Elisabeth's Hoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Elisabeth’s Hoop is een voormalige koffieplantage in Suriname. Elisabeth’s Hoop ligt in het district Commewijne aan de rechteroever van de rivier de Commewijne, tussen de plantages Berlijn en Johan Margaretha.

De plantage werd omstreeks 1745 aangelegd door Carel Casismir Kleinhans. Kleinhans was weesmeester van de Hervormde Gemeente. Hij was getrouwd met Elisabeth Lubina Godhold en noemde de plantage naar haar. In de volksmond werd de plantage Kreinhansi genoemd, naar Kleinhans. De oppervlakte was 725 akkers. Zoals op de meeste plantages die in die tijd werden aangelegd, werd er koffie verbouwd. Carel (1786) en zijn vrouw (1778) werden beiden op de plantage begraven.

Daarna werd de plantage eigendom van het fonds onder Jean Jacques Poncelet. De dochter van Poncelet trouwde in 1801 met Rudolph le Chevalier. Le Chevalier werd eigenaar van een groot aantal plantages in Suriname, waaronder de buurplantage Berlijn. Op de plantage werkten tussen de 80 en 100 slaven.

Bij de emancipatie in 1863 werd als eigenaar Thierry Jean Verschuur vermeld. Ook zijn zoon Dirk (Theodorus) Johannes Verschuur was planter op Elisabeth’s Hoop. Verschuur is een verre voorouder van Katja en Birgit Schuurman[1]. De volgende eigenaren waren G.H en J.A. Samson. Zij schakelden over op de teelt van cacao en banaan.

In 1935 was Elisabeth’s Hoop, samen met Berlijn in bezit van de West-Indische Maatschappij tot Exploitatie van Cultuurondernemingen. Een jaar later werd de volgende eigenaar de N.V. Cultuur Maatschappij tot Exploitatie van Cultuurondernemingen. Deze verbouwde koffie, mais, rijst en aardvruchten.

Jamin[bewerken]

De plantage werd tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog sterk verwaarloosd. In 1947 kwam de plantage in het bezit van de firma Jamin. Samen met Berlijn, Maasstroom, Rust en Werk, Johannesburg, Pieterszorg en Andrea's Gift werd het één grote onderneming, de Verenigde Cultuur Maatschappijen N.V. Later kwam daar een deel van plantage De Resolutie bij. Het was de bedoeling om de plantage te herontginnen en te beplanten met cacao, als grondstof voor de chocoladeindustrie. Een aantal extreem droge seizoenen in de jaren zestig ruïneerde de oogsten en maakte aan deze poging een einde.