilsoors- of Aaffien Olthoffsgasthuis (1743 - 1975, gerestaureerd 1978). De knik in de daklijst geeft aan dat de huisjes gebouwd zijn op het terrein van de oudste stadsgrachten.
  • Keerweer. Doodlopend straatje vanaf Driemolendrift 2.
  • Kijk in 't Jatbrug. Tussen Oude en Nieuwe Kijk in 't Jatstraat. De gelijknamige boog is in 1856 vervangen door een brug. De huidige brug is gebouwd in 1951. De beelden (van Willem Valk) symboliseren de korendrager, de scheepsbouwer, de koopvrouw en de visvrouw, alle beroepen die in de omgeving van de brug werden uitgeoefend.
  • Kleine Butjesstraat. Van Butjesstraat tot Hardewikerstraat. Aangelegd in 1472 door aanwonende eigenaren. Zijgang destijds: Revetsgang, een in de 17e en 18e eeuw genoemde verbinding tussen Kleine Butjesstraat en Pausgang. Een revet was een kaatsbaan.
  • Kleine der A. Van Brugstraat tot Reitemakersrijge. Oudere naam: Katrijp. Tot omstreeks 1885 zeer nauwe verbinding met de Brugstraat, onder de naam Jagerstraatje (genoemd naar een aanwonende in de 18e eeuw).
    • Op de hoek met de Reitemakersrijge sinds 1996 een openbaar toilet met onder meer melkglas, waarin door middel van foto's van mannen en vrouwen die gekleed gaan in diamanten, de strijd tussen de seksen wordt verbeeld. De architect is Rem Koolhaas, de fotograaf Erwin Olaf.
  • Kleine Gang. Van Schuitendiep 86 tot Soniusgang.
  • Kleine Gelkingestraat. Van Carolieweg tot Gedempte Zuiderdiep. Ter plaatse van de oudste ommuring van de stad liggen glitterstenen in het trottoir (Saar Oosterhof, 2002).
  • Kleine Haddingestraat. Van Nieuwstad tot Gedempte Zuiderdiep. De Haddingestraat is in 1642 doorgetrokken tot het diep.
  • Kleine Kromme Elleboog. Van Oude Kijk in 't Jatstraat tot Grote Kromme Elleboog. In de 16e eeuw nog Menichfoldichestraat, naar het in de vroege middeleeuwen daar gelegen bisschopsgoed.
  • Kleine Molenstraat. Van Kostersgang tot Radebinnensingel. De naam afgeleid van de Kleinpoortjesmolen in de Drenkelaarsdwinger, afgebrand 1863. Onder meer de brand wordt beschreven in de roman van W. van Riesen, 'Albarta ten Oever' (Callenbach, Nijkerk, 1942).
  • Kleine Pelsterstraat. Van Herestraat tot Pelsterstraat. Volgens de gevelsteen in perceel 6 de 'Heilige Geeststrate' (naar het Heilige Geest- of Pelstergasthuis).
  • Kleine Peperstraat. Van Oosterstraat tot Gedempte Kattendiep. Doorbraak naar het diep in 1632.
  • Kleine Raamstraat. Van Ged. Zuiderdiep tot Coehoornsingel. Zie verder Raamstraat.
  • Kleine Snor. Van Martinikerkhof 13 naar Singelstraat. Over het terrein waarop nu het Provinciehuis staat liep tot 1915 ook een Grote Snor. Een snor of snurre is een straatje van geringe betekenis.
  • Kleine Steentilstraat. Van Steentilstraat tot Kostersgang.
  • Klinkhamersgang. Gang vanaf Rademarkt 6. De naam spreekt voor zich. Voorheen ook Roosengang, naar de herberg 'De Witte Rose'.
  • 't Klooster. Vanaf Butjesstraat 6. Genoemd naar ter plaatse gelegen Geestelijke Maagdenklooster (zie Rode Weeshuisstraat). 't Klooster mondde tot 1945 ook uit in de Oude Ebbingestraat; nu nog doorgang voor voetgangers.
  • Koningsgang. Vanaf Rademarkt 3. Genoemd naar de vroegere herberg 'De Coninck van Denemarken' op de hoek van het Zuiderdiep. In de 19e eeuw doorgaande gang naar Zuiderdiep. Ook wel Soepenellegangetje (zie Vervallen straatnamen).
  • Koornbrandersgang. Vanaf Prinsenstraat 41. Naam afgeleid van koornbranders of jeneverstokers. In de 17e eeuw ook Brandewijnbrandersgang (de drank werd getrokken uit lijsterbessen) en Korremorrebrandersgang (korremorre: afval). De gang komt ook nog voor als Kolenbrandersgang en Stokersgang.
  • Korfmakersgang. Vanaf Battengang 21.
  • Kostersgang. Van Rademarkt tot Winschoterkade. Genoemd naar Gheert Koster (vermeld in 1590). Bij de Kostersgang nog in 1862 de Doriesgang en de Bakkersgang; tot eind 19e eeuw ook de Weversgang. Op de hoek met de Kleine Steentilstraat de - als gebouw nog bestaande - eerste Lutherse kerk in Groningen (18e eeuw).
  • Koude Gat. Verbinding tussen Herestraat (5) en Vismarkt. De naam spreekt voor zich (de aanduiding 'gat' naar Dt. 'Gasse'; vgl. ook: 'jat'.) Op de kaart van Haubois, editie 1637, geldt de naam Kleine Koude Gat het tot in de 17e eeuw zeer smalle Tussen beide Markten. De verbinding ten zuiden van het 'blokhuis' stond bekend als Grote Koude Gat.
  • Kreupelstraat. Van Grote Markt tot Jacobijnerstraat. Oorspronkelijk zeer smalle straat, uitmondend tegenover de Postrijdersgang. In april 1945 geheel verwoest. Vermelding al in 1458 als Cropelstrate: smal bochtig straatje. Mr. J.A. Feith legt in de GVA 1893 voor de naam Kreupelstraat een verband met het kropelgilde, het gilde van de pottenbakkers, en verwijst daarvoor naar straatnamen in Bremen. Groningen kende ook nog een Kreupelgang bij de Nieuwstad.
  • Kruitgracht. Van Kruitlaan tot Walstraat. Genoemd naar ter plaatse gelegen provinciaal ammunitiehuis of Arsenaal (1629-1879). Het ammunitiehuis deed overigens sinds 1650 alleen dienst als tuighuis. Het kruit was opgeslagen in enkele dwingers aan de noordkant van de stad.
  • Kruithuisgang. Vanaf Gedempte Zuiderdiep 156. De gang voerde naar pulvermolens met kruitbewaarplaatsen (in gebruik tot 1646).
  • Kruitlaan. Van Turfsingel tot Oostersingel. Zie Kruitgracht.
  • Kruitstraat. Van Turfsingel tot Kruitgracht.
  • Kuipersplaats. Vanaf Lutkenieuwstraat 14. Genoemd naar aanwonende Kuiper (1692).
  • Kwinkenplein. Van Oude Ebbingestraat tot Kreupelstraat. Ter plaatse tot april 1945 een smalle gang die leidde naar de Kwinken- of Quinckenplaats. 'Kwinken' te herleiden tot de herberg 'De Quincke' (de vijfde = Karel V), op de hoek met de Oude Ebbingestraat.
  • De Laan. Van Turftorenstraat tot Visserstraat. Oude menne- of landweg, al genoemd in de 15e eeuw. Alleen het eerste gedeelte was bebouwd: de Lutkenieuwstraat. Men woonde óp de Laan.
  • Lage der A. Van Astraat tot Reitdiepskade. Lage oever van de A. Het noordelijk deel in de 17e eeuw bekend als Bij de Soutketel. De huidige bebouwing stamt grotendeels uit de 19e eeuw.
    • 12-13. Pakhuis "Werkmanhuis', genoemd naar de drukkerij (op een bovenverdieping) van de Groninger drukker Hendrik Nicolaas Werkman. Zie Werkmanbrug.
  • Lombardsgang. Vanaf Schoolstraat 6. De gang voerde naar de lommerd (bank van lening) aan de achterzijde van de huidige bioscoop in de Poelestraat. Van de gang resteert in 2008 nog slechts een aanzet. In de nabije toekomst doorgang langs het Groninger Forum. Lombarden waren in de middeleeuwen (families van) geldhandelaren, oorspronkelijk afkomstig uit Lombardije.
  • Lopendediep. Van Boteringebrug tot Kijk in 't Jatbrug. Zie voor naamsverklaring Noorderhaven.
  • Loppersummergang. Van Damsterdiep 34 tot Nieuweweg. Genoemd naar het Lopster veerhuis op de hoek met het Damsterdiep, vertrekplaats van de schuiten naar Fivelingo.
  • Lutkenieuwstraat. Van Akerkhof tot Turftorenstraat. Oorspronkelijk het bebouwde deel van De Laan, al genoemd in de 15e eeuw. Lutke is 'kleine'. Ook wel Lutgenestraat. In de Lutkenieuwstraat is in 2005 het tot op heden oudste bewijs gevonden van de aanwezigheid van mensen in de huidige binnenstad: een vuurstenen pijlpunt uit de vroege Bronstijd.
    • Aan de oneven zijde tot 2004 het (voormalige) congrescentrum 'Het Tehuis', opgericht 1891 door de christelijke jongelingsvereniging 'Onze Hulpe zij in den naam des Heeren' als 'tehuis voor militairen en burgerjongelingen'; vanaf 1937 uitsluitend nog zalencomplex.
  • Lijnbaanstraat. Van Voor 't Voormalig Klein Poortje tot Oosterhavenstraat. Genoemd naar ter plaatse gelegen lijnbaan op de vestingwal. Een lijnbaan was een inrichting voor het draaien van touwen en kabels, vooral voor gebruik op schepen.
  • Maagdenbrug. Tussen Kattenhage en W.A. Scholtenstraat. Oorspronkelijk Maagden- of St. Walburgsboogje. De huidige brug is van 1942. Genoemd naar de Geestelijke Maagden (van het gelijknamige klooster: zie Rode Weeshuisstraat) die in de Kattenhage een huis bezaten.
  • Mangelgang. Lage der A 29. De voormalige gang (van Lage der A tot Sledemennersstraat) maakt deel uit van een woonhuis. Het straatnaambordje is gehandhaafd. Herkomst van de naam onbekend. Een mangel is onder andere een rondhout waarmee de was gemangeld werd.
  • Markusgang. Vanaf Nieuwstad 18. Naam mogelijk ontleend aan die van een aanwonende.
  • Martinikerkhof. Zie afzonderlijk lemma.
  • Moeskersgang. Van Kostersgang tot Radebinnensingel. Genoemd naar de eigenaren of gebruikers van de daar gelegen tuinderijen: de warmoezeniers of moeskers. Vgl. Moesstraat en Warmoesstraat.
  • Munnekeholm: Van Akerkhof tot Ged. Zuiderdiep. Oudere naam: Aduarderholm. De naam verwijst naar de monniken van het Cisterciënzer klooster te Aduard, die op de plaats van het Aduarder gasthuis een refugium hadden (13e-16e eeuw). De uitgang 'holm' betekent 'hoogte'. Men woont dus 'op de holm'. De uitgang 'holm' is afkomstig uit het Oud-Noors en wordt wel in verband gebracht met de aanwezigheid in deze contreien in de vroege middeleeuwen van Deense vikingen. Vgl. ook Schoolholm.
    • 1. Voormalig hoofdpostkantoor, in gebruik genomen 1907, gesloten 2009; eerder ter plaatse sinds 1803 het Academisch Ziekenhuis, in 1852 gefuseerd en uitgebreid met het Stadsziekenhuis aan de Schuitemakerssstraat. Daarvoor, vanaf 1623, op die plaats het gebouw van de Kamer voor Friesland en Stad en Lande van de West-Indische compagnie. In het postkantoor van 1911-1941 ook de telefooncentrale. In 2005 is het gebouw gedeeltelijk geschikt gemaakt voor studentenhuisvesting.
    • 3. Aduarder gasthuis, gesticht 1604 door de laatste abt van het Aduarder klooster. Het gasthuis is vernieuwd in 1775.
  • Munsterstraatje. Vanaf Gelkingestraat 43. Vroeger Munstersgang, naar de aan de Herestraat gelegen herberg 'De stad Münster'. De gang is aan het verkeer onttrokken.
  • Museumbrug. Tussen Praediniussingel en Westerhaven. De huidige brug dateert uit 1938, de oorspronkelijke brug uit 1882.
  • Museumeiland. Formele naam voor het eiland in de voormalige zwaaikom van het Verbindingskanaal, waarop sinds 1994 het Groninger Museum. Het museum is opgericht in 1874 als Provinciaal Kabinet voor Oudheden en was tot 1894 gevestigd in de Guldenstraat; daarna aan de Praediniussingel. Voor de ingang van het museum een sculptuur in de vorm van een verticale maquette van het gebouw.
  • Museumstraat. Van Zuiderkuipen tot Ganzevoortsingel. De straat, genoemd naar het (oude) Groninger museum aan de Praediniussingel is aangelegd op de Mottenberg (zie Vervallen straatnamen). Van 1467-eind 19e eeuw ter plaatse een scheepstimmerwerf (Zuiderwerf).
  • Mussengang. Van Schuitendiep 30 tot Tuinstraat. De naam spreekt voor zich. Vgl. ook de voormalige Mussenfluitersgang (Ged. Zuiderdiep).
    • In de gang 1920-1968 De Marne's mosterdfabriek.
  • Muurstraat. Van Oude Boteringestraat naar Oude Kijk in 't Jatstraat. Tot 1874 Achter de Muur. In het wegdek een keienstrook ter herinnering aan de vroegere stadsmuur. Voormalige zijgang: Bossiesgang, niet nader te traceren. Vanaf Muurstraat 18 de niet meer herkenbare Schiedams- of Schiedammergang (Schiedam waarschijnlijk een familienaam).
  • Naberpassage (1975). Voormalige verbinding tussen Grote Markt en Engelenpoortje (tegen 2017 wordt een verbinding beoogd tussen Grote Markt en Nieuwe Markt onder de naam Naberstraat). Genoemd naar Caspar A. J. Naber (1906), handelaar in ijzerwaren in de Gelkingestraat, betrokken bij de illegale zender 'Beatrix' (voor het doorgeven van waarnemingen aan de geallieerden), die - om 'doorslaan' te voorkomen - op 11 november 1944 van de bovenste verdieping van het destijds ter plaatse gelegen Scholtenhuis sprong. Een zevental straten in Hoornsemeer en een enkele in Oosterhoogebrug dragen eveneens de namen van omgekomen Groninger verzetsstrijders. Ook bij Dorkwerd is (door de vroegere gemeente Aduard) een weg genoemd naar een verzetsstrijder (zie Leegkerk c.a.).
  • Nieuwe Markt. Naam voor het plein achter de oostelijke wand van de Grote Markt waaraan het Groninger Forum wordt gebouwd.. Ruimte voor het plein ontstaat onder meer omdat de rooilijn van de nieuwe panden aan de Grote Markt 17 m naar het westen wordt verlegd. Het Groninger Forum (gereedkoming beoogd in 2017) is gesitueerd op het terrein van de middeleeuwse valkhof van de bisschoppen van Utrecht. De voorgevel ligt in het verlengde van de Popkenstraat. Tussen het nieuwe gebouw en de achterzijde van de Poelestraat is een doorgang gepland. De historische naam voor deze verbinding is Lombardsgang. Voor de Nieuwe Markt waren ook de historische namen Koningshof of Bisschopshof in beeld.
  • Nieuwe Sint Jansstraat. Van St. Jansbrug tot Oostersingel. De naam dateert uit 1874.
  • Nieuweweg. Van Poelebrug tot Damsterdiep. In 1622 nieuw aangelegde weg in de voormalige Schuitenschuiversschans. Oudere naam: Nieuwe Poelstraat.
  • Nieuwstad. Zie afzonderlijk lemma.
  • Noorderhaven. Van Kijk in 't Jatbrug tot Leliesingel (noordzijde) en tot Visserstraat (zuidzijde). Aan de noordzijde is het gedeelte van de Werfstraat tot de Leliesingel eerst in 1901 aangelegd. Zie verder Werfstraat. Tussen Vijfde Drift en Visserstraat heette het gedeelte aan de zuidzijde tot omstreeks 1920 officieel Hoek van Ameland (zie Vervallen straatnamen). De Noorderhaven was de noordelijke haven voor zeevarende schepen die via het Reitdiep Groningen bereikten. De haven, die tot 1877 in open verbinding met de zee stond, dateert in de huidige vorm uit de eerste helft van de 17e eeuw. De verbinding Schuitendiep-Reitdiep is gegraven rond 1523 door uitdieping van de bestaande verdedigingsgracht. Het was een lopend diep in tegenstelling tot het stilstaand water van andere (eerdere) grachten.
    • 72. Voormalige brouwerij 'De Sleutel' (zie uithangteken). In het interieur van het pand zijn de middeleeuwse stadsmuren nog zichtbaar.
  • Oosterbrug. Tussen Verlengde Oosterstraat en Oosterweg. De huidige brug is van 1964; een oudere brug werd gelegd in 1877. Onder de brug (deels in het water) het kunstwerk 'Gestadige beweging': een gedicht van H.N. Werkman in de vorm van bewegende letters (Peter de Kam, 1997).
  • Oosterhaven. De haven (1880) is het eindpunt van het Groot provinciaal scheepvaart- of Eemskanaal tussen Delfzijl en Groningen.
  • Oosterhavenstraat. Van Damsterdiep naar Oosterkade.
  • Oosterkade. Van Voor 't Voormalig Klein Poortje tot Damsterkade. Kade langs de noordzijde van de Oosterhaven. De (verbouwde) pakhuizen dateren voor een deel nog uit 1878.
  • Oostersingel. Van Damsterdiep tot Bloemstraat. Aangelegd op de voormalige wallen. Langs de Oostersingel 1910-1926 een tramlijn naar de Gr. Markt en van 1916-1960 een 'kolentram' naar de losplaats bij het Noorderstation.
    • 57. Voorheen de hoofdingang van het Academisch ziekenhuis, gebouwd 1898-1903 (zie verder Hanzeplein). Het ziekenhuis is voor een groot deel gelegen op het terrein tussen de Oostersingel en het vroegere Verbindingskanaal Damsterdiep-Boterdiep (1878-1924). De zogenaamde 'wetering' tussen het ziekenhuis en de Petrus Campersingel is geen restant van het kanaal, zoals wel wordt verondersteld.
  • Oostersingeldwarsstraat. Van Oostersingel tot Petrus Campersingel.
  • Oosterstraat. Van Grote Markt tot Gedempte Zuiderdiep. Straat gelegen ten oosten van de Herestraat. Oudste (binnen-)Oosterpoort 1473-1575 ten zuiden van de Burchtstraat; boogbrug over het Zuiderdiep 1723-1880. Oosterstraat perceel 46 en hoger verwoest bij de bevrijding 14 en 15 april 1945.
    • De bushalte in de Oosterstraat toont een hart, symbool voor de dynamische activiteiten in het stadscentrum. (Ontwerp Loes Heebink e.a., 1996).
    • Zijgangen even zijde: Papengang; oneven zijde 7. Helmsgang, 13. voormalige Willem Lodewijkpassage, 25. Bentelaarsgang, 29. Donkersgang.
  • Oude Boteringestraat: Van Grote Markt tot Boteringebrug. Als 'de strete' schakel in de historische zuid-noord as door het dorp Groningen; genoemd naar het Drentse geslacht Boteringe. De oudste bebouwing in de omgeving (aan de Rode Weeshuisstraat) dateert uit de 4e eeuw voor Chr. In het bouwblok begrensd door Poststraat en Broerstraat is rond het begin van de jaartelling al sprake van een boerenhoeve. De eerste Boteringepoort, uit de 13e eeuw, stond tussen Hardewikerstraat en Spilsluizen. Vanaf perceel 56 de Polsgang. De Aschendorpgang, ooit aan de westzijde van de straat, is niet meer terug te vinden.
    • 24. Calmershuis, Groningse vestiging van de Open Universiteit, oorspronkelijk versterkt steenhuis, genoemd naar burgemeester Calmers (omstreeks 1338).
    • 33. Kerkgebouw Ver. Doopsgezinde Gemeente (1815, verbouwd 1852); ter plaatse sinds 1677 al de schuilkerk van de doopsgezinde gemeente van de 'Oude Vlamingen', bereikbaar via de Butjesstraat.
    • 36-38. Faculteit Godsdienstwetenschappen RUG, tot 1998 Gerechtsgebouw. Het oudste deel van het gebouw dateert uit 1477; de hoofdingang is van 1755. In het pand in 1754 de Hoge Justitiekamer van het gewest Stad en Lande; sinds 1808 onder meer de Arrondissementsrechtbank.
    • 44. Bestuursgebouw RUG, gebouwd 1791 voor de uit Indië teruggekeerde arts Van der Steeg. Ambtswoning voor de gouverneur/CdK van de provincie (1815-1947).
    • 72. Voormalig Corps de G(u)arde: Gebouwd 1634(?). De hoofdwacht, een militair wachthuis, later in bezit van de RUG, onder andere als Universiteitsmuseum en voor studentencorps Vindicat atque Polit. Sinds 1991 Hotel Corps de Garde.[2]
  • Oude Ebbingestraat. Van Grote Markt tot Ebbingebrug. Oudste vorm: Ebbedingastrate (ebbed = abt). Drentse familienaam. De naam komt voor het eerst voor in 1245 en is de oudste nog bestaande straatnaam in de stad. Vanouds verbindingsweg met het landbouwgebied noordelijk van de stad. De oudste Ebbingepoort (omstreeks 1250-1620) ter hoogte van de Hardewikerstraat. Tot 1945 zeer nauwe doorgang naar de Gr. Markt. Tijdens de bevrijding in 1945 verwoest tot perceel 35 (oostzijde) en perceel 45 (westzijde).
    • Ter hoogte van V&D, als geschenk van de directie bij de opening van het warenhuis, het kunstwerk BroBroBrille (Kruipdoor-sluipdoor) van Gunnar Westman (1958), eerder op de Grote Markt.
  • Oude Kijk in 't Jatstraat. Zie afzonderlijk lemma.
  • Oudeweg. Van Nieuweweg tot Agricolastraat. In de 17e eeuw Nieuwe Poelweg genoemd. Vroegere zijgang: Mackersgang.
  • Paltzersgang. Vanaf Muurstraat 28. Genoemd naar de uit de Pfalz afkomstige - in 1711 naar Groningen gevluchte - Doopsgezinden. De gang voerde tot 1816 naar de vermaning van deze zogenaamde 'Zwitsers'. De Pfalzers waren al eerder vanwege hun geloof uit Zwitserland gevlucht.
  • Papengang. Van Oosterstraat naar Peperstraat. Genoemd naar r.k. (schuil)kerk van St. Petrus en Paulus (begin 17e eeuw - 1839) aan de noordzijde van de gang. Eerder Sappen- of Sapjesgang, naar de bewoners van het tegenoverliggende hoekpand met de Oosterstraat.
  • Pausgang. Van Butjesstraat tot Hardewikerstraat. Voor 1659 ook Butjesgang genoemd. De naam Pausgang naar een herberg 'waar de Paus uithangt', tegenover de gang in de huidige Hardewikerstraat. Ook de namen Pouwelsgang en Paulusgang komen voor. Van 1685-1794 ter plaatse een Jezuïetenstatie.
  • Pelsterdwarsstraat. Van Pelsterstraat tot Haddingestraat. De straatnaam dateert uit 1973: bouw van de parkeergarage.
  • Pelsterstraat. Zie afzonderlijk lemma.
  • Peperstraat. Van Poelestraat tot Kleine Peperstraat. De straat (voorheen ook wel Grote Peperstraat) wordt al genoemd in 1386. De naam wordt in Groningen vanouds verklaard als te zijn afgeleid van de (dure) specerij peper. De in de straat woonachtige paardenhandelaren zouden mogelijk zakjes peper als betaalmiddel hebben gebruikt. Peper werd, ook door Groningers, destijds verhandeld binnen het netwerk van de Hanzesteden. Peper is evenwel ook de volksnaam voor de mattenbiesplant (L. Scirpus lacustris) die onder meer gebruikt werd voor het matten van stoelen. De plant groeide in de veengebieden ten zuidwesten en ten zuidoosten van Groningen. In de Peperstraat - die in meer Nederlandse plaatsen voorkomt - zouden volgens deze verklaring dus stoelenmatters en mandenvlechters hun ambacht hebben uitgeoefend. Vgl. ook Ruskenveen (Hoogkerk-Ruskenveen)
    • 22. St. Geertruids- of Pepergasthuis 'voor ellendige en arme pelgrims'. Gesticht in 1405. In de 17e eeuw ook 'siekenhuus' en dolhuis, daarna uitsluitend bestemd voor ouderen. St. Gertrudis (626-659), abdis van het nonnenklooster van Nijvel (B) is de patrones van de reizigers.
  • Phebensstraat. Van Coehoornsingel tot Ubbo Emmiussingel. Genoemd naar Egge Eggerik Phebens (1556-1615), gedeputeerde van Stad en Lande en curator van de Academie. De straat dateert uit omstreeks 1955. In het kader van het Wederopbouwplan na WO II lag het in de bedoeling het verkeer van de Gr. Markt naar het zuiden door de Pelsterstraat en de Kleine Raamstraat naar het Hereplein te leiden via deze, toen nieuw aan te leggen straat.
  • Plantsoenbrug. Brugverbinding sinds de ontmanteling van de wallen. De huidige brug dateert uit 1937. Aan de stadszijde van de brug in de eerste helft van de 17e eeuw een waterpoort (1620-1630), afgebroken om een vrije toegang tot de West-Indische scheepswerf mogelijk te maken. De bogen zijn in de kaden nog herkenbaar.
  • Pluimerstraat. Van Schuitendiep tot Nieuweweg. Naamgeving ontleend aan ter plaatse werkende poeliers of pluimers; wellicht ook naar een familie Pluymer, daar woonachtig in de 15e en 16e eeuw. Oorspronkelijk Pluimersgang. Naamswijziging op verzoek bewoners.
  • Poelebrug. Tussen Poelestraat en Nieuweweg. Tot 1856 Poeleboog. De huidige brug dateert uit 1871 en is gedeeltelijk vernieuwd in 1934.
  • Poelestraat. Van Grote Markt tot Schuitendiep. De straat, voor het eerst genoemd in 1325, liep in de middeleeuwen, toen als Polstraat, vanaf de Hondsrug naar de weilanden in de bedding van de Hunze. 'Pol': hoger gelegen gronden (vgl. Paddepoel). De Poelepoort (1470-1828) lag tussen de Schoolstraat en de Schiemakersgang (bij perceel 40). Het wijde gedeelte van de straat diende oorspronkelijk als weerplein: opstelplaats voor uitvallende verdedigers van de stad. Aan de zuidzijde 'door de oude Poelepoort' de voormalige Koperslagersgang.
    • 30. 'Concerthuis', gesticht in 1769 als concertzaal, na 1840 in gebruik voor vergaderingen e.d.; sinds 1967 bioscoop.
  • Polsgang. Vanaf O.Boteringestraat 54. Eigenlijk Spoltzgang, naar de hier woonachtige Maria Spoltz (1694).
  • Pompstraatje. Vanaf Schuitemakersstraat 14 tot Reitemakersrijge. Niet-officiële straatnaam. Het Pompstraatje is ontstaan in 1873 toen de gemeente ter plaatse (bij het laagste punt in de binnenstad) een pompstation voor het doorspoelen van de stadsriolen bouwde.
  • Poortersplein. Aan het einde van de Oudeweg, met een verbinding naar het Achterom. Inbreiding op het terrein van de voormalige werkplaatsen van de gemeentereiniging aan de Oostersingel. Naam in verband te brengen met het in 1945 verwoeste Poortershuisje (portierswoning) bij de voormalige (nieuwe) Steentilpoort.
  • Popkenstraat. Van Martinikerkhof tot Schoolstraat. Zeer oude straat (begin 15e eeuw) langs de vroeg-middeleeuwse bisschopshof (met daarin onder meer een valkhof). Eind 15e eeuw Heer Popke(n)straat (de aanduiding Heer staat voor een vicarius). Latere naam Pontjesstraat (zie verder). In de Popkenstraat (zuidelijke hoek met de huidige Schoolstraat) tot 1561 een refugium van het Praemonstratenzer klooster te Wittewierum; 1568 Fraterhuis Broeders des Gemenen Levens; 1591-1594 Collegium der Jezuïeten. Na de Reductie 1639-1660 het Diaconiekinderhuis (of Blauwe Weeshuis), in 1673 gefuseerd met het Groene Weeshuis. Van 1660-1826 de gevangenis of 'het Pontje' (eigenlijk 'het Pondje': het gebouw diende tevens als ijkkantoor, waar de gewichten door de gevangenen werden geijkt). Ter plaatse 1826-1856 het Stadsziekenhuis. De tuin van het Feithhuis o.m. te bereiken via het Gomaruspoortje (1642), sinds 1973 op de huidige plaats.
  • Postrijdersgang. Vanaf Jacobijnerstraat. De gang leidde tot in de 19e eeuw naar de zogheten Pikeursplaats, een deel van de Academiemanege aan de Hofstraat. In de 18e eeuw ook Postmeestersgang genoemd. Een postmeester was verantwoordelijk voor de postdienst op een bepaalde route.
  • Poststraat. Van Oude Boteringestraat tot Broerstraat. Sinds 1871 genoemd naar het eerste afzonderlijke postkantoor in Groningen, nu het Groninger Instituut voor Archeologie (RUG). Oudere namen: Lutke Broerstraat, Messemakersstraat, Hogestraatje of Kleine Hoogstraatje en Hoofdstraat.
  • Pot- en Pannengang. Van Visserstraat 41 tot Hoekstraat. Herkomst van de naam onbekend; waarschijnlijk denigrerend bedoeld: rommelige gang. De gang is afgesloten.
  • Pottebakkersrijge. Van Astraat tot Westerkade. De naam, al genoemd in 1525, spreekt voor zich. Rijge = rij (huizen). In de 17e eeuw wordt ook de naam Hofstraat gebruikt. Ontstaan doordat in de 16e eeuw brandgevaarlijke bedrijven zoals pottenbakkerijen uit de stad geweerd werden.
  • Praediniussingel. Van Emmaplein tot Museumbrug. Aangelegd na de ontvesting van de stad 1880-1882. Genoemd naar Regnerus Praedinius of Reinier Veldman (1510-1559), rector van de St. Maartensschool. Aan de zuidzijde was 1893-1965 het Diakonessenhuis gevestigd.
  • Prinsenstraat. Van Herestraat tot Rademarkt. Naam ontleend aan de in 1612 genoemde herberg 'De Prince' bij de Herepoort; eerder Nieuwstraat. De straat volgt het verloop van het noordelijk bastion van het 'Kasteel van Alva' (1568-1577). Aan de zuidzijde (9) (Achter de) Barakken en (41) Korenbrandersgang.
  • Raamstraat. Van Herestraat tot Kleine Raamstraat. Tot 1978 als Grote Raamstraat doorlopend naar de Ruiterstraat. De straatnaam afgeleid van lakenramen: houten constructies, waaop gevolde laken stoffen werden gehangen om te kunnen drogen. Vollen: de stof ter versteviging doen krimpen in volkuipen.
  • Radebinnensingel. Van Rademarkt tot Trompstraat.
  • Rademarkt. Van Gedempte Zuiderdiep tot Verlengde Oosterstraat. Weerplein en wagenplein bij de voormalige nieuwe Oosterpoort. Waarschijnlijk genoemd naar de stel- en wagenmakers die er hun beroep uitoefenden. Zijgang (6): Klinkhamersgang.
    • 12. Hoofdbureau Regiopolitie Groningen (1971), gebouwd op een terrein waarop voorheen de Battengang (ged.), Molenstraat en Veulsgang.
    • 29. St. Anthony- of Oosterpoortengasthuis (1517). Tot 1644 ook pest- en ziekenhuis; 1701-1844 ook dolhuis. St. Anthony naar de H. Antonius van Padua.
  • Radesingel. Van Verlengde Oosterstraat naar Winschoterkade. Het deel van de Radesingel tussen Trompstraat en Winschoterkade tot 1924 bekend als Winschoter(veer)straat.
    • 2. St. Jozefkathedraal, ingewijd 1887, kathedrale kerk bisdom Groningen-Leeuwarden sinds 1982. Met zeskantige, zogenaamde 'dronkemanstoren': vanuit alle richtingen zijn steeds twee wijzerplaten zichtbaar. De toren is 76 m hoog.
    • Het bronzen Veulen ('Lutje Loeks') is van Wladimir de Vries (1951).
  • Rectorsgang. Vanaf Oude Kijk in 't Jatstraat 7. De gang gaf toegang tot de woning van de rector van de Latijnse school.
  • Reitdiepkade. Begin van de vroegere dijk langs het Reitdiep.
  • Reitemakersrijge. Van Munnekeholm tot Kleine der A. Genoemd de daar gevestigde makers van onder meer rieten manden voor de lakennijverheid. 'Rijge' is rij. Het Zuiderdiep langs de Reitemakersrijge is, als laatste deel van het diep, gedempt in 1957.
  • Rode Weeshuisstraat. Genoemd naar het voormalige weeshuis: zie afzonderlijk lemma. Aan de zuidzijde oorspronkelijk de Gortemakersgang en het Silstraatje (1789, tegenover de poort van het weeshuis).
  • Rijstebrijgang. Van Akerkstraat 17. Herkomst van de naam onbekend. Vgl. voormalig Soepenellegangetje (zie Vervallen straatnamen) en Waagstraat.
  • Schiemakersgang. Tussen Poelestraat 40 en 42. Schie- of scheemakers vervaardigden het touwwerk voor schepen.
  • Scholtenstraat, W.A. (1914) Van Maagdenbrug tot Oostersingel. Genoemd naar de Groninger grootindustrieel Willem Albert Scholten (1816-1892), onder meer eigenaar van de nabijgelegen suikerraffinaderij en stroopfabriek aan de Turfsingel (1861-1970, gesloopt 1982).
    • Het pand op de hoek van de Turfsingel en de W.A. Scholtenstraat, het huidige Logegebouw van Vrijmetselaren. Hier komt de in 1772 opgerichte loge "L'Union Provinciale" bijeen, een van de oudste verenigingen van de stad. Op de aanbouw het kunstwerk "Winkelhaak" van Hans Mes. Het voorste gedeelte van het gebouw was het kantoor van de N.V. Carton- en Papierfabrieken v.h. W.A. Scholten. Scholten (en zijn zoon J.E.) waren ook de bewoners van het Scholtenhuis aan de Grote Markt. Vader Scholten benutte de hoofdingang; zijn zoon een zij-ingang.
    • 10-12. Voormalige kledingfabriek Gebr. Levie, een der toonaangevende bedrijven in de Groninger confectieindustrie (bloeiperiode 1950-1975). Tegenwoordig gebruikt als studentenhuisvesting.
    • 27. Christelijke Gereformeerde Jeruzalemkerk (1927). Een oudere kerk stond aan de Coehoornsingel.
  • Schoolholm. Van Akerkhof tot Gedempte Zuiderdiep. Genoemd naar de middeleeuwse 'Der A-scole' bij de Akerk. Holm betekent 'hoogte'. Men woont dan ook 'op de Schoolholm '. Zie ook Munnekeholm.
    • 26. Gebouwd als Israëlitisch gasthuis 'Beth Zekenim' (1899). De Joodse bewoners in 1943 door de bezetter gedeporteerd en omgebracht.
  • Schoolstraat. Van St. Jansstraat tot Poelestraat. Genoemd naar de sinds 1854 bestaande Oosterstadsschool op de hoek met de Popkenstraat. Het huidige schoolgebouw (1921) is in 2011 afgebroken. Tot 1874 Achter de Muur. Vroegere zijgang vanaf perceel 6: Lombardsgang.
    • 13. Voormalige Ommelanderhuis. Oorspronkelijk refugium voor het Johannieterklooster van Oosterwierum; vanaf 1676 vergaderplaats van de Staten van de Ommelanden. Het Ommelanderhuis gold voor de stedelijke regering als ex-territoriaal gebied.
  • Schuitemakerstraat. Van Akerkhof tot Kleine der A. De naam spreekt voor zich. In de straat 1820-1826 het eerste Stadsziekenhuis, in laatstgenoemd jaar verplaatst naar de Popkenstraat. Eerdere zijgang: Houtkoperssteeg.
  • Schuitendiep. Zie ook afzonderlijk lemma. Aan het Schuitendiep o.z. de volgende gangen: 6. (niet meer herkenbare) Oliekoekengang; 20. (idem) Verversgang; 30. Mussengang; 48. Smakkersgang; 62. Hopmansgang; 72. Brouwersgang; 86. Kleine Gang; 88. Grote Gang.
  • Schuitenschuiversschans. Momenteel de naam van de buurt tussen Nw. St. Jansstraat en Damsterdiep ten oosten van het Schuitendiep. Oorspronkelijk de woonbuurt van de schuitenschuivers, turfschippers, die het vervoer van turf uit de veengebieden verzorgden. In 1581 ingericht als verdedigingsschans, omringd door een wal en een gracht. De schans werd bezet door het Spaanse garnizoen (-1594) en is omstreeks 1624 opgenomen in de nieuwe vesting Groningen.
  • Sieboldsgang. Vanaf Gelkingestraat 35. Waarschijnlijk genoemd naar een aanwonende.
  • Singelstraat. Van St. Jansstraat tot Turfstraat. Eerder (voor 1874) Achter de muur. Nog oudere naam: Swartnackengang (zwarte nekken: van het dragen van turfmanden). Het gedeelte bij de St. Jansstraat ook Achter het Snorretje. De in de 18e eeuw voorkomende naam Achter het Collegie verwijst naar het ter plaatse zetelende College van Gedeputeerde Staten van het gewest Stad en Lande.
  • Sint Jansbrug. Tussen St. Jansstraat en Nieuwe St. Jansstraat. Eerder Sint Jansboog (1624). De huidige brug is van 1938. In de brugleuning een uitbeelding van de arm van Johannes de Doper (relikwie in het Johannesaltaar in de Martinikerk, in 1594 verdwenen).
  • Sint-Jansstraat. Van Martinikerkhof tot St. Jansbrug. Genoemd naar de vicarie van Sint Jan, op de hoek met het Martinikerkhof, de woning van de beheerder van de nalatenschappen die aan het altaar van Sint Jan (Johannes de Doper) in de Martinikerk werden geschonken. Naam mogelijk ook rechtstreeks gerelateerd aan dit belangrijkste altaar van de kerk. Tot 1920 maakte de St. Jansstraat een knik bij de kruising met de Schoolstraat/Singelstraat, waardoor de bebouwing op oude foto's moeilijk te herkennen is.
    • 2. Voormalig Rijksarchief (1922-1997). In de buitenmuur sinds 5 mei 2000 een plaquette die herinnert aan het tekenen van de Duitse overgave aan de Canadezen in 1945. Het Rijksarchief deed (onbedoeld) dienst als laatste weerstandsbastion en was tevens het hoofdkwartier van de Duitsers bij de Bevrijding van Groningen (13-16 april).
    • 7-9 Stedelijke muziekschool, opgericht 1858. Van 1464-1586 op die plaats het Convict (Klerckenhuis) van de Broeders des Gemenen Levens voor arme studenten van de St. Maartensschool.
    • Op de hoek met de Singelstraat (zijde Turfsingel) 1891-1941 het Kinderziekenhuis; tussen Schoolstraat en Schuitendiep 1897-1925 de r.-k. ziekenverpleging O.L. Vrouwe tot Behoudenis der Kranken.
    • Het gebouw van (oorspronkelijk) de Provinciale Waterstaat is van 1965.
  • Sint Walburgstraat. Van Martinikerkhof tot Hofstraat. Genoemd naar de in 1627 afgebroken St. Walburgkerk (1112) op het huidige Martinikerkhof. Sint Walburg (omstreeks 710-779), een uit Zuid-Engeland afkomstige missionaris, was abdis van een nonnenklooster in Heidenheim (Beieren). De toenmalige bisschop van Utrecht, Burchard, de landsheer van de stad, was van Beierse komaf.
  • Sledemennerstraat. Van Astraat tot Verlengde Visserstraat. De naam, die al voorkomt in 1525, spreekt voor zich. De straat volgt het beloop van een middeleeuwse stadsgracht, het Menners- of Menrediep (omstreeks 1350-1610). De gracht lag nog binnen de stadsmuren, de straat buiten de latere stadswal. Nog rond 1900 14 zijgangen of sloppen: o.m. de Gasthuisgang en de Belmijnegang.
  • Sluisbruggetje. Zie Sluiskade.
  • Sluiskade. Van Westerkade tot het Sluisbruggetje over de Westerhavensluis.
  • Smakkersgang. Vanaf Schuitendiep 48, voorheen doorlopend naar de Oudeweg. In 17e eeuw ook Anna Smakkersgang.
    • De gang is in 2004 'heropend' na een opknapbeurt in het kader van een actie, waarbij een 30-tal gangen was betrokken.
  • Snikkevaardersgang. Van Damsterdiep 37 tot Lijnbaanstraat. Een snikke was een trekschuit voor personenvervoer.
  • Snor (Damsterdiep). Van Damsterdiep 32 tot Pluimerstraat. Een snor of snurre is een straatje van geringe betekenis. Oudere naam: Huigengang.
  • Soephuisstraatje. Van Zwanestraat tot Stoeldraaierstraat. In 1874 zo genoemd naar het zogenaamde 'soephuis' in het westelijke hoekpand met de Zwanestraat, uitgiftepunt van de Commissie voor spijsuitdeling (actief 1802-1919, tot op heden nog een charitatief fonds). Oudere naam voor het noord-zuid lopende deel: Achter de muur (van het Minderbroedersklooster); van het oost-west lopende deel: Swaangang. Tot in de 16e eeuw stadsweg (weg in beheer bij de stad).
  • Soniusgang. Van Damsterdiep 24 tot Kleine Gang. De naam Sonius ontleend aan een gelijknamige familie met huizen ter weerszijden van de gang. De gang komt ook voor als Kluitenborgh of Kloetenberg.
  • Speldemakersgang. Van Lage der A 20 tot Sledemennerstraat.
  • Spilsluizen. Van Ebbingebrug tot Boteringebrug. Onderdeel van de verbinding Schuitendiep-Reitdiep. Het diep stond tot 1673 in open verbinding met de zee (vgl. de nog aanwezige eb- en vloedkaden). In genoemd jaar werden, mede vanwege de mogelijkheid inundaties te kunnen stellen, grote spilsluizen aangebracht (en kleinere bij de Visserbrug). In 1877, na de afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp, zijn de sluizen buiten gebruik gesteld en later verwijderd. Zie ook Noorderhaven.
  • Spoormakersgang. Vanaf Pelsterstraat 10. In 1765 is een woning in de gang eigendom van Tisidorus Spoormaker. Spoormakers vervaardigden ruitersporen.
  • Stalstraat. Van Oude Boteringestraat tot Rode Weeshuisstraat. Achterstraat, waaraan destijds de stallen van de herenhuizen aan de Grote Markt.
  • Stationsstraat. Van Gedempte Zuiderdiep tot Emmaplein. De naam spreekt voor zich.
    • 12. De voormalige gereformeerde/gereformeerd vrijgemaakte Zuiderkerk (1901) is in 1983 verbouwd tot appartementengebouw.
  • Steenhouwerskade. Van Sluiskade tot Westerhaven. Kade langs de zuidzijde van de voormalige Westerhaven. De naam (1876) verwijst naar de destijds ter plaatse gevestigde steenhouwerij Rengers. Tussen de Steenhouwerskade en de Westerhavensluis tot omstreeks 1970 ook de Sluis-, Hout- en Kanaalstraat. Het geheel indringend beschreven in 'De buurt' door Ab Visser (Arbeiderspers, 1953).
  • Steentilbrug. Tussen Steentilstraat en Damsterdiep. Tot 1884 Steentilboog. De huidige brug is van 1962. De brug is zo breed, omdat het Wederopbouwplan na WO II voorzag in een op den duur - door het amoveren van de noordelijke gevelwand - fors te verbreden Steentilstraat.
  • Steentilkade. Van Damsterdiep tot Oostersingeldwarsstraat. Kade langs de vroegere verdedigingsgracht, na de ontvesting deel van het Verbindingskanaal Damsterdiep - Boterdiep. De gracht is gedempt in 1924. Oudere naam: Steentilpoortenwal.
  • Steentilstraat. Van Rademarkt tot Steentilbrug. Genoemd naar de vroegere stenen til of boogbrug over het Schuitendiep. Zie Steentilbrug.
  • Stoeldraaierstraat. Van Vismarkt tot Zwanestraat. De naam, die voor zich spreekt, dateert uit de 17e eeuw; daarvoor maakte de straat deel uit van het Rechte Jat (de Kijk in 't Jatstraat). Tijdens de bevrijding op 15 april 1945 volledig verwoest als gevolg van de ontploffing van een door de Canadese bevrijders in brand geschoten Duitse munitiewagen. De wagen was bewust ter plaatse achtergelaten.
  • Tingtangstraatje. Van Tussen beide Markten tot Koude Gat. De naam wordt meestal in verband gebracht met het luiden van de klok aan de gelijknamige herberg (14e/15e eeuw) aan Tussen beide Markten als op de Vismarkt verse vis was aangevoerd. In 1675 komt het straatje voor als Tymen (Tiemen) Tansstraatje (mogelijk de naam van een aanwonende). De klankverwantschap tussen beide namen is opmerkelijk. De klok is nog als gevelsteen te zien op de hoek Tussen beide Markten en Vismarkt.
  • Torenstraat. Van Schoolholm tot Munnekeholm. Straatnaam afgeleid van de Beulstoren (met de woning van de beul of scherprechter) aan de zuidzijde van de straat. Oudere naam: Bij de Beulije; ook wel: Scherprechterstorenstraat.
  • Trompbrug Voetbrug over het Verbindingskanaal tussen Trompstraat en Trompsingel. Sinds januari 2014 mogen aan de brug liefdesslotjes worden gehangen.
  • Trompstraat. Van Radebinnensingel tot Trompbrug. In 1882 genoemd naar Maarten Tromp, Nederlands vlootvoogd (1598-1653). Tijdens de discussie in de gemeenteraad werd destijds opgemerkt dat het benoemen van een zo kleine straat naar een zo groot man een 'onwaardige' herinnering zou inhouden. Naderhand zijn ook nog de Trompsingel, de Trompkade en de Trompbrug naar de zeeheld genoemd. Aan de raad was overigens voorgesteld de straat de naam Voetbrugstraat te geven. De Trompstraat ligt centraal in de voormalige Drenckelaarsdwinger.
  • Trouwe Arbeidersgang. Vanaf Nieuwstad 33. Herkomst van de naam onbekend. Voorbeeld van een gang die door de gemeente bij raadsbesluit (1874) in beheer en onderhoud is overgenomen. De gang is afgesloten.
  • Tuinstraat. Van Schuitendiep tot Oostersingel. Naamswijziging nog in de 19e eeuw. Oudere naam: Breedegang.
  • Turfsingel. Van Ebbingebrug tot Sint Jansbrug langs het Schuitendiep. Naam ontleend aan de turfaanvoer uit de Veenkoloniën. In 1874 eerder benoemd als Singel, een verwarring scheppende naam die overigens de voorkeur van de bewoners had.
    • Tegenover de Turfstraat een door de gemeente zorgvuldig in stand gehouden naamloos stukje groen, een restant van een zogenaamde 'singel', de afscheiding tussen de middeleeuwse stadsgracht en het Schuitendiep. Tot 1941 diende het als 'kalkwal', laatstelijk in gebruik als kalkopslag bij stucadoor Dobken. Dit gebruik gaat terug tot in de 16e eeuw toen brandgevaarlijke bedrijven als kalkbranderijen buiten de stad gehouden werden. In 2010 door de gemeente Turfeiland genoemd.
    • Ter hoogte van het Bleekveld van 1861 tot 1982 de gebouwen van de suikerraffinaderij en de stroopfabriek van W.A. Scholten.
    • 82. Praediniusgymnasium, als Stedelijk gymnasium ter plaatse gevestigd sinds 1882.
    • 86. Stadsschouwburg, gebouwd 1883.
      Beide gebouwen staan op het terrein van het vroegere Provinciaal Ammunitiehuis of Arsenaal (1629-1879).
    • De nieuwbouw van de Provinciale Griffie (1995) is uiteindelijk zo ontworpen dat de zichtlijnen van het plein voor de Schouwburg op de Martinitoren zijn behouden.
  • Turfstraat. Van Gardepoort tot Turfsingel. Op de noordoostelijke hoek van de straat de voormalige turfschuur van het stadhouderlijk hof en de provincie.
  • Turftorenstraat. Van Grote Kromme Elleboog tot Hoge der A. Oorspronkelijk samen met de Grote Kromme Elleboog de Kromme Jat genoemd (in tegenstelling tot de Rechte Jat: de Kijk in 't Jatstraat). Leidde naar de in 1550 afgebroken toren in de stadsmuur (aan de overzijde van de A) waarin turf werd opgeslagen.
  • Tussen Beide Markten. Van Grote Markt tot Vismarkt.
    • 4. Het 'blokhuis' (1850), mogelijk zo genoemd naar het middeleeuwse versterkte huis op de noordoostelijke hoek met de Herestraat. Eind 19e eeuw eerste telefoonkantoor van Groningen. De stad kende vanaf 1883 een lokaal telefoonnet, dat in 1891 is aangesloten op het rijkstelefoonnet.
    • 6. Het winkelpand 'In de klok' (naam van een herberg ter plaatse, al genoemd in 1401) met gevelsteen (1735) die herinnert aan een vroeger aanwezige klok die onder meer werd geluid als op de Vismarkt verse vis was aangevoerd (zie Tingtangstraatje).
  • Tweede Drift (Spilsluizen) Van Hardewikerstraat naar Spilsluizen.
  • Tweede Drift (Zuiderdiep). Van Ged. Zuiderdiep tot Prinsenstraat.
  • Ubbo Emmiussingel. Zie Emmiussingel, Ubbo.
  • Ubbo Emmiusstraat. Zie Emmiusstraat, Ubbo.
  • Uurwerkersgang. Van Oude Kijk in 't Jatstraat tot De Laan. Genoemd naar aanwonende Albert Uhrwarcker (plm. 1565), die belast was met het onderhoud van het uurwerk op de Martinitoren. Oudere namen: Tybbensgang en Menneweg. Tibben zijn doopsgezinden.
  • Verbindingskanaal. Naam van het kanaal (1879) dat o.m de Oosterhaven verbindt met de Westerhaven en het Noord-Willemskanaal. Bij het graven van het kanaal is gebruikgemaakt van de oude vestinggracht. Vgl. de vorm van de voormalige zwaaikom waarin nu het Museumeiland. Een tweede Verbindingskanaal liep (1878-1924) van Damsterdiep naar Boterdiep.
  • Verlengde Oosterstraat. Van Rademarkt tot Oosterbrug. Ter plaatse 1616-1876 de nieuwe Oosterpoort. Via de poort uitvalswegen naar het zuiden, c.q. de Helperlinie (Oosterweg) en naar de Veenkoloniën langs de oostzijde van het Winschoterdiep.
  • Verlengde Visserstraat. Van Lage der A tot Melkweg. Het smalle gedeelte heette oorspronkelijk Kranepoortenmolendrift (naar de molen in de Kranedwinger).
    • De Kranepoort (1623-1876) lag overigens niet in het verlengde van de Visserstraat, maar even ten noorden daarvan. Vergelijk de huisnummering op de overgang Lage der A/Reitdiepkade.
  • Verversgang. Feitelijk sinds de uitbreiding van het Werkmancollege niet meer herkenbare gang aan het Schuitendiep 20-30. De benaming komt tot in de 21e eeuw nog voor op stadsplattegronden. De naam spreekt overigens voor zich.
  • Vierde Drift (Noorderhaven). Van Hoekstraat tot Noorderhaven.
  • Vijfde Drift (Noorderhaven). Van Hoekstraat/Vishoek tot Noorderhaven.
  • Vishoek. Van Visserstraat tot Gasthuisstraatje. Genoemd naar de nabijgelegen visbanken aan het Hoge der A. In de 17e eeuw: Bocht van Guinea (zie aldaar).
  • Vismarkt. Van Guldenstraat tot Akerkhof. Een van de drie centrale pleinen van de stad, door de eeuwen heen vooral marktplein (vismarkt, warenmarkt, bloemenmarkt), ook vertrekpunt van bodediensten. Oudere naam (tot in de 15e eeuw): Langestraat. De naam Vismarkt voor het eerst in 1405. De Vismarkt was aan de noordzijde al bestraat in de 12e eeuw. Daar lag de Kremersriepe: naar de ter plaatse aanwezige kremers (kramers) of kooplieden. De zeer oude aanduiding 'Glende' of 'Glènne Riepe' voor de warme, want zonnige kant van de Vismarkt wordt nog steeds gebruikt. Ter plaatse van de Vismarkt heeft geen kanaal of opvaart gelopen zoals vaak wordt gesuggereerd. Ook onder de Der Aa-kerk zijn geen sporen gevonden. (J.W.Boersma in Westerheem, 1985). Over het ontstaan van het plein zijn geen bijzonderheden bekend. Tegenover degenen die uitgaan van een organisch gegroeid stratenpatroon in de binnenstad langs de grenzen van akkers en bouwpercelen, staan anderen die denken aan een vorm van centrale regie vanwege de landsheer.
    • De Korenbeurs: zie Akerkhof.
  • Visserbrug. Tussen Hoge der A en Verl. Visserstraat. Voorheen ook wel Kranepoorten- of Mosselbrug. De huidige brug dateert uit 1922. Ter plaatse vanaf 1636 een verlaat en vanaf 1673 de 'kleine spilsluizen'.
  • Visserstraat. Van Oude Kijk in 't Jatstraat tot Hoge der A. De naam (1519) in verband te brengen met de vissers die hun ligplaats hadden in de A- of Zuiderhaven. Eerder heette de straat Vierhuisterstraat, naar het buurtje Vierhusen. Er is geen verband met het dorp Vierhuizen, gem. De Marne. In de Visserstraat een viertal (voormalige) gasthuizen.
  • Vlasstraat. Van Turfsingel tot Bloemstraat. Genoemd naar de machinale vlasspinnerij Dumonceau, daar gevestigd 1840-1891.
  • Voor 't Voormalig Klein Poortje. Van Damsterdiep tot Oosterkade. Genoemd naar het kleine poortje in de vestingwal dat leidde naar de weg langs het Winschoterdiep o.z. Het poortje is in 1876 afgebroken; straatnaam daarna gewijzigd in de huidige. In de 19e eeuw vertrekplaats van het Foxholster veer. Het veerhuis is nog aanwezig.
  • Vosgang. Van Damsterdiep 20 tot Grote Gang. Voerde naar de brouwerij 'De Rode Vos' (1705).
  • Vijfde Drift (Noorderhaven). Van Hoekstraat tot Noorderhaven.
  • Waagplein. Tussen Grote Markt en Waagstraat. Op het Waagplein het kunstwerk 'Ontmoeting met de muziek' (de fluitspeler) van Roberto Barni (1996); verder twee zwevende figuren die het verlangen naar communicatie symboliseren (Mullarney, 1996).
    • Aan de westzijde van het Stadhuis nog enkele, bewust in stand gehouden, beschadigingen: gevolgen van de oorlogshandelingen op 15 april 1945.
  • Waagstraat. Zie afzonderlijk lemma.
  • Walstraat. Van Turfsingel tot Oostersingel. De naam spreekt voor zich. Aan het eind van de straat in de 19e eeuw het buurtje Noorderwalhof (met omstreeks 600 inwoners).
  • Weeshuisgang. Van en tot Rode Weeshuisstraat.
  • Werkmanbrug, H.N. Van Museumeiland tot Stationsweg over het Verbindingskanaal (1994). De brug maakt deel uit van het beschermde ontwerp voor het Groninger Museum van de Italiaanse architect Mendini en is genoemd naar de belangrijkste 20e-eeuwse Groninger kunstenaar: Hendrik Nicolaas Werkman, drukker en schilder, lid van de kunstenaarsvereniging "De Ploeg' (1889-1945).
    • Werkman, tijdens WO II illegaal werkzaam voor uitgeverij 'De Blauwe Schuit', werd op 10 april 1945, enkele dagen voor de bevrijding van Groningen, gefusilleerd in Bakkeveen.
    • Aan de onderzijde van het brugdek een tableau van 56 tegels met negen, deels scabreuze 'universele activiteiten van de mens, soms gecombineerd met moderne toestellen' (Delvoye, 1994).
  • Westerbinnensingel. Van Astraat tot Verl. Visserstraat. De straat volgt het beloop van het middeleeuwse Menre- of Mennersdiep.
  • Westerhaven. Van Aweg tot Eendrachtskade. Weg langs de buitenzijde van de voormalige Westerhaven (1882). De haven zelf ontstond na de ontmanteling van de vesting en was oorspronkelijk onderdeel van de vestinggracht. Gedempt in 1962. Op het terrein nu grootschalige detailhandel.
  • Westerhavenstraat. Van Astraat tot Westerkade.
    • 22. Ter plaatse de steen die herinnert aan de voormalige sarrieshut ter plekke, de woning van de provinciaal ambtenaar, belast met het innen van belasting op het gemaal bij de korenmolen in de Adwinger. Sarries: verbastering van Fr. 'chercher'. De sarriessteen met onderschrift 'Sauveguarde' (vrijwaringsdocument).
  • Westerkade. Van Astraat tot Pottebakkersrijge. Weg aan de stadszijde van de voormalige Westerhaven. Sinds 2001 grootschalige detailhandel. Het Nederlands stripmuseum geopend in 2004.
  • Westersingel. Van Astraat tot Reitdiepkade. Aangelegd in 1882 over de voormalige vestingwallen. Tijdens WO II, in de nacht van 19/20 juli 1940, bij vergissing geallieerd bombardement met brisantbommen waardoor hoekpand Westersingel/Verl. Visserstraat en van 26/27 november 1940 waardoor hoekpand Westersingel en Reitdiepkade werd verwoest.
  • Willem Lodewijkpassage. Voormalige winkelpassage van Oosterstraat 13 (het vroegere pand van het Willem Lodewijk Gymnasium) naar de Gelkingestraat en vandaar naar het Hoogstraatje. Geopend 1974; in gedeelten gesloten 1992-1995. De straatnaam is niet ingetrokken.
    • Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Dillenburg (1560-1620), stadhouder van Friesland en de Ommelanden (v.a. 1584) en van Drenthe (v.a. 1593) nam met zijn neef prins Maurits deel aan de belegering van de stad Groningen in 1594 en werd in 1595 stadhouder van het nieuwe gewest Stad Groningen en Ommelanden (Stad en Lande).
  • Winschoterkade. Van Steentilstraat tot voorbij Radesingel. (1877). Kade langs het begin van het (Oude) Winschoterdiep. Tot in de 19e eeuw vertrekplaats van het Oldambster of Winschoter veer. Een gedeelte van de kade langs het (Oude) Winschoterdiep w.z. aan de andere zijde van het Verbindingskanaal (tot aan de Dijkstraat) droeg tot 1920 eveneens de naam Winschoterkade.
    • Aan het einde van de huidige Winschoterkade sinds 1996 een bank met 'venster' op het Oude Winschoterdiep en een platform dat uitzicht biedt op de Oosterhaven (Manuel de Sola-Morales).
  • Ypenmolendrift. Van Prinsenstraat tot Herebinnensingel. Leidde naar de Ypenmolen in de Oosterdwinger (afgebroken plm. 1875).
  • Zielstraweg, L.J. Van Oostersingeldwarsstraat tot (onder het) Hanzeplein (1994). Genoemd naar Leonard Jan Zielstra (1890-1955), geneesheer-directeur van het toenmalige Academisch ziekenhuis (1931-1952).
  • Zuiderdiep. Zie Gedempte Zuiderdiep.
  • Zuiderkuipen. Van Reitemakersrijge tot Ganzevoortsingel. Genoemd naar de in de 17e eeuw aldaar gevestigde leerlooierijen van leden van het schoenmakersgilde. In de 19e eeuw barakken voor lijders aan besmettelijke ziekten; in de 20e eeuw onder meer groenten- en eierhal.
  • Zwaantjesgang. Niet meer vanaf de openbare weg bereikbare gang achter de synagoge, ter hoogte van Nieuwstad 28. De gang is afgebroken omstreeks 1905. In 2005 is op particulier initiatief weer een naambordje aangebracht. Een tweede Zwaantjesgang vanaf Aweg 6.
  • Zwanestraat. Van Guldenstraat tot Stoeldraaierstraat, aangelegd in 1610 over het terrein van het voormalige Minderbroedersklooster. Voor de doorbraak moest de herberg 'De Witte Swaen' aan de Guldenstraat wijken.
  • Zwieterengang, Van Van Martinikerkhof naar Nieuwe Markt (2012). Genoemd naar Willebrordus van Zwieteren (1904-1983), 1936-1947 bouwkundig hoofdopzichter bij de restauratie van de Martinitoren. Van Zwieteren wist tijdens de bevrijdingsdagen (op 15 april 1945) bij de Duitse verdedigers te bereiken dat een vat benzine, aanwezig op 70 m hoogte, van de toren kon worden verwijderd. Op de tweede trans bevond zich een ontvangst- en zendstation. Ook dat is tijdig ontmanteld; de apparatuur is naar beneden gebracht en op de begane grond verder onklaar gemaakt.
  • Zijlsgang. Van Visserstraat 45 tot Hoekstraat. Genoemd naar het tegenovergelegen :Z(e)ijlsgasthuis, Visserstraat 50. De gang is afgesloten.

Hortusbuurt[bewerken]

De Hortusbuurt wordt begrensd door het Noorderplantsoen in het westen en noorden, de Bloemsingel in het oosten en de Diepenring van Noorderhaven tot het Schuitendiep in het zuiden. De buurt ontleent zijn naam aan de vroegere Hortus Botanicus (1626-1966) tussen Grote Rozenstraat en Grote Kruisstraat. Ook een wijk in aanbouw ten oosten van het Boterdiep, maakt er deel van uit. De wijk stond oorspronkelijk bekend als CiBoGa: Circusterrein-Bodenterrein-Gasfabriek. Inmiddels is het Bodenterrein opgenomen in een bestemmingsplan voor het UMCG. Samen met de Binnenstad vormt de 'Nieuwe Uitleg' het oude Groningen binnen de wallen (1624-1878).

De oudste straatnamen (bij raadsbesluit vastgesteld in 1624) hebben voornamelijk betrekking op bloemen en landbouwproducten. Opgenomen zijn alle straatnamen.

  • Achter de Wal. Vanaf Noorderbinnensingel 15. Inbreiding (1992) met (ouderen)woningen op een terrein rond de voormalige watertoren (1908-1977; na een verbouwing functioneert de toren sinds 2014 als multifunctioneel centrum'). Gelegen achter de voormalige verdedigingswallen tussen Boteringe- en Ebbingepoort. Zie ook Noorderbinnensingel.
  • Beren. Van Bloemsingel tot Korreweg. De straatnaam (2000) herinnert aan de beren, gemetselde scheidingsmuren tussen het water van de stadsgrachten en onder andere het Boterdiep. Zie ook Monnikhof.
  • Bloemsingel. Van Bloemstraat tot Boterdiep. Oorspronkelijk als verlengde van de Oostersingel over het terrein van de voormalige wallen tot bij het toenmalige Jodenkampje. Het kanaal langs de singel (met een sluis bij de Singelweg) was onderdeel van de in 1878 gereed gekomen verbinding Damsterdiep-Boterdiep door de voormalige vestinggrachten. Vanaf 1924 sloot het kanaal alleen nog maar aan op het toen nieuw gegraven Oosterhamrikkanaal. Het is omstreeks 1955 vanaf de Van Kerckhoffstraat tot het (voormalige) Boterdiep gedempt.
    • Aan de Bloemsingel lag een ingang van het Bodenterrein (1940-1970) met een standplaats voor 470 zogenaamde 'bodenwagens' (van bodediensten voor stukgoederen van/naar dorpen in de regio).
  • Bloemstraat. Van Turfsingel tot Oostersingel. In de 17e eeuw bekend als de Kaar- of Karremennersstraat.
    • Aan de noordzijde van de Bloemstraat (38) de voormalige energiebedrijven van de gemeente Groningen. Van 1864-1965 een gasfabriek ('Pijpgazfabryk'); van 1902-1963 ook het elektriciteitsbedrijf (LichtFabrieken). Alle stroom werd overigens vanaf 1924 al betrokken van het toenmalige Prov. Elektriciteitsbedrijf. Zie ook Kolendrift.
  • Boterdiep. De straatnaam (eerder Gedempte Boterdiep) ontleend aan het Boterdiep, de vaarweg van en naar Hunsingo. De naam waarschijnlijk letterlijk te nemen: het diep diende onder meer voor het vervoer naar de stad van 'vette waren' als boter en kaas.
    • Het eigenlijke diep begon in de stad halverwege Turfsingel en Wipstraat. Op de (overkluisde) kop van het Boterdiep de (oude) Steenmarkt. Het diep is (tot de Bedumerweg) gedempt in 1912. Al rond 1400 bestond een verbinding tussen het Schuitendiep en de Hunze via het Selwerderdiepje. Rond 1616 wordt het buiten de stad dan al bestaande Boterdiep tot in de stad doorgetrokken en de verbinding met het Selwerderdiepje verbroken. Het diepje heeft dan alleen nog een functie als afwateringskanaal. De verbinding met het Schuitendiep wordt eveneens verbroken, maar is in 1826 (na een malaria-epidemie) weer hersteld, zij het niet als vaarweg.
  • Boteringesingel. Van Nieuwe Boteringestraat tot Boterdiep (1882). Oorspronkelijk benoemd als Noordersingel, aangelegd op de voormalige wal bij de Boteringedwinger; maakt deel uit van het Noorderplantsoen.
  • Botermolendrift (2011). Van Boterdiep tot Bloemsingel. In de Ebbingedwinger heeft een korenmolen gestaan (de Ebbingepoortenmolen). De drift loopt voor een deel over de voormalige Jodenkamp, die genoemd was naar een ter plaatse gelegen Joodse begraafplaats (1747-1953). Zie ook Vervallen straatnamen.
  • Botersteeg (2010). Voetgangersverbinding tussen Boterdiep en Langestraat t.o. Korenstraat. Nog niet gerealiseerd.
  • Brouwerstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Boterdiep. De naam herinnert aan de vroegere brouwerij 'De Brouwepot'. In de Brouwerstraat was tot na de Tweede Wereldoorlog de vertrekplaats van de autobussen van de Marnedienst naar het Hogeland.
  • Courtine. Nog niet gerealiseerd woongebied tussen (verlengde) Langestraat en Bloemsingel. Een courtine is in het Oud-Nederlandse vestingstelsel (vanaf de 16e eeuw) de hoofdwal rond een te verdedigen vesting, onderbroken door bastions of dwingers. De straatnaam dateert uit 2000.
  • Ebbingedwinger (2000). Vanaf Langestraat. Genoemd naar een van de bastions in de voormalige vesting.
  • Fitterij (2010). Nog niet gerealiseerd woongebied bij de Kolendrift. Naar het gelijknamige onderdeel van de voormalige gasfabriek ter plekke (1854-1965).
  • Grote Appelstraat.Van Nieuwe Kijk in 't Jatstraat tot Noorderbinnensingel.
  • Grote Kruisstraat. Van Nieuwe Kijk in 't Jatstraat tot Kruissingel. Deel van de oost-westverbinding door de 17e-eeuwse uitleg. Toen onder de naam Kruudstraat. De straat voerde naar de Kruud- of Kruiddwinger, een bastion in de verdedigingswal (met een kruitmolen).
  • Grote Leliestraat. Van Nieuwe Kijk in 't Jatstraat tot Leliesingel. In de Grote Leliestraat een aantal (voormalige) gasthuizen. Aan het eind destijds de Reitdiepsdwinger met de Spinhuismolen (nog in de 18e eeuw).
  • Grote Rozenstraat. Van Nieuwe Kijk in 't Jatstraat tot Noorderbinnensingel. Aan het eind van de straat tot omstreeks 1938 het Rozenplein.
    • Aan de oneven zijde voormalige laboratoria van de RUG; aan de even zijde de voormalige Chr. HBS (1924). Alle genoemde gebouwen nu in gebruik bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit.
    • Het Boumangebouw (31) is genoemd naar de historicus en socioloog Pieter Jan Bouman (1902-1977), in 1946 eerste hoogleraar sociologie (-1965). Bouman was destijds bij een breed publiek bekend door onder meer zijn boek 'Revolutie der eenzamen' (34e druk 1976), geschreven 'voor mensen die geschiedenis beleefden en doorleden'.
    • 78. voormalig Gerarda Gockinga-gasthuis (1870-1971).
  • Grutmolen (2010). Woongebied tussen Langestraat en Bloemsingel. Naar een in de 19e eeuw in dit gebied aanwezige grutmolen. In een grutmolen werden boekweit, gerst en haver, maar geen rogge en tarwe vermalen. Groningen telde in 1819 een 27-tal grutterijen; in 1900 nog zes.
  • Guyotplein. Tussen Nieuwe Boteringestraat en Lopendediep. Oorspronkelijk het 'beplante deel' van de Ossenmarkt; sinds 1890 genoemd naar H.D. Guyot, Waals hervormd predikant, in 1790 stichter van het huidige Kon. Instituut voor Doven (nu in Haren), de eerste instelling in Nederland voor mensen met een beperking. Het monument voor Guyot op het plein is geplaatst in 1829.
  • Havenstraat. Van Noorderhaven tot Grote Leliestraat.
  • Haverkampsdrift. Vanaf Boterdiep. De Haverkampsdrift (ook: Brede drift) liep in de 17e eeuw als Haverstraat naar de wal in het verlengde van de huidige Korenstraat. De straatnaam is opnieuw vastgesteld in 2000 en in 2010. De drift kende tot in de 20e eeuw aan de z.o.-zijde nog enkele onbenaamde zijgangen of sloppen. Foto's daarvan (met een gashouder op de achtergrond) zijn moeilijk te duiden.
  • Jacobijnerhof. Naam (2000) voor nog niet gerealiseerde hof in het plan Ciboga. Genoemd naar het Dominicaner- of Jacobijnerklooster. Zie Jacobijnerstraat (Binnenstad). De Jacobijnerhof is gelegen ten noorden van de vroegere Jacobijnerweg (zie Vervallen straatnamen).
  • Kamerlingheplein. Plein in de Grote Kruisstraat voor het gelijknamige appartementencomplex. Van 1840-1856 op die plaats de Sociëteit 'De Harmonie', daarvoor de buitenplaats 'Het Hoge Zomerhuis'. Van 1869-1968 de Rijks Hogere Burgerschool (tijdens WO II de Ost-Frieslandkazerne van de Deutsche Wehrmacht), daarna tot 1981 het Kamerlingh Onnes College. De zeer gekunstelde straatnaam is voorgesteld door de projectontwikkelaar en wijst zowel op genoemd College, als op 'linghe' (lindeboom) en 'kamer' (als equivalent voor 'wonen').
  • Kleine Appelstraat. Tussen Nieuwe Boteringestraat en Nieuwe Kijk in 't Jatstraat.
  • Kleine Kruisstraat. Van Nieuwe Boteringestraat tot Nieuwe Kijk in 't Jatstraat.
  • Kleine Leliestraat. Van Nieuwe Boteringestraat tot Nieuwe Kijk in 't Jatstraat.
  • Kleine Rozenstraat. Van Nieuwe Boteringestraat tot Nieuwe Kijk in 't Jatstraat.
  • Kolendrift Tussen Boterdiep en Bloemsingel in het verlengde van de Wipstraat (2010). Genoemd naar de ter plaatse gelegen lichtgasfabriek (1854-1961). In laatstgenoemd jaar is overgeschakeld op aardgas. De fabriek is in 1965 gesloten.
  • Korenstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Boterdiep. In de 17e eeuw nog Haverstraat genoemd. De naam Korenstraat had toen betrekking op de huidige Wipstraat.
  • Kruissingel. Van Nieuwe Boteringestraat tot Kerklaan. omstreeks 1880 aangelegd op het terrein van de voormalige wallen; maakt deel uit van het Noorderplantsoen. Het zogenaamde 'paviljoen' (1930) is gebouwd in de vorm van de nabijgelegen vijver.
    • Eerder stond er de melksalon 'Vredewold' (1900). De muziekkoepel dateert uit 1905.
  • Kurkstraatje. Door de gemeente gebruikte naam voor het verbindingsstraatje tussen Korreweg en Nw. Ebbingestraat. De officiële naam is Nw. Ebbingestraat (1961). De naam is afgeleid van een ter plaatse gevestigde kurkspeciaalzaak. Eerder heette het straatje formeel Verlengde Boterdiepstraat (tot 1920) en in de volksmond Boterdiepstraatje.
  • Langestraat. Van Bloemstraat tot Bloemsingel (nieuw beloop volgens raadsbesluit uit 2000). Vooralsnog bestaat de straat uit twee delen: vanaf Bloemstraat doodlopend en vanaf Grutmolenstraat tot Bloemsingel. Aan de oostzijde van de straat tot na WO I een gasthuis 'voor den werkenden stand'; daar ook een slop onder de naam de Wittenberg (mogelijk naar de gaskalk van de naastgelegen gasfabriek). De Langestraat in de 19e eeuw ook wel bekend als Professorensteeg. Ter hoogte van de vroegere Joodse begraafplaats aan de Jodenkamp (1747-1828) het herinneringsteken 'Huis des Levens' met de tekst 'hier was het huis van de gedachte muren' (Bettina Furnée, 2012). Zie ook Jodenkamp (Vervallen straatnamen)
  • Leliesingel. Van Grote Kruisstraat tot Plantsoenbrug. In 1880-1884 aangelegd over het terrein van de voormalige verdedigingswallen; maakt deel uit van het Noorderplantsoen.
    • Aan de zijde van de Noorderbinnensingel nog een bewaard gebleven walfragment (om de achtergelegen sloppenwijk aan het oog te onttrekken): de Kattenberg (zie voor naamsverklaring Gedempte Kattendiep, Binnenstad). De wal was aan de voet omstreeks 27 m breed; de gracht ervoor omstreeks 33 m. In de wal het zogenaamde 'Sikkenspoortje', dat toegang geeft tot een deel van de oorspronkelijke sortie, een onderdoorgang door de wal, na 1792 in gebruik bij verf- en lakfabriek fa. Sikkens. Momenteel is het een vleermuizenverblijf. De Kattenberg is in april 1945 door de Duitse bezetters nog in staat van verdediging gebracht.
  • Lopendediep. Zie Binnenstad.
  • Marktstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Ossenmarkt. De naam spreekt voor zich.
  • Monnikhof. Vanaf de Bloemsingel. Monnik heeft hier de betekenis van het overdwars op een beer (zie: Beren) gebouwd vierkant torentje, dat was bedoeld om de overgang over de beer (ezelsbrug) onmogelijk te maken.
  • Nieuwe Boteringestraat. Van Boteringebrug tot Boteringesingel. Zeer oude straat, deel van de Strete (zie Binnenstad: Oude Boteringestraat); splitste zich in de vroege middeleeuwen bij de Tie (Nieuwe Kerkhof) in een weg naar Garnwerd/Winsum en een weg naar Bedum. Aan het einde de (nieuwe) Boteringepoort (1618-1878). Via de poort bereikte men de Winsumerstraatweg.
  • Nieuwe Ebbingestraat. Van Ebbingebrug tot Bedumerweg/Noorderstationstraat. De straat gold als uitvalsweg naar het Hogeland. De (nieuwe) Ebbingepoort ter hoogte van percelen 100/109. Via de Ebbingepoort kwam men staduitwaarts op de Cleyweg naar Bedum en op de Curre- of Korreweg, een landweg op de grens van het Wester- en het Oosterstadshamrik.
    • 3-9 Ter plaatse de eerste kerk van de Christelijke Afgescheiden gemeente, c.q. gereformeerde kerk (1852-1921).
    • 149. Café 'De Groene Weide', al genoemd in 1652, aanlegplaats voor beurtschepen naar het Hogeland.
  • Nieuwe Kerkhof. Van Nieuwe Boteringestraat tot Noorder- en Zuiderkerkstraat. Genoemd naar het nieuwe (geheel ommuurde) kerkhof dat diende als vervanging voor het St. Walburgskerkhof. Ingewijd 1623. Eerder ter plaatse al het kerkhof 'bij de brunne'. Het Nieuwe Kerkhof is gelegen op de Tie, een eeuwenoude brinkachtige open ruimte, mogelijk tevens ding- of vergaderplaats, op de noordelijke es van Groningen.
    • 1. Nieuwe Kerk- of Noorderkerk (1664), de eerste voor de protestantse eredienst gebouwde kerk in Groningen.
    • 22. Juffer Tette Alberdagasthuis (gesticht 1658, aan het Nieuwe Kerkhof sinds 1778).
    • Op de plaats van de huidige Violenhof van 1798-1897 de Noorderkazerne (voor 298 militairen). Zowel de tabaksfabriek van Th. Niemeijer (1848) als de vroegere rijwielenfabriek Fongers (1871) hadden aan het Nieuwe Kerkhof hun eerste bedrijfspand.
  • Nieuwe Kijk in 't Jatstraat. Van Kijk in 't Jatbrug tot Kruissingel. De straat liep tot in de 19e eeuw over in de Jatsdwinger.
    • 14-16. Gasthuis Anna Varversconvent, gesticht 1635. Aan de oneven zijde tussen de Kleine Rozenstraat en Kleine Kruisstraat de eerste echte schouwburg in de stad: 'Utile et Dulce' (Nut en Genoegen, 1805-1883).
  • Noorderbinnensingel. Van Boterdiep tot Grote Leliestraat. Tussen Nieuwe Ebbingestraat en Nieuwe Boteringestraat, voorheen bekend als Boteringepoortenwal met de laatste stadswalmolen 'De Noordstar', afgebrand 1904 (zie ook Achter de Wal). Achter de Noorderbinnensingel tussen Grote Kruisstraat en Grote Leliestraat tot omstreeks 1936 de Violetsteeg met zijsloppen als de Taksteeg en/of de Kakstoulensteeg (zie Vervallen straatnamen).
  • Noorderhaven. Zie Binnenstad.
  • Noorderkerkstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Nieuwe Kerkhof (met de Nieuwe- of Noorderkerk).
  • Noorderplantsoen. Naam van het park ter plaatse van de vroegere verdedigingswallen. Vanaf 1878 - toen als Noorderpark - gedeeltelijk aangelegd naar een ontwerp van Hendrik Copijn in de vorm van een Engelse landschapstuin. Vooral in de vijvers (met name die bij de Noorderbuitensingel) is de vorm van de vroegere verdedigingsgracht goed te herkennen. In 1994 is bij stadsreferendum bepaald dat het Noorderplantsoen gesloten is voor doorgaand autoverkeer. Vanaf 1997 opnieuw ingericht door bovenbedoelde firma Copijn. Zie ook Kruissingel en Leliesingel.
    • In het Noorderplantsoen in de voormalige Jatsdwinger een 14 m hoge (kunstmatig op hoogte gebrachte) 'berg' bij de muziekkoepel. Ten zuiden daarvan de voormalige Kruuddwinger en de Reitdiepsdwinger, ten noorden de Boteringedwinger. In het Noorderplantsoen is op 10 maart 1966 een lindeboom geplant ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus.
  • Ossenmarkt. Van Nieuwe Boteringestraat tot Spilsluizen. Een van de pleinen in de 'Nieuwe Uitleg', in 1621 aangelegd op een rondeel voor de (oude) Boteringespoort. Van 1626-1892 veemarkt voor slachtrunderen. Het woord 'ossen' verwijst nog naar de ossenhandel en de vetweiderij rond Groningen, die hun bloeitijd beleefden in de tweede helft van de 15e eeuw. Na de verplaatsing van de markt stelden de aanwonenden voor het plein de naam Wilhelminaplein te geven. Een desbetreffend voorstel van het College door de gemeenteraad verworpen na protesten van historische verenigingen. Bestraat in 1726; het beplante deel sinds 1891 Guyotplein.
    • Sinds 1998 onder de Ossenmarkt een parkeergarage.
    • 4. Het 'Sichtermanhuis, gebouwd voor de uit Bengalen teruggekeerde koopman Jan Albert Sichterman, VOC-dienaar en 'koning van Groningen'; in 1770 al gesplitst (3. het voormalige koetshuis).
    • 6. Herenhuis, 1722, met een van de weinige in de stad nog resterende stoepbanken.
  • Pijpstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Boterdiep. In het verlengde van de straat lag over het diep de Blauwe boog of Blauwe pijp. Pijp heeft hier de betekenis van overwelfd water. Aan de overzijde van het Boterdiep lag nog een deel van de Pijpstraat. In de 17e eeuw ook Rijpstraat.
  • Rotterdammerstraatje. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Nieuwe Kerkhof. Genoemd naar de herberg 'Het Wapen van Rotterdam', die gelegen was aan de Nieuwe Ebbingestraat. In dat gebouw 1848-1880 tabaksfabriek Theodorus Niemeijer. De firma voerde onder andere het merk 'Het Wapen van Rotterdam '. Zie ook Niemeyerstraat (Schilderswijk c.a.).
  • Snor (Boterdiep). Vanaf Boterdiep 14, voorheen doorlopend tot Turfsingel 10. Een snor of snurre is een straatje van geringe betekenis. In de Snor 1862-1921 het gereformeerd gasthuis 'Bethesda'.
  • Spilsluizen. Zie Binnenstad.
  • Steenmarkt. Nog niet gerealiseerd woongebied tussen Bloemstraat en Kolendrift. Sinds de uitleg van de stad, begin 17e eeuw, op de kop van het Boterdiep de Steenmarkt, voornamelijk in gebruik als stadstimmerwerf, de opslagplaats van 'openbare werken'. Van 1870-1881 was er ook de 'praktische ambachtsschool' gevestigd. De naam Steenmarkt is - voor een nog aan te leggen straat in de nabijheid - opnieuw vastgesteld in 2000. Op de kop van het Boterdiep een klokhuisje ten behoeve van de trekschuitverbindingen met Hunsingo.
  • Turfsingel. Zie Binnenstad.
  • Violenhof. Vanaf Violenstraat (met doorgang naar het Nieuwe Kerkhof).
    • Aan de Violenhof het appartementengebouw 'De Opera' (1997).
  • Violenstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Nieuwe Boteringestraat. De Violenstraat komt op 18e-eeuwse kaarten ook voor als Yvoirstraat (= ivoor).
  • Wallegang (2010). Van Langestraat tot Bloemsingel. nog niet gerealiseerd. In de bastions en courtines van de vesting Groningen werd het geschut opgesteld op de walgangen achter de borstwering.
  • Werfstraat. Van Noorderhaven tot Grote Leliestraat. Genoemd naar de daar gelegen werf van de West-Indische Compagnie, later de Grote- of Noorderscheepstimmerwerf. De Werfstraat is pas in 1903 aangelegd.
    • Op de hoek met de Noorderhaven de vroegere, aan het tegeltableau nog duidelijk herkenbare, Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Melkinrichting 'Stad en Lande' (1909-1923).
  • Wipstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Boterdiep. Een wip was een loskraan voor schepen (in het Boterdiep). In de 17e eeuw Korenstraat.
    • 12. Voormalige drukkerij van Jan Haan, uitgever van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant (1886-1965, zie tegeltableau aan de gevel). De krant van 'Jan Tude' is in laatstgenoemd jaar opgegaan in Dagblad Trouw.
  • Zoutstraat. Van Noorderhaven tot Gr. Leliestraat. Genoemd naar de in de 17e eeuw daar aanwezige zoutketel, een inrichting voor het koken en uitdampen van zout. Tot 1877 Spinhuisstraat, naar het 1664-1904 op de hoek met de Grote Leliestraat gelegen burgerlijk en militair spin- en rasphuis (gevangenis en Huis van Bewaring). Naamswijziging op verzoek van de bewoners.
  • Zuiderkerkstraat. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Nieuwe Kerkhof.

Schilderswijk, Zeehelden- en Badstratenbuurt[bewerken]

De buurt wordt in dit geval begrensd door het Reitdiep in het noorden, de Westersingel/Westerhaven in het oosten en de spoorlijn in het zuiden en westen. De wijk is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Opgenomen zijn alleen de straatnamen die een toelichting behoeven.

  • Aweg. Van Westersingel tot Friesestraatweg. Deel van de weg langs het Hoendiep. Zie verder Hoendiep. Vanaf de Aweg in 1890 de Eerste Hoendiepsdwarsstraat (1903: Taco Mesdagstraat) en de Tweede Hoendiepsdwarsstraat (1904: Herman Colleniusstraat). Bij perceel 4. de Olieslagerssteeg en bij 6. de Zwaantjesgang (naar een herberg onder die naam).
    • 12. De Slingerij, oude herberg (1623), vertrekplaats van de snikken naar het Westerkwartier en Friesland. De afvaarten werden aangekondigd door het luiden van het klokje op de Buiten-Apoort. Een slingerij is een behendigheidsspel, waarbij een ring, bevestigd aan een touw in de gelagkamer, moet worden geworpen om een aan de wand bevestigde haak. De Slingerij was ook de plaats van overlijden van het bekende Peerd van Ome Loeks (zie Stationsplein, Herewegwijk c.a.).
  • Badhuisplein. Tussen Kleine Badstraat en Th. Niemeyerstraat.
    • Plein op het terrein van de vroegere gemeentelijke openluchtzweminrichting (1881-1955). Het bad kende aanvankelijk bassins voor betalende bezoekers en voor minvermogenden (het 'loezebad' = luizenbad). Het hoofdgebouw is nog aanwezig.
  • Blekerstraat. Van Westersingel tot Aweg (1885). De straat bestond al voor de ontmanteling van de vesting, toen als Bleekerssteeg. Naamswijziging op verzoek van de bewoners. Vanaf de Blekerstraat ook een Nieuwe Blekerstraat, in 1890 benoemd als Werkmansstraat (naar de woningbouwvereniging 'Werkmanssteun'). Naamswijziging van die straat in 1898 op verzoek van de bewoners die meenden in 'burgerwoningen' te wonen. Voor de herkomst van de naam: zie Bleekveld (Binnenstad).
  • Bij de sluis. Van en tot de Eeldersingel. De sluis is de Westerhavensluis (1864), destijds een schakel in de verbinding Noord-Willemskanaal/Hoornsediep en Westerhaven/Hoendiep. Het Verbindingskanaal en het Eendrachtskanaal waren nog niet gegraven.
  • Colleniusstraat, Herman. Van Aweg tot Hofstede de Grootkade. Herman Collenius (ca 1650-1723), geboren in Friesland. Woonde in Amsterdam en Groningen. 'Belangrijkste en veelzijdigste Groningse kunstschilder van zijn tijd' (NGE).
  • Eeldersingel. De weg is aangelegd in 1899.
  • Eendrachtskanaal. Het kanaal is gereed gekomen in 1909. Het diende als rechtstreekse verbinding tussen Verbindingskanaal en Hoendiep , met vermijding van de Westerhaven. De naam herinnert aan de eendrachtige samenwerking tussen de provincie en de gemeente bij de aanleg van het kanaal.
  • Eerelmanstraat, Otto. Van Kraneweg tot Hofstede de Grootkade. Genoemd naar de Groninger schilder Otto Eerelman (1839-1926). Eerelman is onder meer de maker van het schilderij 'De paardenkeuring op de Grote Markt op de 28e augustus', met een reeks bekende Groningers (1919), dat hangt in de hal van het Stadhuis.
  • Friesestraatweg. Van Hoendiep tot gemeentegrens bij Nieuwklap. Oorspronkelijk de kleiweg of hoge weg, een 'gemeene' wagenweg naar Friesland via Donghorn (Kostverloren), Dorkwerd, Aduarder Voorwerk naar Aduard en verder. De afsnijding via Slaperstil is in 1843 tot stand gekomen. De weg naar Dorkwerd door de wijk Reitdiep heet nog steeds Hoogeweg.
    • Bij de spoorwegovergang 1884-1934 aan de westzijde de halte Kostverloren in de lijnen naar Delfzijl en Roodeschool. Direct ten noorden van de overweg 1949-1954 het zogenaamde 'Tramdorp', bestaande uit afgedankte tramwagens die dienden als noodwoningen. Zie ook Vinkhuizen.
  • Hoendiep. Straatnaam ontleend aan de naam van het kanaal van Groningen via Hoogkerk en Enumatil naar het Westerkwartier. Vanaf Briltil sinds 1572 als Kolonelsdiep verder naar Friesland (Dokkum). (Kolonelsdiep: naar de Spaanse kolonel Caspar des Robles.)
    • Het Hoendiep wordt voor het eerst genoemd - als Hoensloot - omstreeks 1360. In 1558 staat het al bekend als Hoendiep. De trekweg langs het diep dateert uit omstreeks 1660. Het Hoendiep stond niet in verbinding met de vestinggrachten.
    • De naam Hoendiep is ontleend aan de streek 't Hoen (van het 'hoeden' van vee), even buiten het toenmalige Groningen. In 1945 is het diep langs de Aweg/Hoendiepskade gedeeltelijk gedempt, nadat al in omstreeks 1930 de Kroodersbrug (zie Vervallen straatnamen) aan de kop van het diep door een dam was vervangen. In 1969 is ook het resterende deel tot de Abel Tasmanbrug gedempt. Zie ook onder Hoogkerk.
  • Hofstede de Grootkade, Dr C.. Van Melkweg tot Herman Colleniusstraat (1923). Genoemd naar dr. Cornelis Hofstede de Groot (1863-1930), vermaard kunsthistoricus, vooral van de 17e-eeuwse kunst in de Nederlanden. De stadsgeschiedenis kent daarnaast nog zijn grootvader Petrus Hofstede de Groot (1802-1886), hoogleraar theologie en voorman van de evangelische of 'Groninger richting' in de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk.
    • De watertoren (1913) is 56 m hoog.
  • Israëlsstraat en -plein, Jozef. Genoemd naar de in Groningen (Vismarkt 39, zie gedenksteen) geboren kunstschilder Jozef Israëls. Israëls woonde in Parijs, Amsterdam en Den Haag, maar bleef de band met Groningen onderhouden.
    • Tijdens WO II is het plein in de nacht van 26/27 september 1941 getroffen door de geallieerde luchtaanval (7 doden). De namen van straat en plein 1943-1945 gewijzigd in De Vries Lamstraat en -plein. De naam van deze Groningse schilder nu verbonden aan een straat in Hoogkerk-zuid. Zie ook Hereplein.
  • Jaspersgang. Zie Marwixstraat.
  • Kostverloren. De naam van een buurt langs de Friesestraatweg, tot 1912 streek behorende tot de voormalige gemeente Hoogkerk. Genoemd naar een vroegere herberg onder die naam ter hoogte van de Hobbemastraat. Een kostverloren als zodanig is een relatief onbelangrijke zaak (verdedigingswerk), voor het verwerven (veroveren) waarvan hoge kosten moeten worden gemaakt, zonder dat er baten tegenover staan. Overdrachtelijk ook: mindere buurt. In 1912 gewijzigde straatnamen: Langestraat (nu Eerste Spoorstraat), Verbindingsstraat (nu Tweede Spoorstraat), Kerkstraat en Kerkdwarsstraat (nu beide Smalstraat). De oorspronkelijke bebouwing van laatstgenoemde straten is rond 1980 afgebroken.
  • Kraneweg. Van Melkweg tot Friesestraatweg. Oorspronkelijk de verbinding tussen de Kranepoort en Donghorn (en verder via de Friesestraatweg). De Kranepoort lag iets ten noorden van de huidige Visserbrug, bij de nog zichtbare overgang van het Lage der A op de Reitdiepkade. Bij de poort stond aan de Ahaven omstreeks 1480 een loskraan. Bij de Kranepoort in de 19e eeuw het buurtje Kranepoortenwal.
    • Aan de Kraneweg bij de Melkweg (destijds Kraneweg 3) 1906-1987 de gereformeerde Westerkerk. Het gebouw is in 1994 gesloopt. De torenspits met haantje nu op het vervangende gebouw.
    • Destijds perceel 76: het gebouw van de Groningsche Kook- en Huishoudschool (1910-2001).
  • Lissabonstraat.. Van en tot Westerhaven. Genoemd naar Lucas van Lissebon (1689). De familie Van Lissebon had in de 17e en 18e eeuw bezittingen 'buiten de Apoort'. Het huis Lissebon is in 1672 afgebroken om een vrij schootsveld te verkrijgen voor de vestingartillerie. De Lissabonsteeg is in 1882 door de gemeente overgenomen in beheer en onderhoud. In 1950 is de uitgang -steeg gewijzigd in -straat.
  • Lutmastraat, Jan. Van Taco Mesdagplein tot Herman Colleniusstraat. Genoemd naar de in Groningen geboren zilver- en goudsmid Jan Lutma (1584-1669). Hij vestigde zich in 1621 in Amsterdam.
  • Marwixstraat. Van Eeldersingel tot Kleine Badstraat. Aangelegd ter plaatse van de Marwixdwinger, die op zijn beurt was genoemd naar Jasper van Marwijck, 1522-1529 in Groningen stadhouder van de toenmalige landsheer Karel van Gelre. Tijdens zijn bewind kwamen gereed de Marwixpijpen, een dubbele waterpoort over de A, op de plaats waar de rivier de stad binnenkwam. De Marwixpijpen zijn in 1857 een open verbinding geworden. In de buurt ook nog Marwixkade en Marwixhof, alsmede de Jaspersgang.
  • Melkweg. Van Westersingel tot Reitdiepkade. Oorspronkelijk 'verdekte' weg, een singelweg aan de buitenzijde van de vestinggracht. Komt in de 19e eeuw ook voor als Westerbuitensingel. De naam van de weg houdt verband met de landerijen ter plaatse.
  • Mesdagstraat en -plein, H.W.. Van Melkweg tot Friesestraatweg. Genoemd naar Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). In Groningen geboren kunstschilder, bekend van het Panorama Mesdag en het Museum Mesdag in Den Haag. Het Panorama schilderde hij samen met zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten en onder andere G.H. Breitner.
  • Mesdagstraat en -plein, Taco. Van Aweg tot Hofstede de Grootkade. De kunstschilder Taco Mesdag (1829-1902) was de in Groningen geboren oudere broer van H.W. Mesdag. Hij vertrok in 1882 naar Den Haag.
    • Op het plein de vroegere locatie van Coöperatie De Toekomst 1913-1976.
  • Niemeyerstraat, Theodorus. Van Paterswoldseweg tot Marwixkade. Genoemd naar de nabijgelegen tabaksfabriek van Theodorus Niemeijer (1905). Zie Rotterdammerstraatje (Hortusbuurt). De 'ij' in de naam van de firma is verengelst tot een 'y'. De fabriek is sinds 1999 onderdeel van een Amerikaans bedrijf.
  • Olieslagersgang. Zie Aweg. De naam spreekt voor zich.
  • Paterswoldseweg. Huidig beloop: van Eeldersingel tot gemeentegrens. De weg naar Eelderwolde en Paterswolde. Tot 1928 nog Hoornsche dijk of Potterwoldmerdijk genoemd (Potterwolde: de oorspronkelijke naam van het dorp Paterswolde, mogelijk genoemd naar het geslacht Potter.) De historische weg vanaf Groningen via de buurtschappen Laansche huizen, Hoornse dijk en Den Hoorn langs het Hoornsediep (de huidige Hoornse dijk) naar de oude brug in de Meerweg. De verbinding tussen de stad en het begin van de Hoornsche dijk verliep tot in de 17e eeuw via het Hoendiep (de Hoentil) en de Oude Dijk (nu Abel Tasmanstraat).
    • De Paterswoldseweg eindigde na 1928 bij het begin van de Veenweg. De afbuiging via de buurt Hoornse Park dateert uit 2002. Zie verder Stadsparkwijk en Corpus den Hoorn.
  • Peizerweg. Van Paterswoldseweg tot gemeentegrens bij de Groningerweg in Peizermade. De weg is - als Drentsche laan (tot de huidige Campinglaan) en Lage weg - in 1873 door de gemeente in beheer en onderhoud overgenomen. Zie ook onder Laanhuizen c.a.
  • Sint Lucasstraat. Sint Lucas is schutspatroon van de schilders.
  • Tasmanstraat, Abel. Genoemd naar de Groningse ontdekkingsreiziger en VOC-koopman Abel Tasman (Lutjegast 1603-Batavia 1659). De straat volgt nog de loop van de Oude Dijk, tot in de 17e eeuw een onderdeel van de weg van Groningen naar Paterswolde. Latere benaming: Laan naar het Hoendiep.
  • Wassenberghstraat. Genoemd naar een familie van Groningse kunstschilders, waarvan de bekendste zijn Jan Abel (1689-1750) en zijn dochter Elisabeth Geertruida (1729-1781).
  • Zwaantjesgang. Zie Aweg.

Oosterparkwijk[bewerken]

De Oosterparkwijk, oorspronkelijk aangeduid als 'Plan Oost', is in hoofdzaak gebouwd 1926-1935. De Vinkenstraat en omstreken na WO II, de Pioenbuurt rond 1950. Als wijkgrenzen zijn gehanteerd het Oosterhamrikkanaal, het Van Starkenborghkanaal, het Eemskanaal en de Petrus Campersingel. Opgenomen zijn alleen de straatnamen die enige uitleg vragen.

  • Baart de la Faillestraat, J.. Genoemd naar Jacob Baart de la Faille II (1795-1867), hoogleraar genees- en verloskunde aan de Hogeschool. Was tevens belast met de leiding van het academisch oudheidkundig kabinet, de voorloper van het Universiteitsmuseum.
  • Bakkerstraat, Gerbrand. Gerbrand Bakker (1771-1828) was hoogleraar geneeskunde aan de Hogeschool.
  • Blauwe dorp.. Benaming van de boerderijwoningen, gelegen rond de Lindenhof. Zie ook Rode dorp.
  • Bolhuisstraat, Tjerk. Straat op het terrein van het voormalige Oosterparkstadion. Tjerk Bolhuis (1934-1995) was een 'dominante middenvelder' van de voetbalvereniging Oosterparkers.
  • Campersingel, Petrus. Petrus Camper (1722-1789) was hoogleraar geneeskunde aan de Academie. De singel vormt de noordelijke begrenzing van het UMCG-terrein. Het watertje langs de singel: de wetering, is niet een restant van de oude stadsgracht, zoals vaak wordt gedacht. Het voormalige Typografengasthuis dateert uit 1903.
  • Cornelisstraat, Henk. Straat op het terrein van het vroegere Oosterparkstadion. Henk Cornelis (1946-1990) speelde rond 1970 als rechtsbuiten en als centrale verdediger van GVAV.
  • Damsterdiep. Aan het vroegere Buiten Damsterdiep (buiten de stadswallen) stonden tot in het begin van de 20e eeuw drie houtzaagmolens en een oliemolen. Vergelijk de straatnamen Zaagmuldersweg, Houtstek, Zagerij, Balkgat en Oliemuldersweg.
  • Damstersingel. Van Damsterdiep tot Eemskanaal nz. langs Europaweg. Komt ook voor als Boermandeweg (zie Oosterpoortwijk). In WO II barakkenkamp van de Deutsche Kriegsmarine. Zie ook Damsterkade (Binnenstad).
  • Deusinglaan, Antonius. Vanaf Oostersingel/Bloemsingel tot parkeergarage UCMG. De naam herinnert aan de hoogleraar geneeskunde aan de Academie, dr. Antonius Deusing (1612-1666). Deusing, 'een geleerde achteruitkijker', stond bekend om zijn talrijke polemieken met collegae-hoogleraren.
    • Achter de laboratoria aan de Bloemsingel 1 was aan de (latere) Deusinglaan, zowel tijdens WO I als tijdens WO II, de Centrale keuken voor de stad gevestigd. Het gebouw dat in WO II als zodanig diende is nog aanwezig.
  • Doeverenplein, Wouter van. Genoemd naar Wouter van Doeveren (1730-1783), de eerste hoogleraar farmacie aan de Hogeschool.
  • Duiventil. Vanaf de Oliemuldersweg. Naam van een brandgang achter de huizen aan het Damsterdiep, waarvoor een verkeersmaatregel moest worden genomen, zodat de gang een formele naam moest hebben. Aan de gang bevonden zich een aantal duivenhokken.
  • Fokkerstraat, A.P.. Abraham Pieter Fokker (1840-1906) was hoogleraar gezondheidsleer aan de Rijksuniversiteit.
  • Fransenlaan, Piet. Piet Fransen (1936). Voetballer van GVAV 1956-1964 en 1966-1973. Zesmaal international. 'Middenvelder met scorend vermogen', bovendien 'publieksspeler die met clowneske acties het stadion vermaakte' (NGE). De straat is in 2008 naar hem genoemd bij leven: voor Groningen niet gebruikelijk. Wel kregen ook de Jozef Israëlsstraat en de Otto Eerelmanstraat die naam nog bij leven van de schilders.
  • Gorechtkade. Gorecht, eigenlijk Go- en Woldrecht: het vroeg-middeleeuwse Drentse rechtsgebied (dingspel), dat de latere gemeenten Haren, Noorddijk en Groningen omvatte. De straatnaam heeft betrekking op de kaden van het eerdere Gorechtkanaal tussen Damsterdiep en Oosterhamrikkanaal, gereed 1928. Het kanaal was bedoeld als vervangende verbinding voor het Verbindingskanaal Damsterdiep-Boterdiep, voor een groot deel nog de oude vestinggracht. Na de opening van het Van Starkenborghkanaal (1938) is het Gorechtkanaal deels weer gedempt, deels vergraven tot vijvers. In de eerste uitbreidingsplannen van Groningen was de omgeving van het kanaal overigens niet bestemd voor woningbouw, maar voor bedrijventerreinen.
  • Groningerstraat, Jan. Straat op het terrein van het vroegere Oosterparkstadion. Jan Groninger (1933-1994) was rechtsbuiten van de voetbalvereniging Oosterparkers.
  • Hissink Janssenstraat, Jan. In Groningen nog wel eens uitgesproken als 'Jannesinjansenstraat'. Jan Hissink Janssen (1816-1885) was hoogleraar geneeskunde (chirurgie) aan de Hogeschool. Het eerste Engelse luchtbombardement op Groningen in WO II vond plaats in de nacht van 25/26 juli 1940. Daarbij vielen in de straat een dode en een zwaargewonde. In de buurt werden zeker 20 huizen beschadigd en sneuvelden tientallen ruiten. Op het pleintje zijn de beschadigingen nog steeds te herkennen. Ook in de Rosensteinlaan was sprake van een dode en een zwaargewonde. Getuigenverklaringen doen overigens veronderstellen dat het destijds is gegaan om een Duits en niet om een Engels toestel (het toestel straalde licht uit). Er is wel een verband gelegd met de relletjes na afloop van het Vakantiekinderfeest op die dag tegenover NSB'ers die in de stad hun blad 'Volk en Vaderland' uitventten. (M.H. Huizinga 'Met de blik naar boven'.)
  • Huizingastraat, Dirk. Dirk Huizinga (1840-1903) was hoogleraar fysiologie en histologie aan de Rijksuniversiteit. Hij was de vader van de historicus Johan Huizinga.
  • Koestraat, Piet de. Straat op het terrein van het voormalige Oosterparkstadion. Piet de Koe (1934-1990) was voetballer bij GVAV 1954-1962. Hij scoorde de eerste goal voor zijn club in de betaald voetbalcompetitie.
  • Kooijkerplein, H.A.. Hendrik Aalbertus Kooijker (1832-1904) was hoogleraar interne geneeskunde aan de Rijksuniversiteit.
  • Oliemuldersweg. De straatnaam verwijst vermoedelijk naar de vroegere oliemolen 'De Meeuw' aan het Damsterdiep (1776 - sloop 1909).
  • Oosterhamrikkade. Kade langs het gelijknamige kanaal. Het kanaal is gegraven in twee gedeelten: van Gorechtkanaal tot het Verbindingskanaal Damsterdiep-Boterdiep (gereed 1928) en van Gorechtkanaal tot Van Starkenborghkanaal (1939). Het kanaal was met name ook bestemd voor het transport van kolen naar de gasfabriek aan de Bloemsingel. Ooster(stads)hamrik: de (drassige) weilanden ten oosten van Groningen, door de boeren in de marke van Groningen gemeenschappelijk geëxploiteerd. Hamrik is ingepolderde en bemalen grond.
  • Oosterpark. Het Oosterpark is aangelegd in de periode 1926-1935. Ter plaatse van het park in de middeleeuwen aan de toenmalige Hunze de borg Vrijdema , waarvan geen restanten zijn teruggevonden.
    • In het park onder meer een bank ter herinnering aan Eltjo Rugge (zie Ruggeweg, Eltjo). Ook in het park 1923-2006 het Oosterparkstadion van de voetbalclubs GVAV/FC Groningen en Oosterparkers.
    • Aan de rand van het park het Treslinghuis (1915), oorspronkelijk een 'verzorgingstehuis voor a-socialen', genoemd naar Tjalling Petrus Tresling (1809-1844), in 1838 oprichter van het Algemeen Diakengezelschap der Nederduitsch Hervormde Gemeente, dat in de 19e eeuw diverse inrichtingen voor weldadigheid beheerde.
  • Rankestraat, Professor.. Johannes Friedrich Karl Rudolf Ranke (1850-1887) was hoogleraar aan de medische faculteit van de Rijksuniversiteit.
  • Ripperdalaan. Naam van een Ommelander adellijk geslacht. De meest bekende telg is Johan Willem Ripperda (1682-1737), die onder meer grande van Spanje werd.
  • Rode dorp. Ooit de benaming van een complex arbeiderswoningen (1918-1968), uitgevoerd in rode steen en met rode dakpannen, gelegen aan de even zijde van de Ripperdalaan en aan de toenmalige Leeuwerikstraat; in eerste aanleg ver van de bestaande bebouwing. Het verzakken van de fundering van de woningen - gebouwd in de voormalige bedding van de Hunze - maakte sloop noodzakelijk. Zie ook Blauwe dorp.
  • Rosensteinlaan, S.S.. Samuel Siegmund Rosenstein (1832-1906) was hoogleraar aan de medische faculteit van de Rijksuniversiteit. Op last van de Duitse bezetter 1943-1945 Rengerslaan, naar een bekend Groninger geslacht. Zie ook Hissink Janssenstraat.
  • Ruggeweg, Eltjo. (2010) Van Damsterdiep tot Sontweg. Genoemd naar Eltjo Rugge (1872-1950), ereburger van Groningen, lid van de gemeenteraad 1901-1946 en wethouder (voor de SDAP) 1924-1943. Was onder meer nauw betrokken bij de totstandkoming van de sociale woningbouw in de Oosterparkwijk. Zie ook Oosterpark.
  • Slachthuisstraat. De straat is aangelegd op het terrein van het vroegere gemeentelijk slachthuis (1899-1986).
  • Thomassen à Thuessinklaan, E.J.. In Groningen veelal 'Thusinklaan' genoemd. Evert Jan Thomassen à Thuessink (1762-1832) was hoogleraar geneeskunde aan de Hogeschool. Hij was in 1797 tevens de stichter van het Nosocomium Clinicum, de eerste voorloper van het UMCG.
  • Vrydemalaan (2010). Naam voor een nieuwe verbinding tussen Bloemsingel en Van Doeverenplein. De weg volgt deels de loop van de oorspronkelijke Vrydemaweg (lees Vriedemaweg; Vrydema = Vrouwe Ida) vanaf het Boterdiep naar de gelijknamige borg (verwoest 1338), gelegen buiten de stadsvrijheid in een meander van de Hunze, nu het noordelijk deel van het Oosterpark. In de middeleeuwen staat de weg bekend als Jacobijnerweg (zie Hortusbuurt).
  • Wiersmastraat, Enno Dirk. Enno Dirk Wiersma (1858-1940) was hoogleraar geneeskunde (psychiatrie en neurologie) aan de RUG.
  • Zaagmuldersweg. Vermoedelijk genoemd naar de in 1906 afgebroken zaagmolen 'De twee Reizigers' aan het Damsterdiep (1755).

Oosterpoortwijk, met De Linie en Europapark[bewerken]

De Oosterpoortwijk ligt ten zuiden van de Binnenstad, tussen de spoorlijn Groningen-Assen/Winschoten en - voor dit doel - de Europaweg. Europapark is de benaming van het aansluitende bedrijventerrein waarin ook stadion Euroborg. De Linie is de woonbuurt direct ten zuiden van de Oosterpoortwijk (voor naamsverklaring: zie Helperlinie). De zuidgrens van het hier beschreven gebied wordt gevormd door het Oude Stamspoor. Alle straatnamen zijn opgenomen, waar zinvol met een toelichting. Ook de namen van kanalen en bruggen worden toegelicht.

  • Albertstraat. Van Meeuwerderweg tot Alexanderstraat (1907). Voor wat betreft de naam 'roept het College in herinnering dat in het betrokken stadsgedeelte vele straten voorkomen die met eenvoudige voornamen zijn aangeduid, zonder de bedoeling om historische personen in herinnering te roepen'.
  • Alexanderstraat. Van Jacobstraat tot Blekerslaan (1905); deel van de beoogde middenweg tussen Oosterweg en Meeuwerderweg. Waarschijnlijk genoemd naar Willem Alexander, prins van Oranje, oudste zoon van koning Willem III (1851-1884). Zie ook Polderstraat.
  • Altinghstraat, Joachim. Van Meeuwerderweg tot Nieuwstraat (1900). Genoemd naar Joachim Altingh (1556-1625), telg uit een oud Drents geslacht, burgemeester van Groningen 1594-1621; mede-oprichter van de Academie. In 1600 in Den Haag gegijzeld door de Staten Generaal omdat de stad Groningen niet wilde meebetalen aan de gemeenschappelijke uitgaven van de Republiek (uit protest tegen de gelijkwaardigheid van de Ommelanden in het gewest Stad en Lande).
  • Annastraat. Van Meeuwerderweg tot Nieuwstraat (1898). Genoemd naar een dochter van aannemer A.M. Prins.
  • Barkmolenstraat. Gezamenlijke straatnaam voor de buurt (in de oorspronkelijke Grote Meeuwerderpolder) die wordt begrensd door Griffeweg, Europaweg en (Oude) Winschoterdiep. De naam verwijst naar de barkmolen die ooit aan de oostzijde van het Winschoterdiep stond (1625-1665). Een barkmolen diende voor het malen van boomschors, vooral eikenschors ('eek' of 'bark').
    • Ter plaatse vanaf 1946 het chemisch bedrijf van NV AAgrunol, dat na ontruiming van het terrein het tot dusverre grootste bodemsaneringsproject in Groningen noodzakelijk maakte (gereed in 1995).
  • Bastion. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep. Een bastion is een vijfhoekige gemetselde of aarden uitbouw van een verdedigingsmuur of -wal. De naam in verband te brengen met de Helperlinie.
  • Blekerslaan. Van Oosterweg tot Meeuwerderweg. De weg omstreeks 1693 aangelegd naar de molen 'De Zaayer' aan het Winschoterdiep. Sinds 1805 bekend als Laan naar de molens; voerde vanaf 1856 langs een blekerij. Officiële naam eerst sinds 1961.
  • Boermandestraat. Van Winschoterdiep o.z. tot Oosterhaven (1998). Boermanden: de wei- en/of hooilanden in de marke van Groningen, in dit geval in het Oosterstadshamrik, in gemeenschappelijk bezit van de boeren uit de stad. De oorspronkelijke weg komt al voor in de 10e/11e eeuw als Hariburgi- of Harbargeweg (Fries: adebarre of tegenwoordig earrebarre, ooievaar). In Groningen werd tot omstreeks 1300 Fries gesproken. Boermandeweg nog in 1917 oudere naam voor de Damstersingel (Oosterparkwijk).
  • Bontebrug. Tussen Veemarktstraat en Winschoterdiep o.z. De huidige brug dateert uit 1939. Oudere naam: Roode(haanster)brug. De brug (1653) ligt in de weg van de Oosterpoort langs het Winschoterdiep naar de buurtschap Roodehaan en verder. De brug was wit en zwart geschilderd.
  • Boumaboulevard. Van Helperzoom (vooralsnog Helperpark) tot Europaweg. Siebe Jan Bouma (1899-1959) was in de periode 1919-1942 in Groningen werkzaam bij de dienst Gemeentewerken, op het laatst als stadsarchitect (na als timmerman te zijn begonnen). Hij ontwierp - in de stijl van de Amsterdamse school - onder meer het paviljoen in het Noorderplantsoen, het (oude) gebouw van Gemeentewerken aan het Gedempte Zuiderdiep, diverse schoolgebouwen en woningcompexen, onder meer in de Oosterparkwijk. Naderhand was Bouma onder andere nog directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem en tekende hij voor het stedenbouwkundig ontwerp van Madurodam.
    • Aan de Boumaboulevard het voetbalstadion Euroborg (2006).
  • Boumabrug. Brug in de Boumaboulevard.
  • Boumanstraat. Van Oosterweg tot Mauritsstraat. In 1877 aangelegd over het terrein en voor rekening van Geert Bouwman. Oorspronkelijk bij raadsbesluit (dan ook) Bouwmanstraat genoemd. Het naambordje gaf echter aan de al bij de gemeente bekende naam Bouman, zijnde de naam van broer Henderiekus Bouman, die eerder al de Jacobstraat had aangelegd. Mogelijk als een gevolg van een ambtelijke verschrijving droegen niet alle zonen van vader Bouman diens correcte achternaam. De 'w' in de naam van de straat is bij raadsbesluit van 1878 alsnog ingetrokken en de naam 'Bouman' officieel vastgesteld.
  • Brandenburgerstraat. Van Parkweg tot Lodewijkstraat. Oude landweg, bekend als Dwarsweg, al genoemd in 1559. In 1878 door de gemeente in beheer en onderhoud overgenomen. De naam Brandenburgerstraat vastgesteld in 1902. De straat is genoemd naar de in 1865 afgebroken herberg 'De Fürst van Brandenburg' (1689-1709) die de naam droeg van Frederik Willem de Grote (1620-1688), keurvorst van Brandenburg, die de Nederlanden te hulp kwam in de Hollandse of Tweede Münsterse Oorlog (1672).
  • Brink, de. Van Winschoterdiep o.z. tot Oosterhaven. De herkomst van de naam, die voorkomt vanaf 1763, is onbekend. De kade langs het Winschoterdiep (buiten het Klein Poortje) komt eerder voor als 'Op de Molenstreek', sinds 1877 als (Op de) Brink. Mogelijk heeft het terrein, een kruispunt van wegen, de uitstraling van een brink gehad.
  • Buiterplein, Harm. Naam van het plein voor station Europapark (2011), genoemd naar Harm Buiter (1922-2011), van 1971-1985 burgemeester van Groningen; eerder onder meer werkzaam in de internationale vakbeweging.
  • Cubastraat. Van Oosterweg tot Palmslag. Oorspronkelijk (als Cubasteeg, 1898) tussen Oosterweg en Meeuwerderweg. Genoemd naar de 17e-eeuwse herberg 'De Cuba'. De ook bestaande Cubadwarsstraat, tussen Cubastraat en Houtzagersstraat, is rond 1972 afgebroken.
  • Duikerstraat. Van Meeuwerderweg tot Winschoterdiep (1877). De naam verwijst naar de grondduiker onder het Winschoterdiep voor de afvoer van overtollig water uit de Kleine naar de Grote Meeuwerderpolder.
  • Dijkstraat. Van Meeuwerderweg tot Winschoterdiep. De straat is aangelegd in 1878. Dijk: de dijk langs het Winschoterdiep.
  • Eelkemastraat. Vanaf Boumaboulevard. M.G. Eelkema (1883-1930) was architect te Groningen. Hij bouwde onder meer het Helperbad (1925).
  • Ellensmolen. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). De straat is genoemd naar de oliemolen aan het Winschoterdiep ten zuiden van de redoute in de Helperlinie, in het bezit van de familie Ellens (1736-1880).
  • Elmptstraat, Van. Vanaf de Boumaboulevard (2003). A.Th. van Elmpt (1866-1953) was architect te Groningen. Hij bouwde onder meer de 'Fries-Groningse Hypotheekbank' (Herestraat 106), Huize Tavenier (Ubbo Emmiussingel, 1904) en het voormalige r.k. ziekenhuis aan de Verlengde Hereweg (1923).
  • Esperantostraat. Van Verlengde Lodewijkstraat tot Meeuwerderbaan. Straatnaam (1970) ontleend aan de kunsttaal Esperanto.
  • Frederikplein. Plein in de Nieuwstraat/Verl. Nieuwstraat ter hoogte van de Frederikstraat (1899).
  • Frederikstraat. Van Meeuwerderweg tot Frederikplein (1878). Genoemd naar Willem Frederik Karel (Frederik), prins der Nederlanden, tweede zoon van koning Willem I (1797-1881).
  • Goeverneurstraat, Jan. Van Meeuwerderweg tot Nieuwstraat (1898). Genoemd naar Johan Jacob Anthony Goeverneur (1809-1881), een destijds populaire Groninger schrijver en dichter, met als pseudoniem Jan de Rijmer. Auteur van onder meer 'Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen' en van 'Toen onze mop een mopje was'. Verdienstelijk schrijver van kinderboeken. Goeverneur publiceerde in totaal omstreeks 180 titels.
  • Griffebrug. Brug in de Griffeweg over het Oude Winschoterdiep (1995), ontworpen door Maarten Schmitt; glasculpturen van Alb. Geertjes. Het kunstlicht in het glas verandert 's avonds langzaam van kleur.
  • Griffeweg. Van Veemarktstraat tot Europaweg (1995). De weg volgt voor een deel de al oudere Griffestraat (1877, van Veemarktstraat tot Winschoterdiep). De straatnaam is afgeleid van de Griffe (of het Nijgravendiepje), een vanaf 1695 nieuw gegraven gracht, die was bedoeld als tweede waterlinie ten zuiden van de stadsgrachten. Het werk werd al in 1698 gestaakt in verband met de aanleg van de Helperlinie.
    • De 'Griffelinie' was beoogd langs de (deels nog herkenbare) zigzaglijn Griffestraat-Veemarktstraat(Palmslag)-Parklaan-Oude Stationsweg en verder. Het niet bebouwde gebied tussen de vestinggracht en de Griffe werd 'de lage landen' genoemd en was bij oorlogsgevaar bestemd tot inundatiegebied. De Griffe blijkt in 1775 voorbij de Oude Stationsweg al weer verland.
    • De Griffegracht staat in de 19e eeuw van Winschoterdiep tot Oosterweg bekend als Slijkdiep met aan het eind de Drekhaven, waaraan gelegen een drekstoep (vuiloverslag). Achter de Drekhaven eind 19e eeuw een sloppenwijk, bekend als Achter de Drekstoep of Achter het Slijkgat.
    • Ter plaatse 1892-1970 het veemarktterrein; sinds 1973 onder meer cultureel centrum De Oosterpoort.
  • Helperpark. Ter weerszijden van de Boumaboulevard langs de spoorlijn. Het park is nog in aanleg. Aan de straat Helperpark de Mediacentrale (in het gebouw van de voormalige Helpmancentrale van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf PEB,1930-1982).
  • Hendrikstraat. Van Van Sijsenstraat tot Nieuwstraat (1899). Genoemd naar Hendrik Willem Frederik (1820-1879), prins der Nederlanden (Hendrik de Zeevaarder), zoon van koning Willem II, stadhouder van Luxemburg v.a. 1850.
  • Hornstraat. (1879) Van Mauritsstraat tot Sophiastraat. Horn of hörn: hoek. De door het College voorgestelde naam was Nieuwe Kromme Elleboog.
  • Jacobstraat. Van Oosterweg tot Meeuwerderweg (1877); genoemd naar een zoon van aannemer Bouman.
  • Julsinghabrug, Van. Brug (1995) over het Oude Winschoterdiep bij de Van Julsinghastraat. Verbindt de Barkmolenstraat met de (wijkvoorzieningen in de) Oosterpoortwijk. Ontwerper is de toenmalige stadsarchitect Maarten Schmitt.
  • Julsinghastraat, Van. (1898). Johan van Julsingha (1624-1703), uit het Drentse geslacht Julsinge, was burgemeester van Groningen 1668-1701.
  • Kleine Brandenburgerstraat. Vanaf Brandenburgerstraat. Oudere naam: Middelwegh.
  • Kleine Sophiastraat. Vanaf de Sophiastraat (1878).
  • Korte Nieuwstraat. Van Nieuwstraat tot Winschoterdiep (1922). In 2013 wordt een kunstwerk van Michel Velt onthuld dat een volledige gevelwand beslaat. Opdrachtgever is woningbouwcorporatie Nijestee. Het kunstwerk is in overleg met bewoners tot stand gekomen.
  • Kuilerstraat. Vanaf de Boumaboulevard (2003). De straat is genoemd naar Abraham Wijnand Kuiler (1896-1960), architect te Groningen, werkzaam bij bureau Kuiler & Drewes. Mede-oprichter en naamgever van het bureau was evenwel een zwager van A.W.Kuiler, t.w. Jan Kuiler (1883-1952). Laatstgenoemde was verantwoordelijk voor het ontwerp van o.m. de voormalige gereformeerde Noorderkerk (Akkerstraat, 1920) en de gereformeerde Oosterkerk (Rosensteinlaan, 1927). Deze en andere bouwwerken staan in de literatuur overigens allemaal op naam van het bureau. Het is vooralsnog niet geheel duidelijk waarom de Kuilerstraat genoemd is naar A.W.Kuiler en niet naar Jan Kuiler.
  • Kwintlaan. Van Verlengde Lodewijkstraat tot Meeuwerderweg (1995). Genoemd naar de tot omstreeks 1998 ter plaatse gevestigde N.V. vh. Fa A. Kwint, Zeilmakerij, Dekkleden-, Tenten- en Zonweringenfabriek (nu Scandinaviëweg). Zie ook Reinier Muller's Laantje.
  • Lamanstraat, Paulus. Van Van Sijsenstraat tot Nieuwstraat (1904). Paulus Laman (1668-1746), een jurist, was onder andere burgemeester van Groningen. Hij schreef het rechtsgeleerd vademecum 'Aanleiding tot de eerste beginselen van de Groninger rechtskennis'. In de stadsgeschiedenis is ook nog sprake van Paulus II Laman (1733-1788) die omstreeks 1770 secretaris van Groningen was.
  • Lodewijkpad (2011) Van Verl. Lodewijkstraat tot Helperzoom.
  • Lodewijkstraat. Van Hereweg tot Oosterweg (1875). Genoemd naar graaf Lodewijk van Nassau (1538-1574), broer van Willem van Oranje, overwinnaar van de slag bij Heiligerlee (1568), gesneuveld in de slag op de Mokerheide. Een andere broer, graaf Adolf, overleefde de slag bij Heiligerlee niet. Vgl. Graaf Adolfstraat (Oranjewijk). De keermuren langs de spoorlijn geven de doorsnijding van de Hondsrug aan.
  • Martenstraat. Van Meeuwerderweg tot Nieuwstraat (1878). Naar de naam van de aannemer: Arend Marten Prins. Zie ook Annastraat.
  • Mauritsdwarsstraat. Van Lodewijkstraat tot Oosterweg (1875).
  • Mauritsstraat. Van Parklaan tot Lodewijkstraat (1875). Genoemd naar Maurits van Nassau (1567-1627), prins van Oranje sinds 1618, zoon van Willem van Oranje; stadhouder van Groningen en Drenthe (1620-1625), maar vooral legeraanvoerder. Prins Maurits veroverde - met zijn neef Willem Lodewijk - als sluitstuk van de zogenaamde 'Groninger Schansenkrijg' (1589-1594) de stad op 23 juli 1594. Na deze 'Reductie' (terugleiding naar de Unie van Utrecht) wordt Groningen, als deel van het gewest Stad Groningen en Ommelanden (Stad en Lande, 1595), opgenomen in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Willem Lodewijk wordt de eerste stadhouder.
  • Meeuwerderbaan. Van Meeuwerderweg tot Winschoterdiep (1910). Het ontwerp van de Meeuwerderbaan is destijds afgestemd op de aanleg van een goederenspoorlijn naar het Eemskanaal en verder. Rond 1960 is het tracé gebruikt voor een viaduct ten behoeve van de zuidelijke ringweg. Het goederenspoor is omstreeks 1965 alsnog aangelegd langs een zuidelijker gelegen tracé, dat inmiddels ook weer is opgeheven (zie Oude Stamspoor).
  • Meeuwerderpad (2011) Van Verl. Meeuwerderweg tot Verl. Lodewijkstraat.
  • Meeuwerderweg. Van Veemarktstraat tot Meeuwerderbaan (1874). Aangelegd in gedeelten 1874-1892. Oorspronkelijk melkweg aan de westzijde van een ter weerszijden van het Winschoterdiep gelegen polder, waarvan het westelijk deel (de kleine polder) de naam 'De Meeuwerd' droeg. (Meeuwerd: naar de gelijknamige vogel.) Het beloop van de Meeuwerderweg volgt dat van een waterloopje. De waterafvoer naar het oostelijke deel van de polder verloopt via een duiker onder het Winschoterdiep.
    • 75. Voormalige Baptistenkerk (1927-2008). Een oudere kerk nog zichtbaar aan de Warmoesstraat 68.
  • Middenstraat. Van Polderstraat tot Oliemulderstraat (1874). Deel van een oorspronkelijk ontworpen middenweg tussen Oosterweg en Meeuwerderweg. Zie ook Alexanderstraat.
  • Muller's Laantje, Reinier. Van Blekerslaan tot Kwintlaan. De naam ontleend aan de 1895-1957 ter plaatse gevestigde stoombreierij en tricotagefabriek van Reinier Muller, voor WO II een der grootste werkgevers van Groningen. De fabriek is in 1957 vrijwillig geliquideerd. Aan de Kwintlaan bevindt zich nog een toegangshek.
  • Nanningapad. (2011) Van Redoute tot Boumaboulevard. Het pad is genoemd naar Houthandel v.h. Nanninga & Zn BV, ter plaatse gevestigd 1907-2001.
  • Nieuwstraat. Van Duikerstraat tot Frederikplein (1877). Het begin van de Nieuwstraat lag tot omstreeks 1995 aan de toenmalige Griffestraat, nu Griffeweg.
  • Oliemulderstraat. Van Oosterweg tot Meeuwerderweg (1880). Genoemd naar de molen voor raap- en lijnolie in het verlengde van de straat aan het Winschoterdiep. Oudere naam: Oliemolen- of ook Hulzebossteeg (naar een herberg aan de Oosterweg, omstreeks 1700).
  • Oosterhaven. Kade aan de zuidzijde van de Oosterhaven, vanaf De Brink. De Oosterhaven zelf (1880) is het eindpunt van het Groot provinciaal scheepvaart- of Eemskanaal tussen Delfzijl en Groningen (zie Bedrijventerreinen Eemspoort).
  • Oosterweg. Van Oosterbrug tot Lodewijkstraat (1920). Oorspronkelijk tweede toegangsweg tot de stad vanuit het zuiden (naast de Hereweg), voor het eerst bepuind in 1636. De weg werd naderhand doorsneden door de Linie van Helpman (1700). In 1868 met een (voor paard-en-wagen) te steil viaduct over de spoorlijn gevoerd. Na de ontmanteling van de Helperlinie al in 1878 vervangen door de gelijkvloerse overgang bij de Waterloolaan. De spoorwegoveragng zal in 2020 zijn vervangen door een tunnel, noodzakelijk vanwege de aanleg van een vierde spoor.
    • 30. Voormalig gasthuis 'voor den werkenden stand' (1935-1983).
    • 85. Voormalige hervormde Oosterkerk, in gebruik 1924-1983, verbouwd tot appartementengebouw.
  • Oude Stamspoor. Van Helperpark tot Bornholmstraat (2003). De straat loopt over het tracé van de vroegere, omstreeks 1965 gereedgekomen, spoorverbinding met het bedrijventerrein Eemskanaal. Zie ook Meeuwerderbaan.
  • Palmslag. Van Oosterweg tot Meeuwerderweg (1975). De straat vervangt grotendeels de vroegere Veemarktstraat, achter het terrein van de voormalige veemarkt. Genoemd naar de handslag bij het loven en bieden van de veehandelaren.
  • Parklaan. Van Hereweg tot Oosterweg (1881). Voor de ontvesting deel van de singel rond de stad, aangeduid als Onder de boompjes, als Singelweg of als Plantage. De weg liep overigens niet langs de gracht, maar langs het te inunderen gebied 'Het lage land'(zie Griffeweg).
    • Aan de Parklaan (Hornstraat) 1889-1989 achtereenvolgens een tweetal gereformeerde kerken. Ter plaatse nu ouderenwoningen.
  • Polderstraat. Van Oosterweg naar Meeuwerderweg (1874). Straat naar de Meeuwerderpolder. De bewoners hadden liever gezien dat de straat Oranjestraat of Alexanderstraat zou worden genoemd.
  • Redoute. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). De redoute was een rechthoekig gesloten veldwerk met aarden wal, voorzien van een natte gracht, deel van de voormalige Helperlinie ter plaatse.
  • Schans, De. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). Een schans is een zelfstandig aarden verdedigingswerk. De naam in verband te brengen met de vroegere Helperlinie.
  • Sijsenplaats, Van. Tussen Meeuwerderweg en Van Sijsenstraat (1910). De uitgang 'plaats' is in 1950 in een andere straatnaam gewijzigd omdat die te denigrerend zou zijn: Sabangplaats.
  • Sijsenstraat, Van. Van Joachim Altinghstraat tot Meeuwerderbaan. Hendrik van Sijsen (1706-1800) was burgemeester van Groningen 1752-1795. Als presiderend burgemeester legde hij op 29 april 1793 de eerste steen voor het huidige Stadhuis (dat pas geheel gereed zou komen in 1810).
  • Sophiastraat. Van Brandenburgerstraat tot Oosterweg. Genoemd (1867) naar het dan al bestaande Sophiahuis (hervormd wijkgebouw met 'bewaarschool'), dat op zijn beurt met haar instemming genoemd was naar Sophia Frederika Wilhelmina, prinses van Württemberg (1818-1877), echtgenote van koning Willem III, koningin der Nederlanden v.a. 1849. Oudere naam: Perkamentmakerssteeg.
  • Tonkensstraat. Vanaf Boumaboulevard (2003). T. Tonkens (1889-1945) was een Groningse architect (Bureau Kazemier en Tonkens), verbonden aan de Maatschappij tot Verbetering van Woningtoestanden (nu De Huismeesters). Bouwde onder meer een pakhuis voor het Veem- en Factorsbedrijf aan de Oosterkade.
  • Trompkade. Vanaf Trompsingel. Voor naamsverklaring zie Trompstraat (Binnenstad). De Trompkade is in de stadsgeschiedenis bekend vanwege de ontploffing van een stoomketel van een sleepboot in december 1929. Er vielen vijf doden en twee zwaargewonden.
  • Trompsingel. Van Oosterweg tot Veemarktstraat. De al sinds de aanleg van de veemarkt bestaande weg komt eerst sinds 1965 met een eigen naam op de stadsplattegrond voor.
  • Veemarktstraat. Van Trompsingel tot Griffeweg (1975); oorspronkelijk van Oosterweg tot voormalige Griffestraat. Destijds gelegen aan de zuidzijde van het veemarktterrein (1892-1970), nu deels benoemd als Palmslag.
  • Verlengde Frederikstraat. Aangelegd 1899.
  • Verlengde Lodewijkstraat. Aangelegd 1887, opnieuw benoemd 2003.
  • Verlengde Meeuwerderweg. Aangelegd 2003.
  • Verlengde Nieuwstraat. Oorspronkelijk aangelegd 1899, opnieuw benoemd 2003.
  • Verlengde Winschoterdiep. Benoemd 2003.
  • Vredelust. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). Sinds omstreeks 1780 naam van een buitenhuis tussen Winschoterdiep en Nieuwstraat (ter hoogte van perceel 132). Eerder bekend onder de naam Buitenlust. De verwijzing in het betreffende raadsbesluit naar de naam van een (stoom)oliemolen voor raap- en lijnolie, aan het Winschoterdiep in het verlengde van de Oliemulderstraat, berust op een foutieve interpretatie van de beschrifting op een oude kaart. (Harry Perton in een artikel in het wijkorgaan De Oosterpoorter).
  • Vriendschap, De. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). Genoemd naar de gelijknamige houtzaagmolen aan het Winschoterdiep (begin 18e eeuw - 1903).
  • Warmoesstraat. Van Oosterweg tot Meeuwerderweg (1879). Warmoezeniers of moeskers zijn groentenkwekers. Vgl. Moeskersgang en Moesstraat. De voorgestelde naam (naar die van de eigenaar van de moeskerij: Woldringh) werd in de raadsvergadering afgestemd.
  • Wichersstraat, H.L.. (1910) Genoemd naar (jhr) dr. jur. Hendrik Ludolf Wichers (1747-1840). Wichers bekleedde bestuurs- en politieke functies zowel tijdens de Republiek (onder andere ambtman van het Gorecht, afgevaardigde naar de Staten Generaal), als in de Franse tijd (onder meer prefect van het departement van de Westereems) als in het Koninkrijk der Nederlanden (directeur-generaal der belastingen en lid van de Raad van State). Hij was ook president-curator van de Hogeschool.
    • 'Vrouw Wichers', 'corpulente volksvrouw in gele bloemetjesjurk die een oogje in het zeil houdt', sculptuur van Mette Bus (1985), Herplaatst na restauratie in 2010.
  • Winschoterdiep. De straatnaam Winschoterdiep (1920) heeft betrekking op de wegen langs het (Oude) Winschoterdiep: aan de westzijde vanaf de Griffeweg (tot 1920 vanaf de Dijkstraat), aan de oostzijde vanaf De Brink. Eerdere naam Winschoter(trek)weg. Het diep zelf is gegraven rond 1400 als Schuitendiep. De naam Winschoterdiep dateert van 1632 (in 1637 wordt Winschoten bereikt) en heeft betrekking op het Schuitendiep vanaf de Steentilbrug (vgl. de naam Winschoterkade). De naam Schuitendiep is overigens nog gebruikt tot ver in de 20e eeuw. In 1950 komt een betere verbinding met Eemskanaal en Van Starkenborghkanaal gereed: het Nieuwe Winschoterdiep. Het bestaande diep wordt dan afgedamd. In het kader van het project zuidelijke ringweg wordt - uiterlijk in 2020 - een herstel als doorgaande (toeristische) vaarverbinding beoogd. Ter weerszijden van het Winschoterdiep de Meeuwerderpolders, langs het diep bedijkt met het oog op de gevolgen van eb en vloed. Tot 1673 was er een volledig open verbinding met het Reitdiep en de Noordzee. Voorbij de Redoute de vroegere verbinding met de gracht van de Helperlinie en een (voormalig) zijkanaal, dat sinds 1924 diende als spoorweghaven (langs het raccordement Verl. Lodewijkstraat).
  • Witlattenstraat. Van Oosterweg tot Middenstraat (1929). Tot 1929 Witlattensteeg. Ooit een landweggetje door de moestuinen; de tuinen omheind door hekken met wit geverfde latten. Omstreeks 1870 deel van een sloppenwijk met zogenaamde 'kamers'. Ook wel Lattensteeg. Ter plaatse voorheen ook de Kromme Hornsteeg.
  • Wittop Koningstraat. Vanaf Boumaboulevard (2003). De Groningse architect A.R. Wittop Koning (1878-1961) bouwde onder meer het pand 'De Faun' aan de Herestraat (1938).
  • Zaayer. De. Van Verlengde Meeuwerderweg tot Verlengde Winschoterdiep (2003). De straat is genoemd naar de gelijknamige houtzaagmolen aan het Winschoterdiep achter de huidige H.L. Wichersstraat (in bedrijf 1750 - omstreeks 1913). Aan de molen een bord met de afbeelding van een zaaier.
  • Zuiderpark. Van Herebrug tot Oosterbrug, ten zuiden van het Verbindingskanaal (1881). Villapark, van 1881-1905 aangelegd op het voormalig te inunderen gebied zuidelijk van de vestinggracht. Zie Griffeweg.

Herewegwijk (met stationsomgeving)[bewerken]

De Herewegwijk ligt direct ten zuiden van de Binnenstad. De wijk wordt aan de noordzijde begrensd door het Verbindingskanaal, aan de oostzijde door de spoorlijn, aan de zuidzijde door het Helperdiep en aan de westzijde door het Noord-Willemskanaal. De namen van de straten in de Rivierenbuurt zijn niet opgenomen.

  • Achterweg. Van Driehovenstraat tot Rabenhauptstraat. Vanouds bestaande naam voor de weg naar de achterzijde van de tuinderijen aan de Hereweg. De naam is in 1923 officieel vastgesteld. Ook oudere naam voor de Viaductstraat.
  • Aduarderstraat. Van Hereweg tot Geulstraat. Voor het eerst vermeld in 1774 als Heer van Aduard- of Aduardersteeg (naamswijziging in 1950). Genoemd naar een ter plaatse gelegen tuin van de heren Lewe van Aduard. De straat is vanaf de Hereweg niet meer dan een onderdoorgang door de bebouwing (t.h.v. perceel 39).
  • Anna Paulownastraat. Van Hereweg tot Verlengde Oosterweg (1912). Genoemd naar Anna Paulowna (1795-1865), zuster van tsaar Alexander I van Rusland, echtgenote van koning Willem II, koningin der Nederlanden 1840-1849.
  • Barestraat. Van Hereweg tot Merwedestraat. Naar de 17e-eeuwse herberg 'In de Baer'. Door de gemeente als Baresteeg in beheer en onderhoud overgenomen in 1876. Sinds 1991 Barestraat. Baer is 'barre': slagboom (voor de heffing van accijnzen in verband met het stapelrecht van de stad).
  • Brailleweg. Westelijke parallelweg langs het Emmaviaduct (tot de Roland Holststraat). Naar het brailleschrift, ontwikkeld door Louis Braille (1809-1855).
  • Cascadeplein. Van Emmasingel tot Van Hallpad. Genoemd naar het aanliggende Cascadecomplex (1997-2001). Een cascade is een verspringende waterval.
    • Bij de ingang een ruim acht meter hoge vrouwenfiguur 'Ultra', ook wel 't Iezern wief' (Silvia B, 2004).
    • In het complex onder meer de Groninger Archieven. Het gemeentelijke archief dateert - onder de naam Stadskiste - al uit 1416.
  • Davidstraat. Van Hereweg tot Driehovenstraat. De straatnaam (1906) herinnert aan de 17e-eeuwse herberg David of Oude David (vanaf ca. 1773 'Het Wapen van Stad en Lande'). Van 1943-1945 op last van de bezetter gewijzigde naam (Barthold Entensstraat).
  • Driehovenstraat. Van Hereweg tot Achterweg (1950). Eerder Driehovenplaats (1932). De naam verwijst naar de vroegere tuinderijen langs de Hereweg.
  • Emmasingel. Van Stationsplein tot Eelderbrug (1899). Zie Emmaplein.
  • Emmaviaduct. Verbinding tussen Emmasingel en Julianaplein (gebouwd 1962).
  • Engelse kamp. Van Kempkensberg tot Helperlinie (1969). De naam herinnert aan het interneringsdepôt voor Engels marinepersoneel, in WO I ter plaatse gelegen januari 1915 - november 1918, door de Groningers het Engelse kamp genoemd. De ruim 1500 geïnterneerde militairen van de First Royal Naval Brigade noemden hun kamp 'Timbertown' (houten stad). Bekend was de cabaretgroep 'Timbertown Follies' waarvan ook Groningse 'jongejufvrouwen' deel uitmaakten. Een monument in de vorm van een kubus herinnert aan het Engelse Kamp en aan de onder de Engelsen opgerichte vrijmetselaarsloge Gastvrijheid Lodge. Tijdens WO II ter plaatse het Duitse 'Otto Weddingenlager'.
  • Feithstraat. Van Hereweg tot Verlengde J.A. Feithstraat (1934). Jhr. mr. Johan Adriaan Feith (1858-1913), afkomstig uit een archivarissengeslacht, was vanaf 1892 rijksarchivaris in de provincie Groningen. Feith was tevens redacteur van de Groningsche Volksalmanak (1890-1912) en schrijver van vele artikelen over de Groninger geschiedenis, waaronder de 'Wandelingen door het oude Groningen'. Hij is de stichter en eerste directeur van het Museum van Oudheden voor de Provincie en de Stad Groningen, nu Groninger Museum (1894). Groningen kent ook een Rheinvis Feithplein (in de Korrewegwijk). In de stadsgeschiedenis komt bovendien nog een jhr. Rhijnvis Feith voor, een zoon van J.A. Feith. Rhijnvis is een voornaam.
    • Aan het einde van de Feithstraat is rond 1950 een bevrijdingsboom geplaatst, te weten een Canadese ahorn.
  • Fongersplaats- en pad. Van Hereweg tot Vechtstraat (1979, resp. 1969). Genoemd naar de vroegere rijwielfabriek Fongers, daar gevestigd 1884-1971. De fabriek kende ook een, aan de Hereweg gelegen, 'wielrijschool' (1900). De ruimte is nog aanwezig.
  • Gele plein. Bij Oude Stationsweg (1987). Parkeerplein voor bussen, genoemd naar de destijds doorgaans gele kleur van de streekbussen. De naam wordt overigens nergens aangegeven.
  • Hallpad, Prof. H.C. van. Van Emmasingel tot Stationsplein.
  • Hallstraat, Prof. H.C. van. Van Cascadeplein tot Van Hallpad. Genoemd naar Herman Christiaan van Hall (1801-1874), sinds 1826 hoogleraar botanie en landbouwhuishoudkunde aan de Hogeschool, pionier van het landbouwonderwijs.
    • Aan de oorspronkelijke Van Hallstraat onder meer het 'landbouwproefstation' en de Rijkslandbouwwinterschool.
  • Helperdiep. Ook wel Helperdiepje, de gracht langs de vroegere Helperlinie. Aan het diep bij de papiermolen in de 19e eeuw/begin 20e eeuw een militaire badplaats (de 'reduten').
  • Helperlinie. Vanaf Engelse Kamp (1974). Genoemd naar de vooruitgeschoven verdedigingslinie ten zuiden van de stad, naar een ontwerp van Menno van Coehoorn (1688). Gereedgekomen in 1700; geslecht vanaf 1875. Langs de Linie het Helperdiep tussen het huidige Noord-Willemskanaal en het Winschoterdiep, gegraven 1796-1806. De linie is in de Frans-Duitse oorlog (1870) nog 'in staat van tegenweer' gebracht, maar in 1874 opgeheven.
    • Langs de linie voert een bewegwijzerde wandelroute.
  • Herehof. Het appartementencomplex 'Heerehof' (2007) is gelegen tussen de Feithstraat en de spoorlijn.
  • Hereweg. Van Herebrug tot Natte brug. Tot de ingebruikneming van de A28 (Julianaweg) de voornaamste zuidelijke invalsweg van Groningen, sinds 1824 bestraat met klinkers. In 1479 al sloot de stad met aanwonenden overeenkomsten over het onderhoud van de weg.
    • De tuinkoepel Hereweg 2 is gebouwd in 1774.
    • Het viaduct dateert uit 1868. Het is in 1926 verbreed. Vasnaf 2015 zal het worden vernieuwd. De natuurstenen trappen en het hekwerk hebben een monumentenstatus.
    • Het Sterrebos, aangelegd in 1765 op het terrein van de voormalige Kempkensberg, is na het slechten van de vestingwerken vernieuwd en uitgebreid.
    • Ter plaatse toen ook de zogeheten 'Cellulaire strafgevangenis' (1882, 1962 Dr S. van Mesdagkliniek voor tbs- veroordeelden), het Huis van Bewaring (1882-2008) en een watertoren (1881-1971).
    • Het Joods herdenkingsmonument is van Edu Waskowsky. Het is, door achtereenvolgens onmacht en overlijden van de kunstenaar, slechts onvolledig gereed gekomen (1971-1976).
    • De Zuiderbegraafplaats is geopend in 1827, het R.K. Kerkhof in 1872. Op het kerkhof een herinneringsmonument voor 19 Groningse verzetsmensen uit WO II, w.o. Caspar Naber (zie Naberpassage).
  • Hovenstraat. Van Davidstraat tot Rabenhauptstraat. Voor naamsverklaring: zie Driehovenstraat.
  • Kempkensberg. Van en tot de Helperzoom (1969). Voormalige hoogte vanwaar de stad kon worden beschoten (in 1400 ook daadwerkelijk door landsheer bisschop Frederik van Blankenheim en in 1672 door de bisschop van Münster, Bommen Berend). Om strategische redenen afgegraven 1688-1692.
    • Op de Kempkensberg tot 1811 ook het galgenveld voor niet-militaire veroordeelden (een galg voor militairen stond in de Jacobijnerdwinger).
    • Het 'Cruiseschip' (2011): de gebouwen voor de Belastingdienst en de Dienst Uitvoering Onderwijs; tot 92 m hoog (met opzet lager dan de Martinitoren).
  • Natte brug. De Natte brug, over het Helperdiep tussen Hereweg en Verlengde Hereweg, vormde 1884-1915 tevens de gemeentegrens van Groningen; eerder lag de grens enkele honderden meters terug bij de Droge brug (even ten zuiden van de Papiermolenlaan). Beide bruggen voerden over de Linie van Helpman.
  • Onderdoor. Fietsverbinding tussen Stationsplein en Lodewijkstraat (1987).
  • Oude Stationsweg. Van Hereweg tot Stationsweg. Ooit de toegangsweg tot het SS-station (1866-1896). SS staat voor (Maatschappij tot Exploitatie van) Staatsspoorwegen. De Oude Stationsweg volgt naar het zuiden de voormalige Griffegracht.
  • Papiermolenlaan. Vanaf de Hereweg (1961). Genoemd naar de papier- of vrijffmolen 'Werklust' ter plaatse (1743-1843). De molen produceerde tot 6.000 kg papier per jaar. Met 52 werknemers was het in 1816 het grootste Groninger bedrijf. De Papiermolen ook de naam van een buurtschap, afgebroken in 1953. Sinds 1955 het openluchtbad 'De Papiermolen' (inmiddels rijksmonument).
  • Parkweg. Van Achterweg tot Paterswoldseweg, aangelegd in de jaren twintig van de 20e eeuw, leidde naar de hoofdingang van het Stadspark.
  • Rabenhauptstraat. Van Hereweg tot Achterweg (1875). De straat is sinds 1929 een doorgaande weg. Genoemd naar Carl von Rabenhaupt, baron van Sucha (1602-1675), luitenant-generaal van het leger van de Republiek, door het stadsbestuur aangetrokken om (met succes) de verdediging van de stad in de Hollandse of Tweede Münsterse oorlog (1672) te leiden.
    • 65. Grafisch Museum. Aan de muur een plaquette ter herinnering aan Rabenhaupt (Ron Caspers, 2001). Een borstbeeld van Rabenhaupt staat sinds 1972 op de Grote Markt (momenteel aan de noordzijde van het Stadhuis).
  • Stationsplein. Van Stationsweg tot Emmasingel.
    • Het huidige NS-station Groningen (in Stad veelal Hoofdstation genoemd) is gebouwd 1893-1896. Eerder waren er, in verband met de noodzaak in geval van oorlog een vrij schootsveld te garanderen voor de vestingartillerie (Kringenwet 1853), een houten station (1866-1872) en vervolgens nog een eenvoudig stenen gebouw (1872-1896). Het station is in 2000 geheel gerenoveerd. De spoorverbindingen dateren uit 1866 (Leeuwarden), 1868 (Winschoten), 1870 (Meppel), 1884 (Delfzijl) en 1893 (Roodeschool). Via Winsum was Zoutkamp te bereiken (1922-1938); via Slochteren liep een tweede verbinding van Groningen naar Delfzijl (Woldjerspoor, 1929-1941). Via Zuidbroek in de lijn naar Winschoten is vanaf 2011 ook reizigersvervoer naar Veendam mogelijk (er is vanouds al een verbinding voor goederenvervoer). De lijn naar Zwolle is sinds 1914 tweesporig en werd in 1952 geëlektrificeerd.
    • Onder het plein een fietsenstalling (het Stadsbalkon, 2007, 2010) met 5.150 plaatsen. In de stalling het kunstwerk 'Second thought' (Giny Vos, 2008). Het verwijst naar de statuur van het stationsgebouw toen het nog niet schuilging achter het Stadsbalkon.
    • Op het plein/balkon sinds 1959 het 'Peerd van Ome Loeks' (Jan de Baat).
  • Stationsweg. Van Hereweg tot Stationsplein (1879). Aangelegd na het gereed komen van het Verbindingskanaal. Het busstation ligt op het terrein van de vroegere goederenloodsen van de spoorwegen.
    • Het plan het voetgangerssignaal op de oversteekplaats ter hoogte van de Werkmanbrug in 2010 te voorzien van een gesproken gedicht van Rutger Kopland is nog niet gerealiseerd. Het gedicht is getiteld: 'In Groningen'. Met onder meer: 'Je bent in Groningen, maar hier ben je dat niet, dit is een onbekende plek, dit is een gedicht in de stad'.
  • Sterrebos. Het Sterrebos is voor het eerst aangelegd in 1765 en vernieuwd na de ontmanteling van de vesting (1874). De eiken langs het hoofdpad dateren nog uit de 18e eeuw. Het bos wordt sinds 1969 doorsneden door de zuidelijke ringweg (officieel de Weg der Verenigde Naties). Een dergelijke doorsnijding was overigens al opgenomen in het uitbreidingsplan-Berlage (1928). In 2020 zal de zuidelijke ringweg op dit punt verdiept zijn aangelegd en zijn beide delen van het Sterrebos weer met elkaar verbonden.
  • Sterrebosstraat. Van Willemstraat tot Waterloolaan (1922). Genoemd naar het nabijgelegen Sterrebos.
  • Thomsonstraat. Vanaf Hereweg (2001). De straat is aangelegd op het terrein van de vroegere Rabenhauptkazerne, die in april 1945 is verwoest en niet weer opgebouwd. De militaire bestemming van het terrein bleef echter gehandhaafd. Onder meer werden er de Groningse dienstplichtigen gekeurd.
    • Legerofficier luitenant-kolonel L.J.W.K. Thomson (1869), gelegerd te Groningen, was tijdens een vredesmissie in Albanië belast met de organisatie van de gendarmerie in dat land. Hij werd in Durazzo vermoord door een sluipschutter - waarschijnlijk in Italiaanse dienst - op 15 juni 1914. Zijn borstbeeld staat sindsdien op het (vroegere) kazerneterrein aan de Hereweg. Tot de collectieve herinnering van de Groningers behoorde jarenlang zijn begrafenis op de Zuiderbegraafplaats tijdens een zeer hevig onweer (de bliksem sloeg naast de begraafplaats in).
  • Tweede Willemstraat. De straat is niet genoemd naar koning Willem II, maar - evenals de Willemstraat - naar koning Willem III.
  • Verlengde Oosterweg. De weg dateert onder die naam van 1920.
  • Verlengde Willemstraat. De straat is aangelegd in 1893.
  • Viaductstraat. Van Hereweg tot Achterweg. De Viaductstaat droeg tot 1923 ook de naam Achterweg.
  • Waterloolaan. Van Hereweg tot Verlengde Willemstraat (1913), daarvoor Noorderlaan langs het Sterrebos. De Waterloolaan is genoemd naar de 19e-eeuwse uitspanning 'Waterloo' (1836-1912), gelegen op de hoek met de Hereweg. De Slag bij Waterloo (18 juni 1815), waar Napoleon definitief werd verslagen door een geallieerd leger, is in Groningen vanaf 1835 nog tot zeker 1865 herdacht. In 1899 overleed de laatste veteraan: Geert A. Boomgaard (110 jaar), tevens de oudste mannelijke inwoner van Groningen tot dusverre.
    • Ter plaatse van de uitspanning 1913-1988 de garage Fongers.
    • 'La Belle Alliance', de naam van het huidige kantorenpand op die plaats, is de naam van de boerenhoeve bij Waterloo waar de geallieerde bevelhebbers elkaar na afloop van de slag ontmoetten.
  • Weg der Verenigde Naties. Officiële naam voor de zuidelijke ringweg (1969).
    • Bij Hoogkerk een stadsmarkering in het kader van het 950-jarig bestaan van Groningen (1990): een wig met patchworkpatroon, c.q. een stalen boek (van Daniel Libeskind).
  • Willemstraat. Van Hereweg tot Verlengde Oosterweg (1873). De straat is genoemd naar Willem III (1817-1890), vanaf 1849 koning der Nederlanden en groothertog van Luxemburg.

Stadsparkwijk, Laanhuizen en Kranenburg[bewerken]

Het beschreven gebied wordt in het noorden begrensd door de spoorlijn, in het oosten door het Noord-Willemskanaal, in het zuiden door de A7 en in het westen door de Johan van Zwedenlaan. De Laanhuizen: de vroegere buurtschap Laansche huizen aan de Hoornse dijk; in de 19e eeuw ook een landgoed onder die naam. Kranenburg: genoemd naar een herberg-boerderij met de naam Kranenburg, die was gelegen in het Kraanland, een eerst rond 1450 aan de stadstafel van Groningen toegevoegde streek (zie Wolvedijk). Opgenomen zijn alleen de straatnamen die een zekere uitleg behoeven.

  • Bornster tol. Van Rozenburglaan tot Zuiderweg. Naam van een voormalige tol (Pornster tol) ten zuiden van de huidige Peizerweg in de vroegere buurtschap Lingenhuizen ten oosten van De Kring. De tol lag in de toenmalige weg naar Peize. Rond 1850 ter plekke een herberg onder de naam 'het Porrenhuis'. De straatnaam is derhalve niet correct.
  • Drentselaan. Oorspronkelijk de naam voor de Peizerweg vanaf de Paterswoldseweg tot de huidige Campinglaan. Sinds 2008 naam voor de wegen in de buurt 'Peizerhoven' bij de Hunsingolaan.
  • Droppingsveld. De naam herinnert aan de wapens voor het verzet die tijdens WO II per parachute werden afgeworpen door geallieerde vliegtuigen.
  • Eemsgolaan. Naam van een gouw in het Frankische en later het Duitse rijk ten noorden van de stad Groningen (van west naar oost: Humstergo, Hunsingo, Fivelingo en Eemsgo). Een gouw was een bestuurlijke en vaak ook een landschappelijke eenheid.
  • Grunostraat. De straatnaam is afgeleid van de woningbouwvereniging voor spoorwegpersoneel 'Gruno', opgericht 1919, inmiddels opgegaan in wbc Nijestee. Gruno (een kleinzoon van Friso) is de mythische figuur die de stichter van Groningen zou zijn geweest.
  • Gijzelaarslaan. In WO II de door de bezetter in hechtenis genomen personen die dienden als onderpand om de nakoming van bepaalde eisen te kunnen afdwingen. In de stad onder meer de groep van 40 vooraanstaande burgers die op Oudejaarsavond 1943 in hechtenis werden genomen bij wijze van represaille voor een verzetsdaad. Een zestal werd daarnaast op die avond in eigen huis neergeschoten (Silbertannemoorden).
  • Hoornsediep. Zie Corpus den Hoorn.
  • Illegaliteitslaan. De illegaliteit: aanduiding voor het geheel van personen en groepen die in WO II verzetsacties organiseerden of uitvoerden.
  • Koeriersterweg. Koeriersters waren (jonge) vrouwen die - meestal per fiets - tijdens WO II in opdracht van verzetsgroepen boodschappen overbrachten en pakjes of brieven vervoerden. Oudere naam: Bilderdijkstraat. (Al voor WO II kregen nog aan te leggen straten in de buurt Laanhuizen namen van schrijvers. Alleen aan de Bilderdijkstraat stonden toen al huizen. Alle namen zijn na de oorlog vervallen.)
    • Aan de Koeriersterweg het eindstation van de 'Drachtster tram' (zie Peizerweg).
  • Madijkerbaan Weg van de A7 naar het Hoogkerkerplein (Transferium Hoogkerk, 2010). Een madijk is een dijk langs made- of hooilanden. In dit geval de madelanden in de dalen van de Drentse riviertjes Eelderdiep en Peizerdiep (vgl. de nabijgelegen Madijk in de gemeente Tynaarlo).
  • Mulock Houwerlaan. Ir. J.A. Mulock Houwer (1857-1933), 1900-1923 directeur van Gemeentewerken in Groningen. Zijn naam is onder meer verbonden aan het eerste uitbreidingsplan op basis van de Woningwet (1903) en aan het ontwerp van het Stadsparkpaviljoen (1926).
  • Muntinglaan. Henricus Munting (1583-1658), apotheker, in 1626 de stichter van de, in 1642 aan de Academie overgedragen, Hortus Botanicus. Hij werd in 1654 de eerste hoogleraar in de botanie.
  • Onderduikersstraat. De benaming voor personen die zich tijdens WO II voor de bezettende macht verborgen moesten of wilden houden; veelal Joden of jonge mannen die vreesden via de zogenaamde 'arbeidsinzet' naar Duitsland te worden gezonden om daar te worden tewerkgesteld.
  • Paterswoldseweg.
    • Perceel 188: gedenkplaat voor Fred Butterworth (Winnipeg, 1922), de eerste Canadese militair die sneuvelde bij de Bevrijding van Groningen op 13 april 1945. Zie verder Schilderswijk c.a. en Corpus den Hoorn.
  • Peizerweg.. In het beschreven gebied loopt de Peizerweg nog (als rijwielpad) tot de gemeentegrens direct na de tunnel in de A7.
    • Langs de Peizerweg 1913-1985 de baan van de "Drachtster tram'. De lijn werd sinds 1948 alleen nog gebruikt voor goederenvervoer van en naar Philips, Drachten.
  • Rozenburglaan. De naam van een voorheen aan de Peizerweg gelegen boerderij.
  • Sabotagelaan. Tijdens WO II de aanduiding van acties, bedoeld om voor de bezettende macht belangrijke verbindingen te ontregelen, gegevens te vernietigen, e.d.
  • Scholtenlaan, Jan Evert. Van Mulock Houwerlaan tot Weg der Verenigde Naties (A7)(2010). Grootindustrieel Jan Evert Scholten (1849-1918), zoon van W.A. Scholten, was directeur/president-commissaris van het Scholtenconcern en mede-bewoner van het voormalige Scholtenhuis aan de Grote Markt. Initiatiefnemer tot de aanleg van het Stadspark. Hij schonk ook de grond. In het park staat sinds 1931 een monument voor Scholten (J. de Vogel); aan de Helperbrink een naar hem genoemde zitbank.
  • Springerlaan, Leonard. Leonard Anthonij Springer (1855-1940) was tuinarchitect en als zodanig de ontwerper van het Stadspark. Tot 1969 Zuiderlaan geheten.
  • Stadspark. Het Stadspark, met aanvankelijk de belangrijkste ingang aan de Paterswoldseweg tegenover de Parkweg, is - in het kader van de werkverschaffing - gerealiseerd 1912-1926 door de privaatrechtelijke 'Vereniging Stadspark'. De draf- en renbaan is in 1922 gereed gekomen. In 1969 is het deel van het park binnen de ringweg bebouwd, onder meer met het Martiniplaza centrum (oudste deel 1971). De ringweg (Laan 1940-1945) zelf dateert van 1979. Het gebouw van de Gasunie (de 'Apenrots') is gereedgekomen in 1994.
  • Verbetering, De. Rijwielpad door de gelijknamige polder tussen Peizerweg en spoorlijn, in het gedeelte voorbij de Wolvedijk.
  • Verzetsstrijderslaan. De naam herinnert aan de mannen en vrouwen die zich in WO II door illegale handelingen met gevaar voor eigen leven actief verzetten tegen de Duitse overheerser. In de gemeente Groningen is een negental straten genoemd naar verzetsstrijders.
  • Wolvedijk. Niet-officiële naam voor een zijweg van de Peizerweg, gelegen tegenover de Campinglaan. De naam dateert al uit de vroege middeleeuwen. De Wolvedijk vormde de grens met het eerst in 1450 aan de stadstafel toegevoegde, moerassige Kraan(vogel)land (vgl. Kranenburg). De weg raait op de kerktorens van Dorkwerd en Eelde.
    • De op enige afstand gelegen watergang tussen Stadspark en Hoendiep is de Wolvetocht.

Meerstad[bewerken]

Naam van een nieuw woongebied in de gemeenten Groningen en Slochteren, tussen het Eemskanaal in het noorden en de dorpen Harkstede en Scharmer in het zuiden, ten oosten van Middelbert en Engelbert. Het valt globaal samen met het middeleeuwse Scharmerzijlvest. Meerstad (officiële plaatsnaam) zou volgens het oorspronkelijke project 9100 woningen omvatten, te bouwen in de periode 2010 - 2025. Inmiddels zijn de plannen bijgesteld tot maximaal 6500 woningen in de periode tot 2035 à 2040. Het gebied krijgt een belangrijke functie als recreatiegebied door de aanleg van een meer van 600 ha, tevens waterberging. De naam Meerstad houdt daarmee verband en is ook een toespeling op de MEER-dorpen in dit gebied. In een eerdere fase is ook de naam Ruischermeer gebruikt.

Meerstad wordt bestuurd op basis van een Gemeenschappelijke Regeling tussen de gemeenten Groningen en Slochteren. Het bestuur van de GR is bevoegd tot het vaststellen van straatnamen in het gebied. De meeste namen hebben tot dusverre betrekking op flora en fauna.

  • Driemerenweg. Vanouds bestaande landweg naar drie veenmeertjes: het Grote - , het Kleine - en het Middenmeer. De meertjes komen nog voor op 19e-eeuwse topografische kaarten.
  • Woldmeerweg. (2010) De weg vanaf de Hoofdweg naar het Woldmeer in de wijk Meeroevers. De naam Woldmeer is te relateren aan de Woldstreek of het Duurswold waarin het meer is gelegen.
  • Zuidboldersweg (2011). Tussen Hoofdweg en Meeroeverslaan. De naam is te herleiden tot het begrip 'bolder', als mogelijkheid om een schip aan te meren. De weg leidt naar een nog aan te leggen haven.

Helpman, De Wijert en Coendersborg[bewerken]

De wijk wordt begrensd door in het noorden het Helperdiep, in het oosten de spoorlijn, in het zuiden door de gemeentegrens en in het westen door het Noord-Willemskanaal. Helpman is een stadswijk, in de loop van de 20e eeuw gegroeid uit de zeer oude buurtschap Helpman of Heltman (naar de persoonsnaam Helte), voor het eerst genoemd in 1245. Behoort sinds 1915 tot de gemeente Groningen. De gemeentegrens met Haren ligt nu ten zuiden van de Esserweg, voorheen bij de Nattebrug.

De wijk De Wijert is genoemd naar een landgoed, vanaf de 16e tot aan het eind van de 18e eeuw gelegen aan het begin van de huidige Hora Siccamasingel bij de Jullensstraat. De Wijert komt al voor in het uitbreidingsplan 1932. Het plan is naderhand aangepast en in hoofdzaak in de jaren zestig van de vorige eeuw gerealiseerd.

Coendersborg is genoemd naar de voormalige borg van de familie Coenders. Zie Coendersweg. Genoemd worden alleen de voor Groningen specifieke straatnamen die een toelichting behoeven, alsmede de straatnamen van de met Groningen verbonden of uit Groningen afkomstige bestuurders en politici.

  • Bloemersmaborg. Genoemd naar een voormalige Groninger borg bij Niekerk, gesloopt rond 1750.
  • Beuckemaborg. Geen gegevens te achterhalen: mogelijk ambtelijke verschrijving voor Benckemaborg (Nuis, afgebrand 1890).
  • Breedeborg. Naar de borg in Breede bij Warffum, afgebroken 19e eeuw.
  • Coendersweg. Genoemd naar de voormalige borg van de familie Coenders (16e en 17e eeuw). Leden van de familie behoorden tot de eerste protestanten in Groningen (1550), boden onderdak aan rondreizende predikanten en waren actief betrokken bij de, in Groningen overigens rustig verlopen, Beeldenstorm in de Broerkerk (18 september 1566).
    • 13. Voormalige gereformeerde kerk (1933)
    • 58. voormalige hervormde kerk (1900)
  • Emmastraat. Zie Emmaplein (Binnenstad).
  • Esserweg. De weg leidt naar de Harense buurtschap Essen, in de stadsgeschiedenis bekend vanwege het 1215-1594 ter plaatse gelegen Cisterciënzer-vrouwenklooster Yesse of Jesse. De begraafplaats 'Esserveld' is in gebruik genomen 1924.
  • Geuzenkamp. Genoemd naar de 'gueux' (bedelaars) of geuzen; gewapende groeperingen die zich al in de jaren zestig en zeventig van de 16e eeuw verzetten tegen het Spaanse gezag. De naam voor het eerst denigrerend gebruikt voor de (lagere) edelen die in 1566 een smeekschrift kwamen aanbieden aan landvoogdes Margaretha van Parma. De edelen beschouwden de naam naderhand als een eretitel. Gereformeerde kerkdiensten werden door tegenstanders wel als geuzenvergaderingen aangeduid (vgl. naburige Hagepreekkamp). In de Koningslaagte bevindt zich de Geuzenweg (zie Noorderhoogebrug).
  • Groenendaal. De naam te herleiden tot het landgoed Groenestein, gebouwd 1685, ooit in het bezit van de familie Quintus.
  • Groenesteinlaan. Zie Groenendaal en Quintuslaan.
  • Hagepreekkamp. Genoemd naar de ter plaatse gehouden (illegale) protestantse erediensten (in de open lucht) in de begintijd van de Reformatie (in Groningen omstreeks 1560). Het begrip 'hagenpreken' stamt uit Vlaanderen.
  • Hanckemaborg. Genoemd naar de gelijknamige borg in Zuidhorn, afgebroken 1878.
  • Hilghepad. Genoemd naar de 'hilghe stede', heilige plaats, het kamp waar omstreeks 1483 enkele kelken, een hostievaas en drie gewijde hosties, afkomstig van diefstal uit de kerk van Aduard, door de dief werden begraven. Naar de 'hilghe stede' vonden in later jaren processies plaats. Nog in 1643 werd de plek door rooms-katholieken als een heilige plaats gezien.
  • Julianaweg. De officiële naam voor de A28 binnen de gemeente Groningen. Genoemd naar Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, prinses van Oranje-Nassau (1909-2004), koningin der Nederlanden (1948-1980).
  • Kamplaan. Zie Quintuslaan.
  • Kooiweg. Van Helperzoom tot Rouaanstraat. Voorheen een weg vanuit Helpman naar de voormalige boerderij De Kooy en verder. Tussen de spoorlijnen naar Assen en Nieuweschans een 'wenteltrap naar het oneindige' (Leonhard Lapin). Een van de stadsmarkeringen bij de toegangswegen, geplaatst ter gelegenheid van het 950-jarig bestaan van de stad Groningen.
  • Ludemaborg. Naar de gelijknamige borg in Usquert, gesloopt 1742.
  • Moltplaats. De straatnaam herinnert aan de 'Keizer Barbarossa' bierbrouwerij ter plaatse (1756-1965). (Keizer is hier een familienaam.) 'Molt' is het Groningse woord voor 'mout'.
  • Saaksumborg. Genoemd naar de gelijknamige borg bij Baflo, genoemd onder een andere naam 1567, gesloopt 1785.
  • Schutterspad. Naam van een pad tussen Beethovenlaan en Chopinlaan in Coendersborg. Aan het pad het domein van de Schietvereniging Groningen.
  • Teispad, Geert. Geert Teis Pzn. (1864-1945), pseudoniem van Gerhard W. Spitzen, onder meer tekstdichter van het Gronings volkslied (1919).
  • Tressenplaats. De Tressenplaats (1980) herinnert aan (het uniform van de bewoners van) de vroegere kazerne de Koninklijke Marechaussee ter plaatse (1924-1980).
  • Verlengde Hereweg. De Verlengde Hereweg maakt deel uit van de oude verbindingsroutes 'over de Drenth' van Meppel, Steenwijk en Coevorden naar Groningen. Tussen Haren en Groningen voerde de weg door de buurtschappen Hemmen, De Dilgt en Helpman.
    • Aan de Verl. Hereweg 1921-1979 een RK-ziekenhuis (het gebouw in 1979 gekraakt; nu nog steeds een 'woonexperiment').
    • De J.E. van Hasseltklok op de hoek Verl. Hereweg/Helperbrink was in 1923 een geschenk van de gelijknamige eigenaar van de toenmalige tricotagefabriek 'Neerlandia' (Verl. Hereweg 33). Op de andere hoek een bank (1922), ter ere van de industrieel Jan Evert Scholten (zie Scholtenlaan, Stadsparkwijk).
  • Vriesplantsoen, Hendrik de. Het plantsoen bevindt zich tussen de Van Lenneplaan en de Vondellaan in De Wijert. Hendrik de Vries (1896-1989), in Groningen geboren en werkzame Nederlands dichter. Zie ook Martinikerkhof.
  • Waldeck Pyrmontstraat. Zie Emmaplein (Binnenstad).

Burgemeesters van Groningen[bewerken]

  • Bosch van Rosenthalstraat. Naar mr. L.H.N. Bosch van Rosenthal (ambtsperiode 1924-1930). De burgemeester werd door z'n ambtenaren een 'tirreltop' genoemd.
  • Buiterplein, Harm. Zie Oosterpoortwijk c.a.
  • Hora Siccamasingel. (Jhr.) Mr. Willem Hora Siccama was burgemeester van Groningen 1803-1808.
  • Iddekingeweg, Van. Naar J.F. van Iddekinge, ambtsperiode 1820 (1824)-1842. De bekende A.A. van Iddekinge - tevens luitenant-stadhouder van Willem V en lid van de Raad van State - was burgemeester 1760-1785. Nog zeker vijf andere familieleden bekleedden het ambt in de 17e en 18e eeuw.
  • Imhoffstraat, Van. Mr. Gustaaf Willem Hendrik baron van Imhoff was burgemeester 1849-1852.
  • Ittersumstraat, Van. Jan Willem Cornelis baron van Ittersum was burgemeester in de jaren 1847-1848.
  • Jullensstraat. W.W.Jullens (1753-1819). Jullens was al vanaf 1795 lid van het stadsbestuur en tijdens de Inlijving in 1812-1813 maire van Groningen.
  • Ketwich Verschuurlaan, Van. Naar Evert van Ketwich Verschuur, burgemeester 1917-1924. Zijn begrafenis was de eerste op de dan juist door hem geopende begraafplaats Esserveld. Naderhand is door de gemeente Groningen een eremonument geplaatst.
    • Aan de Van Ketwich Verschuurlaan 1965-2007 het Diaconessenhuis (opgegaan in het Martiniziekenhuis)
  • Moddermanlaan.. Genoemd naar S.M.S. Modderman, burgemeester 1893-1900, daarvoor al wethouder sinds 1864.
    Aan de Moddermanlaan het Helperbad (1925).
  • Panhuysstraat, Van. Jhr. J.Ae.A. van Panhuys was burgemeester in de jaren 1880-1883 en werd daarna Commissaris des Konings. Zie ook De Poffert (Hoogkerk).
  • Quintuslaan. De laan is genoemd naar de familie Quintus, onder meer eigenaar van de landgoederen Groenestein en De Kamp. Justus Datho Quintus was burgemeester van Groningen (1786-1795 en 1803-1811).
  • Ranitzstraat, De. Jhr. mr. Herman de Ranitz was burgemeester in de periode 1842-1846.
  • Royenlaan, Van. Mr. Berend van Roijen was burgemeester van 1872-1880.
  • Sitterstraat, De. Naar mr. W. de Sitter, burgemeester 1863-1872.
  • Starkenborghstraat, Van. Naar jhr. mr. dr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, burgemeester 1900-1917, daarna Commissaris der Koningin. Zie ook Van Starkenborghkanaal (Beijum c.a.).

Overige Groningse bestuurders[bewerken]

  • Rengersstraat. W.F.L. baron Rengers was gouverneur van de provincie in de periode 1830-1850.

Nederlandse politici, verbonden met Groningen[bewerken]

  • Bosstraat, Dr. D. Genoemd naar Dirk Bos, 1862-1916, in Groningen geboren liberaal politicus, medeoprichter Vrijzinnig Democratische Bond.
  • Cort van der Lindenlaan. De laan is genoemd naar Pieter Willem Adriaan Cort van der Linden (1846-1935), hoogleraar aan de RUG (juridische faculteit, 1881-1891), liberaal politicus, minister-president tijdens WO I en de vader van de latere Groningse burgemeester (1934-1942 en 1945-1951) Pieter Willem Jacob Henri Cort van der Linden (1893-1969).
  • Goeman Borgesiuslaan. Hendrik Goeman Borgesius, 1847-1917, liberaal politicus en minister, geboren in Schildwolde.
  • Houtenlaan, Van. Genoemd naar Samuel van Houten, 1837-1930, in Groningen geboren liberaal politicus en minister, bekend van de kinderwet-Van Houten (tot het terugdringen van de kinderarbeid, 1874).
  • Savornin Lohmanlaan, De. Jhr. Alexander Frederik de Savornin Lohman (1837-1924), in Groningen geboren christelijk-historisch politicus, afkomstig uit een Gronings regentengeslacht.
  • Schaperstraat. Johan Hendrik Andries Schaper (1868-1934), in Groningen geboren sociaaldemocratisch voorman, een van de 'Twaalf Apostelen', oprichters van de SDAP. Eerste socialistisch raadslid (1897).
    • Op het Esserveld is voor Schaper een bijzonder grafmonument geplaatst.

Bedrijventerreinen Eemspoort[bewerken]

Het beschreven gebied bestaat vrijwel volledig uit bedrijventerreinen. Vrijwel alle straatnamen herinneren aan de handelsrelaties die Groningen al in de vroege middeleeuwen onderhield met steden in Noord-Duitsland, Polen, de Scandinavische en de Baltische landen, maar ook met plaatsen langs de Vlaamse, Engelse en Franse kust. Zie ook Hanzeplein (Binnenstad).

  • Agunnarydweg. Tussen Sontweg en Scandinaviëweg (2005). De weg is genoemd naar het geboortedorp van de oprichter van IKEA, Ingvar Kamprad (1926). Agunnaryd ligt in Småland in Zuid-Zweden. De Groningse vestiging is geopend in 1997 en is 54.500 m² groot.
  • Berlagebrug. Naam van de brug over het Eemskanaal in de Eltjo Ruggeweg.(2010) De brug is genoemd naar de stedenbouwkundige H.P.Berlage (1856-1934), verantwoordelijk voor het gelijknamige uitbreidingsplan van Groningen (1928), waarin de verbinding al voorkomt.
  • Diekhoestertil (2011). Bruggetje over de Hunzeloop in het natuurgebied Euvelgunne. Genoemd naar de beheerder: Ties Dijkhuis, bewoner van boerderij Euvelgunnerheem (Euvelgunnerweg 27).
  • Driebondsweg. Van Euvelgunnerweg tot Middelberterweg. Genoemd naar het voormalige waterschap 'De Driebond', in 1915 gevormd uit de drie waterschappen 'Euvelgunnermolenpolder' (1881), 'Westerbroekster-Engelbertermolenpolder' (1871) en 'Noorder-Middelbertsterpolder' (1861). Het waterschap is in 1969 opgegaan in het waterschap Duurswold (inmiddels Hunze en Aa's).
  • Eemskanaal. Het Groot Scheepvaart- of Eemskanaal naar Delfzijl is rond 1876 gegraven ter vervanging van het bochtige Reitdiep, dat niet geschikt was voor de vaart met grotere (stoom)schepen. Het kanaal kreeg, al in de 19e eeuw, niet de betekenis die er van verwacht werd: het garanderen van de zeehavenfunctie van Groningen. Het bleek te smal, te ondiep en er waren 15 bruggen. Als afwateringskanaal bleek het wel te voldoen. Het Eemskanaal is na WO II verbreed.
    • De oorspronkelijke Eemshaven, een plaatselijke verbreding van het kanaal, heet nu Hunzehaven (om verwarring met de 'echte' Eemshaven te voorkomen).
  • Euvelgunnerweg. De weg voerde door de buurtschap Euvelgunne. Euvelgunne: dat wat in euvelen gunst (kwade reuk) staat, dat wil zeggen onland. Ter weerszijden van de Euvelgunnerweg-zuid is (2008) een natuurgebied ontstaan, waarin de meanders van de Hunze weer zichtbaar zijn gemaakt. Het gebied wordt beheerd door de Stichting Het Groninger Landschap.
    • De Euvelgunnerweg-noord maakt deel uit van een bedrijventerrein.
  • Finsehaven. Een van de drie insteekhavens aan het (Nieuwe) Winschoterdiep, gegraven tussen 1960 en 1968. De Finsehaven en het aangrenzende Nieuwe Winschoterdiep zijn gelegen op de plek waar in de middeleeuwen (1241-1350) de borg Gronenborg stond, een van de versterkte huizen van de Groningse prefectenfamilie.
  • Gideonweg. Weg over het bedrijventerrein Winschoterdiep; maakte vroeger deel uit van de verbinding Groningen-Hoogezand. De weg is genoemd naar de voormalige buurtschap Gideon, gelegen ter hoogte van de Oostendeweg. De naam Gideon afgeleid van de houtzaagmolen 'De Gideon', aan de westzijde van het Winschoterdiep (1766-afgebroken plm. 1870).
  • Hooghoudtstraat. Distilleerderij Hooghoudt is opgericht in 1889 en was toen gevestigd aan de Nieuwe Ebbingestraat. In 1988 is het bedrijf verhuisd naar de Hooghoudtstraat. Voor het bedrijf een zogenaamd 'hoogholtje'.
  • Hout, Het. Vanaf Sontweg. De straatnaam (2007) herinnert aan Houthandel v/h W. Kunst NV, ter plaatse gevestigd 1918-2003. Het hout werd gelost aan de kade van het Eemskanaal. Vgl. de straatnaam De Kaai (vanaf Het Hout).
  • Hunzeloopje. Zie Euvelgunnerweg; zie ook Hunzedijk (Beijum c.a.).
  • Nieuwe Winschoterdiep. De omgeleide vaarverbinding Winschoterdiep-Eemskanaal is in 1950 gereed gekomen.
  • Noorderzanddijk. Zogeheten 'hooiweg' door de weilanden ten oosten van Haren vanaf de Oosterweg. De dijk ligt voor een beperkt deel in de gemeente Groningen.
  • Oude Roodehaansterweg. De weg is genoemd naar de buurtschap Oude Roodehaan (bij de kruising Euvelgunnerweg/Olgerweg). Rodehaan ook roehane, een veldnaam in de marke van Haren. Aan de Winschoterweg bij de gemeentegrens met Haren de buurtschap Roodehaan. Halverwege beide buurtschappen aan de Winschoterweg 1929-1941 de halte Roodehaan aan het Woldjerspoor.
  • Sontbrug. Nog te bouwen brug over het Winschoterdiep in een verbinding tussen Bornholmstraat en Sint Petersburgweg. De brug dient mede ter ontsluiting van Meerstad. Verwacht wordt dat de brug in 2016 gereed komt.
  • Waterhuizen Fietspad en weg langs het Winschoterdiep van Duinkerkenbrug tot gemeentegrens bij het dorp Waterhuizen (gem. Hoogezand-Sappemeer).

Oranjewijk met Tuinbouwstraat en omgeving[bewerken]

De buurt wordt begrensd door de spoorlijn, de Noorderstationstraat, het Noorderplantsoen en het Reitdiep. Opgenomen zijn alleen de straatnamen die een toelichting behoeven. De Oranjewijk is in hoofdzaak gebouwd in de jaren twintig van de 20e eeuw. De buurt is gebouwd 'op zeezand', dat wil zeggen extra opgehoogd om een goede afwatering te waarborgen.

  • Adelheidstraat. Adelheid was de eerste voornaam van Koningin Emma. Zie Emmaplein (Binnenstad).
  • Albertine Agnesplein en -straat. Genoemd naar Albertine Agnes (1634-1696), dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, echtgenote van stadhouder Willem Frederik (onder meer van Groningen), regentes voor haar zoon Hendrik Casimir II (stadhouder 1664-1696). Aan het plein in de jaren dertig van de 20e eeuw de jeugdherberg 'In den Sint Maarten'.
  • Amalia van Solmsstraat. Naar Amalia van Solms (1602-1675), echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik.
  • Baanstraat. Zie Kolfstraat.
  • Bergstraat. De straatnaam verwijst naar de 'berg' in het Noorderplantsoen (zie Hortusbuurt).
  • Dillenburglaan. De Dillenburg is het stamslot van de graven van Nassau bij Siegen (D).
  • Ernst Casimirlaan. Genoemd naar Ernst Casimir, graaf van Nassau-Dietz (1573-1632), neef van Willem van Oranje en broer van Willem Lodewijk. Legeraanvoerder; stadhouder van Stad en Lande 1625-1632. Gesneuveld tijdens het beleg van Roermond door Staatse troepen tijdens een inspectie van de loopgraven. Ernst Casimir was ook betrokken bij het beleg van Groningen door Staatse troepen in 1594.
  • Graaf Adolfstraat. Genoemd naar Adolf van Nassau (1540), een jongere broer van Willem van Oranje, die - naar het Wilhelmus zegt - 'is gebleven ín Frieslandt in den slagh' bij Heiligerlee (23 mei 1568); voor Groningen het begin van de gewapende Opstand tegen de Spanjaarden (vroeger bekend als de Tachtigjarige oorlog).
    • Tot de collectieve herinnering van de Groningers behoort een ongeval in augustus 1950 op het terrein van de toenmalige groentenveiling aan het eind van de straat bij de Wilhelminakade, waarbij een rangerende trein een muur schampte die vervolgens 13 spelende kinderen bedolf. Er waren zes dodelijk gewonden.
  • Grachtstraat. De naam verwijst naar de vroegere vestinggracht.
    • 42. Woonhuis en atelier van de Groninger kunstenaar Job Hansen (1899-1960). Hansen - lid van De Ploeg - schilderde onder meer diverse keren de plantsoengracht voor zijn huis. In Hoogkerk-Ruskenveen is een Job Hansenstraat.
  • Johan Willem Frisostraat. Genoemd naar Johan Willem Friso, stadhouder van onder meer Groningen (1696-1711). Zijn stadhouderschap wordt voor Groningen eerst geëffectueerd in 1710 wegens een conflict tussen Stad en Ommelanden. Johan Willem Friso komt in 1711 om het leven als zijn koets op het veer over het Hollands Diep kapseist.
  • Kerklaan. Van Leliesingel tot spoortunnel. De oorspronkelijke Kerklaan, als 'Groene laan of -weg' al bekend rond 1560, liep door de tuinderijen ten noorden van Groningen van ongeveer de Kleine Leliestraat tot in het gebied 'achter de rijskampen' in het zuiden van de tegenwoordige wijk Paddepoel. De laan had later mede de functie van kerkenpad naar de Nieuwe Kerk. Het gedeelte van de Kerklaan 'over het spoor' is eerst omstreeks 1965 vervallen.
  • Kloosterstraat. (omstreeks 1890). Genoemd naar het voormalige Benedictijner dubbelklooster (voor monniken en nonnen) St. Catharina of 'Silowerth' (omstreeks 1170-1584). Het klooster was destijds gelegen bij de afbuiging van de Winsumerweg vanaf het Van Starkenborghkanaal. Zie verder onder Selwerd c.a.
  • Kolfstraat. De straat is genoemd naar de mennistenkolfbaan en -sociëteit 'Welgelegen' aan de Kerklaan (tot omstreeks 1810). Mennisten zijn doopsgezinden.
  • Koninginnelaan. Omstreeks 1925 genoemd naar de toen regerende koningin Wilhelmina. Zie Wilhelminakade.
  • Louise Henriëttestraat. Genoemd naar Louise Henriëtte (1627-1667), gravin van Nassau, dochter van de Groningse stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms.
  • Nassaulaan. Zie Oranjesingel.
  • Noorderbuitensingel. Van Nieuwe Ebbingestraat tot Moesstraat. Gaaf voorbeeld van een singel, de beboomde, 'verdekte' weg zoals die aan de buitenzijde van de vestinggrachten liep. Andere, nog herkenbare delen: Melkweg (voorheen Westerbuitensingel) en Grachtstraat. Ook de naam Singelweg is er van afgeleid. Het besluit tot aanleg van de singels is al genomen in 1619.
  • Noorderstationstraat. Straat genoemd naar het in 1884 geopende Noorderstation (ook wel Noorderhalte) aan de spoorlijn naar Delfzijl. De verbinding met Roodeschool dateert uit 1893. Van 1922-1938 was er, via Winsum, ook een verbinding met Zoutkamp.
    • De onderdoorgang naar de wijk Selwerd is geopend in 1973. Daarvoor ter plaatse het Noorderstationsplein. De mozaïeken in de onderdoorgang bevatten de scherven van kopjes, tegels en borden, aangedragen door omwonenden.
  • Oranjesingel. Genoemd naar het sinds 1559 met de Nederlandse gewesten verbonden (vorsten)geslacht Oranje-Nassau. Willem van Nassau (Willem de Zwijger, 1533-1584), voerde sinds 1544 tevens de titel Prins van Oranje, naar het prinsdom Orange in Frankrijk.
  • Plantsoenstraat. Bedoeld wordt het Noorderplantsoen. Zie Hortusbuurt.
  • Prinsesseweg. De weg is genoemd naar (toen nog) prinses Juliana. Zie Julianaweg (Helpman)
  • Regentessestraat. Het stadhouderlijk of koninklijk gezag is in de loop der eeuwen meermalen waargenomen door een vrouwelijk familielid van de formele ambtsdrager, meestal wegens minderjarigheid. Het begrip is vooral verbonden met koningin-regentes Emma voor haar dochter koningin Wilhelmina (1890-1898). Prinses Juliana nam in 1947 en 1948 enkele maanden het koningschap waar voor haar moeder, koningin Wilhelmina.
  • Rijskampenstraat. De naam herinnert aan de 'Weg naar de Rijskampen', een twaalftal met wilgen beplante percelen tussen de Kerklaan en de Bessemoerstraat. De wilgen waren geschikt als rijshout.
  • Selwerderstraat. Zie onder de wijk Selwerd.
  • Stadhouderslaan. De naam verwijst naar het instituut 'stadhouder': tijdens de Republiek 1595(1625)-1795 de door de Staten (van Stad en Lande) benoemde functionarissen, die een leidende rol vervulden in het kader van de defensie van het gewest, zo nodig bemiddelden in conflicten tussen Stad en Ommelanden en, vanaf eind 18e eeuw, formeel de leden van de stadsregering benoemden. In feite waren de stadhouders - in Groningen aanvankelijk afwisselend uit het huis Oranje-Nassau en het huis Nassau-Dietz (de 'Friese' stadhouders) - het invloedrijke middelpunt van een netwerk van regerende families in de Nederlandse provincies. De stadhouders hadden in Groningen geen monarchale status, maar waren vergelijkbaar met hoge ambtenaren. Tijdens hun minderjarigheid werd de functie waargenomen, in vrijwel alle gevallen door de moeder. De stadhouders - meestal tegelijkertijd ook stadhouder van ten minste Friesland en Drenthe - werden in de stad Groningen vertegenwoordigd door een luitenant-stadhouder. Groningen kende alleen 1711-1718 een stadhouderloos tijdperk.
  • Veldstraat. In 1961 gewijzigde naam voor de vroegere Bessemoersteeg. Een wijziging in Bessemoerstraat was onmogelijk vanwege de al bestaande straat onder die naam.
  • Wilhelminakade. Genoemd naar Wilhelmina Helena Pauline Maria (1880-1962), prinses van Oranje-Nassau, koningin der Nederlanden (1890-1948).
    • Omdat straatnamen, ontleend aan nog levende leden van het Koninklijk Huis, in januari 1942 op last van de Duitse bezetter niet langer werden toegestaan, heette de straat van 1942-1945 Plantsoenkade. Achtergrond van het besluit was de ergernis van de bezettende macht over de 'verbazingwekkende scheldwoorden' die Koningin Wilhelmina placht te gebruiken in haar radiotoespraken vanuit Londen ('Wie op het juiste ogenblik handelt, slaat den nazi op den kop').
  • Zwarteweg. Herkomst van de naam onbekend. Mogelijk had de oorspronkelijke wegverharding een zwarte kleur.

Korrewegwijk met Selwerderwijk en De Hoogte[bewerken]

De wijk wordt voor dit doel begrensd door de spoorlijn , het Van Starkenborghkanaal, het Oosterhamrikkanaal en de Noorderstationstraat. De Selwerderwijk (omstreeks 1955) is genoemd naar het destijds nog aanwezige restant van het Selwerderdiepje (zie onder Vervallen straatnamen). Voor tuindorp De Hoogte zie de straatnaam. In 2011 is een aantal straten genoemd naar andere tuindorpen in Nederland en België.

De Korrewegwijk kent twee onderscheiden delen: de Indische buurt en de Professorenwijk. De bebouwing kwam tot stand tussen 1896 (Hunzestraten) en 1957. De wijk is, voor wat betreft het vooroorlogse deel, in zijn geheel een beschermd stadsgezicht. Opgenomen zijn alleen de straatnamen die een toelichting behoeven.

  • Agnetapark (2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Genoemd naar gelijknamig tuindorp in Delft, gebouwd 1882-1884 op initiatief van de directeur van de Ned. Gist- en Spiritusfabriek Jacobus C. van Marken en zijn echtgenote Agneta W. J. Matthez.
  • Allersmastraat. Genoemd naar de nog bestaande borg Allersma tussen Aduarderzijl en Ezinge.
  • Almastraat. Naam van een vroegere Groninger borg, gelegen aan de Wolddijk tussen Groningen en Bedum. Ter plaatse nog een boerderij.
  • Asingastraat. Naam van een viertal vroegere borgen, onder andere in Middelstum en Ulrum.
  • Bataviastraat. Voor naamsverklaring zie Batavia. In de straat het eerste woningcomplex dat na WO II werd opgeleverd. Patrimonium (Groningen) bouwde dit complex aan de hand van plannen ontwikkeld in 1940. Halverwege de Bataviastraat staat het bronzen beeld Man in ligstoel van Hans Mes uit 1984.
  • Bedumerweg. Oude 'cleyweg' van Groningen naar Bedum. De naam komt al voor in 1257. Sinds begin 17e eeuw (1616) parallel aan het toen naar de stad doorgetrokken, al bestaande, Boterdiep. Aan de andere zijde van het kanaal de Trekweg (nu Bankastraat). Het Boterdiep is vanaf de Rodeweg tot het Van Starkenborghkanaal in 1953 grotendeels gedempt, nadat het in 1938 al was afgedamd. Aan het begin van de Bedumerweg 1912-1915 de eerste zogenaamde 'woningwetwoningen' (naar de Woningwet, 1901) en - na WO II - een busstation van de Marnedienst.
  • Bernoulliplein. Genoemd naar een Zwitserse familie van wiskundigen, waaronder Johan (1667-1748), hoogleraar aan de Groningse Hogeschool en de in Groningen geboren Daniël (1700-1782), eveneens hoogleraar, naamgever van de Wet van Bernoulli.
  • Cortinghlaan. Zie De Hoogte.
  • Diephuisstraat. Gerhardus Diephuis (1817-1892) was hoogleraar burgerlijk recht aan de Hogeschool; onder meer ook schrijver van een 13-delig commentaar op het Burgerlijk Wetboek. Het voormalige 'Noorderbad' is gebouwd in 1935.
  • Driessenstraat, Petrus. Petrus Driessen (1723-1828), hoogleraar chemie aan de Hogeschool.
  • Eyssoniusstraat. Henricus (omstreeks 1635-1695) en Rudolphus (1655-1705), hoogleraren geneeskunde, respectievelijk schei- en natuurkunde aan de Hogeschool.
  • Feithplein, Rheinvis. Genoemd naar jhr. mr. R.Feith (1848-1916), onder meer oprichter van de woningbouwvereniging 'Volkshuisvesting'(1908), die bouwde in de Indische buurt. Rheinvis is een voornaam. Zie ook Feithstraat (Herewegwijk).
  • Fivelstraat. Genoemd naar de voormalige rivier de Fivel die ontsprong in de moerassen rond Hoogezand en Kolham en uitmondde in de Fivelboezem, aanvankelijk ter hoogte van Westeremden.
  • Gratamastraat. Bernard Jan Gratama (1822-1886), hoogleraar aan de juridische faculteit van de Hogeschool.
  • Hamburgerstraat. Hartog Jacob Hamburger (1859-1924), was hoogleraar fysiologie aan de Rijksuniversiteit. De naam Hamburgerstraat 1943-1945 op last van de Duitse bezetter gewijzigd (in Bollandstraat).
  • Hamelstraat, Van. Anton Gerard van Hamel (1842-1907) was hoogleraar Franse taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit.
  • Hendrikszstraat, Petrus. Petrus Hendriksz (1779-1843), hoogleraar ontleed- en heelkunde aan de Hogeschool.
  • Hermanstraat. Naar de 14e-eeuwse Herman, burggraaf van Coevorden, heer van Selwerd, die bij het vaststellen van de straatnaam werd verondersteld bewoner te zijn geweest van het Cortinghhuis. In werkelijkheid woonde hij (met Ida van Selwerd) op het kasteel Selwerd.
  • Heijplaat. (2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Naam van een wijk in de Rotterdamse deelgemeente Charlois. Oorspronkelijk ontworpen als tuindorp voor arbeiders van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Gebouwd 1914-1920.
  • Heymanslaan. Genoemd naar Gerard Heymans (1857-1930), vermaard hoogleraar wijsbegeerte en psychologie aan de Rijksuniversiteit.
  • Hoogte, De. Straatnaam en buurtnaam voor het tuindorp De Hoogte (1919) op het verhoogde terrein van de middeleeuwse borg het Cortinghheem of Cortinghhuis in een meander van de Hunze (in het gebied Borchmanneham), 'omgestort' in 1338. Het tuindorp is uitgebreid tot de spoorlijn in 1931.
  • Hunzestraat. Eerste en Tweede Hunzestraat: zie Beijum c.a.
  • Idastraat. Naar Ida van Selwerd (omstreeks 1360), echtgenote van Herman van Coevorden; zie Hermanstraat; vgl. ook Vrijdemaweg (Oosterparkwijk).
  • Kapelleveld. (2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Naam van een tuindorp in de Belgische gemeente St. Lambrechts-Woluwe. Oorspronkelijk gebouwd 1922-1926.
  • Kapteynlaan, J.C.. Jacobus Cornelius Kapteyn (1851-1922), wereldberoemd hoogleraar astronomie aan de RUG.
  • Kerckhoffstraat, P.J. van. Petrus Johannes van Kerckhoff (1813-1876), hoogleraar chemie aan de Hogeschool.
  • Korreweg. Al genoemd in 1503 als Curreweg, een landweg precies op de grens van het Wester- en het Oosterstadshamrik. Curre is waarschijnlijk een familienaam; er is ook sprake van een Currehof. Ontsluitingsweg voor de Korrewegwijk met (tot 1912) de Korrebrug over het Boterdiep bij de Rodeweg; eerder de Korretil (plm. 1603) over het Selwerderdiep. Aan de Korreweg (bij de Singelweg) begin 20e eeuw het Noordersportterrein en houten wielerbaan.
    • Ter hoogte van de huidige Ambonstraat 1883-1934 een diaconiegast- of armenhuis (Avondrust).
    • Bij nr. 124. het gasthuis 'Rustoord', vanaf 1924. Daarachter het Ubbenagasthuis.
    • 198. Sionskerk. Gebouwd 1934 als Ned. Herv. Kerk; als zodanig gesloten 1984. Nu deels een moskee.
  • Krolbrug, Gerrit - (Gerrit Krolbrug). Sinds 2005 naam voor de vroegere Korrebrug over het Van Starkenborghkanaal in het verlengde van de Korreweg. Gerrit Krol (1934 -2013), wiskundige, bekend als schrijver van een bijzonder oeuvre, onder meer van het verhaal 'De zoon van de levende stad' en van de roman 'De oudste jongen' over zijn jeugd in Groningen. Citaat: 'Na een lange fietstocht was ik pas terug in de stad wanneer ik het ronde 50 km-bord passeerde met daarboven de naam Groningen, die mij zo vertrouwd was dat daar net zo goed Gerrit Krol kon staan, vond ik.' Gerrit Krol woonde tijdens zijn leven tweemaal op de Korreweg (tijdens zijn jeugd op Korreweg 74).
  • Landstraat. Nicolaas Karel Frederik Land (1859-1903)was hoogleraar burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit.
  • Lansink, Het. (2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Bedoeld wordt tuindorp Het Lansink in Hengelo (O), gebouwd vanaf 1911 op initiatief van de fabrikant C.F.Stork.
  • Mulderstraat, Johannes. Johannes Mulder (1769-1810), hoogleraar anatomie aan de Hogeschool.
  • Nieuwendam.(2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Tuindorp rond het Purmerplein in de Amsterdamse wijk Tuindorp Nieuwendam. Oorspronkelijk gebouwd 1924-1927.
  • Oostzaan. (2011) Tussen Poortstraat en Zuilen. Naam van het oorspronkelijke tuindorp in de huidige Amsterdamse wijk Tuindorp Oostzaan. Oorspronkelijk gebouwd 1921-1926.
  • Oppenheimstraat. Jacques Oppenheim (1849-1924), gemeentesecretaris van Groningen (1873-1885), hoogleraar staatsrecht aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit. De naam Oppenheimstraat 1943-1945 gewijzigd in Hendrik Westerstraat.
  • Petersstraat, C.H.. Cornelis Hendrik Peters (1847-1932). Geboren in Groningen. Architect van onder meer het oude Groninger Museum aan de Praediniussingel en van het vroegere postkantoor op de Munnekeholm. Auteur van een tweetal architectuurhistorische boeken over Groningen en de Ommelanden (1907 en 1921).
  • Reigerstraat Wijbrand Adriaan Reiger (1842-1910), hoogleraar staatshuishoudkunde, statistiek en volkenrecht aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit.
  • Reinautstraat. Genoemd naar een zoon van Herman van Coevorden en Ida van Selwerd, burggraaf van Coevorden. Zie Hermanstraat en Idastraat.
  • Rodeweg. Het begin van de (bepuinde) trekweg langs het Boterdiep. Waarschijnlijk genoemd naar de kleur van de wegverharding.
    • Op de hoek met de Korreweg voorheen het café 'De Oude Snikstal', het vertrekpunt van de snikken naar het Hogeland (oorspronkelijk 1771). Zie gevelsteen.
  • Star Numanstraat. Genoemd naar Cornelis Star Numan (1807-1857), hoogleraar staatsrecht aan de Hogeschool.
  • Stinsstraat. Verkorting van 'stenen huis', te weten het Cortinghhuis.
  • Swinderenstraat, Van. Theodorus van Swinderen (1784-1851), hoogleraar natuurlijke historie en pedagogiek; schoolopziener.
  • Tellegenstraat. Bernardus Dominicus Hubertus Tellegen (1823-1885), hoogleraar staatsrecht aan de Hogeschool.
  • Terdelt. (2011) Van Poortstraat tot Zuilen. Naam van een oorspronkelijk tuindorp in de Brusselse gemeente Schaarbeek, gebouwd 1921-1926. Terdelt: in het dal.
  • Zuilen.(2011) Ten zuiden van de Plataanlaan. De naam ontleend aan een oorspronkelijk tuindorp rond de De Lessepsstraat in Utrecht, bestemd voor geschoolde arbeiders van Werkspoor. Gebouwd 1913-1917.

Leegkerk, Slaperstil en Dorkwerd[bewerken]

Leegkerk is een buurtschap aan de Leegeweg. De kerk, gelegen op een wierde, dateert uit omstreeks 1300. Dorkwerd - wierde met dork of derrie - is een dorp of buurtschap op een wierde aan de Hoogeweg. De kerk dateert uit de 13e of 14e eeuw. Slaperstil: zie onder.

  • Gaaikemadijk. Vanaf de Friesestraatweg tot gemeentegrens (en verder naar de Dorkwerderbrug). De weg is genoemd naar de nog bestaande de boerderij Gaaikemaheerd; het stamhuis van het hoofdelingengeslacht Gaykema of Gaykinga in het kerspel Wierum.
  • Leegeweg. Lage weg (in tegenstelling tot de Hoogeweg). De weg voerde oorspronkelijk van de Friesestraatweg via Leegkerk en de Zijlvesterweg naar de toenmalige 'Nieuwe til' over het Aduarderdiep (plm. 1830). Zie ook Tichelwerkpad.
  • Noodweg. De weg verbindt twee delen van de Zijlvesterweg. De weg komt al voor op de eerste kadastrale kaart van Groningen (1830). De naam verwijst naar de 'notwegen', wegen vanuit een dorp naar de landerijen rondom. 'Not' is Oud-Fries voor 'graan'.
  • Slaperstil. Buurtschap aan de Friesestraatweg bij de kruising met de Zijlvesterweg. In het Gronings Sloaperstil. Eigenlijk de naam van een brug (til) in laatstgenoemde weg, die tevens diende als slaperdijk, de waterkering aan de noordelijke rand van het afwateringsgebied Lieuwerderwolde, nu de scheiding tussen de polders Jonge Held en De Eendracht. De naam Sloaperstil kreeg rond 1985 een specifieke betekenis als titel van een veelbeluisterd programma voor Radio Noord op zondagmorgen, waaraan werd meegewerkt door Ede Staal.
  • Tichelwerkbrug. Fietsbrug over het Aduarderdiep tussen Tichelwerkpad en Aduarderdiepsterweg (2009). In de buurt van de brug heeft een tichelwerk (steenbakkerij) van het Aduarder klooster gelegen.
  • Tichelwerkpad. Sinds 2009 rijwielpad tussen Leegeweg en Tichelwerkbrug.
  • Woltersweg, Evert Harm. De weg ligt, ten noorden van Dorkwerd, voor een deel op Gronings grondgebied. Verderop ligt de weg in de gemeente Zuidhorn. Evert Harm Wolters (1912), woonachtig in Dorkwerd, was tijdens WO II lid van de KP (Knokploegen). Verzorgde onderduikers; leidde de meistaking 1943 in Aduard en omstreken. Op 14 april 1945 - Hoogkerk was al bevrijd - sneuvelde hij (met anderen) aan de Gaaikemadijk in een vuurgevecht met terugtrekkende Duitse troepen.
  • Zijlvesterweg. De weg, die de oeverwallen van de voormalige Hunsinge volgt, is genoemd naar het Aduarder zijlvest, de waterschapsorganisatie voor onder meer het gebied Lieuwerderwolde, waarvan de wortels teruggaan tot 1194.

Corpus den Hoorn, Piccardthof[bewerken]

Het beschreven gebied wordt begrensd door de A7 in het noorden, het Noord-Willemskanaal in het oosten, de gemeentegrens in het zuiden en westen. De wijk Corpus den Hoorn ontleent de naam aan de Corpus den Hoornlanden, zo genoemd in 1597, het terrein waarop eerder het convent (kloostergemeenschap: corpus) voor religieuze vrouwen 'Maria's klooster op den Horn' of 'Maria ter Horne' stond (de z.o. hoek van de kruising Paterswoldseweg/Laan Corpus den Hoorn). Het klooster voor het eerst genoemd in 1322, opgeheven omstreeks 1572. Aan de Hoornsedijk ook de vroegere Harense buurtschap De Hoorn (in een hörn/hoek of kromming van de A). In de wijk (Donderslaan) 1960-1992 nog de r.-k. kerk Maria ten Hoorn.

Voor de naam Piccardthof (1985-1995) zie Piccardtlaan; voor Ter Borch (Groningse gedeelte, vanaf 2005) zie Ter Borchlaan. Alleen straatnamen die om toelichting vragen worden genoemd.

  • 16 aprillaan. Op maandagavond 16 april 1945 was Groningen, na gevechten die aanvingen op vrijdagmiddag 13 april, volledig bevrijd van de Duitse bezetter (uitgezonderd het gebied ten noorden van het Van Starkenborghkanaal). De bevrijders rukten destijds op via de Paterswoldseweg.
  • Bezettingslaan. De bezetting van Nederland door Duitse troepen tijdens WO II duurde van 10 mei 1940 tot 5 mei 1945.
  • Boekhovenstraat, G.J.. Verzetsstrijder WO II (1912-gefusilleerd 19 maart 1945). Gerrit Jacobus Boekhoven, bedrijfsleider Noord-Nederlandse Clichéfabriek; speelde een centrale rol in het verzet in het Noorden. Verzorgde identiteitsbescheiden en de uitreiking van bonkaarten; verleende namens het Nationaal Steunfonds financiële hulp aan Joodse Nederlanders, onderduikers en spoorwegstakers.
  • Bruilweering. Van Piccardtlaan tot Ter Borchlaan. Een bruilweering is een dijk langs een moerassig stuk land.
  • Canadalaan. De bevrijding van Groningen vond plaats door eenheden van een Canadees geallieerd leger.
  • Clingeborgpad. Rijwielpad van Schweitzerlaan tot Ter Borchlaan. De naam verwijst naar de bodemkundige ing. Arend Eibe Clingeborg (1931-1998; oorspronkelijke achternaam Klungel), de ontdekker van een aantal veenterpjes in het gebied. Het pad loopt onder meer tussen twee door hem gekarteerde terpjes bij de Piccardthofplas die in de negentiger jaren nog gaaf bleken. De veenterpjes, uit de periode 1150-1250, elk met een enkel huis, dienden mogelijk alleen voor zomerbewoning.
  • Deportatiestraat. Het wegvoeren van vooral Joden en verzetsstrijders naar werk- en/of vernietigingskampen. Uit Groningen zijn in 1942 en 1943 omstreeks 2750 Joden gedeporteerd. Slechts een tiental is uit de kampen teruggekeerd. Er zijn omstreeks 250 verzetsstrijders omgekomen.
  • Diemerstraat, J.H. . Verzetsstrijder WO II (1904-bij concentratiekamp Neuengamme 31 mei 1945). Dr. Johann Heinrich (Harry) Diemer was bioloog en wetenschappelijk medewerker RUG. Verzette zich tegen zijn NSB-hoogleraar, verleende hulp aan ondergedoken studenten en aan spoorwegstakers; gaf nog tijdens zijn gevangenschap lezingen, onder meer over Calvinistische wijsbegeerte. Het kamp Neuengamme werd op 29 april 1945 bevrijd.
  • Distributiestraat. Distributiemaatregelen voor levensmiddelen en andere goederen golden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog van 1939 tot 1952. In laatstgenoemd jaar was ook koffie niet meer 'op de bon'. Ook tijdens WO I was een distributiestelsel van kracht (1916-1918).
  • Doumastraat, R.. Verzetsstrijder WO II (1910-concentratiekamp Bergen-Belsen 9 maart 1945). Ds. Rinze Douma was gereformeerd predikant. Organiseerde de contacten tussen verschillende verzetsgroepen in het noorden; trad tijdens zijn gevangenschap op als pastoraal verzorger van zijn medegevangenen.
  • Evenhuisdam, Jan (2014). Genoemd naar Jan Evenhuis, raadslid voor de VVD 1982-2014.
  • Gasthuiskade. Naam voor een kade langs het Hoornsemeer. De naam verwijst naar het Gasthuisland, de landerijen ter plaatse die in eigendom waren van een gasthuis.
  • Hoornsediep. De (straat)naam verwijst naar het gelijknamige diep, een al in de 14e eeuw vergraven deel van de Drentse A. In de 19e eeuw opnieuw vergraven tot het Noord-Willemskanaal. Een deel van het oorspronkelijke Hoornsediep is, langs de Hoornsedijk, nog herkenbaar.
  • Hoornsedijk. Vanaf Laan van de Vrede. Weg langs de westzijde van het Noord-Willemskanaal en langs delen van het Hoornsediep.
    • Aan de Hoornsedijk de meest bekende stadsmarkering: een elektriciteitsmast met zeven metalen vlamvormen (de gaswinning in de provincie Groningen), die in de loop van een week achtereenvolgens worden verlicht zodat aan het eind van de week zeven vlammen te zien zijn. Verder op de mast tweemaal per dag het oplichtende tijdstip van 10.40 uur; in jaren het jaartal waarop Cruoninga voor het eerst in een betrouwbaar historisch document wordt genoemd (Forster, 1990). Geplaatst ter gelegenheid van het 950-jarig bestaan van de stad Groningen.
    • Ook aan de Hoornsedijk een sculptuur onder de naam Proathoes. 'Met zijn object wil de kunstenaar de mensen tot stilstand brengen en toevallige ontmoetingen mogelijk maken'. (Frank Havermans, 2012)
  • Hoornsemeer. Naam voor de woonbuurt aan het gelijknamige meer (zie Paterswoldsemeer).
  • Hoornseschans. De wal tussen de Clara Wichmanstraat en de Veenweg rond de buurt Hoornsepark. De uitgang 'schans' heeft hier geen betrekking op een verdedigingswerk.
  • Invasiestraat. Bedoeld wordt de invasie van geallieerde legers op de Franse westkust op 6 juni 1944. Met de invasie begon de bevrijding van West-Europa.
  • Leggerstraat, F.. Verzetsstrijder WO II (1917-gefusilleerd 6 november 1944). Frederik Legger, inspecteur levensverzekeringen, was leider van een gewapende verzetsgroep KP (KP = Knokploegen) en districtshoofd Nationaal Steun Fonds.
  • Noord-Willemskanaal. Naam van het in 1861 gereedgekomen kanaal tussen Assen en Groningen. Het is genoemd naar koning Willem III. Het kanaal wordt in Stad ook wel aangeduid als het Hoornsediep. Zie aldaar.
  • Noppenstraat, L.M. van.. Verzetsstrijder WO II (1917). Leendert Martinus van Noppen, werkzaam bij de brandweer, was lid van het gewapend verzet KP in Groningen (KP = knokploegen). Neergeschoten tijdens arrestatie en in Huis van Bewaring overleden 11 maart 1945.
  • Onlandsedijk. Van J.M. den Uylstraat tot Hoornsedijk. Onland is onbruikbaar (moeras)land. De naam dateert al uit de middeleeuwen. Vergelijk de namen Bruilweering en Euvelgunnerweg.
  • Paaipad. Wandelpad vanaf Paterswoldseweg, met name ten behoeve van patiënten Martiniziekenhuis. Vooralsnog geen verklaring voor de naam.
  • Paterswoldsemeer. Het meer is in de 19e eeuw geleidelijk ontstaan door veenafgraving in het Neerwold door Friese verveners (vgl. de naam Friese veen). Rond 1830 bereikte het meer z'n grootste omvang; tussen 1971 en 1980 is het uitgebreid met het Hoornsemeer en de Hoornseplas.
  • Paterswoldseweg. Zie onder Schilderswijk c.a. De omleiding van het begin van de Veenweg tot de gemeentegrens dateert uit 2002.
  • Piccardtlaan. Van Campinglaan tot Bruilweering. De weg leidt naar het volkstuinencomplex Piccardthof (geopend in 1942). Jan Hendrik Herman Piccardt (1866-1956), onder meer oud-burgemeester van Adorp en Finsterwolde, was adviseur van het eerste bestuur. De namen van het natuurmonument Piccardthofplas en de buurt Piccardthof zijn naderhand van die van het volkstuincomplex afgeleid.
  • Sterringastraat, G.. Verzetsstrijder WO II (1876- concentratiekamp Buchenwald 19 januari 1944). Geert Sterringa, onderwijzer, was eindredacteur van het illegale communistische blad 'Het Noorderlicht' (1941). Nog in het kamp zong hij socialistische strijdliederen en sprong hij in voor medegevangenen. Sterringa had voor WO II al een lange politieke carrière achter de rug in de Communistische Partij van Nederland (CPN). In het bijzonder was hij werkzaam voor de Internationale Rode Hulp, die onder meer vluchtelingen uit de Duitse Emslandkampen opving en onderbracht.
  • Ter Borchlaan. De laan verwijst naar een vroegere havezathe in Eelde, gebouwd in 1646, afgebroken in 1799. Ter Borch eigenlijk: op de hoogte (van de burchtheuvel van een in de middeleeuwen op de plaats van de havezathe gelegen waterburcht). De landerijen in de huidige wijk Ter Borch waren eigendom van de familie (Sigers) Ter Borch, bewoners van de havezathe.
  • Veenweg. (Oorspronkelijk het verlengde) van de Paterwoldseweg (ter hoogte van het Martiniziekenhuis) tot bij de gemeentegrens. De naam duidt op het veengebied Neerwolde.
  • Wagenaarstraat, J.. Verzetsstrijder WO II (1906-gefusilleerd 19 september 1944). Johannes Wagenaar, inspecteur van een verzekeringsmaatschappij, vervalste documenten, verleende hulp aan onderduikers, leidde in het Noorden de verspreiding van het illegale landelijke communistische blad 'De Waarheid'.
  • Zunneriepe. Rijwielpad langs de westelijke (zon)zijde van het Hoornsemeer. Vergelijk de 'glène riepe' aan de Vismarkt.

Vinkhuizen, De Held, Gravenburg en Reitdiep[bewerken]

Het beschreven gebied wordt begrensd door de gemeentegrens in het noorden, het Reitdiep in het westen, het Hoendiep en het Kliefdiep in het zuiden en de Noodweg in het westen. Het gebied behoorde tot 1969 grotendeels bij de gemeente Hoogkerk. Voor de naamgeving van de afzonderlijke wijken zie onder. Niet alle straatnamen worden toegelicht.

  • ACM-brug. Fietsbrug over het Reitdiep tussen Donghornsterpad en Jaagpad (2009). De brug is genoemd naar de hier gelegen (deels gerenoveerde) vroegere panden van de Aan- en Verkoop Coöperatie Meppel (1999), een bedrijf in veevoeders, zaai-en pootgoed, gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen aan de Friesestraatweg (139). Tot 1981 stond het bedrijf bekend als Aankoopcentrale Groningen.
  • Arwerd. Genoemd naar een wierde tussen Holwierde en Leermens. Eerder genoemd Arnwerd of Arendswierde.
  • Barwerd. Nog bewoonde wierde onder de naam Barnwerd bij Oldehove. Betekenis van de naam: onbegroeide hoogte.
  • Beswerd. Wierde ten noordoosten van Fransum. De naam afgeleid van de mansnaam Bokse.
  • Bunderriet. De Bunderriet is genoemd naar een prielenstelsel in de oostelijke Dollard. Bunde zelf ligt in Duitsland ten oosten van Nieuweschans.
  • Cockstraat, De. Hendrik de Cock (1801-1842) was predikant te Ulrum sinds 1829. Hij verzette zich tegen leer en leven binnen de toenmalige Hervormde Kerk. In 1834 komt het tot een Afscheiding die landelijk navolging krijgt. De Christelijke Afgescheiden gemeenten gaan in 1892 op in de Gereformeerde Kerken in Nederland, die met name in het westen van de provincie aanhang vinden.
  • Donghornsterpad. Fietspad tussen Friesestraatweg en ACM-brug (2009). De Donghorn (ook wel Dodingehorn: hoek van Doede) was de benaming voor de scherpe bocht in het Reitdiep bij de huidige Van Goghstraat. De naam komt al voor in 1339; de bocht is afgesneden in 1848. Donghorn lag aan de grens van de marke (stadstafel) van Groningen.
  • Eekwerd. Naam van een wierde tussen Wirdum en Eenum. Betekenis van de naam: wierde met eiken.
  • Friesestraatweg. In de wijk Vinkhuizen aan de Friesestraatweg (290) de voormalige Coöperatieve Melkproductenfabriek "De Ommelanden' (gesloten 1995). Het bedrijf staat in de stadsgeschiedenis bekend om een zeer langdurige werkstaking (augustus 1952-oktober 1953).
    • 422. De oudste nog bestaande boerderij in de provincie Groningen (1610), de boerderij 't Hooihuis, gebouwd op een 12e-eeuwse wierde.
    • Ter hoogte van perceel 400 een sculptuur, de verbeelding van een ruïne van een 19e-eeuwse Groningse fabrieksschoorsteen, met negen bronzen takken die staan voor onverzettelijkheid (Thom Packney). Monument voor het industrieel verleden van Groningen. Geplaatst in het kader van het project Stadsmarkering ter gelegenheid van de viering van het 950-jarig bestaan van de stad.
  • Gravenburg. De naam van de wijk is ontleend aan die van een nog bestaande boerderij aan de Zijlvesterweg, naar de overlevering wil ooit met een onderaardse gang verbonden met de St. Bernardabdij in Aduard.
  • Held, De. Stadswijk genoemd naar de polders De Jonge Held (1828) en De Oude Held (1797), respectievelijk ten noorden en ten zuiden van de Leegeweg. De molen van de polder Jonge Held draagt dezelfde naam en staat bij Slaperstil . De molen van de Oude Held is in 1882 vervangen door een gemaal.
  • Helwerd. Wierde te midden van drassig, hel of hol, terrein. Op de wierde Helwerd (tussen Usquert en Rottum) vond de ontmoeting plaats van de prediker Liudger met de blinde bard Bernlef (omstreeks 785).
  • Hoogeweg. Oudere naam voor de Friesestraatweg, na 1843 nog gehandhaafd voor de weg naar Dorkwerd/gemeentegrens.
  • Hooglandsterpad. Van Blauwbrugje tot Hoogeweg. Genoemd (2011) naar het 'hoogland' ten westen van het Reitdiep.
  • Joeswerd. Naam van een wierde bij Oostum, al genoemd in het jaar 744.
  • Jukwerd. Oude wierde bij Appingedam, de naam afgeleid van de mansnaam Jukka.
  • Kenwerd. Wierde ten westen van Oldehove. Oudere naam: Chine wierde of (vermoedelijk) Christuswierde.
  • Kleiwerd. 'Wierde van klei', gelegen ten westen van Dorkwerd, aan de vroegere waterloop de Hunsinge.
  • Möllerstraat. Naam van een straat in Gravenburg, genoemd naar mgr. dr. J.B.W.M. Möller, r.-k. bisschop van Groningen (1969-1999).
  • Okswerd. Wierde ten westen van Noordhorn, tegenwoordig een streek ten zuiden van de Rijksstraatweg. Naam ontleend aan de mansnaam Ox of Okke (os of stier). Strijdtoneel in drie veldslagen. In 1417 tussen Schieringers en Vetkopers; in 1498 tussen legeraanvoerder van Albrecht van Saksen Nittert Fox en troepen uit de stad Groningen; in 1581 tussen de Spanjaarden en Staatse troepen onder graaf Willem Lodewijk. De strijd concentreerde zich rond de toenmalige Oxwerderzijl in het Stille Diep, die werd verdedigd vanuit een blokhuis in de nabijheid.
  • Professor Uilkensweg. Zie Selwerd c.a.
  • Reitdiep. De naam van de gekanaliseerde rivier tussen Groningen en Zoutkamp, voorbij Wierumerschouw voor een deel nog samenvallend met de oorspronkelijke loop van de rivier de Hunze. Het gedeelte Groningen-Dorkwerd is gegraven rond in de eerste helft van de 14e eeuw; de verbinding Dorkwerd-Wierumerschouw rond 1385. Bij Wierumerschouw bestond toen al een afwateringskanaal voor Lieuwerderwolde, dat uitmondde in de Hunze. Het Reitdiep (oorspronkelijk kronkelende, maar deels vergraven rivier) diende als afsnijding van de sterk meanderende A en, meer noordelijk, van de Hunze zelf. Het Reitdiep vormde tot 1876 (opening Eemskanaal) voor de haven van Groningen de verbinding met de Noordzee. De nog in aanbouw zijnde stadswijk heeft ook de naam Reitdiep gekregen. De Reitdiephaven dateert uit 2008.
  • Slenk. Van Hoogeweg tot Professor Uilkensweg. Een slenk is een ondiepe geul. De naam (2011) in dit geval gerelateerd aan het kwelderlandschap van Groningen, zoals ontstaan in buitendijks aangeslibd land.
  • Solwerd. Genoemd naar een wierde ten oosten van (in) Appingedam. 'Sol' betekent 'pol': wierde in drassig gebied (vgl. Paddepoel).
    • Bij de brug naar Helwerd een monument voor de bemanning van een Britse Lancasterbommenwerper die op 23 mei 1944 ter plaatse is neergestort, na te zijn beschoten door een Duitse nachtjager. Twee leden van de zevenkoppige bemanning overleefden de crash. De anderen zijn begraven in Hoogkerk.
  • Tarralaan. In het Westpark vanaf Johan van Zwedenlaan. De laan (2011) is gelegen op een voormalige tarrabult van de suikerfabriek. Tarra is slib, gevormd door de afgespoelde aarde van de suikerbieten.
  • Tjariet De naam van een tweetal waterlopen in het noordoosten van de provincie. De naam afgeleid van het Oud Friese 'tja' (= grens) en 'riet' (= stromend water).
  • Verswerd. Genoemd naar een voormalige wierde aan het einde van de huidige Zernikelaan. Oorspronkelijke - door de raad vastgestelde - naam: Trekwerd. Erop gewezen dat een wierde onder die naam in Groningen niet bestaat (bedoeld was overigens de naam Tuikwerd) is de benaming van het pad alsnog gewijzigd.
  • Vinkhuizen. De wijk (bebouwd vanaf 1967) is genoemd naar een drietal boerderijen: Grote, Kleine en Nieuwe Vinckhuis, gelegen in het het 'Vinckelandt', later de polder De Oude Held. Vinkenland is land dat slechte turf oplevert: zeeklei op veen (derrie).
  • Weiwerd. Genoemd naar een wierde bij Delfzijl: wierde te midden van hoge wage of wei (golven).
  • Zijlsterried. Het Zijlsterried is een waterloop tussen Kollum (Fr.)en het Oud Dokkumerdiep

Selwerd, Tuinwijk, Paddepoel, Zernike[bewerken]

Het beschreven gebied wordt begrensd door de gemeentegrens in het noorden, het Van Starkenborghkanaal in het oosten, de spoorlijn in het zuiden en het Reitdiep in het westen. De naam van de wijk Selwerd (wierde met een enkel huis) is ontleend aan de gelijknamige heerlijkheid ten noorden van Groningen, waarschijnlijk al voor het jaar 1000 in het bezit van de bisschoppen van Utrecht als enclave in de gouw Hunsingo. In 1460 krijgt de stad Groningen zelf de rechtsmacht in het gebied; na 1795 (1808) behoort het tot de gemeente Noorddijk; vanaf 1969 tot de gemeente Groningen. Zie verder Laan naar het Klooster.

Voor De Paddepoel: zie Paddepoelsterweg; voor Zernike: zie Zernikelaan. De zogeheten Tuinwijk is een buurt ter weerszijden van de Moesstraat 'over het spoor', daterend uit de eerste helft van de vorige eeuw. Alleen specifiek Groningse straatnamen worden toegelicht.

  • Bessemoerstraat. Van K. de Vriezestraat tot Wilgenlaan. Achter de tuinderijen aan de Moesstraat liep oorspronkelijk de Bessemoersteeg; de naam in 1920 gewijzigd in -straat. Bessemoer mogelijk te lezen als (Gron.) bezzemmoor: drassig land begroeid met bezemkruid (gele brem). Letterlijk ook: 'Beste moer' (moeder), te weten Maria Louise van Hessen-Kassel, prinses van Oranje en Nassau (1688-1765), de zeer geziene echtgenote van de stadhouder van Groningen en Friesland, Johan Willem Friso (1696-1711). 'Maaike meu' (in Friesland) was ook regentes voor de latere stadhouder Willem IV. Bessemoer: vrouwelijke tegenhanger van 'bestevaer'.
    • De Bessemoersteeg komt ook voor als Beppesteeg (Fries: grootmoeder) of Bezemersteeg. De Bessemoersteeg aan de stadskant van het spoor (bij de Zwarteweg) kreeg in 1950 de naam Veldstraat.
  • Blauwborgje. In Groningen: 't Blauwbörgje. Naam van een vroegere boerderij bij het Reitdiep ter hoogte van de gelijknamige straat, geliefd object voor de schilders van 'De Ploeg'.
  • Blauwbrugje. Fietsverbinding bij de Plataanbrug over het Reitdiep tussen de wijken Reitdiep/Vinkhuizen en Zernike/Paddepoel (2011). De naam is afgeleid van die van het Blauwborgje/Blauwbörgje.
  • Bunders, De. Een bunder land is gelijk aan 1 ha.
  • Concordiastraat. De straat is genoemd naar de voormalige r.-k. woningbouwvereniging 'Concordia' (1919).
  • Crematoriumlaan. Van Zernikelaan tot Crematorium Groningen, dat is gelegen aan de westzijde van de begraafplaats Selwerderhof. Het Crematorium is geopend in 1960.
  • Deimten, De. Oppervlakte land die in een dag (met de hand) kon worden gemaaid: omstreeks 0,50 ha.
  • Flankeurspoort. Flankeurs: de studentencompagnie van de Groningse Hogeschool tijden de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen (1831).
  • Grazen, De. Oppervlaktemaat voor grasland. Eén gras (plm. 0.5 ha) bood voldoende ruimte voor het weiden van één koe.
  • Grouwelerie.. De naam verwijst naar de boerderij-herberg (sinds plm. 1750) onder de naam Grouwelderij aan de Paddepoelsterweg. De boerderij is nog steeds aanwezig. Grouwel: watergruwel of krentjebrij (gort met bessensap en krenten).
  • Iepenlaan. De Iepenlaan buiten de ringweg vormt het restant van de oude weg naar Adorp/Winsum, in de 20e eeuw bekend als Winsumerstraatweg. De weg heeft alle betekenis verloren na het gereedkomen van het Van Starkenborghkanaal (1938). Aan dit gedeelte van de Iepenlaan liggen de Joodse begraafplaats (1909), een tweetal noodbegraafplaatsen (1944 en 1946) en de begraafplaats Selwerderhof (1949) met een islamitische begraafplaats (1987). Op de Selwerderhof bevindt zich een gedenkplaats (in de vorm van een lage muur) voor de 136 Groningse militairen, gevallen tijdens de 'politionele acties' in het toenmalig Nederlands-Indië (1947-1948). een monument voor een gevallene bij de Nederlandse Spoorwegen tijdens WO II en een gedenksteen voor overledenen die in eenzaamheid zijn gestorven (2012).
  • Jukken, De. Hoeveelheid land die in één dag door een juk (koppel)ossen kan worden geploegd: omstreeks 0,5 ha.
  • Kadijk. Een kadijk is een zomerdijk.
  • Koegangen, De. Oppervlakte grasland waarop een koe in de zomer voldoende voedsel vindt: omstreeks 74 are (7.400 m²).
  • Laan naar 't Klooster. Vanaf 1170 deel van het kerkenpad van het Benedictijner St. Catharinadubbelklooster Maria Virgo (voor monniken en nonnen) naar de kerk van Dorkwerd. Het klooster, gelegen ter plaatse van de huidige boerderij 'Groot Klooster' aan de Winsumerweg bij de Tjardaweg, heeft bestaan van omstreeks 1215-1584. Tegenwoordig voert de Laan naar het archeologisch beschermde terrein 'De Huppels', de plaats waar in de middeleeuwen het versterkte steenhuis 'kasteel Selwerd' stond. Het kasteel is verwoest in 1338 en gesloopt in 1361. Het werd bewoond door leden van de Groninger prefectenfamilie Van Selwerd.
  • Landleven. Naam van een vroegere boerderij in de buurt van het huidige Crematorium.
  • Magna Petestraat. Magna Pete: streeft naar het hogere; de naam van de vroegere vrouwelijke studentenvereniging aan de RUG (opgericht 1898, gefuseerd met studentenvereniging Vindicat atque Polit 1970. De naam dateerde uit 1912).
  • Moesstraat. Deel van de weg 'buiten de Boteringepoort' door de moeskerijen; bij de huidige Noorderbegraafplaats (1828) overgaande in een weg naar Paddepoel/Wierum (Sleedoornpad) en een weg naar Adorp/Winsum (zie Iepenlaan).
  • Mudden, De. Hoeveelheid land die met een mud zaad bezaaid kan worden: omstreeks 40 are ( 4.000 m²).
  • Mutua Fidesstraat. Wederzijdse trouw: de naam van de (sinds 1970 gezamenlijke) sociëteit van de studentenverenigingen Vindicat atque Polit en Magna Pete.
  • Nadorstplein. Het plein draagt de naam van een boerderij (met een horecafunctie) aan de Oude Adorperweg. In de historie is sprake van nog een tweede boerderij, iets noordelijker gelegen aan dezelfde weg, die later bekendstaat als De Oude Nadorst. De naam Nadorst staat veelal voor een herberg annex uitspanning 'waar de dorst kan worden gelest'.
  • Nettelbosje. Netelbosje: naam van voormalige boerderij aan de Winsumerstraatweg (de huidige Iepenlaan).
  • Nijenborgh. Naam van een voormalig 17e-eeuws landhuis 'buiten de Boteringepoort', plaats van samenkomst van een Groningse letterkundige kring, waaronder de dichteres Sybille van Griethuijsen.
  • Paddepoelsterweg. Oorspronkelijk vanaf de Moesstraat bij de huidige Noorderbegraafplaats. Vanouds landweg door de streek Hoge en Lage Paddepoel. 'Paddepoel': waarschijnlijk pol (hoogte) van Pada (mansnaam). Het gebied behoorde aanvankelijk tot het zelfstandige rechtsgebied Selwerd.
    • Aan de Paddepoelsterweg aan de loop van de (verlandde) sloten nog herkenbaar het driehoekig galgenveldje van Selwerd. Het lag aan het einde van de toenmalige Penningsdijk, de grens met de marke van Groningen. Het bestaan ervan wordt gememoreerd in een kunstwerk (met gedicht) in de berm van de weg: 'Waar de dood mij wacht, ben ik werkelijk alleen....' (Lammert Tiesinga).
  • Pondematen, De. Het gewicht van een pondemaat varieerde in het gewest Groningen van omstreeks 360 - 545 gr.
  • Professor Uilkensweg. De weg is genoemd naar Jacobus Albertus Uilkens (1772-1825), predikant, schoolopziener en eerste hoogleraar landhuishoudkunde aan de Hogeschool. Landelijk erkend als innovator van landbouwtechnieken. De ligging van de weg (deels door de wijk Reitdiep) symboliseert de verbondenheid tussen landbouw en wetenschap. Uilkens werd geboren in het kerspel Wierum.
  • Sprikkenburg. Fietspad langs het Van Starkenborghkanaal van Iepenlaan tot gemeentegrens. Boerderijnaam, onder meer van een boerderij aan de Oostumerweg ten zuiden van Oostum. Sprikkenburg was ook de naam van een boerderij benoorden de Leegeweg bij de Kerkstraat (Hoogkerk), waarvan het houtwerk moet hebben bestaan uit sprikjes (= takken, vgl. Spriknest).
  • Studentenlaan. Als Oud-studentenpad in 1843 een geschenk aan het gemeentebestuur van reünisten van de Hogeschool.
  • Vindicatstraat. Genoemd naar het Groninger Studenten Corps Vindicat Atque Polit (1815).
  • Vorlingen, De. Een vorling is de afstand die men ploegde alvorens het paard te keren: doorgaans omstreeks 200 m.
  • Vriezestraat, Klaas de. De straat is genoemd naar Klaas Jan de Vrieze (1836-1915), van 1893-1901 leraar aan de toenmalige Rijkslandbouwwinterschool en bekend 'kunstmestpropagandist'.
  • Walfriduspad. Naam van een rijwielpad van de Plataanlaan naar de O.Adorperweg. Zie verder Noorderhoogebrug, c.a.
  • Zernikelaan. De kenniswijk Zernike (sinds 2013 Zernike Campus Groningen), met onder meer vestigingen van de RUG en de Hanzehogeschool, is genoemd naar Frits Zernike (1888-1966), hoogleraar en in 1953 winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde.
    • Aan de oneven zijde van de Zernikelaan bij de Tochtsloot de archeologische vindplaats van het 'blokhuis', een versterkt huis van de heren van Selwerd, in 1357 verwoest en gesloopt.

Noorderhoogebrug, Koningslaagte[bewerken]

Het beschreven gebied wordt begrensd door de gemeentegrens in het noorden, oosten en westen en door het Van Starkenborghkanaal in het zuiden.

Noorderhoogebrug is een buurt ten oosten van het Van Starkenborghkanaal langs het Boterdiep, genoemd naar de destijds ter plaatse gelegen brug over de Hunze: de Hoogebrugge; sinds 1590 Noorderhoogebrug. Koningslaagte, momenteel een natuurreservaat, wordt gekenmerkt door een aantal (afgesneden) meanders van de Hunze. Door het gebied lopen het Selwerderdiepje en de Zoepenhuistertocht. De naam Koningslaagte wordt wel in verband gebracht met de mogelijke eigendom van het gebied voor het jaar 800 door (toen nog) koning Karel de Grote. Meer voor de hand ligt de naam van een vroegere landeigenaar. In het gebied een deel van de gronden, voorheen in bezit van de eigenaren van de in 1744 afgebroken nabij gelegen borg Harssens (op de gelijknamige wierde). De grenzen van het middeleeuwse rechtsgebied Harssens worden sinds 2013 met grenspalen aangegeven. De palen zijn aangebracht door de private stichting Heerlijkheid Harssens.

  • Geuzenweg. Niet-officiële naam voor een weg (dijk) die oorspronkelijk liep vanaf de Oude Adorperweg langs Het nieuwe Gat bij het tegenwoordige Walfriduspad tot de Wolddijk. De weg valt nu nog omstreeks 150 m samen met het pad en eindigt bij de spoorlijn. De naam is te herleiden tot de landgangen van de Geuzen, tijdens de poging van Lodewijk van Nassau om in het bezit te komen van de stad Groningen (1568). In de omgeving van Noorderhoogebrug was een legerkamp ingericht. Zie ook Geuzenkamp (Helpman c.a.).
  • Harsema's laan. Vanaf de Winsumerweg. De weg ligt op de grens met de gemeente Winsum in de streek Harssens. Genoemd naar (de bewoner van) een boerderij ter plaatse.
  • Molenstreek. Genoemd naar de molen 'De Leeuw' (1825), sinds 1963 'Wilhelmina'.
  • Platvoetspad. Van Paddepoelsterweg tot gemeentegrens langs het Van Starkenborghkanaal. Het pad voert naar het vroegere rechtsgebied van Platvoetshuis, slechts bestaande uit een enkele boerderij en een herberg met bijbehorende landerijen.
    • De boerderij Platvoet is nog gelegen aan de E.H. Woltersweg in Dorkwerd. De herberg, ook aan het Reitdiep, is bij het graven van het Van Starkenborghkanaal verdwenen. Het Platvoetshuis was de kleinste rechtstoel in de Ommelanden.
    • In het pad, over het Reitdiep, ligt de Platvoetsbrug.
  • Tjardaweg. Van Winsumerweg tot Paddepoelsterweg. De naam is afgeleid van die van het Van Starkenborghkanaal, dat genoemd is naar Commissaris der Koningin jhr. mr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1917-1925).(Zie ook Beijum c.a.).
  • Walfridusbrug. Naam van de spoorbrug over het Van Starkenborghkanaal in de lijn naar Winsum. Het rijwielpad naar en over de brug heet Walfriduspad. Walfridus is de patroonheilige van de kerk in Bedum. Hij zou rond 980 door de Vikingen zijn ter dood gebracht. Van Walfridus wordt verteld dat hij dagelijks vanuit zijn woonplaats via een voorde door de Hunze naar Groningen liep om er de H.Mis bij te wonen. De naam Walfridusbrug was tot 1514 verbonden aan de overgang over de Hunze aan de huidige Molenstreek in het latere Noorderhoogebrug.
  • Wolddijk. Naar de gelijknamige dijk, al genoemd in 1248, die de veengebieden (wolden) Innersdijk en Vierendeel omsloot. De dijk eindigde bij de Stadsweg ten noordoosten van Ten Boer.

Lewenborg, Oosterhoogebrug, Ulgersmaborg[bewerken]

De wijk wordt voor dit doel begrensd door het Recreatiepark Kardinge in het noorden, de Noorddijkerweg in het oosten, het Eemskanaal in het zuiden en het Van Starkenborghkanaal in het westen.

Het gebied bestaat uit de buurt Oosterhoogebrug, de buurten Ulgersmaborg en Ruischerwaard en de wijk Lewenborg (zie onder). Oosterhoogebrug en het toen nog onbebouwde gebied ten noorden en ten oosten daarvan behoorden tot 1969 bij de gemeente Noorddijk. Alleen specifiek Groningse straatnamen worden, voor zover nodig, toegelicht.

  • Aegirbrug. Naam van de noordelijke brug over de Nieuwe Oostersluis. Zie Regattaweg.
  • Bathoornstraat, W.F. De straat is genoemd naar Willem Frederik Bathoorn (Hoogkerk, 1909), als dienstplichtig Nederlands soldaat op 11 mei 1940 gesneuveld bij Wassenaar. Hij is begraven op het Militair Ereveld op de Grebbeberg (Rhenen).
  • Beckerweg. Zie Stratinghpad.
  • Bieskemaar. Gegraven waterloop ten noordoosten van Kantens die uitmondt in het Boterdiep.
  • Dijkemaweg, Pop. De weg (1945, eerder de Hoogeweg) is genoemd naar Popke Dijkema (1890-1959) die - samen met zijn broer en diens zoon - onder vijandelijk vuur tijdens de bevrijding op 16 april 1945 de basculebrug neerliet, zodat de Canadezen onbelemmerd doorgang kregen. Een verdere beschieting van Oosterhoogebrug kon daardoor achterwege blijven.
  • Grondzijl. Van en tot de Bovenstreek in Ulgersmaborg. Een grondzijl is een sluis waarlangs waterafvoer plaats vindt onder een andere watergang door. In de middeleeuwen is sprake van verscheidene grondzijlen in het Wester- en Oosterhamrik.
  • Kardingermaar. Rijwielpad langs de Kardingerplas tot de Noorddijkerweg. De echte Kardingermaar, een waterloop al in 1459 zo genoemd, loopt van Onderdendam onder diverse namen (Zuidwending, Thesingermaar) naar het Damsterdiep bij Ruischerbrug en vormde eerder de scheiding tussen het kerspel Noorddijk en het kerspel Garmerwolde.
    • De naastgelegen Kardingerberg is 34 m hoog.
  • Klinkerstraat. Vanaf de Rijksweg. De naam (2010) herinnert aan een vroegere steenfabriek ter plaatse (1902-1976).
  • Koningsweg. Van Regattaweg tot Rijksweg. De naam is afgeleid van die van de familie Koning, landbouwers in het gebied.
  • Lewenborg. De wijk Lewenborg is genoemd naar een borg die gelegen was in de nabijheid van de huidige gelijknamige boerderij (uit omstreeks 1830) aan het Kruidenpad.
    • Het gebied waarop de wijk is gebouwd is in de jaren twintig van de 20e eeuw nog in beeld geweest voor de aanleg van een vliegveld. Uiteindelijk is in 1931 een vliegveld bij Eelde gerealiseerd.
  • Oosterhoogebrug. De buurt Oosterhoogebrug is genoemd naar de brug over het Damsterdiep in de huidige Pop Dijkemaweg en wordt voor het eerst genoemd in 1392.
  • Regattaweg. Een regatta is een roeiwedstrijd. De naamgeving (1963) is afgeleid van het dan aan het Eemskanaal gelegen botenhuis van de studentenroeivereniging 'Aegir' (opgericht 1878).
  • Ridderstraat, H.. Genoemd naar Hendrik Ridder (1918-1944), rayonleider van het gewapend verzet in de provincie tijdens WO II; op 28 oktober 1944 gefusilleerd in Westerbork.
  • Roeierspad. Wandel- en rijwielpad langs het Eemskanaal, van Regattaweg tot Ruischerbrug. De naam verwijst naar de (begeleidende coaches van) de roeiers op het kanaal.
  • Ruischerwaard. Zie Noorddijk c.a. Waarden zijn laaggelegen landen.
  • Stadsweg. Momenteel straat en (onderbroken) rijwielpad vanaf de Pop Dijkemaweg tot de Lichtboei en vanaf de Wimpel tot de gemeentegrens, maar van oudsher (10e/11e eeuw) een deel van de handelsroute van Groningen (Poelestraat) naar Oterdum via Noorddijk, Ten Boer, Winneweer (langs de Fivel) en Appingedam. In Oterdum (een ten behoeve van industrievestiging afgebroken dorp aan de Eems ten zuiden van Delfzijl) was een veerverbinding met Oost-Friesland. Groningse zegswijze: 'zo old as stadsweg'.
  • Stratinghpad. Sibrandus Stratingh (1785-1841), hoogleraar chemie aan de Hogeschool en Christopher Becker (1806-1890), instrumentmaker, namen in 1834 op de openbare weg in Groningen proeven met een 'stoomvaartuig', dat de snelheid van een paardendraf kon bereiken. De bestuurder diende met de ene hand te sturen en met de andere te stoken. In de beginfase had het voertuig geen remmen.
  • Timpweg. Vanaf de Regattaweg. De weg is genoemd naar de Kövelstimp, een oude veldnaam ter plaatse, tevens de naam van een boerderij. In de 19e eeuw ook de naam van een molen. Zegswijze: 'die de koevel loeft is de timp al kwijt'. Een koevel of kovel is een hoofdbedekking in de vorm van een kap; de timp een puntvormig deel daarvan. Oudere naam: Hinckemahorsterweg (naar de Hinckemaborg bij Ruischerbrug en verder).
  • Ulgersmaweg. Straatnaam, tevens de naam van de buurt Ulgersmaborg tussen het Van Starkenborghkanaal en de oostelijke ringweg (Beneluxweg). Genoemd naar het Huis Ulgersma, tot 1787 aan het einde van de huidige Pop Dijkemaweg. De naam Ulgersma afgeleid van Ulger, onder meer in 1323 burgemeester van Groningen. Het geslacht Ulgersma leverde in de loop van de eeuwen talrijke burgemeesters en andere regenten aan de stad. Zie ook Olgerweg (Noorddijk c.a.)
  • Waijerstraat, P. Genoemd naar Piet Waijer (Hoogezand, 1912), als dienstplichtig Nederlands soldaat op 14 mei 1940 gesneuveld bij Delft. Hij is begraven te Engelbert. De achternaam Waijer wordt door de familie ook geschreven als Wayer.

Beijum, De Hunze, Van Starkenborgh[bewerken]

De beschreven wijk wordt begrensd door het Boterdiep en de gemeentegrens in het noorden en oosten, de Kardingerplas in het zuiden en het Van Starkenborghkanaal in het westen. De wijk Beijum is genoemd naar het vroegere dorp van die naam, de buurt De Hunze naar de gelijknamige rivier en de buurt Van Starkenborgh naar het ter plaatse gelegen sportpark Van Starkenborgh (zie onder). Toegelicht worden alleen de specifiek Groningse namen.

  • Beijumerweg. Van Ulgersmaweg tot gemeentegrens bij Zuidwolde langs het vroegere kerkdorp Beijum (aan de stadszijde, even benoorden het Pedaalpad). De kerk is al in 1475 vervangen door een kapel. Eigenlijke naam Beiaheem, naar de mansnaam Beie.
  • Bonsemalaan, Otto.. Otto Bonsema (1900-1994) was voetballer bij Velocitas en GVAV, trainer en manager van Veendam.
  • Buistlaan, Klaas. Klaas Buist (1927-1999), de 'neuze', was voetballer bij GVAV.
  • Groenlaan, Appie. Appie Groen (1901-1964), voetballer bij GVAV en Be Quick.
  • Hunzedijk.. De naam is ontleend aan de voormalige, oostelijk van Groningen stromende rivier de Hunze (Hunze: van 'hon', modder, moeras; vgl. Hondsrug). De Hunze is nog herkenbaar vanaf de oorsprong bij Exloo, via het Zuidlaardermeer tot Waterhuizen. In Eemspoort is de waterloop deels teruggebracht (langs de Euvelgunnerweg: zie Eemspoort), van Ulgersmaborg tot het Boterdiep is de bochtige loop nog in het landschap te herkennen. Vanaf de O.Adorperweg tot de gemeentegrens heet het stroompje het Selwerderdiepje. Het mondt uit in het Reitdiep (zie Vinkhuizen c.a.). Sinds het graven van het Schuitendiep rond 1400 had de rivier ten oosten van Groningen geen betekenis meer voor de scheepvaart
  • Leeuwenlaan, Tonny van. Tonny van Leeuwen (1943-1971), legendarische doelman van GVAV; verongelukt bij een auto-ongeval.
  • Meedenpad. Meeden of maden: laaggelegen hooi- of grasland.
  • Plenterlaan, Henk. Henk Plenter (1913-1997) was voetballer bij Be Quick.
  • Schipperlaan, Klaas. Naar Klaas Schipper (1910-1961), internationaal voetbalscheidsrechter.
  • Sissinghlaan, Siebold. Siebold Sissingh (1899-1960) was voetballer en trainer bij Be Quick.
  • Starkenborghkanaal, Van. Het kanaal, geopend in 1938 (toen in Groningen het 'Nieuwe kanaal' genoemd) en sindsdien verbreed, is onderdeel van de vaarweg Delfzijl - Lemmer. Het kanaal is genoemd naar de Commissaris der Koningin in Groningen jhr. mr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1917-1925).
  • Tetznerlaan, Hans. Hans Tetzner (1898-1987), voetballer bij Be Quick en in het Nederlands elftal, sportarts (chirurg).
  • Witpad, Klaas de. Klaas de Wit (1933-1983) was sporttrainer, onder meer bij GVAV-Rapiditas.

Namen van Groningse heerden in de wijk Beijum, al dan niet meer bestaand[bewerken]

  • Albrondaheerd (in of bij Uithuizen)
  • Amkemaheerd(Winsum)
  • Atensheerd (Winsum)
  • Barmaheerd (Doodstil)
  • Bekemaheerd (Warffum)
  • Bentismaheerd (eig. Bentissemaheerd, Winneweer)
  • Boelemaheerd (Loppersum)
  • Bottemaheerd (Westeremden)
  • Bunnemaheerd (Krewerd)
  • Claremaheerd(Niehove)
  • Doornbosheerd (Zuurdijk)
  • Edzemaheerd (Leens)
  • Eilardaheerd (Winneweer)
  • Emingaheerd (Garmerwolde)
  • Fossemaheerd (Nuis)
  • Framaheerd (Huizinge)
  • Froukemaheerd (Ezinge)
  • Fultsemaheerd (Oldehove)
  • Galkemaheerd (Garrelsweer)
  • Godekenheerd (Loppersum)
  • Grevingaheerd (Leermens)
  • Heratemaheerd (Eenrum)
  • Hiddemaheerd (Niezijl)
  • Holmsterheerd (Oldehove)
  • Hylkemaheerd (Mensingeweer)
  • Isebrandtsheerd(Wirdum)
  • Jaltadaheerd(Eenrum)
  • Jensemaheerd (Stedum)
  • Kremersheerd (Loppersum)
  • Menkemaheerd (Uithuizen)
  • Mudaheerd (Winneweer)
  • Munsterheerd (Loppersum)
  • Nijensteinheerd (Uithuizen)
  • Onnemaheerd (Zandeweer)
  • Rensumaheerd (Uithuizermeeden)
  • Scheltemaheerd (Zandeweer)
  • Sibrandaheerd (Eenrum)
  • Stoepemaheerd (Zuurdijk)
  • Sijgersmaheerd (Westeremden)
  • Toppingaheerd ('t Zandt)
  • Wibenaheerd (Westeremden)
  • Wilkemaheerd (Startenhuizen)
  • Ypemaheerd (Garsthuizen)

Noorddijk, Ruischerbrug, Engelbert en Middelbert[bewerken]

Het beschreven gebied bestaat in hoofdzaak uit een reeks uit omstreeks 1230 daterende dorpen, na ontginning gesticht in het zogeheten Drenterwolde, onderdeel van het Go- en Woldrecht (zie Woldweg). Alle dorpen behoorden tot 1969 bij de gemeente Noorddijk, waarvan het gemeentehuis in Ruischerbrug stond.

  • Bevrijdingsbos. Boscomplex met 30.000 esdoorns tussen de Noorddijkerweg en de gemeentegrens, terzijde van de Stadsweg. Aangelegd in 1995 ter herinnering aan de Bevrijding van Groningen door eenheden van een Canadees leger.
    • Tussen de Noorddijkerweg en het bos een waterpartij in de vorm van een esdoornblad (maple leaf: het symbool van Canada), met een kunstwerk, eveneens in bladvorm (met 43 gaten, het aantal omgekomen Canadezen). Het wijkende blad staat voor de generatie die gevochten heeft in WO II; de nerven voor volgende generaties die de herinnering levend moeten houden. Tussen de waterpartij en het eigenlijke bos het 'plein van de wereld' met een gedenksteen en een bank. Zie ook Maple Leafpad.
  • Borgsloot. Waterloop langs de vroegere borgwal tussen Hunsingo en Fivelingo.
  • Borgweg. Genoemd naar de borgwal, de middeleeuwse waterkering tussen Fivelingo en het Gorecht.
  • Elema's pad. Vanaf de Noorddijkerweg tot gemeentegrens in het verlengde van de Kardingermaar. Genoemd naar een vroegere boerderij ter plaatse, waarvan Martinus Elema (1898- 1985) de laatste bewoner was.
  • Engelbert. Dorp aan de Engelberterweg, voor het eerst genoemd in 1370. De naam Engelbert afgeleid van de Oostfriese geslachtsnaam Eggena (van de mansnaam Egge). Bert: buurt. Het natuurbad Engelbert is in 1931 gesticht door de plaatselijke ondernemers.
  • Evertsweg. Zijweg van de Engelberterweg, direct ten zuiden van de A7. Genoemd naar (vroegere) aanwonende.
  • Maple Leafpad. Naam van het pad door het Bevrijdingsbos (2009). Zie aldaar. Langs het pad stenen uit verschillende landen met daarop successievelijk de elf 'rechten van het kind'.
  • Middelbert. Middelbuurt.
  • Noorddijkerweg. De weg door het dorp Noorddijk tot de gemeentegrens met Bedum.
    • 16. Stefanuskerk, gebouwd rond 1250.
    • Aan de Noorddijkerweg staat de oudste boom van Stad: een 330 jaar oude linde. De stad telt 7.600 monumentale bomen, ouder dan 50 jaar; 600 bomen zijn ouder dan 100 jaar (2013).
    • Aan het begin van de weg over een afstand van 400 meter een reeks kromgetrokken wilgen langs een gracht (William Forsythe, choreograaf). Een kunstwerk in het kader van het project Stadsmarkering ter gelegenheid van het 950-jarig bestaan van Groningen in 1990.
  • Olgerweg. In de middeleeuwen ook wel Ulgerweg (zie Lewenborg c.a.). De weg, mogelijk ook een waterloop, markeert de grens tussen het kerspel Middelbert en het kerspel Engelbert.
  • Rollen. De Rollen was een andere naam voor het ter plaatse gelegen Thesinger overtoom op de scheiding van het Winsumer- en Scharmerzijlvest.
  • Ruischerbrug. Naam van de brug (brug van Jacob Ruusche) over het Damsterdiep in de gelijknamige buurt. De naam wordt voor het eerst genoemd in 1455 en betreft dan een brug aan het einde van de Thesingermaar. Van 1672-1869 ter plaatse een pontverbinding.
  • Stadsweg. Zie Lewenborg.
  • Weendersweg. Zijweg van de Engelberterweg, direct ten noorden van de A7. De naam is in verband te brengen met de Weenderspolder, inliggend in het waterschap Westerbroekster-Engelbertermolenpolder (1891-1970). Weender is een familienaam.
  • Woldweg. Oorspronkelijk de weg ten zuiden van het Damsterdiep van Oosterhoogebrug tot voorbij Ruischerbrug; tevens de scheiding tussen de kerspelen Noorddijk en Middelbert. Wolden zijn moerassige veengebieden, begroeid met elzen en vlierbomen. Zie ook Wolddijk (Noorderhoogebrug).
  • Woldjerspoor. Straat in Engelbert, genoemd naar het Woldjerspoor, de voormalige spoorlijn Groningen-Delfzijl door het Duurswold (1929-1941). Woldjers: de inwoners van het Duurswold. Vgl. stadjers.
  • Woortmansdijk. Straatnaam in Engelbert. Genoemd naar Hendrik Woortman, eigenaar van de voormalige borg Delmina (1779-1839). Woortman was de zoon van Pieter Woortman, directeur-generaal 'ter kuste van Guinee', belast met het bestuur van de Nederlandse bezittingen op de Afrikaanse westkust. Hij zetelde in het fort Elmina (in het huidige Ghana).

Hoogkerk-Ruskenveen[bewerken]

Vrijwel alle straten in de buurt Ruskenveen zijn genoemd naar leden van de Groninger Kunstenaarsvereniging 'De Ploeg' (1918), al dan niet tevens werkzaam als docent aan Kunstacademie 'Minerva' (1831, eerder Akademie van Teeken-, Bouw- en Zeevaartkunde, 1797).

  • Ruskenveen. In het verlengde van de Zuiderweg van de rotonde ten noorden van de A7 tot de gemeentegrens. Rusken (Drents voor russen): verzamelnaam voor een aantal biezensoorten, waaronder pitrus of (Gron.) ruskepit. Vgl. ook Peperstraat (Binnenstad).

Hoogkerk, Hoogkerk-Vierverlaten[bewerken]

Het beschreven gebied wordt begrensd door de Tochtsloot en het Kliefdiep in het noorden, de Johan van Zwedenlaan in het oosten, de De Verbetering en de Bernhardlaan in het zuiden en de gemeentegrens in het westen.

De stadswijk Hoogkerk was tot 1969 de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Hoogkerk ligt op de noordelijke uitloper van de 'rug van Tynaarlo'. De kerk dateert uit omstreeks 1200. Vierverlaten: zie Vierverlatenweg. In Vierverlaten 1866-1951 de spoorweghalte (Hoogkerk-)Vierverlaten. Op het bedrijventerrein Westpoort zijn (2009) alle wegen genoemd naar Britse, Ierse en (Noord-)Amerikaanse (haven- en industrie)steden.

  • Aduarderdiepsterweg. Het Aduarderdiep is (door de conversen van het Aduarderklooster) vanaf Leegkerk gegraven in het begin van de 15e eeuw. Het zuidelijke diep is de voortzetting van het Peizerdiep en is tot Leegkerk ook een vergraving van de Hunsinge.
  • Arteveldestraat. De naam Artevelde in de periode 1752-1895 afwisselend verbonden aan een zeepziederij en een bierbrouwerij in de nabijheid van de Elmersmaborg. Oudere naam: Koningsweg.
  • Bangeweer. Van Zuiderweg tot Johan van Zwedenlaan. Naamsverklaring: de weren (gronden) van de mensen van Bawe.
  • Barneveldstraat, Van. Gerhard van Barneveld, burgemeester van Hoogkerk (1917-1931).
  • Bree-Meijerstraat, De. 'Opoe' J.A. de Bree-Meijer was in 1963 een 105-jarige inwoonster van de gemeente Hoogkerk.
  • Elmersmastraat. De straat is genoemd naar de 'edele heerd' Elmersma, van 1380- 1939 gelegen aan de huidige Boeiersingel.
  • Ewsumstraat, Van. Ulrich van Ewsum (1620-omstreeks 1696), curator van de Academie, eigenaar/bewoner van de Elmersmaborg.
  • Gockingastraat. Jhr. Scato Gockinga was burgemeester van Hoogkerk in de periode 1907-1917.
  • Halmstraat. Genoemd naar (destijds) strokartonfabriek De Halm (1913), nu karton- en papierfabriek Smurfit Kappa De Halm.
  • Houwerzijlstraat.(1969) Van Noorderstraat naar Polmanstraat. Genoemd naar dr.Enno Houwerzijl (1874-1920), o.m. arts te Hoogkerk. Voorheen (Verl.) Westerstraat. Voor de annexatie van Hoogkerk (1969) een Dr E. Houwerzijlplein bij de Middenweg.
  • Kliefdiep. Van Johan van Zwedenlaan tot de Leegeweg. Genoemd naar een gelijknamige watergang, mogelijk ooit het verlengde van het Eelderdiep. Klief of kniepe = schuif die kon worden opgetrokken; later: sluisje.
  • Koningsdiep. Verbindingskanaal tussen Peizer- en Eelderdiep en Aduarderdiep. Voert door de landerijen, voorheen in bezit van de stad-Groningse familie Coninck.
  • Matsloot. Van Dublinweg (Westpoort) in hoofdzaak langs de A 7 tot de gemeentegrens. De weg is genoemd naar de gelijknamige watergang in de polder Matsloot-Roderwolde die uitmondt in het Leekstermeer. Mat= made of weide. De in de gemeente Groningen gelegen naar de Matsloot genoemde weg lag tot de aanleg van het bedrijventerrein in z'n geheel langs de noordzijde van de A7. Voor de uitbouw van die weg tot autosnelweg waren de boerderijen ten noorden ervan direct bereikbaar vanaf de eigenlijke Matsloot; een weg nu nog ten zuiden van de A7 gelegen in de huidige gemeente Noordenveld (eerder in de gemeente Roden).
  • Poffert, De. De buurt De Poffert aan het Hoendiep bij de gemeentegrens is genoemd naar een gelijknamige herberg. Poffert is trommelkoek. In de nabijheid ooit de herbergen 'De Pannekoek' en "De Meelzak'.
    • Aan het Hoendiep ter plaatse raakte op 6 november 1907 de koets van de familie Van Panhuys, waarin de burgemeester van Leek en de oud-Commissaris der Koningin met hun echtgenotes, in dichte mist te water. Alle leden van de familie en de palfrenier kwamen daarbij om het leven. De koetsier wist zich te redden. Honderd jaar later is aan het diep een herinneringsmonumentje geplaatst tijdens een tocht met oude lijkkoetsen van Groningen naar De Leek. Zie Van Panhuysstraat (Helpman).
  • Polmanstraat, Prof. dr. A. - . Genoemd naar Albert Polman (1902-1959), huisarts (1927-1945) te Hoogkerk en onder meer hoogleraar (1951-1958) in de antropogenetica te Groningen.
  • Reddingiusstraat. Regnerus Petrus Reddingius was in de periode 1946-1957 burgemeester van Hoogkerk. Sinds 1920 al gemeentesecretaris.
  • Smidstraat, Burgemeester. Van Reddingiusweg tot Julianastraat. Derk T. Smid was burgemeester van Hoogkerk (1865-1906). Een eerste D. Smidstraat is naderhand een deel van de Noorderstraat geworden.
  • Suikerbrug . Brug over het Hoendiep naar de raffinaderij van de Suikerunie bij de Vierverlatenweg.
  • Tjaberingsstraat. Genoemd naar Frederik Tjaberings, burgemeester van Hoogkerk (1931-1941).
  • UT-Delfiaweg. Genoemd naar voormalige mengvoederfabriek, voortgekomen uit Oliefabrieken P.R.Roelfsema (1889), in 1957 overgenomen door Calvé Delft, welke firma in 1973 fuseerde met Oliefabriek Ulbe Twijnstra uit Akkrum. Het bedrijf is in 1998 opgegaan in het Nutreco-concern. De fabriek in Hoogkerk is gesloten.
  • Vierverlatenweg. De weg rond Hoogkerk-noord is genoemd naar de beide dubbele schutsluizen (tezamen vier vallaten of verlaten), destijds gelegen in het Hoendiep: het Kinderverlaat bij de huidige Kinderverlatenbrug en het Pannekoeksverlaat bij de tegenwoordige Verlatenbrug. De sluizen dateerden uit de periode 1654-1657. Ze zijn in het midden van de 19e eeuw verwijderd.
  • Zuidwending. Kanaal tussen het Hoendiep (bij De Poffert) en het Aduarderdiep. In de 15e eeuw gegraven door de conversen van het Aduarder klooster, aansluitend op het Aduarderdiep. Grens tussen de gemeenten Groningen en Zuidhorn. Zuidwending: eigenlijk side- of ziedewendinge (-wenning), haaks op een natuurlijke waterloop gelegen waterkering, bedoeld om mogelijke overstromingen van die waterloop in te dammen.

Vervallen straatnamen[bewerken]

  • Abeenstraat. Vanaf de Friesestraatweg tot het Reitdiep ter hoogte van perceel 145. Particuliere straat, omstreeks 1895 aangelegd door grondeigenaar R. Abeen; laatste huis afgebroken 1963.
  • Achter de Wal. Tot plm. 1940 naam voor de huidige Noorderbinnensingel. Voor het gedeelte tussen Grote Leliestraat en Grote Rozenstraat: zie ook Violetsteeg. De naam geldt nu alleen nog een inbreiding rond de watertoren bij de Nieuwe Ebbingestraat (zie Hortusbuurt).
  • Achterstraat (Nieuwe St. Jansstraat). Vanaf Nieuwe St. Jansstraat 11 tot de Agricolastraat. Afgebroken 1961.
    • In de Achterstraat was van 1910 tot 1935 de woning van Gebke Hinrichs Tjaden ('opoe Tjadens'), nog tot op 106-jarige leeftijd op pad in de binnenstad met een (soort van) kinderwagen als rollator.
  • Akermagang. Ook Akkersmagang. Zijgang van de oude Herepoortenmolendrift. Zie aldaar.
  • Bessenstraat. Bij raadsbesluit in 1910 vastgestelde naam voor een verbindingsstraat tussen Moesstraat en Akkerstraat, ter hoogte van de drukkerij van J.B.Wolters' UM. De straat is nooit aangelegd. Nu de benaming van een inpandige gang in het gebouw, dat inmiddels een andere bestemming heeft gekregen.
  • Cubadwarsstraat. Voormalige verbinding tussen Cubastraat en Houtzagersstraat, afgebroken rond 1972.
  • Doorgaande Gang. Van Gedempte Zuiderdiep 56 tot Herepoortenmolendrift. De gang is volledig afgesloten en niet meer als zodanig herkenbaar.
  • Hanebijtersgang. Tot 1875 de naam van de huidige Ubbo Emmiusstraat. De naam (voor het eerst genoemd in 1664) te relateren aan de hanengevechten op de stadswal, gelegen achter de gang. Hanengevechten werden ook gehouden in de herbergen (vgl. de 'Sociëteit van de Hanenbijterie' in een herberg aan de Laan, 1761). De naam 'hoanebieter' in het Gronings ook havik of kiekendief, en de benaming van de stapelaar van het te verbranden stro tijdens het dorsen.
  • Hoek van Ameland. Ook door de gemeente tot omstreeks 1920 gebruikte benaming voor het deel van de Noorderhaven z.z., gelegen tussen Vijfde Drift en Visserstraat. Genoemd naar het al in 1659 genoemde huis 'Het Ameland' op de hoek met de A.
    • Ter plaatse naderhand het Gemeentelijk Havenkantoor met (nog aanwezig) het stadswapen in de gevel; eerder hotel 'Schiermonnikoog'; nog eerder een tapperij. De naam heeft geen relatie met veerdiensten naar Ameland of Schiermonnikoog, al zijn die er wel geweest (m.n. een vrachtbeurtdienst naar Ameland)
  • Jacobijnerweg. Benaming van een sinds 2011 niet meer bestaande straat, gesitueerd tussen Boterdiep en Langestraat, ter hoogte van de huidige Kolendrift. Voor naamsverklaring zie Jacobijnerstraat (Binnenstad). De Jacobijnerweg in de 17e eeuw ook wel Galgeweg, naar de militaire terechtstellingen in de Jacobijnerdwinger. Oorspronkelijk (tot de aanleg van de wallen) leidde de weg door het Oosterstadhamrik naar het tichelwerk van het Jacobijnerklooster aan de Hunze.
  • Jodenkamp. De straat (deels een fietspad) lag tussen Boterdiep en Bloemsingel en voerde naar de oudste Joodse begraafplaats in Groningen (1747) op een kampje in de (afgelegen) Ebbingedwinger. De begraafplaats is gesloten in 1838 en onder rabbinaal toezicht geruimd in 1953. In WO II op last van de bezetters de naam gewijzigd in Verl. Brouwerstraat. Na de oorlog werd de naam op een onderbord toegelicht. In 2011 is de straatnaam vervallen, omdat - er anders dan eerder voorzien - ook weer woonadressen zouden komen. Zie ook Langestraat (Hortusbuurt)
  • Kakstoulensteeg. Zie Violetsteeg.
  • Krim, De . Bij Turfsingel 30. Alleen nog herkenbaar aan het verloop van de huisnummering. De naam van het vroegere achterstraatje in verband te brengen met de eveneens ellendige omstandigheden in de Krimoorlog (1854-1856).
  • Kroodersbrug. Eigenlijk Krooder's brug. Voormalige brug over het Hoendiep bij de Westerhaven. De brug is in 1930 vervangen door een dam. Genoemd naar brugwachter Hubertus Krooder (1853-1922).
  • Leeuwerikstraat. Voormalige zijstraat aan de even zijde van de Ripperdalaan. Het centrale deel van het zogenaamde 'Rode dorp'. Afgebroken 1968.
  • Malbroegsteeg. In de 19e eeuw steeg gelegen ten noorden van de Houtzagersstraat, ten zuiden van het Slijkdiep (of Drekhaven, zie Griffestraat, Oosterpoortwijk). Genoemd naar John Churchill, hertog van Marlborough (1650-1722), aanvoerder van o.m. het Nederlandse leger in de slag bij Malplaquet (1709).
  • Molenstraat. Zie Kleine Molenstraat (Binnenstad). De Molenstraat liep van de Rademarkt tot de Radebinnensingel en is afgebroken in 1970 (bouw Hoofdbureau van Politie).
  • Mottenberg. De Mottenberg was een buurtje, gelegen ter hoogte van de Ganzevoortsingel/Museumstraat. Afgebroken 1902. Een motte is een aarden heuvel, waarop eventueel een verdedigingswerk. De Mottenberg lag bij de Marwixpijpen, de waterpoort bij de kruising van de Drentse A met de verdedigingsgracht.
  • Noorderringweg. Van Bedumerweg tot Bedumerstraat, ter hoogte van het Borgplein. Oorspronkelijk de aanzet tot een noordelijke ringweg (langs een verlengd Gorechtkanaal), nu niet meer dan een voetpad. De naam komt voor op stadsplattegronden tussen 1917 en 1950.
  • Noorderwalhof. Tot omstreeks 1924 aanduiding voor de buurt, gelegen tussen de huidige Walstraat en Kruitlaan en achter de Kruitgracht. De buurt is in de periode 1918-1924 geheel afgebroken.
  • Oliekoekengang. Voormalige gang aan het Schuitendiep ter hoogte van perceel 6.
  • Oude Bosch en Nieuwe Bosch. Tot omstreeks 1881 twee straten ter weerszijden van de Stationssstraat achter de zuidelijke wallen. Vooral het Oude Bosch (ten westen van de Stationsstraat) had een bedenkelijke reputatie. In genoemd jaar beide straten benoemd als Ganzevoortsingel.
  • Oude Drekstoep. Naam van voormalig buurtje aan het begin van de Turfsingel, tussen Bloemstraat en De Krim. Een drekstoep was een vuilstortplaats.
  • PEB-weg. De PEB-weg liep (van zeker 1961 tot 1982) in het verlengde van het Groenendaal via een spoorwegovergang naar de Helpmancentrale van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf. Eerder landweg vanaf de kruising Helper Oostsingel/Coendersweg onder de naam Centrale weggetje.
  • Penningsdijk. Van Reitdiep tot Paddepoelsterweg. De middeleeuwse grens tussen de marke van Groningen en de heerlijkheid Selwerd. Van de oorspronkelijke kadijk resteert alleen een klein gedeelte tussen het Reitdiep en het Zernikecomplex. De dijk is destijds aangelegd om de afwateringsproblemen op te lossen van het Westerstadshamrik. Pennen of penden = afdammen. De straatnaam Penningsdijk, voor een straat tussen Blauwborgje en Zernikeplein, is vervallen.
  • Rustluststraat (1935-1939). Gedurende korte tijd officiële naam voor het zuidelijk deel van de Mozartstraat, genoemd naar het voormalige buiten Rustlust.
  • Scharenslijpersbrug. In 16e eeuw brug over het Selwerderdiep bij de huidige splitsing Noorderstationstraat/Bedumerweg.
  • Selwerderdiepje. Tot 1950 nog herkenbare watergang tussen de Allersmastraat en de Borgwal bij de Cortinghlaan; maakte van 1405 tot 1616 (doortrekken van de Cleysloot tot in de stad in de vorm van het Boterdiep) deel uit van een noordelijke vaarverbinding tussen de buitenste stadsgrachten en de Hunze. In 2009 is een deel van de bedding van het oorspronkelijke diepje teruggevonden achter de vroegere bebouwing aan de oostzijde van het Boterdiep (tussen hoek Bloemstraat/Langestraat en Boterdiep/Jacobijnerweg). De naam Selwerderwijk is aan het diepje ontleend.
    • Op topografische kaarten geldt de naam Selwerderdiepje ook het deel van de vroegere Hunze tussen de streek Selwerd en Harssensbos. Ook de watergang langs de Hunzedijk (Beijum c.a.) en langs de Iepenlaan is op topografische kaarten wel als Selwerderdiepje aangeduid.
  • Sint Janspark. (Eigenlijk: perk, afgebakend terrein.) Naam voor voormalig buurtje tussen latere Kruitlaan en Nieuwe St. Jansstraat, voorbij de Agricolastraat.
  • Soepenellegangetje. Andere naam voor de gedeeltelijk nog bestaande Koningsgang (zie Binnenstad). De Koningsgang liep ter hoogte van het Martini Hotel en mondde uit op het Ged. Zuiderdiep. In de gang nog een zijslop met acht kamerwoningen. Komt ook voor als Soepenmelkgangetje. Soepen is het Groningse woord voor karnemelk. In de gang het erf van een koemelker. Zie ook Rijstebrijgang en Waagstraat.
  • Spoorweghaven. Haven achter het Hoofdstation (1874-1926). De haven diende voor de overslag van landbouwproducten op het spoor en sloot aan op het Noord-Willemskanaal. Na 1926 vervangen door een haven ter plaatse van het huidige Helperpark.
  • Taksteeg. Zie Violetsteeg.
  • Veulsgang. Sinds 1971 niet meer bestaande gang tussen de Rademarkt en het verlengde van de Battengang. Veul is een familienaam. Oudere benaming: Beulsgang; naar de woonplaats van de stadsbeul Christopher Scharprichter. Ter plaatse nu het Hoofdbureau van Politie.
  • Violetsteeg Achter de Noorderbinnensingel, tussen Gr. Leliestraat en Gr. Rozenstraat. De steeg mondde uit op het zogenaamde Rozenplein aan het eind van de Rozenstraat. Vlak bij de hoek met de Grote Leliestraat een gasthuis 'voor den werkenden stand'. Het terrein is in de periode 1936-1940 ontruimd en pas na de Tweede Wereldoorlog weer bebouwd. Tijdens WO II diende het als exercitieterrein. Zijsteeg: Taksteeg en/of de Kakstoulensteeg. In de Taksteeg uitsluitend eenkamerwoningen, van 1873-1927 in eigendom bij de familie Tak. De Kakstoulensteeg kreeg die niet-officiële naam door de privaten op de plaatsjes achter de huizen.
  • Vremerweg. Voormalige landweg door het Oosterhamrik ter hoogte van de huidige Walstraat.
  • Vrijdemabrug. Voormalige brug over het Selwerderdiep ter hoogte van de Wipstraat; leidde naar de historische Vrijdemaweg (zie Oosterparkwijk).
  • Zwarte weggetje. Tot 1962 (gereedkomen Emmaviaduct) de niet-officiële naam van een verbinding tussen de Parkweg, de Van Hallstraat en de Eeldersingel langs het Hoornsediep (met tot 1926 een brug over de Spoorweghaven). De naam hield verband met het gruis van de wegverharding.

Groningen kende, zeker tot in het begin van de 20e eeuw, tientallen gangen die geen officiële naam droegen of waarvan de woningen in de gang genummerd waren aan de straat waarop de gang uitkwam. De Sledemennerstraat bijvoorbeeld telde rond 1900 nog 14 zijgangen of sloppen. Van sommige gangen zijn in de loop van de tijd meerdere namen bekend. Bovenstaande overzichten maken geen aanspraak op volledigheid.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Met instemming van de auteur is gebruikgemaakt van de stadsgeschiedenis van Groningen op internet: www.grunn.nl/historie.
  2. Volgens het hotel dateert het pand van 1634, maar de bouwgeschiedenis is zeer onduidelijk. Niet te verwarren met de Hoofdwacht (ook Corps du Garde of het Olde Rechthuis genoemd) die van 1509 tot 1956 (in 1945 in vlammen opgegaan, in 1956 afgebroken) aan de Martinikerk was verbonden en vanaf 1841 de functie van Hoofdwacht had. Gegevens: 2010