Frederiksdorp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Huizen aan de rivier te Frederiksdorp
Het gerestaureerde Plantagehuis

Frederiksdorp was een koffie- en cacaoplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage lag aan de oostelijke oever, stroomopwaarts naast plantage Guadeloupe en stroomafwaarts naast plantages Buitenrust en Johan Margaretha.

Stichter van de 500 akkers grote plantage in 1747 was Johan Friederich Knöffel uit Pruisen. Naar hem heette de plantage in de volksmond Knofroe. Ook de gronden van Buitenrust en het ernaast gelegen Johan Margaretha waren in zijn bezit. De laatstgenoemde plantage schonk hij aan de Lutherse Kerk. De plantage was genoemd naar hemzelf en naar de almanakheilige, op wiens naamdag hij het besluit tot de schenking genomen had. Deze plantage werd dan ook al snel Kerkigron (kerkgrond) genoemd.

Uitbreiding[bewerken]

Na het overlijden van Knöffel in 1768 werd door zijn erfgenamen Frederiksdorp in 1771 uitgebreid met 225 akkers. De plantage Buitenrust kwam in bezit van zijn beide dochters. Buitenrust en Johan Margaretha werden veel later samengevoegd. Na 1821 werd de plantage verkocht aan jonkvrouwe Uhl.

In 1842 namen Alexander Ferrier en Th. Buttler Parry de plantage over. Zij bezaten ook de tegenoverliggende plantage Alkmaar. In die periode stonden er maar heel weinig slaven bij Frederiksdorp geadministreerd. Blijkbaar waren die allemaal op Alkmaar ingezet want bij de emancipatie in 1863 werden zij niet genoemd, terwijl er op Alkmaar juist bijzonder veel slaven werkzaam waren.

Cacao[bewerken]

Na die tijd werd onder de nieuwe eigenaar Hoeffelmann volledig overgeschakeld op cacao. Er waren toen ook weer meer arbeiders werkzaam. De productie steeg tot over de 100 ton cacao per jaar. Daaraan kwam een einde door de beruchte krullotenziekte in 1905.

Koffie[bewerken]

De plantage werd geveild en kwam in het bezit van de gebroeders Moll. Een van de broers was in die tijd gezagvoerder op de nabijgelegen plantage Berlijn. De broers schakelden weer over op koffie, maar de plantage werd verwaarloosd en het productieareaal liep hard achteruit. Blijkbaar hadden zij het testament van Johan Knöffel nooit gelezen want hij schreef op zijn sterfbed:

"zijnde mijne expresse last en begeerte, dat mijne voorn: plantagie Frederiksdorp, geleegen in Rio Commerwijne, zal moeten bleijven in een behoorlijke staat, met zijne slaeven, gebouwen, en verdere apendependentien, en alzoo onder ten minsten met geen minder getal van slaaven, zoals deeze bij mijn overleijden op dezelven zijn."

In 1943 verkochten zij de plantage. Ook de volgende eigenaars deden weinig tegen de verwaarlozing van de plantage.

Restauratie[bewerken]

Pas in 1976 kwam er een ommekeer. De plantage werd gekocht door de Nederlander Antonie (Ton) Jacobus Hagemeijer en zijn Surinaamse vrouw. Na jaren aan veeteelt en landbouw gedaan te hebben besloten de Hagemeijers omstreeks de eeuwwisseling met financiële steun van Nederland de plantage te restaureren en geschikt te maken voor toerisme. Na de restauratie werd de plantage Frederiksdorp in 2004 als eerste project buiten Paramaribo tot monument aangewezen.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Aa, A.J. van der (1839-1851) Historisch-geografisch woordenboek van Suriname. Gorinchem: Jacobus Noorduyn.
  • Brown, C. (1793-1795) Surinaamsche Staatkundige Almanach. Paramaribo: Wilkens.
  • Dikland, P. Oud archief der burgerlijke stand in Suriname.
  • Hove, O ten & H.E. Helstone & W. Hoogbergen Surinaamse emancipatie 1863, familienamen en plantages. Amsterdam: Rozenberg Publishers ISBN 978 90 5170 777 9
  • Oudschans Dentz, F. (1944) "De herkomst en betekenis van Surinaamse plantagenamen", De West-Indische Gids, jrg 26, nr. 27, pp 147-161. Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde
  • Notariële archieven van Suriname. Den Haag: Nationaal Archief.
  • (1820-1930) Surinaamsche Almanak. Paramaribo: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
  • (1935-1938) De Gids. Almanak voor Suriname: Paramaribo: Marcus