Jagtlust (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plantage Jagtlust

Jagtlust was een plantage aan de Surinamerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage ligt aan de rivier tussen de plantages Meerzorg en Dordrecht.

Vroege geschiedenis[bewerken]

De plantage werd omstreeks 1735 aangelegd door Frederik Berewout, onder meer bewindhebber van de West-Indische Compagnie en directeur van de Sociëteit van Suriname. Al snel werd deze samengevoegd met de grond die in 1735 werd uitgegeven aan Willem Gerard van Meel, raad-fiscaal in Suriname en later griffier bij het Hof van Justitie in Paramaribo. Willem Gerard was een broer van Joan Hubert van Meel, de secretaris van de Sociëteit van Suriname. Zo ontstond een grote plantage van 2.000 akkers. Berewout was ook eigenaar van plantage De Nieuwe Grond aan de Commewijnerivier.

In 1777 verhypothekeerde Berewout zijn gehele bezit bij het negociatiefonds onder Pieter Biesterbos te Amsterdam. Na tien jaar was deze hypotheek nog bij lange na niet afgelost, en het fonds nam de plantages in eigendom. Het negociatiefonds werd daartoe omgezet in een zogenaamde Sociëteit van Eigendom. De directie van het fonds was inmiddels overgegaan op H. van de Poll Harmansz. en H.A. Insinger.

Bloeitijd[bewerken]

In 1793 werd koffie en katoen verbouwd. De plantage werd in 1818 verkocht aan de beheerder, de administrateur Georg Nicolas Linck uit Hamburg. Linck was een van de grootste plantage-administrateurs in Suriname. Hij beheerde in 1821 dertien plantages waarvan zes van hemzelf, waaronder Hamburg aan de Saramacca. Hij was administrateur van de firma Insinger en Co. Deze firma was eigenaar van daartoe opgerichte negotiaties, die onder andere katoen-, suiker en cacaoplantages omvatten. De plantages stonden ter plaatse onder beheer van administrateurs zoals onder anderen Q.G. Pichot, Linck en J.W.H. Kleine. Hij was in 1802 getrouwd met Johanna Charlotta Vogt. Na zijn overlijden, omstreeks 1826, erfde zij de plantage. Deze bleef zeker tot 1846 in de familie.

Na de emancipatie[bewerken]

Bij de emancipatie in 1863 kregen slaven de vrijheid. Na de emancipatie zijn er tussen 1874 en 1929 door George Henry Barnet Lyon en zijn erfgenamen 1061 brits-indische en 793 Javaanse contractarbeiders aangenomen om de plantage te kunnen voortzetten. Barnet Lyon was ook deels eigenaar van Alkmaar, Frederiksdorp en eigenaar van Garciaskamp. Zijn vader, Joshua Lyon, was eigenaar van de plantages Suzanna's Daal en Vriendsbeleid en Ouderzorg. Na het overlijden van Barnet Lyon bleven zijn erfgenamen tot zeker 1938 eigenaar van de plantage. In 1891 werd de directeur door opstandige Hindoestaanse werknemers vermoord. De reactie van diverse plantage-eigenaren was typerend. Net als in de tijd voor de emancipatie werd meteen om strengere behandeling en bestraffing gevraagd en niet gekeken naar de eigen verantwoordelijkheid.[1] De dader kreeg 20 jaar dwangarbeid.[2]

Recente geschiedenis[bewerken]

Aan het einde van de 19e eeuw was Jagtlust nog de grootste cacaoproducent van Suriname.[3] De krulloten maakten daar snel een einde aan. Daarnaast trad ook de beruchte Panamaziekte in de bananen op die maakte dat er in 1910 geen enkele banaan meer op Jagtlust te vinden was.[4] De dalende inkomsten moesten door andere gewassen gecompenseerd worden. Op kleine schaal heeft men dat met de teelt van rubber geprobeerd. Ook dat werd geen succes. Veel beter verging het de overgang van cacao naar koffie. Alle cacaoaanplant die dood ging door de krullotenziekte, werd vervangen door koffie. Dit leidde ertoe dat in 1930 Jagtlust door Thomas Waller werd genoemd als voorbeeld voor andere plantages.[5]

In 1948 vestigde de N.V. houthandel “De Nieuwe Onderneming” zich op de plantage.[6] In 1954 werd deze overgenomen door Bruynzeel[7] en werd de fabriek verplaatst naar Beekhuizen.[8]

Tegenwoordig is een deel van de plantage verkaveld ten behoeve van een woningbouwproject.

Trivia[bewerken]

Volgens het emancipatieregister was de timmerman Toontje Jesaja Leeuwin, slavennaam Toontje een privé-slaaf van Barnet Lyon. Hij is de voorouder van Sylvana Simons en Dolores Leeuwin.[9]