Boxel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Boxel is een voormalige suikerrietplantage aan de Surinamerivier in Suriname. De plantage ligt stroomopwaarts aan de plantage Domburg en stroomafwaarts aan La Ressource.

Familie van Gelre[bewerken]

Woonhuis op plantage Boxel

De plantage is aangelegd door Magdalena Maria van Gelre, weduwe van kapitein André Boxel. Zij kwam, samen met haar zwager mr. Paul van der Veen, gouverneur van Suriname, en diens echtgenote, haar zuster Anna van Gelre naar Suriname. In 1697 werd zij eigenaresse van de plantage Boxel. In 1702 kocht zij met Van der Veen de plantage Sinabo aan de Commetewanekreek in het district Commewijne. De weduwe Van Gelre bleef betrokken bij de plantagelandbouw en schreef in 1735 een memorie voor iemand die in Suriname een plantage wil beginnen.

"Het groote werk daer men meest om gaat, is om een plantagie te regeeren of te maken. Een plantagie nieu aen te leggen is een swaar en kostelijck werck int begin met nieuwe en onbedreeve slaven en haast onmogelijck voor nieu koomers, maer als men oude geleerde slaaven heeft gaat het genoeg."

Van der Veen overleed in 1733. Op dat moment was geen van zijn kinderen meer in leven, en de erfenis ging naar zijn moeders familie. De erfgenamen waren de dochters van Andries Pels; Anna Maria en Johanna Sara. Zowel de plantages Boxel en Sinabo als Het Yland, een plantage aan de Pauluskreek, werden hun eigendom.

Verschillende eigenaren[bewerken]

In 1772 stond de plantage op naam van Charles Alexander Dunant. Het was toen een kleine suikerplantage met 124 slaven. Het suikerriet werd geperst met een watermolen. In de Surinaamsche Almanak van 1793 staat het Fonds Luden als eigenaar vermeld. Dit fonds had in totaal 19 plantages in eigendom, die door een aantal administrateurs werden beheerd. In de Almanak van 1821 is het eigendom overgegaan naar P. van de Broeke en Zoon. Van Broeke had zakelijke belangen in vijf plantages: La Liberté, Accaribo, Waterland, Adrichem en Boxel.
Van 1821 tot 1834 wordt E. Conolly als eigenaar genoemd en daarna zijn erfgenamen. Het plantageareaal was 3200 akkers, maar lang niet alles was in cultuur. Dat blijkt uit het werk van Van der Aa. Deze noemt namelijk, naast de plantage Boxel, ook het verlaten land van Boxel. In 1834 werkten er 212 slaven op de plantage. In 1843 waren dat er 134 en bij de emancipatie[1] in 1863 werkten er nog 77 slaven. Op dat moment was Th. Green de eigenaar.

Na 1863 werd de familie Samuels eigenaar van de plantage. De plantage had 75 Brits-Indische contractarbeiders in dienst en 91 Javanen. De familie Samuels was ook eigenaar van de plantage Schoonoord aan de Commewijne.