Picardië (plantage)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Picardië was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Zorg en Hoop en stroomopwaarts naast plantage Welgevallen.

In 1747 werd het Fort Nieuw-Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-Commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd het uitgegeven voor de aanleg van plantages. Hiervan werd 500 akkers vermoedelijk uitgegeven aan Jean Gabriel Graaf de Raineval (1726-1800), de jongste zoon van François Anthony de Rayneval, uit Raineval in Picardië. Hij was in 1685 al in Suriname als luitenant aanwezig tijdens de moordaanslag op gouverneur Van Sommelsdijck. Naast zijn militaire loopbaan investeerde De Rayneval in plantages. Naast Picardië bezat de familie ook Maagdenburg aan de Surinamerivier, Ponthieu aan de Warappakreek en Schoonoord aan de Commetewane. De namen Ponthieu en Picardië herinneren aan herkomst van de familie De Rayneval. In het ST werd de plantage Picantri genoemd.

De plantage, die oorspronkelijk 500 akkers was, werd later uitgebreid tot 1.000 akkers en omstreeks 1832 omgezet naar een suikerrietplantage. Toen was de plantage al in het bezit van William Christie uit Schotland. Het suikerriet werd verwerkt met een stoommachine.

Bij de emancipatie in 1863 was Wilhelm Eduard Rühmann de eigenaar. Hij bezat ook de plantages Vierkinderen aan de Para, Groot Cuylenburg aan de Cottica, Halle in Saxen aan de Waymoekreek , Nieuwhoop en Pieterszorg aan de Commewijne en Waterland aan de Surinamerivier. In 1884 werd de plantage geveild. De volgende eigenaren waren John C. Pearson en James Grearson. Zij kochten de plantage, samen met Zorg en Hoop. Picardië werd daarna niet meer vermeld in de officiële verslagen.