Bevolking van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Density Netherlands 2007.png
Bevolkingsdichtheid per gemeente en buurtniveau in 2007 (bron: CBS)
Totale bevolking 17.282.163
Totaal aantal mannen 8.581.086
Totaal aantal vrouwen 8.701.077
Burgerlijke staat
Ongehuwd 8.287.607
Gehuwd 6.710.175
Verweduwd 858.676
Gescheiden 1.324.626
Bevolkingsgroei tot 1 januari 2019[1]
Bevolkingsgroei 101.669
Levendgeborenen 167.925
Overledenen 153.249
Geboorteoverschot 14.676
Immigranten 242.363
Emigranten 155.370
Migratiesaldo (incl. correcties) 86.993

De bevolking van Nederland is in de laatste anderhalve eeuw meer dan vervijfvoudigd. Het bevolkingsaantal van Nederland telde op 1 november 2019: 17.282.163 inwoners.

Het bevolkingsaantal zal volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toenemen, naar verwachting tot 18 miljoen in het jaar 2028. Door vergrijzing zal het aantal sterfgevallen toenemen. Migratie bepaalt de bevolkingsgroei. Het aantal geboortes blijft in de prognoses op middellange termijn van het CBS vrijwel gelijk maar 17% lager dan vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw. Het huidige lagere niveau van 1,54 is mogelijk te verklaren doordat mensen pas op latere leeftijd kinderen krijgen.[2]

De bevolkingsteller [3] geeft de actuele stand van het aantal geregistreerde inwoners van Nederland weer.

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Talen in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Religie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Religie in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens de Religieuze Kaart van Nederland van het CBS was dit de verdeling tussen religies in 2015 in Nederland.

CBS.[4]

Religie Percentage
Geen kerkelijke gezindte 50,1%
Rooms-katholiek 23,7%
Nederlands Hervormd 6,5%
Protestants 5,7%
Islam 4,9%
Gereformeerd 3,3%
Hindoeïsme 0,6%
Boeddhisme 0,4%
Jodendom 0,1%
Overige gezindten 4,6%

Bevolkingsontwikkeling[5][bewerken | brontekst bewerken]

Bevolkingsgroei Nederland 1900 t/m 2006 (gebaseerd op gegevens van het CBS)
Stand bevolking op 1 januari 2019[6]

Kentallen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Percentage bevolkingsgroei: 0,60% (2016)
  • Netto migratie: 4,64 /1000 (2016)
  • Onderscheid bevolking naar sekse (2001):
    • zuigelingen: 1,04 m/v
    • onder 15 jaar: 1,05 m/v
    • 15-64 jaar: 1,03 m/v
    • 65 jaar en ouder: 0,7 m/v
  • Totale bevolking: 0,98 m/v (2001)
  • Zuigelingensterfte: 3,6 sterftes op 1.000 levendgeborenen (2011)
  • Levensverwachting pasgeborenen 1950, 1970, 1990, 2001, 2019 (jaren):
    • bevolking: 71,5; 73,5; 77; 78,5; 82
    • mannen: 70,5; 71; 74, 75,5; 80,5
    • vrouwen: 72,5; 76,5; 80; 81,5; 83,5
  • Vruchtbaarheidscijfer: 4,5 (1900); 2,6 (1937); 4 (1946); 3 (1965); 2 (1973); 1,6 (1977); 1,57 kinderen/vrouw (2019)[7][8]

Factoren[bewerken | brontekst bewerken]

De belangrijkste factoren voor de bevolkingsontwikkeling van Nederland zijn:

  • Geboorte
  • Sterfte
  • Menselijke migratie
  • Relatievorming en -ontbinding (huwelijken, (geregistreerd) partnerschap)

Deze factoren hebben effect op de omvang en samenstelling van de bevolking, en zijn daarom van invloed op de groei van de bevolking. Relatievorming behoort ook tot een van de factoren, omdat de meeste kinderen immers binnen een relatie worden geboren. Hierdoor verandert de omvang en samenstelling van de bevolking, zoals de leeftijdsverdeling. De bevolkingsgroei is het aantal levendgeborenen minus het aantal overledenen (=geboorteoverschot) plus gevestigde personen minus vertrokken personen (= migratiesaldo) plus saldo correcties. De bevolking van Nederland groeit als het geboorteoverschot en migratiesaldo toeneemt.

Vanaf 1950 was het relatieve geboorteoverschot (dit is het geboorteoverschot per duizend van de gemiddelde bevolking) nog 15,2, op 1 januari 2018 was dit nog maar 1,1. Dit betekent dat het verschil tussen het aantal levendgeborenen en het aantal overleden steeds kleiner wordt. Dat het aantal positief is komt omdat er nog altijd meer kinderen worden geboren dan dat er personen overlijden.

Geboorte[bewerken | brontekst bewerken]

Honderd jaar geleden was het aantal levendgeborenen gelijk aan het aantal nu, 168 duizend. Het aantal levendgeborenen schommelde in de afgelopen honderd jaar tussen 160 en 250 duizend met uitzondering van 1946 toen een record van 284 duizend kinderen levend werden geboren. Was het gemiddeld kindertal per vrouw in 1900 4,5. In 2017 was dit 1,66 gemiddeld per vrouw, dus een enorme daling van het aantal geboren kinderen. Vanaf 1950 neemt het aantal levendgeborenen [9] sterk af. Werden in 1950 nog 229718 kinderen geboren, in 2018 was dit aantal 169836, een daling van 74%. Uit onderstaande grafiek blijkt dat meer jongetjes dan meisjes worden geboren.

Doordat jonge vrouwen meer deelnemen aan het arbeidsproces wordt het krijgen van kinderen en een eventueel huwelijk uitgesteld. Jonge vrouwen zijn beter opgeleid en daarom willen ze hun opleiding te gelde maken. Ook economische factoren spelen een rol. Een van de factoren is de overspannen woningmarkt. Voor het stichten van een gezin is een aantrekkelijke woning noodzaak, maar de prijzen van woningen maken het niet makkelijk om dit te bewerkstelligen. Daarnaast heeft de arbeidsmarkt hier ook een rol in. Vaste banen zijn lastig te vinden. De combinatie moederschap, opleiding en werk[10] blijkt lastig. Was de gemiddelde leeftijd van vrouwen bij het krijgen van een eerste kind in 1970 24,3 jaar, in 2017 is deze leeftijd gestegen naar 29,8 jaar.

Sterfte[bewerken | brontekst bewerken]

In 1950 stierven 75929 personen, waarvan 39 121 mannen en 36 808 vrouwen. In 2017 waren dat 150 214 personen, waarvan 72 661 mannen en 77 553 vrouwen. De gemiddelde leeftijd van mannen bij overlijden in 1950 was 70,29 jaar, terwijl dit in 2018 80,16 jaar is. Voor vrouwen was de gemiddelde leeftijd bij overlijden in 1950 72,58 jaar, in 2018 83,33 jaar. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat in de wintermaanden vooral 80-plussers [14] overlijden. Dit als gevolg dat griepepidemieën in deze periode vaker voorkomen, en doordat ouderen hiervoor meer vatbaar blijken te zijn.

Vanaf 2007 sterven er meer mensen aan nieuwvormingen (kanker) [15] dan de jaren er voor. In de jaren hiervoor was de voornaamste doodsoorzaak hart- en vaatziekten [16]. Vanaf 1997 sterven er meer vrouwen dan mannen. Deze trend zet zich tot op heden door. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer vrouwen aan hart- en vaatziekten en longkanker overlijden. Uit recent onderzoek naar trends in sterftestatistieken is gebleken dat roken de sterfte door longkanker onder vrouwelijke babyboomers is toegenomen. Zo wordt er voor de komende jaren in de berekeningen voor de sterfteprognose [17] rekening gehouden dat het aantal sterfgevallen door longkanker van 70-jarige vrouwen zal toenemen.

Zuigelingensterfte[bewerken | brontekst bewerken]

De sterfte van zuigelingen neemt vanaf 1900 sterk af. Stierven er in 1900 nog 155 kinderen van de 1000 levendgeborenen, in 1939 was dit aantal gedaald tot 34. De zuigelingensterfte gedurende de oorlogsjaren neemt toe en laat in 1945 een piek zien van 80, om vervolgens te dalen tot 3,6 per 1000 levendgeboren kinderen. Deze daling [19] wordt onder andere veroorzaakt doordat de levensomstandigheden verbeteren door betere voeding voor moeder en kind, hygiëne, zwangerschapsbegeleiding en verbetering van de gezondheidszorg. Er sterven meer jongens dan meisjes. In 1950 stierven 3535 jongetjes tegen 2591 meisjes, in 2017 waren de aantallen respectievelijk 347 en 260 [20].

Binnen Europa scoort Nederland hoog als het om babysterfte [21] gaat. Vermoedelijke redenen zijn het op latere leeftijd kinderen krijgen, het hogere aantal meerlingzwangerschappen en het hoge aantal rokende vrouwen.

Migratie[bewerken | brontekst bewerken]

Het relatieve migratieoverschot (dit is het migratieoverschot per duizend van de gemiddelde bevolking) geeft vanaf 1950 een grillig beeld. Sommige jaren kenmerken zich door een negatief relatief migratieoverschot, omdat in deze jaren meer personen uit Nederland vertrokken dan zich hier vestigden. Voorbeelden hiervan zijn de jaren 50 van de twintigste eeuw toen veel Nederlanders naar de zogenaamde emigratielanden vertrokken zoals Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en dergelijke. 1952 kende het hoogste negatieve migratieoverschot ooit, namelijk -4,6. De jaren 2004 tot en met 2008 kende ook een negatief migratieoverschot; veel Nederlanders zochten hun heil vooral in andere Europese landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje.

Immigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland is van oudsher een immigratieland. In 1900 telde Nederland 28000 immigranten, in 2017 is dit aantal gestegen tot 235000.

De motieven om naar Nederland te komen zijn verschillend. Deze zijn werk (=arbeidsmigrant), asiel of vluchteling (=asielmigrant), studie en als nareiziger (=gezinsmigrant). Gezinshereniging volgt vaak op arbeidsmigratie en asiel en levert de hoogste aantal verblijfsvergunningen op. In 2018 was dit aantal [24] 34 035.

De meeste immigranten komen uit de Europese lidstaten. In de jaren negentig van de twintigste eeuw kwamen vooral Duitsers, Britten en Belgen naar Nederland. Vanaf 2008 blijken vooral Polen en Roemenen[25] naar Nederland te komen. De reden is werk.

Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat bijna 60 procent van de arbeidsmigranten [26] na 6 jaar weer vertrekken. Vaak is de reden van vertrek een verbetering van de economische situatie in het land van herkomst.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw nam in Nederland de immigratie geleidelijk toe. Daaronder bevonden zich voor het eerst in belangrijke mate migranten uit "niet-westerse"[27] landen, hoofdzakelijk mensen uit Turkije, Marokko en Suriname. Grofweg de helft van de inwoners met een migratieachtergrond stamde in 1998 uit "westerse" landen, in 2018 was dit iets minder dan de helft (zie onderstaande tabel).

In 2005 woonden er 3,1 miljoen mensen met een migratieachtergrond in Nederland. Mensen met een volledige of gedeeltelijke niet-westerse achtergrond wonen voornamelijk in de grotere steden. Sinds 2017 vormen bewoners met een migratieachtergrond, westers en niet-westers, een meerderheid in Amsterdam (2011), Rotterdam (2013) en Den Haag.[28]

Kinderen van wie beide ouders ook al in Nederland geboren zijn worden wel personen met een "derde generatie migratieachtergrond" genoemd. Gezien hun eenduidig Nederlandse achtergrond worden zij door het CBS gerekend tot de 'autochtonen'. De grote meerderheid hiervan is westers. In 2016 werd hun aantal door het CBS geschat op 859.000 waarvan 739.000 met minstens één geïmmigreerde grootouder uit een westers land en geen grootouder uit een niet-westers land en ongeveer 120.000 met minstens één grootouder uit een niet-westers land.[29]

Asielmigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Asielaanvragen worden ingediend door personen die om uiteenlopende redenen hun land hebben verlaten om elders bescherming of asiel te zoeken.

In 2015 was een piek in het aantal asielverzoeken. Dit werd veroorzaakt door Syriërs die massaal hun land ontvluchtten [31] door de oorlog die daar heerste. 18,7 duizend asielverzoeken werden door Syriërs gedaan, dit komt neer op 43% van de eerste asielverzoeken. Vanaf 2015 tot 2017 komt het grootste aantal nareizigers (=nareizende gezinsleden) uit Syrië. Ook in 2019 worden de meeste eerste asielverzoeken [32] door Syriërs (575 verzoeken) gedaan, gevolgd door Nigerianen (485) en Iraniërs (470).

Perioden Eerste asielverzoeken [34]
2013 9 840
2014 21 810
2015 43 095
2016 19 370
2017 16 145
2018 20 510

Cijfers over asielzoekers en asielaanvragen worden gepubliceerd door het CBS en de IND. Deze cijfers verschillen, omdat de IND cijfers over alle asielverzoeken publiceert. Het CBS daarentegen publiceert alléén cijfers over de eerste asielverzoeken [35][36]. Voor vestiging in Nederland is een verblijfsvergunning noodzakelijk. Deze verblijfsvergunning dient aangevraagd te worden bij de Immigratie en naturalisatie Dienst (IND). De IND beoordeelt alle verzoeken van immigranten die zich in Nederland willen vestigen of die Nederlander willen worden.

Emigratie[bewerken | brontekst bewerken]

Emigratie of landverhuizingen zijn van alle tijden geweest. Een van de bekendste emigratiestromen ontstaat na WO-II. Deze emigratiestroom werd zelfs door de Nederlandse regering gestimuleerd, waardoor de Nederlandse Emigratiedienst werd opgericht. Nederlanders vertrokken naar populaire emigratielanden zoals Canada (147.000), Australië (119.000), de Verenigde Staten van Amerika (76.000). Het aantal emigranten dat naar Nieuw-Zeeland, Brazilië en Zuid-Afrika vertrok was 68.000. In totaal emigreerden [37] in deze jaren circa 3,5% van de Nederlandse bevolking. Reden voor emigratie waren vooral economisch of politiek van aard. Mensen waren bang voor een eventuele Derde Wereldoorlog, een inval door Rusland en de opkomst van kernwapens. Economische motieven ontstonden door een negatief toekomstperspectief, de schaarste aan woningen, het krijgen van subsidies voor de overtocht en beroepsopleidingen om het vak in den vreemde uit te voeren. In deze eeuw deed zich ook een emigratiegolf voor. Vooral in de jaren 2003 tot en met 2006 overtrof de emigratie de immigratie.

De meeste emigranten zijn eerdere immigranten. De redenen voor vertrek blijken net als vroeger te bestaan uit een mengeling van sociale en economische factoren. Door de globalisering wordt het steeds gewoner over de grens een baan te zoeken. Uit de migratiecijfers blijkt dat de meeste autochtone Nederlanders naar Europese landen vertrekken, zoals Duitsland, België en Frankrijk en dat immigranten of Nederlanders met een migratieachtergrond vertrekken naar het land van herkomst. Andere motieven voor vertrek [38] zijn meer ruimte, meer rust, mooie natuur en minder stress, of gewoonweg omdat mensen meer van hun leven willen genieten.

Relatievorming en -ontbinding[bewerken | brontekst bewerken]

Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal huwelijkssluitingen vanaf 1950 afneemt. Dit heeft verschillende redenen. Een van de redenen is dat er verschillende samenlevingsvormen zijn die nagenoeg juridisch gelijk gesteld zijn aan het huwelijk. Denk daarbij aan het geregistreerd partnerschap dat sinds 1 januari 1998 is ingevoerd. Twintigers en dertigers kiezen nu vaker voor het geregistreerd partnerschap [41], dan trouwen. Maar als er toch getrouwd wordt, dan is de trouwleeftijd hoger. Vrouwen waren in 2017 gemiddeld 31,5 jaar, de mannen waren bijna tweeënhalf jaar ouder. In 2007 waren vrouwen 30 jaar en mannen bijna 33 bij het eerste huwelijk. Aan het begin van de jaren zeventig, toen het gebruikelijk was om jong te trouwen, waren vrouwen nog geen 23 jaar als ze trouwden. Ook toen waren mannen gemiddeld zo’n twee jaar ouder.

Huwelijken en geregistreerde partnerschappen eindigen door ontbinding. Een huwelijk eindigt in een echtscheiding of omdat een van de partners overlijdt. In 2017 worden ruim 38% van de huwelijken door echtscheiding ontbonden [42]. Het aantal geregistreerde partnerschappen dat strandt [43], is ten opzichte van 2010 verdubbeld. Was het aantal in 2010 ruim duizend, in 2018 was dit gestegen naar 2,4 duizend.

Van invloed op de stabiliteit [44] van een relatie zijn onder andere opleidingsniveau van beide partners, leeftijdsverschillen en op jeugdige leeftijd ongehuwd of gehuwd gaan samenwonen.

De kans dat stellen die ongehuwd of gehuwd samenwonen uit elkaar gaan, is kleiner als beide partners hoogopgeleid zijn. De kans op een relatiebreuk is groot als beide partners op jeugdige leeftijd ongehuwd of gehuwd gaan samenwonen (stellen waarvan de vrouw bij het begin van de samenwoonrelatie 18 tot 20 jaar was, was bijna de helft (49%) na twaalf jaar uit elkaar) en de leeftijdsverschillen tussen de beide partners meer dan 5 jaar is (na 12 jaar bij elkaar gaan 29,5% uit elkaar).

Bevolkingsontwikkeling vanaf 1900[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar[47] Gemiddelde
bevolking
(x 1.000)
Levend-
geborenen
(x 1.000)
Sterf-
gevallen
(x 1.000)
Geboorte-
overschot
(x 1.000)
Immigratie
(x 1.000)
Emigratie
(x 1.000)[48]
Migratie-
saldo
(x 1.000)
Bevolkings-
groei
(x 1.000)
Vruchtbaar-
heids-
cijfer
[49]
Geboorte-
overschot
(%)
Migratie-
saldo
(%)
Bevolkings-
groei
(%)[50]
1900 5.104 163 92 71 28 25 3 75 4,45 1,4 0,1 1,5
1901 5.163 168 90 78 26 23 3 84 4,53 1,5 0,1 1,6
1902 5.233 169 86 82 25 25 0 84 4,46 1,6 0,0 1,6
1903 5.307 170 84 86 26 32 −7 84 4,42 1,6 -0,1 1,6
1904 5.384 171 87 84 24 30 −7 79 4,38 1,6 -0,1 1,5
1905 5.460 171 85 86 25 30 −5 82 4,29 1,6 -0,1 1,5
1906 5.537 171 83 88 26 34 −8 81 4,23 1,6 -0,1 1,5
1907 5.616 172 83 88 27 41 −14 75 4,18 1,5 -0,2 1,3
1908 5.696 172 87 85 30 38 −8 78 4,13 1,5 -0,1 1,4
1909 5.772 171 80 90 32 49 −17 33 4,04 1,6 -0,3 0,6
1910 5.858 169 80 89 35 35 0 87 3,94 1,5 0,0 1,5
1911 5.951 167 87 80 36 39 −3 77 3,81 1,3 -0,1 1,3
1912 6.033 170 75 96 36 41 −4 92 3,84 1,6 -0,1 1,5
1913 6.133 174 76 98 40 40 0 98 3,85 1,6 0,0 1,6
1914 6.235 177 78 99 56 30 26 127 3,86 1,6 0,4 2,0
1915 6.340 167 80 88 38 17 21 110 3,59 1,4 0,3 1,7
1916 6.433 173 84 89 57 11 45 134 3,64 1,4 0,7 2,1
1917 6.527 173 87 86 60 9 51 142 3,59 1,3 0,8 2,2
1918 6.618 168 115 52 23 24 −2 54 3,47 0,7 0,0 0,8
1919 6.675 164 90 75 32 54 −22 53 3,36 1,1 -0,3 0,8
1920 6.754 193 82 111 42 63 −21 34 3,89 1,6 -0,3 0,5
1921 6.865 190 77 113 30 35 −5 112 3,75 1,6 -0,1 1,6
1922 6.978 182 80 102 43 34 9 110 3,54 1,4 0,1 1,6
1923 7.081 186 71 115 51 40 11 126 3,55 1,6 0,2 1,8
1924 7.196 182 71 111 41 50 −9 102 3,39 1,5 -0,1 1,4
1925 7.308 179 72 106 38 44 −5 101 3,26 1,4 -0,1 1,4
1926 7.416 177 73 104 48 42 6 110 3,18 1,4 0,1 1,5
1927 7.522 175 78 97 47 45 2 99 3,08 1,3 0,0 1,3
1928 7.621 179 74 105 49 48 0 105 3,09 1,4 0,0 1,4
1929 7.728 177 83 94 58 50 8 102 3,00 1,2 0,1 1,3
1930 7.825 182 72 111 67 57 10 103 3,03 1,4 0,1 1,3
1931 7.936 177 77 100 65 37 28 126 2,88 1,3 0,4 1,6
1932 8.062 179 73 105 56 39 17 122 2,83 1,3 0,2 1,5
1933 8.183 171 72 99 50 42 8 107 2,66 1,2 0,1 1,3
1934 8.290 172 70 102 44 44 −1 102 2,63 1,2 0,0 1,2
1935 8.392 170 74 97 34 48 −14 82 2,57 1,2 -0,2 1,0
1936 8.475 172 74 98 33 48 −16 82 2,51 1,2 -0,2 1,0
1937 8.557 170 76 95 34 45 −12 83 2,53 1,1 -0,1 1,0
1938 8.640 178 74 104 33 48 −15 89 2,63 1,2 -0,2 1,0
1939 8.729 181 76 105 50 51 −1 105 2,64 1,2 0,0 1,2
1940 8.834 185 88 97 20 26 −7 89 2,67 1,1 -0,1 1,0
1941 8.923 182 90 92 11 17 −7 84 2,61 1,0 -0,1 0,9
1942 9.008 190 86 104 8 43 −34 69 2,71 1,2 -0,4 0,8
1943 9.076 209 91 118 9 71 −62 52 2,98 1,3 -0,7 0,6
1944 9.129 220 108 112 5 24 −19 92 3,13 1,2 -0,2 1,0
1945 9.220 210 141 68 29 16 13 84 2,96 0,7 0,1 0,9
1946 9.304 284 80 204 107 67 41 238 3,97 2,2 0,4 2,6
1947 9.543 267 78 190 54 66 −11 173 3,70 2,0 -0,1 1,8
1948 9.716 248 72 175 46 66 −20 169 3,41 1,8 -0,2 1,7
1949 9.884 236 81 155 36 58 −22 142 3,22 1,6 -0,2 1,4
1950 10.027 230 76 154 71 51 20 174 3,10 1,5 0,2 1,7
1951 10.200 228 78 151 45 67 −22 128 3,05 1,5 -0,2 1,3
1952 10.328 232 76 156 34 81 −48 107 3,09 1,5 -0,5 1,0
1953 10.436 228 81 147 35 67 −32 115 3,03 1,4 -0,3 1,1
1954 10.551 228 80 149 42 61 −19 129 3,03 1,4 -0,2 1,2
1955 10.680 229 82 148 52 57 −5 142 3,03 1,4 0,0 1,3
1956 10.822 231 85 147 52 63 −11 135 3,05 1,4 -0,1 1,2
1957 10.957 234 83 151 50 63 −13 139 3,08 1,4 -0,1 1,3
1958 11.096 237 84 152 68 56 12 182 3,11 1,4 0,1 1,6
1959 11.278 243 86 156 37 54 −17 139 3,17 1,4 -0,2 1,2
1960 11.417 239 88 151 45 58 −13 139 3,12 1,3 -0,1 1,2
1961 11.556 247 88 159 55 49 6 165 3,22 1,4 0,1 1,4
1962 11.721 246 94 152 66 49 17 169 3,18 1,3 0,1 1,4
1963 11.890 250 96 154 55 47 8 152 3,19 1,3 0,1 1,3
1964 12.042 251 93 157 67 53 14 170 3,17 1,3 0,1 1,4
1965 12.212 245 98 147 77 58 19 165 3,04 1,2 0,2 1,4
1966 12.377 240 101 139 82 62 20 158 2,90 1,1 0,2 1,3
1967 12.535 239 100 139 56 67 −12 126 2,81 1,1 -0,1 1,0
1968 12.661 237 105 132 64 58 6 137 2,72 1,0 0,0 1,1
1969 12.798 248 108 140 76 56 20 159 2,75 1,1 0,2 1,2
1970 12.958 239 110 129 91 57 33 162 2,57 1,0 0,3 1,3
1971 13.119 227 110 117 95 62 33 150 2,36 0,9 0,3 1,1
1972 13.270 214 114 101 81 62 19 118 2,15 0,8 0,1 0,9
1973 13.388 195 111 84 85 64 21 103 1,90 0,6 0,2 0,8
1974 13.491 186 109 77 94 61 33 108 1,77 0,6 0,2 0,8
1975 13.599 178 114 64 127 55 72 134 1,66 0,5 0,5 1,0
1976 13.734 177 114 63 83 62 21 81 1,63 0,5 0,2 0,6
1977 13.814 173 110 63 84 64 20 83 1,58 0,5 0,2 0,6
1978 13.898 176 114 61 89 63 27 88 1,58 0,4 0,2 0,6
1979 13.986 175 113 62 105 62 43 105 1,56 0,5 0,3 0,8
1980 14.091 181 114 67 113 62 51 118 1,69 0,5 0,4 0,8
1981 14.209 179 116 63 80 66 14 77 1,56 0,4 0,1 0,5
1982 14.286 172 117 55 71 72 -1 54 1,50 0,4 0,0 0,4
1983 14.340 170 118 52 67 64 2 55 1,47 0,4 0,02 0,4
1984 14.395 174 120 55 67 63 5 59 1,49 0,4 0,0 0,4
1985 14.454 178 123 55 79 59 20 76 1,51 0,4 0,1 0,5
1986 14.529 185 125 59 87 61 27 86 1,55 0,4 0,2 0,6
1987 14.615 187 122 64 96 60 35 100 1,56 0,4 0,24 0,7
1988 14.715 187 124 62 91 64 27 90 1,55 0,4 0,18 0,6
1989 14.805 189 129 60 99 72 27 87 1,55 0,40 0,18 0,59
1990 14.893 198 129 69 117 69 48 118 1,62 0,46 0,32 0,79
1991 15.010 199 130 69 120 71 50 119 1,61 0,46 0,33 0,79
1992 15.129 197 130 67 117 74 43 110 1,59 0,44 0,28 0,73
1993 15.239 196 138 58 119 75 44 102 1,57 0,38 0,29 0,67
1994 15.342 196 133 62 99 79 20 83 1,57 0,40 0,13 0,54
1995 15.424 191 136 55 96 82 14 70 1,53 0,35 0,09 0,45
1996 15.494 190 138 52 109 92 17 73 1,53 0,33 0,11 0,47
1997 15.567 192 136 57 110 82 28 87 1,56 0,36 0,18 0,56
1998 15.654 199 137 62 122 79 43 106 1,63 0,39 0,27 0,68
1999 15.760 200 140 60 119 79 40 104 1,66 0,38 0,26 0,66
2000 15.864 207 141 66 133 79 54 123 1,72 0,42 0,34 0,78
2001 15.987 203 140 62 133 83 50 118 1,71 0,39 0,32 0,74
2002 16.105 202 142 60 121 97 24 87 1,73 0,37 0,15 0,54
2003 16.193 200 142 58 105 105 0 65 1,75 0,37 0,0 0,40
2004 16.258 194 137 57 94 110 -16 47 1,73 0,35 -0,10 0,29
2005 16.306 188 136 52 92 120 -27 29 1,71 0,32 -0,17 0,18
2006 16.334 185 135 50 101 132 -32 24 1,72 0,30 -0,19 0,15
2007 16.358 181 133 48 117 123 -6 47 1,72 0,29 -0,04 0,29
2008 16.405 185 135 49 144 118 25 80 1,78 0,30 0,16 0,49
2009 16.486 185 134 51 146 112 34 89 1,79 0,31 0,21 0,54
2010 16.575 184 136 48 154 121 33 81 1,80 0,29 0,20 0,49
2011 16.656 180 136 44 163 133 30 75 1,76 0,27 0,18 0,45
2012 16.730 176 141 35 158 144 13 49 1,72 0,21 0,08 0,29
2013 16.780 171 141 30 165 146 19 50 1,68 0,18 0,11 0,30
2014 16.829 175 139 36 183 149 35 71 1,71 0,21 0,21 0,42
2015 16.901 171 147 23 205 150 55 78 1,66 0,14 0,33 0,46
2016 16.979 173 149 24 231 152 79 102 1,67 0,14 0,47 0,60
2017 17.082 170 150 20 235 154 81 100 1,62 0,11 0,47 0,58
2018 17.181 169 153 15 244 157 86 101 1,59 0,09 0,50 0,59
2019 17.282 170 152 18 269 161 108 125 1,57 0,10 0,63 0,73
2020 17.408 169 169 0 221 152 67 67 0,00 0,38 0.38
2021 17.475

Leeftijdsopbouw[bewerken | brontekst bewerken]

De leeftijdsopbouw is in Nederland in de loop van de jaren gewijzigd. Sinds deze informatie door het CBS wordt bijgehouden, blijkt dat het relatieve aantal jongeren tot 20 jaar de afgelopen eeuw bijna is gehalveerd. Het aantal ouderen boven de 65 jaar is meer dan verdubbeld van 6 tot bijna 18,5 procent. De oorzaak hiervan is te vinden in de verbeterde hygiënische omstandigheden waaronder mensen leven, samen met een verder ontwikkelde gezondheidszorg. In vergelijking met 1900 is de zuigelingensterfte met 97% afgenomen.[51] De gemiddelde levensverwachting is de laatste 57 jaar toegenomen met 8,5 jaar.[52]

Onderwerpen Perioden 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2018 2019 2020
Inwoners x 1 000 5.104 5.858 6.754 7.825 8.834 10.027 11.417 12.958 14.091 14.893 15.864 16.405 17.181 17.282 17.408
Mannen x 1 000 2.521 2.899 3.352 3.886 4.408 4.998 5.686 6.465 6.994 7.358 7.846 8.112 8.527 8.581 8.648
Vrouwen x 1 000 2.583 2.959 3.402 3.939 4.426 5.029 5.731 6.493 7.097 7.534 8.018 8.293 8.654 8.701 8.760
< 20 jaar % 44 44 42 40 38 37 38 36 32 26 24 23,7 22,2 21,9 21,7
20 - 45 jaar % 34 35 36 37 37 36 33 34 37 41 38 33,1 30,8 30,9
45 - 65 jaar % 16 15 16 17 18 19 20 20 20 21 24 27,9 28,2 28,0
65 - 80 jaar % 5,3 5,4 5,2 5,3 6,1 6,7 7,6 8,4 9,3 9,9 10,4 11,4 14,3 14,6 14,8
> 80 jaar % 0,7 0,7 0,8 0,8 0,8 1,0 1,4 1,7 2,2 2,9 3,2 3,9 4,5 4,6 4,7

Bevolkingssamenstelling naar nationale afkomst[bewerken | brontekst bewerken]

Bevolking naar (continentale) migratieachtergrond, 2014

 Geen (72,8%)
 '3de generatie' (5,1%)
 Europese Unie (5,8%)
 Overige Europese landen (3,3%)
 Azië (4,6%)
 Amerika (3,8%)
 Afrika (3,6%)
 Oceanië (0,1%)
 Overig (0,9%)
Bevolking naar migratieachtergrond (x 1.000)[53] 1972 1980 1990 2000 2010 2018 2019 2020
Totaal bevolking 13.270 100,0% 14.091 100,0% 14.893 100,0% 15.864 100,0% 16.575 100,0% 17.181 100,0% 17.282 100,0% 17.408 100,0%
Autochtone achtergrond 12.045 90,8% 12.474 88,5% 12.806 86% 13.089 82,5% 13.215 79,7% 13.209 76,9% 13.196 76,4% 13.187 75,8%
Migratieachtergrond 1.225 9,2% 1.617 11,5% 2.087 14% 2.775 17,5% 3.360 20,3% 3.972 23,1% 4.086 23,6% 4.221 24,2%
'Westerse migratieachtergrond' 1.063 8% 1.141 8,1% 1.221 8,2% 1.367 8,6% 1.501 9,1% 1.729 10,1% 1.774 10,3% 1.829 10,5%
'Niet-westerse migratieachtergrond' 162 1,2% 476 3,4% 867 5,8% 1.409 8,9% 1.858 11,2% 2.243 13,1% 2.312 13,4% 2.392 13,7%
Marokko 22 0,2% 69 0,5% 163 1,1% 262 1,7% 349 2,1% 397 2,3% 402 2,3% 409 2,3%
Nederlandse Antillen 22 0,2% 41 0,3% 77 0,5% 107 0,7% 138 0,8% 157 0,9% 161 0,9% 166 1%
Suriname 54 0,4% 157 1,1% 233 1,6% 303 1,9% 343 2,1% 352 2% 354 2% 356 2%
Turkije 31 0,2% 113 0,8% 204 1,4% 309 1,9% 384 2,3% 404 2,4% 410 2,4% 417 2,4%
Overige niet-westerse migratieachtergrond 34 0,3% 96 0,7% 189 1,3% 428 2,7% 644 3,9% 933 5,5% 984 5,7% 1.044 6%
Bevolkingsgroepen[53] 1998 2008 2014 2018 2019 2020
Totaal migratieachtergrond 2.620.400 3.215.415 3.594.744 3.971.859 4.086.138 4.220.705
Eerste generatie, geboren in buitenland 1.345.719 1.619.314 1.818.497 2.079.329 2.161.684 2.262.256
Tweede generatie, geboren in Nederland 1.274.691 1.596.102 1.775.247 1.892.530 1.924.454 1.958.449
Tweede generatie, geboren in Nederland, met een ouder in buitenland geboren 803.159 924.776 1.007.989 1.061.661 1.074.781 1.088.745
Tweede generatie, geboren in Nederland, met beide ouders in buitenland geboren 471.522 671.326 768.258 830.859 849.736 869.704
Migratieachtergrond naar land 1998 2008 2014 2018 2019 2020
Afghanistan 11.551 37.370 43.183 47.776 49.122 50.403
Albanië 269 1.058 1.771 2.852 3.253 3.722
Algerije[54] 5.576 7.468 8.064 10.549 11.246 11.777
Amerikaans-Samoa 1 2 3 1 2 3
Amerikaanse Maagdeneilanden 9 11 13 23 23 32
Andorra 5 9 15 29 28 29
Angola 3.352 9.094 8.495 8.561 8.737 8.935
Anguilla 18 30 30 27 27 27
Antarctica 0 0 0 0 0 0
Antigua en Barbuda 25 41 46 51 54 55
Argentinië 3.096 4.210 5.028 6.030 6.508 7.151
Australië 11.076 14.667 15.377 16.963 17.349 17.865
Bahama's 58 72 84 91 9 102
Bahrein 68 98 133 218 255 273
Bangladesh 348 1.177 1.737 2.327 2.434 2.648
Barbados 101 116 133 155 164 169
België 111.537 112.333 115.028 118.725 119.769 121.019
Belize 15 24 23 28 32 36
Benin 107 326 416 460 469 483
Bermuda 28 28 42 50 57 63
Bhutan 28 103 370 359 368 362
Bolivia 466 854 1.110 1.345 1.415 1.510
Botswana 94 136 186 230 251 279
Brazilië 7.639 14.823 20.997 26.984 30.104 33.348
Britse Maagdeneilanden 3 10 11 19 20 22
Brits Territorium in de Indische Oceaan 6 6 6 7 6 6
Brunei 314 477 638 734 770 804
Bulgarije 1.796 8.835 21.153 30.899 34.809 40.216
Burkina Faso 176 451 581 641 664 686
Burundi 291 3.228 3.275 3.307 3.335 3.341
Cambodja 691 937 1.080 1.190 1.230 1.270
Canada 10.370 13.376 14.925 16.240 16.614 16.987
Kaaimaneilanden 10 14 15 64 20
Centraal-Afrikaanse Republiek 25 63 75 91 95 107
Chili 3.671 4.796 5.426 5.988 6.207 6.445
China 26.191 47.108 64.097 74.234 77.648 81.534
Colombia 6.002 11.031 14.759 17.375 18.351 19.607
Comoren 17 18 27 26 22 24
Congo 650 1,545 1.585 1.475 1.554 1.545
Congo (Democratische Republiek) 5.147 7.776 8.297 8.470 8.666 8.760
Cookeilanden 14 15 17 15 14 14
Costa Rica 355 674 899 1.133 1.242 1.331
Cuba 562 1.607 1.999 2.184 2.333 2.509
Cyprus 362 482 714 1.081 1.244 1.419
Denemarken 4.855 5.726 6.092 6.640 6.789 6.914
Djibouti 155 175 196 236 249 258
Dominica 62 90 111 132 140 144
Dominicaanse Republiek 6.174 10.672 13.220 14.725 15.206 15.766
Duitsland 405.991 379.610 368.512 354.136 351.552 349.284
Ecuador 826 2.197 3.028 3.699 3.943 4.155
Egypte 12.738 19.568 22.205 25.057 26.152 27.504
El Salvador 314 589 602 694 754 822
Equatoriaal-Guinea 37 53 69 67 74 78
Eritrea 243 1.031 2.595 14.952 18.012 20.978
Ethiopië 8.460 10.659 12.596 21.536 23.777 25.642
Faeröer 5 9 8 12 11 15
Falklandeilanden 1 2 5 6 6 6
Fiji 61 83 104 118 119 131
Filipijnen 8.868 14.517 18.627 22.000 23.128 24.369
Finland 3.107 3.875 4.554 5.453 5.707 5.954
Frankrijk 27.636 34.584 39.595 45.558 47.009 48.926
Frans-Guyana 488 664 765 807 836 863
Frans-Polynesië 14 13 17 25 29 34
Gabon 67 123 140 148 156 163
Gambia 251 733 1.070 1.470 1.631 1.868
Gazastrook en Westelijke Jordaanoever 221
Ghana 13.973 19.346 22.556 23.809 24.460 25.453
Gibraltar 34 53 51 53 52 57
Grenada 36 58 65 67 68 69
Griekenland 10.559 13.346 19.217 23.935 24.709 28.100
Groenland 9 10 15 14 14 17
Guadeloupe 204 285 323 319 397 433
Guam 1 0 1 5 4 4
Guatemala 265 543 790 925 1.034 1132
Guinee 508 3.019 4.111 4.403 4.516 4.715
Guinee-Bissau 154 305 384 419 438 462
Guyana 3.465 4.033 4.225 4.238 4.249 4.281
Haïti 231 526 659 819 865 962
Honduras 246 451 624 768 865
Hongarije 11.742 13.438 20.226 23.689 24.898 26.172
Hongkong 17.304 18.165 18.218 18.410 18.367 18.412
Ierland 6.819 7.439 8.589 9.761 10.245 10.976
IJsland 396 519 538 675 706 737
India 10.302 17.357 26.932 42.114 48.724 56.462
Indonesië 407.885 387.124 372.233 361.594 358.773 356.029
Irak 22.295 45.459 54.159 61.255 63.008 64.653
Iran 20.685 29.771 36.561 42.464 44.379 47.797
Israël 5.604 7.962 8.669 9.780 10.371 10.713
Italië 32.459 37.123 44.105 53.703 56.645 60.013
Ivoorkust 325 1.263 1.832 1.854 1871 1.944
Jamaica 1.079 1.327 1.524 1.740 1.798 1.871
Japan 6.475 7.347 7.334 8.440 8.698 9.223
Jemen 257 483 652 1.101 1.402 2.115
Voormalig Joegoslavië 60.959 77.115 82.290 86.729 88.352
— Bosnië-Herzegovina 361 687 804 1.019 1.133 1.255
— Joegoslavië 60.449 75.399 80.001 82.977 83.911 85.128
— Kosovo 0 20 41 56 64
— Kroatië 90 176 252 623 816 1.208
— Macedonië (Republiek Noord-Macedonië) 8 64 157 395 490 594
— Montenegro 0 8 10 11 14
— Servië 4 98 236 306 370
— Servië en Montenegro 347 805 982 1.094 1.208
— Slovenië 13 23 145 437 535 608
Jordanië 1.090 1.465 1.566 2.116 2.297 2.537
Kaapverdië 17.478 20.364 21.714 22.405 22.632 22.847
Kameroen 707 2.277 2.835 3.077 3.203 3.352
Kanaaleilanden 12 26 35 68 79 75
Katar 28 38 94 232 278 317
Kenia 1.572 2.758 3.813 4.528 4.774 4.967
Kiribati 5 3 4 3 3 3
Koeweit 1.201 1.517 1.659 2.323 2.435 2.537
Laos 158 222 322 331 341 347
Lesotho 62 89 111 132 135 139
Libanon 3.292 4.987 5.493 6720 7.008 7.437
Liberia 2.023 3.049 3.086 2.982 2.430 3.043
Libië 448 830 1.246 2.280 2.430 2.623
Liechtenstein 6 7 6 10 6 13
Luxemburg 1.165 1.401 1.592 2.002 2.167 2.342
Macau 81 118 116 124 128 134
Madagaskar 133 218 256 308 322 335
Malawi 183 315 396 475 502 533
Maldiven 12 17 21 32 33 33
Maleisië 3.713 4.967 5.356 5.799 5.941 6.133
Mali 97 245 316 321 349 374
Malta 318 449 540 628 666 726
Man 2 5 15 20 18 19
Marokko 241.982 335.127 374.996 396.539 402.492 408.864
Marshalleilanden 6 6 6 6 7 7
Martinique 88 105 118 118 123 135
Mauritanië 240 419 423 422 433 431
Mauritius 425 545 608 659 698 719
Mayotte 3 14 7 6 8 8
Mexico 1.470 3.466 5.254 6.945 7.618 8.252
Micronesië 2 0 - 2 1 0
Monaco 39 63 78 106 112 126
Mongolië 34 446 639 758 753 779
Montserrat 2 8 10 9 10 10
Mozambique 478 773 926 1.001 1.022 1.094
Myanmar 213 622 1.282 1.490 1.526 1.592
Namibië 155 283 356 416 455 405
Nauru 0 2 4 1 1 4
Voormalige Nederlandse Antillen en Aruba 92.105 131.841 146.855 157.114 161.265
— Aruba 3.760 5.196 5.610 6.177
— Caribisch Nederland 12 47 64 79
— Curaçao 124 686 982 1.399
— Sint Maarten 6 87 99 123
— Nederlandse Antillen (oud) 142.953 151.098 154.510 158.487
Nepal 277 1.078 1.794 2.286 2.368 2.455
Nicaragua 289 461 659 779 843 925
Nieuw-Caledonië 13 23 17 23 31 34
Nieuw-Zeeland 3.609 4.756 5.187 5.734 5.948 6.114
Niger 122 352 380 389 400 405
Nigeria 4.055 8.788 11.766 12.600 13.216 14.345
Niue 0 0 - 0 0 0
Noordelijke Marianen 0 0 - 0 0 1
Noord-Korea 1 31 104 107 107 103
Noorwegen 3.638 3.981 4.328 4.671 4.769 4.925
Norfolk 0 0 - 0 0 0
Oman 131 235 363 524 565 604
Oostenrijk 15.333 15.446 15.631 15.916 16.005 16.202
Pakistan 15.135 18.478 20.653 22.897 23.855 25.050
Palau 1 1 2 2 3 4
Panama 259 394 461 526 561 600
Papoea-Nieuw-Guinea 98 161 187 207 209 210
Paraguay 228 263 318 366 371 407
Peru 2.101 4.376 5.830 6.891 7.324 7.757
Pitcairneilanden 0 0 - 0 0 0
Polen 27.315 58.853 123.003 173.050 185.497 198.024
Portugal 13.253 18.714 23.613 26.383 27.450 28.802
Puerto Rico 97 151 189 242 241 268
Réunion 39 51 66 68 74 76
Roemenië 4.722 11.392 18.740 29.417 34.185 39.340
Rwanda 283 1.380 1.547 1.641 1.672 1.726
Saint Kitts en Nevis 40 93 107 106 111 112
Saint Pierre en Miquelon 0 0 - 0 0 0
Saint Vincent en de Grenadines 48 84 107 110 112 120
Salomonseilanden 26 28 29 29 29 28
Samoa 21 23 42 36 42 45
San Marino 1 0 - 4 5 6
Sao Tomé en Principe 174 230 276 291 295 300
Saoedi-Arabië 651 1.101 1.962 3.477 3.817 4.418
Senegal 746 1.468 1.765 1.933 2.020 2.108
Seychellen 95 116 120 131 130 130
Sierra Leone 722 5.918 5.997 5.606 5.639 5.755
Singapore 3.597 4.238 4.782 5.317 5.468 5.538
Sint-Helena 6 8 8 8 8 8
Sint Lucia 34 56 75 91 101 113
Soedan 464 2.439 6.317 7.486 7.984 8.433
Somalië 25.842 19.549 37.432 39.737 39.947 40.251
Voormalige Sovjet-Unie 17.334 49.530 72.203 90.253 97.164
— Armenië 54 426 854 976 1.058 1.142
— Azerbeidzjan 16 567 718 907 964 1.116
— Estland 316 589 1.240 1.623 1.744 1.912
— Georgië 45 166 298 455 519 612
— Kazachstan 7 96 225 421 475 626
— Kirgizië 0 33 72 95 113 144
— Letland 409 945 3.642 5.140 5.831 6.720
— Litouwen 350 1.743 5.091 7.371 8.452 9.529
— Moldavië 3 51 170 697 986 1.380
— Oekraïne 43 535 1.180 2.465 2.998 3.644
— Oezbekistan 8 113 173 237 268 332
— Rusland 150 1.351 2.519 4.329 5.050 6.014
— Rusland (oud) 1.022 551 436 381 372 363
— Sovjet-Unie 14.895 42.160 55.233 64.594 67.681 71.331
— Tadzjikistan 5 27 55 78 86 82
— Turkmenistan 0 16 17 30 37 49
— Wit-Rusland 11 171 280 425 530 668
Spanje 29.125 31.382 38.955 44.715 46.741 49.116
Sri Lanka 6.453 9.617 11.703 13.031 13.463 13.897
Suriname 290.467 335.799 348.291 351.681 353.909 356.402
Swaziland (Eswatini) 52 81 112 137 142 144
Syrië 4.324 9.722 13.744 90.771 98.090 105.440
Taiwan 1.155 2.381 2.882 3.850 4.222 4.719
Tanzania 1.039 1.827 2.107 2.276 2.339 2.423
Thailand 6.503 14.281 18.483 20.691 21.364 22.179
Timor Leste 19 18 17 17 17
Togo 521 1.543 1.847 1.922 1.934 1.938
Tokelau-eilanden 0 0 - 0 0 0
Tonga 19 24 21 2 21 24
Trinidad en Tobago 695 881 946 1.078 1.128 1.185
Tsjaad 83 140 145 168 174 192
Voormalig Tsjecho-Slowakije 7.616 12.121 15.513 18.356 19.328
— Slowakije 9 161 438 1.220 1.602 1.985
— Tsjechië 50 222 579 1041 1.229 1.469
— Tsjecho-Slowakije 7.557 11.738 14.496 16.095 16.498 16.801
Tunesië 6.141 8.222 9.103 9.928 10.268 10.697
Turkije 289.777 372.714 396.414 404.459 409.877 416.864
Turks- en Caicoseilanden 1 3 2 1 1 1
Tuvalu 0 0 1 0 0 0
Uganda 715 1.307 1.974 2.727 3.040 3.418
Uruguay 842 1.050 1.117 1.181 1.234 1344
Vanuatu 7 11 10 14 15 16
Vaticaanstad 0 0 0 0 0 0
Venezuela 2.565 4.450 5.721 6.894 7.420 8.134
Verenigd Koninkrijk 66.781 76.090 81.860 88.390 91.154 94.915
Verenigde Arabische Emiraten 486 343 666 1.679 1.985 2.428
Verenigde Staten van Amerika 24.479 31.478 35.736 42.354 44.399 46.807
Verre eilanden van de Verenigde Staten 1 2 1 1 1 1
Vietnam 13.801 18.562 20.603 22.741 23.488 24.335
Wallis en Futuna 0 1 - 0 0 0
Zambia 655 1.079 1.382 1.536 1.581 1.684
Zimbabwe 1.014 1.590 1.942 2.204 2.329 2.538
Zuid-Afrika 10.737 16.073 18.586 21.878 23.738 26.354
Zuid-Korea 1.819 4.530 6.592 8.601 9.078 9.624
Zuid-Soedan 12 19 28
Zweden 4.440 5.736 6.504 7.414 7.654 7.959
Zwitserland 8.112 9.775 10.789 11.793 12.075 12.405

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Demographics of the Netherlands.