Tom Dumoulin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tom Dumoulin
Dumoulin tijdens de Ronde van Frankrijk 2015.
Dumoulin tijdens de Ronde van Frankrijk 2015.
Persoonlijke informatie
Bijnaam Straaljager Tom
Il Bello (De Mooie)[1]
Geboortedatum 11 november 1990
Geboorteplaats Maastricht, Nederland
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederlandse
Lengte 186 cm
Gewicht 69 kg
Sportieve informatie
Huidige ploeg Team Sunweb
Discipline Wegwielrennen
Specialisatie Klassementen, Tijdrijden
Ploegen
2011

2012–2013
2014
2015–2016
2017–heden
Rabobank Continental Team
Argos-Shimano
Giant-Shimano
Team Giant-Alpecin
Team Sunweb
Beste prestaties (top-20)
Amstel Gold Race 20e (2014)
Ronde van Lombardije 18e (2013)
Ronde van Spanje 6e (2015)
2 etappezeges
WK 11e (2015)
UCI World Tour 13e (2016)
Medailles
Portaal  Portaalicoon   Wielersport

Tom Dumoulin (Maastricht, 11 november 1990) is een Nederlandse wielrenner die vooral bekendstaat als tijdritspecialist en klassementsrenner.

Sinds 2012 rijdt hij voor Team Sunweb.

Dumoulin is tweevoudig ritwinnaar in de Ronde van Frankrijk, de Ronde van Spanje en de Ronde van Zwitserland. Verder is hij drievoudig ritwinnaar in de Ronde van Italië, zilveren medaillewinnaar van de individuele tijdrit tijdens de Olympische Zomerspelen 2016 in Rio de Janeiro, Brazilië en bronzen medaillewinnaar van de individuele tijdrit tijdens de wereldkampioenschappen wielrennen 2014 in Ponferrada, Spanje. Bovendien droeg Dumoulin eenentwintig leiderstruien in de Grote Rondes; vijftien roze truien in de Ronde van Italië en zes rode truien in de Ronde van Spanje.

Biografie[bewerken]

Opleiding en begin[bewerken]

Dumoulin groeide op in Maastricht en behaalde in 2009 zijn gymnasiumdiploma aan het Bonnefanten College aldaar.[2] Hij begon pas op vijftienjarige leeftijd met wegwielrennen. Nadat hij uitgeloot was voor de studie geneeskunde besloot hij het te zullen maken als wielrenner.[3][4] Als belofte won hij in 2010 de eerste rit en het eindklassement in de rittenwedstrijd GP de Portugal, en de tijdrit in de Girobio, de Giro voor beloften. In 2011 won hij het eindklassement van de Triptyque des Monts et Châteaux.

2012 - Overstap naar Argos-Shimano[bewerken]

In de winter op 2012 verhuisde hij van de continentale opleidingsploeg van Rabobank naar de Nederlandse ProContinentale formatie Argos-Shimano. In zijn eerste jaar bij de profs behaalde hij in het voorjaar enkele aansprekende resultaten, waaronder een zesde plek in het eindklassement van de Ruta del Sol en een vijfde stek in de eindrangschikking in de Ronde van Luxemburg, waar hij achter Wout Poels bovendien tweede werd in het jongerenklassement. Door een sterke Ronde van Burgos in het najaar met een tiende positie in het eindklassement en wederom een tweede plek in het jongerenklassement achter Esteban Chaves, dwong hij zijn debuut in een Grote Ronde af - in de Vuelta stapte hij na acht dagen anoniem koersen af - om vervolgens uitgenodigd te worden voor het WK Wielrennen in thuisprovincie Limburg in de beloftecategorie, waar hij naast in de wegrit (85e) ook mocht starten in de tijdrit, die hij als tiende afsloot.

2013 - Tour- en WK-debuut[bewerken]

In 2013 trad Argos-Shimano toe tot de UCI World Tour, waarmee het automatisch een startbewijs kreeg voor alle belangrijke wedstrijden. Dumoulin maakte zijn debuut in een monument, en wel in een barre en deels genaturaliseerde editie van Milaan-San Remo, die hij uitreed als 126e. Verder behaalde hij in het voorjaar onder meer de bergtrui in de Ruta del Sol en eindigde hij als zesde in de sterk bezette Driedaagse De Panne-Koksijde. Ook debuteerde hij in de Amstel Gold Race (62e) en Luik-Bastenaken-Luik (121e). In de tijdrit in de Ronde van België eindigde hij na wereldkampioen Tony Martin als tweede, maar verloor hij zijn podiumplek in de afsluitende koninginnenrit en zakte naar plaats vijf in het klassement. Wel bleef hij de beste in het jongerenklassement, waarmee hij zijn tweede en tevens laatste overwinning van 2013 boekte.

Tourdebuut en podium Eneco Tour[bewerken]

Bij het grote publiek maakte hij echt naamsbekendheid door zijn resultaten op het NK in Kerkrade met een bronzen medaille in de tijdrit en een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Daarna maakte hij zijn Tour de France-debuut. Hij maakte deel uit van de succesvolle sprinttrein van Marcel Kittel, die vier etappezeges boekte, en reed zelf tweemaal top-10, te weten in de lange tijdrit halverwege - waar hij voor Bauke Mollema de beste Nederlander was - en in de door Rui Costa gewonnen 16e etappe, een glooiende overgangsetappe waarin hij ten aanval trok.

Na de Tour volgde een ijzersterke Eneco Tour, waarin hij zijn eerste podiumplek in een grote koers bemachtigde. Mede dankzij een sterke tijdrit - die hij achter Sylvain Chavanel als tweede afsloot - en een vierde plek in de voorlaatste etappe, startte hij de slotdag als klassementsleider. De lastige finale met daarin de Muur van Geraardsbergen werd hem echter te machtig, en hij moest naaste belager Zdenek Stybar laten wegrijden, waarmee hij de zevendaagse World Tour-koers als nummer twee afsloot.

WK-debuut bij elite en contractverlenging[bewerken]

Zijn goede rijden werd door de bondscoach Johan Lammerts beloond met een plek in de selectie voor de wegwedstrijd van het WK Wielrennen in Firenze. In de wegrit haalde hij de finish niet, de ploegentijdrit sloot hij met Argos als veertiende (het beste seizoensresultaat van de ploeg in deze discipline) af; voor de individuele tijdrit kreeg hij geen startbewijs. Een week later besloot hij zijn seizoen in de Ronde van Lombardije - de koers waar hij een jaar eerder in zijn debuutexpeditie opgaf - en hij eindigde er tussen grote namen als Greg Van Avermaet en tweevoudig winnaar Philippe Gilbert als nummer achttien. Aan het einde van het seizoen maakte zijn ploeg bekend dat Dumoulin zijn contract bij Argos, dat in 2014 door het leven zou gaan als Giant-Shimano, met een jaar verlengde.

2014 - Vestiging bij 's werelds tijdrittop[bewerken]

Dumoulin begon zich in 2014 voor het eerst echt te meten met de wereldtop van het tijdrijden. Zo hoefde hij in de proloog van de Ruta del Sol enkel de in bloedvorm verkerende Alejandro Valverde voor zich te dulden en werd hij in de afsluitende tijdrit van de Tirreno-Adriatico vijfde in een veld voor internationale toppers. In een tijdrit boekte hij ook zijn eerste officiële overwinning bij de profs. In het Critérium International versloeg hij Rohan Dennis en Bob Jungels, en ging zodoende als leider de slotdag in. In de afsluitende bergrit moest hij zijn gele trui echter weer prijsgeven en belandde hij op een zestiende plek in het eindklassement.

Dumoulin toont ook klassementscapaciteiten[bewerken]

Ook in de klassiekers liet Dumoulin zich steeds meer gelden. In de Strade Bianche werd hij twaalfde en ook in de finales van de Amstel Gold Race (20e) en de Waalse Pijl (21e) deed hij van zich spreken. Met die uitslagen op zak begon Dumoulin met de nodige aspiraties aan Luik-Bastenaken-Luik, maar de loodzware finale werd hem er toch te veel aan en hij eindigde uiteindelijk als 65e.

Na een prima klassiekercampagne deed Dumoulin ook van zich spreken in het rondewerk. In de Ronde van België eindigde hij in de tijdrit net als een jaar eerder als tweede achter Tony Martin, maar kon ditmaal die plek vasthouden tot het eind, wat hem ook nog de overwinning in het jongerenklassement opleverde. Even later maakte hij nog meer indruk in de Ronde van Zwitserland. In de twee tijdritten werd hij tweemaal tweede - tweemaal achter Martin - en in het slotweekend handhaafde hij zijn hoge positie in het klassement door zich in de twee aankomsten bergop kranig te weren; hij besloot de ronde als nummer 5.

Driemaal top-5 in de Tour[bewerken]

In aanloop naar zijn tweede Tourdeelname, kroonde Dumoulin zich in Zaltbommel voor het eerst tot nationaal tijdritkampioen. In de Tour de France was de Giant-ploeg wederom zeer succesvol met Marcel Kittel die net als in 2013 vier massasprints wist te winnen. Dumoulin sprintte in de openingsweek tweemaal naar een vierde plek in de daguitslag, maar zijn grote doel was de individuele tijdrit daags voor Parijs. De rit was 54 kilometer lang over hoofdzakelijk vlakke wegen. De eerste keer in de nationale driekleur gaf hem geen extra zet om het gat naar de in het voorjaar ook al ongenaakbare Tony Martin te dichten. Ruim anderhalve minuut achter de wereldkampioen werd hij beste van de rest.

Veel dichte ereplaatsen in het najaar[bewerken]

In het najaar vestigde Dumoulin zijn naam definitef in de wereldtop. In elke wedstrijd waar hij na de Tour startte, mengde hij zich in het koersverloop. In de Eneco Tour versloeg hij in de tijdrit door Breda Fabian Cancellara (Dumoulins eerste World Tour-zege), en kwam twee dagen later in Geraardsbergen een luttele seconde te kort op Greg Van Avermaet om zijn tweede rit te winnen. Wel pakte hij die dag de leiding, om zijn leiderspositie een dag later weer uit handen te geven aan een ontketende Tim Wellens. Hij mocht na afloop van de slotrit tweemaal het podium op: hij eindigde achter Wellens en Lars Boom als derde in het eindklassement en won de rode puntentrui.

In de Ronde van Alberta won hij met speels gemak de proloog en zijn leiderspositie leek de rest van de week niet meer in gevaar te komen, maar op de slotdag stak Daryl Impey hem door de bonificatieseconden nog net voorbij in het eindklassement; Dumoulin bleef steken op één tel. Ook in de Grand Prix Quebec was het net niet voor Dumoulin. In de laatste kilometer plaatste hij een hele late uitval en leek daarmee de sprinters te foppen, maar Simon Gerrans kwam in de laatste 20 meter voorbijstuiven en verwees Dumoulin alsnog naar een tweede plek. Een week later in Montreal pakte hij nog een zesde plek mee.

Op het WK in Ponferrada veroverde Dumoulin zijn definitieve plek bij 's werelds tijdrittop. Het duel om de regenboogtrui ging tussen Bradley Wiggins en Tony Martin, maar in de strijd om het brons wist hij de rest van het veld achter zich te laten. Eerder behaalde hij met de Giant-ploeg een achtste plek in de ploegentijdrit en in de wegrit haalde hij voor het eerste de finish. Hij eindige in de elitegroep als 22e. Een week later sloot hij met de Ronde van Lombardije (43e) zijn seizoen af.

2015 - Ontdekkingstocht als ronderenner[bewerken]

Dumoulin in Parijs-Nice 2015

Dumoulin begon 2015 met een vierde plaats in het eindklassement van de Tour Down Under. Ook in Parijs-Nice had hij klassementsaspiraties, maar een ziekte gooide roet in het eten. Even later in de Baskenland bleek hij weer hersteld. Hij reed geen klassement, maar richtte zich - met succes - op de afsluitende tijdrit. Op een glooiend parcours versloeg hij eindwinnaar Joaquim Rodriguez. In de voorjaarsklassiekers reed Dumoulin redelijk, maar echte topklasseringen bleven in Milaan-San Remo (25e), de Amstel Gold Race (26e) en Luik-Bastenaken-Luik (25e) uit.

Mislukte gele Tourmissie[bewerken]

Het zwaartepunt lag voor Dumoulin in 2015 op de openingsetappe in Utrecht in de Tour de France. In aanloop daarnaartoe reed hij de Ronde van Zwitserland. Hij versloeg Fabian Cancellara in de openingstijdrit en droeg nadien vier dagen de gele leiderstrui. Die moest hij inleveren in de etappe naar de Rettenbachferner. Op de aankomst bergop zakte hij naar plek zeven, maar startte door de beperkte schade als kanshebber voor het podium in de afsluitende tijdrit. Dumoulin won de tijdrit afgetekend, en op 19 tellen van eindwinnaar Simon Spilak eindigde hij bovendien als derde in het eindklassement.

Ondanks dat Dumoulin zijn rood-wit-blauwe tijdrittrui kwijtraakte op het NK Tijdrijden (4e), maakte de recente tijdritsuccessen hem tot topfavoriet voor de openeningstijdrit van de Tour in Utrecht, waar een volstrekt vlak parcours van 13,7 kilometer was uitgetekend. Zijn gele Tourmissie liep echter uit op een deceptie. Bij het passeren van de meet moest Dumoulin al uiteindelijke winnaar Rohan Dennis voor zich dulden, en ook Tony Martin en Fabian Cancellara waren sneller. In de waaierrit naar Neeltje Jans behield Dumoulin zijn toppositie in het klassement door in de voorste groep de streep te passeren. De volgende dag lag de finish op de steile Muur van Huy, waar Dumoulin de kans reëel achtte om alsnog het geel te pakken. Hij raakte echter betrokken bij een massale valpartij en brak daarbij zijn sleutelbeen. Zijn gele Tourdroom was definitief over.

Bijna-eindwinst in de Vuelta[bewerken]

Dumoulin verlegde zijn programma en startte daarna in de Vuelta a España. In de tweede etappe koos Dumoulin de aanval op de korte maar steile slotklim. Hij kreeg Esteban Chaves met zich mee, die hem in de sprint-à-deux om de dagzege en de leiderstrui verschalkte. In de vijfde rit kwam Dumoulin in de rode leiderstrui terecht, nadat er tijdens de massasprint een gaatje in het peloton viel en Dumoulin luttele seconden terugpakte op Chaves, die de daaropvolgende dag echter weer voor de aanval koos, de dagzege pakte op wederom een steile muur en de leiderstrui heroverde.

De negende rit was het dan toch Dumoulin die een dubbelslag sloeg. Op een aankomst heuvelop viel hij Chaves aan, ontnam hem zijn leiderstrui en versloeg zelfs Chris Froome en Joaquim Rodriguez in de strijd om de dagzege. Twee dagen nadien moest hij zijn rode kleinood echter weer inleveren, ditmaal bij Fabio Aru. In de koninginnenrit naar Andorra zakte hij door tijdverlies naar de vierde plek in het klassement, maar besloot toen wel vol in te zetten op een goed eindklassement.

In de bergetappes van de tweede week weerde Dumoulin zich kranig. Hij kon het verschil met zijn klimmende concurrenten telkens beperken, en sloeg in de zeventiende rit zijn slag. In een tijdrit rond Burgos pakte hij met groots machtsvertoon de dagzege en nam de leiding in het klassement. Het verschil met nummer 2 Aru bedroeg drie tellen, in de negentiende rit verdubbeld tot zes. De twintigste etappe was de laatste hobbel richting een historische zege.

Dumoulin kon na Jan Janssen (1967) en Joop Zoetemelk (1979) de derde Nederlandse Vuelta- en bovendien grote rondewinnaar uit de geschiedenis worden. Hij kreeg echter te kampen met ziekte en moest zijn concurrenten al vroeg in de rit laten gaan. Hij verloor danig veel tijd, dat hij van het podium tuimelde en zesde werd in de eindrangschikking. Dumoulin droeg in totaal zes dagen de rode leiderstrui. Als blijk van waardering kreeg hij de prijs voor strijdlustigste renner van het Vuelta-peloton toebedeeld.

WK als laatste seizoensdoel[bewerken]

Dumoulin wilde op het WK in Richmond de regenboogtrui in de tijdrit te veroveren. De voortekenen waren goed met een vijfde plaats in de ploegentijdrit met Giant. De individuele tijdrit liep echter uit op een teleurstelling. Het was outsider Vasil Kiryjenka die met de zege aan de haal ging, Dumoulin werd vijfde. In de wegwedstrijd reed hij constant van voren en trachtte hij met Philippe Gilbert in de laatste honderden meters de weggesprongen en latere wereldkampioen Peter Sagan terug te halen. Ze werden uiteindelijk weer ingelopen en Dumoulin eindigde als elfde. Hij sloot zijn seizoen af in Lombardije (opgave) en Abu Dhabi (41e).

2016 - Roze trui in de Giro en twee Touretappezeges[bewerken]

Het seizoen 2016 stond voor Tom Dumoulin vooral in het teken van de Olympische tijdrit in Rio de Janeiro. Hij richtte zich nog volledig op het tijdrijden en stelde zijn in de Vuelta van 2015 geboren klassementsambities een jaartje uit.

Voorseizoen zonder grote uitslagen[bewerken]

Dumoulin in het roze tijdens de 2e etappe van de Giro 2016

Tom Dumoulin begon zijn seizoen met de Ronde van Oman. In de openingsrit eindigde hij al bij de eersten op plek vijf, in rit vier met aankomst bergop werd hij vierde in de etappe, eveneens zijn eindklassering in het algemeen klassement. Zijn volgende koers, Parijs-Nice, begon met een tijdrit, Dumoulins eerste van het jaar. In de 6,1 kilometer lange proloog kwam hij een seconde op Michael Matthews te kort en werd tweede. Gaandeweg de ronde daalde hij in de top-10, om er in de slotrit uit te vallen; hij sloot de ronde af als twaalfde.

In de Ronde van Catalonië begon Dumoulin al matig, en stapte uiteindelijk af in de derde rit. Hij gaf aan vooraf ziek te zijn geweest en niet goed hersteld te zijn. [5] Hij maakte zijn rentree in de Brabantse Pijl, waarin hij zijn gezicht liet zien in de finale en uiteindelijk als 22e eindigde. In de Amstel Gold Race had Dumoulin met pech te maken. Hij kreeg in de volle finale een lekke band, kon niet meer terugkeren in het peloton en zag zijn kansen op de winst verkeken. Hij besloot zijn 'thuiswedstrijd' als nummer 91. Met oog op de Giro stond hij niet aan de start van de Waalse Pijl en Luik.

Roze trui in de Giro[bewerken]

Zonder hoogtestage vooraf debuteerde Dumoulin in de Giro d'Italia. Hij gaf aan vooral te willen scoren in de tijdritten en niet voor een klassement te gaan. De openingstijdrit in Apeldoorn sloot hij winnend af, zij het met een miniem verschil op Primož Roglič. Na de derde etappe was hij zijn roze leiderstrui een dagje kwijt aan Marcel Kittel, die dankzij twee sprintoverwinningen en de daarbij behorende bonificatieseconden de leiding overnam. In de vierde rit heroverde Dumoulin hem weer. Hij sloop de slotfase weg uit de groep der favorieten en werd achter vluchter Diego Ulissi tweede. Twee dagen later verstevigde hij zijn leiding in het klassement door met aankomst bergop een aanval te plaatsen, de klassementsmannen te lossen en als vierde te eindigen in de etappe.

In rit acht verspeelde hij zijn leiderstrui in de heuvels rondom Arezzo. In de tijdrit daags nadien, waar hij vooraf zijn zinnen op had gezet, werd hij mede door ongunstige weersomstandigheden ten opzichte van de vroeger gestarte mannen vijftiende en kon zijn roze trui niet heroveren. In de elfde etappe stapte hij af, nadat hij te veel hinder ondervond aan een ontsteking aan het zitvlak. De dag daarvoor had hij mede vanwege die blessure al veel tijd verloren in het klassement. Dumoulin reed in totaal zes dagen in de roze trui.

Touretappezeges in koninginnenetappe en tijdrit[bewerken]

Na de vroegtijdige aftocht in de Giro besloot Dumoulin van start te gaan in de Tour de France. In de aanloop daarnaartoe betwistte hij de Ronde van Romandië. In de proloog kreeg hij met zes seconden klop van Jon Izagirre. Na wat tijd te hebben verloren in de bergetappe op dag drie, reed hij zich met een goede tijdrit weer de top-10 in. Hij werd tweede in de daguitslag, twee seconden achter Thibaut Pinot. Hij besloot de ronde als vijfde in het eindklassement. Voor de Tour reed hij nog het NK en heroverde daar zijn nationale tijdrijderstitel.

In de Tour wilde Dumoulin na het Vuelta-rood en het Giro-roze voor de gele trui gaan, om zo zijn grote ronde-collectie te completeren. Die droom spatte in de vijfde etappe uiteen, toen Dumoulin in de lastige etappe door het Centraal Massief het peloton moest laten gaan. Maar hij sloeg op zondag 10 juli alweer terug in de koninginnenrit met aankomst op de Arcalis in Andorra. Dumoulin demarreerde voor de slotklim uit een kopgroep en soleerde door de hagel en regen naar de ritwinst, met 37 seconden voorsprong op Rui Costa en Rafał Majka. Daarmee schaarde hij zich bij een select groepje rijders dat binnen een jaar tijd een etappewinst behaalden in alle drie de Grote Rondes. Vijf dagen later won Dumoulin ook de 13e etappe, een individuele heuveltijdrit van 37 kilometer, waarmee hij voor een unieke prestatie zorgde: Dumoulin won in een jaar in alle grote rondes een tijdrit. Het verschil met nummer twee en klassementsleider Chris Froome bedroeg meer dan een minuut, en als klap op de vuurpijl zette hij alle overige concurrenten voor Rio op meer dan anderhalve minuut.

In de tweede tijdrit van de Tour, een klimtijdrit over 17 kilometer van Sallanches naar Megève, zette Dumoulin de snelste tijd neer. Hij had zijn twijfels of het genoeg was, en dat bleek achteraf niet het geval. Froome draaide de rollen ten opzichte van de eerste tijdrit om en zette Dumoulin op 21 seconden, waarmee die tweede werd. Een dag later kwam er een einde aan de Tour van Dumoulin. Op de flanken van de Montée de Bisanne kwam hij ten val en liep een breukje in zijn pols op. Dumoulin liet door specialisten van ziekenhuis Rijnstate een speciaal ontworpen spalk zetten waarmee hij, ondanks een gebroken spaakbeen, kon trainen voor de Olympische Spelen. [6]

Olympische zilver op de tijdrit[bewerken]

Op die Spelen had Tom Dumoulin van de tijdrit zijn doel gemaakt. Daardoor moest hij ook starten in de wegwedstrijd, waaruit hij uit voorzorg voor de tijdrit (vier dagen later) al na 12 kilometer uitstapte. Met de nodige twijfels en een nog niet volledig herstelde pols startte Dumoulin toch als een van de favorieten aan de tijdrit. Vooraf werd een tweestrijd tussen hem en Chris Froome verwacht, maar daar stak Fabian Cancellara een stokje voor. De Zwitser won zijn tweede olympische titel, Dumoulin bleef Froome voor en greep op 47 seconde van Cancellara het zilver. Ondanks zijn mislukte missie en de teleurstelling verklaarde Dumoulin trots te zijn. [7]

Geen uitmuntende prestaties in najaar[bewerken]

Na Rio was Dumoulins laatste seizoensdoel het behalen van de regenboogtrui in de tijdrit op het WK in Qatar. In de Tour of Britain hervatte hij zijn wedstrijdschema en werd hij derde in zowel de koninginnenrit met aankomst heuvelop halverwege, als in de individuele tijdrit in het slotweekend. Het leverde hem ook een derde plek in het eindklassement op. In de Eneco Tour kwam Dumoulin minder goed uit de verf. De individuele tijdrit (14e) liep uit op een fiasco, waarmee hij geen rol van betekenis meer speelde in het klassement. Dankzij een sterke slotdag met een vierde plek in Geraardsbergen wist hij alsnog een negende plek in de eindrangschikking te bemachtigen.

Na de Eneco Tour bleven aansprekende resultaten uit voor Dumoulin. De Ronde van Lombardije reed hij niet uit en op het WK tijdrijden werd hij teleurstellend elfde. Een paar dagen eerder werd hij zevende in de ploegentijdrit. Hij eindigde zijn seizoen met de wegwedstrijd, maar speelde daarin geen rol van betekenis en werd tegen de finale vanwege zijn achterstand uit koers genomen.

2017 - Giroklassement als hoofddoel[bewerken]

In winter van 2016 op 2017 zette Dumoulin zijn definitieve transformatie naar klassementsrenner in. Hij verklaarde dat hij als klassementsrenner naar de Giro d'Italia wilde en ging daarvoor meer bergop trainen. Het leverde hem in zijn eerste wedstrijd van het seizoen, de Abu Dhabi Tour, direct in een podiumplek op. In de rit met aankomst bergop werd hij derde, wat ook zijn uiteindelijke plek in het klassement was.

Sterk voorjaar in Italië[bewerken]

Zijn voorjaar was met oog op de Giro in mei volledig Italiaans georiënteerd, te beginnen met de Strade Bianche. Dumoulin toonde zich sterk op de Toscaanse grindwegen en zat mee bij de beslissende slag, samen met onder meer Michal Kwiatkowski en Zdenek Stybar. De beslissende demarrage van latere winnaar Kwiatkowski moest Dumoulin echter aan zich voorbij laten gaan; hij werd uiteindelijk vijfde.

De eerste test als klassementsrenner volgde in de Tirreno-Adriatico. Na veel tijd verloren te hebben in de ploegentijdrit, sloeg Dumoulin terug in de tweede rit met aankomst heuvelop. Achter de eerder ontsnapte Geraint Thomas ontsnapte hij uit het peloton en werd hij tweede. De vierde rit kende een aankomst op de Monte Terminillo. Dumoulin koos halverwege de klim voor de aanval, maar die inspanning kwam hem in de slotfase duur te staan. Hij werd nog door een aantal man voorbijgestoken en eindigde op 41 tellen van Nairo Quintana als zesde, waarmee hij ook opschoof naar zes in het klassement. De slottijdrit rond San Benedetto del Tronto, Dumoulins eerste tijdritkilometers van het jaar, leverde een teleurstellende dertiende plek op, waarmee Dumoulin niet meer kon opschuiven in het klassement en de Tirreno als zesde besloot.

Aan zijn Italiaanse programma plakte hij ook nog Milaan-San Remo vast, waar hij superknecht van ploegmaat en topfavoriet Michael Matthews was; op de Cipresa en de Poggio hield hij strak tempo in het peloton aan om de wedstrijd hard te maken, maar het mocht voor Matthews niet baten. Hij werd uiteindelijk twaalfde, Dumoulin zelf eindigde op de 69e plek. In april legde Dumoulin de laatste hand aan zijn Girovoorbereidingen. Via hoogtestages in de Sierra Nevada en op Tenerife trok hij naar Luik, zijn laatste wedstrijd in aanloop naar de Giro. Dumoulin reed de gehele dag van voren en probeerde samen met onder anderen Sergio Henao een ontsnapping op Roche-aux-Faucons te forceren, maar zijn poging liep op niets uit. In de volle finale kon Dumoulin uiteindelijk niet meer mee met de favorietengroep; hij eindigde als beste Nederlander op de 22e plaats.

Als klassementsrenner naar de Giro[bewerken]

De Giro d'Italia startte op vrijdag 5 mei op Sardinië. Het openingsweekend kwam Tom Dumoulin zonder kleerscheuren door, en de eerste aankomst bergop volgde al direct de eerste dinsdag op de Etna. Hij waagde nog een aanvalspoging, maar die werd door de overige favorieten in de kiem gesmoord; uiteindelijk werd hij zesde in de daguitslag. De volgende test volgde in rit negen, met aankomst op Blockhaus. De aanvallen van Nairo Quintana, Thibaut Pinot en Vincenzo Nibali moest Dumoulin laten gaan, maar op zijn eigen tempo haalde hij eerste de geloste Nibali bij, lostte vervolgens zelf Bauke Mollema uit het wiel en reikte uiteindelijk tot Pinot, van wie hij op 24 seconde van ritwinnaar Quintana de sprint om plek twee verloor.

De dag na de rustdag stond een heuvelachtige individuele tijdrit op het programma. Dumoulin had voorafgaand nog twijfels over zijn tijdrit wegens zijn switch naar klassementsrenner. Hij won de tijdrit echter met groot machtsvertoon, verwees Geraint Thomas met 49 seconden verschil naar de tweede plek en pakte bijna drie minuten op Nairo Quintana, waarmee Dumoulin de roze trui veroverde. De veertiende rit volgde de eerste test als klassementsleider met aankomst op Oropa. Quintana opende de aanval, maar net als op Blockhaus hield Dumoulin zijn eigen tempo aan. Hij haalde op anderhalve kilometer voor de streep de Colombiaan weer bij en reed in de laatste honderden meters nog van hem weg. Als klap op de vuurpijl verschalkte Dumoulin nog Ilnur Zakarin in de sprint om de etappezege, waarmee hij zijn tweede rit van de Giro won en na Jan Janssen in de Tour van 1968 en Joop Zoetemelk in de Tour van 1980 als derde Nederlander ooit een etappe als klassementsleider in een grote ronde won. Tijdens etappe 16 stapte Dumoulin, tijdens een tot dan toe vlekkeloze rit, ineens van de fiets en ging de berm in voor een sanitaire stop. Deze noodzakelijke stop werd veroorzaakt door darmproblemen. Ondanks het feit dat het peleton even gas terugnam, verloor Dumoulin wel dik 2 minuten op de concurrentie, maar behield hij wél de roze trui. De dag erna, voor het begin van de 17e etappe, meldde Dumoulin geen last meer te hebben van darmproblemen.

Belangrijkste overwinningen[bewerken]

2010 - 2 zeges

2011 - 0 zeges

2013 - 0 zeges

2014 - 4 zeges

2015 - 5 zeges

2016 - 4 zeges

2017 - 2 zeges

Leiderstruien[bewerken]

Algemeen klassement[bewerken]

Jaar Ronde Niveau Aantal
leiderstruien
Gepakt na
(overgenomen van)
Kwijtgeraakt na
(kwijtgeraakt aan)
2013 Eneco Tour 2.UWT 1 Jersey white.svg 6e etappe
(Vlag van Nederland Lars Boom)
7e etappe
(Vlag van Tsjechië Zdeněk Štybar)
2014 Critérium International 2.HC 1 Jersey yellow.svg 2e etappe
(Vlag van Frankrijk Nacer Bouhanni)
3e etappe
(Vlag van Frankrijk Jean-Christophe Péraud)
Eneco Tour 2.UWT 1 Jersey white.svg 5e etappe
(Vlag van Nederland Lars Boom)
6e etappe
(Vlag van België Tim Wellens)
Tour of Alberta 2.1 5 Jersey yellow.svg Proloog
(Eerste drager)
5e etappe
(Vlag van Zuid-Afrika Daryl Impey)
2015 Tour de Suisse 2.UWT 4 Jersey yellow.svg 1e etappe
(Eerste drager)
5e etappe
(Vlag van Frankrijk Thibaut Pinot)
Vuelta a España 2.UWT (GR) 1 Jersey red.svg 5e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
6e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
2 Jersey red.svg 9e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
11e etappe
(Vlag van Italië Fabio Aru)
3 Jersey red.svg 17e etappe
(Vlag van Spanje Joaquim Rodríguez)
20e etappe
(Vlag van Italië Fabio Aru)
2016 Giro d'Italia 2.UWT (GR) 2 Jersey pink.svg 1e etappe
(Eerste drager)
3e etappe
(Vlag van Duitsland Marcel Kittel)
4 Jersey pink.svg 4e etappe
(Vlag van Duitsland Marcel Kittel)
8e etappe
(Vlag van Italië Gianluca Brambilla)
2017 Giro d'Italia 2.UWT (GR) 9 Jersey pink.svg 10e etappe
(Vlag van Colombia Nairo Quintana)

Puntenklassement[bewerken]

Jaar Ronde Niveau Aantal
leiderstruien
Gepakt na
(overgenomen van)
Kwijtgeraakt na
(kwijtgeraakt aan)
2014 Critérium International 2.HC 1 Jersey green.svg 2e etappe
(Vlag van Frankrijk Nacer Bouhanni)
3e etappe
(Vlag van Zwitserland Mathias Frank)
Eneco Tour 2.UWT 3 Jersey red.svg 5e etappe
(Vlag van Italië Andrea Guardini)
7e etappe
(Eindwinnaar)
2015 Tour de Suisse 2.UWT 2 Jersey black.svg 1e etappe
(Eerste drager)
3e etappe
(Vlag van Spanje Daniel Moreno)
2016 Giro d'Italia 2.UWT (GR) 1 Jersey red.svg 1e etappe
(Eerste drager)
2e etappe
(Vlag van Duitsland Marcel Kittel)
Tour of Britain 2.HC 1 Jersey blue.svg 7e etappe (A)
(Vlag van Verenigd Koninkrijk Daniel McLay)
7e etappe (B)
(Vlag van Australië Rohan Dennis)

Bergklassement[bewerken]

Jaar Ronde Niveau Aantal
leiderstruien
Gepakt na
(overgenomen van)
Kwijtgeraakt na
(kwijtgeraakt aan)
2013 Ruta del Sol 2.1 1 Jersey green.svg 3e etappe
(Vlag van Spanje Luis Angel Maté)
3e etappe
(Eindwinnaar)
2014 Tour de Picardie 2.1 1 Jersey polkadot.svg 2e etappe
(Vlag van België Philippe Gilbert)
3e etappe
(Vlag van België Philippe Gilbert)
2017 Giro d'Italia 2.UWT (GR) 2 Jersey blue.svg 14e etappe
(Vlag van Spanje Omar Fraile)
16e etappe
(Vlag van Spanje Mikel Landa)

Jongerenklassement[bewerken]

Jaar Ronde Niveau Aantal
leiderstruien
Gepakt na
(overgenomen van)
Kwijtgeraakt na
(kwijtgeraakt aan)
2012 Tour of Luxemburg 2.HC 3 Jersey white.svg Proloog
(Eerste drager)
3e etappe
(Vlag van Nederland Wout Poels)
Vuelta a Burgos 2.HC 1 Jersey white.svg 4e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
5e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
2013 Baloise Belgium Tour 2.HC 3 Jersey white.svg 3e etappe
(Vlag van Nederland Danny van Poppel)
5e etappe
(Eindwinnaar)
2014 Critérium International 2.HC 1 Jersey white.svg 2e etappe
(Vlag van Frankrijk Nacer Bouhanni)
3e etappe
(Vlag van Polen Rafal Majka)
Baloise Belgium Tour 2.HC 3 Jersey white.svg 3e etappe
(Vlag van Zweden Jonas Ahlstrand)
5e etappe
(Eindwinnaar)
Tour of Alberta 2.1 6 Jersey white.svg Proloog
(Eerste drager)
5e etappe
(Eindwinnaar)
2015 Tour de France 2.UWT (GR) 1 Jersey white.svg 2e etappe
(Vlag van Australië Rohan Dennis)
3e etappe
(Vlag van Slowakije Peter Sagan)

Combinatieklassement[bewerken]

Jaar Ronde Niveau Aantal
leiderstruien
Gepakt na
(overgenomen van)
Kwijtgeraakt na
(kwijtgeraakt aan)
2015 Vuelta a España 2.UWT (GR) 6 Jersey white.svg 9e etappe
(Vlag van Colombia Esteban Chaves)
14e etappe
(Vlag van Spanje Joaquim Rodríguez)

Belangrijkste ereplaatsen[bewerken]

2013
2014
2015
2016
2017

Resultaten in voornaamste wedstrijden[bewerken]

Jaar Ronde van
Italië

Ronde van
Frankrijk

Ronde van
Spanje

2012 opgave  
2013 41e  
2014 33e  
2015 opgave   6e (2)Jersey red number.svg 
2016 opgave (1)  opgave (2) 
2017  (2) 
(*) tussen haakjes aantal individuele etappeoverwinningen
Jaar Milaan-San Remo Ronde van Vlaanderen Amstel Gold Race Luik-Bast.-Luik Ronde van Lombardije Waalse Pijl WK op de weg Wereld- ranglijst
2012 opgave 46e opgave opgave
2013 126e 62e 121e 18e opgave 60e (UWT)
2014 20e 65e 43e 21e 22e 21e (UWT)
2015 25e 26e 25e opgave 11e 15e (UWT)
2016 91e 13e (UWT)
2017 69e 22e
Resultaten in kleinere rondes
Jaar Tour Down Under Parijs-Nice Tirreno-Adriatico Ronde van Catalonië Ronde van het Baskenland Ronde van Romandië Ronde van Californië Ronde van België Ronde van Zwitserland Eneco Tour
2012 23e
2013 34e 68e 5e Jersey white.svg 58e 2e
2014 102e 40e 2e Jersey white.svg 5e 3e (1) Jersey red.svg
2015 4e DNF 29e (1) 3e (2)
2016 12e DNF 5e 9e
2017 6e

Ploegen[bewerken]

Externe links[bewerken]