Wederzorg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Wederzorg is een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage telt 500 akkers en is aangelegd door Sara Lemmers, de weduwe van Abraham Vereul. Vereul had zelf de twee plantages stroomopwaarts, Vriendsbeleid en Ouderzorg aangelegd. Stroomafwaars grenst de plantage aan plantage Katwijk.

Kuhlenkamp[bewerken]

In 1770 gaat het bezit over naar de weduwe van Nicolaas Lemmers, raadsheer van het Hof van Politie. Hij was in 1760 overleden. De weduwe, Dorothea Maria Kuhlenkamp, was in 1720 in Holstein (Duitsland) geboren. De volksnaam van de plantage is afgeleid van haar naam: Koerenkan of Kulkan. Dorothea Kuhlenkamp vertrekt in 1773 uit Suriname en laat de plantage door anderen beheren. In 1793 wordt koffie en katoen op de plantage verbouwd. Zij was toen ook eigenaresse van de koffieplantages Kuhlenkampsspruit (Lemersi) en Lodewijksburg (nu onderdeel van plantage Alliance) aan de Matapica, beide 500 akkers groot. Na haar overlijden in 1800 komt de plantage in bezit van haar erfgenamen. In 1821 is de plantage 752 akkers en wordt er koffie verbouwd.

Insinger & Co[bewerken]

In 1835 wordt de plantage geveild en komt in bezit van de firma Insinger & Co. Bij de emancipatie in 1863 is de eigenaar de Sociëteit van eigendom onder Jacobus Hermanus Insinger. In de periode van 1873 tot 1931 wordt er contractarbeid ingehuurd. In totaal werden er 435 Hindoestanen geworven en 637 Javanen. De N.V. Cultuur Maatschappij te Amsterdam is de volgende eigenaar. Deze maatschappij was in 1874 opgericht door de firma Insinger. De plantages Anna Catharina, Kroonenburg en Wederzorg behoren tot het bezit. De plantage was in 1895 339 hectare groot, waarvan 225 hectare in cultuur; hiervan was 182 hectare vruchtdragend. Er wordt cacao en bananen verbouwd met 201 arbeiders, waaronder 178 immigranten. Vergeleken met andere plantages in die tijd was dat erg veel. Vanaf 1878 tot en met 1930 werden gedeeltes van de plantages Janslust en Vrieshoop aangekocht, die werden toegevoegd aan de plantage Wederzorg. Beide plantages liggen aan de Orleanekreek. De voornaamste producten van de plantage Wederzorg waren cacao, koffie en bananen. In 1935 werd op Wederzorg begonnen met de productie van citrusfruit. Ook werd nog korte tijd geëxperimenteerd met de teelt van peper.

Schaalvergroting en modernisering deden ook in de Surinaamse plantagelandbouw hun intrede. Allereerst sloot de Cultuurmaatschappij zich achtereenvolgens aan bij de Gouvernements pakcentrale (later vernoemd tot de Surinaamse Citruscentrale), waardoor de verpakking van het citrusfruit op een zodanig niveau werd gebracht dat tijdens de reis minder bederf optrad. Niet veel later sloot men zich aan bij de Surinaamse Sapfabriek, waardoor het geproduceerde citrusfruit tot concentraten kon worden verwerkt. In 1950 begon N.V. Cultuurmaatschappij besprekingen te voeren met de directies van de nabijgelegen plantages Sorgvliet en Voorburg. Deze besprekingen inzake nauwere samenwerking leidden ertoe dat de administrateur van Wederzorg in 1954 eveneens belast werd met de administratie van de plantage Voorburg. Voor de Cultuurmaatschappij leverde dit een aanzienlijke besparing op de loonkosten op. In 1957 begon de Cultuurmaatschappij met de bouw van arbeiderswoningen nabij Wederzorg. In 1970 werd de plantage Wederzorg verkocht aan de Surinaamse Trustmaatschappij en werd de Cultuurmaatschappij geliquideerd. Daarna wordt de plantage omgevormd naar een rijstbedrijf, net als andere plantages in het district Commewijne. Helaas blijkt de grond in de meeste gevallen te poreus. Dankzij de kleigrond op plantage Wederzorg komt de rijstteelt daar wel van de grond.