Cannewapibo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cannewapibo was een suikerrietplantage in Suriname in het district Commewijne. Het was een van de oudste plantages en kwam al voor op de kaart van de Labadisten uit 1686. De plantage lag tussen Siparipabo en Ostage. De plantage van 2000 akkers werd waarschijnlijk aangelegd door Cornelis Snelleman. De plantage had in het Surinaams dan ook de naam “Snijman”. Na zijn overlijden in 1692 kwam de plantage in het bezit van zijn erfgenamen. De volgende eigenaar waar meer over bekend is, was Willem Charles Hendrik Reijnsdorp. Deze was al in het bezit van plantage Reijnsfort aan de Warappakreek. Omdat deze een veel te hoge hypotheek op zijn plantages had afgesloten raakte hij in de financiële problemen en moest hij de plantage verkopen. In 1768 werd de plantage dan ook te koop aangeboden.

Familie Wilkens[bewerken]

In 1793 was Unico Wilkens, afkomstig uit Bellingwolde de volgende eigenaar. Hij bezat reeds de plantages Onverwagt in Wanica, Scheeveningen aan de Wayamoekreek en Wilkensrust aan de Motkreek. Het geld voor deze plantages had hij verdiend in zijn functie als de eerste exploiteur (deurwaarder) van Suriname. De familie werd rijk als administrateur van plantages. Unico werd Raadsheer van het Hof van Politie en Criminele Justitie. Dit was een functie die alleen was weggelegd voor de meest welvarende en aanzienlijke bewoners. Na het overlijden van Unico in 1793 op de plantage Wayamoe komt Cannewapibo in bezit van zijn erfgenamen. Zijn zoon Unico Hendrik trouwde met Agatha Margaretha Berkhoff en kwam door dat huwelijk in bezit van plantage Rijnberk. Hij werd ook eigenaar van de plantage Lustrijk. Een andere zoon, Wilco Pieter was een van de eerste drukkers van Suriname en gaf onder meer de 'Surinaamsche Staatkundige Almanach”uit.

In 1823 is de familie eigenaar van zes plantages en werd de administratie over 22 andere plantages gevoerd, vaak voor de in Nederland wonende eigenaren van wie zij een percentage van de omzet ontvingen. In 1827 werd het bezit uitgebreid met IJvershoop, de buurplantage van Scheeveningen. Het bedrijf werd geleid door de firma U.Wilkens & Co. te Amsterdam. Zijn zonen werden vermeld als “gepriviligeerde kruidverkopers”. Een van zijn kleinzonen, die ook Unico Hendrik heette vormde samen met zijn schoonvader G.C Bosch Reitz, R le Chevallier, E.G. Veldwijk, P. Gulcher en D. Taunay een groep machtige plantage-eigenaren. Bosch Reitz was bijvoorbeld eigenaar van de plantages Zoelen, A la bonne heure, Geertruidenberg en Peperpot.

Bij de emancipatie in 1863 werd er nog steeds suiker geproduceerd. Er werden 244 slaven vrijgelaten. Waarschijnlijk werd de plantage spoedig daarna verlaten en in 1883 te koop aangeboden. Het was tevens de laatste plantage die nog in het bezit van de familie was. De andere plantages waren al eerder verkocht en de slaven waren overgebracht naar Cannewapibo.

In 1902 werd de plantage nog genoemd om het winnen van balata.