Kroonenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Moskee in Kroonenburg

Kroonenburg is een voormalige koffieplantage in Suriname. Kroonenburg ligt in het district Commewijne aan de rechteroever van de rivier de Commewijne, tussen de plantages Brouwerslust en Rijnberk.

Geschiedenis[bewerken]

De plantage werd omstreeks 1745 aangelegd door dominee Johannes van der Gaegh. In de volksmond heette de plantage dan ook Domini. Kroonenburg is één van de weinige plantages die vernoemd werd naar een officiële functionaris. Ook Sorgvliet werd Domini genoemd, naar dominee Pfaff. Een ander voorbeeld is Rust en Werk (Granman gron, naar gouverneur Wigbold Crommelin). De plantage was 500 akkers, de standaard oppervlakte in die tijd. Later werd dit uitgebreid tot 725 akkers. Op de plantage werd eerst koffie verbouwd. Na Van der Gaegh werd H.J. Kennedy de volgende eigenaar. Kennedy was ook lid van het Hof van Politie en Crimineele Justitie. In 1821 werd Jan Elias van Onna als eigenaar vermeld. Hij verwierf bekendheid omdat hij 1791 niet als procureur tot de balie werd toegelaten omdat hij mulat was. Naar hem heet de plantage ook wel Van Son. De volgende eigenaar was Frans Arthur. Hij schakelde in 1833 over op de teelt van suikerriet. De plantage kwam na zijn overlijden in handen van de firma Insinger en Co.

Rond het eind van de achttiende eeuw begon de firma Insinger en Co. zich te specialiseren in de afwikkeling van nalatenschappen. Vaak ging zo'n boedelafhandeling vrij snel, maar er waren ook voorbeelden van langdurige processen waarin gedurende jaren plantages beheerd moesten worden uit naam van de erfgenamen, of waarin uit de afhandeling nieuwe activiteiten ontstonden. De afwikkeling van de boedel van mevrouw Kulenkamp Lemmens bijvoorbeeld, leidde ertoe dat Insinger en Co. de directievoering op zich nam van de plantages Wederzorg, Kulenkampspruit en Kroonenburg. Door het tegenvallende economisch tij slaagden veel plantages er niet in om aan hun terugbetalingsverplichtingen te voldoen. Soms kon zo'n plantage onderhands of publiek verkocht worden, maar het kwam ook voor dat Insinger en Co. plantages voor zichzelf moesten inkopen door de schulden kwijt te schelden en de obligatiehouders een uitkoopvergoeding te bieden. En zo kon het gebeuren dat in 1860 de plantages Anna Catharina, Barbados, Kroonenburg en Wederzorg vermeld staan als eigendommen. In 1874 werd de N.V. Cultuurmaatschappij opgericht. De eigendommen van deze naamloze vennootschap omvatten de plantages Anna Catharina, Kroonenburg en Wederzorg. In 1874 werd eerst plantage Anna Catharina verkocht en in 1877 volgde plantage Kroonenburg.

De plantage schakelde rond die tijd over op de teelt van cacao. Na het toeslaan van de krullotenziekte heeft de regering de plantage overgenomen en werden er citrus, koffie, cacao, mais, aardvruchten en rijst verbouwd. Door het Proefstation werden er in 1906 op de plantage proeven genomen om Surinaamse koffie op te kweken met schaduw van sinaasappel- of rubberbomen, in plaats van de tot dusver gebruikelijke 'koffie mama'. De cultuur zou daardoor voordeliger worden. Een deel van de plantage werd opgekocht door de Hamburgse firma Dörningen & Zoon voor de teelt van bananen. De bananenteelt voor export, naar het voorbeeld van Jamaica, duurde slechts enkele jaren (van 1906-1913). De drogerij die op de plantage was opgericht, werd daarom opgeheven en de plantage zelf werd in een koffieonderneming omgezet.

Tegenwoordig[bewerken]

Tegenwoordig is de plantage als dorpsgemeente nog in gebruik. Er worden veel groenten en fruit verbouwd voor de lokale markt. Op de plantage is Surplant NV gevestigd. Dit is een bedrijf dat is gespecialiseerd in het produceren van plantextracten en extracten van plantdelen. Een als biodiversiteitencentrum te gebruiken perceel ligt op ongeveer 1 kilometer van de rivier. Op dit moment worden er op een aantal bedden onder meer tamarinde, noni (didibri-apra), bospapaya, peper en palm verbouwd.