Johan Margaretha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johan Margaretha was een plantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Hij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Elisabeth's Hoop en stroomopwaarts naast plantage Buitenrust. De plantage werd als koffieplantage aangelegd door Johan Friederich Knöffel, de eigenaar van plantage Frederiksdorp, die naast Buitenrust lag. Knöffel schonk de plantage aan de Lutherse Kerk. Zij werd in het ST dan ook Kerkigron (kerkgrond) genoemd.[bron?] Zij was genoemd naar hemzelf en naar de almanakheilige, op wiens naamdag hij het besluit tot de schenking genomen had.[bron?]

De Lutherse kerk was echter niet zo goed in de landbouw en werkte zich door deze plantage zwaar in de schuld bij de hypotheekhouder M. Broen te Amsterdam. Daarom werd door de kerkenraad besloten haar voor de schuld, die in 1771 al HFL 74.745 beliep, aan Broen over te geven. In 1779 werd de akte van transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd. Broen werd eigenaar van de plantage.

Bij de emancipatie in 1863 was de plantage in het bezit van de zusters jonkvrouwe Anna Magdalena van Hangest, baronesse d'Yvoy en jonkvrouwe Cornelia Marie van Hangest, baronesse d'Yvoy uit Nijkerk. Er kwamen toen 255 slaven vrij. Het is niet bekend hoe zij in het bezit van de plantage kwamen. Wel is bekend dat hun moeder, Catharina Johanna, een dochter van ds. Marcus Jacobus Broen was.

In 1878 werd de suikercultuur op de plantage Vossenburg, Johan Margaretha, Brouwerslust, la Liberté en Dijkveld opgegeven. De laatstgenoemde plantage werd verlaten; de vier andere werden tot cacao- en kostplantages omgezet.

In 1903 werd het aangekocht als vestigingsplaats voor kleine landbouwers. Om de bewoning te bevorderen werd 30 hectare ingericht als rijstpolder voor de daar al wonende Javanen.

Tegenwoordig is Johan Margaretha één van de ressorten van het district Commewijne.