Ludo Martens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Ludo Martens (12 maart 1946) is een Vlaams links en communistisch activist.

Inhoud

[bewerk] Jeugd

Martens is de oudste van een gezin van 6 kinderen (2 jongens en 4 meisjes). Zijn vader was meubelmaker en had samen met zijn broers een meubelfabriek die failliet ging. Vader Martens kwam vervolgens aan de kost als meubelverkoper.

Zijn studieloopbaan begon Ludo Martens aan het Sint-Jozefcollege van Torhout. Na 4 jaar als internaatscholier werd hij daar buitengezet en voltooide hij zijn middelbaar in het Sint-Jozefcollege van Tielt waar hij met zijn latere partijgenoot Hubert Hedebouw samen in de klas zat. Hedebouw was niet de enige schoolgenoot die Martens naar de PVDA zou volgen. Toen Martens de derde Latijnse deed, zat in het laatste jaar van dezelfde school de latere PVDA-advocaat Dirk Ramboer.

[bewerk] Krities in de studentenbeweging

Oorspronkelijk zag het er naar uit dat Ludo Martens als Vlaamsgezind actievoerder door het leven zou gaan. Zo nam hij als lid van de KSA deel aan de IJzerbedevaart, zat hij in de leiding van de ABN-kernen, een vereniging die in het middelbaar onderwijs het Algemeen Beschaafd Nederlands propageerde, en was hij hoofdredacteur van het ABN-blad. Aan de Katholieke Universiteit van Leuven was hij actief in het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Zo tekende hij samen met Jef Dauwe, Jan Veestraeten, Paul Goossens, Jos Gansemans, Vic Engelbeen, Herwig Lerouge, René De Preter, Ludo Candries en Fred Dierickx voor de huur van het Leuvense KVHV-huis in de Krakenstraat 13 en werd hij hoofdredacteur van het KVHV-ledenblad Ons Leven.

Tijdens het academiejaar 1966-1967 nam de carrière van Martens een -voor de universiteit in die dagen- onverwachte wending. Vanaf december 1966 uitte hij samen met Walter De Bock in Ons Leven kritiek op het erg traditionele en bekrompen studentenleven. Ze waren hevig gekant tegen de conservatieve stroming die steeds de leiding had binnen het katholieke en Vlaams-nationalistische KVHV. Hij stichtte daarom – binnen het KVHV – de studentenvakbeweging (SVB) als emanatie van een groeiende progressieve stroming aan de universiteit, die een nieuwe tijdgeest in de brede samenleving aanvoelde. Naast Martens waren toen o.a. Mark Franco en Jan Van Holm actief in de SVB.

Deze interne oppositie was echter een kort leven beschoren. Op 3 februari 1967 verscheen het beruchte “seksnummer” van Ons Leven (nr. 18) met Martens als hoofdredacteur. Hierin werd het ideologisch fundament van de studentenvakbeweging uitgelegd, maar dit ging volledig verloren door twee artikels waarin de katholieke geestelijkheid van pedofilie werd beschuldigd. Dit laatste greep de universitaire overheid, in aanloop naar de woelige januari-maand van 1968 voor Leuven en eigenlijk in heel het land, aan om Martens te verbieden om het academiejaar 1967-1968 in Leuven te studeren. Bovendien werd hem verboden om nog te publiceren over zaken die afweken van de christelijke ethiek.

[bewerk] Linkse studentenbeweging

Martens nam daarop ontslag als hoofdredacteur van Ons Leven en werd opgevolgd door Paul Goossens. Ook binnen het KVHV kreeg Martens en samen met hem de SVB heel wat kritiek te verduren. De zelfstandige SVB bleef echter actief binnen het KVHV en kon nog steeds beschikken over Ons Leven. Het zou duren tot 5 juni van datzelfde jaar vooraleer de SVB onder druk van het traditioneel Vlaamsgezinde en conservatieve deel van het KVHV helemaal zou uitgesloten worden.

Door deelname aan een internationaal congres van de linkse Duitse studentenbond SDS in de zomer van 1967 in Berlijn kwamen Martens en zijn medestanders in contact met adepten van Karl Marx, Lenin en Mao Tse Toeng. Hierna groeide binnen de SVB belangstelling voor het wetenschappelijk socialisme en het verruimen van de blik van de studerende jeugd naar de arbeiderswereld. Een vaak gehoorde slogan in die tijd: ‘Arbeiders-Studenten: één front!’.

In de zomer van 1968, na de acties voor Leuven Vlaams, begon de SVB onder invloed van Martens met het bestuderen van twee werken van Lenin: Wat te doen (uit 1902) en Staat en Revolutie (1917). Deze linkse radicalisering van de SVB leidde er toe dat een aantal studenten de SVB de rug toekeerde. Zij weigerden de leninistische koers te volgen die Martens uitzette.

Martens die het verbod had gekregen om nog langer aan de universiteit van Leuven te studeren trok daarop naar de Rijksuniversiteit Gent, waar hij de leiding nam over een groep studenten die daar in de Maartbeweging van 1969 ontstond. Net als in Leuven bestudeerden studenten van de Gentse universiteit onder leiding van Martens in de zomer van 1969 het marxisme (o.a. Das Kapital van Marx). Uit deze studiegroep ontstond de Gentse Studentenbeweging. Tot de oprichters van deze groep behoorden o.a. ook Renaat Willockx en Bob Roeck.

[bewerk] Studenten en Arbeiders

Op 4 januari 1970 brak in Limburg, na het afspringen van CAO-onderhandelingen, een spontane, 6 weken durende wilde staking uit onder de 25 000 mijnwerkers. Hier kregen de SVB en de GSB een eerste kans om de opgedane marxistisch-leninistische theorie te toetsen aan de Belgische realiteit. De staking werd niet gesteund door de vakbonden, die bleven oproepen om eerst het werk te hervatten en daarna opnieuw te onderhandelen.

Op 8 januari werd Mijnwerkersmacht boven de doopvont gehouden, naast en ook wel tegen het Permanent Comité van het Kempisch Bekken, waar vooral Volksunie-gezinde elementen invloed hadden. Als woordvoerder en boegbeeld van Mijnwerkersmacht fungeerde student psychologie Kris Hertogen, zoon van een vooraanstaand ACV-kaderlid uit Hasselt, als ideologische leider en mentor hield Ludo Martens de touwtjes stevig in handen. Naast politiek geschoolde studenten bestond Mijnwerkersmacht vooral uit jonge mijnwerkers en sociaal voelende studenten die geen eigenlijke binding hadden met de SVB of GSB zoals Jan Hertogen (jongere broer van Kris, student Politieke en Sociale Wetenschappen aan de KUL, nu socioloog).

Enkele dagen later ging ook de toen 8 000 werknemers tellende Ford-fabriek in Genk in staking, waar uitzonderlijk veel en harde repressie tegen actieve stakers werd uitgeoefend door de rijkswacht en de beruchte knokploeg, vooral bestaande uit Ford-kaderleden. Deze sociale onrust in het anders zo brave Limburg werd de opening van een lange reeks wilde stakingen in heel het land, steeds geleid door spontaan opgerichte stakingscomités naast -en vaak tegen- de traditionele vakbonden, die meestal niet bereid bleken de staking te steunen, laat staan te organiseren.

Binnen Mijnwerkersmacht ontstond al snel discussie over de te volgen weg. Twee richtingen tekenden zich af: enerzijds degenen die het maar logisch vonden arbeiderscomités verder te ondersteunen of op te richten, die op den duur zouden kunnen uitgroeien tot een nieuwe strijdbare vakbeweging. Anderzijds waren er de studenten die een embryonale leninistische partij wilden stichten rond een eigen blad.

Tot de eerste groep behoorden o.a. Hubert Berten Hedebouw, de voormalige klasgenoot van Ludo Martens en Renaat Willockx, de medeoprichter van de Gentse Studentenbeweging. De tweede groep, die het uiteindelijk zou halen, stond onder leiding van Ludo Martens. AMADA is dan ook opgericht als een centralistisch geleide partij in opbouw. Desondanks bleef de partij toch vooral actief in de syndicale strijd. Leden van AMADA hebben zo in de jaren 70 actief meegewerkt aan initiatieven als het Groot Arbeiders Komité (GAK) van Jef Sleeckx uit Balen, waar zij politiserende intenties hadden die meestal mislukten.

[bewerk] Voorzitter van de nieuwe communistische partij

Vanaf het begin was Ludo Martens de onbetwiste ideologische voorman, die weinig op de voorgrond kwam. Zijn charismatische naam als succesvol studentenleider verbleekte echter met de jaren, samen met het prestige van de door hem geleide partij, die in 1979 formeel als PVDA werd gesticht.

Martens' leiderschap is intern nooit ernstig ter discussie gesteld. Hij hanteerde enkel de politieke theorie van de verschillende communistische revoluties als richtsnoer voor de praktijk en liet daarbij zelden of nooit politieke speelruimte voor nuances en andere zienswijzen. In zijn opstelling streefde hij steeds naar een "splendid isolation" boven elke andere politieke richting. Zijn partij prees zichzelf aan als de enige ware communistische partij, gewapend met het revolutionaire en onoverwinnelijke marxisme-leninisme.

AMADA kon in de jaren 70 nog wegen op de Belgische politieke agenda: thema's rond volksgezondheid (ontstaan van Geneeskunde voor het Volk, strijd tegen de Orde van geneesheren), jongeren-mobilisaties (tegen de legerhervormingen van minister Vanden Boeynants), stakingen in verschillende grote bedrijven (onder meer de Antwerpse havenstaking) en invloed in oppositionele en kritische vakbondsmiddens (Boelwerf in Temse).

De erg slaafs gevolgde pro-China koers, die officieel nooit onder druk kwam te staan aan het einde van de Vietnamoorlog in 1975 en het bekend worden van de zware ontsporingen van de Rode Khmer in Cambodja (1975-1979), werd definitief verlaten toen Deng Xiaoping in China het roer overnam (1977) en in de jaren 80 de economische koers verlegde naar een snelle kapitalistische ontwikkeling.

In 1994 werd door de aan de PVDA gelieerde uitgeverij EPO het boek "Een andere kijk op Stalin" uitgegeven, waarin Martens Stalin aan het hoofd van de Sovjet-Unie verdedigt tegen burgerlijke leugens over de Grote Zuivering vanaf 1934 en zijn bloeddorstig bewind tot aan zijn dood in 1953.

[bewerk] Post-communisme

De val van de regimes in het Oostblok in 1989 worden door Martens beschouwd als een fluwelen contra-revolutie, terwijl de Sovjet-Unie met haar satellieten in de jaren 70 door hem waren bestempeld als gevaarlijk en "sociaal-imperialistisch": sociaal in woorden, imperialistisch in daden, geleid door "revisionistische" communistische partijen.

De steven werd daarna gericht naar het verweesd achtergebleven Cuba ("CHEngetheworld", slogan van PVDA-jongerenorgenisatie COMAC), Noord-Korea en bevrijdingsbewegingen als de New People's Army in de Filipijnen en het Lichtend Pad in Peru. Het verdwijnen van marxistisch-leninistische partijen in andere West-Europese landen werd door de PVDA-leiding ervaren als een zware slag, die het wederzijds wantrouwen in eigen rangen nog deed stijgen. De kwalificatie van Martens en de PVDA van het regime van Saddam Hoessein in Irak in de aanloop naar de Golfoorlogen stuitte op onbegrip en verontwaardiging buiten, maar ook binnen de PVDA.

Op publieke issues die in de jaren 80 belangrijker werden, zoals de nieuwe vredesbeweging, nucleaire ontwapening, kernenergie, milieuverontreiniging, Belgische communautaire kwesties, kwam uit PVDA-hoek geen echt wervend antwoord meer en lag het initiatief bij andere politieke krachten, waaronder het ecologisme. Ook tijdens de witte marsen in de jaren 90 lukte dit niet meer. Daardoor verschrompelden de invloed en de rol van Ludo Martens en zijn PVDA verder.

De oproep voor het hanteren van het Nieuw-Zeelandse kiwimodel in de Belgische gezondheidszorg door de arts Dirk Van Duppen kon het tij na 2000 enigszins keren. De gemeenteraadsverkiezingen van 2006 laten een bescheiden groei zien van de partij, vooral op die plaatsen waar groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk bestaan.

In februari 2008 werd publiek bekend dat Ludo Martens ernstig ziek is en als PVDA-voorzitter zal worden opgevolgd door Peter Mertens, die meteen aankondigde de partij te willen repositioneren.

[bewerk] Ex-kolonie

Eén van de stokpaardjes van Martens is Congo, de ex-kolonie van België. Hij schreef verschillende boeken en artikels over dit land, dat hij een aantal keren bezocht heeft. Zijn boek Abo: een vrouw in Congo (1991) maakte bij velen grote indruk.

Als hevig tegenstander van Mobutu steunde hij ten volle de groep van Laurent Désiré Kabila. Na de val van Mobutu en de machtsgreep van Kabila wordt Martens aangesteld als diens raadgever. Na de moord op Kabila moest Martens echter hals over kop het land verlaten omdat zijn leven in gevaar zou zijn. Niet alle Congolezen hebben aanwezigheid van Martens in Congo ten tijde van L. D. Kabila op prijs gesteld. Zo liet de Congolese oppositieleider Tshisekedi zich in het Belang Van Limburg (04-05-2000) als volgt uit over Martens: ”Het is een triest geval. Hier in België stelt hij niets voor en in Congo maakt hij het mooie weer. Voor mij is hij een echte racist. Hij denkt dat hij de Congolezen alles kan wijsmaken, alleen maar omdat ze zwart zijn. Ik heb niets dan misprijzen voor die man.”

[bewerk] Bibliografie

  • Dat was 1968 (EPO, 1978) Ludo Martens en Kris Merckx
  • Tien jaar revolutie in Kongo. De strijd van Patrice Lumumba en Pierre Mulele (EPO, 1988)
  • Sankara, Compaoré et la révolution burkinabè (EPO, 1989) Ludo Martens avec la collaboration de Hilde Meesters.
  • Abo: een vrouw in Kongo (De Geus, 1992)
  • Een kwarteeuw mei 68 (EPO, 1993)
  • Een andere kijk op Stalin (EPO, 1994)
  • De USSR en de fluwelen contra-revolutie (EPO, 1994)
  • Kabila et la révolution congolaise : panafricanisme ou néocolonialisme ? (EPO, 2002)


[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  • Humo (13-05-1993)
  • Het Belang van Limburg (04-05-2000)
  • Solidair (04-12-2002)
  • Ward Segers, "Alle Macht aan de Arbeiders", '1968' en de inzet voor de arbeiders 1966-1979, Leuven, Licentiaatsverhandeling KUL (2004)
  • Julien Versteegh, D'un mouvement étudiant à un parti Alle Macht Aan de Arbeiders 1970-1979, Bruxelles, Licentiaatsverhandeling ULB, 2000)
  • Jan Buelinckx, Radicaal-links in België en de val van de Muur, Gent, Licentiaatsverhandeling Universiteit Gent (Academiejaar 2001-2002)
 
Persoonlijke instellingen