Voorburg (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Directeurswoning op plantage Voorburg

Voorburg was een plantage aan de Surinamerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage lag tussen de plantages Suzanna's Daal en Zoelen. In het Surinaams heette de plantage Santigron.

Het gebied rond Fort Nieuw-Amsterdam werd omstreeks 1750 door de Sociëteit van Suriname aangelegd als kostgrond voor de bewoners van het fort. Niet lang daarna werd het verkocht aan Jurriaan François de Friderici die er een suikerplantage van maakte. Na zijn dood kwam de plantage in bezit van Johann Jacob Faesch. Deze was al eigenaar van de plantages Hooyland en Weltevreden. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jean Jacques. In 1827 moet de familie Faesch een groot deel van de bezittingen wegens financiële problemen overdoen aan Jacques Moyet. Deze was firmant in het handelshuis Fraissinet en Van Baak. Dit handelshuis was ook deels eigenaar van de plantages De Hoop, Mariënburg en Nieuw Clarenbeek.

De plantage werd daarna aangekocht door enkele zakenlieden uit Millingen. Zij richtten de Landbouwmaatschappij Voorburg op, waartoe ook Suzanna's Daal en Belwaarde behoorden. Na de emancipatie werd overgeschakeld op de teelt van cacao, koffie en banaan. Het werk werd toen gedaan door contractarbeiders, waaronder uit Barbados.[1] Aan het begin van de 20e eeuw werd er rubber op de plantage getapt.[2] In de jaren 50 was Voorburg een van de grootste citrusproducenten van Suriname.[3] Rond 1960 werd de plantage verlaten. In 1978 werd de plantage gekocht door Harold Riedewald. Na zijn overlijden kwam de plantage in het bezit van de overheid die de plantage verkavelde voor woningbouw.