Barbados (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Barbados was een Surinaamse koffieplantage, die lag op de grens van de Warappakreek en het Warappakanaal in het district Commewijne. Deze plantage had een oppervlakte van 500 akkers en werd in 1753 door Anthony Willem Wolff gesticht.

Wolff was tevens eigenaar was van de suikerplantage Kleine Hoop aan de Cotticarivier. Wolff was Commissaris van Kleine Zaken en luitenant van de burgercompagnie van Paramaribo. Hij stierf in 1755. Zijn weduwe trad daarna in het huwelijk met Paul Wentworth uit Barbados, de raadsheer van het Hof van Civiele Justitie sinds 1757. Hij was ook de naamgever van de plantage. Hij verkocht het kort na het overlijden van zijn vrouw.

Amadeus Constantinus Valencijn, die mede-eigenaar was van Lust en Rust aan de Surinamerivier, werd de nieuwe eigenaar. Hij stierf echter kort na die tijd. Zijn twee zussen werden samen voor de helft erfgenaam; de administrateur Frans Saffin verkreeg de andere helft. De gezusters verkochten de plantage in 1769 aan Thomas Ferdinand Wolff. Daarna kreeg de Jan Limes, de stiefvader van zijn vrouw, de plantage in eigendom. Hij was ook al eigenaar van de kleine plantage Esther’s Rust die lag aan de monding van de Warappakreek, de naastgelegen plantage Broedershoop en de plantage Limeshoop. Vervolgens werd de plantage eigendom van D. F. Schas, die in Nederland woonde. De plantage werd in het Sranantongo naar hem genoemd: Schassie.

In 1863, bij de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën, kwam de plantage Barbados in eigendom van de firma Insinger en Co uit Amsterdam. Insinger bezat ook de plantage Kuhlenkampspruit, die achter Barbados aan het Matapiccakanaal lag.

De naam Verveer staat op de lijst van slaven. Dat betreft de voorvader van Roué Verveer, een Nederlands cabaretier die samen met Daphne Bunskoek de tv-serie De Slavernij presenteerde. lag. Na de bevrijding van de slaven werd de plantage verlaten.