Nero (strip)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Muurschildering van Nero in Brussel.
|
|
Muurschildering van Nero in Hasselt (tegenover het begijnhof van Hasselt).
|
De avonturen van Nero & Co is een stripreeks van de Vlaamse stripauteur Marc Sleen, die van 1951 tot 2002 praktisch onafgebroken in Vlaamse kranten verscheen. Het hoofdpersonage Nero speelde echter al een centrale rol in de strip sinds 1947, toen de reeks nog "De avonturen van Detective Van Zwam" heette.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Bij het begin van de reeks was de centrale figuur Detective Van Zwam (een naam die door collega-journalist Gaston Durnez was bedacht). Nero was een bewoner van een krankzinnigengesticht die Van Zwam ontmoet in het eerste verhaal; zijn echte naam zou "Schoonpaard" zijn, maar hij waant zich de Romeinse keizer Nero, loopt rond in een tuniek en heeft een restantje van een lauwerkrans (een paar blaadjes "peterselie") achter zijn oren.[1] De figuur van Nero neemt later de centrale rol over en na negen verhalen wordt de reeks herdoopt van "De avonturen van detective Van Zwam" in "De avonturen van Nero en zijn hoed". Na twee verhalen in die naam krijgt de strip zijn huidige naam: "De avonturen van Nero en Co.". De reeks liep aanvankelijk in de krant De Nieuwe Gids, en vanaf 1950 in Het Volk.
In 1965 zorgde de overstap van Marc Sleen naar de krantengroep De Standaard/Het Nieuwsblad voor een grote rel tussen beide concurrerende katholieke dagbladuitgevers. Het eerste Nero-verhaal in De Standaard, "De Geschiedenis van Sleenovia", werd uitzonderlijk niet getekend door Marc Sleen maar door "Wirel", waarachter Willy Vandersteen en Karel Verschuere schuilgingen. Gaston Durnez zorgde voor het verhaaltje. Overigens zou veel later, in 1995, Het Volk op haar beurt overgenomen worden door de groep van De Standaard.
In 1992, te beginnen met het verhaal "Barbarijse Vijgen", nam Dirk Stallaert het tekenwerk voor Nero over van Marc Sleen, die evenwel de reeks bleef bedenken. Eind 2002 tenslotte, besloot Marc Sleen, op zijn tachtigste, om met Nero te stoppen. "Zilveren tranen" was het laatste Nero-album. In dit verhaal smeden alle klassieke "slechteriken" uit de Nero-verhalen (Geeraard de Duivel, Matsuoka, Ricardo, Ratsjenko, Hela de Heks...) een grote samenzwering om Nero uit de weg te ruimen.
In 1991 werd er in Turnhout een standbeeld onthuld van de zoon van Nero, Adhemar. In Turnhout worden stripprijzen uitgereikt vernoemd naar Adhemar. In 1994 kreeg Nero zelf een standbeeld, meer bepaald in Hoeilaart voor het oude tramstation. Het is ook daar dat Nero daar woont in de laatste albums, Hoeilaart is ook de woonplaats van Marc Sleen. Ondertussen kreeg Nero ook al een standbeeld op de dijk in Middelkerke, waar ook tal van andere stripfiguren een standbeeld hebben. De piraat Abraham Tuizentfloot kreeg een standbeeld in Wuustwezel, en Meneer Pheip in Moerbeke, het dorp waar hij in de strip ex-burgemeester van is.
[bewerken] Personages
- Nero: oer-Vlaamse, brave huisvader met de familienaam Heiremans van Brusselse afkomst met slechts twee haren op zijn hoofd, die hij in het verhaal "De man met het gouden hoofd" gekregen heeft. Hij verdient zijn brood als "dagbladverschijnsel" en houdt van het goede leven, een pintje bier, een zakje frieten en de krant lezen in zijn luie zetel terwijl moeder de vrouw het huishouden doet. Maar ook een grote nieuwsgierigheid, zeker wanneer er geld te verdienen lijkt, is hem niet vreemd, wat hem in de meest fantastische avonturen in alle hoeken van de wereld en soms ook erbuiten (o.a."De Zwarte Voeten" en "De planeet Egmont") doet verzeilen. Doch hij kan ook altruïstisch zijn. In twee albums, "Het vredesoffensief van Nero" en "De pax apostel" zet hij zich in voor de wereldvrede. In de latere strips woont hij in het voormalig tramstation van Hoeilaart.
- Madam Nero: Haar echte naam is Bea. Houdt van theekransjes met Madam Pheip, hoedjes kopen en roddelen. Ze verstopt zich dan onder bergen kussens, om dan de laatste nieuwtjes te verkondigen over de telefoon.
- Adhemar: Nero's zoon. Een uitvinder en genie. Neemt deze rol over van Petoetje, die tot Adhemar's verschijnen het wonderkind in de serie was. Door zijn eng wetenschappelijk kader mist hij vaak belangrijke ontwikkelingen in de verhalen.
- Detective van Zwam: de oorspronkelijke held van de reeks. Briljant detective, kan een complete misdaad inclusief de levensloop van dader en slachtoffer reconstrueren aan de hand van een sigarettenpeukje. Verplaatst zich in een snelle Porsche (dezelfde auto waarmee de tekenaar Marc Sleen in het echte leven rondreed) en heeft steeds een vergrootglas bij de hand. Pas in verhaal 209, 'De erfenis van Milaflotta', komen we zijn voornaam, Theodoor, te weten.
- Madam Pheip : kordate dame, kettingrookster (rookt enkel pijp met "fleur de matras", waarmee ze indien nodig een dicht rookgordijn kan optrekken). Verschijnt het eerst in "De hoed van Geeraard de duivel" om Nero ter hulp te schieten in zijn strijd tegen de duivel. Wordt verliefd op, en trouwt even later met, de rijke Franstalige meneer Pheip. Is tot alles in staat als er iemand één vinger durft uit te steken naar Petoetje of Petatje. Pas in het 202e verhaal 'Windkracht 2000' wordt haar voornaam onthuld: Katrien.
| Nero |
| Personages |
| Albums van Nero |
- Meneer Pheip: zijn echte naam is Philemon. Hij is een rijke, met een walrussnor uitgeruste, niet erg snuggere Nederlands-met-Frans-sprekende (ex-)burgemeester van Moerbeke-Waas (eigenlijk een karikatuur van Jean Mariën, de tijdelijke vervanger van de Moerbeekse burgemeester Maurice August Lippens), pantoffelheld achter Madam Pheip. Lijkt Belgisch patriot te zijn (zie "De pax apostel" waar hij zijn uiterste best doet om Belgische vlag op de bergtop te planten).
- Petoetje : geadopteerde zoon van meneer en madam Pheip, in feite de zoon van het opperhoofd van het eiland Moea Papoea(zie gelijknamig album).
- Petatje: officiële naam: Pethalia, geadopteerde dochter van meneer en madam Pheip (zie album "De ring van Petatje")
- Clo-Clo Pheip: de zoon van meneer en madam Pheip. Net zoals Adhemar blijft hij eeuwig klein van gestalte maar heeft wel een even grote walrussnor als zijn vader. Kinderlijk, bijdehand en gewend zijn zin te krijgen. In de laatste tien jaar van de reeks is Clo-Clo meestal geheel afwezig, zonder dat daar een verklaring voor wordt gegeven.
- Jan Spier: laatste afstammeling van Jan Breydel, uitbater van een frietkot waar Nero steeds terecht kan voor een gratis zak frieten en krachtpatser met een gouden hart die altijd bereid is om met Nero op avontuur te trekken. Jan was vroeger geregeld zonder reden voor langere tijd afwezig uit de serie. Bij terugkeer had Sleen hem per abuis gekoppeld aan Isabella, de vrouw van Jef Pedal (die allang geheel uit de serie was verdwenen).
- Oscar Abraham Tuizentfloot: minuscule maffe opvliegende piraat, getooid met een piratenhoed-met-doodskop en steeds vervaarlijk zwaaiend met een versleten kromzwaard. Sleept meestal een minikanon achter zich aan om iedereen omver te blazen die hem een strobreed in de weg durft leggen. Zijn uitspraken zijn doorspekt met zijn stopwoord "aha!".
- Kapitein Oliepul: immer lichtelijk aangeschoten kapitein van de sleepboot "His Majesty Pull" waarmee hij de zeven wereldzeeën bevaart en Nero en Co. dikwijls uit hachelijke situaties op zee weet te redden. Rookt vaak een omgekeerde pijp. Oliepul heeft van Sleen twee verschillende voornamen gekregen: Willem-Joris (in 'De kolokieten') en Honoree (in 'De gulfstreum').
- Agent 794, "Gaston pour les dames", is de laatste figuur die aan de vaste cast van de strip wordt toegevoegd, in een zeer laat stadium, als Dirk Stallaert het tekenwerk reeds heeft overgenomen. Deze dikbuikige agent uit Brussel wordt geïntroduceerd in 'Het achtste wereldwonder' als bijfiguur, maar verwerft al snel de status van vriend van de Nero-kliek. Helaas is Gaston als agent erg onbekwaam. In 'De dood van Bompa' zegt Gaston dat hij getrouwd is, maar in een later album woont hij alleen. Daar vinden we ook zijn achternaam: Fluitjes.
- Ricardo, een boef uit Malta, die er altijd op uit is om wraak te nemen op Nero.
- Jef Pedal (ofwel: Jef met de Hamer) en zijn vrouw Isabelle (die voor het eerst verschijnt in "Het B-Gevaar"): komen enkel in de vroege verhalen voor. Wat opmerkelijk is, is dat Sleen Jef's neus beduidend heeft ingekrompen. In latere verhalen duikt hij geregeld op als cameo, of wordt er naar hem verwezen door andere personages, wat erop duidt dat zij toch nog enige vorm van contact onderhouden (zij het buiten beeld).
- Bompanero: komt pas laat op de proppen,(vanaf "Bompanero" in 1997). Hij is een krasse grijsaard die zich overal laat vergezellen door knappe jongedames. Treedt slechts in drie verhalen op.
- Het paard van Sinterklaas: in de dagen voorafgaand aan 6 december duikt traditiegetrouw het "paard" van Sinterklaas in de Nero-verhalen op, dat zowel figuurlijk (koppig) als letterlijk verdacht veel op een ezel lijkt.
- Andere figuren die meermaals in de verhalen voorkomen zijn o.m. Geeraard de Duivel (compleet met geitenhoorntjes, -hoeven en -sik, en uiteraard verblijvend in het Gentse Duivelsteen); de vlot gebekte sprekende Beo "de verschrikkelijke"; (in de latere verhalen) en Marc Sleen zelf die af en toe in zijn eigen verhalen opduikt: Nero aarzelt immers niet om, als de loop van het verhaal hem niet bevalt, naar zijn tekenaar te stappen om zijn beklag te doen. In heel wat verhalen zijn er ook gastrollen weggelegd voor personen die op het moment van dat verhaal bekend waren en in de actualiteit stonden (onder andere politici zoals Mobutu, Margaret Thatcher, Jean-Luc Dehaene , Guy Verhofstadt, ... ).
[bewerken] Stijl
Nero is net als Marc Sleens overige strips een humoristische reeks vol kolder, absurde grappen en antihelden met herkenbare menselijke gebreken. Sleens tekenstijl is erg soepel en los. In de reeks werden amper close-ups of blow ups gebruikt, kaders werden nooit overschreden, vogel- of een ander perspectief kwamen niet voor, ... Dit had vooral met de snelheid te maken waarmee Marc Sleen zijn strips diende te tekenen en weinig tijd liet voor zulke zaken. Om die reden zitten zijn verhalen ook vol met continuïteitsfouten. (auto's met plotseling drie i.p.v. vier wielen, mensen die plots anders gekleed gaan, ...). In tegenstelling tot andere strips wordt dit bij Marc Sleen echter geduld. Pas toen Dirk Stallaert in 1993 de reeks begon te tekenen werden de tekeningen technisch gedetailleerder en kregen ze een groter gevoel van ruimte en perspectief.
Wat Nero het uniekst maakt in vergelijking met andere Vlaamse en zelfs Belgische strips zijn de diverse verwijzingen naar de actualiteit toen de verhalen in de krant verschenen. Zo zijn in het album De IJzeren Kolonel (1956) bijvoorbeeld twee actuele gebeurtenissen in de plot verwerkt: de Suezcrisis en Hongaarse Opstand. In de beginjaren was de reeks nog erg katholiek en erg tegen communisten en socialisten gericht, ingegeven door de strekking van de krant waar Sleen toen voor werkte. In De Hoed van Geeraard de Duivel (1950) wordt Camille Huysmans bijvoorbeeld als een duivel met afgeschoren baard voorgesteld. Later zou Sleen een meer neutrale politieke houding aannemen. Sleen liet ook regelmatig bekende politici in zijn verhalen opduiken. Zowel uit de Belgische politiek (Camille Huysmans, Paul-Henri Spaak, Paul Vanden Boeynants, Willy De Clercq, Gaston Eyskens, Achiel Van Acker, Jean-Luc Dehaene, Wilfried Martens, Herman De Croo, Jean-Pierre Van Rossem, Jean Gol, Guy Verhofstadt,...) als uit de internationale politiek (Jozef Stalin, Idi Amin Dada, Fidel Castro, Margaret Thatcher, Saddam Hoessein, Boris Jeltsin, Hirohito, Khomeini, Mobutu, Gamal Abdel Nasser, Richard Nixon, Nikita Chroesjtsjov, Bill Clinton, Elizabeth II, Harry Truman).[2] Ook bekende mediafiguren als The Beatles, Pablo Escobar, Urbanus, Jean-Pierre Van Rossem, Paul Newman en Frank Zappa doken af en toe in de reeks op. Ook Sleen zelf speelde regelmatig een gastrol in zijn eigen verhalen.[3] Zeer uitzonderlijk in tegenstelling met bijvoorbeeld die andere Vlaamse krantenstrip Suske en Wiske was dat wanneer de Nero-verhalen in album verschenen alle grapjes rond de actualiteit intact bleven. In Suske en Wiske werden deze grappen met oog op gedateerdheid juist grotendeels verwijderd. Om die reden geeft "Nero" nog steeds een prachtig tijdsbeeld van meer dan 60 jaar naoorlogse geschiedenis in België.
De Neroverhalen werden gretig gekocht, ook al omdat ze veel goedkoper waren dan de concurrentie, Suske en Wiske. De albums werden tijdens de jaren '40, '50 en '60 in zwart-wit en op goedkoop papier uitgebracht en roken dikwijls nog naar verse drukinkt. Deze speciale geur is één van de redenen waarom Nero-fans de oude zwart-witalbums beter vinden dan de latere kleurenalbums die deze geurkenmerken niet hebben. Ondanks aanzienlijke oplages in Vlaanderen en pogingen de reeks ook in Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland en Zuid-Afrika uit te brengen is Nero altijd een Vlaams fenomeen gebleven. Sleen heeft zijn strips zelden tot nooit laten gebruiken voor merchandising of andere commercialiseringen, wat ook mede verklaard waarom de reeks nooit een grote internationale carrière heeft gehad. "Nero" is in zekere zin zelfs nog Vlaamser, volkser en gezelliger dan Suske en Wiske. Samen met deze laatstgenoemde strip behoort Nero tot het Vlaamse culturele erfgoed. In vergelijking met Jommeke is "Nero" desondanks wel bekend bij Nederlandse striplezers.
Zijn soepele tekenstijl en kolderieke inhoud beïnvloedden Kamagurka, Herr Seele, Jean-Pol, Willy Linthout en Urbanus, Windig en De Jong, Luc Cromheecke, Johan De Moor, Merho, Martin Lodewijk, Hector Leemans, Jan Bosschaert, Dirk Stallaert, Marc Legendre, Erik Meynen.
[bewerken] Albums
[bewerken] Verwijzingen
[bewerken] Verwijzingen naar Nero in stripreeksen van andere tekenaars
- Marc Sleen heeft een gastrol in Bakelandt en als Jan Borluut (de Gentenaar) in het Rode Ridderalbum De Leeuw van Vlaanderen (1984) door Karel Biddeloo.
- In de Urbanusstrips zijn er ontelbare verwijzingen naar Marc Sleen en zijn strips terug te vinden.
- In het album Urbanus op Uranus zoekt Urbanus een raket om naar de planeet Uranus te vliegen. Hij besluit aan te bellen bij Marc Sleen. Nero doet open en Urbanus wordt bij de tekenaar binnengelaten. Wanneer Adhemar echter met zijn raket door het dak neerstort, verandert Urbanus van idee.
- InDe tenor van Tollembeek wordt Urbanus een tenor. Om op zijn populariteit in te spelen schakelt zijn manager een striptekenaar in: Willy Lintworm, een parodie op Willy Linthout. Hij wordt opgedragen albums rond Urbanus te tekenen. Omdat hij echter niet genoeg inspiratie heeft besluit hij verschillende Nero-albums over te tekenen want "Marc Sleen zal daar wel niks van zeggen."
- In Nabuko Donosor loopt voor de voeten staat er onder een plaatje de tekst, ''"Kaal is mooi ! Zie Lambik, Nero en Kiekeboe."
- De eerste strip van Willy Linthout was overigens een parodie op Nero, genaamd "De Zeven van Zeveneken". (1982) Urbanus is op zijn beurt goed bevriend met Marc Sleen en zong in 2002 een ode aan de man, verkleed als Bolleke.
- De traditionele wafelenbak, die voor het eerst plaatsvond in het album "De Juweleneter", (1964) maar pas vanaf "Het Groene Vuur" (1965) aan het einde van elk Neroverhaal gehouden wordt, werd even typisch voor het einde van elk Neroverhaal als Lucky Luke die "I'm a poor lonesome cowboy" zingt of Wiske's knipoog. In het Kiekeboealbum De zwarte Zonnekoning merkt Konstantinopel op het einde van het verhaal op dat wanneer er bij het buffet ook wafels aanwezig waren het op een Neroalbum zou lijken.
- Aan het einde van het Suske en Wiske-album De Krimson-crisis (1988) worden Suske, Wiske, Lambik,Jerom en Tante Sidonia uitgenodigd voor een wafelbak bij Nero.
- Op pagina 23 uit het Kiekeboe-album "Album 26" (1984) zien we op een beeldplaatje een standbeeld van Adhemar waarop "Stripgidsprijs" staat te lezen. In datzelfde album bellen Merho en Kiekeboe aan bij het stripinstituut en vragen naar de directeur. Een man antwoordt: "Euh, meneer Neels is op safari." Neels is de echte naam van Sleen en de uitspraak "Marc Sleen is op safari" was een running gag in Nero.
- Nero had samen met Lambik een cameo in de Nederlandse stripreeks Agent 327 door Martin Lodewijk, meerbepaald in het album De ogen van Wu Manchu (1982).
- Detective Van Zwam had samen met agent Gaston ook een cameorol in het "Agent 327"-album, De golem van Antwerpen. (2002)
- De personages uit "Nero" hadden een gastoptreden in Het geheim van de kousenband (2001)
- Ook in het Kiekeboealbum Bij Fanny op schoot (2005) hebben ze een gastoptreden.
[bewerken] Trivia
- Koning Boudewijn was een fan van Nero.
- Omdat een Masaidokter Marc Sleen tijdens één van zijn safari's voorspeld had dat hij in 1991 in Afrika door een kudde olifanten vertrappeld zou worden ging Marc Sleen dat jaar niet op safari.
- Marc Sleen is één van de striptekenaars die een eigen tentoonstellingsruimte heeft in het Belgisch stripmuseum. Hij is ook één van de beheerders ervan.
- Hij is ereburger van maar liefst drie gemeentes: Hulshout (1981), Sint Niklaas (1984) en de gemeente Sleen in Nederland.
- Het Neroalbum Het Rattenkasteel werd in 1984 tot een opera bewerkt door Arne Sierens (regie), Vincent D' Hondt (dirigent) en Johan De Smet (componist).
- Nero, het hondje van Carmen Waterslaeghers in de Vlaamse televisiereeks FC De Kampioenen is vernoemd naar Nero. In de aflevering waarin ze een naam voor hem zoekt valt haar oog op een krantenpagina met de avonturen van Nero en zo kreeg de hond zijn naam.
- In het Vlaamse Man bijt hond-onderdeel De Lustige Lezers werd het album De Zwarte Voeten van Nero voorgelezen van 10 januari tot 18 februari 2008 door Urbanus en Bruno Vanden Broecke. (Verdere info: zie De Zwarte Voeten))
- In 2009 werd in Brussel het Marc Sleen Museum geopend, dat gewijd is aan Nero en zijn geestelijke vader.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Referentie
| Nero | |
|---|---|
|
Nero · Madam Nero · Professor Adhemar · Meneer Pheip · Madam Pheip · Jan Spier · Clo-Clo Pheip · Petoetje · Petatje · Detective Van Zwam · Abraham Tuizentfloot · Kapitein Oliepul Jef Pedal · Bompanero · Ricardo |

