Spieringshoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor de gelijknamige middelbare school, zie SG Spieringshoek
Directeurswoning 1971

Spieringshoek is een plantage aan de Commewijne in het district Commewijne in Suriname. De plantage ligt stroomafwaarts naast plantage Vriendsbeleid en Ouderzorg en stroomopwaarts naast plantage Tyronne.

De onderneming was lang een koffieplantage. Later werd er ook katoen, cacao en banaan verbouwd. Het is anno 2010 een van de zeer weinige plantages die nog steeds als zodanig in gebruik is, men verbouwt nu citrusvruchten.

Geschiedenis[bewerken]

De grond werd in 1745 uitgegeven aan Gerrit Lemmers. Dit gebeurde nadat het fort Nieuw-Amsterdam klaar was en de gronden tussen dat fort en het fort Sommelsdijk beschermd werden. De gronden werden uitgegeven in een grootte van 500 akkers. De naam van de plantage was toen nog Alteveel en de naam van de buurplantage was toen Oudersorg. In 1745 werd door landmeter P. Gardin een kaart gemaakt naar aanleiding van het opmeten van een stuk land, dat na 1787 bekend staat als de plantage Spieringshoek.[1]

Familie Spiering[bewerken]

In 1752 was Jacoba Hendrina de Voltelen, weduwe van Willem François de Senilho de eigenaresse. Jacoba trouwt in dat jaar met Jacob Henrik Carel Spiering. In 1758 schijnt de naam van de plantage gewijzigd te zijn in Spieringshoek met als eigenaar Jacob Spiering. Spiering schijnt vanaf 1745 in Suriname te hebben gewerkt, maar het eerste geschreven bewijs komt uit 1751, toen hij samen met een detachement soldaten arriveerde met het schip "Vreedenrijk" uit Amsterdam. In die tijd diende hij in de zogenaamde Staatse troepen, maar omstreeks 1756 trad hij in dienst van de Sociëteit van Suriname. Via zijn huwelijk kwam hij in het bezit van plantage Alteveel en hij zette drie andere plantages op. Twee hiervan lagen aan de Matapicakreek. Deze werden later de koffie- en katoenplantage Spieringszorg. Na ruzie met Jan Nepveu, waarschijnlijk over de opvolging van Wigbold Crommelin moest Spiering het land verlaten. In de volksmond het de plantage Spierie, afgeleid van Spiering.

Familie Nepveu[bewerken]

De plantage wordt geveild en komt in 1761 in handen van Jan Nepveu die in 1767 gehuwd was met Elisabeth Buys. Deze was op haar beurt de eigenaresse van de plantages Buyslust en Stolkertsvlijt, die zij had geërfd van Isack en Jan Stolkert. Het zou tot ver in de 19e eeuw duren, voordat de percelen Spieringshoek, Stolkertsvlijt en Buyslust werden samengevoegd tot één plantage. Inmiddels werd in 1838 de moestuin Thyronne bij de plantage Spieringshoek gevoegd. Nepveu draagt het bezit over aan zijn dochter, de weduwe Van der Velden. Rond 1790 wordt er, zoals op meer plantages langs de Commewijne ook katoen geteeld. Van Nepveu komt de andere naam Nepveu of Nové.

Familie Bray[bewerken]

Daarna wordt de plantage verkocht aan Jean Frouin en Théodore Bray. Bray voerde de administratie en was directeur. Hij kwam in 1841 naar Suriname, en werkte vermoedelijk een aantal jaren als blankofficier. Hij trouwde met een dochter van de familie Frouin en werd uiteindelijk mede-eigenaar van Spieringshoek. Théodore was de oudere broer van Heloise Stephany Bray, gehuwd met Jacob Isaac Spiering, de kleinzoon van Jacob Spiering. Théodore Bray heeft een groot aantal tekeningen en aquarellen over het leven op een plantage gemaakt.

De familie Bray behield het eigendom tot 1910. In de periode 1880 - 1928 arriveerden 325 Hindoestaanse arbeiders en een groot aantal Javanen op de plantage. Bray, die uiteindelijk in 1876 eigenaar was geworden van alle percelen, richtte samen met zijn familieleden de N.V. West-Indische Landbouwmaatschappij Spieringshoek op om cacao te produceren. In die tijd wordt er ook cacao en, in geringere mate, banaan geteeld.

Familie Leijsner[bewerken]

Het plantagehuis werd gebouwd in 1870. Het gietijzeren frame schijnt van de wereldtentoonstelling in Brussel afkomstig te zijn. De eigenaren/beheerders in die tijd waren R. H. Leijsner/ J.B. Oever. De exploitatie werd van 1907 tot 1955 voortgezet door de N.V. Cultuuronderneming Spieringshoek, opgericht door Jansje en Elisabeth Swijt en Alfred de la Parra. Rond 1925 wordt er ook rijst op de plantage geteeld. De plantage is, als één van de zeer weinige, nog steeds in gebruik en verbouwt nu citrusvruchten. De huidige eigenaar is de familie Bagwat. Omstreeks 1870 werd het plantagehuis opgezet dat er nog steeds staat. De constructie is geheel van gietijzer.

Afbeeldingen[bewerken]

  1. Nationaal Archief, Den Haag, Plantage Spieringshoek, 1819-1955, nummer toegang 2.20.28, inventarisnummer 4