Coronacrisis in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf SARS-CoV-2 in Nederland)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Coronacrisis in Nederland
Houd afstand 2020.jpg
Ziekte COVID-19
Virusstam SARS-CoV-2
Eerste besmetting Loon op Zand
Datum eerste besmetting 27 februari 2020
Oorsprong Wuhan, China
Bevestigde besmettingen 55.955 (4 augustus)[1]
Hersteld Onbekend[2]
Overleden +/- 8.600 (tot 10 mei)[3]
Aantal ziekenhuisopnamen per gemeente per 100.000 inwoners
Aantal ziekenhuisopnamen per gemeente per 100.000 inwoners
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Coronapandemie
SARS-CoV-2 without background.png
Coronacrisis in Nederland

Overzicht
Caribisch gebied

Bestuur
Maatregelen
Preventieve maatregelen
Steunmaatregelen

Zorg
Intensieve zorg

Gevolgen
Maatschappelijk
Economisch
Ecologisch

Organisaties & Instanties
Ministerie VWS · RIVM (CIb) · OMT · LCPS · LCG · NVIC · NICE · Veiligheidsregio's · GGD · LCH · Taskforce Diagnostiek

Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De coronacrisis in Nederland is een onderdeel van de wereldwijde coronacrisis. De crisis is ontstaan door de uitbraak van de infectieziekte COVID-19 in 2019-2020. De verspreiding van de ziekte is sinds 11 maart 2020 als pandemie erkend. Begin 2020 werd SARS-CoV-2 – het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt – ook in Nederland geconstateerd. De eerste besmetting werd op 27 februari vastgesteld bij een inwoner van Loon op Zand. Er waren echter reeds eerder personen in Nederland besmet.[4]

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaf op 21 juli aan dat zover officieel gemeld 6.136 mensen aan het virus waren overleden. Allen waren bij leven getest op het virus. Op basis van cijfers van oversterfte blijkt dat de daadwerkelijke sterftecijfers hoger zijn. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was er in de periode 9 maart - 10 mei een oversterfte van zo'n 8.600 mensen, die volgens het CBS een relatie had met COVID-19.

Bij 55.955 personen werd tot 4 augustus 10.00 uur de ziekte officieel vastgesteld én doorgegeven aan het RIVM. Ook hiervoor geldt dat de daadwerkelijke cijfers veel hoger zijn, aangezien het op voorspraak van het RIVM tot 1 juni overheidsbeleid was niet iedereen te testen met verschijnselen die op COVID-19 leken, teneinde testcapaciteit over te houden voor risicogroepen. Tot de bevestigde besmettingsgevallen behoorden tot 9 juni bijna 17.000 zorgmedewerkers. Elf waren overleden.[5]

De grootste groep vastgestelde patiënten bevindt zich in de leeftijdscategorie 55-59 jaar. De leeftijdscategorie met de meeste bevestigde overlijdens aan COVID-19 is die van 80-89 jaar. Veruit de meesten hadden al andere onderliggende gezondheidsproblemen.

De uitbraak leidde tot voor Nederland ongekende maatregelen, waarbij het maatschappelijke verkeer voor een groot deel werd stilgelegd. Onder meer alle scholen, universiteiten, bibliotheken, cafés, kapperszaken, musea, bioscopen en restaurants sloten op last van de landelijke overheid hun deuren. De centrale eindexamens op alle middelbare scholen werden geschrapt. Sportwedstrijden en tal van andere evenementen werden afgelast. Aan iedereen werd geadviseerd om 1,5 meter afstand van elkaar te bewaren en niet naar het buitenland te reizen als dat niet echt noodzakelijk was. Daarnaast werd gevraagd om zoveel mogelijk binnen te blijven en zo mogelijk vanuit huis te werken. Iedereen van buiten Nederland werd opgedragen alleen nog naar Nederland af te reizen als dat strikt noodzakelijk was. Het kabinet stelde een economisch hulpplan op om bedrijven die in geldnood kwamen te ondersteunen. De regering schatte eind april 2020 in dat het begrotingstekort dat jaar in het gunstigste geval zou uitkomen op 92 miljard euro, waar vooraf aan de coronapandemie was gerekend op een overschot van negen miljard euro.

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

Januari 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins gaf op 24 januari aan de Tweede Kamer aan dat Nederland goed was voorbereid op een uitbraak van het SARS-Cov-2-virus dat leiden kon tot COVID-19, een nieuwe ziekte die fataal kon aflopen en waarvoor geen vaccin voorhanden was. COVID-19 was voor het eerst eind 2019 in de Chinese miljoenenstad Wuhan bij de mens gedetecteerd en om een verdere uitbraak te voorkomen waren alle elf miljoen inwoners in thuisisolatie geplaatst. Er heerste angst dat het virus zou muteren en daardoor onbehandelbaar zou blijven met vele doden tot gevolg.

Op 24 januari werd in Nederland een Outbreak Management Team (OMT) operationeel. Dit door het RIVM samengestelde team van experts ging het ministerie van Volksgezondheid adviseren over het virus en eventueel te nemen maatregelen.[6] Drie dagen later werd COVID-19 door Bruins - op advies van het OMT - aangemerkt als een A-ziekte, waardoor deze ziekte ook bij een vermoeden al bij de GGD meldingsplichtig werd in plaats van tot dan alleen bij een diagnose. De maatregel hield ook in dat een besmet persoon gedwongen kon worden onderzocht, alsook tegen zijn wil in quarantaine kon worden gesteld. Een persoon met ziekteverschijnselen die op COVID-19 leken, mocht van het RIVM alleen op deze ziekte getest worden als hij recentelijk in of in de buurt van Wuhan was geweest.

Februari 2020[bewerken | brontekst bewerken]

In de nacht van 2 op 3 februari arriveerden vijftien Nederlanders uit Wuhan in Nederland.[7][8] Zij waren door de Nederlandse overheid uit die plaats geëvacueerd wegens kans op besmetting met het SARS-CoV-2-virus. Allen werden na aankomst voor veertien dagen in quarantaine gehouden en dienden minstens twee meter afstand te houden tot andere huisgenoten. De quarantaine was afgedwongen door buitenlandse autoriteiten.[9] Ze werden bij aankomst echter niet standaard getemperatuurd. Alleen als ze zelf aangaven dat ze zich ziek voelden, werd de temperatuur opgenomen. Dat was niet het geval.

Drie dagen later gaf de rijksoverheid aan dat Nederland zich goed voorbereidde op een eventuele uitbraak van COVID-19 in eigen land. Concreet hield dit in dat het RIVM de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten zou houden. De opzet was daarbij gericht op het voorkomen van besmettingen.[10] Er was geen rechtstreekse vliegverbinding tussen Wuhan en Nederland en het RIVM achtte het daarom onnodig om passagiers uit China bij aankomst op Schiphol te testen op hun lichaamstemperatuur. Ook werd er niet toe overgegaan om beschermingsmaterialen als mondkapjes, beschermbrillen en plastic overalls landelijk in te slaan, evenmin werden materialen ingekocht om te testen op COVID-19.

Op 9 februari volgden uit Wuhan nog eens vijf Nederlanders. Op 16 februari arriveerden tal van Nederlanders die in Oost-Azië passagier waren geweest op het cruiseschip Westendam van de Holland-Amerika Lijn en waarop COVID-19 was uitgebroken. Geen van hen hoefde van de GGD in quarantaine, dat werd pas nodig geacht als ze alsnog ziek zouden worden.

Op 27 februari werd de eerste besmetting met het virus in Nederland gemeld. Het betrof een 56-jarige ondernemer uit Loon op Zand die kort daarvoor naar de Noord-Italiaanse regio Lombardije was afgereisd voor een lederbeurs.[11] Hij bevond zich in Italië van 18 tot 21 februari. De man was op 26 februari opgenomen in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg.[12] Op 27 februari testten ook twee van zijn gezinsleden positief. In de nacht van 27 op 28 februari meldde zich een Amsterdamse vrouw met COVID-19-achtige klachten, waarna ook bij haar het virus werd vastgesteld. Zij was tot 23 februari in Italië op skivakantie geweest. Deze patiënt ging in quarantaine in een woning in Diemen. Bij beide gevallen werd contactonderzoek verricht door de GGD.[13]

Maart 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 maart waren er tien bevestigde besmettingen in Nederland.[14] Deze kwamen vooral voort uit contact met eerder besmette personen in Nederland. Op 4 maart werd ook een besmetting vastgesteld bij een reiziger die via luchthaven Schiphol op doorreis was. Deze werd in isolatie geplaatst in de daarvoor bestemde containerwoningen die de week ervoor in Hoofddorp werden geplaatst.[15] Twee dagen later stierf in het Rotterdamse Ikazia Ziekenhuis de eerste persoon in Nederland ten gevolge van COVID-19.[16] Het ging om een 86-jarige man uit de gemeente Hoeksche Waard.[17]

Tussen 7 en 12 maart werden in het Bredase Amphia Ziekenhuis en het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis alle gezondheidsmedewerkers met koorts en/of ademhalingsklachten op vrijwillige basis getest op COVID-19. Bij 83 (6,4%) van de geteste medewerkers – werkzaam op 52 verschillende afdelingen – werd de ziekte vastgesteld. Slechts 46 besmette personen hadden zeker koorts en maar drie waren in contact geweest met bewezen COVID-19-patiënten. Liefst 54 personen hadden met de klachten doorgewerkt. Zeven gaven aan al klachten te hebben ondervonden eerder dan 27 februari. De meeste geïnfecteerden hadden milde klachten. Gesuggereerd werd dat de ziekte al in Nederland verspreid was voordat officieel de eerste persoon met COVID-19 vastgesteld werd. De onderzoekers riepen op om bij een vermoeden van COVID-19 niet alleen af te gaan op koorts.[18]

De regering kwam op 9 maart met meerdere hygiënemaatregelen. Zo werd iedereen aangeraden regelmatig zijn handen te wassen en niet meer in de hand maar in de elleboog te niezen of te hoesten, alsook om geen stoffen maar alleen nog papieren zakdoekjes te gebruiken. Sinds die dag wordt ook landelijk gevraagd om geen handen meer te schudden. Inwoners van Noord-Brabant werd opgeroepen zo veel als waar mogelijk vanuit huis te werken.[19][20][21]

Hamstergedrag: lege schappen in Delft op 15 maart 2020

De ingestelde maatregelen leidden tot hamstergedrag bij een deel van de Nederlandse bevolking. Vooral toiletpapier, handgel en paracetamol, maar ook pasta's en blikvoeding, werden gretig ingekocht. Premier Mark Rutte kwam eraan te pas om op te roepen om het hamsteren te laten, aangezien er volgens hem voldoende voorraad was. Ook de supermarkten, die recordomzetten draaiden, riepen op om te matigen. De regering vroeg om in elk geval niet meer met cashgeld te betalen, maar zoveel mogelijk contactloos te betalen om verspreiding van het coronavirus via contact met bankbiljetten of het toetsenbordje van de betaalautomaat te voorkomen.

In de provincie Noord-Brabant werden vanaf 10 maart alle evenementen met meer dan duizend bezoekers per direct verboden. De Brabanders werden gevraagd een week lang zo weinig mogelijk sociale contacten aan te gaan.[22]

Op 11 maart oversteeg het aantal vastgestelde besmettingen in Nederland de vijfhonderd.[23] De volgende dag werden diverse nieuwe landelijke overheidsmaatregelen afgekondigd. Iedereen in Nederland werd opgeroepen om thuis te blijven bij klachten als neusverkoudheid, hoesten, keelpijn of koorts. Ook werd gevraagd om sociaal contact te mijden. Bijeenkomsten met meer dan honderd personen werden afgelast. Dat gold ook voor publieke locaties als musea, concertzalen, theaters, sportclubs en sportwedstrijden. Voor supermarkten gold die regeling niet. Mensen met een beroep werden opgeroepen zoveel mogelijk thuis te werken of de werktijden te spreiden. Ouderen en personen met verminderde weerstand werden verzocht grote gezelschappen en openbaar vervoer te mijden. Eenieder werd opgeroepen niet naar het buitenland te reizen. Hogescholen en universiteiten sloten haar deuren. Scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en kinderopvang bleven gewoon open. De regering was van mening dat daar weinig sprake was van besmettingen. Kinderen en jongeren vormden volgens het Rijk bovendien niet de groep met de hoogste risico's. Daarnaast zouden de maatschappelijke gevolgen van het sluiten van deze scholen volgens de overheid groot zijn en zou sluiting weinig bijdragen aan het beperken van de verspreiding. Kinderen die verkouden waren, werd wel gevraagd thuis te blijven.[24]

Ondernemers konden vanaf 12 maart uitstel van betaling krijgen voor de inkomsten-, vennootschaps-, omzet- (btw) en loonbelasting als zij door de coronacrisis in betalingsproblemen waren gekomen.[25] Een dag later werd de regeling voor een verbod op samenkomsten van meer dan honderd personen afgezwakt tot alleen "vergunningsplichtige" bijeenkomsten, iets dat volgens het Rijk meteen al de bedoeling was geweest.

Diverse scholenorganisaties eisten dat de scholen gesloten werden en tal van scholen gingen daar zelf al toe over, in weerwil van de wens van het Nederlandse kabinet. Op 15 maart werd de grens van duizend vastgestelde COVID-19-doden overschreden. Op deze zondag werd om ongeveer half zes 's middags bekendgemaakt dat alle eet- en drinkgelegenheden (behalve die in hotels), sport- en fitnessclubs, sauna's, seksclubs en coffeeshops vanaf 18.00 uur die dag dienden te sluiten. En het kabinet besloot tevens om vanaf de volgende dag toch maar alle scholen en kinderdagverblijven te sluiten. Het ging daarbij om scholen in het basis- en voortgezet onderwijs en mbo. Kinderen van personen in wat "cruciale beroepen" genoemd werden, zoals die in de zorg, politie, openbaar vervoer en brandweer kregen wel les, zodat hun ouders of verzorgers aan het werk konden blijven. Iedereen werd opgeroepen om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. De volgende dag werden enkele regels versoepeld. Zo mochten afhaalrestaurants wel open blijven, evenals coffeeshops, zolang men maar na het ophalen van de bestelling weer vertrok.[26] De regeling bij de coffeeshops werd ingevoerd om straathandel in softdrugs te voorkomen.

In supermarkten verschenen in maart 2020 rood-witte scheidslijnen op de grond om aan klanten aan te geven tot hoever ze van elkaar afstand dienden te houden, zoals hier in Amsterdam.

Op 16 maart sprak Rutte het land toe via de televisie, radio en livestreams. Hij legde uit dat het Nederlandse kabinet een strategie van groepsimmuniteit nastreefde, hoewel spreiding van besmettingen over de tijd het primaire doel was. Rutte zei ervan uit te gaan dat een groot deel van de Nederlandse bevolking uiteindelijk besmet zou raken met het coronavirus. Hij gaf daarbij aan "dat het maanden of zelfs langer kan duren om groepsimmuniteit op te bouwen".[27][28][29]

Vanaf dezelfde dag werden de bevolkingsonderzoeken naar darmkanker, baarmoederhalskanker en borstkanker stopgezet om capaciteit vrij te maken voor de opvang van coronapatiënten.[30] Ook de testlaboratoria werden nu ontlast en konden hun capaciteit aanwenden voor testen op het coronavirus. Op dinsdagavond 17 maart om acht uur klapten tal van Nederlanders op afspraak voor zorgmedewerkers, vuilnismannen en alle anderen die het land draaiende hielden. Het initiatief kwam van drie particulieren die daartoe via sociale media een oproep hadden gedaan.[31][32] Ook koning Willem-Alexander, koningin Máxima en hun kinderen deden mee.[33] Half maart sloten alle Nederlandse ziekenhuizen hun deuren voor bezoekers aan patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen. Niet-essentiële operaties werden in principe niet meer uitgevoerd.

Eenieder die koorts had van meer dan 38 graden Celsius, verkouden was, of die een loopneus had of ademhalingsklachten werd verordonneerd om thuis te blijven. Een uitzondering was er voor personeel in wat de overheid "cruciale beroepen en vitale processen" noemde. Daaronder vielen onder meer alle gezondheidsmedewerkers, die in de zorg, brandweer, politie en bij het openbaar vervoer. Zij konden aan het werk blijven bij milde verkoudheidsklachten, zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest of verhoging tot 38 graden Celsius, of wanneer een gezinslid klachten met koorts (vanaf 38 graden Celsius) en/of benauwdheid kreeg,[34] dit om personeelstekorten in deze sectoren te voorkomen.

In openbare bussen in het hele land konden passagiers alleen nog achterin in- en uitstappen. Het gangpad direct achter de bestuurder werd geblokkeerd met rood-witte afzetlinten om te beletten dat passagiers in de buurt van de bestuurder konden komen. De achterdeur werd in het vervolg normaliter geopend door de bestuurder, zodat de passagiers de open-dichtknop niet hoefden te beroeren. Busmaatschappijen schrapten een deel van de dienstregeling wegens gebrek aan passagiers. Ook de dienstregeling van de treindiensten werd om dezelfde reden flink teruggedraaid.

Halverwege maart sloten diverse attractieparken en dierentuin op advies van de veiligheidsregio's hun deuren voor bezoekers.[35]

Het kabinet stelde op 17 maart de Tweede Kamer voor tot de instelling van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW), bedoeld om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van loon aan werknemers als het bedrijf in betalingsmoeilijkheden was gekomen door de coronacrisis. Een ondernemer die omzetverlies verwachtte van minimaal 20% kon een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen tot 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. Een harde bijkomende voorwaarde was dat bedrijven die gebruik maakten van deze regeling geen personeel mochten ontslaan om bedrijfseconomische redenen. Gebeurde dat toch, dan werd de loonsom op basis waarvan subsidie werd verstrekt, verlaagd met 150 procent van het loon van het ontslagen personeelslid.[36]

De regeling gold vooralsnog voor drie maanden, van maart tot mei. Daarnaast kon een zelfstandige zonder personeel onder voorwaarden een tegemoetkoming aanvragen tot het sociaal minimum. Deze regeling kreeg de naam van Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo).[37] Met de regeling waren miljarden euro's gemoeid. Het geld werd geleend op de kapitaalmarkt, waardoor de staatsschuld steeg.

Het Eurovisiesongfestival 2020 in Rotterdam werd op 18 maart geannuleerd.[38] Verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg werden vanaf 20 maart gesloten voor bezoekers en anderen die niet noodzakelijk waren voor de basiszorg.[39] Een deel van de instellingen was daar al uit eigen beweging toe overgegaan. Koning Willem-Alexander hield die avond een toespraak van zeven minuten gericht aan het gehele Nederlandse volk. Dit was de eerste keer, buiten de jaarlijkse kersttoespraak om, sinds de MH17-ramp in 2014. De Belgische koning Filip, de Deense koningin Margrethe en de Zweedse koning Carl Gustaf gingen hem al voor. De koning complimenteerde, troostte én waarschuwde. Hij riep op om eenzaamheid te voorkomen en sloot af met: "Alertheid, solidariteit en warmte: zolang we die drie vasthouden kunnen we deze crisis samen aan, ook als het wat langer gaat duren."

De Dam in Amsterdam op 17 maart om vijf uur 's middags, normaal gesproken een van de drukste pleinen van Nederland met voetgangers, nu vrijwel verlaten.

In supermarkten verschenen in maart bij de kassa spatschermen van plexiglas die moesten voorkomen dat klant en kassière elkaar konden besmetten. Op de grond bij de kassa's werden op 1,5 meter afstand van elkaar horizontale strepen geplakt die de wachtende klanten op afstand dienden te houden. Diverse winkels die open mochten blijven, sloten toch hun deuren, onder meer die van de winkelconcerns C&A, IKEA, Zara en De Bijenkorf.[40] Bij de ingang van de winkels die open bleven verschenen sta-tafeltjes met flesjes desinfecterende vloeistof en het verzoek daar vooraf aan het betreden van de zaak gebruik van te maken.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën gaf op 20 maart aan dat de komende drie maanden voor een bedrag van 45 tot 65 miljard euro door Nederland op de kapitaalmarkt geleend diende te worden om de door het kabinet toegezegde financiële vergoedingen aan bedrijven te kunnen betalen. En als de nood aan de man was, zou het kabinet volgens Hoekstra zelfs tot 90 miljard euro kunnen uitgeven.[41]

Om de drukke Brabantse ziekenhuizen met COVID-19-patiënten te ontlasten werden honderden ziekenhuispatiënten verspreid over Nederland, vooral naar Noord-Nederland en Oost-Nederland. Dat verliep niet overal voorspoedig. Zo werd een patiënt geweigerd omdat het geen "academische patiënt" betrof en eiste een ander ziekenhuis dat de overgedragen patiënt coronavirusvrij was. Ziekenhuis Bernhoven in Uden probeerde tevergeefs om de spoedoperatie van een niet-coronapatiënt te verplaatsen. Die moest uiteindelijk toch in het eigen gebouw plaatsvinden, omdat collega's hem weigerden over te nemen. Volgens de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care Diederik Gommers ging het om "misverstanden". Hij voegde daaraan toe dat het overplaatsen van patiënten lastig was, door het gebrek aan voertuigen met de benodigde uitrusting voor intensivecarepatiënten.[42] Gommers kondigde op 21 maart de komst van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding aan dat zich ging bezighouden met de spreiding van ziekenhuisopname van COVID-19-patiënten in Nederland.

Op 23 maart werden door het kabinet strengere maatregelen afgeroepen. Rutte noemde deze maatregelen een intelligente lockdown.[43][44] Groepsvorming van meer dan twee personen in de publieke ruimte werd verboden. Een uitzondering was er voor personen die een gezamenlijk huishouden voerden. Onder groepsvorming in het algemeen werd verstaan als er minder dan 1,5 meter afstand werd gehouden. Er was ook geen sprake van groepsvorming als kinderen tot en met twaalf jaar samenspeelden onder toezicht van een of meer ouders of voogden, mits de toezichthouders onderling 1,5 meter afstand bewaarden. Het uitoefenen van bijna alle contactberoepen werd verboden. Daaronder vielen masseurs, kappers, nagelstylisten, prostituees en rijinstructeurs. Er werd een uitzondering gemaakt voor (para)medische beroepen. Casino’s, speelhallen en daarmee vergelijkbare instellingen werden gesloten. Winkels en markten mochten open blijven zolang men zich hield aan de 1,5 meter afstand en de geldende hygiënemaatregelen. Vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden mochten door de autoriteiten gesloten worden als er door de bezoekers geen 1,5 meter afstand werd gehouden. Huishoudens mochten nog maar bezoek ontvangen van maximaal drie personen, waarbij wel een minimale afstand van 1,5 meter aangehouden diende te worden. Bij overtreding konden volwassenen een boete krijgen van 390 euro, minderjarigen van 95 euro. Bedrijven konden tot 4350 euro beboet worden.

Marktregels in Nederland ten tijde van de coronacrisis
Reglementen in de wachtrijen van Attractiepark Toverland.

Om met een bankpas contactloos betalen zonder pincode voor meer mensen mogelijk te maken, werd op 24 maart het maximumbedrag van 25 euro verdubbeld. Op 19 maart werd de dagelijkse cumulatieve limiet al verhoogd naar honderd euro. In de publieke ruimte werden door de overheid handhavers ingezet die erop moesten toezien dat eenieder waarvan dat verwacht werd minimaal 1,5 meter afstand tot elkaar hield. In supermarkten werd het gebruik van een winkelwagen en bij gebrek daaraan een winkelmand verplicht gesteld om op die manier automatisch afstand te creëren. Diverse winkels en supermarkten gingen ertoe over om winkelwagen en winkelmand direct na gebruik te desinfecteren. Overal in het land verschenen waarschuwingen om toch vooral 1,5 meter afstand te bewaren. Winkels lieten nog maar een beperkt aantal klanten toe en riepen anderen op om buiten op hun beurt te wachten.

Op 24 maart maakte minister Slob bekend dat de centrale eindexamens in het voortgezet onderwijs niet door zouden gaan in 2020. Leerlingen konden aan de hand van de schoolexamens, die eerder in het jaar afgenomen worden, hun diploma behalen. Als leerlingen gezakt waren, mochten deze twee resultaatverbeteringstoetsen maken, die even zwaar meewegen als een Centraal Examen voor een vak. Vanaf de laatste week van maart werden op diverse locaties hotels van de ketens Van der Valk en Fletcher heringericht tot 'coronahotel'. Ze werden geschikt gemaakt voor coronapatiënten die er te slecht aan toe waren om thuis te blijven en te goed voor een ziekenhuis. Ook personen die een andere ziekte onder de leden hadden en in het ziekenhuis uitbehandeld waren, konden er terecht om de ziekenhuizen te ontlasten, zodat ze meer coronapatiënten konden opvangen.

Een protocol voor 'verantwoord winkelen' werd vanaf 25 maart van kracht. Winkels mochten nog maar per tien vierkante meter winkeloppervlak één klant toelaten. Klanten werd gevraagd zoveel mogelijk alleen te komen en alleen nog de producten aan te raken die men nodig had. Proeverijen werden verboden.[45]

Nederland zou maximaal 1700 coronapatiënten op de Intensive Care-units kunnen opnemen, zo bleek tijdens een informatieronde van het RIVM met de Tweede Kamer. Uitbreiding van dat aantal werd op korte termijn onmogelijk geacht. De verwachting volgens het RIVM was dat eind mei het aantal van 1700 COVID-19-patiënten op de IC bereikt zou worden, daarna zou het aantal afnemen.[46][47]

Het CBS meldde op 26 maart dat als gevolg van de genomen maatregelen om de coronacrisis te bezweren een recessie in Nederland onafwendbaar was.[48] De werkloosheid zou oplopen. Op luchthaven Schiphol nam in de tweede helft van maart het passagiersvervoer af met 83%.

Een deel van de ondernemingen met tot 250 medewerkers kwam vanaf die dag in aanmerking voor een eenmalige uitkering van 4000 euro als aangetoond kon worden dat door de kabinetsmaatregelen om de SARS-CoV-2-uitbraak te bestrijden in drie maanden tijd een omzetverlies van 4000 euro werd geleden en er tegelijkertijd sprake was van 4000 euro vaste lasten.[49] De beleidsregel was bedoeld voor bedrijven als kapperszaken en cafés die op last van de overheid hun zaak hadden moeten sluiten. De tegemoetkoming werd bekend als de TOGS-regeling.

Het Nederlandse Leger des Heils vroeg op 26 maart onder het motto "Thuisblijven, hoe dan?!" aandacht voor de problematiek van daklozen die geen plek hadden om vanwege het coronavirus thuis te blijven. Ook vluchtelingen hadden in de opvanglocaties geen eigen plek, waardoor het risico op besmetting groter was. Alternatieven konden volgens de christelijke organisatie worden gevonden in leegstaande hotels en vakantieparken of in sporthallen.[50]

Om aan de grote vraag in Nederland aan handgels te voldoen gingen bedrijven die actief waren in het produceren van alcohol voor consumptie over op het fabriceren van desinfecterende alcohol. Royal Swinkels Family Brewers, voorheen Bavaria, haalde zelfs het onverkocht gebleven bier op bij cafés om er desinfecterende alcohol van te brouwen.[51]

Winkels in doe-het-zelfartikelen, keukens en vloeren behaalden in maart hun grootste omzetstijging sinds het CBS in 2005 begon met de meting van koopdaggecorrigeerd gedrag. In dezelfde maand leden kleding- en schoenenwinkels hun grootste omzetverlies sinds 2005. Supermarkten hadden daarentegen een omzetstijging van meer dan dertien procent. Online werd er bijna 29 procent meer verkocht dan in dezelfde maand een jaar eerder. Over de hele linie werd er in maart in de detailhandel een omzetstijging van 13,5 procent gemeten.[52]

April 2020[bewerken | brontekst bewerken]

De NOW-regeling, waarbij werkgevers voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming tot negentig procent in de financiering van loonkosten konden krijgen, ging in op 2 april.[53]

Vanwege de uitbraak van het coronavirus werden alle evenementen in het kader van de 'Maand van de vrijheid' afgelast. De gehele maand april zouden er activiteiten gehouden worden om te herdenken dat Nederland 75 jaar bevrijd was van Duitse bezetting en de Nederlandse gebiedsdelen in Azië van Japanse overheersing, beide ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Het kabinet riep op 2 april Duitsers en Belgen op om met Pasen niet naar Nederland te komen. Het verkeer uit België was toen al met zeventig procent afgenomen en dat uit Duitsland met tachtig procent. Een grenssluiting achtte het kabinet om die reden niet noodzakelijk.[54] Vanaf 6 april werd er meer getest op patiënten met een hoog risico op ernstig verloop van een coronavirusinfectie. Ook zorgmedewerkers, zoals huisartsen, verpleeghuismedewerkers, medewerkers gehandicaptenzorg en thuiszorgmedewerkers met klachten, gingen meer getest worden.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid maakte op 7 april publiek dat het kabinet overwoog een app in te zetten die liet zien of iemand in de buurt was geweest van een persoon die COVID-19 onder de leden had gekregen. Ook moest de app het makkelijker maken om vanuit huis contact te houden met een dokter. De Jonge liet nog in het midden of het gebruik van de app verplicht werd gesteld. Op vrijdagnamiddag 11 april gaf het kabinet bedrijven en private deskundigen tot 14 april 12.00 uur de tijd om voorstellen in te dienen voor deze track-and-trace-app. De app-gegevens mochten daarbij niet centraal worden opgeslagen en niet herleidbaar zijn tot een individu.

Lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten konden een beroep doen op een voor hun opgericht steunfonds, waarbij ze afhankelijk van hun bereik of oplage eenmalig tussen de vierduizend en enkele tienduizenden euro’s financiële steun konden krijgen ter compensatie voor tijdens de coronacrisis gemaakte verliezen.[55]

In de pers verschenen meerdere berichten over mensen die door buurtgenoten aan de politie verklikt werden voor het overtreden van de anti-coronavirusregelgeving, zoals meer dan drie personen thuis op visite hebben, het voor een select gezelschap geopend houden van een café, het houden van pokerwedstrijden of kappers die stiekem klanten knipten. De politie drong huizen binnen waar zich meer dan drie bezoekers bevonden. De gemeente Kampen startte een telefonische kliklijn waar inwoners anoniem iemand konden verklikken.[56]

Na druk vanuit de non-foodsector van ondernemingen die open mochten blijven maar klaagden over sterk omzetverlies door de kabinetsmaatregelen, besloot de regering op 7 april de TOGS-regeling voor een eenmalige tegemoetkoming van 4000 euro ook voor deze branche beschikbaar te maken.

Het gemeentehuis in Pekela is een van de vele plaatsen waar geen handen meer werden geschud.

Het RIVM gaf op 8 april aan dat sinds begin maart in liefst zo'n 900 van de 2.500 verpleeghuizen het coronavirus was uitgebroken. In alleen al de helft zouden zeker al 389 bewoners aan de ziekte zijn overleden.[57] Rutte riep voor het paasweekeinde op om gespreid inkopen te doen en zoveel mogelijk thuis te blijven. Op 10 april werd de grens van 2.500 geregistreerde COVID-19-doden overschreden.

Vanaf 14 april gingen de Nederlandse huisartsen op eigen initiatief zelf bijhouden welke patiënten die niet getest waren op COVID-19 toch deze ziekte onder de leden konden hebben. Van patiënten die zowel koorts, minder zuurstof in het bloed als luchtwegproblemen hadden, werd aangenomen dat ze COVID-19 hadden. De huisartsen hoopten hiermee een beter beeld te kunnen creëren van de besmettingsgraad. Tot nog toe werden patiënten die niet getest werden, niet in de statistieken opgenomen. Alle gegevens werden centraal verzameld.[57] Dezelfde dag kwam het RIVM met de mededeling dat tot dan 28% van alle geregistreerde besmettingsgevallen zorgmedewerker was, ofwel in zo'n 8.000 gevallen. Files op de verkeerswegen waren er bijna niet meer.[58] In de spits was er ongeveer vijftig procent minder verkeer. Winkelend publiek bleef ook weg en daalde ruwweg met zo'n zestig procent.

De sterfte onder bewoners van institutionele huishoudens, zoals verpleeg- en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en gehandicapten, gevangenissen en asielzoekerscentra, was in week 14 bijna verdubbeld ten opzichte van de gemiddelde sterfte per week in de eerste tien weken van het jaar.[59]

Voor de sierteelt en bepaalde onderdelen van de voedingstuinbouw werd een omzetschaderegeling in het leven geroepen ter hoogte van zeshonderd miljoen euro. Fritesaardappeltelers kregen een compensatie voor de fritesaardappelen waarvoor geen afzet meer was.[60] Vooral door de sluiting van de horeca bleef de aardappelbranche met hun fritesaardappelen zitten. Volgens de branche ging het om een miljoen ton fritesaardappelen waarvoor geen kopers meer waren.[61]

Op 16 april werd op Bonaire als laatste eiland van Caribisch Nederland een besmetting vastgesteld. Het betrof een persoon die recentelijk contact had gehad met iemand die in Aruba was geweest en zelf ziekteverschijnselen had. De contacten waren in beeld en directe nieuwe maatregelen werden niet nodig geacht.[62]

Rutte gaf op 17 april aan dat het gebruik van de app ten behoeve van de COVID-19-bestrijding niet verplicht zou worden gesteld. Op 18 en 19 april konden bedrijven en organisaties op uitnodiging hun ontwerp voor een 'corona-app' voorleggen aan het ministerie van Volksgezondheid. Er werden zeven apps getoond, waarvan er zes met bluetooth werkten.[63] De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), waarmee het kabinet bij de opzet van de app samenwerkte, zei geen oordeel te kunnen geven. De AP gaf aan dat het kabinet niet duidelijk had aangegeven binnen welke (privacy)kaders de app diende te functioneren en hadden als gevolg daarvan de app-bouwers hun ontwerp onvoldoende kunnen uitbouwen.[64]

De Nederlandse huisartsen hadden tussen 12 maart en 20 april in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2-virus naar schatting ruim 360.000 minder patiënten doorverwezen naar een medisch specialist in het ziekenhuis. Daarnaast wachtten naar schatting 290.500 mensen na een doorverwijzing langer dan gemiddeld nog op een afspraak in het ziekenhuis. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ging er vanuit dat al deze afspraken waren afgezegd.[65] De NZa werd door het ministerie van Volksgezondheid gevraagd om de opvang gefaseerd weer op gang te krijgen, afhankelijk van de ontwikkelingen rond het coronavirus en te beginnen met de ergste gevallen. Alle betrokken instanties waren ervan doordrongen dat ook bij andere patiënten dan die met COVID-19 gezondheidsschade voorkomen diende te worden.

In het hele land verschenen op de grond steunbetuigingen om de coronacrisis door te staan, zoals hier in een bos

Het kabinet besloot op 21 april om de basisscholen vanaf 11 mei weer te openen. Scholieren zouden ongeveer de helft van hun lestijd weer les op school gaan krijgen, wel in kleinere groepen. De andere helft van de tijd zouden ze thuiswerk krijgen. De dagopvang voor 0-4 jarigen zou vanaf 11 mei weer volledig open gaan. Dat gold ook voor het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd. Alle evenementen werden in elk geval tot 1 september afgelast,[66] waardoor festivals als Pinkpop en Lowlands geen doorgang konden vinden, maar ook de Nijmeegse Vierdaagse en Sail Amsterdam gingen niet door. De festivalbranche had het kabinet om organisatorische en verzekeringstechnische redenen al onder druk gezet om nu al een dergelijke stap te zetten als de ontwikkelingen rondom de uitbraak van het coronavirus vooralsnog ongewis zouden zijn. Ook het betaald voetbal werd tot 1 september verboden, waarmee het seizoen 2019/2020 per direct beëindigd was.[66] Het aantal geregistreerde ziekenhuisopnamen oversteeg op 21 april de 10.000 patiënten en dezelfde dag werd bij het aantal bevestigde doden aan COVID-19 de grens van 4000 gepasseerd.

Meer dan honderdduizend bedrijven hadden op 22 april al een beroep gedaan op de NOW-regeling die pas op 2 april was ingesteld. De regeling werd vanaf vandaag versoepeld, waardoor meer concerns er een beroep op konden doen. Die moesten dan wel afspraken maken met vakbonden over werkbehoud en dit jaar afzien van de uitkering van bonussen en dividend en mochten ook geen eigen aandelen inkopen.[67]

Het ministerie van Financiën sprak op 24 april de verwachting uit dat het begrotingstekort voor 2020 in het gunstigste geval 92 miljard euro zou bedragen, ofwel een tekort van 11,8%. Vooraf aan de coronacrisis was nog gerekend op een positief resultaat van negen miljard euro.[68] Dezelfde dag werd aangegeven dat leerlingen van het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni (deels) weer naar school konden. Op 24 april trad een wet in werking die het tijdelijk mogelijk maakte dat onder andere notariële aktes tijdelijk elektronisch mochten worden ondertekend, dus op afstand. Deelnemers aan jaarvergaderingen hoefden niet meer bij elkaar te komen en mochten 'elektronisch vergaderen'. De politie kreeg het wettelijke recht om degenen die agenten bespuugden of met hun adem in het gezicht bliezen desnoods gedwongen te laten testen op het SARS-CoV-2-virus.[69]

Die dag maakte het kabinet ook kenbaar dat de staat luchtvaartmaatschappij KLM financiële steun ging verlenen in ruil voor onder meer een loonoffer van het personeel. Gedacht werd aan een bedrag tussen de twee en vier miljard euro dat besteed ging worden aan een geldlening en staatsgarantie.[70] De jaarlijkse landelijke uitreiking van een koninklijke onderscheiding werd vanwege de coronacrisis uitgesteld tot een nader te bepalen dag. Wel werden de gedecoreerden op 24 april telefonisch ingelicht dat "het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd om hen te benoemen in een ridderorde".[71]

De huisartsen meldden tot 24 april 764 namen van overledenen die bij leven niet getest waren op het SARS-CoV-2-virus, maar waarvan wel sterk vermoed werd dat ze het virus onder de leden hadden. Doordat ze niet getest waren, ontbraken ze in de cijfers van het RIVM. Ze bleken gemiddeld nog acht dagen te leven na het opdoen van de eerste gezondheidsklachten gerelateerd aan COVID-19. Van deze patiënten stierf 45% thuis en 44% in verpleeg- of verzorgingshuizen. Geconcludeerd werd tevens dat vermoedelijk al eerder dan 6 maart in Nederland mensen zijn gestorven aan het coronavirus.[72]

Doordat minder mensen zich op straat bevonden en meer thuis namen het aantal verkeersongevallen, zakkenrollen, fietsendiefstallen en woninginbraken af. Het aantal meldingen van overlast in de wijken nam echter toe.[73] Doordat de mensen meer vrije tijd thuis doorbrachten en daardoor meer gingen tuinieren, werd er veel meer gevonden explosief oorlogstuig gerapporteerd, tot vier keer zoveel.[74]

Het besmettingspercentage van de Nederlandse bevolking lag eind april volgens schattingen op vier procent. Mocht dat de komende drie jaar stijgen naar zestig procent, dan verwachtte de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) en het RIVM dat er nog 37.500 corona-patiënten op de IC terecht zouden komen. De IC-capaciteit zou dan structureel verhoogd moeten worden.[75]

Het kabinet werkte aan een noodwet om de noodmaatregelen in een wettelijk kader te plaatsen. Nu de noodverordeningen een semi-permanent karakter kregen, werd die nieuwe wet noodzakelijk, aangezien de noodmaatregelen ongrondwettelijk waren en daardoor niet rechtsgeldig. Het ging onder meer om het wettelijk vastleggen van het verbod op groepsvorming zonder anderhalve meter afstand te houden en dat de politie ongevraagd woonhuizen mocht betreden om degenen die zich niet aan die afstandsregeling hielden te bekeuren.[76]

Per 27 april telde Nederland bijna vijftienduizend mensen minder in verpleeg- en verzorgingshuizen dan op 1 januari dat jaar, een afname van twaalf procent. Het aantal bewoners daalde door de hogere sterfte ten gevolge van het coronavirus in combinatie met een sinds half maart gedecimeerde instroom van nieuwe bewoners.[77] Nederlanders waren huiverig geworden zich in zorg- en verpleeghuizen te laten opnemen, niet alleen omdat in veel van die instellingen het coronavirus tierde, maar ook omdat bezoek niet toegestaan werd.[78]

Het aantal mensen met betaald werk daalde in april met 160.000 naar 8,9 miljoen. Een dergelijke terugval in een maand tijd was niet eerder voorgekomen sinds in 2003 door het cbs begonnen werd met maandcijfers. Bij jongeren was de daling met meer dan 100.000 het grootst. In april waren er 314.000 werklozen in het land, een toename van 41.000, onder wie 25.000 jongeren. Het UWV registreerde eind april 292.000 ww-uitkeringen, 42.000 meer dan in maart.[79]

Mei 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de vele waarschuwingen op papier, hier bij een tandartsenpraktijk.

De jaarlijkse dodenherdenkingen op 4 mei vonden doorgang, maar zonder publiek.[80] Op veel plaatsen konden de gehele dag kransen en bloemen bij oorlogsmonumenten neergelegd worden. In tegenstelling tot voorgaande jaren waarbij alleen na zes uur 's avonds gevlagd mocht worden, mocht dat nu de gehele dag.

In het weekeinde van 2 en 3 mei arriveerden in Nederland een miljoen serologische tests, door het ministerie van Volksgezondheid in samenwerking met bloedbank Sanquin in China ingekocht. Met de test konden antistoffen op het SARS-CoV-2-virus in de bloedbaan worden aangetoond.[81] De testen worden steekproefsgewijs uitgevoerd. Het ministerie van Volksgezondheid hoopt daarmee inzicht te krijgen in hoe het virus zich in Nederland verspreidt. Het bevolkingsonderzoek wordt uitgevoerd Sanquin, het RIVM en medische laboratoria. Het is de bedoeling dat met de test vastgesteld gaat worden hoeveel Nederlanders het virus hebben gehad. Bovendien moet de test gaan helpen bij het verkrijgen van kennis over de ontwikkeling van antistoffen tegen COVID-19 bij degenen die het virus al hebben gehad. Met de test kon niet aangetoond worden of iemand immuun is tegen het virus, omdat nog niet bekend was in welke mate iemand die antistoffen had ontwikkeld, ook immuniteit ontwikkeld had.[82]

Het geplande aantal vluchten van luchtvaartmaatschappij KLM bedroeg in mei nog maar ongeveer vijftien procent vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder. De intercontinentale vluchten bestonden vooral uit vrachtvervoer. Vanaf 11 mei werd voor alle KLM-passagiers het gebruik van mondkapjes verplicht gesteld.[83]

De NS vraagt passagiers om op roltrappen vier treden afstand van elkaar te houden en vijf stoeptegels op de perrons. De beleidsregel om in de trein zelf 1,5 meter afstand van elkaar te houden bleef gehandhaafd.

Alle publieke evenementen ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding van Nederland werden op Bevrijdingsdag 5 mei afgelast vanwege het coronavirus. Wel werd in alle provinciehoofdsteden en in Wageningen het bevrijdingsvuur ontstoken, maar publiek was niet welkom.[84]

Aangepaste wachtrijen en waarschuwingsborden bij de entree van Attractiepark Toverland (juni 2020).

Rutte kondigde op 6 mei aan dat kappers, schoonheidsspecialisten en pedicures vanaf 11 mei weer aan het werk mochten gaan. Klanten dienden wel vooraf een afspraak te maken. Buitensporten werden ook weer toegestaan, maar er moest wel 1,5 meter afstand aangehouden te worden. Ook bibliotheken gingen vanaf 11 mei weer open. Vanaf 1 juni wordt voor passagiers in het openbaar vervoer het dragen van een mondkapje verplicht. Er werd aangedrongen om alleen noodzakelijke reizen te maken. Het voortgezet onderwijs zou weer van start gaan, en terrassen gingen ook weer open. Restaurants en cafés mochten ook weer de deuren openen, doch voor maximaal dertig gasten. Ook hier moest eerst gereserveerd worden. Bioscopen kregen vanaf die dag groen licht om weer voor bezoekers een film te draaien, maar er moest wel vooraf online een kaartje worden gekocht. Dezelfde regeling gold ook voor musea. Vanaf 1 juli mogen de campings weer gasten toelaten, ook de douches en toiletten op campings werden vanaf die dag weer toegankelijk. Bioscopen, restaurants, cafés, theaters en concertzalen gaan vanaf 1 juli open voor maximaal honderd personen. Vanaf 1 september mogen de sportscholen hun deuren openen. Ook binnen- en contactsporten worden vanaf dan weer toegestaan. Sportwedstrijden mogen vanaf die dag weer gehouden worden, maar publiek is niet welkom. De aangekondigde versoepelingen zullen niet doorgaan als er een stijging merkbaar is van het aantal COVID-19-patiënten.

Minister Wouter Koolmees van Sociale zaken en werkgelegenheid gaf op 8 mei aan dat vanaf de maand juni bij de verlenging van de NOW-regeling niet meer de voorwaarde werd gesteld dat bedrijven hun personeel niet mochten ontslaan om bedrijfseconomische redenen. De 'ontslagboete' wilde Koolmees per 1 juni laten vervallen.[36] Over deze vernieuwde NOW-regeling diende de Tweede Kamer nog een beslissing te nemen.

Ook binnenzwembaden mochten vanaf 11 mei weer opengaan. Aan de bezoekers werd gevraagd om vooraf aan het zwembadbezoek thuis naar het toilet te gaan, eerst thuis te douchen en de zwemkleding thuis al aan te trekken. Toiletbezoek in de badinrichting dient tot een minimum beperkt te worden en zwemmers wordt verzocht om in de badinrichting geen gebruik te maken van de douches. Ook mogen ze tijdens het zwembadbezoek niet met de handen hun gezicht aanraken en dus niet het water uit hun ogen wrijven en moet iedereen 1,5 meter afstand houden; dat laatste geldt niet voor personen uit het eigen huishouden en voor kinderen tot twaalf jaar.[85][86]

Vanaf 11 mei werd een eerste voorzichtige stap gezet naar versoepeling van de bezoekregeling voor verpleeghuizen. In 26 verpleeghuislocaties werd onder voorwaarden één vaste bezoeker per verpleeghuisbewoner toegestaan. Met de kennis en ervaring die daarmee wordt opgedaan wil het kabinet stapsgewijs en voorzichtig op steeds meer verpleeghuislocaties beperkt bezoek toelaten.[87]

Medewerkers in het openbaar vervoer, mantelzorgers, politie, marechaussee en andere handhavers behoorden vanaf 18 mei tot degenen die zich bij COVID-19 gerelateerde klachten op het SARS-CoV-2-virus konden laten testen, mits doorverwezen door een arts.[88]

Het kabinet maakte op 19 mei een versoepeling van de coronamaatregelen bekend. Ze zouden pas ingaan als de verspreiding van het coronavirus onder controle bleef en niet eerder dan 1 juni, Tweede Pinksterdag. Bij alle aangepaste regelingen diende er 1,5 meter afstand aangehouden worden, behalve voor personen die tot een eigen huishouden behoorden.

Op 19 mei kondigde het kabinet ook aan dat het voortgezet onderwijs vanaf 2 juni weer leerlingen mag toelaten en vanaf 8 juni mag het basisonderwijs weer volledig toegankelijk worden. Het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs (hbo en universiteiten) mogen vanaf 15 juni weer beperkt starten met toetsing, tentamens, praktijklessen en begeleiding van kwetsbare studenten op de instelling.[89]

Op 19 mei specificeerde het kabinet de voorgenomen maatregel dat vanaf 1 juni reizigers in het openbaar vervoer een mondkapje moeten dragen. Dat moet in principe een niet-medisch mondkapje zijn - een dat niet in de zorg gebruikt wordt - en de regeling gaat alleen gelden voor reizigers vanaf dertien jaar, op straffe van een geldboete van 95 euro. Het dragen geldt niet voor op stations, haltes en perrons. Het openbaar vervoer blijft alleen bedoeld voor noodzakelijke reizen.[89] Werknemers bij contactberoepen, bijvoorbeeld kappers en schoonheidsspecialisten, hoeven geen mondkapje te dragen, maar als ze dat toch doen dan ook alleen niet-medische mondkapjes.[90] Het laten dragen van niet-medische mondkapjes was bedoeld om te voorkomen dat er een tekort in de zorg zou ontstaan van medische mondkapjes. Personen die desondanks toch een medisch mondkapje in het openbaar vervoer gebruiken, zouden niet beboet gaat worden.

Uit onderzoek van Sanquin, uitgevoerd van 10 tot 20 mei, is vastgesteld dat vijf tot zes procent van de bloeddonoren in Nederland antistoffen tegen SARS-CoV-2 heeft in zijn bloed.[91]

In mei opende diverse attractieparken en dierentuinen hun deuren voor bezoekers.[92][93]

Juni 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 juni mocht de horeca weer open, zoals dit Spaanse restaurant in Amsterdam

Vanaf 1 juni mocht de horeca vanaf twaalf uur 's middags weer zijn deuren openen.[89] Vanuit de horecabranche was er op het kabinet druk uitgeoefend om vanaf het begin van het Pinksterweekeinde open te gaan, maar de 25 veiligheidsregio's - voorgezeten door burgemeesters - verzetten zich daartegen.[94] Vanaf 1 juni mochten tevens in alle publieke gebouwen maximaal dertig personen bij elkaar komen, exclusief personeel. Diezelfde regeling ging ook in voor de horeca, behalve voor de terrassen waarvoor geen maximum ging gelden. Wel moest iedereen daar aan een tafel plaatsnemen. Film-, theater- en concertzalen, evenals musea, mochten vanaf Tweede Pinksterdag ook weer bezoekers toelaten, maar met eveneens de restrictie van niet meer dan dertig personen en er moest vooraf gereserveerd worden.[89]

Reizigers in het openbaar vervoer dienen vanaf 1 juni een mondkapje te dragen. Volgens het kabinet is een niet-medisch mondkapje te prefereren, om te voorkomen dat er bij vitale beroepsgroepen een tekort aan ontstaat. Reizigers mogen ook hun eigen mondkapje fabriceren.

Verplichte looproute in het Dordrechts Museum om afstand te bewaren tussen de bezoekers (juni 2020).

Vanaf 1 juni werd het voor het eerst mogelijk dat eenieder met milde COVID-19-achtige klachten én een burgerservicenummer getest kon worden op het SARS-CoV-2 virus. Hiervoor werd zeven dagen in de week van 08.00 tot 20.00 uur een gratis te gebruiken telefoonnummer beschikbaar gesteld. Om voor een test in aanmerking te komen is tussenkomst van een arts niet nodig. De testen worden door de GGD afgenomen in ruim tachtig teststraten. Wie positief test, dient veertien dagen in thuisquarantaine te gaan. Alle huisgenoten krijgen hetzelfde advies. Als iemand positief getest is, wordt door de GGD gestart met een contactonderzoek.[95] Dagelijks zijn 30.000 testen beschikbaar.[96] Aanvang juni werden 1100 callcentermedewerkers ingezet die de telefoontjes beantwoordden.[97]

Op 4 juni werd aangekondigd dat Nederland de beperkende maatregelen voor twaalf landen in het Schengengebied vanaf 15 juni ging versoepelen. Op die dag veranderde code oranje (alleen noodzakelijke reizen) naar code geel (let op, veiligheidsrisico's).[98]

Op 16 juni kwam het zeilschip Europa Scheveningen binnenvaren, na een non-stop zeiltocht van meer dan tachtig[99] dagen. De boot bevond zich in Argentinië, dicht bij Kaap Hoorn, toen de coronacrisis uitbrak. Besloten werd terug te keren naar Nederland.[100] Twee andere zeilschepen waren de 'Wylde Swan', die schoolkinderen terugbracht van de Caraïben (aankomst Harlingen op 26 april) en de Tecla, die terugkeerde vanuit Zuid-Afrika op 6 juni.[101][102]

Op 21 juni vond een demonstratie in Den Haag tegen de coronamaatregelen van de overheid en de aangekondigde Spoedwet (het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen COVID-19) plaats. Deze was georganiseerd door de groep Viruswaanzin, maar vanwege een te grote opkomst werd de demonstratie verboden. Toch kwamen er mensen naar het Malieveld waar later op de middag mede door hooligans ongeregeldheden ontstonden waarbij het tot een treffen kwam met de politie op het Malieveld en in de Rijnstraat naast het Station Den Haag Centraal. Rond de 400 personen werden aangehouden, de meesten omdat ze het Malieveld niet wilden verlaten; maximaal vijftien vanwege openlijke geweldpleging.[103]

De groep onder de noemer Viruswaanzin riep een week later opnieuw op om op 28 juni naar het Malieveld te komen om tegen de coronamaatregelen te demonstreren, opnieuw werd deze demonstratie verboden. Het Malieveld bleef grotendeels leeg en de politie heeft 37 arrestaties doen verrichten. Ondertussen had de groep ook een strafzaak lopen tegen de staat met de eis dat de maatregelen worden opgeheven.

Augustus 2020[bewerken | brontekst bewerken]

Later manifesteerde Viruswaanzin of een soortgelijke groep met dezelfde grieven zich onder de noemer Viruswaarheid, bij een demonstratie te Rotterdam op 5 augustus 2020. Onder de demonstranten bevond zich ook Willem Engel, die eerder optrad als aanjager en woordverder van Viruswaanzin. [104] [105] [106]

Op 6 augustus 2020 werd door de Nederlandse overheid een verlenging afgekondigd van de sinds maart 2020 vliegbeperkingen voor passagiers die reizen naar de Caraibische gemeenten van het Koninkrijk Bonaire, St. Eustatius en Saba. Gebaseerd op informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) werd besloten de restricties voor luchtverkeer van passagiers uit te breiden tot deze gemeenten tot 1 september, 18.00 uur lokale tijd. De lijst met landen waarnaar het vliegverbod voor luchtverkeer van passagiers naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing is, werd geactualiseerd volgens het meest recente overzicht van hoogrisicogebieden opgesteld door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (European Union Aviation Safety Agency, EASA). De regering besloot dat het reisverbod geldt voor 1. alle landen van de Europese Unie, met uitzondering van Nederland, België, Duitsland en Frankrijk, 2. het Verenigd Koninkrijk en 3. alle landen op het westelijk halfrond, behalve Aruba, Curaçao en St. Maarten.

Bevestigde verspreiding vanuit Nederland naar andere landen[bewerken | brontekst bewerken]

Een reiziger vanuit Nederland die in Zuid-Afrika deelnam aan een wijnexcursie wordt in dat land beschreven als de "Patient Zero of the Winelands". Tijdens de tiendaagse trip tussen 3 en 13 maart bezocht de groep zo'n dertig wijnlocaties.[107] In Suriname werd op 13 maart de eerste besmetting vastgesteld bij een reiziger die onlangs in Delft en Rotterdam was geweest.[108] Dezelfde dag werd ook de eerste besmetting vastgesteld in Curaçao. Het betrof een 68-jarige man uit Noord-Brabant die op vakantie was in het land.[109] Reizigers die aankwamen of terugkeerden vanuit Nederland testten ook positief in India.[110][111]

Statistiek[bewerken | brontekst bewerken]

Verzamelen medische gegevens COVID-19[bewerken | brontekst bewerken]

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceert dagelijks omstreeks 14.00 uur de laatste aan dit overheidsinstituut gemelde cijfers over COVID-19. Deze behelzen het aantal vastgestelde meldingen van besmettingen, sterfgevallen en opnames in ziekenhuizen in de afgelopen periode van 24 uur tot 10.00 uur. Deze cijfers worden door de Nederlandse GGD'en verzameld en aan het RIVM gerapporteerd. De cijfers bevatten ook tal van verlate meldingen en correcties van gemaakte foute weergaven, tot van gevallen van meer dan een maand eerder. De cijfers over de intensive care (IC) zijn afkomstig van de Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie. Sterfgevallen waarbij de ziekte werd vermoed maar niet werd vastgesteld - bijvoorbeeld door gebrek aan testmateriaal - worden niet door de GGD'en geïnventariseerd, maar alleen bijgehouden door het CBS, die de gegevens pas later ontvangt doordat vrijwel alle doodsoorzaakverklaringen nog per post worden verzonden. Het CBS publiceert wekelijks de cijfers over alle sterfte in Nederland en concludeert daaruit de oversterfte en daarmee de mogelijke totale sterfte aan COVID-19. Bij het aantal gemelde besmettingen moet rekening gehouden worden dat er steeds meer en breder getest wordt, waardoor relatief meer besmettingen gemeld worden.

Cijfers RIVM van besmettingen, ziekenhuisopnamen en overlijdens[bewerken | brontekst bewerken]

door RIVM gemelde besmettingen per dag van vaststelling
(door verlate en foute meldingen zullen de cijfers nog veranderen, peildatum 9 juni 10.00 uur)[112]
ziekenhuisopnames door RIVM gemeld per opnamedag
(door verlate meldingen zullen de cijfers nog veranderen, peildatum 9 juni 10.00 uur)[112]
door RIVM gemelde sterfgevallen naar datum overlijden
(door verlate meldingen zullen de cijfers nog veranderen, peildatum 9 juni 10.00 uur)[112]

Uit het epidemiologische rapport van het RIVM van 21 april 2020 bleek nog eens dat het coronavirus vooral dodelijk is voor bejaarden en het meest voor mannen. Van 3.901 personen waarvan was vastgesteld dat ze aan COVID-19 overleden waren, maakten tot dan de mannen onder de 60 jaar 2,9% uit, en onder 65 jaar 6,2 % (dus daarboven 93,8%). Bij de vrouwen lagen die percentages lager, op 2,3% en 4,5% (dus daarboven 95,5%) respectievelijk. Voor mannen en vrouwen samen komen de percentages sterfte op 2,6% jonger dan 60 jaar en 5,5% jonger dan 65 jaar (dus daarboven 94,5%).[113]

Onderliggende aandoeningen en/of zwangerschap overleden patiënten jonger dan 70 jaar[bewerken | brontekst bewerken]

De onderliggende aandoeningen en/of zwangerschappen van bevestigde coronapatiënten, jonger dan 70 jaar die overleden zijn, zoals door het RIVM gerapporteerd op 22 juni 2020. In totaal zijn die dag tot 10.00 uur 688 doden onder de 70 jaar gemeld die bij leven op COVID-19 positief getest waren. Alleen deze personen komen in de grafieken voor. Per patiënt kunnen meerdere onderliggende aandoeningen gerapporteerd zijn.[114]

absoluut percentage
Patiënt had een of meer onderliggende aandoeningen 479 69,6%
Patiënt had geen onderliggende aandoening 70 10,2%
Niet vermeld 139 20,2%

Overleden patiënten die een onderliggende aandoening hadden of zwanger waren, onderverdeeld naar aandoening en zwangerschap.

absoluut percentage
Zwangerschap 0 0%
Cardiale aandoening 209 43,6%
Diabetes 125 26,1%
Leveraandoening 17 3,5%
Neuromusculaire aandoening 71 14,8%
Immuundeficiëntie 9 1,9%
Nieraandoening 41 8,6%
Chronische longaandoening 114 23,8%
Maligniteit/kanker 74 15,4%
Overige aandoeningen 165 34,4%

Demografische onderverdeling[bewerken | brontekst bewerken]

cijfers van RIVM per leeftijdsgroep voor totaal aantal bevestigde coronapatiënten, die in ziekenhuis zijn of waren opgenomen of zijn overleden
(door verlate meldingen zullen de cijfers nog veranderen)
(peildatum 12 juni 10.00 uur)[115][updaten]

aan RIVM gemelde vastgestelde besmettingen naar geslacht en leeftijd
peildatum 12 juni 2020, 10.00 uur[116][updaten]
besmettingen ziekenhuisopnames overleden
aantal (%) aantal (%) aantal (%)
totaal 48461 100,0 11813 100,0 6053 100,0
geslacht man 18063 37,3 7227 61,2 3332 55,0
vrouw 30305 62,5 4578 38,8 2721 45,0
niet vermeld 93 0,2 8 0,1 0 0,0

CBS-cijfers sterfgevallen 2020 en voorgaande jaren[bewerken | brontekst bewerken]

Af- of toename van het aantal sterfgevallen per gemeente in week 14 van 2020, ten opzichte van het gemiddelde in week 1 tot en met 10 (cijfers afkomstig van het CBS)

Overzicht van het totaal aantal sterfgevallen van 2020 en de voorgaande drie jaar opgesplitst naar week. In 2020 overleden er tot en met week 10 (tot en met 8 maart) gemiddeld 3.132 mensen per week. Vanaf week 11 is een stijging te zien in het aantal overledenen per week. De hogere sterfte valt samen met het begin van de epidemie in Nederland.[117] De dodentallen in 2020 voor de weken 20 en 21 zijn nog schattingen, gebaseerd op de nu bekende gegevens.

In de eerste negen weken van de corona-epidemie (9 maart tot 10 mei) stierven ruim 15.000 personen die langdurige zorg kregen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), mensen die zorg thuis kregen of in een verpleeg-, verzorgingshuis of in een andere zorginstelling woonden. Dat waren naar schatting 5200 mensen meer dan verwacht was als er geen epidemie geweest zou zijn. De oversterfte in deze groep bedroeg 53 procent. Bij alle anderen stierven in dezelfde periode 20.600 mensen, zo’n 3.400 meer dan verwacht werd.[3]

week dagen in 2020 sterfte 2020 2019 2018 2017
verwachte
sterfte 2020
11 9 - 15 maart 3048 3.216 3.228 3.733 2.843
12 16 - 22 maart 3089 3.610 3.043 3.430 2.778
13 23 - 29 maart 3110 4.457 3.014 3.225 2.850
14 30 maart - 5 april 3110 5.084 2.900 3040 2.764
15 6 april - 12 april 2905 4.974 2.900 2860 2.810
16 13 april - 19 april 3006 4.297 2.959 2760 2.713
17 20 april - 26 april 2921 3.903 2.957 2.663 2.778
18 27 april - 3 mei 2975 3.375 2.808 2.645 2.769
19 4 mei - 10 mei 2929 2.979 2.773 2.641 2.802
20 11 mei - 17 mei 2850 2.771 2.821 2.606 2,801
21 18 mei - 24 mei 2807 2.764 2.873 2.674 2.772
22 25 mei - 31 mei 2.716 2.732 2.776 2.701
23 1 juni - 7 juni 2.678
24 8 juni - 14 juni 2.683
25 15 juni - 21 juni 2.680
26 22 juni - 28 juni 2.649
27 29 juni - juli 2.607
meerjarig overzicht sterfgevallen per week in Nederland[118]
(tot en met week 26 van 2020)

Intensieve zorg[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Intensieve zorg tijdens de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Nederland waren aanvang 2020 standaard voor alle ziekenhuispatiënten 1.150 IC-bedden beschikbaar. Tijdens de coronacrisis werd extra capaciteit vrijgemaakt voor coronapatiënten.[119] Op 30 maart werd aan alle ziekenhuizen gevraagd de intensivecare-capaciteit maximaal op te schalen. Doel was om op 5 april een IC-capaciteit van 2400 beschikbare bedden te hebben,[120] een streven dat gehaald werd. Ongeveer 1650 IC-bedden waren toen bezet.[121] Van die 2400 IC-bedden waren er 1900 bedoeld voor coronapatiënten. Vanuit het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding in het Erasmus MC werden alle coronapatiënten over Nederland verdeeld.[122]

Tot 19 maart had driekwart van de overleden patiënten, bij wie COVID-19 was vastgesteld, niet op de IC gelegen, onder meer omdat expliciet besloten was de patiënt vanwege zijn leeftijd en/of toestand een gang naar de IC te besparen.[123]

Het sinds de coronacrisis in Nederland op de IC cumulatief opgenomen aantal coronapatiënten bedroeg op 13 april 2297 personen, waarvan er 419 tijdens hun verblijf op de IC overleden waren. Patiënten die stierven nadat ze de IC verlaten hadden, werden niet meegeteld. Een klein deel van de IC-patiënten bevindt zich in Duitse ziekenhuizen en telt eveneens niet mee. Op 13 april waren er dat 55.[124] Gemiddeld verblijft een IC-patiënt met COVID-19 zo'n 23 dagen op de IC.

Op 6 april hadden 68 klinieken in het Duitse Noordrijn Westfalen aangegeven in totaal 107 Nederlandse IC-patiënten te kunnen opnemen. Het aanbod werd gedaan na een oproep van Nederland wegens een dreigend tekort aan IC-bedden.[125] Patiënten die opgenomen werden, werden per helikopter overgevlogen.

Huisartsen maakten met kwetsbare cliënten afspraken of ze bij COVID-19 nog wel wilden worden opgenomen op een IC-afdeling. Het kwam ook voor dat de huisarts sowieso geen toestemming gaf voor opname op een IC-afdeling, omdat de patiënt daar te zwak voor was.[126] Afgesproken werd dat alle huisartsen vanaf 27 maart dergelijke afspraken gingen maken. Dat leidde binnen een maand tot een andere opvang op de IC. Zo was in maart ruim een derde van de COVID-19-patiënten 70 jaar of ouder. Op 19 april was dat nog een kwart. Was in maart de grootste leeftijdsgroep op de IC die van 70-75 jaar, in april was dat tot 19 april die van 60-65 jaar. Slechts enkele tientallen van de meer dan duizend 80-plussers die tot 22 april COVID-19 opliepen, belandden op de IC.[127]

Statistieken[bewerken | brontekst bewerken]

Patiënten met bewezen of verdachte COVID-19-status op de IC per dag (inclusief verplaatste patiënten Duitsland)[128]
(door verlate meldingen kunnen de cijfers nog veranderen en met name die van de drie laatste dagen, peildatum 5 juni 18:10 uur)[updaten]

nieuwe coronapatiënten of verdacht van COVID-19 op IC per dag van opname (inclusief verplaatste patiënten Duitsland)[128]
(door verlate meldingen veranderen de cijfers nog, met name die van de laatste drie dagen, peildatum 31 mei 12.30 uur)
[updaten]

Maatregelen[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Maatregelen tijdens de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdelijke crisisorganisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Vooraf aan de coronacrisis werd in januari 2020 door de landelijke overheid een crisisteam opgezet:

De minister van Volksgezondheid heeft daarnaast ten tijde van de coronacrisis verschillende instanties opgericht.[129]

Fasen[bewerken | brontekst bewerken]

Er werden door de Nederlandse overheid drie fasen van virusbestrijding onderscheiden. De eerste is gericht op het indammen van het virus. In deze fase is alles erop gericht om te voorkomen dat het virus gaat circuleren onder de eigen bevolking. Besmette patiënten worden in isolatie verpleegd in het ziekenhuis of verblijven thuis bij mildere klachten. De GGD doet onderzoek naar de contacten van de patiënten, die mogelijk ook besmet zijn en soms uit voorzorg thuis in quarantaine moeten. De bron van alle besmettingen moet in deze fase duidelijk blijven. Deze fase is in Nederland ruwweg sinds 12 maart mislukt en een gepasseerd station.

In fase 2 wordt gestreefd naar het vertragen van de verspreiding van het virus door onder andere te voorkomen dat mensen elkaar massaal opzoeken. Tijd rekken door infecties te spreiden over de tijd, onder andere omdat de zorg het anders niet aankan. In april bevond Nederland zich nog in deze fase.

Bij fase 3 is het virus niet meer onder controle te krijgen. Maatregelen worden er dan op gericht om zo optimaal mogelijk om te gaan met de aanwezigheid van het virus.[130]

Medische richtlijnen[bewerken | brontekst bewerken]

Drie achtereenvolgend getoonde aanwijzingen op een elektronisch bord in Amsterdam: blijf binnen en houd afstand, anders kan een boete volgen.

Eenieder wordt gevraagd regelmatig zijn handen te wassen, ook vlak voordat men naar buiten gaat. Het handen wassen zou twintig seconden moeten duren en met water en zeep moeten geschieden. Na afloop moeten de handen goed gedroogd worden. Personen die een loopneus hebben, verkouden zijn, keelpijn hebben, koorts of hoesten, worden opgeroepen thuis te blijven. Als er 24 uur lang geen klachten meer zijn, mogen ze weer buiten komen. Gezinsleden wordt eveneens gevraagd thuis te blijven zolang de klachten bij een van de gezinsleden voortduren. Een uitzondering is er voor medewerkers in "cruciale beroepen en vitale processen", zoals gezondheidsmedewerkers en brandweerlui die pas bij ergere medische klachten, zoals met koorts, thuis moeten blijven.

Het RIVM liet op 9 maart weten dat mensen die besmet zijn met het coronavirus 24 uur nadat hun klachten zijn verdwenen weer naar buiten mogen. De WHO meldde op 17 maart daarentegen dat mensen die besmet zijn met het coronavirus pas veertien dagen nadat hun klachten zijn verdwenen weer naar buiten mogen.[131] Ze hoeven zich dan niet meer te laten testen, dit was eerder nog wel zo. Ook gezinsleden van besmette mensen werden in de loop van maart niet meer standaard getest als ze klachten kregen. Volgens het protocol van het RIVM moeten zij al zoveel mogelijk thuisblijven en dan heeft volgens het overheidsinstituut testen weinig meerwaarde.[132]

Volgens het RIVM kunnen mensen die geen ziekteverschijnselen meer vertonen het virus niet verder verspreiden.[132]

Het RIVM en de overheid roepen op om tussen personen 1,5 meter afstand te bewaren. De WHO houdt een richtlijn van drie voet (91,5 cm) of één meter aan. Men mag nog maar maximaal drie personen thuis op bezoek ontvangen. Er moet dan wel 1,5 meter afstand aangehouden worden. Wie zich daar niet aan houdt, kan door de politie bekeurd worden. Het wordt afgeraden om personen te bezoeken van 70 jaar of ouder.

Testcapaciteit[bewerken | brontekst bewerken]

Fiets drive-through teststraat bij de RAI in Amsterdam

Op 19 maart lag de totale testcapaciteit rond de 1.000 testen per dag en werden in negentien laboratoria over het land de testen geanalyseerd.[133] De capaciteit was beperkt en zelfs minder dan die van veel andere Europese landen. Hierdoor werd voorkeur gegeven aan het testen van risicogroepen, zoals gezondheidsmedewerkers en patiënten met ernstige medische symptomen.[134] Dit gegeven verklaart het relatief hogere aantal doden ten opzichte van het aantal vastgestelde besmettingen.[135] In de week van 18 tot en met 24 maart lag het gemiddelde aantal uitgevoerde testen rond de 2.500.[136][137] Op 31 maart gaf de rijksoverheid aan dat inmiddels dagelijks ruim 4000 keer getest werd. Het streven was om half april een capaciteit te bereiken van 17.500 tests per dag,[138] dat volgens het RIVM gehaald werd. Minister De Jonge gaf aan dat het al mogelijk was om de capaciteit zo nodig tot 29.500 tests per dag uit te breiden door dag en nacht door te blijven werken.

Op 26 maart werd Feike Sijbesma, oud-ceo (bestuursvoorzitter) van biochemieconcern DSM, aangesteld als 'coronagezant', die zich ging richten op de coronatests en de beschikbaarheid daarvan.[139]

9 Juni bracht Nieuwsuur naar buiten dat er veel meer getest had kunnen worden in de beginfase van de uitbraak.[140]

Transitiestrategie[bewerken | brontekst bewerken]

Een transitiestrategie om uit de coronabeperkingen te komen zonder vermijdbare sterfte en ziekte is door de Nederlandse regering nog niet vastgesteld.[141] Bepaling van een transitiestrategie, die ook wel een exitstrategie wordt genoemd, wordt door het kabinet-Rutte III en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gedaan.[142]

Op 7 april kwam het Outbreak Management Team (OMT) met een advies waarin een aantal voorwaarden waren opgenomen waaraan zou moeten worden voldaan voordat begonnen kon worden met het uitvoeren van een transitiestrategie. Rutte zei tijdens een persconferentie op die dag dat Nederland zich moet voorbereiden op een anderhalvemetersamenleving.[143] Volgens het OMT kan de transitiestrategie pas beginnen als aan vijf voorwaarden voldaan is.[144] Deze zijn:

  • Het besmettingsgetal, ook wel reproductiegetal genoemd - het aantal mensen dat door één patiënt wordt besmet - dient "geruime tijd" kleiner te zijn dan één.
  • Het zorgsysteem, IC's inbegrepen, is niet langer overvraagd en heeft de kans gekregen zich te herstellen.
  • Er is voldoende testcapaciteit.
  • Ook zal er "voldoende capaciteit en mogelijkheden voor bron- en contactopsporing beschikbaar moeten zijn, inclusief de capaciteit om grote datastromen te analyseren, ook op regionaal niveau."
  • Ten slotte zouden er ook "meetinstrumenten beschikbaar moeten zijn die de effecten van de transitie snel op kunnen pikken". Die zijn bijvoorbeeld vergelijkbaar met het permanente grieponderzoek dat 44 huisartsenpraktijken doen. Ook wordt er gedacht aan het inzetten van applicaties op een smartphone die een waarschuwing zouden moeten geven als iemand met een besmet persoon in contact is geweest.[145][146]

Halverwege maart 2020 werd in Nederland het digitale overlegkanaal ‘exit strategy’ opgericht door een veertigtal wetenschappers uit relevante vakgebieden.[147] Zij werken samen met RIVM aan het bedenken en doorrekenen van verschillende strategieën. Aan de werkgroep nemen onder anderen deel hoogleraar infectieziektenmodellering Sake de Vlas, Luc Coffeng, Piet Van Mieghem (TU Delft), Bert Zwart (Centrum Wiskunde & Informatica) en Mirjam Kretzschmar (UMCU). Oprichter is Hans Heesterbeek, hoogleraar theoretische epidemiologie.[148]

Gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Maatschappelijke gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Economische gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Economische gevolgen van de coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gevolgen voor het milieu[bewerken | brontekst bewerken]

Afname luchtvervuiling[bewerken | brontekst bewerken]

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) stelde op 27 maart dat uit gegevens van Nederlands satellietinstrument Tropomi gebleken was dat door de verminderde economische activiteit tijdens de coronacrisis de luchtvervuiling in Nederland met 20 tot 60 procent was afgenomen.[149]

Op 27 maart stelde het kabinet de nieuwe landelijke klimaatplannen door het uitbreken van de coronapandemie voorlopig uit.[150] De Tweede Kamer had geëist dat dit besluit vóór 1 april genomen zou worden.

Rioolwater[bewerken | brontekst bewerken]

Op 25 maart meldde het RIVM dat het coronavirus ook werd aangetroffen in Nederlands rioolwater. Zo werd genetisch materiaal van het virus aangetroffen in afvalwater in Amsterdam en Tilburg en bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie die ook het afvalwater afkomstig van Loon op Zand zuivert.[151]

Het virus werd in dit water aangetroffen doordat bij sommige patiënten met het coronavirus het virus wordt uitgescheiden via de ontlasting. Het RIVM vond het virus vier dagen nadat de eerste persoon in Nederland positief op het coronavirus was getest. Eerder vond het RIVM ook het norovirus, antibioticaresistente bacteriën, poliovirus en mazelenvirus in afvalwater.

De drinkwaterbedrijven lieten eerder weten dat Nederlands drinkwater zeer goed beschermd is tegen alle virussen, inclusief het coronavirus. Zo overleven ze niet goed in water en zouden ze relatief makkelijk te verwijderen en te inactiveren zijn. "De kans dat het drinkwater besmet raakt met het coronavirus is dan ook nul", meldde onder meer Vitens.[151]

Zwerfafval[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de coronacrisis is er een toename te zien in mondkapjes, hygiënedoekjes en latex handschoenen dat als zwerfafval op straat ligt of door het riool gespoeld wordt. Het aantal rioolverstoppingen neemt toe gedurende de coronacrisis. Ook wordt het afval verkeerd aangeboden zoals in de papiercontainer.[152][153][154]

Buitenlandse kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) benadrukte half maart dat Nederland meer testen zou moeten uitvoeren om het virus beter te controleren.[155]

Versperring op de grens met België bij het Zuid-Limburgse Slenaken

De Belgische autoriteiten uitten in maart kritiek op het Nederlands beleid dat volgens hen veel te gematigd zou zijn. Om besmetting vanuit Nederland te voorkomen besloot de Belgische federale regering om op 20 maart de grens grotendeels te sluiten. Al het niet-essentiële grensverkeer werd verboden om het grenstoerisme tegen te gaan, waarbij Belgen massaal richting Nederland gingen omdat hier horeca en winkels nog open waren en Nederlanders naar België kwamen om te tanken, naar de supermarkt te gaan of te wandelen.[156]

Publieke opinie[bewerken | brontekst bewerken]

Uit een peiling die op 17 maart werd gehouden door EenVandaag bleek dat de door de regering genomen maatregelen van 15 maart door een groot deel van de bevolking werd gesteund. De waardering voor Rutte als minister-president steeg naar 68%, de hoogste sinds zijn aantreden.[157]

Uit een op 25 maart gepubliceerd onderzoek van Ipsos bleek dat van de 1.000 ondervraagden in Nederland meer dan 80 procent vond dat de overheid en het RIVM goede maatregelen namen bij de bestrijding van het coronavirus. Ook in veertien andere landen werd onderzoek gedaan. Minder dan 40 procent van de ondervraagde Nederlanders dacht dat reisbeperkingen en quarantaine de verspreiding van het virus konden stoppen. In landen als China (61 procent), Canada (59 procent), Italië (57 procent) en Frankrijk (56 procent) was het vertrouwen hierin veel groter. Meer dan de helft van de Nederlanders (58 procent) dacht niet dat het sluiten van de grenzen een nuttige maatregel was. In andere landen vond tot wel 75 procent dat de grenzen dicht moesten. De helft van de ondervraagde Nederlanders was van mening door het coronavirus geen ernstige gezondheidsklachten te krijgen. Een derde (36 procent) was daar wel bang voor. In China, India en Vietnam was dat tot driekwart van de ondervraagden. Een derde van de Nederlanders (36 procent) was bang voor de economische gevolgen voor hun baan of bedrijf. In Vietnam (66 procent), Italië (63 procent) en India (60 procent) was die angst veel groter. Dit gold ook voor Duitsland en Frankrijk.[158]

Nieuwe Nederlandse woorden[bewerken | brontekst bewerken]

De uitbraak leidde tot neologismen in de Nederlandse taal zoals coronacrisis, weigerklanten, coronaspuger, en coronahufter. Onder coronahufters worden, onder andere, klanten verstaan die zich niet houden aan de richtlijnen in winkels om de kans op besmetting van het coronavirus zo klein mogelijk te houden en daarbij geweld gebruiken en/of schelden.[159] Met weigerklanten worden personen bedoeld die zich niet aan het winkelprotocol houden.[160] Ze schenden bijvoorbeeld de richtlijn om in een supermarkt een winkelwagen te gebruiken, ook bedoeld om het coronavirus te bestrijden doordat een winkelwagen automatisch afstand schept. Een ander woord was dat van anderhalvemetersamenleving, waarmee bedoeld werd dat eenieder conform de landelijke regels 1,5 meter afstand diende te houden tot personen waarmee men niet veertien dagen lang in quarantaine was geweest en die niet tot het eigen huishouden behoorden.

Een sinds maart 2020 door Ton den Boon bijgehouden ‘coronawoordenboek’[160] telde op 28 april 2020 al ruim 700 woorden.[161]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Uitbraak SARS-CoV-2 in Nederland van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.