Ellen (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ellen was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag rechts bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Mariënburg en stroomopwaarts naast plantage Leliëndaal.

De plantage werd aangelegd door David François Dandiran uit Genève die zijn plantage Nooytgedacht noemde. In 1748 trouwde hij met Johanna Catharina Desloges. Dandiran was ook eigenaar van de suikerplantage Guineesche Vriendschap aan de Surinamerivier en van de plantage Beekvliet aan de Cottica. Hij was raadsheer van het Hof van Politie en Criminele Justitie en vertegenwoordigde in Suriname het handelshuis Jan van der Poll uit Amsterdam. Dandiran overleed in 1774 en werd begraven op Nooytgedacht, naast zijn vrouw, die een jaar daarvoor was overleden. Bij zijn dood werd het plantagebezit onder sequestratie geplaatst; blijkbaar was het met hypotheek bezwaard. De plantage werd gekocht door Jean André Tourton[1]. Ook hij was raadsheer van het Hof van Politie en Criminele Justitie. Naar hem heette de plantage in het Sranan Tongo Troton. Na zijn overlijden werd zijn dochter Elisabeth Claudine Tourton de eigenaar[2]. Zij staat vermeld op de kaart van Alexander de Lavaux. Elisabeth was getrouwd met Jacob des Tombe, Schepen van Rotterdam. Zijn broer Arnoldus was eigenaar van plantage Des Tombesburg. In 1793 staat Des Tombe als eigenaar vermeld en is de plantage 1000 akkers. Er wordt dan koffie en katoen geteeld.

De volgende eigenaar is Nicolas Herbert sr. die tussen 1825 en 1831 de plantage omzette tot een suikerplantage, een kostbare ingreep omdat er veel kanalen moesten worden gegraven voor het transport van het suikerriet. Herbert was waarschijnlijk een zoon van de Schot Adam Cameron. Gestationeerd als douaneambtenaar in Brits-Guyana, kwam deze met zijn twee zoons Alan en Nicolas Herbert (maar zonder hun moeder, de kleurlinge Eleanor Herbert) tijdens het Engelse tussenbestuur naar Suriname. In Suriname trouwde hij met Anne Esther Petronella van Halm. Cameron was eigenaar van veel nieuwe plantages in Saramacca, Coronie en Nickerie en de oprichter van plantage Alliance[3]. In 1825 was de naam van de plantage gewijzigd in Ellen. Waarschijnlijk was dit een verwijzing naar Eleanora Herbert, de vrouw van Nicolaas. Bij de emancipatie in 1863 kwamen er 184 slaven vrij.

In 1880 werd de plantage aangekocht door de Nederlandse Handelsmaatschappij met het doel het suikerriet te leveren aan een nog te bouwen centraalfabriek in dit gebied[4]. Vanaf 1896 vormde de plantage een alliantie met buurplantage Leliëndaal. In 1908 omvatte de Cultuur Onderneming Leliëndaal de buurplantages Leliëndaal en Ellen met in totaal 511 hectare. In 1925 werd Leliëndaal aangekocht door de cultuur maatschappij Sorgvliet. Tot deze maatschappij behoorden de plantages Sorgvliet, Visserszorg, Leliëndaal en Ellen. Plantage Ellen werd omstreeks 1904 weer verkocht aan de Suikeronderneming Mariënburg. Dat duurde niet lang want in 1910 was er de NV Leliëndaal en Ellen met als eigenaar J.D. Fernandes.