Fortuin (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fortuin
Land Suriname

Fortuin was een suikerplantage aan de Commetewanekreek in het district Commewijne in Suriname. Stroomopwaarts grensde de plantage aan D' Eendragt en stroomafwaarts aan Slootwijk.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De plantage was begin 1700 in het bezit van de familie Craffort. In 1746 trouwde Anna Alexandria Craffort met Nicolaas Reynsdorp. In 1737 had de plantage een oppervlakte van 1000 akkers.

Nicolaas overleed in 1774 in Amsterdam. In 1798 stonden de erven Nicolaas Reynsdorp als eigenaar te boek. In 1801 was de plantage ondertussen gegroeid tot 1750 akkers. In 1821 wordt ook J.H. Brandt als eigenaar en administrateur vermeld. Van 1833 tot en met 1843 is het bezit verdeeld tussen Andreas Reynsdorp, de erven Brandt en de weduwen Johanna Maria Muysken-Craffort en Fabritius. Er werkten in die tijd ongeveer 35 slaven, wat relatief weinig was voor een plantage van dat formaat. Een verklaring kan zijn dat een gedeelte van de plantage dan al niet meer in productie was, omdat er ook gesproken wordt over het Land van Fortuin.

Bij de emancipatie in 1863 werkten er 123 slaven en werd slechts vermeld dat er tientallen eigenaren waren. Kort daarop werd de plantage verlaten. In 1911 werd de plantage aangekocht om er, samen met de plantage Slootwijk, een groot landbouwproject van te maken.