Ter Lune

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ter Lune
Gehucht in Nederland Vlag van Nederland
Ter Lune
Ter Lune
Situering
Provincie Friesland
Gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland
Coördinaten 53° 18′ NB, 6° 8′ OL
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Friesland

Ter Lune (gemeentelijke spelling) of Terlune, vroeger ook bekend als Ter Luin(e) of Terluine, is een buurtschap ten noorden van Kollum en ten oosten van Dokkum in de Friese gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland. Het telt drie boerderijen, die allen liggen aan de weg Terlunewei (in de jaren 1950 nog Pikweg genoemd, in de jaren 1970 Terluneweg). Aan deze weg ligt iets zuidelijker de plas Zandwielen. De buurtschap wordt sinds 2013 aangegeven met naambordjes.

Geografie[bewerken]

Ten noorden van de buurtschap stroomt het Dokkumerdiep, waarin iets westelijker de Nieuwe Zwemmer uitmondt en iets oostelijker de Zijlsterrijd, ten westen waarvan aan de monding de plas Sjoukjemoei's Gat ligt. Onderdeel van de Zijlsterrijd vormde vroeger de meander Dwarsrijd (naam genoemd in 1718), die ook Lune of Luine werd genoemd en later droog viel nabij de buurtschap. In de buurtschap hebben twee stinsen gestaan, waaronder een op de plek van de huidige boerderij Tochmastate, die ten zuiden van de huidige boerderij Terlune (vroeger Ter Luin genoemd) ligt. Van de andere, het Slot ter Luine, is de locatie onbekend; deze kan zowel aan de zuidelijke oever van het Dokkumerdiep, op een perceel ten noorden van de boerderij Van der Schaafstate (gebouwd in 1995, daarvoor lag er de boerderij 't huis Ter Luine) hebben gelegen, als op een plek ten oosten van deze boerderij: De eerste plek past beter bij de oude tekst die stelt dat het slot 'op het slijk' werd gebouwd. Bij de tweede plek werden echter oude stenen gevonden, zou in 1885 nog een gracht hebben gelegen en deze plek ligt ook meer voor de hand qua nabijheid van de meander (Oude/Alde) Lune of Luine.

Slot ter Luine[bewerken]

Slot ter Luine (ook Huis ter Luine of Fries: Hûs Ter Lune) wordt voor het eerst genoemd in 1399, toen ze nog buitendijks gelegen was 'op 't slic'. Dat jaar zond de zoon van de Hollandse graaf Albrecht van Beieren, Willem van Oostervant (Willem VI), ridder Gerard van Heemskerk (1378-1429; ook Gerrit genoemd), heer van Oosthuizen naar de kusten van Oostergo en Westergo tijdens de Fries-Hollandse oorlogen. Nadat de troepen bij Dokkum waren ontzet lieten Willem en Gerard ter voorbereiding van de verovering van Oostergo en ter versterking van Dokkum er dat jaar in juni het omgrachte Slot ter Luine bouwen ten zuiden van het Dokkumerdiep, dat de zeepoort vormde tot Dokkum. Het slot kon zo het Dokkumerdiep controleren, alsook de sluis waardoor een deel van Kollumerland werd ontwaterd, die in de Zijlsterrijd lag. Volgens Dijkstra had het ook een veer.[1]

Het slot in aanbouw werd in juni 1399 meerdere malen tevergeefs aangevallen door de Friezen, waarop Kollum rond 16 juni werd platgebrand. Op 20 of 21 juni versloegen de Hollanders de Friezen op verpletterende wijze. De stad Groningen voelde de dreiging die uitging van het fort en riep begin juni de hulp in van de bisschop van Utrecht en de IJsselsteden Deventer, Kampen en Zwolle en sloot ook een alliantie met de Schieringers uit Hunsingo, Fivelgo en Oldambt, die bij een overwinning van de Hollanders de Vetkopers vreesden in hun gebieden. De Schieringers en Groningers deden daarop een vergeefse poging het slot te veroveren; ze werden teruggedreven, mede door het optreden van een Engelsman genaamd Pantier, die in zijn eentje een dam verdedigde tegen hen. Elders in Groningen en Friesland kwam de bevolking echter te veel in het geweer, zodat de Hollanders zich in de maanden erop moesten terugtrekken uit het noorden. Ter Luine werd waarschijnlijk midden juli 1399 relatief eenvoudig alsnog ingenomen door een grote overmacht van Friese soldaten op het achtergelaten 200 man sterke garnizoen. Garnizoenscommandant Gillis van Schengen zag namelijk dat de situatie uitzichtloos was en vroeg om een vrije aftocht, hetgeen hem werd vergund.

In de late middeleeuwen was het als sate in handen van de Kollumse familie Meckema, die het in 1493 moest overdragen aan het Ommelander klooster Trimunt. In 1650 verkochten de Staten van Stad en Lande (die de kloosterlanden bij de reductie in handen kregen) het aan Dirck van Fogelsangh van de Fogelsangh State (Veenklooster). Van het slot is verder niets meer bekend.