Trans-Manche Super Train

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trans-Manche Super Train
Class 373
TMST te London St Pancras International
TMST te London St Pancras International
Aantal 38
Fabrikant GEC-Alsthom, BN
Vervoerder Eurostar
Indienststelling 1993
Spoorwijdte (normaalspoor) 1435 mm
Massa 752 ton (394 meter)
665 ton (320 meter)
Lengte over buffers 394 m (18 tussenrijtuigen)
320 m (14 tussenrijtuigen)
Breedte 2,81 m
Maximumsnelheid 300 km/h
Techniek
Stroomsysteem = 750 V
= 3000 V
~ 25 kV 50 Hz
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Verkeer & Vervoer

De Trans-Manche Super Train, ook wel British Rail Class 373 genoemd, is een hogesnelheidstrein uit de TGV-familie. De treinstellen zijn specifiek gebouwd voor de Eurostar-dienst.

Beschrijving[bewerken]

De treinstellen zijn gebouwd tussen 1992 en 1996. De treinstellen zijn specifiek voor de Eurostar-diensten gebouwd die gebruikmaken van de Kanaaltunnel. De eigendom van de treinstellen is verdeeld over de betrokken spoorwegmaatschappijen: SNCF, NMBS en Eurostar UK. De treinstellen hebben twee motorrijtuigen en 18 tussenrijtuigen. De operationele inzet vereist een afwijkende technische uitvoering.

Zo zijn de treinen geschikt om via een derde rail te worden gevoed met 750 volt gelijkspanning. Deze voeding wordt toegepast in Zuid-Engeland en is vergelijkbaar met de voeding van een metro. Sinds het gereedkomen van de Engelse hogesnelheidslijn, de High Speed 1, is deze installatie niet meer nodig.

De treinstellen hebben een afwijkend omgrenzingsprofiel en profiel van vrije ruimte. Het omgrenzingsprofiel is de maximale hoogte en breedte die een trein mag hebben. Dit profiel moet overeenkomen met de spoorlijn zelf. In Engeland is het profiel kleiner omdat daar de tunnels kleiner zijn, de sporen dichter bij elkaar liggen en de perrons dichter bij het spoor staan. De Eurostar-treinstellen zijn hierop aangepast.

Vanwege de zeer hoge veiligheidseisen voor de Kanaaltunnel zijn de treinen deelbaar. In geval van brand wordt in eerste instantie geprobeerd door te rijden om de tunnel te verlaten. Als dat niet lukt wordt de trein stilgezet in de tunnel. De passagiers van het getroffen deel vluchten naar de vluchttunnel terwijl het andere deel wordt losgekoppeld en zelfstandig de tunnel verlaat. Na het ongeluk met een vrachtautoshuttle is dit regime gewijzigd. Een brandende trein wordt direct stil gezet en alle passagiers vluchten. De Eurostar-treinstellen hebben tussen de rijtuigen branddeuren die tijdens de rit in de tunnel worden gesloten. De passagier kan deze uiteraard openen voor de doorgang, na passage sluiten de deuren weer automatisch.

De treinstellen zijn twee keer zo lang als een normale TGV. De treinstellen kunnen daarom niet gekoppeld rijden.

Tijdens de introductie van de Eurostar bestonden er plannen om diensten voorbij Londen uit te voeren, bijvoorbeeld Parijs–Manchester. Hiervoor zijn korte treinstellen gebouwd met 14 tussenrijtuigen (North of London). Deze diensten zijn er echter nooit gekomen. De specifiek hiervoor gebouwde treinstellen zijn in 2007 verhuurd aan de SNCF, die ze inzet op de verbinding Parijs-Lille.

Techniek[bewerken]

De aandrijftechniek is afwijkend van andere TGV-series. De motoren zijn van het asynchrone principe, de installatie is geleverd door het Engelse Brush. Omdat een treinstel langer en zwaarder is, zijn niet alleen de draaistellen onder de beide motorrijtuigen aangedreven maar ook de direct aangrenzende draaistellen. Het vermogen komt daarmee op 12.200 kW.

Inzet[bewerken]

De inzet bestaat voornamelijk uit de verbindingen Parijs–Londen en Brussel–Londen. In de wintermaanden rijden extra treinen van Londen naar de Franse Alpen.

Omdat de vervoersvraag aanvankelijk tegenviel, vooral op de verbinding Brussel – Londen, werden enkele treinstellen met 18 tussenrijtuigen ingezet in de binnenlandse TGV-dienst. Hiervoor zijn ze geschikt gemaakt voor inzet onder de bovenleiding met 1500 V gelijkspanning. Zij deden dienst op de route Brussel - Nice/Marseille en later Parijs - Lille.

Tussen mei 2000 en december 2005 gebruikte de Britse spoorwegonderneming Great North Eastern Railway enkele treinstellen met 14 tussenrijtuigen voor binnenlandse treinen over de East Coast Main Line.

Galerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Spoorwegmaterieel NMBS
Locomotieven: Stoom: Type 1 · Type 7 · Type 12
Elektrisch: Type 101 · Type 120 · Type 121 · HLE 11 · HLE 12 · HLE 13 · HLE 15 · HLE 16 · HLE 18 (Alstom) · HLE 18 en 19 (Siemens) · HLN 19 (BN) · HLE 20 · HLE 21 · HLE 22 · HLE 23 · HLE 24 · HLE 25 · HLE 26 · HLE 27 · HLE 28 (Bombardier) · HLE 29 (Bombardier)
Diesel: HLD 51 · HLD 52 · HLD 53 · HLD 54 · HLD 55 · HLD 57 · HLD 59 · HLD 60 · HLD 61 · HLD 62 · HLD 64 · HLD 65 · HLD 66
Rangeer: Type 230 · Type 231 · HLR 70 · HLR 71 (Baume-Marpent) · HLR 71 (ABR) · HLR 72 · HLR 73 · HLR 74 · HLR 75 · HLR 76 · HLR 77 · HLR 80 · HLR 81 · HLR 82 · HLR 83 · HLR 84 · HLR 85 · HLR 90 · HLR 91 · HLR 92
Rijtuigen: Enkeldeks: GC · GCI · I1 · I2 · I3 · I4 · I5 · I6 · I10 · I11 · K1 · K2 · K3 · K4 · L · M1 · M2 · M3 · M4 · N · R · SR-3
Dubbeldeks: M5 · M6 · M7
Treinstellen: Diesel: 600 · 608 · 652 · MW40 · MW41 · MW42 · MW43 · MW44 · MW45 · MW46 · MW49
Elektrisch: Type 1935 · Klassiek motorstel (MS39 · MS46 · MS50 · MS51 · MS53 · MS54 · MS55 · MS56 · MS62 · MS66 · MS70 · MS73 · MSCR) · Mat '57 · MS75 · MS80 · MS86 · TMST (Eurostar) · MS96 · Thalys PBA · PBKA · V250 · MS08 (Desiro ML)