La Singularité

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

La Singularité was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Hecht en Sterk en stroomopwaarts naast plantage Zorg en Hoop.

In 1747 werd het Fort Nieuw-Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-Commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd het uitgegeven voor de aanleg van plantages. Hiervan werd 500 akkers uitgegeven aan Jan Nepveu, de latere gouverneur van Suriname. In het ST heette de plantage dan ook Nové, naar Nepveu. Hij liet de plantage na aan zijn oudste zoon mr. Laurens Johannes Nepveu. Deze was ook de eigenaar van Ma Retraite. Hij woonde niet in Suriname, maar was gevestigd in Utrecht. De plantage werd later met 500 akkers uitgebreid. Dit was veel meer dan de gebruikelijke 225 akkers van veel andere plantages langs de Commewijne. In 1779 woedde er een grote brand op de plantage die meer dan een kwart van de plantage in de as legde[1]. In 1810 werd een nabijgelegen groot kamp met veel weggelopen slaven door een patrouille van plantage-gezagvoerders en vele indianen ontdekt en geheel vernield[2]. De houding van Nepveu was waarschijnlijk typerend voor de houding van de afwezige eigenaren in die tijd. Hij schreef namelijk aan zijn administrateurs dat hij een hogere productie wilde, zonder dat dit ten koste ging van sterfte van de slaven en zonder extra kosten te maken[3].

Daarna kwam de plantage in het bezit van Majorin Elisabeth Bijval. Deze maakte er een suikerrietplantage van. Ook de katoenplantage Bremen aan de monding van de Warrappakreek was in haar bezit. Zij trouwde met John Buschman en als volgende eigenaar stond dan ook M.E. Buschman vermeld. De aankoop van Bremen was niet zo'n succes. Zij was in 1833 al verlaten en was in 1834 geheel door de oceaan weggespoeld. In 1841 verkocht Marjorin Elisabeth de plantage aan H.A. en H.E. Buhk en J.F. Betten.

Jan Frederik Taunay, de grootste administrateur van Suriname, werd de volgende eigenaar. Hij was ook eigenaar van de buurplantages 't Vertrouwen, Campenburg en Frederiksburg. Op die manier had hij een aaneengesloten bezit van bijna twee kilometer rivierbreedte. De vier plantages verwerkten het suikerriet op La Singularité waar een stoommachine stond. Na zijn overlijden in 1850 werd de plantage geërfd door acht familieleden Taunay. De plantage werd waarschijnlijk kort na de emancipatie in 1863 verlaten, want zij werd daarna nergens meer genoemd.