Interslavisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Interslavisch
Vlag Vlag van het Interslavisch
Auteur Juraj Križanić
Jaar 1665
Gebruikers enkele honderden[1]
Alfabet Latijns en Cyrillisch alfabet
Classificatie
Algemeen Kunsttaal
Naar doel
Naar herkomst
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Interslavisch (Medžuslovjanski, Cyrillisch: Меджуловянски) is een op Slavische talen gebaseerde internationale hulptaal, die bedoeld is om de communicatie tussen vertegenwoordigers van verschillende Slavische volken te vergemakkelijken en het voor mensen die geen Slavische taal spreken, mogelijk te maken met Slaven te communiceren. Zowel de grammatica als de woordenschat zijn gebaseerd op de overeenkomsten tussen de Slavische talen. In tegenstelling tot kunsttalen als het Esperanto is het een naturalistische taal. Het accent ligt er dan ook meer op dat de taal begrijpelijk is dan dat hij gemakkelijk aangeleerd kan worden.[2]

Het Interslavisch is enerzijds geworteld in het Oudkerkslavisch en anderzijds in de geïmproviseerde communicatie die al eeuwenlang bestaat in gebieden waar Slaven van verschillende nationaliteiten naast elkaar leven. Aldus bestaat de taal op twee verschillende niveaus: ten eerste als een niet-wetenschappelijke, spontaan ontstane taalvorm, ten tweede als een reeks van wetenschappelijk onderbouwde pogingen deze taal van een geschreven standaard te voorzien.[3] De eerste beschrijving van het Interslavisch is van de hand van de Kroatische priester Juraj Križanić en dateert uit de jaren 1659-1666.[4] In de loop der eeuwen is de taal bekend geweest onder verschillende namen, die meestal vertaald kunnen worden als "Panslavisch", "Al-Slavisch", "Nieuw-Slavisch", "Inter-Slavisch" of gewoon "Slavisch".[5] De naam "Interslavisch" is voor het eerst voorgesteld in 1908 door de Tsjech Ignac Hošek[6] en werd in 2011 gekozen als verzamelnaam voor de verschillende actieve projecten.[7]

De voorgestelde ISO 639-code van het Interslavisch is isv.[8]

Achtergrond[bewerken]

«Gramatično izkazanje ob ruskom jeziku» van Juraj Križanić, de eerste Interslavische grammatica uit 1665

De geschiedenis van het Interslavisch is nauw verbonden met het panslavisme, een ideologie die culturele en politieke eenwording van alle Slaven nastreeft. Centraal hierin staat het besef dat alle Slavische volken deel uitmaken van één Slavische natie. Aangezien ten tijde van het ontstaan van deze denkwijze de Slavische talen inmiddels dermate uit elkaar gegroeid waren dat sprekers van verschillende Slavische talen elkaar nauwelijks meer konden verstaan, drong zich vanzelf de vraag op hoe een overkoepelende Slavische taal eruit zou moeten zien. De meest voor de hand liggende keuze was natuurlijk het Russisch, moedertaal van ongeveer de helft van alle Slaven en bovendien de taal van de grootste Slavische staat. Deze optie vond vooral gehoor in Rusland zelf, maar ook bij sommige panslavisten buiten Rusland, zoals de Slowaak Ľudovít Štúr.[6] Toch hadden panslavisten in andere Slavische landen moeite met het idee, niet alleen omdat het Russisch voor hen moeilijk te hanteren was, maar ook omdat zij beducht waren voor Russische hegemonie. Voor hen gold het Oudkerkslavisch als een betere en vooral ook neutrale oplossing.

Het Oudkerkslavisch was een taal die eeuwen daarvoor in een groot deel van de Slavische wereld dienst had gedaan als bestuurstaal en nog steeds op grote schaal gebruikt werd in de orthodoxe liturgie. Bovendien stond deze taal zeer dicht bij de gemeenschappelijke voorouder van de Slavische talen, het Oerslavisch. Wel kleefden er ook aan het Oudkerkslavisch praktische nadelen: de taal werd geschreven in een sterk verouderde vorm van het Cyrillische alfabet, de grammatica was uiterst complex en de woordenschat werd gekenmerkt werd door vele archaïsche, in onbruik geraakte woorden en het ontbreken van woorden voor modernere begrippen. De meeste vroege voorbeelden van Interslavische taalprojecten waren er dan ook op gericht het Oudkerkslavisch zodanig te moderniseren, dat deze taal kon worden gebruikt voor alledaagse communicatie. Men zou dan ook kunnen zeggen dat het Interslavisch begint waar het Oudkerkslavisch ophoudt.

De eerste Interslavische grammatica, getiteld Gramatično izkazanje ob ruskom jeziku, dateert uit 1665 en is van de hand van de Kroatische priester Juraj Križanić.[9] Hij noemde deze taal Ruski om de steun van de tsaar te verwerven, maar in werkelijkheid was de taal vooral een mengeling van de Russische redactie van het Kerkslavisch en het Servo-Kroatisch, met name de Čakavisch-Ikavische variant. Naast deze grammatica schreef Križanić ook andere werken in deze taal, inclusief het traktaat Politika (1663-1666). Volgens de analyse van de Nederlandse slavist Tom Ekman is in dit werk 59% van de woorden van Pan-Slavische oorsprong, 10% afkomstig uit het Russisch en het Kerkslavisch, 9% uit het Servo-Kroatisch en 2,5% uit het Pools.[10]

Overigens was Križanić niet de eerste die heeft getracht in een voor alle Slaven begrijpelijke taal te schrijven. Al in 1583 had de Kroatische priester Šime Budinić de Summa Doctrinae Christianae van Petrus Canisius naar het "Slovignsky" vertaald.[11] waarbij hij zowel het Latijnse als het Cyrillisch schrift gebruikte.[12]

De negentiende eeuw[bewerken]

Ook na Križanić zijn in de loop der eeuwen tientallen pogingen ondernomen tot het creëren van een overkoepelende Slavische taal.[13] In 1826 publiceerde de Slowaakse jurist Ján Herkeľ (1786-1853) zijn Universalis Lingua Slavica (in het Slowaaks: Vseslovanský jazýk).[14][15] In tegenstelling tot de taal van Križanić was deze sterker gebaseerd op het West-Slavisch. Wat beide projecten echter met elkaar gemeen hebben, is dat ze geen strak omlijnde grammatica hebben en ook geen eigen woordenschat. Net als Križanić beschouwde Herkeľ zijn werk dan ook niet als kunsttaal. Zoals alle negentiende-eeuwse panslavisten zag hij de Slavische talen als dialecten van één taal en zijn boek is dan ook vooral een vergelijkende grammatica tussen deze verschillende dialecten, waarin hij soms, maar lang niet altijd, grammaticale oplossingen aandraagt die door hem expliciet als "Universeel Slavisch" worden gekenschetst.

In de loop van de 19e eeuw, waarin van alle Slavische volken alleen de Russen een eigen staat hadden en er tussen de diverse Slavische talen ook geen duidelijke grenzen waren, was het Interslavisch vooral het domein van Slovenen en Kroaten. In deze tijd van groeiend nationaal bewustzijn vormde naast het nationalisme ook het panslavisme een serieuze optie, dat zich in dit geval vooral toespitste op het creëren van een gemeenschappelijke Zuid-Slavische taal ("Illyrisch"), die ook als Panslavische taal bruikbaar zou zijn. Aldus werden halverwege de 19e eeuw projecten voor een Panslavische taal gepubliceerd door onder meer:

Alle bovengenoemde projecten zijn in hoge mate gebaseerd op een combinatie van het Oudkerkslavisch met elementen uit de moderne Zuid-Ѕlavische talen.

Van bijzondere betekenis is het project van Matija Majar-Ziljski, getiteld Uzajemni Pravopis Slavjanski ("Wederzijdse Slavische orthografie"). In zijn visie konden Slaven zich in contacten met andere Slaven het beste verstaanbaar maken door hun eigen taal als uitgangspunt te nemen en deze in stappen aan te passen. In eerste instantie stelde hij voor de spelling van elke individuele taal om te vormen in een generische ("wederzijdse") Panslavische orthografie. Vervolgens stelde hij een grammatica voor die gebaseerd was op een vergelijking tussen de vijf belangrijkste Slavische talen van die dagen: Oudkerkslavisch, Russisch, Pools, Tsjechisch en Servisch. Majar schreef niet alleen een boek over de taal zelf, hij gebruikte deze ook in een biografie van Cyrillus en Methodius.[21] Verder publiceerde hij in de jaren 1873-1875 een tijdschrift in deze taal met de titel Slavjan ("De Slaaf"). Een fragment in de taal is nog te zien op het altaar in Majars kerk in Görtschach.[22]

De twintigste eeuw[bewerken]

Bohumil Holý
(1885-1947)

In de 20e eeuw verschoof het zwaartepunt naar het noorden. Bij de Ausgleich van 1867, waarbij de Hongaren hun eigen staat binnen de staat hadden verworven, waren de Slaven buitenspel gebleven. Een mogelijkheid die jarenlang door Poolse conservatieven was bepleit en gehoor vond bij de Oostenrijkse keizer was de zgn. Austro-Poolse optie, die behelsde dat de Dubbelmonarchie na de verovering van het Koninkrijk Polen op Rusland zou worden omgevormd tot een Oostenrijks-Hongaars-Poolse tripelmonarchie, waarin de keizer van Oostenrijk tevens koning van Polen zou zijn.[23][24] Een andere optie, die populairder was bij vooral Tsjechen en Zuid-Slaven, was het zgn. austroslavisme, dat de vorming van een Oostenrijks-Hongaars-Slavische tripelmonarchie beoogde. In de nadagen van Oostenrijk-Hongarije publiceerde de Tsjechische dialectoloog Ignac Hošek (1852–1919) zijn Grammatik der Neuslawischen Sprache, waarin hij een gemeenschappelijke literaire taal voor alle Slaven binnen de monarchie voorstelde.[25] Deze was vooral gebaseerd op het Tsjechisch en het Pools.

Ook in de jaren die volgden, waren het vooral Tsjechen die Interslavische projecten voorstelden. Josef Konečný publiceerde in 1912 een "Slavisch Esperanto" onder de naam Slavina, dat echter niets met Esperanto te maken had maar vooral gebaseerd was op het West-Slavisch.[26][27] Eveneens in 1912 verscheen Slovanština van de leraar Edmund Kolkop (1877-1915)[28] en in 1920 Slavski jezik van de stenograaf Bohumil Holý (1885-1947).[29] De twee laatstgenoemde projecten zijn de eerste die een duidelijke tendens tot vereenvoudiging laten zien en bijvoorbeeld naamvallen vervangen door voorzetsels.[30]

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werkte de Tsjechische dichter en esperantist Ladislav Podmele (1920-2000), beter bekend onder zijn artiestennaam Jiří Karen, met een team aan een uitgebreid project onder de naam Mežduslavjanski jezik ("Interslavische taal"), die – waarschijnlijk gezien de politieke realiteit van die dagen – vooral gebaseerd was op het Russisch. Podmele c.s. schreven onder meer een grammatica, een woordenlijst Esperanto-Interslavisch, een woordenboek, een cursus en een tekstboek. Hoewel geen van deze werken gepubliceerd was, trok dit project toch de aandacht van taalkundigen uit verschillende landen.[31]

Interslavisch in het digitale tijdperk[bewerken]

Hoewel het panslavisme sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië als ideologie geen rol van enige betekenis meer heeft gespeeld, is door de globalisering en de komst van nieuwe media als het internet toch een hernieuwde behoefte ontstaan aan een taal die voor Slaven van verschillende nationaliteiten begrijpelijk zou zijn. De oudere projecten waren op dat moment inmiddels in vergetelheid geraakt, terwijl het voor auteurs van nieuwe projecten relatief eenvoudig was geworden hun werk te publiceren. In veel gevallen afficheren deze auteurs zich nog steeds duidelijk met het panslavisme, dat tegenwoordig vooral gedragen lijkt te worden door Slavische emigranten.[32][33]

Tijdens de eerste jaren van de 21e eeuw genoot vooral het Slovio uit 1999 van de Slowaak Mark Hučko enige bekendheid. In tegenstelling tot eerdere projecten was dit geen naturalistische, maar een schematische taal, waarvan de grammatica vooral gebaseerd was op het Esperanto[34] Bovendien was het Slovio niet alleen bedoeld als hulptaal voor Slaven, maar net als het Esperanto ook voor gebruik op wereldschaal. Deels uit onvrede over de vele niet-Slavische elementen en de dominante positie van aan het Russisch ontleende woorden in het Slovio, ontstond in maart 2006 het Slovianski-project.[35]

Het streven van de auteurs van het Slovianski was een naturalistische taal te maken, die uitsluitend zou bestaan uit materiaal dat in de meeste Slavische talen voorkwam, geen kunstmatige elementen zou bevatten en begrijpelijk zou zijn voor alle Slaven zonder enige studie vooraf.[36][37] Als gevolg hiervan kende het Slovianski (in tegenstelling tot het Slovio) drie geslachten (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) en worden werkwoorden volledig vervoegd, zaken waarvan internationale hulptalen zich doorgaans verre houden. Aanvankelijk werd de taal ontwikkeld in drie verschillende varianten: Slovianski-P, Slovianski-N, Slovianski-S, waarbij de toevoeging respectievelijk staat voor Pidgin, Naturalistisch en Schematisch. Het verschil bestond hierin dat het Slovianski-N evenals de meeste Slavische talen over zes naamvallen beschikte, terwijl het Slovianski-P (net als het Nederlands, maar ook het Bulgaars en het Macedonisch) geen naamvallen had en in plaats daarvan gebruikmaakte van voorzetsels. De schematische versie was geen lang leven beschoren.[38] In 2009 werd besloten alleen door te gaan met de naturalistische versie, die voortaan de naam Slovianski zou dragen. De taal werd vooral gebruikt in het internetverkeer en in een nieuwsbrief, Slovianska Gazeta.[39][40] In februari 2010 kwam het Slovianski uitvoerig in het nieuws na een deels aan het Slovianski gewijd artikel op het Poolse internetportaal Interia.pl.[41] en een interview met een van de auteurs van het Slovianski, de Nederlander Jan van Steenbergen, in de Servische krant Večernje Novosti.[42] Kort daarop verschenen er ook artikelen over het Slovianski in de Slowaakse krant Pravda[43], op de nieuwssite van de Tsjechische televisiezender ČT24[44], de Sloveense krant Žurnal24[45], de Servische editie van Reader's Digest[46] en in diverse kranten en op verschillende internetportalen in Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Servië, Montenegro, Bulgarije en Oekraïne.[47][48][49][50][51][52][53][54][55][56]

Logo van het Novoslověnsky

Het Slovianski heeft ook een rol gespeeld bij de totstandkoming van andere projecten. Het Rozumio (2008) en het Slovioski (2009) waren beide pogingen om het Slovianski en het Slovio dichter bij elkaar te brengen, wat in het geval van het Slovioski heeft geleid tot het creëren van een nieuwe taal.[57][58] Net als het Slovianski was het Slovioski een groepsproject en werden er twee varianten uitgewerkt: een "volledige" en een vereenvoudigde versie.[59] De volledige versie week nauwelijks af van het Slovianski en in 2011 werden beide projecten samengevoegd. De diverse vereenvoudigde vormen die vooral bedoeld waren om ook aan beginnende, niet-Slavische gebruikers tegemoet te komen, werden in hetzelfde jaar omgewerkt tot een sterk vereenvoudigde versie van het Slovianski, het Slovianto.[60]

In januari 2010 verscheen het Novoslověnsky ("Nieuw-Slavisch") van de Tsjech Vojtěch Merunka, een op het Oudkerkslavisch gebaseerde taal die gebruikmaakte van de woordenschat van het Slovianski.[61][62] Vanaf 2011 zijn Slovianski, het Slovioski en het Novoslověnsky sterk naar elkaar toe gegroeid.[63] Ze werken nauw met elkaar samen onder de gemeenschappelijke naam "Interslavisch" (Medžuslovjanski) en beschikken over een gemeenschappelijk woordenboek[64], een internetkrant[65] en een gemeenschappelijke wiki.[66] Vaste regels hebben plaatsgemaakt voor een flexibele taal die gebaseerd is op prototypes en gemakkelijk aan verschillende situaties kan worden aangepast. Aldus vormt het Interslavisch niet alleen een overkoepelende taal voor de Slavische talen, maar ook voor verschillende Interslavische projecten.[67]

Eigenschappen[bewerken]

Hoewel er tussen de Interslavische projecten onderlinge verschillen bestaan, lijken alle naturalistische versies sterk op elkaar. Voor al deze projecten geldt dat zij uitsluitend uit materiaal bestaan dat in het Slavische taalgebied ook daadwerkelijk wordt gebruikt en als gemeenschappelijk uitgangspunt hebben dat de Slavische talen genoeg op elkaar lijken om een compromistaal, die voor alle Slaven zonder studie vooraf begrijpelijk is, mogelijk te maken. Toch lopen vooral ten aanzien van de mate van vereenvoudiging de meningen sterk uiteen. Een sterk vereenvoudigde grammatica maakt de taal weliswaar gemakkelijker voor niet-Slaven, maar niet voor sprekers van Slavische talen, en geeft de taal bovendien een zeer synthetisch karakter, wat door velen als een nadeel wordt ervaren.[36] De nadruk ligt dan ook meer op de verwantschap met het Slavisch dan ook een eenvoudige grammatica. Toch wordt er, doordat alle grammaticale vormen een soort grootste gemene deler van de Slavische talen vormen, een natuurlijke vereenvoudiging bereikt. Als gevolg daarvan is het Interslavisch een sterk vereenvoudigde taal, waarin gebruik wordt gemaakt van eenvoudige, eenduidige uitgangen en onregelmatigheid tot het minimum wordt beperkt.

Voor het Interslavisch geldt dat het tot op zekere hoogte altijd een geïmproviseerde taal is gebleven. Omdat elementen uit de Slavische talen gemakkelijk met Interslavische elementen kunnen worden vermengd, is het schrijven van een Interslavische tekst vooral een kwestie van in de eigen taal schrijven met verschillende toevoegingen en veranderingen. Ook bestaat er een tendens elementen uit verschillende Interslavische projecten met elkaar te vermengen. De verschillende grammatica's vormen dan ook vooral een richtlijn, waarin vaak meerdere mogelijkheden worden geboden. Dit komt niet alleen door de verschillen en overeenkomsten tussen de Slavische talen, maar ook doordat het hedendaagse Interslavisch, in tegenstelling tot de oudere projecten, die zonder uitzondering het werk waren van één persoon, uit samenwerkingsprojecten met meerdere deelnemers bestaat. Kenmerkend voor het Interslavisch is dat het – evenals bijvoorbeeld het Interlingua - niet van bovenaf wordt gereguleerd, maar tot stand komt op basis van wat de gebruikers er zelf van maken.[68]

Classificatie[bewerken]

Het Interslavisch is niet eenvoudig te classificeren. Zelfs het wetenschappelijk onderzoek naar het Interslavisch vindt plaats op twee verschillende vakgebieden: de interlinguïstiek en de slavistiek, het laatstgenoemde vooral in verband met de ontwikkeling van nationale standaardtalen als het Sloveens en het Servo-Kroatisch.

Enerzijds heeft de taal voor zover bekend nooit moedertaalsprekers gehad, anderzijds is het wel een fenomeen dat al eeuwenlang bestaat als geïmproviseerde communicatievorm tussen Slaven van verschillende nationaliteiten. In die zin heeft het Interslavisch eigenschappen gemeen met de pidgintalen, al heeft laatstgenoemde categorie normaal gesproken betrekking op sprekers van heterogenere talen. Aan de andere kant vertoont het Interslavisch ook grote overeenkomsten met het Katharevousa, een zeer archaïsche vorm van het Grieks dat tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd gebruikt.[69]

De traditionele panslavische visie, die vooral populair was in de 19e eeuw, beschouwt de Slaven als één grote natie en de Slavische talen als dialecten van één Panslavische taal. Dit gold ook voor de meeste auteurs van Interslavische projecten, die hun werk niet zozeer als kunsttalen zagen, maar meer als pogingen deze reeds bestaande taal van een literaire standaard te voorzien. Daarbij lieten zij zich niet zozeer leiden door hun eigen ideeën en voorkeuren, maar zetten zij vooral de gangbare praktijk van de hedendaagse Slavische talen af tegen die van het Oudkerkslavisch. Volgens deze visie is het Interslavisch een daktaal, vergelijkbaar met het Duits, het Arabisch of het Grieks.

Tegenwoordig is het gebruikelijker talen zonder native speakers als kunsttalen te classificeren. Neemt men dit als uitgangspunt, dan valt het Interslavisch onder de zonale kunsttalen, een subcategorie van de internationale hulptalen, waarvan het Interslavisch overigens het oudste bekende voorbeeld is.[70]

Gemeenschap[bewerken]

Het aantal gebruikers van het Interslavisch is moeilijk vast te stellen. De Bulgaarse auteur G. Iliev noemt voor het Slovianski een aantal van "enkele honderden sprekers".[1] Het Slovianski-forum heeft ca. 250 leden[71], daarnaast zijn er twee groepen op Facebook met samen ca. 600 leden.[72][73] Op Facebook zijn er 2.400 gebruikers die aangeven Interslavisch te spreken.[74] Hoeveel gebruikers er in het verleden zijn geweest, is onbekend.

Alfabet[bewerken]

Een belangrijk uitgangspunt van het Interslavisch is dat elke Slaaf de taal op zijn eigen toetsenbord kan schrijven.[75] Daar de grens tussen het Latijnse alfabet en het Cyrillisch dwars door het Slavische taalgebied loopt, wordt het Interslavisch in beide alfabetten worden geschreven. Tussen de diverse Interslavische projecten bestaan er verschillen ten aanzien van de orthografie. Zo maken sommige onderscheid tussen harde en zachte medeklinkers (t vs. ť, r vs. ŕ, enz.) en andere niet. Wat zij wel gemeen hebben is de volgende basis:

Latijns Cyrillisch Varianten Uitspraak
A a A а [ɑ] ~ [a]
B b Б б [b]
C c Ц ц [ʦ]
Č č Ч ч Lat. cz, cx, ч [ʧ] ~ [tʂ]
D d Д д [d]
DŽ dż ДЖ дж [ʤ] ~ [dʐ]
E e Е е [ɛ] ~ [e]
F f Ф ф [f]
G g Г г [g] ~ [ɦ]
H h Х х Lat. ch [x]
I i И и Cyr. (Majar) і [i] ~ [ji]
J j Ј ј Cyr. й [j]
K k К к [k]
L l Л л [l] ~ [ɫ]
Ľ ľ ЛЬ ль Lat. lj, l’ / Cyr. љ [lj] ~ [lʲ] ~ [ʎ]
M m М м [m]
N n Н н [n]
Ń ń НЬ нь Lat. ň, nj, n’ / Cyr. њ [nj] ~ [nʲ] ~ [ɲ]
O o О о [ɔ] ~ [o]
P p П п [p]
R r Р р [r]
S s С с [s]
Š š Ш ш Lat. sz, sx, ш [ʃ] ~ [ʂ]
T t Т т [t]
U u У у [u]
V v В в [v] ~ [ʋ]
Y y Ы ы Lat. i, Cyr. и (Majar: і) [i] ~ [ɪ] ~ [ɨ]
Z z З з [z]
Ž ž Ж ж Lat. zs, zx, zh, ż, ƶ [ʒ] ~ [ʐ]

Naast het bovenstaande basisalfabet kan men ook andere letters aantreffen, meestal met een diakritisch teken. Deze geven extra etymologische informatie, maar hoeven niet te worden geschreven:

Latijns Cyrillisch Varianten Uitspraak
Å å meestal: Lat. a, Cyr. а [ɒ]
Ę ę Ѧ ѧ meestal: Lat. e, Cyr. е [jæ] ~ [ʲæ]
Ě ě Ѣ ѣ meestal: Lat. e, ie, je, Cyr. е [jɛ] ~ [ʲɛ] ~ [ɛ]
Ų ų Ѫ ѫ meestal: Lat. u, Cyr. у [u] ~ [ow]
Ò ò Ъ ъ meestal: Lat. o, Cyr. о [ə]
Ŕ ŕ РЬ рь Lat. ř, rj, r’; meestal: Lat. r, Cyr. р [rj] ~ [rʲ] ~ [r̝] ~ [r]
Ď ď ДЬ дь Lat. dj, d’; meestal: Lat. d, Cyr. д [dj] ~ [dʲ] ~ [ɟ] ~ [d]
Ť ť ТЬ ть Lat. tj, t’; meestal: Lat. t, Cyr. т [tj] ~ [tʲ] ~ [c] ~ [t]
Ś ś СЬ сь Lat. sj, s’; meestal: Lat. s, Cyr. с [sj] ~ [sʲ] ~ [ɕ] ~ [s]
Ź ź ЗЬ зь Lat. zj, z’; meestal: Lat. z, Cyr. з [zj] ~ [zʲ] ~ [ʑ] ~ [z]
Ć ć Ћ ћ Lat. tj; meestal: Lat. č, Cyr. ч [ʨ]
Đ đ Ђ ђ Lat. dj; meestal: Lat. , , Cyr. дж [ʥ]
X x КС кс meestal: Lat. ks [ks]

Ten slotte komen in het Cyrillisch ook ligaturen voor (letters die combinaties van twee letters vertegenwoordigen):

Ligatuur In plaats van
Я я ја of ьа
Є є је of ье
Ї ї ји of ьи
Ю ю ју of ьу
Ѩ ѩ јѧ of ьѧ
Ѭ ѭ јѫ of ьѫ
Щ щ шч of шт

Grammatica[bewerken]

De grammatica van het Slovianski is een vereenvoudigde weergave van die van de natuurlijke Slavische talen. Ze bestaat uit elementen die zo breed mogelijk in deze talen zijn vertegenwoordigd.[76]

Zelfstandige naamwoorden[bewerken]

Het Slovianski is een flecterende taal. Zelfstandige naamwoorden kunnen drie geslachten hebben, enkel- en meervoud, en zes naamvallen: de nominatief, de accusatief, de genitief, de datief, de instrumentalis en de locatief. Omdat sommige Slavische talen ook een vocatief hebben, wordt deze ook in het Interslavisch meestal in tabellen getoond, hoewel het strikt genomen geen echte naamval is. De vocatief komt alleen voor in het enkelvoud van mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.

Evenals de meeste andere Slavische talen kent het Slovianski geen lidwoord. Het gecompliceerde Slavische systeem van woordklassen is gereduceerd tot vier of vijf declinaties, waarin bovendien onderscheid wordt gemaakt tussen harde en zachte stammen:

  • mannelijke woorden eindigen op een – meestal harde – medeklinker): mųž "man"
  • de meeste vrouwelijke woorden eindigen op -a: žena "vrouw"
  • sommige vrouwelijke woorden eindigen op een zachte medeklinker: kosť "bot"
  • de meeste onzijdige woorden eindigen op -o of -e): slovo "woord".
  • het Oudkerkslavisch heeft bovendien een athematische verbuiging, die in de meeste moderne talen in de regelmatige declinaties is vervloeid. Sommige Interslavische projecten behouden deze declinatie, die uit zelfstandige naamwoorden van alledrie de geslachten bestaat, hoofdzakelijk onzijdige woorden:
    • onzijdige woorden van de groep -mę/-men-, bv. imę/imene "naam"
    • onzijdige woorden van de groep -ę/-ęt- (vooral kinderen en jonge dieren), bv. telę/telęte "kalf"
    • onzijdige woorden van de groep -o/-es-, bestaat slechts uit enkele woorden, bv. nebo/nebese "hemel"
    • mannelijke woorden op -en, bv. kamen/kamene "steen"
    • vrouwelijke woorden op -ov, bv. crkov/crkve "kerk"
    • vrouwelijke woorden op -i/-er-, bv. mati/matere "moeder"
Verbuiging van zelfstandige naamwoorden
  mannelijk onzijdig vrouwelijk athematisch
hard, levend hard, niet levend zacht, levend zacht, niet levend hard zacht -a, hard -a, zacht m. n. f.
enkelvoud
N. brat "broer" dom "huis" mųž "man" kraj "land" slovo "woord" morje "zee" žena "vrouw" zemja "aarde" kosť "bot" kamen "steen" imę "naam" mati "moeder"
A. brata dom mųža kraj slovo morje ženų zemjų kosť kamen imę mater
G. brata doma mųža kraja slova morja ženy zemje kosti kamene imene matere
D. bratu domu mųžu kraju slovu morju ženě zemji kosti kameni imeni materi
I. bratom domom mųžem krajem slovom morjem ženojų zemjejų kost kamenem imenem mater
L. bratě domě mųži kraji slově morji ženě zemji kosti kameni imeni materi
V. brate dome mųžu kraju slovo morje ženo zemjo kost(i) kamen(i) imę mati
  meervoud
N. brati domy mųži kraje slova morja ženy zemje kosti kameni imena materi
A. bratov domy mųžev kraje slova morja ženy zemje kosti kameni imena materi
G. bratov domov mųžev krajev slov mor(ej) žen zem(ej) kostij kamenev imen materij
D. bratam domam mųžam krajam slovam morjam ženam zemjam kostjam kamenam imenam materam
I. bratami domami mųžami krajami slovami morjami ženami zemjami kostjami kamenami imenami materami
L. bratah domah mųžah krajah slovah morjah ženah zemjah kostjah kamenah imenah materah

Bijvoeglijke naamwoorden[bewerken]

Bijvoeglijke naamwoorden zijn altijd regelmatig. Zij corresponderen met het zelfstandig naamwoord voor wat betreft geslacht, naamval en getal. Zij worden meestal vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst. In de kolom met mannelijke vormen heeft de eerste vorm betrekking op mensen en dieren, de tweede op levensloze voorwerpen. Ook hier wordt onderscheid gemaakt tussen harde en zachte stammen, bijvoorbeeld dobry "goed" en svěži "vers, fris":

Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden
  hard zacht
m. n. f. m. n. f.
enkelvoud
N. dobry dobro dobra svěži svěže svěža
A. dobrogo/dobry dobro dobrų svěžego/svěži svěže svěžų
G. dobrogo dobrogo dobroj svěžego svěžego svěžej
D. dobromu dobromu dobroj svěžemu svěžemu svěžej
I. dobrym dobrym dobrojų svěžim svěžim svěžejų
L. dobrom dobrom dobroj svěžem svěžem svěžej
  meervoud
N. dobri/dobre dobre dobre svěži/svěže svěže svěže
A. dobryh/dobre dobre dobre svěžih/svěže svěža svěže
G. dobryh svěžih
D. dobrym svěžim
I. dobrymi svěžimi
L. dobryh svěžih

Niet elk project maakt onderscheid tussen harde en zachte adjectieven. In plaats van dobrogo kan men ook dobrego schrijven, in plaats van svěžego ook svěžogo.

Bijwoorden en trappen van vergelijking[bewerken]

Een bijvoeglijk naamwoord kan worden omgezet in een bijwoord middels de uitgang -o: dobro "goed, wel", svěžo "vers, fris".

De vergrotende trap wordt gevormd door middel van de uitgang -(ěj)ši: slabši "zwakker", pòlnějši "voller". De overtreffende trap wordt gevormd door het voorvoegsel naj- vóór de vergrotende trap te plaatsen: najslabši "zwakste". Om van deze vormen een bijwoord te maken, gebruikt men de uitgang -ěje: slaběje "zwakker".

De vergrotende en overtreffende trap kunnen ook worden gevormd met behulp van de bijwoorden bolje en vyše "meer" resp. najbolje en najvyše "meest".

Voornaamwoorden[bewerken]

De persoonlijke voornaamwoorden zijn: ja "ik", ty "jij", on "hij", ona "zij", ono "het", my "wij", vy "jullie, u", oni "zij". Wanneer een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon wordt voorafgegaan door een voorzetsel, dan wordt er n- voor geplaatst.

Persoonlijke voornaamwoorden
enkelvoud meervoud reflexief
1e persoon 2e persoon 3e persoon 1e persoon 2e persoon 3e persoon
m. n. f.
N. ja ty on ono ona my vy oni
A. mene (mę) tebe (tę) jego nas vas ih sebe (sę)
G. mene tebe jego jej sebe
D. mně (mi) tobě (ti) jemu jej nam vam im sobě (si)
I. mnojų tobojų nim njų nami vami nimi sobojų
L. mně tobě nim njej nas vas nih sobě

Andere voornaamwoorden worden verbogen als bijvoeglijke naamwoorden:

Telwoorden[bewerken]

Dee hoofdtelwoorden 1-10 zijn: 1 - jedin/jedna/jedno, 2 - dva/dvě, 3 - tri, 4 - četyri, 5 - pęť, 6 - šesť, 7 - sedm, 8 - osm, 9 - devęť, 10 - desęť.

Hogere getallen worden gevormd door middel van -nadsęť voor de getallen 11-19, -desęt' voor de tientallen en -sto voor de honderdtallen. Deze laatste wordt soms, maar niet altijd, verbogen: dvasto/tristo/pęťsto en dvěstě/trista/pęťsòt zijn beide correct.

De verbuiging van de hoofdtelwoorden is te zien in de volgende tabel. De telwoorden 5-99 worden verbogen als zelfstandige naamwoorden van het kosť-type of als zachte bijvoeglijke naamwoorden.

Verbuiging van de telwoorden 1-5
  1 2 3 4 5
m. n. f. m./n. f.
N. jedin jedno jedna dva dvě tri četyri pęť
A. jedin jedno jednų dva dvě tri četyri pęť
G. jednogo jednoj dvu (dvoh, dvěh) trěh četyrěh pęti (pętih)
D. jednomu jednoj dvěma (dvom, dvěm) trěm četyrěm pęti (pętim)
I. jednym jednojų dvěma (dvoma) trěma četyrmi pętjų (pętimi)
L. jednom jednoj dvu (dvoh, dvěh) trěh četyrěh pęti (pętih)

Rangtelwoorden worden gevormd door de uitgang -y toe te voegen aan het hoofdtelwoord, behalve in het geval van pŕvy "eerste", drugi "tweede", tretji "derde", četvŕty "vierde", sedmy "zevende", osmy "achtste", stoty/sòtny "honderdste", tysęčny "duizendste".

Breuken worden, met uitzondering van pol (polovina, polovica) "half, helft", gevormd door het suffix -ina aan rangtelwoorden toe te voegen: tretjina "(een) derde", četvŕtina "kwart", enz.

Behalve hoofd- en rangtelwoorden zijn er ook andere categorieën telwoorden:

  • collectieve telwoorden: dvoje, troje, četvero... "duo, duet", enz.
  • multiplicatieve telwoorden: jediny, dvojny, trojny, četverny... "enkel, dubbel", enz.
  • differentiële telwoorden: dvojaki, trojaki, četveraki... "twee verschillende soorten", enz.

Werkwoorden[bewerken]

Aspect[bewerken]

Zoals alle Slavische talen maakt ook het Interslavisch onderscheid tussen perfectieve en imperfectieve werkwoorden. Een perfectief werkwoord impliceert dat de handeling is of zal worden voltooid en de nadruk ligt op het resultaat van de handeling, niet op het verloop ervan. Een imperfectief werkwoord concentreert zich juist op het verloop en/of de duur van de handeling en wordt ook gebruikt om gewoontes en zich herhalende patronen uit te drukken.

Werkwoorden zonder prefix zijn doorgaans imperfectief. De meeste werkwoorden hebben een perfectief equivalent, dat in het algemeen te herkennen is aan een toegevoegd prefix:
dělati ~ sdělati "doen"
čistiti ~ izčistiti "schoonmaken"
pisati ~ napisati "schrijven"

Omdat aan een werkwoord meerdere prefixen kunnen worden toegevoegd, die daarmee dus ook de betekenis veranderen, zijn er ook "secundaire" imperfectieve vormen nodig, die gebaseerd zijn op een perfectief werkwoord. Deze worden op regelmatige wijze gevormd:

  • -ati > -yvati (e.g. zapisati ~ zapisyvati "noteren, registreren", dokazati ~ dokazyvati "bewijzen")
  • -iti > -jati, met verlenging van de klinker in de stam (bv. napraviti ~ napravjati "geleiden", pozvoliti ~ pozvaljati "toestaan", oprostiti ~ oprašćati "vereenvoudigen")

Enkele aspectparen zijn onregelmatig, bijvoorbeeld nazvati ~ nazyvati "noemen", prijdti ~ prihoditi "komen", podjęti ~ podimati "ondernemen".

Stammen[bewerken]

De Slavische talen staan bekend om hun ingewikkelde werkwoordsvervoegingen. In het Interslavisch worden deze volgens vereenvoudigd tot een systeem van twee conjugaties: werkwoorden op -iti enerzijds en de rest anderzijds.

Bovendien heeft ieder werkwoord twee werkwoordsstammen, die in de meeste gevallen eenvoudig van de infinitief kunnen worden afgeleid:

  • De eerste wordt gebruikt voor de infinitief, de verleden tijd, de conditionalis, het voltooid deelwoord en het genominaliseerde werkwoord. Deze wordt verkregen door de uitgang -ti van de infinitief te verwijderen: dělati "doen" > děla-, prositi "verzoeken" > prosi-, nesti "dragen" > nes-. In het geval van werkwoorden op -sti kan de stam ook op t of d eindigen, bv. vesti > ved- "leiden", gnesti > gnet- "vermorzelen".
  • De tweede wordt gebruikt voor de tegenwoordige tijd, de gebiedende wijs en het tegenwoordig deelwoord. In de meeste gevallen kan deze stam op regelmatige wijze van de eerste worden afgeleid. Er zijn twee conjugaties:
    • de eerste conjugatie omvat nagenoeg alle werkwoorden die niet uitgaan op -iti en tevens de eenlettergrepige werkwoorden op -iti:
      • werkwoorden op -ati hebben gewoonlijk de stam -aj-: dělati "doen" > dělaj-
      • werkwoorden op -ovati hebben -uj-: kovati "smeden" > kuj-
      • werkwoorden op -nųti hebben -n-: tęgnųti "trekken" > tęgn-
      • éénlettergrepige werkwoorden hebben -j-: piti "drinken" > pij-, čuti "voelen" > čuj-
      • wanneer de eerste stam op een medeklinker eindigt, is de twee daaraan gelijk: nesti "dragen" > nes-, vesti "leiden" > ved-
    • de tweede conjugatie omvat alle meerlettergrepige woorden op -iti en de meeste werkwoorden op -ěti: prositi "verzoeken" > pros-i-, viděti "zien" > vid-i-

Er zijn ook gemengde en onregelmatige werkwoorden, waarbij de tweede stam niet rechtstreeks op de eerste gebaseerd is, bijvoorbeeld: pisati "schrijven" > piš-, spati "slapen" > sp-i-, zvati "roepen" > zov-, htěti "willen" > hoć-. In dergelijke gevallen moeten beide stammen afzonderlijk worden geleerd.

Vervoeging[bewerken]

Werkwoorden worden vervoegd met behulp van de volgende uitgangen:

  • Tegenwoordige tijd: -ų, -eš, -e, -emo, -ete, -ųt (eerste conjugatie), -jų, -iš, -i, -imo, -ite, -ęt (tweede conjugatie)
  • Verleden tijd – eenvoudig (als in het Russisch): m. -l, f. -la, n. -lo, pl. -li
  • Verleden tijd – complex (als in het Zuid-Slavisch):
    • Onvoltooid verleden tijd: -h, -še, -še, -hmo, -ste, -hų
    • Voltooid tegenwoordige tijd: m. -l, f. -la, n. -lo, pl. -li + de tegenwoordige tijd van byti "zijn"
    • Voltooid verleden tijd: m. -l, f. -la, n. -lo, pl. -li + de onvoltooid verleden tijd van byti
  • Conditionalis: m. -l, f. -la, n. -lo, pl. -li + de conditionalis van byti
  • Toekomende tijd: de toekomende tijd van byti + de infinitief
  • Gebiedende wijs: -Ø, -mo, -te na j of -i, -imo, -ite na een andere medeklinker.

De vormen met -l- in de verleden tijd en de conditionalis is in werkelijkheid een deelwoord dat ook wel L-participium wordt genoemd. De overige deelwoorden worden als volgt gevormd:

  • Actief tegenwoordig deelwoord: -ųči (1e conjugatie), -ęči (2e conjugatie) (bijwoord: -ųč, -ęč)
  • Passief tegenwoordig deelwoord: -omy/-emy (1e conjugatie), -imy (2e conjugatie)
  • Actief verleden deelwoord: -vši na een klinker of -ši na een medeklinker
  • Passief verleden deelwoord: -ny na een klinker, -eny na een medeklinker. Eenlettergrepige werkwoorden (uitzonderd die op -ati) krijgen -ty. Werkwoorden op -iti krijgen de uitgang -jeny.

Het gesubstantiveerde werkwoord wordt gevormd op basis van het passief verleden deelwoord en heeft de uitgang -nje of -tje in plaats van -ny resp. -ty.

Voorbeelden[bewerken]

Eerste conjugatie (dělati "doen")
o.t.t. o.v.t. v.t.t. v.v.t. conditionalis toek. tijd geb. wijs
ja dělajų dělah jesm dělal(a) běh dělal(a) byh dělal(a) bųdų dělati
ty dělaj dělaše jesi dělal(a) běše dělal(a) bys dělal(a) bųdeš dělati dělaj
on
ona
ono
dělaje dělaše je dělal
je dělala
je dělalo
běše dělal
běše dělala
běše dělalo
by dělal
by dělala
by dělalo
bųde dělati
my dělajemo dělahmo jesmo dělali běhmo dělali byhmo dělali bųdemo dělati dělajmo
vy dělajete dělaste jeste dělali běste dělali byste dělali bųdete dělati dělajte
oni dělajųt děla sųt dělali běhų dělali by dělali bųdųt dělati
infinitief dělati
actief tegenwoordig deelwoord dělajųči (-a, -e), bijwoord: dělajųč
passief tegenwoordig deelwoord dělajemy (-a, -o)
actief verleden deelwoord dělavši
passief verleden deelwoord dělany (-a, -o)
gesubstantiveerd werkwoord dělanje
Tweede conjugatie (hvaliti "prijzen")
o.t.t. o.v.t. v.t.t. v.v.t. conditionalis toek. tijd geb. wijs
ja hval hvalih jesm hvalil(a) běh hvalil(a) byh hvalil(a) bųdų hvaliti
ty hval hvališe jesi hvalil(a) běše hvalil(a) bys hvalil(a) bųdeš hvaliti hvali
on
ona
ono
hvali hvališe je hvalil
je hvalila
je hvalilo
běše hvalil
běše hvalila
běše hvalilo
by hvalil
by hvalila
by hvalilo
bųde hvaliti
my hvalimo hvalihmo jesmo hvalili běhmo hvalili byhmo hvalili bųdemo hvaliti hvalimo
vy hvalite hvaliste jeste hvalili běste hvalili byste hvalili bųdete hvaliti hvalite
oni hvalęt hvali sųt hvalili běhų hvalili by hvalili bųdųt hvaliti
infinitief hvaliti
actief tegenwoordig deelwoord hvalęči (-a, -e), adverbio: hvalęč
passief tegenwoordig deelwoord hvalimy (-a, -o)
actief verleden deelwoord hvalivši
passief verleden deelwoord hvaljeny (-a, -o)
gesubstantiveerd werkwoord hvaljenje

Wanneer de stam van een werkwoord van de tweede conjugatie op s, z, t, d, st of zd eindigt en de uitgang met -j begint, dan vinden de volgende mutaties plaats:

  • prositi "verzoeken": pros-jų > prošų, pros-jeny > prošeny
  • voziti "vervoeren": voz-jų > vožų, voz-jeny > voženy
  • tratiti "verliezen": trat-jų > traćų, trat-jeny > traćeny
  • slěditi "volgen": slěd-jų > slěų, slěd-jeny > slěeny
  • čistiti "schoonmaken": čist-jų > čišćų, čist-jeny > čišćeny
  • jezditi "gaan, rijden": jezd-jų > ježdžų, jezd-jeny > ježdženy

Varianten[bewerken]

In de vervoeging van werkwoorden komt veel variatie voor. Regelmatig gebruikt worden de volgende varianten:

  • In de 1e conjugatie wordt -aje- gereduceerd tot -a-: ty dělaš, on děla etc.
  • In plaats van -(j)ų in de eerste persoon enkelvoud wordt -(e)m gebruikt: ja dělam, ja hvalim, ja nesem.
  • In plaats van -mo in de eerste persoon meervoud wordt -me gebruikt: my děla(je)me, my hvalime.
  • In plaats van -hmo in de onvoltooid verleden tijd wordt -smo of het archaïsche -hom gebruikt.
  • In plaats van de vervogende vormen van byti in de conditionalis (byh, bys...) wordt vaak by als partikel gebruikt: ja by pisal(a), ty by pisal(a) etc.
  • In het gesubstantiveerde werkwoord kan in plaats van -je ook -ije worden gebruikt: dělanije, hvaljenije.

Onregelmatige werkwoorden[bewerken]

Enkele werkwoorden worden onregelmatig vervoegd:

  • byti "zijn": o.t.t. jesm, jesi, jest, jesmo, jeste, sųt; o.v.t. běh, běše...; toek.t. bųdų, bųdeš..."
  • dati "geven", jesti "eten" en věděti "weten" hebben in de tegenwoordige tijd: dam, daš, da, damo, date, dadųt; jem, ješ...; věm, věš...
  • idti "gaan, lopen" heeft een onregelmatig L-participium: šel, šla, šlo, šli.

Woordenschat[bewerken]

Fragment uit Uzajemni Pravopis Slavjanski van Matija Majar-Ziljski.[19] Majar-Ziljski creëerde zijn vormen door de vijf belangrijkste Slavische talen van die tijd met elkaar te vergelijken.

De woorden van het Interslavisch komen tot stand op basis van vergelijking van woorden in de moderne Slavische talen, die daartoe worden onderverdeeld in zes groepen:

Deze groepen worden gelijk behandeld. De woordenschat van het Slovianski is zodanig samengesteld, dat woorden voor de sprekers van een zo groot mogelijk aantal van deze groepen te begrijpen zijn. In welke vorm een gekozen woord in het Slovianski terechtkomt, hangt niet alleen vastgesteld af van de frequentie waarin het in de moderne Slavische talen voorkomt, maar ook van de vorm in het Oerslavisch: om de cohentie te waarborgen, wordt een systeem van regelmatige derivatie toegepast.[77]

Hieronder volgen enkele woorden in het Interslavisch vergeleken met andere Slavische talen:

Nederlands Interslavisch Russisch Oekraïens Wit-Russisch Pools Tsjechisch Slowaaks Oppersorbisch Sloveens Kroatisch Servisch Macedonisch Bulgaars
mens člověk человек чоловік чалавек człowiek člověk človek čłowjek človek čovjek човек човек човек
hond pes пёс, собака пес, собака сабака pies pes pes pos, psyk pes pas пас пес, куче пес, куче
huis dom дом дім дом dom dům dom dom dom, hiša dom, kuća дом, кућа дом, куќа дом, къща
boek kniga книга книга кніга książka kniha kniha kniha knjiga knjiga књига книга книга
nacht noč ночь ніч ноч noc noc noc nóc noč noć ноћ ноќ нощ
brief pismo письмо письмо пісьмо, ліст list dopis list list pismo pismo писмо писмо писмо
groot veliki большой великий вялікі wielki velký veľký wulki velik velik велик голем голям
nieuw novy новый новий новы nowy nový nový nowy nov nov нов нов нов

Voorbeelden[bewerken]

Ja ljubim vsih ljudov na celom svete, specialno tih učenih ljudov, ktore verijut v medžunarodni jazik kak jedno iz najviše važnih sredstv dlja sojedinjenja narodov.
Я любим всих людов на целом свете, специално тих учених людов, кторе вериют в меджународни язик как едно из найвише важних средств для соединьеня народов.
Ik hou van alle mensen, in het bijzonder de opgeleide mensen die vertrouwen in een internationale taal als het belangrijkste middel voor de vereniging van de volkeren.[78]

Het Onze Vader[bewerken]

Slovianski Novoslověnsky Oudkerkslavisch
Otče naš, ktory jesi v nebesah,

nehaj svęti sę imę Tvoje.
Nehaj prijde krålevstvo Tvoje,
nehaj bųde volja Tvoja, kako v nebě tako i na zemji.
Hlěb naš vsakodenny daj nam dneś,
i odpusti nam naše grěhi,
kako my odpušćajemo našim grěšnikam.
I ne vvedi nas v pokušenje,
ale izbavi nas od zlogo.[79]

Otče naš, iže jesi na nebesah,
da sveti se ime Tvoje,
da pride cesarstvije Tvoje,
da bųde volja Tvoja jako na nebesi, i na zemlji.
Hlieb naš nasučny daj nam dnes,
i otstavij nam dlugy naše,
jako i my otstavujeme dlužnikom našim.
I ne v‘vedij nas v napast,
no izbavij nas ot lukavego.[80]

Otĭče našĭ, iže jesi na nebesĭchŭ,
da svętitŭ sę imę tvoje,
da priidetŭ cěsarĭstvije tvoje,
da bǫdetŭ volja tvoja, jako na nebesi i na zemlji;
chlěbŭ našĭ nastojęštajego dĭne daždĭ namŭ dĭnĭ sĭ,
i otŭpusti namŭ dlŭgy našę,
jako i my otŭpuštajemŭ dlŭžĭnikomŭ našimŭ.
i ne vŭvedi nasŭ vŭ napastĭ
nŭ izbavi ny otŭ neprijazni.[81]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties
  1. a b (en) G. Iliev, Short History of the Cyrillic Alphabet (Plovdiv, 2012), blz. 67.
  2. (en) http://steen.free.fr/interslavic/introduction.html - benaderd op 29 november 2009.
  3. Ladislav Podmele, Revolucija v istoriji interlingvistiki.
  4. (ru) М.И. Исаев, Словарь этнолингистическиж понятий и терминов (Moskou, 2001), blz. 85-86.
  5. (en) Jan van Steenbergen, Towards a unified Slavic language, Fourth Language Creation Conference. Groningen, 14-15 mei 2011.
  6. a b (ru) Л.П. Рупосова, История межславянского языка, in: Вестник Московского государственного областного университета (Московский государственный областной университет, 2012 no. 1, blz. 55.
  7. (en) The name „Medžuslovjanski” – benaderd op 15 november 2013.
  8. (en) http://www.sil.org/iso639-3/chg_detail.asp?id=2012-146&lang=isv
  9. Juraj Križanić, Граматично изказанје об руском језику (Moskva, 1666).
  10. (ru) А.Д. Дуличенко, "Из истории интерлингвистической мысли в России", in: Проблемы интерлингвистики (Moskou, 1976), blz. 114-130.
  11. Petrus Canisius, "Svmma navka christianskoga / sloxena castnim včitegliem Petrom Kanisiem ; tvmacena iz latinskoga jazika v slovignsky, i vtisstena po zapoviedi presuetoga Otca Pape Gregoria Trinaestoga [...] Koie iz Vlasskoga, illi Latinskoga iazika, v Slouignsky Jazik protumačio iest pop Ssimvn Bvdineo Zadranin" (Rome, 1583).
  12. (pl) Hanna Orzechowska, Mieczysław Basaj, Instytut Słowianoznawstwa (Polska Akademia Nauk), Prekursorzy słowiańskiego jezykoznawstwa porównawczego, do końca XVIII wiek (Warschau, 1987), blz. 124.
  13. (en) Constructed Slavic languages
  14. (la) Ján Herkeľ, Elementa universalis linguae Slavicae e vivis dialectis eruta at sanis logicae principiis suffulta (Budapest, 1826).
  15. (sk) Ján Herkeľ, Zaklady vseslovanskeho jazyka (Vienna, 1826).
  16. (hr) Matija Ban, "Osnova Sveslavjanskoga jezika", in: Dubrovnik. Cviet narodnog književstva. Svezak drugi (Zagreb 1851), blz. 131-174.
  17. Božidar Raič, "Vvod v slovnicų vseslavenskųjų", in: Radoslav Razlag red., Zora Jugoslavenska nr. 2, Zagreb, 1853, blz. 23-44.
  18. (cs) Vaceslav Bambas, Tvarosklad Jazyka Slovanského (Praag, 1861).
  19. a b Matija Majar-Ziljski, Uzajemni Pravopis Slavjanski, to je: Uzajemna Slovnica ali Mluvnica Slavjanska (Praag, 1865).
  20. Г.П. [Григор Прличев], Кратка славянска грамматика (Constantinopel, 1868)
  21. Matija Majar Ziljski, Sveta brata Ciril i Metod, slavjanska apostola i osnovatelja slovstva slavjanskoga (Praag, 1864).
  22. (en) Robert Gary Minnich, "Collective identity formation and linguistic identities in the Austro-Italian Slovene border region", in: Dieter Stern & Christian Voss, Marginal Linguistic Identities: Studies in Slavic Contact and Borderland Varieties, blz. 104.
  23. (pl) Czesław Partacz, Od Badeniego do Potockiego. Stosunki Polsko-Ukraińskie w Galicji w latach 1888-1908 (Toruń, 1996), blz. 15.
  24. (pl) Grzegorz Łukomski/Czesław Partacz/Bogusław Polak, Wojna polsko-ukraińska 1918-1919 (Koszalin/Warschau, 1994), blz. 49-50.
  25. (de) Ignác Hošek, Grammatik der Neuslawischen Sprache (1907).
  26. (cs) Josef Konečný, Mluvnička slovanského esperanta »Slavina«. Jednotná spisovná dorozumívací slovanská rěč pro obchod a průmysl. Sestavil Konečný J. (Praag, 1912).
  27. (ru) А. Д Дуличенко, Международные вспомогательные языки (Tallinn, 1990), blz. 196.
  28. (cs) Edmund Kolkop, Pokus o dorozumívací jazyk slovanský (Praag, 1912).
  29. (cs) B. Holý, Slavski jezik. Stručná mluvnice dorozumívacího i jednotícího jazyka všeslovanského. S pomocí spolupracovníků podává stenograf В. Holý. (Nové Město nad Metují, 1920).
  30. (ru) А. Д Дуличенко, Международные вспомогательные языки (Tallinn, 1990), blz. 214.
  31. (ru) А. Д Дуличенко, Международные вспомогательные языки (Tallinn, 1990), blz. 301-302.
  32. (de) Tilman Berger, "Vom Erfinden Slavischer Sprachen", in: M. Okuka & U. Schweier, eds., Germano-Slavistische Beiträge. Festschrift für P. Rehder zum 65. Geburtstag (München, 2004, ISBN 3-87690-874-4), blz. 25.
  33. (de) Tilman Berger, Panslavismus und Internet, 2009, blz. 37.
  34. (en) Katherine Barber, "Old Church Slavonic and the 'Slavic Identity'". University of North Carolina at Chapel Hill.
  35. (en) langmaker.com/db/Slovianski (gearchiveerd).
  36. a b (uk) Трошки про штучні мови: панслов'янська мова. Narodna Pravda, 22 augustus 2009.
  37. (en) Bojana Barlovac, Creation of 'One Language for All Slavs' Underway. BalkanInsight, 18 februari 2010.
  38. (en) steen.free.fr/slovianski/index.html - benaderd op 14 december 2009.
  39. (uk) Н. М. Малюга, "Мовознавство в питаннях і відповідях для вчителя й учнів 5 класу", in: Філологічні студії. Науковий вісник Криворізького державного педагогічного університету. Збірник наукових праць, випуск 1 (Kryvyj Rih 2008, ISBN 978-966-177-000-2), blz. 147.
  40. (ru) Алина Петропавловская, Славянское эсперанто. Европейский русский альянс, 23 juni 2007.
  41. (pl) Ziemowit Szczerek, Języki, które mają zrozumieć wszyscy Słowianie. Interia.pl, 13 februari 2010.
  42. (sr) Marko Prelević, Словијански да свако разуме. Večernje Novosti, 18 februari 2010.
  43. (sk) Slovania si porozumejú. Holanďan pracuje na jazyku slovianski. Pravda, 20 februari 2010.
  44. (cs) "Slovianski jazik" pochopí každý. ČT24, 19 februari 2010.
  45. (sl) En jezik za vse Slovane. Žurnal24, 18 februari 2010.
  46. (sr) Gordana Knežević, Slovianski bez muke. Reader's Digest Srbija, juni 2010, blz. 13-15.
  47. (cs) V Nizozemsku vzniká společný jazyk pro Slovany. Deník.cz, 19 februari 2010.
  48. (sk) Klára Ward, „Kvik Kvik“ alebo Zvieracia farma po slovensky. Z Druhej Strany, 25 februari 2010.
  49. (hu) Péter Aranyi & Klára Tomanová, Egységes szláv nyelv születőben. Melano.hu, 23 februari 2010.
  50. (sr) Холанђанин прави пансловенски језик. Serbian Cafe, 17 februari 2010.
  51. (sr) Holanđanin pravi slovijanski jezik. PCNEN.com, 17 februari 2010.
  52. (bg) Датчaнин създава общ славянски език. PlovdivMedia.com, 19 februari 2010.
  53. (bg) Датчанин твори общ славянски език. Vseki Den, 19 februari 2010.
  54. (bg) Готвят славянско есперанто. Marica, 19 februari 2010.
  55. (ru) Язык для всех славян на основе русинского. UA-reporter, 20 februari 2010.
  56. (fr) Slaves de tous les pays, parlez donc le Slovianski !. Le Courrier des Balkans, 1 maart 2010.
  57. (en) http://conlang.wikia.com/wiki/Rozumio - benaderd op 26 februari 2010.
  58. (en) http://slovioski.wikia.com/wiki/Slovioski - benaderd op 26 februari 2010.
  59. (bg) Дора Солакова, "Съвременни опити за създаване на изкуствен общославянски език", in: Езиков свят – Orbis Linguarum, Issue no.2/2010 (Югозападен Университет "Неофит Рилски", Blagoevgrad, 2010, ISSN 1312-0484), blz. 248.
  60. (en) Slovianto – benaderd op 15 november 2013.
  61. (cs) Vojtěch Merunka, Jazyk novoslovienskij (Praag 2010, ISBN 978-80-87313-51-0), blz. 15-16, 19-20.
  62. (cs) Dušan Spáčil, "Je tu nový slovanský Jazyk", in: Květy, nr. 31, juli 2010.
  63. Memorandum iz Septembra 2011
  64. (en) http://dict.interslavic.com
  65. http://www.izviestija.info
  66. http://isv.wikinet.org/
  67. (en) A short history of Interslavic – benaderd op 15 november 2013.
  68. (ru) Панславизм не умер окончательно. Universiteit van Odessa, 25 juli 2007.
  69. (en) http://steen.free.fr/interslavic/introduction.html#classification – benaderd op 15 november 2013.
  70. Jan van Steenbergen, Medžuslovjanski, umětny język ili prirodny?. Izviestija.info, 16 januari 2012.
  71. (en) http://s8.zetaboards.com/Slovianski/index/ – benaderd op 15 november 2013.
  72. (en) http://www.facebook.com/#!/groups/interslavic/ – benaderd op 15 november 2013.
  73. (en) http://www.facebook.com/#!/groups/neoslavonic/ – benaderd op 15 november 2013.
  74. (en) http://www.facebook.com/#!/pages/Slovianski/107932102568734?fref=ts – benaderd op 15 november 2013.
  75. (en) http://steen.free.fr/interslavic/design_criteria.html#phonology_and_writing - benaderd op 15 november 2013.
  76. Založeňja za medžuslovjanski jezyk. Izviestija.info, 29 januari 2012.
  77. (en) http://steen.free.fr/slovianski/design_criteria.html#vocabulary - benaderd op 14 december 2009.
  78. (io) D. Groth, Tradukez. Uniono por la Linguo Internaciona Ido (ULI).
  79. http://steen.free.fr/interslavic/samples.html#paternoster
  80. https://sites.google.com/site/novoslovienskij/texty-molitev
  81. (en) http://www.christusrex.org/www1/pater/JPN-slavonic.html