Californische goudkoorts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mensen trekken naar Californië aan het begin van de goudkoorts
Kaart van de goudvelden in Californië

De Californische goudkoorts was een periode tussen 1848 en 1855, waarin een massale emigratie naar de Amerikaanse staat Californië op gang kwam omdat daar in 1848 goud was gevonden door James Wilson Marshall. Het goud is ontstaan in Californië omdat 400 miljoen jaar geleden geleden het gebied onder water stond, onderzeese vulkaan spuwden lava en mineralen uit waaronder goud, door platentektoniek werden deze mineralen naar de huidige Sierra Nevada verplaatst.

Geschiedenis[bewerken]

De Californische goudkoorts begon officieel op 24 januari 1848, toen James Wilson Marshall bij Sutter's Mill goud vond.[1]

De geruchten verspreidden zich snel, in maart bevestigde de redacteur Samuel Brannan van een krant uit San Francisco de geruchten. Brannan startte snel een winkel met artikelen om goud te delven, waarna hij over de straten van San Francisco liep met een flesje goud en riep "Gold! Gold! Gold from the American River!"

Op 19 augustus, 1848, publiceerde de New York Herald dat er goud was gevonden aan de oostkust. Op 5 december, 1848, bevestigde de toenmalige president James Polk de vondst van goud aan de oostkust, met als gevolg dat zo’n 300.000 mannen, vrouwen en kinderen vanuit de rest van de Verenigde Staten en het buitenland naar Californië kwamen in de hoop snel rijk te worden.[2] Van deze 300.000 arriveerden er 150.000 over zee, en de rest over land. De eerste goudzoekers, ook wel "forty-niners" genoemd (als referentie naar het jaar 1849), reisden naar Californië per zeilboot en in huifkarren.

De stad San Francisco was een kleine nederzetting toen de goudkoorts begon. Toen de inwoners de geruchten van de goudkoorts hoorden veranderde de nederzetting in een spookstad. Maar later groeide de stad massaal als gevolg van de immigranten die naar de westkust trokken in de hoop om rijk te worden. De inwoners groeiden van ongeveer 1.000 inwoners naar meer dan 25.000 inwoners in 1850. De meeste goudzoekers werkten samen als er een plek gevonden werd om goud te delven, en zetten hun kampen op. Deze kampen hadden vaak hun eigen saloon.

De reis naar Californië was zwaar, velen kwamen tegenover problemen te staan, of overleden. De eerste goudzoekers kwamen per zeilboot naar Californië, deze reis ging via het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika om de continenten heen, deze reis was ongeveer 33.000 kilometer. Een alternatief voor deze reis was om naar Panama te varen, en daar met kano's of muildieren een week door de jungle te reizen, om vervolgens aan de oostkant van Panama te wachten op een schip naar San Francisco. Er waren ook veel goudzoekers die over land van de oostkust naar de westkust trokken. Om aan de eisen van de goudzoekers te voldoen, kwamen er ook overal uit de wereld goederenschepen naar San Francisco.

Het goud werd ook gevonden in Zuid-Californië, maar op een aanzienlijk kleinere schaal. Het eerste goud uit dit gebied werd in 1842 gevonden in een gebergte ten noorden van het huidige Los Angeles. Deze ontdekking was 6 jaar eerder dan die van Marshall, maar deze vondsten kregen weinig aandacht, en hadden weinig invloed op de economie.

In 1850 was het meeste goud dat makkelijk gevonden kon worden, verzameld. Steeds meer mensen begonnen goud te zoeken op moeilijkere locaties. De Amerikanen begonnen buitenlanders te verdrijven om zo het laatste beetje goud dat makkelijk bereikbaar was zelf te verkrijgen. Er werden belastingen ingesteld voor buitenlandse goudzoekers van $20 per maand ($570 dollar per maand voor de huidige waarde van de dollar, in 2014).

In de gebieden waar goud gevonden wordt leefden voor de goudkoorts de oorspronkelijke inwoners van Amerika (indianen), zij vielen de Amerikanen aan om hun leefgebied te beschermen, sommige Amerikanen vielen ook dorpen aan van de indianen. Vele indianen stierven omdat de Amerikanen ze executeerden, en als ze wisten te ontsnappen konden ze vaak niet in hun eentje overleven, en stierven ze van de honger.

Forty-niners[bewerken]

De eerste mensen die richting de vindplaatsen van het goud reisden in de lente van 1848 waren de inwoners van Californië zelf. Deze mensen waren vaak families waarin iedereen meehielp om goud te vinden. Vrouwen en kinderen waren vaak naast de man te vinden langs de rivieren met een zeef.

Het nieuws van de vondst van goud verspreidde zich langzaam. De eerste goudzoekers leefden vlakbij Californië, of hadden het nieuws gehoord op schepen die de zeilroutes vanuit Californië vaarden. De eerste grote groepen Amerikanen die goud gingen zoeken kwamen uit Oregon. Later volgden er mensen uit Latijns-Amerika uit landen als Mexico, Peru en Chili, zij kwamen zowel over land als over zee. Aan het einde van 1848 waren er ongeveer 6,000 Goudzoekers naar Californië gereisd.

Aan het begin van 1849 waren de geruchten van het goud de hele wereld over gegaan, en kwamen er grote aantallen vanuit de hele wereld naar Californië waarvan de grootste groep uit Amerika kwam. De meeste mensen van de oostkust doorkruisten de Appalachen, en reisden per paard en wagen verder via de California Trail naar Californië. Deze mensen werden Forty-Niners genoemd, wat duidt op het jaar 1849.

In het jaar 1849 zijn er circa 90,000 mensen naar californië afgereisd, ongeveer de helft over land, en de andere helft over zee. Onder deze mensen waren circa 50,000 tot 60,000 mensen Amerikaans.

Ontwikkelingen[bewerken]

Een man zoekt naar goud in de Mokelumne.

Aanvankelijk werd het goud vooral gewonnen uit rivierbeddingen met simpele methodes als zeven, alleen kon deze methode niet op grote schaal worden toegepast. Omdat het grind in dit gebied een hoog gehalte aan goud had werden er speciale zeven ontworpen die grote hoeveelheden grind konden verwerken, echter werden door andere metalen die in het grind te vinden waren rivieren vervuild, en daar zijn nog steeds gevolgen van merkbaar. Er waren ook goudzoekers die een hele rivier omleidden om de grond uit de rivierbodem te verwerken.

Er waren ook nog goudzoekers die het goud direct vanuit gesteente wonnen, dit werd vaak gedaan door middel van pikhouwelen of explosieven. Het gesteente dat goud bevat werd naar de oppervlakte gebracht, en het gesteente werd kleingemaakt, en zo werd het goud eruit gesorteerd. Deze methode van goud delven bracht na de winning uit rivieren het meeste op in de goudkoorts.

Gevolgen[bewerken]

De goudkoorts had grote gevolgen voor Californië. Kleine nederzettingen groeiden in korte tijd uit tot steden, en nieuwe nederzettingen werden gesticht. Het inwoneraantal van San Francisco steeg tussen 1847 en 1870 van 500 tot 150.000.[3] De goudkoorts stimuleerde de economie van zowel Californië als de rest van de Verenigde Staten. Tevens werd in Californië het eerste officiële rechtssysteem ingevoerd. Voor die tijd was Californië grotendeels een gebied zonder wetten of regels.

De goudkoorts had ook nadelige gevolgen, vooral voor de Indianen in het gebied.[4] De vele goudzoekers en hun gezinnen brachten ziektes mee die zich snel verspreidden onder de Indianen. Bovendien werden ze vaak aangevallen en verdreven van hun grond.[5] Dit leidde regelmatig tot conflicten tussen de Indianen en de goudzoekers.

Ook op de lange termijn had de goudkoorts gevolgen. Zo werd Californië onlosmakelijk verbonden met goud. De staat werd gezien als een plek voor een nieuw begin, waar hard werk iemand grote rijkdom kon opleveren.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "[E]vents from January 1848 through December 1855 [are] generally acknowledged as the 'Gold Rush' ... After 1855, California gold mining changed and is outside the 'rush' era."The Gold Rush of California: A Bibliography of Periodical Articles. California State University, Stanislaus (2002) Geraadpleegd op 2008-01-23
  2. California Gold Rush, 1848-1864. Learn California.org, a site designed for the California Secretary of State Geraadpleegd op 2008-07-22
  3. Population of the 100 Largest Urban Places: 1870, U.S. Bureau of the Census
  4. Historians have reflected on the Gold Rush and its effect on California. Historian Hubert Howe Bancroft used the phrase that the Gold Rush advanced California into a "rapid, monstrous maturity," and historian Kevin Starr stated, for all its problems and benefits, the Gold Rush established the "founding patterns, the DNA code, of American California." See Starr, Kevin (2005), p. 80.
  5. Heizer, Robert F., The destruction of California Indians, Univ. of Nebraska Press, Lincoln and London, 1974, p. 243