Coronacrisis in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een onderwerp met betrekking tot de coronapandemie beschreven.
De informatie op deze pagina kan snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Coronacrisis in Nederland
Coronacrisis in Nederland
Ziekte COVID-19
Virusstam SARS-CoV-2
Locatie Nederland
Eerste besmetting Loon op Zand
Datum eerste besmetting 27 februari 2020
Oorsprong Wuhan, China
Bevestigde besmettingen 1.565.880 (10 mei)[1][2]
Vermoedelijke besmettingen 4.000.000 (april 2021)[3]
Hersteld Onbekend[4]
Overleden RIVM: 18.150 (26 september 2021)[2]

CBS: 31.384 (juni 2021)[5]

Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Coronapandemie
SARS-CoV-2 without background.png
Coronacrisis in Nederland

Overzicht
Caribisch gebied

Bestuur
Maatregelen
Preventieve maatregelen
Steunmaatregelen

Zorg
Intensieve zorg

Gevolgen
Maatschappelijk
Economisch
Ecologisch
Avondklokrellen

Organisaties & Instanties
Ministerie VWS · RIVM (CIb) · OMT · LCPS · LCG · NVIC · NICE · Veiligheidsregio's · GGD · LCH · Taskforce Diagnostiek

Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De coronacrisis in Nederland is onderdeel van de wereldwijde coronacrisis, die eind 2019 ontstond door de uitbraak van de infectieziekte COVID-19. De uitbraak wordt sinds 11 maart 2020 als pandemie erkend. Eind juni 2021 waren meer dan 31.000 Nederlanders aan het coronavirus overleden, zo becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van doodsoorzaakverklaringen.[6] Eind april 2021 hadden volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) mogelijk zo'n vier miljoen mensen in Nederland het virus al eens onder de leden gehad.[7][2]

Begin 2020 werd SARS-CoV-2 – het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt – voor het eerst in Nederland geconstateerd. De eerste besmetting werd op 27 februari gerapporteerd. Deze diagnose betrof een inwoner van de Brabantse gemeente Loon op Zand. Er zouden echter reeds eerder personen in Nederland besmet blijken te zijn geraakt.[8] Het eerste officieel vastgestelde sterfgeval vond plaats op 6 maart in Rotterdam,[9] maar vermoedelijk waren er in februari al zeker vijf overlijdens een gevolg van COVID-19.[10] Mede door carnaval, terugkerende wintersporters en een gebrek aan virustesten kreeg het virus op veel plekken voet aan de grond en verspreidde het virus zich snel vanuit Noord-Brabant, de aanvankelijke hotspot, naar andere delen van het land. Na de eerste uitbraakgolf in het voorjaar van 2020 volgde een heropleving van het virus in het najaar en opnieuw in het voorjaar van 2021, aangeduid als de tweede en derde golf.[11]

Het maatschappelijke verkeer werd ontwricht door het virus en door overheidsingrepen om de uitbraak te bedwingen. Het kabinet-Rutte III sloot onder meer alle scholen, universiteiten, bibliotheken, cafés, niet-essentiële winkels, musea, bioscopen en restaurants op enig moment. De centrale eindexamens van 2020 werden op alle middelbare scholen geschrapt. Sportwedstrijden en tal van andere evenementen werden afgelast. Aan iedereen werd geadviseerd om 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren en zoveel mogelijk binnen te blijven. Er werd tijdelijk een avondklok ingevoerd en reizen van en naar het buitenland werd afgeraden.

Begin 2021 werd een grootschalig vaccinatieprogramma in gang gezet, met als doel de gehele volwassen bevolking, en later ook van 12- tot 18-jarigen, te vaccineren. Sinds september 2021, nadat circa 80 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder zich volledig had laten vaccineren, maakt het beleid nadrukkelijker onderscheid tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden. In plaats van risicosectoren te sluiten, moeten bezoekers vaker bewijzen getest, genezen of gevaccineerd te zijn met een coronatoegangsbewijs.

Het kabinet stelde een economisch hulpplan op om bedrijven die in geldnood kwamen te ondersteunen. De regering schatte eind april 2020 in dat het begrotingstekort dat jaar in het gunstigste geval zou uitkomen op 92 miljard euro, waar vooraf aan de coronapandemie was gerekend op een overschot van negen miljard euro. Uiteindelijk kwam het uit op een tekort van 34 miljard euro, terwijl er in 2019 nog een overschot was van veertien miljard euro.[12]

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

2020[bewerken | brontekst bewerken]

Januari 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins gaf op 24 januari aan de Tweede Kamer aan dat Nederland goed was voorbereid op een uitbraak van het SARS-Cov-2-virus dat leiden kon tot COVID-19, een nieuwe ziekte die fataal kon aflopen en waarvoor geen vaccin voorhanden was. COVID-19 was voor het eerst eind 2019 in de Chinese miljoenenstad Wuhan bij de mens gedetecteerd en om een verdere uitbraak te voorkomen waren alle elf miljoen inwoners in thuisisolatie geplaatst. Er heerste angst dat het virus zou muteren en daardoor onbehandelbaar zou blijven met vele doden tot gevolg.

Op 24 januari werd in Nederland een Outbreak Management Team (OMT) operationeel. Dit door het RIVM samengestelde team van experts ging het ministerie van Volksgezondheid adviseren over het virus en eventueel te nemen maatregelen.[13] Drie dagen later werd COVID-19 door Bruins - op advies van het OMT - aangemerkt als een A-ziekte, waardoor deze ziekte ook bij een vermoeden al bij de GGD meldingsplichtig werd in plaats van tot dan alleen bij een diagnose. De maatregel hield ook in dat een besmet persoon gedwongen kon worden onderzocht, alsook tegen zijn wil in quarantaine kon worden gesteld. Een persoon met ziekteverschijnselen die op COVID-19 leken, mocht van het RIVM alleen op deze ziekte getest worden als hij recentelijk in of in de buurt van Wuhan was geweest.

Februari 2020[bewerken | brontekst bewerken]

In de nacht van 2 op 3 februari arriveerden vijftien Nederlanders uit Wuhan in Nederland.[14][15] Zij waren door de Nederlandse overheid uit die plaats geëvacueerd wegens kans op besmetting met het SARS-CoV-2-virus. Allen werden na aankomst voor veertien dagen in quarantaine gehouden en dienden minstens twee meter afstand te houden tot andere huisgenoten. De quarantaine was afgedwongen door buitenlandse autoriteiten.[16] Ze werden bij aankomst niet standaard getemperatuurd. Alleen als ze zelf aangaven dat ze zich ziek voelden, werd de temperatuur opgenomen. Dat was niet het geval.

Drie dagen later gaf de rijksoverheid aan dat Nederland zich voorbereidde op een eventuele uitbraak van COVID-19 in eigen land. Concreet hield dit in dat het RIVM de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten zou houden. De opzet was daarbij gericht op het voorkomen van besmettingen.[17] Er was geen rechtstreekse vliegverbinding tussen Wuhan en Nederland en het RIVM achtte het daarom onnodig om passagiers uit China bij aankomst op Schiphol te testen op hun lichaamstemperatuur. Ook werd er niet toe overgegaan om beschermingsmaterialen als mondkapjes, beschermbrillen en plastic overalls landelijk in te slaan, evenmin werden materialen ingekocht om te testen op COVID-19.

Op 9 februari volgden uit Wuhan nog eens vijf Nederlanders. Op 16 februari arriveerden tal van Nederlanders die in Oost-Azië passagier waren geweest op het cruiseschip Westendam van de Holland-Amerika Lijn en waarop COVID-19 was uitgebroken. Geen van hen hoefde van de GGD in quarantaine, dat werd pas nodig geacht als ze alsnog ziek zouden worden.

Op 27 februari werd de eerste besmetting met het virus in Nederland gemeld. Het betrof een 56-jarige ondernemer uit Loon op Zand die kort daarvoor naar de Noord-Italiaanse regio Lombardije was afgereisd voor een lederbeurs.[18] Hij bevond zich in Italië van 18 tot 21 februari. De man was op 26 februari opgenomen in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.[19] Op 27 februari testten ook twee van zijn gezinsleden positief. In de nacht van 27 op 28 februari meldde zich een Amsterdamse vrouw met COVID-19-achtige klachten, waarna ook bij haar het virus werd vastgesteld. Zij was tot 23 februari in Italië op skivakantie geweest. Deze patiënt ging in quarantaine in een woning in Diemen. Bij beide gevallen werd contactonderzoek verricht door de GGD.[20]

Na de eerste gevallen in februari in Nederland is in de week daarop een screening gedaan met zorgpersoneel in tien ziekenhuizen. Daar bleek 4,5 procent al met de infectie rond te lopen.[21]

Maart 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 maart waren er tien bevestigde besmettingen in Nederland.[22] Deze kwamen vooral voort uit contact met eerder besmette personen in Nederland. Op 4 maart werd ook een besmetting vastgesteld bij een reiziger die via luchthaven Schiphol op doorreis was. Deze werd in isolatie geplaatst in de daarvoor bestemde containerwoningen die de week ervoor in Hoofddorp werden geplaatst.[23] Twee dagen later stierf in het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis de eerste persoon in Nederland ten gevolge van COVID-19.[24] Het ging om een 86-jarige man uit de gemeente Hoeksche Waard.[9]

Tussen 7 en 12 maart werden in het Bredase Amphia Ziekenhuis en het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis alle gezondheidsmedewerkers met koorts en/of ademhalingsklachten op vrijwillige basis getest op COVID-19. Bij 83 (6,4%) van de geteste medewerkers – werkzaam op 52 verschillende afdelingen – werd de ziekte vastgesteld. Slechts 46 besmette personen hadden zeker koorts en maar drie waren in contact geweest met bewezen COVID-19-patiënten. Vierenvijftig personen hadden met de klachten doorgewerkt. Zeven gaven aan al klachten te hebben ondervonden eerder dan 27 februari. De meeste geïnfecteerden hadden milde klachten. Gesuggereerd werd dat de ziekte al in Nederland verspreid was voordat officieel de eerste persoon met COVID-19 vastgesteld werd. De onderzoekers riepen op om bij een vermoeden van COVID-19 niet alleen af te gaan op koorts.[25]

De regering kwam op 9 maart met meerdere hygiënemaatregelen. Zo werd iedereen aangeraden regelmatig zijn handen te wassen en niet meer in de hand maar in de elleboog te niezen of te hoesten, alsook om geen stoffen maar alleen nog papieren zakdoekjes te gebruiken. Sinds die dag wordt ook landelijk gevraagd om geen handen meer te schudden. Inwoners van Noord-Brabant werd opgeroepen zo veel als waar mogelijk vanuit huis te werken.[26][27][28]

Hamstergedrag: lege schappen in Delft op 15 maart 2020

De ingestelde maatregelen leidden tot hamstergedrag bij een deel van de Nederlandse bevolking. Vooral toiletpapier, handgel en paracetamol, maar ook pasta's en blikvoeding, werden gretig ingekocht. Premier Mark Rutte kwam eraan te pas om op te roepen om het hamsteren te laten, aangezien er volgens hem voldoende voorraad was. Ook de supermarkten, die recordomzetten draaiden, riepen op om te matigen. De regering vroeg om in elk geval niet meer met cashgeld te betalen, maar zoveel mogelijk contactloos te betalen om verspreiding van het coronavirus via contact met bankbiljetten of het toetsenbordje van de betaalautomaat te voorkomen.

In de provincie Noord-Brabant werden vanaf 10 maart alle evenementen met meer dan duizend bezoekers per direct verboden. De Brabanders werden gevraagd een week lang zo weinig mogelijk sociale contacten aan te gaan.[29]

Op 11 maart oversteeg het aantal vastgestelde besmettingen in Nederland de vijfhonderd.[30]

De volgende dag (12 maart) werden in de middag diverse nieuwe landelijke overheidsmaatregelen afgekondigd. Iedereen in Nederland werd opgeroepen om thuis te blijven bij klachten als neusverkoudheid, hoesten, keelpijn of koorts. Ook werd gevraagd om sociaal contact te mijden. Bijeenkomsten met meer dan honderd personen werden afgelast. Dat gold ook voor publieke locaties als musea, concertzalen, theaters, sportclubs en sportwedstrijden. Voor supermarkten gold die regeling niet. Mensen met een beroep werden opgeroepen zoveel mogelijk thuis te werken of de werktijden te spreiden. Ouderen en personen met verminderde weerstand werden verzocht grote gezelschappen en openbaar vervoer te mijden. Eenieder werd opgeroepen niet naar het buitenland te reizen. Hogescholen en universiteiten sloten hun deuren. Scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en kinderopvang bleven gewoon open. De regering was van mening dat daar weinig sprake was van besmettingen. Kinderen en jongeren vormden volgens het Rijk bovendien niet de groep met de hoogste risico's. Daarnaast zouden de maatschappelijke gevolgen van het sluiten van deze scholen volgens de overheid groot zijn en zou sluiting weinig bijdragen aan het beperken van de verspreiding. Kinderen die verkouden waren, werd wel gevraagd thuis te blijven.[31]

Ondernemers konden vanaf die dag (12 maart) uitstel van betaling krijgen voor de inkomsten-, vennootschaps-, omzet- (btw) en loonbelasting als zij door de coronacrisis in betalingsproblemen waren gekomen.[32] Een dag later werd de regeling voor een verbod op samenkomsten van meer dan honderd personen afgezwakt tot alleen "vergunningsplichtige" bijeenkomsten, iets wat volgens het Rijk meteen al de bedoeling was geweest.

Diverse scholenorganisaties eisten dat de scholen gesloten werden en tal van scholen gingen daar zelf al toe over, in weerwil van de wens van het Nederlandse kabinet. Op 15 maart werd de grens van duizend vastgestelde COVID-19-gevallen overschreden. Op deze zondag werd om ongeveer halfzes 's middags bekendgemaakt dat alle eet- en drinkgelegenheden (behalve die in hotels), sport- en fitnessclubs, sauna's, seksclubs en coffeeshops vanaf 18.00 uur die dag dienden te sluiten. En het kabinet besloot tevens om vanaf de volgende dag toch maar alle scholen en kinderdagverblijven te sluiten. Het ging daarbij om scholen in het basis- en voortgezet onderwijs en mbo. Kinderen van personen in wat "cruciale beroepen" genoemd werden, zoals die in de zorg, politie, openbaar vervoer en brandweer kregen wel les, zodat hun ouders of verzorgers aan het werk konden blijven. Iedereen werd opgeroepen om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. De volgende dag werden enkele regels versoepeld. Zo mochten afhaalrestaurants wel openblijven, evenals coffeeshops, zolang men maar na het ophalen van de bestelling weer vertrok.[33] De regeling bij de coffeeshops werd ingevoerd om straathandel in softdrugs te voorkomen.

In supermarkten verschenen in maart 2020 rood-witte scheidslijnen op de grond om aan klanten aan te geven tot hoever ze van elkaar afstand dienden te houden, zoals hier in Amsterdam.

Op 16 maart sprak Rutte het land toe via de televisie, radio en livestreams. Hij legde uit dat het Nederlandse kabinet een strategie van groepsimmuniteit nastreefde, hoewel spreiding van besmettingen over de tijd het primaire doel was. Rutte zei ervan uit te gaan dat een groot deel van de Nederlandse bevolking uiteindelijk besmet zou raken met het coronavirus. Hij gaf daarbij aan "dat het maanden of zelfs langer kan duren om groepsimmuniteit op te bouwen".[34][35][36]

Vanaf dezelfde dag werden de bevolkingsonderzoeken naar darmkanker, baarmoederhalskanker en borstkanker stopgezet om capaciteit vrij te maken voor de opvang van coronapatiënten.[37] Ook de testlaboratoria werden nu ontlast en konden hun capaciteit aanwenden voor testen op het coronavirus. Op dinsdagavond 17 maart om acht uur klapten tal van Nederlanders op afspraak voor zorgmedewerkers, vuilnismannen en alle anderen die het land draaiende hielden. Het initiatief kwam van drie particulieren die daartoe via sociale media een oproep hadden gedaan.[38][39] Ook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en hun kinderen deden mee.[40] Half maart sloten alle Nederlandse ziekenhuizen hun deuren voor bezoekers aan patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen. Niet-essentiële operaties werden in principe niet meer uitgevoerd.

Eenieder die koorts had van meer dan 38 graden Celsius, verkouden was, of die een loopneus had of ademhalingsklachten werd verordonneerd om thuis te blijven. Een uitzondering was er voor personeel in wat de overheid "cruciale beroepen en vitale processen" noemde. Daaronder vielen onder meer alle gezondheidsmedewerkers, die in de zorg, brandweer, politie en bij het openbaar vervoer werkten. Zij konden aan het werk blijven bij milde verkoudheidsklachten, zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest of verhoging tot 38 graden Celsius, of wanneer een gezinslid klachten met koorts (vanaf 38 graden Celsius) en/of benauwdheid kreeg,[41] dit om personeelstekorten in deze sectoren te voorkomen.

In openbare bussen in het hele land konden passagiers alleen nog achterin in- en uitstappen. Het gangpad direct achter de bestuurder werd geblokkeerd met rood-witte afzetlinten om te beletten dat passagiers in de buurt van de bestuurder konden komen. De achterdeur werd in het vervolg normaliter geopend door de bestuurder, zodat de passagiers de open-dichtknop niet hoefden te beroeren. Busmaatschappijen schrapten een deel van de dienstregeling wegens gebrek aan passagiers. Ook de dienstregeling van de treinen werd om dezelfde reden flink teruggedraaid.

Halverwege maart sloten diverse attractieparken, dierentuinen en vakantieparken op advies van de veiligheidsregio's hun deuren voor bezoekers.[42][43]

Het kabinet presenteerde op 17 maart de Tweede Kamer de instelling van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW), bedoeld om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van loon aan werknemers als het bedrijf in betalingsmoeilijkheden was gekomen door de coronacrisis. Een ondernemer die een omzetverlies verwachtte van minimaal 20% kon een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen tot 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. Een harde bijkomende voorwaarde was dat bedrijven die gebruikmaakten van deze regeling geen personeel mochten ontslaan om bedrijfseconomische redenen. Gebeurde dat toch, dan werd de loonsom op basis waarvan subsidie werd verstrekt, verlaagd met 150 procent van het loon van het ontslagen personeelslid.[44]

De regeling gold vooralsnog voor drie maanden, van maart tot mei. Daarnaast kon een zelfstandige zonder personeel onder voorwaarden een tegemoetkoming aanvragen tot het sociaal minimum. Deze regeling kreeg de naam Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo).[45] Met de regeling waren miljarden euro's gemoeid. Het geld werd geleend op de kapitaalmarkt, waardoor de staatsschuld steeg.

Het Eurovisiesongfestival 2020 in Rotterdam werd op 18 maart geannuleerd.[46] Verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg werden vanaf 20 maart gesloten voor bezoekers en anderen die niet noodzakelijk waren voor de basiszorg.[47] Een deel van de instellingen was daar al uit eigen beweging toe overgegaan. Koning Willem-Alexander hield die avond een toespraak van zeven minuten gericht aan het gehele Nederlandse volk. Dit was de eerste keer, buiten de jaarlijkse kersttoespraak om, sinds de MH17-ramp in 2014. De Belgische koning Filip, de Deense koningin Margrethe en de Zweedse koning Carl Gustaf gingen hem al voor. De koning complimenteerde, troostte én waarschuwde. Hij riep op om eenzaamheid te voorkomen en sloot af met: "Alertheid, solidariteit en warmte: zolang we die drie vasthouden kunnen we deze crisis samen aan, ook als het wat langer gaat duren."

De Dam in Amsterdam op 27 maart om vijf uur 's middags, normaal gesproken een van de drukste pleinen van Nederland met voetgangers, nu vrijwel verlaten.

In supermarkten verschenen in maart bij de kassa spatschermen van plexiglas die moesten voorkomen dat klant en caissière elkaar konden besmetten. Op de grond bij de kassa's werden op 1,5 meter afstand van elkaar horizontale strepen geplakt die de wachtende klanten op afstand dienden te houden. Diverse winkels die open mochten blijven, sloten toch hun deuren, onder meer die van de winkelconcerns C&A, IKEA, Zara en De Bijenkorf.[48] Bij de ingang van de winkels die openbleven verschenen sta-tafeltjes met flesjes desinfecterende vloeistof en het verzoek daar vooraf aan het betreden van de zaak gebruik van te maken.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën gaf op 20 maart aan dat de komende drie maanden voor een bedrag van 45 tot 65 miljard euro door Nederland op de kapitaalmarkt geleend diende te worden om de door het kabinet toegezegde financiële vergoedingen aan bedrijven te kunnen betalen. En als de nood aan de man was, zou het kabinet volgens Hoekstra zelfs tot 90 miljard euro kunnen uitgeven.[49]

Om de drukke Brabantse ziekenhuizen met COVID-19-patiënten te ontlasten werden honderden patiënten verspreid over Nederland, vooral naar Noord-Nederland en Oost-Nederland. Dat verliep niet overal voorspoedig. Zo werd een patiënt geweigerd omdat het geen "academische patiënt" betrof en eiste een ander ziekenhuis dat de overgedragen patiënt coronavirusvrij was. Ziekenhuis Bernhoven in Uden probeerde tevergeefs om de spoedoperatie van een niet-coronapatiënt te verplaatsen. Die moest uiteindelijk toch in het eigen gebouw plaatsvinden, omdat collega's hem weigerden over te nemen. Volgens de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care Diederik Gommers ging het om "misverstanden". Hij voegde daaraan toe dat het overplaatsen van patiënten lastig was, door het gebrek aan voertuigen met de benodigde uitrusting voor intensivecarepatiënten.[50] Gommers kondigde op 21 maart de komst van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding aan dat zich ging bezighouden met de spreiding van ziekenhuisopnamen van COVID-19-patiënten in Nederland.

Op 23 maart werden door het kabinet strengere maatregelen afgeroepen. Rutte noemde deze maatregelen een intelligente lockdown.[51][52] Groepsvorming van meer dan twee personen in de publieke ruimte werd verboden. Een uitzondering was er voor personen die een gezamenlijk huishouden voerden. Onder groepsvorming in het algemeen werd verstaan als er minder dan 1,5 meter afstand werd gehouden. Er was ook geen sprake van groepsvorming als kinderen tot en met twaalf jaar samenspeelden onder toezicht van een of meer ouders of voogden, mits de toezichthouders onderling 1,5 meter afstand bewaarden. Het uitoefenen van bijna alle contactberoepen werd verboden. Daaronder vielen masseurs, kappers, nagelstylisten, prostituees en rijinstructeurs. Er werd een uitzondering gemaakt voor (para)medische beroepen. Casino’s, speelhallen en daarmee vergelijkbare instellingen werden gesloten. Winkels en markten mochten openblijven zolang men zich hield aan de 1,5 meter afstand en de geldende hygiënemaatregelen. Vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden mochten door de autoriteiten gesloten worden als er door de bezoekers geen 1,5 meter afstand werd gehouden. Huishoudens mochten nog maar bezoek ontvangen van maximaal drie personen, waarbij wel een minimale afstand van 1,5 meter aangehouden diende te worden. Bij overtreding konden volwassenen een boete krijgen van 390 euro, minderjarigen van 95 euro. Bedrijven konden tot 4350 euro beboet worden.

Marktregels in Nederland ten tijde van de coronacrisis
Reglementen in de wachtrijen van Attractiepark Toverland.

Om met een bankpas contactloos betalen zonder pincode voor meer mensen mogelijk te maken, werd op 24 maart het maximumbedrag van 25 euro verdubbeld. Op 19 maart werd de dagelijkse cumulatieve limiet al verhoogd naar honderd euro. In de publieke ruimte werden door de overheid handhavers ingezet die erop moesten toezien dat eenieder van wie dat verwacht werd minimaal 1,5 meter afstand tot elkaar hield. In supermarkten werd het gebruik van een winkelwagen en bij gebrek daaraan een winkelmand verplicht gesteld om op die manier automatisch afstand te creëren. Diverse winkels en supermarkten gingen ertoe over om winkelwagen en winkelmand direct na gebruik te desinfecteren. Overal in het land verschenen waarschuwingen om toch vooral 1,5 meter afstand te bewaren. Winkels lieten nog maar een beperkt aantal klanten toe en riepen anderen op om buiten op hun beurt te wachten.

Op 24 maart maakte minister Slob bekend dat de centrale eindexamens in het voortgezet onderwijs niet door zouden gaan in 2020. Leerlingen konden aan de hand van de schoolexamens, die eerder in het jaar afgenomen worden, hun diploma behalen. Als leerlingen gezakt waren, mochten deze twee resultaatverbeteringstoetsen maken, die even zwaar meewegen als een Centraal Examen voor een vak. Vanaf de laatste week van maart werden op diverse locaties hotels van de ketens Van der Valk en Fletcher heringericht tot 'coronahotel'. Ze werden geschikt gemaakt voor coronapatiënten die er te slecht aan toe waren om thuis te blijven en te goed voor een ziekenhuis. Ook personen die een andere ziekte onder de leden hadden en in het ziekenhuis uitbehandeld waren, konden er terecht om de ziekenhuizen te ontlasten, zodat ze meer coronapatiënten konden opvangen.

Een protocol voor 'verantwoord winkelen' werd vanaf 25 maart van kracht. Winkels mochten nog maar per tien vierkante meter winkeloppervlak één klant toelaten. Klanten werd gevraagd zoveel mogelijk alleen te komen en alleen nog de producten aan te raken die men nodig had. Proeverijen werden verboden.[53]

Nederland zou maximaal 1700 coronapatiënten op de Intensive Care-units kunnen opnemen, zo bleek tijdens een informatieronde van het RIVM met de Tweede Kamer. Uitbreiding van dat aantal werd op korte termijn onmogelijk geacht. De verwachting volgens het RIVM was dat eind mei het aantal van 1700 COVID-19-patiënten op de IC bereikt zou worden, daarna zou het aantal afnemen.[54][55]

Het CBS meldde op 26 maart dat als gevolg van de genomen maatregelen om de coronacrisis te bezweren een recessie in Nederland onafwendbaar was.[56] De werkloosheid zou oplopen. Op luchthaven Schiphol nam in de tweede helft van maart het passagiersvervoer af met 83%.

Een deel van de ondernemingen met tot 250 medewerkers kwam vanaf die dag in aanmerking voor een eenmalige uitkering van 4000 euro als aangetoond kon worden dat door de kabinetsmaatregelen om de SARS-CoV-2-uitbraak te bestrijden in drie maanden tijd een omzetverlies van 4000 euro werd geleden en er tegelijkertijd sprake was van 4000 euro vaste lasten.[57] De beleidsregel was bedoeld voor bedrijven als kapperszaken en cafés die op last van de overheid hun zaak hadden moeten sluiten. De tegemoetkoming werd bekend als de TOGS-regeling.

Het Nederlandse Leger des Heils vroeg op 26 maart onder het motto "Thuisblijven, hoe dan?!" aandacht voor de problematiek van daklozen die geen plek hadden om vanwege het coronavirus thuis te blijven. Ook vluchtelingen hadden in de opvanglocaties geen eigen plek, waardoor het risico op besmetting groter was. Alternatieven konden volgens de christelijke organisatie worden gevonden in leegstaande hotels en vakantieparken of in sporthallen.[58]

Om aan de grote vraag in Nederland aan handgels te voldoen gingen bedrijven die actief waren in het produceren van alcohol voor consumptie over op het fabriceren van desinfecterende alcohol. Royal Swinkels Family Brewers, voorheen Bavaria, haalde zelfs het onverkocht gebleven bier op bij cafés om er desinfecterende alcohol van te brouwen.[59]

Winkels in doe-het-zelfartikelen, keukens en vloeren behaalden in maart hun grootste omzetstijging sinds het CBS in 2005 begon met de meting van koopdaggecorrigeerd gedrag. In dezelfde maand leden kleding- en schoenenwinkels hun grootste omzetverlies sinds 2005. Supermarkten hadden daarentegen een omzetstijging van meer dan dertien procent. Online werd er bijna 29 procent meer verkocht dan in dezelfde maand een jaar eerder. Over de hele linie werd er in maart in de detailhandel een omzetstijging van 13,5 procent gemeten.[60]

Een reiziger vanuit Nederland die in Zuid-Afrika deelnam aan een wijnexcursie wordt in dat land beschreven als de "Patient Zero of the Winelands". Tijdens de tiendaagse trip tussen 3 en 13 maart bezocht de groep zo'n dertig wijnlocaties.[61] In Suriname werd op 13 maart de eerste besmetting vastgesteld bij een reiziger die onlangs in Delft en Rotterdam was geweest.[62] Dezelfde dag werd ook de eerste besmetting vastgesteld in Curaçao. Het betrof een 68-jarige man uit Noord-Brabant die op vakantie was in het land.[63] Reizigers die aankwamen of terugkeerden vanuit Nederland testten ook positief in India.[64][65]

April 2020[bewerken | brontekst bewerken]

De NOW-regeling, waarbij werkgevers voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming tot negentig procent in de financiering van loonkosten konden krijgen, ging in op 2 april.[66]

Vanwege de uitbraak van het coronavirus werden alle evenementen in het kader van de 'Maand van de vrijheid' afgelast. De gehele maand april zouden er activiteiten gehouden worden om te herdenken dat Nederland 75 jaar bevrijd was van Duitse bezetting en de Nederlandse gebiedsdelen in Azië van Japanse overheersing, beide ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Het kabinet riep op 2 april Duitsers en Belgen op om met Pasen niet naar Nederland te komen. Het verkeer uit België was toen al met zeventig procent afgenomen en dat uit Duitsland met tachtig procent. Een grenssluiting achtte het kabinet om die reden niet noodzakelijk.[67] Vanaf 6 april werd er meer getest op patiënten met een hoog risico op ernstig verloop van een coronavirusinfectie. Ook zorgmedewerkers, zoals huisartsen, verpleeghuismedewerkers, medewerkers gehandicaptenzorg en thuiszorgmedewerkers met klachten, gingen meer getest worden.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid maakte op 7 april publiek dat het kabinet overwoog een app in te zetten die liet zien of iemand in de buurt was geweest van een persoon die COVID-19 onder de leden had gekregen. Ook moest de app het makkelijker maken om vanuit huis contact te houden met een dokter. De Jonge liet nog in het midden of het gebruik van de app verplicht werd gesteld. Op vrijdagnamiddag 11 april gaf het kabinet bedrijven en private deskundigen tot 14 april 12.00 uur de tijd om voorstellen in te dienen voor deze track-and-trace-app. De app-gegevens mochten daarbij niet centraal worden opgeslagen en niet herleidbaar zijn tot een individu.

Lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten konden een beroep doen op een voor hun opgericht steunfonds, waarbij ze afhankelijk van hun bereik of oplage eenmalig tussen de vierduizend en enkele tienduizenden euro’s financiële steun konden krijgen ter compensatie voor tijdens de coronacrisis gemaakte verliezen.[68]

In de pers verschenen meerdere berichten over mensen die door buurtgenoten aan de politie verklikt werden voor het overtreden van de anti-coronavirusregelgeving, zoals meer dan drie personen thuis op visite hebben, het voor een select gezelschap geopend houden van een café, het houden van pokerwedstrijden of kappers die stiekem klanten knipten. De politie drong huizen binnen waar zich meer dan drie bezoekers bevonden. De gemeente Kampen startte een telefonische kliklijn waar inwoners anoniem iemand konden verklikken.[69]

Na druk vanuit de non-foodsector van ondernemingen die open mochten blijven maar klaagden over sterk omzetverlies door de kabinetsmaatregelen, besloot de regering op 7 april de TOGS-regeling voor een eenmalige tegemoetkoming van 4000 euro ook voor deze branche beschikbaar te maken.

Het gemeentehuis in Pekela is een van de vele plaatsen waar geen handen meer werden geschud.

Het RIVM gaf op 8 april aan dat sinds begin maart in zo'n 900 van de 2.500 verpleeghuizen het coronavirus was uitgebroken. In alleen al de helft zouden zeker al 389 bewoners aan de ziekte zijn overleden.[70] Rutte riep voor het paasweekeinde op om gespreid inkopen te doen en zoveel mogelijk thuis te blijven. Op 10 april werd de grens van 2.500 geregistreerde COVID-19-doden overschreden.

Vanaf 14 april gingen de Nederlandse huisartsen op eigen initiatief zelf bijhouden welke patiënten die niet getest waren op COVID-19 toch deze ziekte onder de leden konden hebben. Van patiënten die zowel koorts, minder zuurstof in het bloed als luchtwegproblemen hadden, werd aangenomen dat ze COVID-19 hadden. De huisartsen hoopten hiermee een beter beeld te kunnen creëren van de besmettingsgraad. Tot nog toe werden patiënten die niet getest werden, niet in de statistieken opgenomen. Alle gegevens werden centraal verzameld.[70] Dezelfde dag kwam het RIVM met de mededeling dat tot dan 28% van alle geregistreerde besmettingsgevallen zorgmedewerker was, ofwel in zo'n 8.000 gevallen. Files op de verkeerswegen waren er bijna niet meer.[71] In de spits was er ongeveer vijftig procent minder verkeer. Winkelend publiek bleef ook weg en daalde ruwweg met zo'n zestig procent.

De sterfte onder bewoners van institutionele huishoudens, zoals verpleeg- en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en gehandicapten, gevangenissen en asielzoekerscentra, was in week 14 bijna verdubbeld ten opzichte van de gemiddelde sterfte per week in de eerste tien weken van het jaar.[72]

Voor de sierteelt en bepaalde onderdelen van de voedingstuinbouw werd een omzetschaderegeling in het leven geroepen ter hoogte van zeshonderd miljoen euro. Fritesaardappeltelers kregen een compensatie voor de fritesaardappelen waarvoor geen afzet meer was.[73] Vooral door de sluiting van de horeca bleef de aardappelbranche met hun fritesaardappelen zitten. Volgens de branche ging het om een miljoen ton fritesaardappelen waarvoor geen kopers meer waren.[74]

Op 16 april werd op Bonaire als laatste eiland van Caribisch Nederland een besmetting vastgesteld. Het betrof een persoon die recentelijk contact had gehad met iemand die in Aruba was geweest en zelf ziekteverschijnselen had. De contacten waren in beeld en directe nieuwe maatregelen werden niet nodig geacht.[75]

Rutte gaf op 17 april aan dat het gebruik van de app ten behoeve van de COVID-19-bestrijding niet verplicht zou worden gesteld. Op 18 en 19 april konden bedrijven en organisaties op uitnodiging hun ontwerp voor een 'corona-app' voorleggen aan het ministerie van Volksgezondheid. Er werden zeven apps getoond, waarvan er zes met bluetooth werkten.[76] De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), waarmee het kabinet bij de opzet van de app samenwerkte, zei geen oordeel te kunnen geven. De AP gaf aan dat het kabinet niet duidelijk had aangegeven binnen welke (privacy)kaders de app diende te functioneren en hadden als gevolg daarvan de app-bouwers hun ontwerp onvoldoende kunnen uitbouwen.[77]

De Nederlandse huisartsen hadden tussen 12 maart en 20 april in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2-virus naar schatting ruim 360.000 minder patiënten doorverwezen naar een medisch specialist in het ziekenhuis. Daarnaast wachtten naar schatting 290.500 mensen na een doorverwijzing langer dan gemiddeld nog op een afspraak in het ziekenhuis. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ging er vanuit dat al deze afspraken waren afgezegd.[78] De NZa werd door het ministerie van Volksgezondheid gevraagd om de opvang gefaseerd weer op gang te krijgen, afhankelijk van de ontwikkelingen rond het coronavirus en te beginnen met de ergste gevallen. Alle betrokken instanties waren ervan doordrongen dat ook bij andere patiënten dan die met COVID-19 gezondheidsschade voorkomen diende te worden.

In het hele land verschenen op de grond steunbetuigingen om de coronacrisis te doorstaan, zoals hier in een bos

Het kabinet besloot op 21 april om de basisscholen vanaf 11 mei weer te openen. Scholieren zouden ongeveer de helft van hun lestijd weer les op school gaan krijgen, wel in kleinere groepen. De andere helft van de tijd zouden ze thuiswerk krijgen. De dagopvang voor 0-4 jarigen zou vanaf 11 mei weer volledig open gaan. Dat gold ook voor het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd. Alle evenementen werden in elk geval tot 1 september afgelast,[79] waardoor festivals als Pinkpop en Lowlands geen doorgang konden vinden, maar ook de Nijmeegse Vierdaagse en Sail Amsterdam gingen niet door. De festivalbranche had het kabinet om organisatorische en verzekeringstechnische redenen al onder druk gezet om nu al een dergelijke stap te zetten als de ontwikkelingen rondom de uitbraak van het coronavirus vooralsnog ongewis zouden zijn. Ook het betaald voetbal werd tot 1 september verboden, waarmee het seizoen 2019/2020 per direct beëindigd was.[79] Het aantal geregistreerde ziekenhuisopnamen oversteeg op 21 april de 10.000 patiënten en dezelfde dag werd bij het aantal bevestigde doden aan COVID-19 de grens van 4000 gepasseerd.

Meer dan honderdduizend bedrijven hadden op 22 april al een beroep gedaan op de NOW-regeling die pas op 2 april was ingesteld. De regeling werd vanaf vandaag versoepeld, waardoor meer concerns er een beroep op konden doen. Die moesten dan wel afspraken maken met vakbonden over werkbehoud en dit jaar afzien van de uitkering van bonussen en dividend en mochten ook geen eigen aandelen inkopen.[80]

Het ministerie van Financiën sprak op 24 april de verwachting uit dat het begrotingstekort voor 2020 in het gunstigste geval 92 miljard euro zou bedragen, ofwel een tekort van 11,8%. Vooraf aan de coronacrisis was nog gerekend op een positief resultaat van negen miljard euro.[81] Dezelfde dag werd aangegeven dat leerlingen van het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni (deels) weer naar school konden. Op 24 april trad een wet in werking die het tijdelijk mogelijk maakte dat onder andere notariële aktes tijdelijk elektronisch mochten worden ondertekend, dus op afstand. Deelnemers aan jaarvergaderingen hoefden niet meer bij elkaar te komen en mochten 'elektronisch vergaderen'. De politie kreeg het wettelijke recht om degenen die agenten bespuugden of met hun adem in het gezicht bliezen desnoods gedwongen te laten testen op het SARS-CoV-2-virus.[82]

Die dag maakte het kabinet ook kenbaar dat de staat luchtvaartmaatschappij KLM financiële steun ging verlenen in ruil voor onder meer een loonoffer van het personeel. Gedacht werd aan een bedrag tussen de twee en vier miljard euro dat besteed ging worden aan een geldlening en staatsgarantie.[83] De jaarlijkse landelijke uitreiking van een koninklijke onderscheiding werd vanwege de coronacrisis uitgesteld tot een nader te bepalen dag. Wel werden de gedecoreerden op 24 april telefonisch ingelicht dat "het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd om hen te benoemen in een ridderorde".[84]

De huisartsen meldden tot 24 april 764 namen van overledenen die bij leven niet getest waren op het SARS-CoV-2-virus, maar waarvan wel sterk vermoed werd dat ze het virus onder de leden hadden. Doordat ze niet getest waren, ontbraken ze in de cijfers van het RIVM. Ze bleken gemiddeld nog acht dagen te leven na het opdoen van de eerste gezondheidsklachten gerelateerd aan COVID-19. Van deze patiënten stierf 45% thuis en 44% in verpleeg- of verzorgingshuizen. Geconcludeerd werd tevens dat vermoedelijk al eerder dan 6 maart in Nederland mensen zijn gestorven aan het coronavirus.[85]

Doordat zich minder mensen op straat bevonden en meer thuis namen het aantal verkeersongevallen, zakkenrollen, fietsendiefstallen en woninginbraken af.[86] Doordat de mensen meer tijd thuis doorbrachten en meer gingen tuinieren, werd er vier keer meer gevonden explosief oorlogstuig gerapporteerd.[87]

Het besmettingspercentage van de Nederlandse bevolking lag eind april volgens schattingen op vier procent. Mocht dat de komende drie jaar stijgen naar zestig procent, dan verwachtte de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) en het RIVM dat er nog 37.500 corona-patiënten op de IC terecht zouden komen. De IC-capaciteit zou dan structureel verhoogd moeten worden.[88]

Het kabinet werkte aan een noodwet om de noodmaatregelen in een wettelijk kader te plaatsen. Nu de noodverordeningen een semipermanent karakter kregen, werd die nieuwe wet noodzakelijk, aangezien de noodmaatregelen ongrondwettelijk waren en daardoor niet rechtsgeldig. Het ging onder meer om het wettelijk vastleggen van het verbod op groepsvorming zonder anderhalve meter afstand te houden en dat de politie ongevraagd woonhuizen mocht betreden om degenen die zich niet aan die afstandsregeling hielden te bekeuren.[89]

Per 27 april telde Nederland bijna vijftienduizend mensen minder in verpleeg- en verzorgingshuizen dan op 1 januari dat jaar, een afname van twaalf procent. Het aantal bewoners daalde door de hogere sterfte ten gevolge van het coronavirus in combinatie met een sinds half maart gedecimeerde instroom van nieuwe bewoners.[90] Nederlanders waren huiverig geworden zich in zorg- en verpleeghuizen te laten opnemen, niet alleen omdat in veel van die instellingen het coronavirus tierde, maar ook omdat bezoek niet toegestaan werd.[91]

Het aantal mensen met betaald werk daalde in april met 160.000 naar 8,9 miljoen. Een dergelijke terugval in een maand tijd was niet eerder voorgekomen sinds in 2003 door het cbs begonnen werd met maandcijfers. Bij jongeren was de daling met meer dan 100.000 het grootst. In april waren er 314.000 werklozen in het land, een toename van 41.000, onder wie 25.000 jongeren. Het UWV registreerde eind april 292.000 ww-uitkeringen, 42.000 meer dan in maart.[92]

Mei 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de vele waarschuwingen op papier, hier bij een tandartsenpraktijk.

De jaarlijkse dodenherdenkingen op 4 mei vonden doorgang, maar zonder publiek.[93] Op veel plaatsen konden de gehele dag kransen en bloemen bij oorlogsmonumenten neergelegd worden. In tegenstelling tot voorgaande jaren waarbij alleen na zes uur 's avonds gevlagd mocht worden, mocht dat nu de gehele dag.

In het weekeinde van 2 en 3 mei arriveerden in Nederland een miljoen serologische tests, door het ministerie van Volksgezondheid in samenwerking met bloedbank Sanquin in China ingekocht. Met de test konden antistoffen op het SARS-CoV-2-virus in de bloedbaan worden aangetoond.[94] De testen worden steekproefsgewijs uitgevoerd. Het ministerie van Volksgezondheid hoopt daarmee inzicht te krijgen in hoe het virus zich in Nederland verspreidt. Het bevolkingsonderzoek wordt uitgevoerd Sanquin, het RIVM en medische laboratoria. Het is de bedoeling dat met de test vastgesteld gaat worden hoeveel Nederlanders het virus hebben gehad. Bovendien moet de test gaan helpen bij het verkrijgen van kennis over de ontwikkeling van antistoffen tegen COVID-19 bij degenen die het virus al hebben gehad. Met de test kon niet aangetoond worden of iemand immuun is tegen het virus, omdat nog niet bekend was in welke mate iemand die antistoffen had ontwikkeld, ook immuniteit ontwikkeld had.[95]

Het geplande aantal vluchten van luchtvaartmaatschappij KLM bedroeg in mei nog maar ongeveer vijftien procent vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder. De intercontinentale vluchten bestonden vooral uit vrachtvervoer. Vanaf 11 mei werd voor alle KLM-passagiers het gebruik van mondkapjes verplicht gesteld.[96]

De NS vroeg passagiers om op roltrappen vier treden afstand van elkaar te houden en vijf stoeptegels op de perrons. De beleidsregel om in de trein zelf 1,5 meter afstand van elkaar te houden bleef gehandhaafd.

Alle publieke evenementen ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding van Nederland werden op Bevrijdingsdag 5 mei afgelast vanwege het coronavirus. Wel werd in alle provinciehoofdsteden en in Wageningen het bevrijdingsvuur ontstoken, maar publiek was niet welkom.[97]

Aangepaste wachtrijen en waarschuwingsborden bij de entree van Attractiepark Toverland (juni 2020).

Rutte kondigde op 6 mei aan dat kappers, schoonheidsspecialisten en pedicures vanaf 11 mei weer aan het werk mochten gaan. Klanten dienden wel vooraf een afspraak te maken. Buitensporten werden ook weer toegestaan, maar er moest wel 1,5 meter afstand aangehouden worden. Ook bibliotheken gingen vanaf 11 mei weer open. Vanaf 1 juni wordt voor passagiers in het openbaar vervoer het dragen van een mondkapje verplicht. Er werd aangedrongen om alleen noodzakelijke reizen te maken. Het voortgezet onderwijs zou weer van start gaan, en terrassen gingen ook weer open. Restaurants en cafés mochten ook weer de deuren openen, doch voor maximaal dertig gasten. Ook hier moest eerst gereserveerd worden. Bioscopen kregen vanaf die dag groen licht om weer voor bezoekers een film te draaien, maar er moest wel vooraf online een kaartje worden gekocht. Dezelfde regeling gold ook voor musea. Vanaf 1 juli mogen de campings weer gasten toelaten, ook de douches en toiletten op campings werden vanaf die dag weer toegankelijk. Bioscopen, restaurants, cafés, theaters en concertzalen gaan vanaf 1 juli open voor maximaal honderd personen. Vanaf 1 juli mogen de sportscholen hun deuren openen. Ook binnen- en contactsporten worden vanaf dan weer toegestaan. Sportwedstrijden mogen vanaf die dag weer gehouden worden, maar publiek is niet welkom. De aangekondigde versoepelingen zullen niet doorgaan als er een stijging merkbaar is van het aantal COVID-19-patiënten.

Minister Wouter Koolmees van Sociale zaken en werkgelegenheid gaf op 8 mei aan dat vanaf de maand juni bij de verlenging van de NOW-regeling niet meer de voorwaarde werd gesteld dat bedrijven hun personeel niet mochten ontslaan om bedrijfseconomische redenen. De 'ontslagboete' wilde Koolmees per 1 juni laten vervallen.[44] Over deze vernieuwde NOW-regeling diende de Tweede Kamer nog een beslissing te nemen.

Ook binnenzwembaden mochten vanaf 11 mei weer opengaan. Aan de bezoekers werd gevraagd om vooraf aan het zwembadbezoek thuis naar het toilet te gaan, eerst thuis te douchen en de zwemkleding thuis al aan te trekken. Toiletbezoek in de badinrichting dient tot een minimum beperkt te worden en zwemmers wordt verzocht om in de badinrichting geen gebruik te maken van de douches. Ook mogen ze tijdens het zwembadbezoek niet met de handen hun gezicht aanraken en dus niet het water uit hun ogen wrijven en moet iedereen 1,5 meter afstand houden; dat laatste geldt niet voor personen uit het eigen huishouden en voor kinderen tot twaalf jaar.[98][99]

Vanaf 11 mei werd een eerste voorzichtige stap gezet naar versoepeling van de bezoekregeling voor verpleeghuizen. In 26 verpleeghuislocaties werd onder voorwaarden één vaste bezoeker per verpleeghuisbewoner toegestaan. Met de kennis en ervaring die daarmee wordt opgedaan wil het kabinet stapsgewijs en voorzichtig op steeds meer verpleeghuislocaties beperkt bezoek toelaten.[100]

Medewerkers in het openbaar vervoer, mantelzorgers, politie, marechaussee en andere handhavers behoorden vanaf 18 mei tot degenen die zich bij COVID-19 gerelateerde klachten op het SARS-CoV-2-virus konden laten testen, mits doorverwezen door een arts.[101]

Het kabinet maakte op 19 mei een versoepeling van de coronamaatregelen bekend. Ze zouden pas ingaan als de verspreiding van het coronavirus onder controle bleef en niet eerder dan 1 juni, Tweede Pinksterdag. Bij alle aangepaste regelingen diende er 1,5 meter afstand aangehouden worden, behalve voor personen die tot een eigen huishouden behoorden.

Op 19 mei kondigde het kabinet ook aan dat het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni weer leerlingen mocht toelaten en vanaf 8 juni mocht het basisonderwijs weer volledig toegankelijk worden. Het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs (hbo en universiteiten) mochten vanaf 15 juni weer beperkt starten met toetsing, tentamens, praktijklessen en begeleiding van kwetsbare studenten op de instelling.[102]

Op 19 mei specificeerde het kabinet de voorgenomen maatregel dat vanaf 1 juni reizigers in het openbaar vervoer een mondkapje moeten dragen. Dat moet in principe een niet-medisch mondkapje zijn - een dat niet in de zorg gebruikt wordt - en de regeling gaat alleen gelden voor reizigers vanaf dertien jaar, op straffe van een geldboete van 95 euro. Het dragen geldt niet voor op stations, haltes en perrons. Het openbaar vervoer bleef alleen bedoeld voor noodzakelijke reizen.[102] Werknemers bij contactberoepen, bijvoorbeeld kappers en schoonheidsspecialisten, hoeven geen mondkapje te dragen, maar als ze dat toch doen dan ook alleen niet-medische mondkapjes.[103] Het laten dragen van niet-medische mondkapjes was bedoeld om te voorkomen dat er een tekort in de zorg zou ontstaan van medische mondkapjes. Personen die desondanks toch een medisch mondkapje in het openbaar vervoer gebruiken, zouden niet beboet gaat worden.

Uit onderzoek van Sanquin, uitgevoerd van 10 tot 20 mei, werd vastgesteld dat vijf tot zes procent van de bloeddonoren in Nederland antistoffen tegen SARS-CoV-2 in zijn bloed had.[104]

In mei openden diverse attractieparken en dierentuinen hun deuren voor bezoekers.[105]

Juni 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 juni mocht de horeca weer open, zoals dit Spaanse restaurant in Amsterdam

Vanaf 1 juni mocht de horeca vanaf twaalf uur 's middags weer zijn deuren openen.[102] Vanuit de horecabranche was er op het kabinet druk uitgeoefend om vanaf het begin van het Pinksterweekeinde open te gaan, maar de 25 veiligheidsregio's - voorgezeten door burgemeesters - verzetten zich daartegen.[106] Vanaf 1 juni mochten tevens in alle publieke gebouwen maximaal dertig personen bij elkaar komen, exclusief personeel. Diezelfde regeling ging ook in voor de horeca, behalve voor de terrassen waarvoor geen maximum ging gelden. Wel moest iedereen daar aan een tafel plaatsnemen. Film-, theater- en concertzalen, evenals musea, mochten vanaf Tweede Pinksterdag ook weer bezoekers toelaten, maar met eveneens de restrictie van niet meer dan dertig personen en er moest vooraf gereserveerd worden.[102]

Reizigers in het openbaar vervoer dienen vanaf 1 juni een mondkapje te dragen. Volgens het kabinet is een niet-medisch mondkapje te prefereren, om te voorkomen dat er bij vitale beroepsgroepen een tekort aan ontstaat. Reizigers mogen ook hun eigen mondkapje fabriceren.

Verplichte looproute in het Dordrechts Museum om afstand te bewaren tussen de bezoekers (juni 2020).

Vanaf 1 juni werd het voor het eerst mogelijk dat eenieder met milde COVID-19-achtige klachten én een burgerservicenummer getest kon worden op het SARS-CoV-2 virus. Hiervoor werd zeven dagen in de week van 08.00 tot 20.00 uur een gratis te gebruiken telefoonnummer beschikbaar gesteld. Om voor een test in aanmerking te komen is tussenkomst van een arts niet nodig. De testen worden door de GGD afgenomen in ruim tachtig teststraten. Wie positief test, dient veertien dagen in thuisquarantaine te gaan. Alle huisgenoten krijgen hetzelfde advies. Als iemand positief getest is, wordt door de GGD gestart met een contactonderzoek.[107] Dagelijks zijn 30.000 testen beschikbaar.[108] Aanvang juni werden 1100 callcentermedewerkers ingezet die de telefoontjes beantwoordden.[109]

Op 4 juni werd aangekondigd dat Nederland de beperkende maatregelen voor twaalf landen in het Schengengebied vanaf 15 juni ging versoepelen. Op die dag veranderde code oranje (alleen noodzakelijke reizen) naar code geel (let op, veiligheidsrisico's).[110]

Op 21 juni vond een demonstratie in Den Haag tegen de coronamaatregelen van de overheid en de aangekondigde Spoedwet (het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen COVID-19) plaats. Deze was georganiseerd door de groep Viruswaanzin, maar vanwege een te grote opkomst werd de demonstratie verboden. Toch kwamen er mensen naar het Malieveld waar later op de middag mede door hooligans ongeregeldheden ontstonden waarbij het tot een treffen kwam met de politie op het Malieveld en in de Rijnstraat naast het Station Den Haag Centraal. Rond de 400 personen werden aangehouden, de meesten omdat ze het Malieveld niet wilden verlaten; maximaal vijftien vanwege openlijke geweldpleging.[111]

Op 24 juni publiceerde Maurice de Hond details van zijn "Deltaplan ventilatie", dat voortkwam uit zijn overtuiging dat inademing van virusdeeltjes (dus door de lucht verspreid) bij de bemetting met het virus een grote rol speelt. Deze besmetting kan tegengegaan worden door de ventilatie te verbeteren; controle van de kwaliteit van de lucht ter plaatse kan met een CO2-meter[112].

De groep onder de noemer Viruswaanzin riep op om op 28 juni naar het Malieveld te komen om tegen de coronamaatregelen te demonstreren, opnieuw werd deze demonstratie verboden. Het Malieveld bleef grotendeels leeg en de politie heeft 37 arrestaties doen verrichten. Ondertussen had de groep ook een strafzaak lopen tegen de staat met de eis dat de maatregelen worden opgeheven.

Augustus 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Later manifesteerde Viruswaarheid, bij een demonstratie te Rotterdam op 5 augustus 2020. Onder de demonstranten bevond zich ook Willem Engel, die eerder optrad als aanjager en woordvoerder van Viruswaanzin.[113][114][115]

Op 6 augustus 2020 werd door de Nederlandse overheid een verlenging afgekondigd van de sinds maart 2020 vliegbeperkingen voor passagiers die reizen naar de Caraïbische gemeenten van het Koninkrijk Bonaire, St. Eustatius en Saba. Gebaseerd op informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) werd besloten de restricties voor luchtverkeer van passagiers uit te breiden tot deze gemeenten tot 1 september, 18.00 uur lokale tijd. De lijst met landen waarnaar het vliegverbod voor luchtverkeer van passagiers naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing is, werd geactualiseerd volgens het meest recente overzicht van hoogrisicogebieden opgesteld door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (European Union Aviation Safety Agency, EASA). De regering besloot dat het reisverbod geldt voor:

  1. alle landen van de Europese Unie, met uitzondering van Nederland, België, Duitsland en Frankrijk,
  2. het Verenigd Koninkrijk en
  3. alle landen op het westelijk halfrond, behalve Aruba, Curaçao en St. Maarten.

September 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Het aantal positief getesten nam toe met 40-60% per week.

Oktober 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 oktober introduceerde het kabinet een routekaart met maatregelen per risiconiveau.[116] Vanaf 14 oktober 22.00 uur gold een gedeeltelijke lockdown voor het hele land.[117][118] Vrijwel alle eet- en drinkgelegenheden werden gesloten. Een uitzondering was er voor afhalen en bezorgen, voor uitvaartcentra of vergelijkbare locaties waar een uitvaartplechtigheid plaatsvindt, eet- en drinkgelegenheden in zorginstellingen voor cliënten en hun bezoekers, eet- en drinkgelegenheden binnen een locatie waar besloten en georganiseerde dagbesteding plaatsvindt voor kwetsbare groepen, bedrijfskantines, hotels voor hun gasten en vliegvelden na de securitycheck. Tussen 20.00 uur en 07.00 uur mocht er in het hele land geen alcohol meer verkocht worden, ook niet in hotels. Evenmin mocht men gedurende deze uren in de openbare ruimte alcohol op zak hebben. Thuis mocht men nog maar drie personen ontvangen. In binnenruimtes waar mensen zitten gold een maximumaantal personen van dertig. Binnen (niet in de thuissituatie) en buiten mocht een groep bestaan uit maximaal vier personen van verschillende huishoudens. Er werd geen maximum gesteld aan de aanwezigheid van een groep personen binnen eenzelfde huishouden. Winkels in de detailhandel dienden uiterlijk om 20.00 uur te sluiten. Koopavonden werden afgeschaft. Eenieder werd opgeroepen zo min mogelijk te reizen.[118]

November 2020[bewerken | brontekst bewerken]

De Minister van Justitie en Veiligheid stelde op 13 november een tijdelijk programmadirectoraat-generaal Samenleving en COVID-19 in.[119]

Begin november werden de eerste werkzame vaccins aangekondigd. Op 9 november werd bekend dat Pfizer/BioNTech voor 90% effectief was[120]. Een week later, op 16 november, melde Moderna een effectiviteit van 94.5%[121]. Eind november werd ook bekend dat het vaccin van AstraZeneca de derde testfase had afgerond.

December 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Coronateststraat in december 2020

Vanaf 1 december werd het dragen van een mondkapje verplicht in alle openbare overdekte ruimten, in het onderwijs, het openbaar vervoer (al sinds 1 juni, maar nu ook op het perron en station en alle bus- metro- en tramhaltes) en bij contactberoepen.

Sinds begin december werd een mogelijk besmettelijkere mutatie van het coronavirus ook vastgesteld in Nederland.[122]

De norm voor het testen op corona werd uitgebreid. Personen die getraceerd waren via bron- en contactonderzoek en die in een nauw contact waren met iemand met een besmetting, mochten zich ook laten testen als ze nog geen COVID-19-gerelateerde klachten ondervonden.[123] Het aantal besmettingen steeg weer. Het aantal tests nam toe, maar ook het percentage positieve tests.

Vanaf 15 december middernacht tot en met in ieder geval 19 januari 2021 werd er in heel Nederland een "harde lockdown" ingesteld. Alle winkels met niet-essentiële levensbehoeften gingen dicht. Winkels als supermarkten, drogisterijen en tankstations – met eerste levensbehoeften – mochten openblijven. Ook theaters, bioscopen, sauna's, dierentuinen en musea sloten verplicht hun deuren. Contactberoepen als pedicures en kappers mochten geen werk meer verrichten. Een uitzondering was er voor medische contactberoepen, zoals fysiotherapeuten. Scholen gingen ook dicht, maar om praktische redenen pas vanaf 16 december en dienden in elk geval gesloten te blijven tot en met zondag 17 januari.[124] Uitgezonderd waren afgesloten natuurgebieden waar ook een kaartcontrole aanwezig is, zoals Nationaal Park De Hoge Veluwe. De horecamaatregelen bleven van kracht, maar de hotels mochten geen eten meer in hun restaurants serveren. De reden hiervoor was dat het kabinet geconstateerd had dat mensen alleen in hotels inchecken om er in een restaurant te kunnen eten. Geadviseerd werd om het aantal te ontvangen gasten binnenshuis te beperken tot twee personen op een hele dag. Een uitzondering was er voor 24, 25 en 26 december, waarop drie mensen mochten worden uitgenodigd.

Half december werden de resultaten bekend van een onderzoek van het Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde, waaraan de helft van alle huisartsen in Nederland meedeed. Daaruit bleek dat minstens 1.566 oudere en kwetsbare coronapatiënten niet meer doorverwezen zijn naar een ziekenhuis en uiteindelijk elders stierven; thuis, in een hospice of in een andere zorginstelling. Vijf ouderen zouden volgens dat onderzoek vermoedelijk al eerder dan 27 februari zijn overleden aan COVID-19. De link met deze ziekte werd pas later gelegd.[10]

Vanaf 29 december dient iedereen die naar Nederland komt in het bezit te zijn van een negatieve uitslag van een moleculaire PCR-test die niet eerder dan 72 uur voor aankomst in Nederland was afgenomen. De negatieve uitslag was geen vervanging van de verplichte thuisquarantaine. Ook personen met een negatieve uitslag dienen na aankomst tien dagen thuis in quarantaine te blijven.[125] Voor het OV per land zijn de negatieve testen verplicht voor de reizigers komende met internationale IC treinen (IC Berlijn, ICE Frankfurt/Basel, IC Berlijn, ICE Frankfurt/Basel, Thalys, Eurostar, IC Direct Brussel) of met lange afstand bussen (Flixbus). Reizigers komende met de internationale stoptreindiensten hoeven geen negatieve testuitslag te tonen, evenmin met regionale streekbus (in principe tot 30 kilometer vanaf de Nederlandse grens). Ook grenswerkers, grensscholieren en grensstudenten en andere uitzonderingen hoeven geen negatieve test te tonen. Op auto's en ander individueel vervoer wordt geen controle toegepast.[126]

In heel 2020 gingen in Nederland 2703 bedrijven failliet, het laagste aantal in twintig jaar en zestien procent minder dan het jaar ervoor. Volgens het CBS was de reden de noodsteun die het Rijk in het kader van de coronamaatregelen aan veel bedrijven uitkeerde.[127]

2021[bewerken | brontekst bewerken]

Januari 2021[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2021 wordt in Nederland gestart met het vaccineren. Na vaccinatie moet men ter observatie van bijwerkingen 15 of 30 minuten wachten.

Het vaccinatieprogramma in Nederland ging op 6 januari 2021 van start met de eerste inentingen.[128] De eerste vaccinaties werden bestemd voor de circa 269.000 zorgmedewerkers van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen en de circa 30.000 medewerkers uit de directe COVID-zorg. In het laatste geval gaat het om een selecte groep verpleegkundigen en artsen op de intensive care, spoedeisende hulp, de COVID-afdeling en ambulancemedewerkers.[128]

Op 12 januari 2021 werden de op 15 december ingestelde landelijke coronamaatregelen verlengd tot ten minste 9 februari 2021.[129] Een van de aanleidingen was de aanwezigheid van een COVID-19-mutatie, die voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk was opgedoken, en als "de Britse variant" werd aangeduid. De officiële naam is VOC – 202012/01; ook werd de naam B117 gehanteerd. Een avondklok werd ingesteld, ingaand op 23 januari.

Naast het tonen van een negatieve uitslag van een moleculaire PCR-test dienen reizigers die per vliegtuig uit Ierland, Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika in Nederland arriveren, vanaf 15 januari ook in het bezit te zijn van een negatieve uitslag van een sneltest die direct voor vertrek moet zijn afgenomen. Voor personen die per veerboot arriveren, geldt deze verplichting vanaf 19 januari. De negatieve uitslag van een extra sneltest geldt niet als vervanging voor de na aankomst verplichte thuisquarantaine. Ook met een negatieve testuitslag dient iedereen nog tien dagen thuis te verblijven.[130]

Februari 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 februari 2021 werd de avondklok verlengd tot 3 maart 2021.[131] Basisscholen konden weer opengaan.[132] Op 22 februari 2021 werd de avondklok van een andere wettelijke basis voorzien.[133] Het vaccinatieprogramma kwam in Nederland trager op gang dan in andere landen. Op 23 februari 2021 werd aangekondigd dat middelbare scholen en het middelbaar beroepsonderwijs vanaf 1 maart 2021 op minimaal 1 dag per week weer fysiek onderwijs konden geven.[134]

Maart 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 maart 2021 zei minister De Jonge dat alle Nederlanders begin juli 2021 minstens eenmaal gevaccineerd zouden kunnen zijn.[135] Op 11 maart waren vaccins van vier fabrikanten toegelaten, te weten AstraZeneca, Pfizer, Moderna en Janssen. Op 14 maart werd vaccinatie met het vaccin van AstraZeneca voor twee weken gestaakt omdat in zeldzame gevallen bijwerkingen optraden (trombose en trombocytopenie) bij gevaccineerden in Denemarken en Noorwegen.[136] Op 23 maart werd de avondklok verlengd tot (tenminste) 20 april, maar werd het aanvangstijdstip vanaf 31 maart verschoven naar 22:00. Winkelen op afspraak (waarbij winkelbezoek mogelijk was na voorafgaande afspraak, gedurende een beperkt "tijdslot" en voor een beperkt aantal klanten) werd toegestaan.[137] Het reisadvies voor het buitenland bleef tot half mei 2021 van kracht. Er werd een experiment aangekondigd met een pakketreis naar Rhodos waarbij de reizigers het resort niet zouden mogen verlaten, regelmatig getest zouden worden en na terugkeer in thuisquarantaine zouden moeten gaan.[138] Op 14 maart 2021 besloot het kabinet om vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin, (wederom) uit voorzorg, stop te zetten tot 28 maart 2021.[139]

April 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 28 april 2021 mochten horeca-terrassen weer open, van 12.00 tot 18.00 uur, met maximaal twee personen aan een tafel.

Op 2 april werd het besluit verlengd om niet met vaccins van AstraZeneca te vaccineren. Op 3 april deden de burgemeesters van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag) een oproep om de caféterrassen weer te openen, nadat gebleken was dat stadsparken bij mooi weer zeer druk bezocht werden (en grote hoeveelheden zwerfvuil werd achtergelaten).[140] Op Op 6 april werden experimenten aangekondigd met het openstellen van onder meer dierentuinen en musea, waarbij een beperkt aantal bezoekers kon worden toegelaten die voorzien waren van een recent negatief testbewijs.[141] Voorts werden fieldlab-evenementen aangekondigd: evenementen met 1000 tot 10.000 bezoekers. Doel hiervan was inzicht te verkrijgen in het gedrag van de bezoekers, teneinde te kunnen beoordelen of dergelijke evenementen voldoende veilig konden worden georganiseerd.[142][143] Op 7 april kondigde de Duitse regering aan, Nederland als "risicogebied" aan te merken. Reizen van Nederland naar Duitsland werd aan strenge voorwaarden onderworpen. Dit gold ook voor kortstondige bezoeken en voor woon-werkverkeer, waardoor ook personen in de grensregio's getroffen werden.[144] In het algemeen[145] was het verplicht om zich van tevoren aan te melden als binnenkomend in Duitsland en na binnenkomst in Duitsland 10 dagen in quarantaine te gaan.[146] Op 8 april besloot het kabinet vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin voort te zetten voor personen van zestig jaar en ouder; voor jongere personen zou een ander vaccin worden gebruikt.[147] Op 13 april 2021 presenteerde het kabinet een "openingsplan" dat voor het tijdspad afhankelijk werd gesteld van het aantal besmettingen en het aantal ziekenhuisopnames.[148][149]

Op 14 april gaf minister De Jonge in een toelichting aan de Tweede Kamer aan dat voor het organiseren van toegangstesten voor fieldlab-evenementen door het kabinet een bedrag van 1,1 miljard euro is gereserveerd. Circa 900 miljoen voor de realisatie en exploitatie van de toegangstestlocaties - georganiseerd door Stichting Open Nederland, een stichting zonder Raad van Toezicht -, en circa 200 miljoen voor de kosten van antigeentesten en de opbouw van XL-straten waar de ademtest gebruikt wordt - uitbesteed aan de Baarnse sneltestaanbieder Lead Healthcare.[150] Twintig sneltestbedrijven spanden hierom een kort aan tegen Stichting Open Nederland vanwege vermeende oneerlijke concurrentie. De controverse leidde tot Tweede Kamervragen.[151]

Op 16 april 2021 zond het kabinet een wetsvoorstel voor een quarantaineplicht aan de Tweede Kamer: reizigers uit "zeer hoog risicogebieden" dienden, indien dit voorstel tot wet zou worden, bij terugkeer in Nederland in ieder geval vijf dagen in quarantaine te gaan tot zij een negatieve test konden overleggen. Zonder negatieve test zou de quarantaine tien dagen duren. Overtreding zou "in ieder geval" leiden tot een bestuurlijke boete van €435 of een last onder dwangsom, op te leggen door de burgemeester.[152] Op 19 april 2021 besloot Paul Depla, burgemeester van Breda, geen vergunning te verlenen voor een fieldlab-evenement met 10.000 deelnemers, op grond van bezwaren van lokale horecaondernemers[153] en vrees voor wanordelijkheden; een online petitie waarin werd opgeroepen het evenement geen doorgang te laten vinden werd volgens de organisatoren circa 370.000 keer ondertekend.[154]

Op 20 april kondigde het kabinet versoepelingen per 28 april aan.[155] De avondklok verviel op 28 april om 04.30 uur. Het advies voor thuisbezoek werd verruimd van een naar twee personen. Terrassen mochten van 12.00 tot 18.00 uur open zijn, voor maximaal vijftig personen, met maximaal twee personen aan één tafel (en 1,5 meter afstand), tenzij ze tot één gezin behoorden en exclusief kinderen tot en met twaalf jaar. Terrasbezoekers dienden bij aankomst hun contactgegevens achter te laten. Winkels mochten weer klanten ontvangen zonder voorafgaande afspraak. Het maximaal aantal bezoekers bij uitvaarten werd verdubbeld naar honderd. Het kabinet gaf aan daarmee een afweging te hebben gemaakt tussen de risico's voor de volksgezondheid en de economische belangen. Rutte zei dat de openingstijden voor de terrassen zo gekozen waren dat daarmee volgens het kabinet te langdurig terrasbezoek, met inbegrip van het nuttigen van bitterballen (en mogelijk andere snacks en avondmaaltijden), voorkomen werd.

Een Fieldlab-experiment in de Efteling werd geannuleerd nadat het aantal deelnemers te gering bleek.[156] Op 25 april 2021 stelde het kabinet een verbod in voor passagiersvluchten vanuit India, met ingang van 26 april 18.00 tot in elk geval 1 mei 00.01, vanwege het sterk toegenomen aantal besmettingen in India.[157]

Op Koningsdag, 27 april 2021, werden in diverse steden parken ontruimd nadat de drukte zodanig was dat de anderhalvemeterregel niet (tot in het geheel niet) in acht werd genomen. Dit was onder meer het geval in Amsterdam, Breda, Tilburg, Haarlem, Groningen en Utrecht.[158]

Op 30 april 2021 verlengde het kabinet het vliegverbod voor passagiersvluchten vanuit India, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika tot 15 mei dat jaar.[159]

Mei 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 3 mei adviseerde het OMT om pas over te gaan tot verdere versoepelingen als er een afname zou zijn van ten minste 20% over het lopende 7-daagsgemiddelde van nieuwe ziekenhuis- en IC-opnames.[160] Op 11 mei besloot het kabinet dat vanaf 15 mei reizen naar landen met een laag besmettingsniveau (met kleurcode groen of geel in het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken) weer mogelijk zijn.[161] De reismogelijkheden vanuit Nederland zijn zeer sterk afhankelijk van het reisbeleid in andere landen. Nederland is in mei 2021 een van de meest besmette landen in Europa. Omgekeerd legt Nederland, reizigers uit diverse landen met gunstige coronacijfers, geen inreisbeperkingen op (testverplichting en/of quarantaine). Voorbeelden: Finland (vanaf 8 mei), Portugal (vanaf 11 mei), IJsland (vanaf 12 mei). Op 22 mei 2021 besloot het kabinet dat middelbare scholen vanaf 31 mei 2021 weer volledig open mochten; vanaf 7 juni moesten zij open zijn. Leerlingen hoefden onderling geen afstand te houden, maar dienden wel afstand te houden tot onderwijspersoneel.[162] Bij de persconferentie van 28 mei 2021 werden aangekondigd dat de voorgenomen versoepelingen van stap 3 van het openingsplan op 5 juni 2021 konden worden ingevoerd. Hiertoe behoorden onder meer: de grootte van thuisbezoek ging van 2 naar 4 personen; winkels konden de normale openingstijden aanhouden; horeca mocht open van 06:00 tot 22:00; musea, bioscopen en theaters mochten open, evenals sauna's; sporten in groepsverband werd toegestaan. Hierbij golden wel regels ten aanzien van het aantal personen, en waren reserveringen en een gezondheidscheck verplicht.[163] Op 31 mei 2021 werd het vliegverbod op landen met een zeer hoog Covid-19-risico opgeheven. Hiervoor in de plaats kwam een quarantaineplicht van 10 dagen (bij een negatieve test na 5 dagen te verkorten tot 5 dagen), en een negatieve PCR-test, niet ouder dan 72 uur voor vertrek naar Nederland, dan wel de combinatie van een negatieve PCR-test, niet korter dan 72 uur voor aankomst in Nederland en een negatieve sneltest, niet ouder dan 24 uur voor vertrek naar Nederland.[164]

Juni 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Een Nederlands ICVP ('vaccinatieboekje') met bewijs van vaccinatie tegen COVID-19 (BioNTech/Pfizer-vaccin)

Op 11 juni 2021 besloot het kabinet dat vanaf 30 juni 2021 evenementen georganiseerd konden worden met 100% bezoekerscapaciteit, onder voorwaarden: bezoekers dienden zich vooraf te laten testen (maximaal 40 uur voorafgaand aan het evenement), of in het bezit te zijn van een vaccinatie- of herstelbewijs. Vanaf 29 juli worden evenementen van maximaal 24 uur toegestaan, met een maximum van 25.000 bezoekers (met dezelfde voorwaarden).[165] Op 11 juni 2021 werd, met ingang van dinsdag 15 juni 2021 de quarantaineplicht uitgebreid voor reizigers komende uit het Verenigd Koninkrijk, Bangladesh, Pakistan, Myanmar en Nepal, in verband met de "deltavariant" van het Coronavirus. Deze reizigers dienden bovendien te beschikken over een negatieve PCR-test en een negatieve sneltest.[166] Op 18 juni 2021 werden met ingang van 26 juni 2021 verdere versoepelingen aangekondigd.[167] De beperkingen op thuisbezoek en groepsvorming vervielen. De mondkapjesplicht verviel, tenzij de anderhalvemeterregel niet in acht zou kunnen worden genomen, zoals in het openbaar vervoer en in het voortgezet onderwijs. Het advies omtrent het thuiswerken werd versoepeld. Horeca en evenementen konden open zijn zonder beperkte openingstijden, doch met inachtneming van de anderhalvemeterregel. Met een vaccinatie- of herstelbewijs kon deze restrictie vervallen. Amateursportwedstrijden waren toegestaan, doch het publiek moest de anderhalvemeterregel in acht nemen. Alcohol kon ook na 22:00 uur verkocht worden. Het zang-, schreeuw- en blaasinstrumentenadvies verviel. Reizigers naar het buitenland konden zich in juli en augustus 2021 gratis laten testen.[168]

Juli 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Een commerciële coronatestfaciliteit in de Zadelstraat in Utrecht, juli 2021

In juli 2021 werd na een drastische stijging van het aantal nieuwe besmettingen erkend dat de gevolgen van het versoepelen van de maatregelen waren onderschat. Het openstellen van het nachtleven had sinds eind juni tot een groot aantal superspreading events geleid. Het RIVM telde tussen 6 en 13 juli 137 clusters van tien of meer besmettingen en 63 clusters van meer dan twintig besmettingen. Een meerdaags festival in Utrecht zou tot 301 gerelateerde coronagevallen hebben geleid. Op de eerste dag werden 178 mensen besmet, op de tweede 123. In totaal waren er zeven clusters van meer dan twintig besmettingen die aan een festival of evenement gekoppeld konden worden. Vijfenveertig superspreading events werden van 5 tot 11 juli gelinkt aan horecazaken. Het aantal besmettingen varieerde van 22 tot 152 besmettingen per cluster. Ook telde het RIVM tien clusters die waren voortgekomen uit feestjes bij studentenverenigingen. Het ging om maximaal 57 gevallen per cluster. Daarbij gaat het om grote bijeenkomsten met soms wel 500 tot 600 studenten, stelt het RIVM. Eén cluster van 36 besmettingen kon gerelateerd worden aan een reis.

Met name 'Dansen met Janssen', de aanname dat het verantwoord was om mensen direct na een injectie met het Janssen-vaccin in het nachtleven toe te laten, bleek achteraf niet verstandig. Het vaccin heeft tijd nodig om het immuunsysteem te stimuleren[169] en bijkomend verdrong de meer besmettelijke deltavariant de oudere virusvarianten. Het kabinet besloot op 9 juli 2021 tot het deels terugdraaien van de versoepelingen voor de horeca die op 26 juni 2021 waren ingegaan.[170] Nederland kleurde rood op het Europese risicolandenkaart en veel landen namen beperkende maatregelen voor reizigers uit Nederland.

Vanaf de piek van 16 juli daalde het aantal gemeten besmettingen en op 24 juli was het aantal besmettingen meer dan gehalveerd.[171] Die piek in de Covid-ziekenhuisbezetting (zonder IC) is omstreeks 2 augustus. Initieel waren de ziekenhuisopnames voor jongere leeftijdcategorieën relatief hoog, in lijn met de vele infecties bij jongeren, maar na verloop van tijd waren de meeste nieuwe infecties weer meer in de oudere leeftijdcategorieën. Hiervoor werden de ziekenhuisbedden weer door meer ouderen bezet. In de week van 26 juli - 1 augustus waren de meeste opnames voor 90+ patiënten (184,9 opnames per 1.000.000)[172]

Op 14 juli nam de Tweede Kamer een motie aan:

constaterende dat aerogene transmissie, besmetting via de adem, de belangrijkste besmettingsroute van corona is;
verzoekt de regering, per ommegaande van ventilatie topprioriteit te maken en de juiste ventilatie te verlangen in de horeca, scholen, bedrijven en winkels, en goede adviezen te geven voor ventilatie thuis,[173]

Dit volgende op een eveneens aangenomen motie van 24 juni 2021, om "het belang van ventilatie tegen virusverspreiding actief onder de aandacht te brengen".[174] Op dezelfde dag, 14 juli gaf premier Rutte aan dat voortaan ventileren als vierde basismaatregel opgenomen zou worden.

Op 26 juli 2021 besloot het kabinet het verbod op meerdaagse evenementen (met een of meer overnachtingen) tot 1 september 2021 te verlengen; op 13 augustus 2021 zou een besluit worden genomen omtrent de periode daarna.[175] Eind juli bleek dat de overgang van de Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet (per 1 juli 2021) tot gevolg had dat de ventilatie-eisen voor horecagelegenheden per die datum versoepeld waren, daar de inrichtingseisen voor horecagelegenheden per die datum slechts hoefden te voldoen aan de (lagere) eisen die in het Bouwbesluit gesteld waren. (De oude wetgeving stelde de eis dat de lucht iedere 10 minuten moest worden ververst; in de per 1 juli 2021 geldende regelgeving was dit ieder uur.) Dit leidde tot kritiek van onder meer brancheorganisatie KHN.[176]

Op 30 juli publiceerde Trouw een overzicht van hoe ventileren in Nederland langzamerhand serieus genomen werd als maatregel tegen corona.[177] Internationaal komt ventileren op de kaart in april 2020 wanneer 39 wetenschappers zich tot de WHO richten; in Nederland publiceert Maurice de Hond zijn eerste blog over het onderwerp op 2 april 2020[178], terwijl ook hoogleraar Philomena Bluyssen (TU Delft) aandacht voor ventilatie vraagt. Pas in juli 2020 noemde het RIVM ventileren voor het eerst, waarbij benadrukt werd dat de normale eisen voor ventileren (in het Bouwbesluit) voldoen en dat extra ventileren gevaarlijk is. In september 2020 voegde Duitsland ventileren toe aan de basismaatregelen. Begin oktober 2020 stelde het kabinet een regeling in (per 1 januari 2021), waarbij het Rijk één derde bijdroeg aan verbetering van ventilatie in scholen; de regeling was succesvol in de zin dat het volledige ter beschikking bestelde gedrag benut werd, maar minder geslaagd in de zin dat veel scholen niet konden meedoen omdat de overige twee derde niet te bekostigen was. Verder waren veel scholen er zo slecht aan toe dat elke poging tot verbetering (bestuurlijk) kansloos was. Ook in oktober 2020 accepteerde de WHO verspreiding door de lucht als weg tot besmetting. In november 2020 presenteerde de Britse overheid een filmpje over het belang van ventileren. In mei 2021 publiceerde The Lancet een commentaar dat verspreiding door superspreading events, via aerosolen, mogelijk de motor van de pandemie was. Ook in mei 2021 erkende de website van het RIVM voor het eerst dat besmetting via aerosolen mogelijk was. Met de motie van 14 juli 2021 telde verspreiding via de lucht ook in Nederland serieus mee; er werd nu gekeken naar België, waar men al eerder maatregelen in die richting genomen had.

Op 30 juli 2021 werd het Moderna-vaccin toegelaten voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar.[179]

Augustus 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 2 augustus verlengde het kabinet het verbod op eendaagse evenementen zonder vaste zitplaats tot 1 september 2021. Kleinschalige evenementen zonder vaste zitplaats met maximaal 750 bezoekers waren vanaf 14 augustus 2021, onder voorwaarden, toegestaan; dit gold ook voor evenementen buiten met een vaste zitplaats, eveneens onder voorwaarden.[180]

Op 9 augustus 2021 besloot het kabinet om alle Nederlandse huishoudens kosteloos 2 zelftesten ter beschikking te stellen. [181] Op 13 augustus 2021 besloot het kabinet de 1,5 meter-norm vanaf 30 augustus (het begin van het studiejaar) los te laten in het middelbaar beroepsonderwijs, hogescholen en universiteiten, met wel de voorwaarde van een maximale groepsgrootte van 75 personen en het gebruik van mondkapjes buiten de les- of collegezalen. Alle overige maatregelen werden verlengd tot en met 19 september. Het kabinet nam zich voor op 17 september 2021 te besluiten over verdere versoepelingen.[182]

Op 28 augustus publiceerde de Volkskrant een onderzoek naar ventilatie op scholen. Uit eigen onderzoek blijkt dat, mits ramen en deuren open staan, op lagere scholen het CO2 gehalte laag blijft (onder de 700 ppm), maar dat op middelbare scholen het CO2 gehalte maar net onder het toegestane maximum blijft (van 1.200 ppm), met pieken erboven. Het open zetten van ramen en deuren heeft uiteraard ook zijn nadelen, vooral in de winter en bij vervuilingsbronnen. In 2020 had het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen al een inventarisatie uitgevoerd: hierbij was gebleken dat een kleine veertig procent van de scholen hun ventilatie op orde heeft, van ruim tien procent is de ventilatie beslist niet op orde en van de helft van de scholen bleef de toestand onbekend. Er is al sinds 2005 een project Frisse Scholen (onder meer omdat "de kans op het overdragen van een infectieziekte groter [is] naarmate de ventilatie lager is"). Geschat wordt dat om het binnenklimaat in scholen op orde te brengen er de komende dertig jaar lang minimaal 700 miljoen euro per jaar extra bij moet. [183]

September 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 14 september 2021 besloot het kabinet de 1,5 meter-afstandsmaatregel per 25 september in te trekken. Per diezelfde datum verviel de maximale groepsgrootte van 75 personen in het mbo en hoger onderwijs. In het primair onderwijs en de kinderopvang verviel (eveneens op 25 september) de verplichting om bij een enkele besmetting de hele klas of groep in quarantaine te plaatsen. In het openbaar vervoer verviel de verplichting tot het dragen van een mondkapje op stations en perrons. Per 25 september werd een coronatoegangsbewijs verplicht in de horeca (behalve afhaalrestaurants), bij evenementen en bij vertoning van kunst en cultuur, vanaf de leeftijd van 13 jaar. Vanaf 14 jaar diende het coronatoegangsbewijs samen met het identiteitsbewijs te worden gecontroleerd. De sluiting van de horeca tussen 00:00 en 06:00 bleef van kracht.[184] Op 22 september 2021 maakten het kabinet en het Veiligheidsberaad afspraken over de naleving van de toegangsmaatregelen voor de horeca:

  • De primaire verantwoordelijkheid berustte bij de bezoekers en de ondernemers.
  • De lokale driehoek zou zich primair op de in haar ogen meest riskante locaties concentreren.
  • Bij herhaalde of opzettelijke niet-naleving van de controleplicht door de ondernemer zou tot daadwerkelijk ingrijpen over worden gegaan. Dit kon de vorm aannemen van een waarschuwing, een last onder dwangsom of sluiting.[185]

Oktober 2021[bewerken | brontekst bewerken]

In oktober 2021 werden diverse rechtszaken gevoerd over het coronatoegangsbewijs; deze werden door de eisers verloren. Zie hiervoor Coronatoegangsbewijs (Nederland)#Juridische verwikkelingen.

November 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Op 2 november 2021 kondigde het kabinet, naar aanleiding van het snel gestegen aantal besmettingen, nieuwe maatregelen af die deels een terugkeer naar een vroeger regime betekenden.

  • De mondkapjesplicht werd met ingang van 6 november 2021 (weer) ingevoerd voor openbare binnenruimtes, winkels, bibliotheken en pretparken, stations en perrons en tram- en bushaltes, op luchthavens en in vliegtuigen, bij verplaatsingen in mbo- en hbo-onderwijs en universiteiten, en bij uitvoering van contactberoepen waar nodig (zowel voor klant als voor dienstverlener)
  • Het coronatoegangsbewijs werd in een groter aantal situaties verplicht. Dit betrof eet- en drinkgelegenheden (ook terrassen), casino's, culturele locaties, doorstroomevenementen, evenementen met en zonder vaste zitplaats, zakelijke evenementen, publiek bij sportwedstrijden, georganiseerd sporten vanaf 18 jaar, georganiseerde beoefening van kunst en cultuur vanaf 18 jaar.
  • Voor personen van 80 jaar ouder en zorgmedewerkers met direct patiëntencontact werd vanaf december 2021 een aanvullende vaccinatie ("booster shot") beschikbaar gesteld.

Ook werden de basisregels (waaronder testen bij klachten, thuisblijven bij een positieve test, en de 1,5 meter afstand) onder de aandacht gebracht.

Voorts werd medegedeeld dat wetgeving werd voorbereid om werkgevers in staat te stellen werknemers om een coronatoegangsbewijs te vragen. Reeds op 13 november 2021 zou het effect van de op 2 november aangekondigde maatregelen besproken worden.[186]

Op 8 november 2021 besloten de burgemeesters van Maastricht, Brunssum, Heerlen en Kerkrade de festiviteiten rond de opening van het carnavalsseizoen, gepland voor 11 november, te schrappen. Aanleiding vormde de opnamestop van coronapatiënten in de ziekenhuizen in Heerlen en Sittard.[187] Op 11 november werden 16.364 nieuwe positieve tests gemeld, het hoogste aantal sinds het begin van de pandemie.[188]

Op 12 november 2021 werd door het kabinet een verdere verscherping van de maatregelen aangekondigd, die een dag later om 18.00 uur inging, en tenminste zou duren tot 4 december dat jaar.

  • Waar geen coronatoegangsbewijs verplicht was diende 1,5 meter afstand te worden gehouden.
  • Wanneer er geen coronatoegangsbewijs verplicht was gold een mondkapjesplicht.
  • Niet-essentiële winkels en dienstverlening dienden om 18:00 te sluiten; horeca en essentiële winkels als supermarkten dienden om 20:00 te sluiten.
  • In horeca was een coronatoegangsbewijs en een vaste zitplaats verplicht.
  • Bij evenementen gold een maximum van 1.250 personen per ruimte, een coronatoegangsbewijs, een vaste zitplaats en een eindtijd van 18:00.
  • Bij sport (zowel beroeps- als amateursport) was geen publiek toegestaan.
  • Het advies om thuis te werken werd aangescherpt tot ‘Werk thuis, tenzij het echt niet anders kan’.
  • Bij het constateren van besmetting diende de besmette persoon in isolatie te gaan, en de huisgenoten (gevaccineerd en ongevaccineerd) in quarantaine. (Deze maatregel ging in op 15 november 2021.)
  • Voor MBO, HBO en universiteiten gold een maximale groepsgrootte van 75 personen (exclusief personeel) per zelfstandige ruimte; deze eis gold niet voor ruimten gebruikt voor tentamens en examens.)[189]

De op 2 november aangekondigde regelgeving werd uitgebreid. Voor een aantal kwetsbare groepen zou een derde vaccinatie ("boosterprik") eerder dan eerst beoogd ter beschikking worden gesteld. Vervolgens zou die beschikbaar komen voor 80- tot 60-jarigen, en daarna voor de lagere leeftijdscategorieën.[190]

Horeca-ondernemers in Breda bleken hun gelegenheden op 13 november ook na 20:00 geopend te houden.[191]

Op 18 november werden die eerste "boosterprikken" gezet. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze campagne zou starten op 6 december. [192]

Op 19 november kondigde het kabinet een verbod af op de verkoop en het afsteken van consumentenvuurwerk gedurende de jaarwisseling 2021/2022, teneinde de zorg te ontlasten. Of professionele vuurwerkshows konden doorgaan werd overgelaten aan de gemeenten. Licht vuurwerk, zoals sterretjes, trektouwtjes en sierfonteintjes, mocht wel verkocht worden en afgestoken.[193]

Op 23 november 2021 stelde het kabinet de 1,5 meter afstand verplicht met ingang van 24 november 2021; tot die datum was dit een dringend advies.[194] In een aantal situaties was deze verplichting niet van toepassing.[195]

Op 26 november kondigde het kabinet wederom nieuwe en verscherpte maatregelen aan, die op 28 november 05:00 in zouden gaan en tenminste tot 19 december zouden gelden.[196]

  • Bijna alle locaties dienden te sluiten tussen 17:00 en 05:00. Hieronder vielen onder anderen de horeca, niet-essentiële winkels en dienstverlening, amateursport, bioscopen, theaters, dierentuinen en pretparken. Essentiële winkels mogen tot 20:00 open blijven. Essentiële dienstverlening hield de reguliere openingstijden.
  • De 1,5 meter afstand en mondkapjes werden ook verplicht in gelegenheden waar een coronatoegangsbewijs verplicht was. Zodoende werd het maximumaantal bezoekers op die locaties verkleind.
  • Het reisadvies werd: blijf zoveel mogelijk thuis.
  • Het thuiswerkadvies werd: werk thuis. Kan dat niet: houd op het werk altijd 1,5 meter afstand.
  • Het onderwijs bleef open, maar mondkapjes werden vanaf groep 6 op de basisschool, en in het middelbaar onderwijs weer verplicht. Geadviseerd werd aan leerlingen en leraren om 2 keer per week een zelftest te doen, en scholen werd gevraagd looproutes aan te brengen en klassen zoveel mogelijk te scheiden.
  • Het advies om een zelftest voorafgaand aan een bezoek te doen gold
  • Het advies werd om naast maximaal 4 personen thuis te ontvangen maximaal bij 1 ander huishouden op bezoek te gaan

Eind november 2021 bleek een nieuwe corona-variant te bestaan, aangeduid als B.1.1.529 of als Omikron. Deze variant werd voor het eerst gesignaleerd in Zuid-Afrika. Deskundigen achtten dit een "verontrustende variant". De Nederlandse regering stelde met ingang van 26 november 2021 12:00 tot 24 december 2021 23:59 een vliegverbod in voor inkomende vluchten vanuit Zuid-Afrika, Lesotho, Eswatini, Botswana, Namibië en Zimbabwe (later aangevuld met Mozambique). Dit verbod gold echter niet voor passagiers met een Nederlands paspoort en voor passagiers uit EU- en Schengenlanden die op doorreis waren naar het land waar ze woonden. Het werd aan luchtvaartmaatschappijen overgelaten om vluchten te blijven uitvoeren. Reizigers naar Nederland dienden een negatieve PCR-testuitslag van maximaal 24 uur oud te kunnen tonen en dienden na aankomst in quarantaine te gaan, voor een periode van 10 dagen, na een negatieve testuitslag bij de GGD 5 dagen.[197]

Statistiek[bewerken | brontekst bewerken]

Gegevensverzameling[bewerken | brontekst bewerken]

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceert dagelijks de laatste aan dit overheidsinstituut gemelde cijfers over COVID-19. Deze behelzen het aantal vastgestelde meldingen van besmettingen, sterfgevallen en opnames in ziekenhuizen in de afgelopen periode van 24 uur tot 10.00 uur. Deze cijfers worden door de Nederlandse GGD'en verzameld en aan het RIVM gerapporteerd. De cijfers bevatten ook tal van verlate meldingen en correcties van gemaakte foute weergaven, van gevallen van tot meer dan een maand eerder.

De cijfers over de intensive care (IC) zijn afkomstig van de Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie (Stichting NICE). Sterfgevallen waarbij de ziekte werd vermoed maar niet werd vastgesteld - bijvoorbeeld door gebrek aan testmateriaal - worden niet door de GGD'en geïnventariseerd, maar alleen bijgehouden door het CBS, die de gegevens pas later ontvangt doordat vrijwel alle doodsoorzaakverklaringen nog per post worden verzonden. Het CBS publiceert wekelijks de cijfers over alle sterfte in Nederland en concludeert daaruit de oversterfte en daarmee de mogelijke totale sterfte aan COVID-19.

Gemelde besmettingen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen[bewerken | brontekst bewerken]

Onderstaande grafieken tonen het verloop van het aantal dagelijks gemelde besmettingen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen. Omdat tijdens de eerste golf weinig werd getest, was het aantal gemelde besmettingen in die periode een slechte indicator van de verspreiding van het virus. De cijfers worden dagelijks om 15:15 door het RIVM gepubliceerd.[198]

(Cijfers kunnen nog veranderen. Grafieken lopen tot en met 27 november 2021.)

Intensieve zorg[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Intensieve zorg tijdens de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ziekenhuisbezetting met COVID-19 patiënten[199] [updaten]

Cijfers kunnen nog veranderen. Grafiek loopt tot en met 27 november 2021

Begin mei 2021 waren meer dan 12.000 coronapatiënten op enig moment opgenomen geweest op de intensive care-afdeling van een ziekenhuis. Van hen waren meer dan 3.200 op de ic overleden.[200] Een klein deel van de IC-patiënten werd in Duitse ziekenhuizen opgenomen en telt niet mee. Gemiddeld verblijft een IC-patiënt met COVID-19 zo'n 23 dagen op de IC.[bron?]

Slechts een deel van de ernstig zieke coronapatiënten belandde op de intensive care. Al vroeg in de pandemie maakten huisartsen met kwetsbare cliënten afspraken of ze bij COVID-19 nog wel wilden worden opgenomen op een IC-afdeling. Het kwam ook voor dat de huisarts sowieso geen toestemming gaf voor opname op een IC-afdeling, omdat de patiënt daar te zwak voor was.[201] Afgesproken werd dat alle huisartsen vanaf 27 maart dergelijke afspraken gingen maken. Dat leidde binnen een maand tot een andere opvang op de IC. Zo was in maart ruim een derde van de COVID-19-patiënten 70 jaar of ouder. Op 19 april was dat nog een kwart. Was in maart de grootste leeftijdsgroep op de IC die van 70-75 jaar, in april was dat tot 19 april die van 60-65 jaar. Slechts enkele tientallen van de meer dan duizend 80-plussers die tot 22 april COVID-19 opliepen, belandden op de IC.[202]

Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde publiceerde een onderzoek onder Nederlandse huisartsen in de eerste helft van 2020. Uit het antwoord van circa de helft van de Nederlandse huisartspraktijken blijkt dat ruim 1500, hoofdzakelijk oude patiënten in Noord-Brabant en Limburg onder hun begeleiding en niet in op de IC afdeling van een ziekenhuis stierven.[203] In de eerste weken van de crisis, tot 19 maart 2020, had driekwart van de overleden patiënten, bij wie COVID-19 was vastgesteld, niet op de IC gelegen.[204]

De capaciteit van de intensieve zorg werd tijdens de coronacrisis uitgebreid. Vóór de pandemie waren standaard voor alle ziekenhuispatiënten 1.150 IC-bedden beschikbaar. Op 30 maart 2020 werd aan alle ziekenhuizen gevraagd de intensivecarecapaciteit maximaal op te schalen. Doel was om op 5 april een IC-capaciteit van 2400 beschikbare bedden te hebben,[205] een streven dat gehaald werd. Ongeveer 1650 IC-bedden waren toen bezet.[206] Van die 2400 IC-bedden waren er 1900 bedoeld voor coronapatiënten. Vanuit het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding in het Erasmus MC werden alle coronapatiënten over Nederland verdeeld.[207]

Reproductiegetal[bewerken | brontekst bewerken]

Het reproductiegetal wordt berekend op basis van het gemiddeld aantal personen dat via een enkel besmet persoon geïnfecteerd raakt. Om dat betrouwbaar te kunnen bepalen, is een periode van twee weken nodig (de gemiddelde ziekteduur). De meest recente cijfers zijn dus altijd twee weken oud. Het RIVM publiceert de cijfers wekelijks op dinsdag en vrijdag. Een reproductiegetal van boven de 1 duidt op een stijging van het aantal besmettingen en onder de 1 wijst op een daling.[208][198]

Reproductiegetal sinds 17 februari 2020

Grafiek loopt tot en met 11 november 2021.

Onderliggende aandoeningen bij overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen 27 februari 2020 en 16 november 2021 overleden er 18785 coronapatiënten. Daarvan waren 2085 personen jonger dan 70 jaar (11,1%). Ten minste 1286 patiënten van deze 2082 personen had één of meerdere onderliggende aandoeningen (61,8%).[209]

Bij de 1286 patiënten werden de onderstaande aandoeningen gerapporteerd.

Onderliggende aandoening[210] absoluut percentage
Cardio-vasculaire aandoeningen en hypertensie 516 40,1%
Diabetes 354 27,5%
Leveraandoening 49 3,8%
Chronische neurologische of neuromusculaire aandoeningen 171 13,3%
Immuundeficiëntie 39 3,0%
Nieraandoening 134 10,4%
Chronische longaandoeningen 325 25,3%
Maligniteit (kanker) 211 16,4%
Obesitas 106 8,2%
Dementie/Alzheimer 84 6,5%
Parkinson 18 1,4%
Overige aandoeningen 298 23,2%

Demografische onderverdeling[bewerken | brontekst bewerken]

De grootste groep opgenomen patiënten bevindt zich in de leeftijdscategorie 55-84 jaar. De leeftijdscategorie met de meeste bevestigde overlijdens aan COVID-19 is die van 80-89 jaar. Veruit de meesten hadden al andere onderliggende gezondheidsproblemen.

Uit het epidemiologische rapport van het RIVM van 21 april 2020 bleek nog eens dat het coronavirus vooral dodelijk is voor bejaarden en het meest voor mannen. Van 3.901 personen van wie was vastgesteld dat ze aan COVID-19 overleden waren, maakten tot dan de mannen onder de 60 jaar 2,9% uit, en onder 65 jaar 6,2% (dus daarboven 93,8%). Bij de vrouwen lagen die percentages lager, op 2,3% en 4,5% (dus daarboven 95,5%) respectievelijk. Voor mannen en vrouwen samen komen de percentages sterfte op 2,6% jonger dan 60 jaar en 5,5% jonger dan 65 jaar (dus daarboven 94,5%).[211]

Leeftijdsverdeling bevestigde coronapatiënten vanaf 27 februari 2020 tot en met 13 oktober 2020[212][updaten]


Man-vrouwverdeling bevestigde coronapatiënten vanaf 27 februari 2020 tot en met 15 december 2020[213][updaten]
Sinds 13 oktober 2020 geeft het RIVM geen cijfers meer over de man-vrouwverdeling van ziekenhuisopnames.

Sterfte en oversterfte[bewerken | brontekst bewerken]

Af- of toename van het aantal sterfgevallen per gemeente in week 14 van 2020, ten opzichte van het gemiddelde in week 1 tot en met 10 (cijfers afkomstig van het CBS)

Onderstaande grafiek geeft een overzicht van het totaal aantal sterfgevallen van 2020 en de voorgaande drie jaar opgesplitst naar week. In 2020 overleden er tot en met week 10 (tot en met 8 maart) gemiddeld 3.132 mensen per week. Vanaf week 11 is een stijging te zien in het aantal overledenen per week. De hogere sterfte valt samen met het begin van de epidemie in Nederland.[214] De dodentallen in 2020 voor de weken 20 en 21 zijn nog schattingen, gebaseerd op de nu bekende gegevens.

In de eerste negen weken van de corona-epidemie (9 maart tot 10 mei) stierven ruim 15.000 personen die langdurige zorg kregen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), mensen die zorg thuis kregen of in een verpleeg-, verzorgingshuis of in een andere zorginstelling woonden. Dat waren naar schatting 5200 mensen meer dan verwacht was als er geen epidemie geweest zou zijn. De oversterfte in deze groep bedroeg 53 procent. Bij alle anderen[bron?] stierven in dezelfde periode 20.600 mensen, zo’n 3.400 meer dan verwacht werd.[2][215]

Op 1 oktober bracht het CBS het vermoeden naar buiten dat in het eerste half jaar van 2020 de oversterfte vanwege het coronavirus circa 10.000 heeft bedragen.[216]

Meerjarig overzicht sterfgevallen per week in Nederland
(Tot en met week 27 van 2021. Cijfers kunnen nog veranderen. Peildatum: 21 juli 2021)[217][updaten]

Let op: de y-as begint niet bij 0. Hierdoor vindt er een distortie plaats, waardoor afwijkingen extremer lijken.

Opbouw antistoffen en immuniteit[bewerken | brontekst bewerken]

Mensen kunnen antistoffen tegen het coronavirus opbouwen door besmet te raken of gevaccineerd te worden, al is veel onduidelijk over de beschermingsgraad en de duurervan. Eind april hadden circa vier miljoen Nederlanders het coronavirus onder de leden gehad. Ook waren zeker vier miljoen Nederlanders ten minste één keer gevaccineerd.[7]

De opbouw van antistoffen groeide gestaag tijdens de crisis, lange tijd vooral vanwege het oplopende aantal besmettingen. Het RIVM heeft een doorlopende studie, de PIENTER-coronastudie, waarbij op regelmatige basis bloedmonsters genomen worden om het aantal en type antistoffen te meten in de bevolking. Tijdens het eerste onderzoek in het voorjaar van 2020 was het aantal mensen met COVID-19-antilichamen (seroprevalentie) naar schatting iets minder dan 3%. Bij het tweede onderzoek in de zomer van 2020 steeg dit naar 4,5% en bij het derde onderzoek in september-oktober 2020 was dit ongeveer 5%.[218] Daarbij bestonden grote regionale verschillen. Bij de veiligheidsregio 'Hart voor Brabant' was het percentage seropositieven bij het derde onderzoek 15,7%.[219] Bij ruim 90% van de mensen die antistoffen hadden opgebouwd, bleek dat ze een half jaar later nog steeds antistoffen in hun lichaam hadden. Het ging hierbij om het type antistof IgG Immunoglobulin G, de belangrijkste antistof die bescherming zou kunnen bieden op de lange termijn.[218] De PIENTER-studie vermeldt niet of de antistoftiter na een half jaar voldoende is om een infectie af te weren.

Volgens gegevens van bloedbank Sanquin uit mei 2021 hadden 32% van de bloeddonoren antistoffen, tien procentpunt meer dan een maand eerder.[220] Bij de oudere bevolking is dit vooral het effect van de vaccinaties en bij jongere bevolking het effect van het grote aantal besmettingen van de afgelopen maanden.

Maatregelen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Maatregelen tijdens de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Mark RutteWillem-Alexander der NederlandenMark Rutte

Tijdlijn van overheidsmaatregelen. Niet alle maatregelen zijn vastgelegd in wetten of koninklijke besluiten, sommige zijn slechts een dringend advies. Voor details zie de tekst van dit artikel.

Tijdelijke crisisorganisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Vooraf aan de coronacrisis werd in januari 2020 door de landelijke overheid een crisisteam opgezet:

De minister van Volksgezondheid heeft daarnaast ten tijde van de coronacrisis verschillende instanties opgericht.[221]

Fasen[bewerken | brontekst bewerken]

Er werden door de Nederlandse overheid drie fasen van virusbestrijding onderscheiden. De eerste is gericht op het indammen van het virus. In deze fase is alles erop gericht om te voorkomen dat het virus gaat circuleren onder de eigen bevolking. Besmette patiënten worden in isolatie verpleegd in het ziekenhuis of verblijven thuis bij mildere klachten. De GGD doet onderzoek naar de contacten van de patiënten, die mogelijk ook besmet zijn en soms uit voorzorg thuis in quarantaine moeten. De bron van alle besmettingen moet in deze fase duidelijk blijven. Deze fase is in Nederland ruwweg sinds 12 maart mislukt en een gepasseerd station.

In fase 2 wordt gestreefd naar het vertragen van de verspreiding van het virus door onder andere te voorkomen dat mensen elkaar massaal opzoeken. Tijd rekken door infecties te spreiden over de tijd, onder andere omdat de zorg het anders niet aankan. In april bevond Nederland zich nog in deze fase.

Bij fase 3 is het virus niet meer onder controle te krijgen. Maatregelen worden er dan op gericht om zo optimaal mogelijk om te gaan met de aanwezigheid van het virus.[222]

Medische richtlijnen[bewerken | brontekst bewerken]

Drie achtereenvolgend getoonde aanwijzingen op een elektronisch bord in Amsterdam: blijf binnen en houd afstand, anders kan een boete volgen.

Eenieder wordt gevraagd regelmatig zijn handen te wassen, ook vlak voordat men naar buiten gaat. Het handen wassen zou twintig seconden moeten duren en met water en zeep moeten geschieden. Na afloop moeten de handen goed gedroogd worden. Personen die een loopneus hebben, verkouden zijn, keelpijn hebben, koorts of hoesten, worden opgeroepen thuis te blijven. Als er 24 uur lang geen klachten meer zijn, mogen ze weer buiten komen. Gezinsleden wordt eveneens gevraagd thuis te blijven zolang de klachten bij een van de gezinsleden voortduren. Een uitzondering is er voor medewerkers in "cruciale beroepen en vitale processen", zoals gezondheidsmedewerkers en brandweerlui die pas bij ergere medische klachten, zoals met koorts, thuis moeten blijven.

Het RIVM liet op 9 maart weten dat mensen die besmet zijn met het coronavirus 24 uur nadat hun klachten zijn verdwenen weer naar buiten mogen. De WHO meldde op 17 maart daarentegen dat mensen die besmet zijn met het coronavirus pas veertien dagen nadat hun klachten zijn verdwenen weer naar buiten mogen.[223] Ze hoeven zich dan niet meer te laten testen, dit was eerder nog wel zo. Ook gezinsleden van besmette mensen werden in de loop van maart niet meer standaard getest als ze klachten kregen. Volgens het protocol van het RIVM moeten zij al zoveel mogelijk thuisblijven en dan heeft volgens het overheidsinstituut testen weinig meerwaarde.[224]

Volgens het RIVM kunnen mensen die geen ziekteverschijnselen meer vertonen het virus niet verder verspreiden.[224]

Het RIVM en de overheid roepen op om tussen personen 1,5 meter afstand te bewaren, behalve als die persoon tot hetzelfde huishouden behoort. De WHO houdt daarentegen een richtlijn van drie voet (91,5 cm) of één meter aan. Vanaf 28 april 2021 wordt geadviseerd maximaal twee personen thuis op bezoek te ontvangen. Er moet dan nog steeds 1,5 meter afstand aangehouden worden. Het wordt afgeraden om personen te bezoeken van 70 jaar of ouder.

Testcapaciteit[bewerken | brontekst bewerken]

Fiets drive-through teststraat bij de RAI in Amsterdam
Teststraat in Woerden
Mobiele testeenheid in verbouwde bus te Amsterdam

Op 19 maart lag de totale testcapaciteit rond de 1.000 testen per dag en werden in negentien laboratoria over het land de testen geanalyseerd.[225] De capaciteit was beperkt en zelfs minder dan die van veel andere Europese landen. Hierdoor werd voorkeur gegeven aan het testen van risicogroepen, zoals gezondheidsmedewerkers en patiënten met ernstige medische symptomen.[226] Dit gegeven verklaart het relatief hogere aantal doden ten opzichte van het aantal vastgestelde besmettingen.[227] In de week van 18 tot en met 24 maart lag het gemiddelde aantal uitgevoerde testen rond de 2.500.[228][229] Op 31 maart gaf de rijksoverheid aan dat inmiddels dagelijks ruim 4000 keer getest werd. Het streven was om half april een capaciteit te bereiken van 17.500 tests per dag,[230] dat volgens het RIVM gehaald werd. Minister De Jonge gaf aan dat het al mogelijk was om de capaciteit zo nodig tot 29.500 tests per dag uit te breiden door dag en nacht door te blijven werken.

Op 26 maart werd Feike Sijbesma, oud-CEO (bestuursvoorzitter) van biochemieconcern DSM, aangesteld als 'coronagezant', die zich ging richten op de coronatests en de beschikbaarheid daarvan.[231]

9 juni bracht Nieuwsuur naar buiten dat er veel meer getest had kunnen worden in de beginfase van de uitbraak.[232]

Transitiestrategie[bewerken | brontekst bewerken]

Een transitiestrategie om uit de coronabeperkingen te komen zonder vermijdbare sterfte en ziekte is door de Nederlandse regering nog niet vastgesteld.[233] Bepaling van een transitiestrategie, die ook wel een exitstrategie wordt genoemd, wordt door het kabinet-Rutte III en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gedaan.[234]

Op 7 april kwam het Outbreak Management Team (OMT) met een advies waarin een aantal voorwaarden waren opgenomen waaraan zou moeten worden voldaan voordat begonnen kon worden met het uitvoeren van een transitiestrategie. Rutte zei die dag dat Nederland zich moet voorbereiden op een anderhalvemetersamenleving.[235] Volgens het OMT kan de transitiestrategie pas beginnen als aan vijf voorwaarden voldaan is.[236] Deze zijn:

  • Het besmettingsgetal, ook wel reproductiegetal genoemd - het aantal mensen dat door één patiënt wordt besmet - dient "geruime tijd" kleiner te zijn dan één.
  • Het zorgsysteem, IC's inbegrepen, is niet langer overvraagd en heeft de kans gekregen zich te herstellen.
  • Er is voldoende testcapaciteit.
  • Ook zal er "voldoende capaciteit en mogelijkheden voor bron- en contactopsporing beschikbaar moeten zijn, inclusief de capaciteit om grote datastromen te analyseren, ook op regionaal niveau".
  • Ten slotte zouden er ook "meetinstrumenten beschikbaar moeten zijn die de effecten van de transitie snel op kunnen pikken". Die zijn bijvoorbeeld vergelijkbaar met het permanente grieponderzoek dat 44 huisartsenpraktijken doen. Ook wordt er gedacht aan het inzetten van applicaties op een smartphone die een waarschuwing zouden moeten geven als iemand met een besmet persoon in contact is geweest.[237][238]

Halverwege maart 2020 werd in Nederland het digitale overlegkanaal ‘exit strategy’ opgericht door een veertigtal wetenschappers uit relevante vakgebieden.[239] Zij werken samen met het RIVM aan het bedenken en doorrekenen van verschillende strategieën. Aan de werkgroep nemen onder anderen hoogleraar infectieziektenmodellering Sake de Vlas, Luc Coffeng, Piet Van Mieghem (TU Delft), Bert Zwart (Centrum Wiskunde & Informatica) en Mirjam Kretzschmar (UMCU) deel. Oprichter is Hans Heesterbeek, hoogleraar theoretische epidemiologie.[240]

Avondklok[bewerken | brontekst bewerken]

Vanwege verwachte rellen rondom de avondklok, timmerden sommige middenstanders hun pand dicht, om plunderingen te voorkomen.

Eerste avondklok (artikel 8 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag)[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 januari 2021 werd bekendgemaakt dat vanaf 23 januari 2021 in geheel Nederland een avondklok werd ingesteld, van 21:00 tot 04:30.[241] Dit werd gedaan door artikel 8 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg) in werking te laten treden. Dit is noodzakelijk, omdat de Wbbbg normaliter niet van kracht is. Volgens artikel 1 Wbbbg kan (o.a.) artikel 8, op voordracht van de minister-president, bij koninklijk besluit in werking worden gesteld.[242]

Dit koninklijk besluit werd op 22 januari 2021 gepubliceerd op rijksoverheid.nl.[243] Dezelfde dag werd in de Staatscourant de regeling van de minister van Justitie gepubliceerd waarin nadere regels stonden. Deze regels hadden o.a. betrekking op de uitzonderingen, maar bepaalde bijvoorbeeld ook dat de avondklok op 23 januari 2021 om 21.00 uur in werking trad.[244]

Volgens artikel 1 lid 2 Wbbbg moet na het in werking laten treden van (o.a.) artikel 8, een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer worden gestuurd.[245] Dit is op 4 februari 2021 ingediend.[246] Op 11 februari 2021 stemde een meerderheid van SP, PvdA, GroenLinks, 50PLUS, DENK[247], D66, VVD, CDA en ChristenUnie voor de voortduringswet.

Op 16 februari 2021 besloot de voorzieningenrechter in Den Haag, in een procedure aangespannen door Stichting Viruswaarheid.nl dat de Staat der Nederlanden artikel 8 leden 1 en 3 Wbbbg per omgaande buiten werking moest stellen.[248] De Staat stelde hiertegen nog diezelfde dag een spoedappel in. Dit werd door de Staat gewonnen waardoor de avondklok bleef bestaan.[249] Uiteindelijk vernietigde op 26 februari 2021 het Gerechtshof in Den Haag in hoger beroep de beslissing van de Rechtbank Den Haag in een einduitspraak.[250]

Voordat de Eerste Kamer over het wetsvoorstel kon stemmen trok de minister van Justitie op 22 februari 2021 het voorstel in.[251] De minister trok het voorstel terug, omdat dit inmiddels overbodig was geworden. Dit omdat een nieuw voorstel voor een avondklok inmiddels was aangenomen. Op 22 februari werd ook de op de Wbbbg gebaseerde avondklok buiten werking gesteld.[252]

Tweede avondklok (Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19)[bewerken | brontekst bewerken]

In verband met de juridische procedures over de avondklok, besloot de regering een voorstel tot wijziging van Hoofdstuk Va van de Wet publiek gezondheid in te dienen. Dit voorstel hield een avondklok op basis van die wet in en dus niet op basis van de Wbbbg. Het wetsvoorstel werd op 17 februari 2021 bij de Tweede Kamer ingediend.[253] De Tweede Kamer nam het voorstel op 18 februari 2021 aan met een meerderheid van SP, PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, VVD, CDA en ChristenUnie.[254] Op 19 februari volgde de Eerste Kamer.[255] De wet werd op 22 februari in het Staatsblad gepubliceerd.[256]

De wet trad na publicatie direct in werking.[257] De wet dient te worden aangehaald als Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19.[258]

Het tijdelijke element zit in het feit dat het geen opzichzelfstaande wet is, maar een aanpassing van de Wet publieke gezondheid. En wel van Hoofdstuk Va van die wet. Dit hoofdstuk is ingevoerd via de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm).[259] In artikel VIII lid 1 aanhef en sub a van die wet staat dat de Twm na drie maanden vervalt.[260] Echter, artikel VIII lid 3 van de Tijdelijke wet maatregelen zegt dat bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat de maatregelen op een later moment vervallen.[261] De verlenging is steeds ten hoogste drie maanden. De Tijdelijke wet trad op 1 december 2020 in werking.[262]

De essentie van de 'Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19' is beperkt, hij bepaalt dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld met betrekking tot 'het vertoeven in de openlucht, met dien verstande dat onder openlucht niet wordt begrepen openlucht behorende bij een woning of een gedeelte daarvan of bij het woongedeelte van een voertuig of vaartuig'.[263] De minister van Justitie heeft gebruikgemaakt van zijn bevoegdheid om via een ministeriële regeling een avondklok in te voeren. Dit heeft hij gedaan in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm). Meer specifiek in §6.9 Trm.[264] In artikel 6.15 Trm staat het verbod om in de openlucht te vertoeven.[265]

Op 30 maart werd de Trm dusdanig aangepast dat de dagelijkse starttijd van de avondklok werd verlaat van 21.00 uur naar 22.00 uur.[266] De verlating trad in werking op 31 maart 2021 om 22.00 uur.[267] Op 28 april 2021 om 04.30 uur verviel de avondklok.

Grensverkeer[bewerken | brontekst bewerken]

Boodschap voor treinreizigers naar Duitsland

Tijdens de eerste golf werd het personengrensverkeer tussen de Europese landen sterk beperkt. België sloot de meeste kleine grensovergangen met Nederland en personen konden alleen om strikt noodzakelijk redenen de landgrens oversteken. Het internationaal vliegverkeer viel vrijwel stil en veel gestrande reizigers hadden veel problemen om terug naar Nederland te reizen.[268]

Tijdens de tweede en derde golf bleven de Europese landgrenzen wel open, maar veel landen namen veel beperkende maatregelen zoals verplicht recent negatieve testresultaten, verplichte quarantaines en reisverboden voor niet essentiële reizen. Ook Nederland nam beperkende maatregelen met verplichte negatieve testen voor inkomende reizigers. Ook een quarantaineplicht werd ingevoerd. Juridisch was de quarantaine handhaving eerst nog niet geregeld en handhaafbaar, tot de wetgeving werd aangepast. Vanaf 19 mei 2021 is het algeheel reisverbod naar het buitenland afgeschaft en vervangen door kleurcode per land. Veel landen beschouwen Nederland als een hoogrisicogebied in verband met het hoge aantal besmettingen en leggen reisbeperkingen op voor reizigers uit Nederland.

Gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Maatschappelijke gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Maatregelen die de Nederlandse regering oplegde tegen de verspreiding van het virus hadden grote impact op de maatschappij: scholen, universiteiten, uitgaansgelegenheden, bibliotheken, musea, bioscopen moesten sluiten en evenementen, centrale eindexamens en sportwedstrijden moesten worden afgelast. Iedereen werd geadviseerd 1,5 meter afstand van elkaar te houden, thuis te werken, zoveel mogelijk binnen te blijven en niet naar het buitenland te reizen.

Zie Maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Economische gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Maatregelen die in Nederland werden genomen tegen de verspreiding van het virus hadden een aanmerkelijke invloed op de economie, desastreus voor sommige sectoren, positief voor andere.

Zie Economische gevolgen van de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gevolgen voor het milieu[bewerken | brontekst bewerken]

Afname luchtvervuiling[bewerken | brontekst bewerken]

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) stelde op 27 maart dat uit gegevens van het Nederlands satellietinstrument Tropomi gebleken was dat door de verminderde economische activiteit tijdens de coronacrisis de luchtvervuiling in Nederland met 20 tot 60 procent was afgenomen.[269]

Op 27 maart stelde het kabinet de nieuwe landelijke klimaatplannen door het uitbreken van de coronapandemie voorlopig uit.[270] De Tweede Kamer had geëist dat dit besluit vóór 1 april genomen zou worden.

Rioolwater[bewerken | brontekst bewerken]

Op 25 maart meldde het RIVM dat het coronavirus ook werd aangetroffen in Nederlands rioolwater. Zo werd genetisch materiaal van het virus aangetroffen in afvalwater in Amsterdam en Tilburg en bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie die ook het afvalwater afkomstig van Loon op Zand zuivert.[271]

Het virus werd in dit water aangetroffen doordat bij sommige patiënten met het coronavirus het virus wordt uitgescheiden via de ontlasting. Het RIVM vond het virus vier dagen nadat de eerste persoon in Nederland positief op het coronavirus was getest. Eerder vond het RIVM ook het norovirus, antibioticaresistente bacteriën, poliovirus en mazelenvirus in afvalwater.

De drinkwaterbedrijven lieten eerder weten dat Nederlands drinkwater zeer goed beschermd is tegen alle virussen, inclusief het coronavirus. Zo overleven ze niet goed in water en zouden ze relatief makkelijk te verwijderen en te inactiveren zijn. "De kans dat het drinkwater besmet raakt met het coronavirus is dan ook nul", meldde onder meer Vitens.[271]

Zwerfafval[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de coronacrisis is er een toename te zien in mondkapjes, hygiënedoekjes en latex handschoenen die als zwerfafval op straat liggen of door het riool gespoeld worden. Het aantal rioolverstoppingen neemt toe gedurende de coronacrisis. Ook wordt het afval verkeerd aangeboden zoals in de papiercontainer.[272][273][274]

Buitenlandse kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) benadrukte half maart 2020 dat Nederland meer testen zou moeten uitvoeren om het virus beter onder controle te krijgen.[275]

Versperring op de grens met België bij het Zuid-Limburgse Slenaken

De Belgische autoriteiten uitten in maart 2020 kritiek op het Nederlandse beleid dat volgens hen veel te gematigd zou zijn. Om besmetting vanuit Nederland te voorkomen besloot de Belgische federale regering om op 20 maart 2020 de grens grotendeels te sluiten. Al het niet-essentiële grensverkeer werd verboden om het grenstoerisme tegen te gaan, waarbij Belgen massaal richting Nederland gingen omdat hier horeca en winkels nog open waren en Nederlanders naar België kwamen om te tanken, naar de supermarkt te gaan of te wandelen.[276]

De Amerikaanse toparts Anthony Fauci uitte in september 2020 kritiek op de weigering van het OMT om de effectiviteit van mondkapjes te erkennen.[277]

Nertsenhouderijen[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland werden in de loop van de zomer van 2020 steeds meer besmettingen op nertsenhouderijen vastgesteld. Alle aanwezige dieren werden daar vervolgens gedood en afgevoerd. Het leek erop dat op de bedrijven via nertsen ook mensen zijn besmet.[278] Brabantse overheden stelden voor alle nertsfokkerijen preventief te ruimen.[279][280] Ook het OMT-Z adviseerde dat.[281]

Nertsen bleken een reservoir van het virus te zijn.[282] Het is onduidelijk of loslopende nertsen een rol spelen in de besmettingsketens.[283] Uit onderzoek bleek in september 2020 dat op 16 Nederlandse besmette bedrijven het virus ook voorkwam bij in totaal 66 mensen en elf katten.[284][285] In oktober 2020 werd in Deurne een tweede loslopende ontsnapte besmette nerts gevangen.[286][287] In Denemarken waren de problemen met nertsen veel grootschaliger en ook daar werd massief geruimd.[288][289]

Publieke opinie[bewerken | brontekst bewerken]

Uit een peiling die op 17 maart 2020 werd gehouden door EenVandaag bleek dat de door de regering genomen maatregelen van 15 maart door een groot deel van de bevolking werden gesteund. De waardering voor Rutte als minister-president steeg naar 68%, het hoogste percentage sinds zijn aantreden.[290]

Uit een op 25 maart 2020 gepubliceerd onderzoek van Ipsos bleek dat van de 1.000 ondervraagden in Nederland meer dan 80 procent vond dat de overheid en het RIVM goede maatregelen namen bij de bestrijding van het coronavirus. Ook in veertien andere landen werd onderzoek gedaan. Minder dan 40 procent van de ondervraagde Nederlanders dacht dat reisbeperkingen en quarantaine de verspreiding van het virus konden stoppen. In landen als China (61 procent), Canada (59 procent), Italië (57 procent) en Frankrijk (56 procent) was het vertrouwen hierin veel groter. Meer dan de helft van de Nederlanders (58 procent) dacht niet dat het sluiten van de grenzen een nuttige maatregel was. In andere landen vond tot wel 75 procent dat de grenzen dicht moesten. De helft van de ondervraagde Nederlanders was van mening door het coronavirus geen ernstige gezondheidsklachten te krijgen. Een derde (36 procent) was daar wel bang voor. In China, India en Vietnam was dat tot driekwart van de ondervraagden. Een derde van de Nederlanders (36 procent) was bang voor de economische gevolgen voor hun baan of bedrijf. In Vietnam (66 procent), Italië (63 procent) en India (60 procent) was die angst veel groter. Dit gold ook voor Duitsland en Frankrijk.[291]

In Nederland kwam al vroeg in de pandemie de discussie op gang of, bij een zwart scenario, mensen met een doorgaans goede gezondheid zoals jongeren en mensen zonder onderliggende ziektebeelden voorrang zouden moeten krijgen op een behandeling op de afdelingen voor intensieve zorg (IC) in de ziekenhuizen.[292][293][294] Onder andere de artsenfederatie KNMG[295] en de actiegroep #geendorhout[296] spraken zich hierover uit.

Nieuwe Nederlandse woorden[bewerken | brontekst bewerken]

De uitbraak leidde tot een hele reeks nieuwe woorden in de Nederlandse taal, zoals coronacrisis en anderhalvemetersamenleving. Een sinds maart 2020 door Ton den Boon bijgehouden ‘coronawoordenboek’[297] telde op 28 april 2020 al ruim 700 woorden.[298] Anderzijds betreurden sommige journalisten wel de overdaad aan Engelstalige "coronawoorden" zoals preteaching, videocalls, home working, contact tracers en social distancing.[299]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Uitbraak SARS-CoV-2 in Nederland van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Op andere Wikimedia-projecten