Huntly (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Huntly was een koffieplantage aan de rivier de Nickerie in het district Nickerie in Suriname. De plantage lag stroomafwaarts naast de plantage Glensander en stroomopwaarts naast l’Esperance. De plantage had een oppervlakte van 500 akkers en stond lang in de boeken als lot J.

Geschiedenis[bewerken]

Negentiende eeuw tijdens slavernij[bewerken]

De plantages aan de linkeroever van de Nickerie werden pas na 1825 aangelegd. De plantage werd door James Gordon tot bloei gebracht. Zoals meerdere eigenaren uit dit gebied kwam hij uit het graafschap Aberdeenshire in Schotland. De plantage is waarschijnlijk vernoemd naar de Schotse plaats Huntly, de oorspronkelijke thuishaven van de Gordon Highlanders. Huntly Castle was eigendom van de familie Gordon. James was ook eigenaar van de buurplantage Botany Bay en de katoenplantages Lochaber en Rhynie.

Negentiende eeuw na slavernij[bewerken]

Bij de slavenemancipatie in 1863 werden 36 slaven vrijverklaard. De vergoeding voor deze vrijlating kwam toe aan James Macintosh, Anthony Dessé en Jane MacIntosh, de dochter van Gordon. Ook MacIntosh was afkomstig uit Schotland. Zijn vader was eigenaar van katoenplantage Inverness, genoemd naar de stad Inverness waar hij geboren was en administrateur van de plantages Bellevue, Clyde, Leasowes en Oxford. Zijn oom Alexander was eigenaar van Leliëndaal en de naast elkaar gelegen plantages John, Totness, Friendship en Bantaskine. James overleed in 1864 op de plantage Mary’s Hope in Coronie waar hij directeur was. Kort daarna werd Huntly verlaten.