Nieuwzorg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De plantage Nieuwzorg is een voormalige suikerplantage aan de Commetewanekreek in het district Commewijne in Suriname. Het land naast de Commetewane wordt vanaf 1683 in cultuur gebracht met de uitgifte van 1500 akkers aan Andries Montfort. In 1710 worden 600 akkers uitgegeven aan Hendrick Mulder en vervolgens wordt in 1720 Isaac Tourton eigenaar van 1000 akkers.

Familie de la Jaille[bewerken]

De geschiedenis van Nieuwzorg (toen nog Nieuwsorgh) begint met het huwelijk van Sara Lodge en François de Bruin, de eigenaar van plantage La Solitude. Deze plantage telt 2500 akkers. Kort na het huwelijk overlijdt François en Sara hertrouwt met Gabriel de la Jaille. In 1735 hebben zij de landerijen van Montfort, Mulder en Tourton opgekocht en is Nieuwzorg, op de kaart van Lavaux uit 1737, 2345 akkers groot. In de volksmond werd La Jaille uitgesproken als Lasalie, de naam waaronder de plantage ook bekend is. Daarna kopen zij 800 akkers van de plantage Castagneboom (later de Eendragt). De totale oppervlakte van Nieuwzorg komt daarmee op 3150 akkers. In 1759 wordt de plantage Oosterhuysen bij het bezit gevoegd. Oosterhuysen was in het bezit van Clement Frans Pathuijsen, die vermeld staat op de kaart van Lavaux uit 1737. De oppervlakte van Oosterhuysen was 1400 akkers. La Solitude en Oosterhuysen worden door de familie gebruikt als kostgrond en weiland. Sara en Gabriel krijgen samen zeven kinderen. Van deze kinderen is Henriette Anne degene die de plantage blijft beheren. Zij trouwt met Jacob Benelle die in februari 1757 overlijdt. Een andere dochter, Maria (1704 - 1763) trouwt David de Hoy, de oprichter van de nabijgelegen plantage Hooyland.

Familie Hatterman[bewerken]

Henriette Anne hertrouwt in 1760 met de veel jongere Dirk Hatterman. Het bezit van De la Jaille gaat via vererving en aankoop langzamerhand over naar de familie Hatterman. Uiteindelijk zijn zij eigenaar van de drie plantages en bovendien in het bezit van de plantages Genoodzaakt en Lankmoedigheid (Cottica), Beninenburg (Commewijne), Meerzorg, en ten slotte Voorzorg (Motkreek). Beninenburg was voorheen in het bezit van Benine de la Jaille, waarschijnlijk ook een dochter van Gabriel. In 1835 worden de plantages La Solitude en Oosterhuysen genoemd vanwege de houtproductie, een teken dat de gronden verlaten worden. In latere overzichten worden zij dan ook niet meer genoemd. In 1830 werken er 121 slaven op Nieuwzorg. In 1837 zijn dat er 241. In 1863 worden er uiteindelijk 319 slaven geëmancipeerd. Na 1863 is de plantage niet overgestapt op contractarbeid; waarschijnlijk is het bedrijf spoedig na 1863 buiten productie gesteld. Als aandeelhoudster voor 168/960e deel wordt Nicolette Jeane Vereul genoemd, eigenaresse van de plantage Schoonoord. De plantage Nieuwzorg wordt in 1873 aangekocht door de familie Tuinfort, de ex-slavenbevolking van de naastgelegen plantage Fortuin.