Bevolking van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Density Netherlands 2007.png
Bevolkingsdichtheid per gemeente en buurtniveau in 2019 (bron: CBS)
Totale bevolking 17.282.163
Totaal aantal mannen 8.581.086
Totaal aantal vrouwen 8.701.077
Burgerlijke staat
Ongehuwd 8.287.607
Gehuwd 6.710.175
Verweduwd 858.676
Gescheiden 1.324.626
Bevolkingsgroei tot 1 januari 2019[1]
Bevolkingsgroei 101.669
Levendgeborenen 167.925
Overledenen 153.249
Geboorteoverschot 14.676
Immigranten 242.363
Emigranten 155.370
Migratiesaldo (incl. correcties) 86.993

De bevolking van Nederland bestond op 28 juli 2022 uit 17.696.940 inwoners. Zij is in de laatste anderhalve eeuw meer dan vervijfvoudigd.

Naar de verwachting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal het bevolkingsaantal groeien tot 18 miljoen in het jaar 2028. Door vergrijzing zal het aantal sterfgevallen toenemen. De bevolkingsgroei wordt door migratie bepaald.

In de prognoses op middellange termijn van het CBS blijft het aantal geboortes vrijwel gelijk, maar 17% lager dan het vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw. Het huidige lagere niveau van 1,54 is mogelijk te verklaren doordat mensen pas op latere leeftijd kinderen krijgen en vrouwen op hogere leeftijd minder vruchtbaar zijn.[2] Het ontbreken van een vaste relatie, vast arbeidscontract, een koopwoning leidt tot uitstellen. Ook stellen universitair opgeleide vrouwen moederschap gemiddeld 6 jaar uit in vergelijking met middelbaar geschoolde vrouwen.[3]

De bevolkingsteller[4] geeft de actuele stand van het aantal geregistreerde inwoners van Nederland weer.

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Talen in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Religie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Religie in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens de Religieuze Kaart van Nederland van het CBS was dit de verdeling tussen religies in 2015 in Nederland.

Verdeling religies in 2015 (CBS[5])
Religie Percentage
Geen kerkelijke gezindte 50,1%
Rooms-katholiek 23,7%
Nederlands Hervormd 6,5%
Protestants 5,7%
Islam 4,9%
Gereformeerd 3,3%
Hindoeïsme 0,6%
Boeddhisme 0,4%
Jodendom 0,1%
Overige gezindten 4,6%

Bevolkingsontwikkeling[6][bewerken | brontekst bewerken]

Bevolkingsgroei Nederland 1900 t/m 2006 (gebaseerd op gegevens van het CBS)
Stand bevolking op 1 januari 2019[7]

Kentallen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Percentage bevolkingsgroei: 0,60% (2016)
  • Netto migratie: 4,64 /1000 (2016)
  • Onderscheid bevolking naar sekse (2001):
    • zuigelingen: 1,04 m/v
    • onder 15 jaar: 1,05 m/v
    • 15-64 jaar: 1,03 m/v
    • 65 jaar en ouder: 0,7 m/v
  • Totale bevolking: 0,98 m/v (2001)
  • Zuigelingensterfte: 3,6 sterftes op 1.000 levendgeborenen (2011)
  • Levensverwachting pasgeborenen 1950, 1970, 1990, 2001, 2019 (jaren):
    • bevolking: 71,5; 73,5; 77; 78,5; 82
    • mannen: 70,5; 71; 74, 75,5; 80,5
    • vrouwen: 72,5; 76,5; 80; 81,5; 83,5
  • Vruchtbaarheidscijfer: 4,5 (1900); 2,6 (1937); 4 (1946); 3 (1965); 2 (1973); 1,6 (1977); 1,57 kinderen/vrouw (2019)[8][9]

Factoren[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste factoren voor de bevolkingsontwikkeling van Nederland zijn:

  • Geboorte
  • Sterfte
  • Menselijke migratie
  • Relatievorming en -ontbinding (huwelijken, (geregistreerd) partnerschap)

Deze factoren hebben effect op de omvang en samenstelling van de bevolking, en zijn daarom van invloed op de groei van de bevolking. Relatievorming behoort ook tot een van de factoren, omdat de meeste kinderen immers binnen een relatie worden geboren. Hierdoor verandert de omvang en samenstelling van de bevolking, zoals de leeftijdsverdeling. De bevolkingsgroei is het aantal levendgeborenen minus het aantal overledenen (=geboorteoverschot) plus gevestigde personen minus vertrokken personen (= migratiesaldo) plus saldo correcties. De bevolking van Nederland groeit als het geboorteoverschot en migratiesaldo toeneemt.

Vanaf 1950 was het relatieve geboorteoverschot (dit is het geboorteoverschot per duizend van de gemiddelde bevolking) nog 15,2, op 1 januari 2018 was dit nog maar 1,1. Dit betekent dat het verschil tussen het aantal levendgeborenen en het aantal overleden steeds kleiner wordt. Dat het aantal positief is komt omdat er nog altijd meer kinderen worden geboren dan dat er personen overlijden.

Geboorte[bewerken | brontekst bewerken]

Honderd jaar geleden was het aantal levendgeborenen gelijk aan het aantal nu, 168 duizend. Het aantal levendgeborenen schommelde in de afgelopen honderd jaar tussen 160 en 250 duizend met uitzondering van 1946 toen een record van 284 duizend kinderen levend werden geboren. Was het gemiddeld kindertal per vrouw in 1900 4,5. In 2017 was dit 1,66 gemiddeld per vrouw, dus een enorme daling van het aantal geboren kinderen. Vanaf 1950 neemt het aantal levendgeborenen[10] sterk af. Werden in 1950 nog 229.718 kinderen geboren, in 2018 was dit aantal 169.836, een daling van 26%. Uit onderstaande grafiek blijkt dat meer jongetjes dan meisjes worden geboren.

Doordat jonge vrouwen meer deelnemen aan het arbeidsproces wordt het krijgen van kinderen en een eventueel huwelijk uitgesteld. Jonge vrouwen zijn beter opgeleid en daarom willen ze hun opleiding te gelde maken. Ook economische factoren spelen een rol. Een van de factoren is de overspannen woningmarkt. Voor het stichten van een gezin is een aantrekkelijke woning noodzaak, maar de prijzen van woningen maken het niet makkelijk om dit te bewerkstelligen. Daarnaast heeft de arbeidsmarkt hier ook een rol in. Vaste banen zijn lastig te vinden. De combinatie moederschap, opleiding en werk[11] blijkt lastig. Was de gemiddelde leeftijd van vrouwen bij het krijgen van een eerste kind in 1970 24,3 jaar, in 2017 is deze leeftijd gestegen naar 29,8 jaar.

Sterfte[bewerken | brontekst bewerken]

In 1950 stierven 75929 personen, waarvan 39 121 mannen en 36 808 vrouwen. In 2017 waren dat 150 214 personen, waarvan 72 661 mannen en 77 553 vrouwen. De gemiddelde leeftijd van mannen bij overlijden in 1950 was 70,29 jaar, terwijl dit in 2018 80,16 jaar is. Voor vrouwen was de gemiddelde leeftijd bij overlijden in 1950 72,58 jaar, in 2018 83,33 jaar. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat in de wintermaanden vooral 80-plussers[15] overlijden. Dit als gevolg dat griepepidemieën in deze periode vaker voorkomen, en doordat ouderen hiervoor meer vatbaar blijken te zijn.

Vanaf 2007 sterven er meer mensen aan nieuwvormingen (kanker)[16] dan de jaren er voor. In de jaren hiervoor was de voornaamste doodsoorzaak hart- en vaatziekten.[17] Vanaf 1997 sterven er meer vrouwen dan mannen. Deze trend zet zich tot op heden door. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer vrouwen aan hart- en vaatziekten en longkanker overlijden. Uit recent onderzoek naar trends in sterftestatistieken is gebleken dat roken de sterfte door longkanker onder vrouwelijke babyboomers is toegenomen. Zo wordt er voor de komende jaren in de berekeningen voor de sterfteprognose[18] rekening gehouden dat het aantal sterfgevallen door longkanker van 70-jarige vrouwen zal toenemen.

Zuigelingensterfte[bewerken | brontekst bewerken]

De sterfte van zuigelingen neemt vanaf 1900 sterk af. Stierven er in 1900 nog 155 kinderen van de 1000 levendgeborenen, in 1939 was dit aantal gedaald tot 34. De zuigelingensterfte gedurende de oorlogsjaren neemt toe en laat in 1945 een piek zien van 80, om vervolgens te dalen tot 3,6 per 1000 levendgeboren kinderen. Deze daling[20] wordt onder andere veroorzaakt doordat de levensomstandigheden verbeteren door betere voeding voor moeder en kind, hygiëne, zwangerschapsbegeleiding en verbetering van de gezondheidszorg. Er sterven meer jongens dan meisjes. In 1950 stierven 3535 jongetjes tegen 2591 meisjes, in 2017 waren de aantallen respectievelijk 347 en 260.[21]

Binnen Europa scoort Nederland hoog als het om babysterfte[22] gaat. Vermoedelijke redenen zijn het op latere leeftijd kinderen krijgen, het hogere aantal meerlingzwangerschappen en het hoge aantal rokende vrouwen.

Migratie[bewerken | brontekst bewerken]

Het relatieve migratieoverschot (dit is het migratieoverschot per duizend van de gemiddelde bevolking) toont vanaf 1950 een grillig beeld. Sommige jaren kenmerken zich door een negatief relatief migratieoverschot, omdat in deze jaren meer personen uit Nederland vertrokken dan zich hier vestigden. Voorbeelden hiervan zijn de jaren 50 van de twintigste eeuw toen veel Nederlanders naar de zogenaamde emigratielanden vertrokken zoals Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. 1952 kende het hoogste negatieve migratieoverschot ooit, namelijk -4,6. De jaren 2004 tot en met 2008 kenden ook een negatief migratieoverschot; veel Nederlanders zochten hun heil vooral in andere Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje. Na 2015 nam het positieve migratieoverschot sterk toe.

Immigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Immigratie in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Perioden met relatief weinig en relatief veel immigranten kenmerken de geschiedenis van Nederland. In 1900 kwamen 28.000 immigranten naar Nederland, wat in 2021 ruim 250 duizend bedroeg.[25]

De motieven om naar Nederland te komen zijn verschillend. Deze zijn werk (=arbeidsmigrant, vaak als kenniswerker, onderzoeker, of als EU/EFTA onderdaan (overige)), asiel of als vluchteling (=asielmigrant), studie en als nareiziger (=gezinsmigrant). Gezinshereniging volgt vaak op arbeidsmigratie en asiel en levert de hoogste aantal verblijfsvergunningen op. In 2018 was dit aantal[26] 34.035.

De meeste immigranten komen uit de Europese lidstaten, vroeger vooral Duitsers en Belgen, veelal in de grensstreek. Vanaf de jaren 70 groeit ook de toestroom van Engelse migranten,[27] die veelal woonachtig zijn in de Randstad, vaak met Nederlandse partner en vaak actief in de financiële sector.[28] Vanaf 2008 blijken vooral Polen[29] naar Nederland te komen. De reden is werk.

Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat bijna 60 procent van de arbeidsmigranten[30] binnen 6 jaar weer vertrekken. Vaak is de reden van vertrek een verbetering van de economische situatie in het land van herkomst.

De dekolonisatie zorgde vanaf eind jaren 40 voor de migratiegolf van Indische Nederlanders en ook de onafhankelijk van Suriname zorgde voor een omvangrijke migratiebeweging vanaf de jaren 70. [31] Vanaf eind jaren tachtig immigreren steeds meer Antillianen naar Nederland.[32]

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw nam in Nederland de arbeidsimmigratie geleidelijk toe. Daaronder bevonden zich voor het eerst in belangrijke mate migranten uit "niet-westerse"[33] landen, hoofdzakelijk mensen uit Turkije, Marokko Grofweg de helft van de inwoners met een migratieachtergrond stamde in 1998 uit "westerse" landen, in 2018 was dit iets minder dan de helft (zie onderstaande tabel).

Sinds de 2de helft jaren 00 verbreedt de immigratie naar vele landen, onder andere wordt dit veroorzaakt door de uitbreiding van de EU in 2004, de kredietcrisis van 2007 en 2011, het toelaten van buitenlandse kenniswerkers en studenten en huwelijksmigratie met een autochtone partner.

In 2022 wonen er 4,2 miljoen mensen met een migratieachtergrond in Nederland. Mensen met een volledige of gedeeltelijke niet-westerse achtergrond wonen voornamelijk in de grotere steden. Sinds 2017 vormen bewoners met een migratieachtergrond, westers en niet-westers, een meerderheid in Amsterdam (2011), Rotterdam (2013) en Den Haag.[34]

Kinderen van wie beide ouders ook al in Nederland geboren zijn worden wel personen met een "derde generatie migratieachtergrond" genoemd. Gezien hun eenduidig Nederlandse achtergrond worden zij door het CBS gerekend tot de 'autochtonen'. De grote meerderheid hiervan is westers. In 2016 werd hun aantal door het CBS geschat op 859.000 waarvan 739.000 met minstens één geïmmigreerde grootouder uit een westers land en geen grootouder uit een niet-westers land en ongeveer 120.000 met minstens één grootouder uit een niet-westers land.[35] In 2013 bereikte de autochtone bevolking haar grootste omvang tot nu toe met 13.236.494 inwoners, sindsdien krimpt de autochtone bevolking.

Asielmigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Asielaanvragen worden ingediend door personen die om uiteenlopende redenen, hun land hebben verlaten om elders bescherming of asiel te zoeken. Door (burger)oorlog migreerden grote groepen Syriërs, voormalig Joegoslaven (Joegoslavische oorlogen, jaren 90), Irakezen, Afghanen.

In 2015 was een piek in het aantal asielverzoeken. Dit werd veroorzaakt door Syriërs die massaal hun land ontvluchtten[37] door de oorlog die daar heerste. 18,7 duizend asielverzoeken werden door Syriërs gedaan, dit komt neer op 43% van de eerste asielverzoeken. Vanaf 2015 tot 2017 komt het grootste aantal nareizigers (=nareizende gezinsleden) uit Syrië. Ook in 2019 worden de meeste eerste asielverzoeken[38] door Syriërs (575 verzoeken) gedaan, gevolgd door Nigerianen (485) en Iraniërs (470).

Perioden Eerste asielverzoeken[40]
2013 9.840
2014 21.810
2015 43.095
2016 19.370
2017 16.145
2018 20.510

Cijfers over asielzoekers en asielaanvragen worden gepubliceerd door het CBS en de IND. Deze cijfers verschillen, omdat de IND cijfers over alle asielverzoeken publiceert. Het CBS daarentegen publiceert alléén cijfers over de eerste asielverzoeken.[41][42] Voor vestiging in Nederland is een verblijfsvergunning noodzakelijk. Deze verblijfsvergunning dient aangevraagd te worden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND beoordeelt alle verzoeken van immigranten die zich in Nederland willen vestigen of die Nederlander willen worden.

Emigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Emigratie of landverhuizingen zijn van alle tijden geweest. Een van de bekendste emigratiestromen ontstaat na WO-II. Deze emigratiestroom werd zelfs door de Nederlandse regering gestimuleerd, waardoor de Nederlandse Emigratiedienst werd opgericht. Nederlanders vertrokken naar populaire emigratielanden zoals Canada (147.000), Australië (119.000), de Verenigde Staten van Amerika (76.000). Het aantal emigranten dat naar Nieuw-Zeeland, Brazilië en Zuid-Afrika vertrok was 68.000. In totaal emigreerden[43] in deze jaren circa 3,5% van de Nederlandse bevolking. Reden voor emigratie waren vooral economisch of politiek van aard. Mensen waren bang voor een eventuele Derde Wereldoorlog, een inval door Rusland en de opkomst van kernwapens. Economische motieven ontstonden door een negatief toekomstperspectief, de schaarste aan woningen, het krijgen van subsidies voor de overtocht en beroepsopleidingen om het vak in den vreemde uit te voeren. In deze eeuw deed zich ook een emigratiegolf voor. Vooral in de jaren 2003 tot en met 2006 overtrof de emigratie de immigratie.

De meeste emigranten zijn eerdere immigranten. De redenen voor vertrek blijken net als vroeger te bestaan uit een mengeling van sociale en economische factoren. Door de globalisering wordt het steeds gewoner over de grens een baan te zoeken. Uit de migratiecijfers blijkt dat de meeste autochtone Nederlanders naar Europese landen vertrekken, zoals Duitsland, België en Frankrijk en dat immigranten of Nederlanders met een migratieachtergrond vertrekken naar het land van herkomst. Andere motieven voor vertrek[44] zijn meer ruimte, meer rust, mooie natuur en minder stress, of gewoonweg omdat mensen meer van hun leven willen genieten.

Relatievorming en -ontbinding[bewerken | brontekst bewerken]

Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal huwelijkssluitingen vanaf 1950 afneemt. Dit heeft verschillende redenen. Een van de redenen is dat er verschillende samenlevingsvormen zijn die nagenoeg juridisch gelijk gesteld zijn aan het huwelijk. Denk daarbij aan het geregistreerd partnerschap dat sinds 1 januari 1998 is ingevoerd. Twintigers en dertigers kiezen nu vaker voor het geregistreerd partnerschap,[47] dan trouwen. Maar als er toch getrouwd wordt, dan is de trouwleeftijd hoger. Vrouwen waren in 2017 gemiddeld 31,5 jaar, de mannen waren bijna tweeënhalf jaar ouder. In 2007 waren vrouwen 30 jaar en mannen bijna 33 bij het eerste huwelijk. Aan het begin van de jaren zeventig, toen het gebruikelijk was om jong te trouwen, waren vrouwen nog geen 23 jaar als ze trouwden. Ook toen waren mannen gemiddeld zo’n twee jaar ouder.

Huwelijken en geregistreerde partnerschappen eindigen door ontbinding. Een huwelijk eindigt in een echtscheiding of omdat een van de partners overlijdt. In 2017 worden ruim 38% van de huwelijken door echtscheiding ontbonden.[48] Het aantal geregistreerde partnerschappen dat strandt,[49] is ten opzichte van 2010 verdubbeld. Was het aantal in 2010 ruim duizend, in 2018 was dit gestegen naar 2,4 duizend.

Van invloed op de stabiliteit[50] van een relatie zijn onder andere opleidingsniveau van beide partners, leeftijdsverschillen en op jeugdige leeftijd ongehuwd of gehuwd gaan samenwonen.

De kans dat stellen die ongehuwd of gehuwd samenwonen uit elkaar gaan, is kleiner als beide partners hoogopgeleid zijn. De kans op een relatiebreuk is groot als beide partners op jeugdige leeftijd ongehuwd of gehuwd gaan samenwonen (stellen waarvan de vrouw bij het begin van de samenwoonrelatie 18 tot 20 jaar was, was bijna de helft (49%) na twaalf jaar uit elkaar) en de leeftijdsverschillen tussen de beide partners meer dan 5 jaar is (na 12 jaar bij elkaar gaan 29,5% uit elkaar).

Bevolkingsontwikkeling vanaf 1900[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar
(01.01.)
(x 1.000) Vruchtbaar-
heids-
cijfer
[53]
(%)
Gemiddelde
bevolking
Levend-
geborenen
Sterf-
gevallen
Geboorte-
overschot
Immigratie Emigratie[54] Migratie-
saldo
Bevolkings-
groei
Geboorte-
overschot
Migratie-
saldo
Bevolkings-
groei[55]
1900 5.104 163 92 +71 28 25 +3 +75 4,45 1,4 0,1 1,5
1901 5.163 168 90 +78 26 23 +3 +84 4,53 1,5 0,1 1,6
1902 5.233 169 86 +82 25 25 0 +84 4,46 1,6 0,0 1,6
1903 5.307 170 84 +86 26 32 −7 +84 4,42 1,6 -0,1 1,6
1904 5.384 171 87 +84 24 30 −7 +79 4,38 1,6 -0,1 1,5
1905 5.460 171 85 +86 25 30 −5 +82 4,29 1,6 -0,1 1,5
1906 5.537 171 83 +88 26 34 −8 +81 4,23 1,6 -0,1 1,5
1907 5.616 172 83 +88 27 41 −14 +75 4,18 1,5 -0,2 1,3
1908 5.696 172 87 +85 30 38 −8 +78 4,13 1,5 -0,1 1,4
1909 5.772 171 80 +90 32 49 −17 +33 4,04 1,6 -0,3 0,6
1910 5.858 169 80 +89 35 35 0 +87 3,94 1,5 0,0 1,5
1911 5.951 167 87 +80 36 39 −3 +77 3,81 1,3 -0,1 1,3
1912 6.033 170 75 +96 36 41 −4 +92 3,84 1,6 -0,1 1,5
1913 6.133 174 76 +98 40 40 0 +98 3,85 1,6 0,0 1,6
1914 6.235 177 78 +99 56 30 +26 +127 3,86 1,6 0,4 2,0
1915 6.340 167 80 +88 38 17 +21 +110 3,59 1,4 0,3 1,7
1916 6.433 173 84 +89 57 11 +45 +134 3,64 1,4 0,7 2,1
1917 6.527 173 87 +86 60 9 +51 +142 3,59 1,3 0,8 2,2
1918 6.618 168 115 +52 23 24 −2 +54 3,47 0,7 0,0 0,8
1919 6.675 164 90 +75 32 54 −22 +53 3,36 1,1 -0,3 0,8
1920 6.754 193 82 +111 42 63 −21 +34 3,89 1,6 -0,3 0,5
1921 6.865 190 77 +113 30 35 −5 +112 3,75 1,6 -0,1 1,6
1922 6.978 182 80 +102 43 34 +9 +110 3,54 1,4 0,1 1,6
1923 7.081 186 71 +115 51 40 +11 +126 3,55 1,6 0,2 1,8
1924 7.196 182 71 +111 41 50 −9 +102 3,39 1,5 -0,1 1,4
1925 7.308 179 72 +106 38 44 −5 +101 3,26 1,4 -0,1 1,4
1926 7.416 177 73 +104 48 42 +6 +110 3,18 1,4 0,1 1,5
1927 7.522 175 78 +97 47 45 +2 +99 3,08 1,3 0,0 1,3
1928 7.621 179 74 +105 49 48 0 +105 3,09 1,4 0,0 1,4
1929 7.728 177 83 +94 58 50 +8 +102 3,00 1,2 0,1 1,3
1930 7.825 182 72 +111 67 57 +10 +103 3,03 1,4 0,1 1,3
1931 7.936 177 77 +100 65 37 +28 +126 2,88 1,3 0,4 1,6
1932 8.062 179 73 +105 56 39 +17 +122 2,83 1,3 0,2 1,5
1933 8.183 171 72 +99 50 42 +8 +107 2,66 1,2 0,1 1,3
1934 8.290 172 70 +102 44 44 −1 +102 2,63 1,2 0,0 1,2
1935 8.392 170 74 +97 34 48 −14 +82 2,57 1,2 -0,2 1,0
1936 8.475 172 74 +98 33 48 −16 +82 2,51 1,2 -0,2 1,0
1937 8.557 170 76 +95 34 45 −12 +83 2,53 1,1 -0,1 1,0
1938 8.640 178 74 +104 33 48 −15 +89 2,63 1,2 -0,2 1,0
1939 8.729 181 76 +105 50 51 −1 +105 2,64 1,2 0,0 1,2
1940 8.834 185 88 +97 20 26 −7 +89 2,67 1,1 -0,1 1,0
1941 8.923 182 90 +92 11 17 −7 +84 2,61 1,0 -0,1 0,9
1942 9.008 190 86 +104 8 43 −34 +69 2,71 1,2 -0,4 0,8
1943 9.076 209 91 +118 9 71 −62 +52 2,98 1,3 -0,7 0,6
1944 9.129 220 108 +112 5 24 −19 +92 3,13 1,2 -0,2 1,0
1945 9.220 210 141 +68 29 16 +13 +84 2,96 0,7 0,1 0,9
1946 9.304 284 80 +204 107 67 +41 +238 3,97 2,2 0,4 2,6
1947 9.543 267 78 +190 54 66 −11 +173 3,70 2,0 -0,1 1,8
1948 9.716 248 72 +175 46 66 −20 +169 3,41 1,8 -0,2 1,7
1949 9.884 236 81 +155 36 58 −22 +142 3,22 1,6 -0,2 1,4
1950 10.027 230 76 +154 71 51 +20 +174 3,10 1,5 0,2 1,7
1951 10.200 228 78 +151 45 67 −22 +128 3,05 1,5 -0,2 1,3
1952 10.328 232 76 +156 34 81 −48 +107 3,09 1,5 -0,5 1,0
1953 10.436 228 81 +147 35 67 −32 +115 3,03 1,4 -0,3 1,1
1954 10.551 228 80 +149 42 61 −19 +129 3,03 1,4 -0,2 1,2
1955 10.680 229 82 +148 52 57 −5 +142 3,03 1,4 0,0 1,3
1956 10.822 231 85 +147 52 63 −11 +135 3,05 1,4 -0,1 1,2
1957 10.957 234 83 +151 50 63 −13 +139 3,08 1,4 -0,1 1,3
1958 11.096 237 84 +152 68 56 +12 +182 3,11 1,4 0,1 1,6
1959 11.278 243 86 +156 37 54 −17 +139 3,17 1,4 -0,2 1,2
1960 11.417 239 88 +151 45 58 −13 +139 3,12 1,3 -0,1 1,2
1961 11.556 247 88 +159 55 49 +6 +165 3,22 1,4 0,1 1,4
1962 11.721 246 94 +152 66 49 +17 +169 3,18 1,3 0,1 1,4
1963 11.890 250 96 +154 55 47 +8 +152 3,19 1,3 0,1 1,3
1964 12.042 251 93 +157 67 53 +14 +170 3,17 1,3 0,1 1,4
1965 12.212 245 98 +147 77 58 +19 +165 3,04 1,2 0,2 1,4
1966 12.377 240 101 +139 82 62 +20 +158 2,90 1,1 0,2 1,3
1967 12.535 239 100 +139 56 67 −12 +126 2,81 1,1 -0,1 1,0
1968 12.661 237 105 +132 64 58 +6 +137 2,72 1,0 0,0 1,1
1969 12.798 248 108 +140 76 56 +20 +159 2,75 1,1 0,2 1,2
1970 12.958 239 110 +129 91 57 +33 +162 2,57 1,0 0,3 1,3
1971 13.119 227 110 +117 95 62 +33 +150 2,36 0,9 0,3 1,1
1972 13.270 214 114 +101 81 62 +19 +118 2,15 0,8 0,1 0,9
1973 13.388 195 111 +84 85 64 +21 +103 1,90 0,6 0,2 0,8
1974 13.491 186 109 +77 94 61 +33 +108 1,77 0,6 0,2 0,8
1975 13.599 178 114 +64 127 55 +72 +134 1,66 0,5 0,5 1,0
1976 13.734 177 114 +63 83 62 +21 +81 1,63 0,5 0,2 0,6
1977 13.814 173 110 +63 84 64 +20 +83 1,58 0,5 0,2 0,6
1978 13.898 176 114 +61 89 63 +27 +88 1,58 0,4 0,2 0,6
1979 13.986 175 113 +62 105 62 +43 +105 1,56 0,5 0,3 0,8
1980 14.091 181 114 +67 113 62 +51 +118 1,69 0,5 0,4 0,8
1981 14.209 179 116 +63 80 66 +14 +77 1,56 0,4 0,1 0,5
1982 14.286 172 117 +55 71 72 −1 +54 1,50 0,4 0,0 0,4
1983 14.340 170 118 +52 67 64 +2 +55 1,47 0,4 0,02 0,4
1984 14.395 174 120 +55 67 63 +5 +59 1,49 0,4 0,0 0,4
1985 14.454 178 123 +55 79 59 +20 +76 1,51 0,4 0,1 0,5
1986 14.529 185 125 +59 87 61 +27 +86 1,55 0,4 0,2 0,6
1987 14.615 187 122 +64 96 60 +35 +100 1,56 0,4 0,24 0,7
1988 14.715 187 124 +62 91 64 +27 +90 1,55 0,4 0,18 0,6
1989 14.805 189 129 +60 99 72 +27 +87 1,55 0,40 0,18 0,59
1990 14.893 198 129 +69 117 69 +48 +118 1,62 0,46 0,32 0,79
1991 15.010 199 130 +69 120 71 +50 +119 1,61 0,46 0,33 0,79
1992 15.129 197 130 +67 117 74 +43 +110 1,59 0,44 0,28 0,73
1993 15.239 196 138 +58 119 75 +44 +102 1,57 0,38 0,29 0,67
1994 15.342 196 133 +62 99 79 +20 +83 1,57 0,40 0,13 0,54
1995 15.424 191 136 +55 96 82 +14 +70 1,53 0,35 0,09 0,45
1996 15.494 190 138 +52 109 92 +17 +73 1,53 0,33 0,11 0,47
1997 15.567 192 136 +57 110 82 +28 +87 1,56 0,36 0,18 0,56
1998 15.654 199 137 +62 122 79 +43 +106 1,63 0,39 0,27 0,68
1999 15.760 200 140 +60 119 79 +40 +104 1,66 0,38 0,26 0,66
2000 15.864 207 141 +66 133 79 +54 +123 1,72 0,42 0,34 0,78
2001 15.987 203 140 +62 133 83 +50 +118 1,71 0,39 0,32 0,74
2002 16.105 202 142 +60 121 97 +24 +87 1,73 0,37 0,15 0,54
2003 16.193 200 142 +58 105 105 0 +65 1,75 0,37 0,0 0,40
2004 16.258 194 137 +57 94 110 −16 +47 1,73 0,35 -0,10 0,29
2005 16.306 188 136 +52 92 120 −27 +29 1,71 0,32 -0,17 0,18
2006 16.334 185 135 +50 101 132 −32 +24 1,72 0,30 -0,19 0,15
2007 16.358 181 133 +48 117 123 −6 +47 1,72 0,29 -0,04 0,29
2008 16.405 185 135 +49 144 118 +25 +80 1,78 0,30 0,16 0,49
2009 16.486 185 134 +51 146 112 +34 +89 1,79 0,31 0,21 0,54
2010 16.575 184 136 +48 154 121 +33 +81 1,80 0,29 0,20 0,49
2011 16.656 180 136 +44 163 133 +30 +75 1,76 0,27 0,18 0,45
2012 16.730 176 141 +35 158 144 +13 +49 1,72 0,21 0,08 0,29
2013 16.780 171 141 +30 165 146 +19 +50 1,68 0,18 0,11 0,30
2014 16.829 175 139 +36 183 149 +35 +71 1,71 0,21 0,21 0,42
2015 16.901 171 147 +23 205 150 +55 +78 1,66 0,14 0,33 0,46
2016 16.979 173 149 +24 231 152 +79 +102 1,67 0,14 0,47 0,60
2017 17.082 170 150 +20 235 154 +81 +100 1,62 0,11 0,47 0,58
2018 17.181 169 153 +15 244 157 +86 +101 1,59 0,09 0,50 0,59
2019 17.282 170 152 +18 269 161 +108 +125 1,57 0,10 0,63 0,73
2020 17.408 169 169 0 221 152 +67 +67 0,00 0,38 0,38
2021 17.475
Jaar
(01.01.)
Gemiddelde
bevolking
Levend-
geborenen
Sterf-
gevallen
Geboorte-
overschot
Immigratie Emigratie[54] Migratie-
saldo
Bevolkings-
groei
Vruchtbaar-
heids-
cijfer
[53]
Geboorte-
overschot
Migratie-
saldo
Bevolkings-
groei[55]
(x 1.000) (%)

Leeftijdsopbouw[bewerken | brontekst bewerken]

Bevolkingspiramide (2022)

De leeftijdsopbouw is in Nederland in de loop van de jaren gewijzigd. Sinds deze informatie door het CBS wordt bijgehouden, blijkt dat het relatieve aantal jongeren tot 20 jaar de afgelopen eeuw bijna is gehalveerd. Het aantal ouderen boven de 65 jaar is meer dan verdubbeld van 6 tot bijna 18,5 procent. De oorzaak hiervan is te vinden in de verbeterde hygiënische omstandigheden waaronder mensen leven, samen met een verder ontwikkelde gezondheidszorg. In vergelijking met 1900 is de zuigelingensterfte met 97% afgenomen.[56] De gemiddelde levensverwachting is de laatste 57 jaar toegenomen met 8,5 jaar.[57]

Onderwerpen Perioden 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2018 2019 2020 2021
Inwoners x 1.000 5.104 5.858 6.754 7.825 8.834 10.027 11.417 12.958 14.091 14.893 15.864 16.405 17.181 17.282 17.408 17.475
Mannen x 1.000 2.521 2.899 3.352 3.886 4.408 4.998 5.686 6.465 6.994 7.358 7.846 8.112 8.527 8.581 8.648 8.697
Vrouwen x 1.000 2.583 2.959 3.402 3.939 4.426 5.029 5.731 6.493 7.097 7.534 8.018 8.293 8.654 8.701 8.760 8.789
< 20 jaar % 44 44 42 40 38 37 38 36 32 26 24 23,7 22,2 21,9 21,7 21,4
20 - 45 jaar % 34 35 36 37 37 36 33 34 37 41 38 33,1 30,8 30,9
45 - 65 jaar % 16 15 16 17 18 19 20 20 20 21 24 27,9 28,2 28,0
65 - 80 jaar % 5,3 5,4 5,2 5,3 6,1 6,7 7,6 8,4 9,3 9,9 10,4 11,4 14,3 14,6 14,8 15
> 80 jaar % 0,7 0,7 0,8 0,8 0,8 1,0 1,4 1,7 2,2 2,9 3,2 3,9 4,5 4,6 4,7 4,8

Bevolkingssamenstelling naar nationale afkomst[bewerken | brontekst bewerken]

Bevolking naar (continentale) migratieachtergrond, 2014

 Geen (72,8%)
 '3de generatie' (5,1%)
 Europese Unie (5,8%)
 Overige Europese landen (3,3%)
 Azië (4,6%)
 Amerika (3,8%)
 Afrika (3,6%)
 Oceanië (0,1%)
 Overig (0,9%)
Bevolking naar migratieachtergrond (x 1.000)[58]
Bevolkingsgroep 1972 1980 1990 2000 2010 2018 2019 2020 2021 2022
Totaal bevolking 13.270 100,0% 14.091 100,0% 14.893 100,0% 15.864 100,0% 16.575 100,0% 17.181 100,0% 17.282 100,0% 17.408 100,0% 17.475 100,0% 17.591 100,0%
Autochtone achtergrond 12.045 90,8% 12.474 88,5% 12.806 86% 13.089 82,5% 13.215 79,7% 13.209 76,9% 13.196 76,4% 13.187 75,8% 13.170 75,4% 13.152 74,8%
Migratieachtergrond 1.225 9,2% 1.617 11,5% 2.087 14% 2.775 17,5% 3.360 20,3% 3.972 23,1% 4.086 23,6% 4.221 24,2% 4.306 24,6% 4.439 25,2%
'Westerse migratieachtergrond' 1.063 8% 1.141 8,1% 1.221 8,2% 1.367 8,6% 1.501 9,1% 1.729 10,1% 1.774 10,3% 1.829 10,5% 1.859 10,6% 1.909 10,9%
'Niet-westerse migratieachtergrond' 162 1,2% 476 3,4% 867 5,8% 1.409 8,9% 1.858 11,2% 2.243 13,1% 2.312 13,4% 2.392 13,7% 2,447 14% 2.529 14,4%
Marokko 22 0,2% 69 0,5% 163 1,1% 262 1,7% 349 2,1% 397 2,3% 402 2,3% 409 2,3% 414 2,4% 419 2,4%
Nederlandse Antillen 22 0,2% 41 0,3% 77 0,5% 107 0,7% 138 0,8% 157 0,9% 161 0,9% 166 1% 171 1% 177 1%
Suriname 54 0,4% 157 1,1% 233 1,6% 303 1,9% 343 2,1% 352 2% 354 2% 356 2% 358 2% 360 2%
Turkije 31 0,2% 113 0,8% 204 1,4% 309 1,9% 384 2,3% 404 2,4% 410 2,4% 417 2,4% 422 2,4% 430 2,4%
Overige niet-westerse migratieachtergrond 34 0,3% 96 0,7% 189 1,3% 428 2,7% 644 3,9% 933 5,5% 984 5,7% 1.044 6% 1.081 6,2% 1.114 6,5%
Bevolkingsgroepen[58] 1998 2008 2014 2018 2019 2020 2021 2022
Totaal migratieachtergrond 2.620.400 3.215.415 3.594.744 3.971.859 4.086.138 4.220.705 4.305.9098 4.438.900
Eerste generatie, geboren in buitenland 1.345.719 1.619.314 1.818.497 2.079.329 2.161.684 2.262.256 2.312.921 2.412.344
Tweede generatie, geboren in Nederland 1.274.691 1.596.102 1.775.247 1.892.530 1.924.454 1.958.449 1.992.987 2.026.556
Tweede generatie, geboren in Nederland, met een ouder in buitenland geboren 803.159 924.776 1.007.989 1.061.661 1.074.781 1.088.745 1.102.798 1.116.695
Tweede generatie, geboren in Nederland, met beide ouders in buitenland geboren 471.522 671.326 768.258 830.859 849.736 869.704 890.279 909.861
Migratieachtergrond naar land 1998 2008 2014 2018 2019 2020 2021 2022
Afghanistan 11.551 37.370 43.183 47.776 49.122 50.403 51.830 54.991
Albanië 269 1.058 1.771 2.852 3.253 3.722 4.026 4.359
Algerije[59] 5.576 7.468 8.064 8.388 8.549 8.713 8.849 9.016
Amerikaans-Samoa 1 2 3 1 2 3 3 2
Amerikaanse Maagdeneilanden 9 11 13 23 23 32 31 39
Andorra 5 9 15 29 28 29 33 39
Angola 3.352 9.094 8.495 8.561 8.737 8.935 9.137 9.363
Anguilla 18 30 30 27 27 27 28 29
Antarctica 0 0 0 0 0 0 0 0
Antigua en Barbuda 25 41 46 51 54 55 55 57
Argentinië 3.096 4.210 5.028 6.030 6.508 7.151 7.594 8.438
Australië 11.076 14.667 15.377 16.963 17.349 17.865 17.688 17.722
Bahama's 58 72 84 91 9 102 113 120
Bahrein 68 98 133 218 255 273 295 324
Bangladesh 348 1.177 1.737 2.327 2.434 2.648 2.893 3.504
Barbados 101 116 133 155 164 169 164 171
België 111.537 112.333 115.028 118.725 119.769 121.019 122.197 123.136
Belize 15 24 23 28 32 36 38 35
Benin 107 326 416 460 469 483 494 506
Bermuda 28 28 42 50 57 63 65 69
Bhutan 28 103 370 359 368 362 342 342
Bolivia 466 854 1.110 1.345 1.415 1.510 1.539 1.610
Botswana 94 136 186 230 251 279 298 328
Brazilië 7.639 14.823 20.997 26.984 30.104 33.348 35.285 38.125
Britse Maagdeneilanden 3 10 11 19 20 22 22 21
Brits Territorium in de Indische Oceaan 6 6 6 7 6 6 5 5
Brunei 314 477 638 734 770 804 819 840
Bulgarije 1.796 8.835 21.153 30.899 34.809 40.216 44.874 50.305
Burkina Faso 176 451 581 641 664 686 715 729
Burundi 291 3.228 3.275 3.307 3.335 3.341 3.374 3.374
Cambodja 691 937 1.080 1.190 1.230 1.270 1.306 1.344
Canada 10.370 13.376 14.925 16.240 16.614 16.987 16.997 17.266
Kaaimaneilanden 10 14 15 64 20 24 26
Centraal-Afrikaanse Republiek 25 63 75 91 95 107 106 113
Chili 3.671 4.796 5.426 5.988 6.207 6.445 6.574 6.841
China 26.191 47.108 64.097 74.234 77.648 81.534 81.735 84.435
Colombia 6.002 11.031 14.759 17.375 18.351 19.607 20.515 21.853
Comoren 17 18 27 26 22 24 22 22
Congo 650 1,545 1.585 1.475 1.554 1.545 1.545 1.556
Congo (Democratische Republiek) 5.147 7.776 8.297 8.470 8.666 8.760 8.827 8.939
Cookeilanden 14 15 17 15 14 14 14 12
Costa Rica 355 674 899 1.133 1.242 1.331 1.408 1.520
Cuba 562 1.607 1.999 2.184 2.333 2.509 2.645 2.781
Cyprus 362 482 714 1.081 1.244 1.419 1.509 1.858
Denemarken 4.855 5.726 6.092 6.640 6.789 6.914 6.859 7.023
Djibouti 155 175 196 236 249 258 267 279
Dominica 62 90 111 132 140 144 143 149
Dominicaanse Republiek 6.174 10.672 13.220 14.725 15.206 15.766 16.303 16.820
Duitsland 405.991 379.610 368.512 354.136 351.552 349.284 345.746 342.925
Ecuador 826 2.197 3.028 3.699 3.943 4.155 4.304 4.556
Egypte 12.738 19.568 22.205 25.057 26.152 27.504 28.399 29.483
El Salvador 314 589 602 694 754 822 847 923
Equatoriaal-Guinea 37 53 69 67 74 78 79 91
Eritrea 243 1.031 2.595 14.952 18.012 20.978 23.207 25.080
Eswatini (Swaziland) 52 81 112 137 142 144 154 159
Ethiopië 8.460 10.659 12.596 21.536 23.777 25.642 27.139 28.635
Faeröer 5 9 8 12 11 15 14 18
Falklandeilanden 1 2 5 6 6 6 6 6
Fiji 61 83 104 118 119 131 135 140
Filipijnen 8.868 14.517 18.627 22.000 23.128 24.369 25.365 26.658
Finland 3.107 3.875 4.554 5.453 5.707 5.954 5.756 5.974
Frankrijk 27.636 34.584 39.595 45.558 47.009 48.926 50.207 52.389
Frans-Guyana 488 664 765 807 836 863 899 939
Frans-Polynesië 14 13 17 25 29 34 46 50
Gabon 67 123 140 148 156 163 166 177
Gambia 251 733 1.070 1.470 1.631 1.868 2.057 2.350
Gazastrook en Westelijke Jordaanoever 221 784 914
Ghana 13.973 19.346 22.556 23.809 24.460 25.453 25.999 26.694
Gibraltar 34 53 51 53 52 57 61 60
Grenada 36 58 65 67 68 69 68 71
Griekenland 10.559 13.346 19.217 23.935 24.709 28.100 28.856 31.480
Groenland 9 10 15 14 14 17 21 23
Guadeloupe 204 285 323 319 397 433 454 495
Guam 1 0 1 5 4 4 5 7
Guatemala 265 543 790 925 1.034 1.132 1.160 1.226
Guinee 508 3.019 4.111 4.403 4.516 4.715 4.854 4.975
Guinee-Bissau 154 305 384 419 438 462 473 494
Guyana 3.465 4.033 4.225 4.238 4.249 4.281 4.306 4.332
Haïti 231 526 659 819 865 962 984 1.032
Honduras 246 451 624 768 816 865 909 960
Hongarije 11.742 13.438 20.226 23.689 24.898 26.172 26.853 28.210
Hongkong 17.304 18.165 18.218 18.410 18.367 18.412 18.332 18.363
Ierland 6.819 7.439 8.589 9.761 10.245 10.976 11.308 12.080
IJsland 396 519 538 675 706 737 720 710
India 10.302 17.357 26.932 42.114 48.724 56.462 58.460 65.399
Indonesië 407.885 387.124 372.233 361.594 358.773 356.029 352.266 349.301
Irak 22.295 45.459 54.159 61.255 63.008 64.653 66.216 67.757
Iran 20.685 29.771 36.561 42.464 44.379 47.797 49.723 52.099
Israël 5.604 7.962 8.669 9.780 10.371 10.713 10.471 10.810
Italië 32.459 37.123 44.105 53.703 56.645 60.013 61.367 64.398
Ivoorkust 325 1.263 1.832 1.854 1871 1.944 1.966 2.010
Jamaica 1.079 1.327 1.524 1.740 1.798 1.871 1.917 1.971
Japan 6.475 7.347 7.334 8.440 8.698 9.223 8.929 9.363
Jemen 257 483 652 1.101 1.402 2.115 2.806 3.777
Voormalig Joegoslavië 60.959 77.115 82.290 86.729 88.352 90.521 91.951 94.162
Bosnië-Herzegovina 361 687 804 1.019 1.133 1.255 38.927 39.265
Joegoslavië 60.449 75.399 80.001 82.977 83.911 85.128
Kosovo 0 20 41 56 64 8.943 9.107
Kroatië 90 176 252 623 816 1.208 12.352 13.181
Macedonië (Republiek Noord-Macedonië) 8 64 157 395 490 594 7.201 7.499
Montenegro 0 8 10 11 14 2.697 2.721
Servië 4 98 236 306 370 19.032 19.361
Servië en Montenegro 347 805 982 1.094 1.208
Slovenië 13 23 145 437 535 608 2.799 3.028
Jordanië 1.090 1.465 1.566 2.116 2.297 2.537 2.719 2.943
Kaapverdië 17.478 20.364 21.714 22.405 22.632 22.847 22.980 23.150
Kameroen 707 2.277 2.835 3.077 3.203 3.352 3.481 3.602
Kanaaleilanden 12 26 35 68 79 75 82 82
Katar 28 38 94 232 278 317 323 375
Kenia 1.572 2.758 3.813 4.528 4.774 4.967 5.182 5.487
Kiribati 5 3 4 3 3 3 3 5
Koeweit 1.201 1.517 1.659 2.323 2.435 2.537 2.669 2.769
Laos 158 222 322 331 341 347 357 356
Lesotho 62 89 111 132 135 139 140 149
Libanon 3.292 4.987 5.493 6720 7.008 7.437 7.950 8.558
Liberia 2.023 3.049 3.086 2.982 2.430 3.043 3.080 3.097
Libië 448 830 1.246 2.280 2.430 2.623 2.729 2.833
Liechtenstein 6 7 6 10 6 13 8 8
Luxemburg 1.165 1.401 1.592 2.002 2.167 2.342 2.408 2.531
Macau 81 118 116 124 128 134 136 136
Madagaskar 133 218 256 308 322 335 347 362
Malawi 183 315 396 475 502 533 546 565
Maldiven 12 17 21 32 33 33 31 39
Maleisië 3.713 4.967 5.356 5.799 5.941 6.133 6.171 6.356
Mali 97 245 316 321 349 374 381 402
Malta 318 449 540 628 666 726 758 825
Man 2 5 15 20 18 19 22 22
Marokko 241.982 335.127 374.996 396.539 402.492 408.864 414.186 419.272
Marshalleilanden 6 6 6 6 7 7 7 7
Martinique 88 105 118 118 123 135 129 135
Mauritanië 240 419 423 422 433 431 434 444
Mauritius 425 545 608 659 698 719 732 772
Mayotte 3 14 7 6 8 8 8 8
Mexico 1.470 3.466 5.254 6.945 7.618 8.252 8.777 9.582
Micronesië 2 0 - 2 1 0 0 1
Monaco 39 63 78 106 112 126 139 147
Mongolië 34 446 639 758 753 779 803 818
Montserrat 2 8 10 9 10 10 12 11
Mozambique 478 773 926 1.001 1.022 1.094 1.137 1.193
Myanmar 213 622 1.282 1.490 1.526 1.592 1.606 1.683
Namibië 155 283 356 416 455 405 551 605
Nauru 0 2 4 1 1 4 4 4
Voormalige Nederlandse Antillen en Aruba 92.105 131.841 146.855 157.114 161.265 166.265 171.413 176.912
Aruba 3.760 5.196 5.610 6.177 29.069 30.259
Caribisch Nederland 12 47 64 79 6080 6.216
Curaçao 124 686 982 1.399 131.360 135.218
Sint Maarten 6 87 99 123 4.904 5.219
Nederlandse Antillen (oud) 142.953 151.098 154.510 158.487
Nepal 277 1.078 1.794 2.286 2.368 2.455 2.535 2.653
Nicaragua 289 461 659 779 843 925 985 1.056
Nieuw-Caledonië 13 23 17 23 31 34 36 45
Nieuw-Zeeland 3.609 4.756 5.187 5.734 5.948 6.114 6.115 6.087
Niger 122 352 380 389 400 405 409 423
Nigeria 4.055 8.788 11.766 12.600 13.216 14.345 15.034 16.140
Niue 0 0 - 0 0 0 0 0
Noordelijke Marianen 0 0 - 0 0 1 1 1
Noord-Korea 1 31 104 107 107 103 101 98
Noorwegen 3.638 3.981 4.328 4.671 4.769 4.925 4.930 5.080
Norfolk 0 0 - 0 0 0 0 0
Oman 131 235 363 524 565 604 645 696
Oostenrijk 15.333 15.446 15.631 15.916 16.005 16.202 16.130 16.216
Pakistan 15.135 18.478 20.653 22.897 23.855 25.050 25.938 27.261
Palau 1 1 2 2 3 4 3 3
Panama 259 394 461 526 561 600 634 686
Papoea-Nieuw-Guinea 98 161 187 207 209 210 218 225
Paraguay 228 263 318 366 371 407 425 463
Peru 2.101 4.376 5.830 6.891 7.324 7.757 8.092 8.620
Pitcairneilanden 0 0 - 0 0 0 0 0
Polen 27.315 58.853 123.003 173.050 185.497 198.024 209.278 220.980
Portugal 13.253 18.714 23.613 26.383 27.450 28.802 29.092 31.306
Puerto Rico 97 151 189 242 241 268 256 252
Réunion 39 51 66 68 74 76 75 79
Roemenië 4.722 11.392 18.740 29.417 34.185 39.340 43.161 48.563
Rwanda 283 1.380 1.547 1.641 1.672 1.726 1755 1.798
Saint Kitts en Nevis 40 93 107 106 111 112 116 119
Saint Pierre en Miquelon 0 0 - 0 0 0 0 0
Saint Vincent en de Grenadines 48 84 107 110 112 120 116 116
Salomonseilanden 26 28 29 29 29 28 30 30
Samoa 21 23 42 36 42 45 42 43
San Marino 1 0 - 4 5 6 9 13
Sao Tomé en Principe 174 230 276 291 295 300 313 332
Saoedi-Arabië 651 1.101 1.962 3.477 3.817 4.418 4.860 5.568
Senegal 746 1.468 1.765 1.933 2.020 2.108 2.164 2.266
Seychellen 95 116 120 131 130 130 129 138
Sierra Leone 722 5.918 5.997 5.606 5.639 5.755 5.869 5.979
Singapore 3.597 4.238 4.782 5.317 5.468 5.538 5.498 5.617
Sint-Helena 6 8 8 8 8 8 8 8
Sint Lucia 34 56 75 91 101 113 118 127
Soedan 464 2.439 6.317 7.486 7.984 8.433 8.744 9070
Somalië 25.842 19.549 37.432 39.737 39.947 40.251 40.701 41.064
Voormalige Sovjet-Unie 17.334 49.530 72.203 90.253 97.164 105.664 110.877 119.046
Armenië 54 426 854 976 1.058 1.142 8.374 8.615
Azerbeidzjan 16 567 718 907 964 1.142 8.720 9.049
Estland 316 589 1.240 1.623 1.744 1.912 2.380 2.534
Georgië 45 166 298 455 519 612 5.000 5.240
Kazachstan 7 96 225 421 475 626 3.018 3.335
Kirgizië 0 33 72 95 113 144 591 649
Letland 409 945 3.642 5.140 5.831 6.720 8.001 8.963
Litouwen 350 1.743 5.091 7.371 8.452 9.529 10.904 11.889
Moldavië 3 51 170 697 986 1.380 4.484 5.387
Oekraïne 43 535 1.180 2.465 2.998 3.644 19.505 20.802
Oezbekistan 8 113 173 237 268 332 1.808 1.919
Rusland 150 1.351 2.519 4.329 5.050 6.014 33.179 35.332
Rusland (oud) 1.022 551 436 381 372 363
Sovjet-Unie 14.895 42.160 55.233 64.594 67.681 71.331
Tadzjikistan 5 27 55 78 86 82 461 474
Turkmenistan 0 16 17 30 37 49 193 219
Wit-Rusland 11 171 280 425 530 668 4.259 4.639
Spanje 29.125 31.382 38.955 44.715 46.741 49.116 50.466 54.269
Sri Lanka 6.453 9.617 11.703 13.031 13.463 13.897 14.247 14.708
Suriname 290.467 335.799 348.291 351.681 353.909 356.402 358.266 359.814
Syrië 4.324 9.722 13.744 90.771 98.090 105.440 113.126 126.260
Taiwan 1.155 2.381 2.882 3.850 4.222 4.719 4.657 4.969
Tanzania 1.039 1.827 2.107 2.276 2.339 2.423 2.479 2.554
Thailand 6.503 14.281 18.483 20.691 21.364 22.179 22.642 23.390
Timor Leste 19 18 17 17 17 20 22
Togo 521 1.543 1.847 1.922 1.934 1.938 1.940 1.990
Tokelau-eilanden 0 0 - 0 0 0 0 0
Tonga 19 24 21 2 21 24 23 22
Trinidad en Tobago 695 881 946 1.078 1.128 1.185 1.203 1.221
Tsjaad 83 140 145 168 174 192 194 208
Voormalig Tsjecho-Slowakije 7.616 12.121 15.513 18.356 19.328 20.255 21.012 22.379
Slowakije 9 161 438 1.220 1.602 1.985 9.870 10.786
Tsjechië 50 222 579 1041 1.229 1.469 11.142 11.593
Tsjecho-Slowakije 7.557 11.738 14.496 16.095 16.498 16.801
Tunesië 6.141 8.222 9.103 9.928 10.268 10.697 10.940 11.247
Turkije 289.777 372.714 396.414 404.459 409.877 416.864 422.030 429.978
Turks- en Caicoseilanden 1 3 2 1 1 1 1 2
Tuvalu 0 0 1 0 0 0 0 0
Oeganda 715 1.307 1.974 2.727 3.040 3.418 3.631 3.856
Uruguay 842 1.050 1.117 1.181 1.234 1.344 1.388 1.470
Vanuatu 7 11 10 14 15 16 16 15
Vaticaanstad 0 0 0 0 0 0 0 0
Venezuela 2.565 4.450 5.721 6.894 7.420 8.134 8.644 9.353
Verenigd Koninkrijk 66.781 76.090 81.860 88.390 91.154 94.915 97.614 97.844
Verenigde Arabische Emiraten 486 343 666 1.679 1.985 2.428 2.836 3.285
Verenigde Staten van Amerika 24.479 31.478 35.736 42.354 44.399 46.807 47.408 49.246
Verre eilanden van de Verenigde Staten 1 2 1 1 1 1 1 1
Vietnam 13.801 18.562 20.603 22.741 23.488 24.335 24.594 25.135
Wallis en Futuna 0 1 - 0 0 0 0 0
Zambia 655 1.079 1.382 1.536 1.581 1.684 1.732 1.789
Zimbabwe 1.014 1.590 1.942 2.204 2.329 2.538 2.660 2.791
Zuid-Afrika 10.737 16.073 18.586 21.878 23.738 26.354 28.562 31.693
Zuid-Korea 1.819 4.530 6.592 8.601 9.078 9.624 8.943 9.371
Zuid-Soedan 12 19 28 30 33
Zweden 4.440 5.736 6.504 7.414 7.654 7.959 7.928 8.324
Zwitserland 8.112 9.775 10.789 11.793 12.075 12.405 12.415 12.964

Derde generatie[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 januari 2020 waren er volgens het CBS[60] 6.234.082 Nederlanders met een Nederlandse achtergrond van onder de 50 jaar. Hiervan waren 876.067 mensen Nederlanders met een of twee ouders van tweede-generatie migranten (de derde generatie migranten), een toename van bijna 18.000 personen ten opzichte van 2016: 858.711. Het percentage derde generatie ten opzichte van het totaal aantal mensen met een Nederlandse achtergrond is in die periode toegenomen van 13,3% naar 14,1%.

Van deze 6.234.082 Nederlanders met een Nederlandse achtergrond onder de 50 jaar was 9,6% kind van ouder(s) van westerse tweede generatie, dit was 2,3% voor ouder(s) van niet-westerse tweede generatie. Onder de 4 jaar was dit respectievelijk 8,9% en 10,6%.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Demographics of the Netherlands.