Saphir (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Saphir was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Klein Bellevue en stroomopwaarts naast een uitloper van plantage Constantia, waarvan het oorspronkelijke gedeelte aan de Warrappakreek lag.

In 1747 werd het Fort Nieuw-Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-Commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd het uitgegeven voor de aanleg van plantages. Hiervan werd 500 akkers uitgegeven aan Jacques Saffin. In 1752 verkocht hij het land al aan Jean Dupeyrou. Hij was een zoon van Pierre Dupeyrou sr. en Anne Planteau en getrouwd met Marie Couderc. Zijn broer was eigenaar van de plantages Guadeloupe. Jean was eigenaar van de plantage Monsort aan de Cottica en de nabijgelegen plantage Welgevallen en kocht er later Saphir bij. Via zijn vrouw erfde hij de plantages van Couderc. Dit waren de suikerplantages La Bonne Amitié aan de Para en Potribo aan de boven-Commewijne. Jean Dupeyrou was raadsheer aan het Hof van Politie en Criminele Justitie, en ook raadsheer aan het Hof van Civiele Justitie. Daarnaast was hij plantageadministrateur van onder meer de plantages Meerzorg en vier plantages van Stephanus Laurentius Neale. Hij overleed in 1767.

De plantage werd in 1769 verkocht aan Jacobus Woesthoven. Deze deed zijn naam eer aan want hij was meedogenloos tegen zijn slaven. Hij overleed in 1775. Zijn echtgenote hertrouwde met Willem Pieter Visscher uit Deventer. Visscher werd eigenaar van de houtplantages Toevlugt en Fortwijk aan de Surinamerivier, en de koffie- en katoenplantages De Twee Gebroeders aan de Motkreek, Misgunst aan de Perica en Patientie en Monsoucie aan de Cottica en Combé no. 9, 10, en 11 vlak bij Paramaribo. Ook legde hij zelf de plantage Visschershaven aan de Motkreek aan.

Anna overleed in 1780 en werd op Saphir begraven. In 1781 hertrouwde Willem met Catharina Anna van de Lande; eigenaresse van de suikerplantage Rac-a-Rac aan de Surinamerivier. Zij overleed in 1785 en werd op haar plantage begraven. Rac-A-Rac werd verkocht. Visscher was van 1786 tot en met 1800 raadsheer aan het Hof van Politie en Criminele justitie. Hij overleed in 1819 en werd begraven op Visschershaven.

In 1830 werd het volledige bezit openbaar geveild. De slavenmachten op de plantages werden apart verkocht van de gronden. Dit betekende meestal dat alle plantages werden opgeheven. De grond en de gebouwen van plantages Saphir en Visschershaven werden aangekocht door Regina van Bouer en Laurens François van Dompig. In 1841, na het overlijden van eigenaar S.F. Dompig, kwam de grond opnieuw op de veiling. De grond werd in 1842 aangekocht door N.M. Heijmans. Saphir was niet meer in productie en wordt in de almanak omschreven als een "kweekgrond" met 1 slaaf.