Mike Hailwood
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Mike Hailwood (Oxford, 2 april 1940 - Birmingham, 23 maart 1981) was een Brits motor- en autocoureur.
Hij is ook bekend onder zijn bijnaam: "Mike the Bike".
De eerste keer dat de naam Mike Hailwood in de Grand-Prix-archieven voorkomt is in het jaar 1960. Daar staat bij de Grand Prix van Ulster: 500 cc: 1. Mike Hailwood, Norton Manx. Twee legendarische namen bij elkaar. De Norton 500 Manx, die vanaf zijn oorsprong in 1927 tot aan het begin van de zeventiger jaren één van de belangrijkste racemotoren was, en Mike Hailwood, die ook liet blijken dat je op latere leeftijd niet kansloos hoeft te zijn.
Mike Hailwood is drager van een hoge Britse onderscheiding voor dapperheid; de George Medaille.
Inhoud |
[bewerken] De actieve jaren
[bewerken] 1957 en 1958
- Stanley Michael Bailey Hailwood is geboren in Oxford op 2 april 1940, en reed zijn eerste race enkele dagen na zijn 17e verjaardag in 1957. In 1958 reed hij een volledig seizoen, o.a. op het Eiland Man. Hier presteerde hij iets dat in de 50-jarige geschiedenis van Man pas drie keer door ervaren coureurs was gedaan: hij won in alle vier klassen waarin hij uitkwam een "replica". Hierbij bleef het niet in dat jaar: Hailwood won op andere circuits twee maal vier races en zeven maal drie races op één dag. Hij nam bovendien deel aan de Schotse zesdaagse.
[bewerken] 1961
- In 1961 kwam de grote doorbraak voor de miljonairszoon Mike Hailwood. Vader Stan Hailwood (voormalig grasbaanrenner en eigenaar van diverse motorzaken) leende vier productie-Honda's en liet Mike in de beroemde Tourist Trophy van Man in vier klassen starten. Door machinepech won Mike slechts in drie klassen. Honda stuurde echter in plaats van felicitaties de rekening voor het verschepen van de motorfietsen. Mike was grote Honda-sterren als Jim Redman, Gary Hocking en Bob MacIntyre voor gebleven en had natuurlijk een wat positievere reactie vanuit Japan verwacht. Zeker toen hij zich op de 250- en 350 cc-klassen ging richten en meteen de 250 cc wereldtitel greep. In Japan was men misschien minder blij dat de privérijder Hailwood de titel voor fabriekscoureur Redman wegkaapte. In elk geval was dit het begin van de haat-liefde verhouding die Hailwood zijn hele carrière met Honda zou houden.
- De wereldtitel was niet voldoende om Honda over te halen Mike een contract aan te bieden. Er was ook nog het probleem van de subsponsoring: Mike Hailwood had een contract met Shell, en Honda betrok zijn smeermiddelen van Castrol. Het duurde allemaal zo lang dat graaf Domenico Agusta Mike op zijn snelle MV Agusta viercilinders kon zetten.
[bewerken] 1962-1965
- Mike werd van 1962 tot en met 1965 wereldkampioen met MV Agusta in de 500 cc-klasse, waarna zijn pupil Giacomo Agostini de scepter overnam. In de 350 cc-klasse werd Hailwood in 1962 tweede achter Jim Redman. Toch was 1962 een tamelijk slecht jaar voor hem. Hij woonde nu in een flat in Londen en nam het niet altijd even nauw met zijn nachtrust. Bovendien verloren twee van zijn vrienden het leven in dit jaar: Tom Phillis tijdens een motorrace terwijl hij probeerde Mike zelf en Gary Hocking bij te houden. Hocking besloot naar aanleiding van dit ongeval te stoppen met motorraces, maar verloor zelf het leven tijdens de training van een autorace. Mike zelf twijfelde ook of hij nog wel zou doorgaan, maar besloot dit toch te doen.
- Zoals gezegd ging het in de jaren hierna een stuk beter, met 500 cc wereldtitels tot en met 1965. Toen werd het volgens graaf Agusta tijd dat een Italiaan de MV Agusta-machines ging winnen en Mike werd in 1964 de leermeester van Giacomo Agostini. Nadat Mike in 1965 op de Nurburgring uitviel, bepaalde Agusta dat Agostini 350 cc-wereldkampioen moest worden. Mike moest dus steun verlenen aan "Ago" en Jim Redman op de Honda afstoppen. Een ondankbare taak, temeer omdat Mike al een Honda-contract voor 1966 had en dus de nieuwe teamgenoot van Redman zou worden. Ago viel in Japan echter uit en Jim Redman kaapte de 350 cc-titel weg.
[bewerken] 1966 en 1967
- In 1966 verscheen Mike Hailwood met de beroemde 250 cc zescilinder (!) Honda, de RC 166, op de circuits. Een imponerend gezicht, de brede machine met zijn 24 kleppen en zes uitlaatpijpen. Die zes pijpen waren het enige dat zijn concurrenten van Mike's machine zagen, want hij won de Grand Prix' van Italië, Frankrijk, West-Duitsland, Nederland, België, Spanje, Ulster, Oost-Duitsland, Finland, Tsjechoslowakije en de Tourist Trophy van Man. Uiteraard werd hij wereldkampioen.
- Voor de 350 cc-klasse werd de RC 166 twee millimeter opgeboord en de slag werd 3 mm langer en zo kwam de machine op slechts 297 cc. Desondanks pakte Hailwood er ook de 350 cc-wereldtitel mee.
- In 1967 won Mike minder wedstrijden, omdat zowel in de 250 cc-klasse (Yamaha) als in de 350 cc-klasse (MV Agusta) de concurrentie sterker geworden was. Desondanks kwamen opnieuw beide wereldtitels op naam van Mike Hailwood te staan. Intussen klaagde Mike wel over de belabberde stuurkwaliteiten van de zescilinders en wilde zelfs een frame van de Nederlander Nico Bakker laten monteren, maar daarvoor kreeg hij geen toestemming. Bovendien deed Honda ook niets aan het rijgedrag van de machine waarmee Mike in de 500 cc-klasse deelnam, de Honda RC 181, bijgenaam "the Beast", die volgens Mike meer geschikt was voor een springconcours dan voor een motorrace. Hij had er graag een derde wereldtitel mee willen pakken in 1967, maar hij moest deze titel voor de tweede keer aan Giacomo Agostini laten, hetgeen hij Honda kwalijk nam. Dat was het zoveelste deukje in de verhouding tussen Hailwood en Honda. Maar het kon nog erger:
[bewerken] Het eerste afscheid
[bewerken] 1968
- Toen Mike Hailwood in 1968 verzocht werd naar Japan te komen, dacht hij nieuwe machines te gaan testen. Men deelde hem echter mee dat Honda direct zou stoppen met motorraces om alle energie in de Formule 1 race-auto te stoppen. Mike kon op dat moment onmogelijk nog bij een ander team tekenen, en Honda hield hem zelfs aan zijn contract: hij kreeg een jaarsalaris èn de Honda-racemotoren, maar hij mocht er niet mee aan Grand Prix-wedstrijden deelnemen en kon dus ook zijn beide wereldtitels niet verdedigen. In de 250 cc-klasse was Yamaha oppermachtig en Phil Read werd met de Yamaha RD 05 viercilinder tweetakt wereldkampioen. In de 350 cc-klasse ging de titel van 1968 t/m 1973 naar Agostini op de MV Agusta.
[bewerken] 1969-1977
- Mike Hailwood maakte in 1969 nog wel een rondje langs de circuits, en liet zich voor elke race dik betalen (hij was tenslotte beroepscoureur). Hij startte met de 500 Honda in de Gouden Beker-wedstrijd op Imola en won met 20 seconden voorsprong op Agostini. Voor de TT van Man kreeg hij MV's aangeboden, maar zijn contract met Honda stond het accepteren ervan - nog - in de weg. Voor de Italiaanse Grand Prix op Monza kreeg Hailwood wel MV Agusta's. Hij trainde als snelste in de 350 cc-klasse en bracht in de 500 cc-klasse de tweede tijd achter Ago op de klokken. De uitslag van de races lag dus voor de hand: Mike eerste in de 350 cc, Ago in de 500. Maar graaf Agusta besliste dat Agostini beide races moest winnen. Mike dacht hier het zijne van en liep meteen naar de Gilera-pit. Daar kreeg hij een - verouderde - 500 cc-machine en trainde meteen een tijd die heel dicht bij die van Agostini lag. In de (kletsnatte) race viel Mike er in de tweede ronde echter al af. Voor de race in Riccione werd hem 18.000 gulden geboden (in 1969 nog een heel bedrag!) en hoewel Mike in eerste instantie liet weten geen motoren te hebben verscheen hij toch aan de start met de 500 cc Honda met een speciaal voor hem gebouwd Reynolds-frame. Hij had geen reserve-onderdelen en zelfs geen tandwielset om de gearing aan het circuit aan te passen, maar werd toch tweede achter Agostini. Mike's volgende en voorlopig laatste race kwam een half jaar later in de "Race of the Year" in Mallory Park. Hij won zijn serie in de 1000 cc-klasse met een 500 cc Seeley. Ago won zijn eigen serie ook, zodat ze in de finale tegen elkaar uitkwamen. Daarin kon de oude, eencilinder Seeley natuurlijk niet opboksen tegen de MV Agusta. Ook Percy Tait op de 700 cc Rickman Métisse-Triumph klopte Mike. Daarna reed Mike Hailwood o.a. in 1971 en 1972 in Daytona, met een BSA.
- Intussen was Mike Hailwood ook autocoureur geworden, maar in zijn nieuwe beroep was hij minder succesvol. In 1973 botste hij tijdens zijn "thuis"-Grand Prix in Zuid-Afrika met de bolides van Jacky Ickx en Clay Regazzoni, die zichzelf niet meer kon bevrijden uit de brandende auto. Mike Hailwood werd een held door Regazzoni uit zijn auto te halen. Maar behalve een formule 2 wereldtitel waren sportieve successen schaars. Het deed Mike Hailwood pijn dat zijn baas John Surtees (de enige die zowel als motor- en als autocoureur wereldkampioen werd) hem het motorracen verbood. In augustus 1973 crashte Mike op de Nurburgring waardoor hij lang uit de roulatie zou zijn. Toen in november ook nog de hele renstal van Surtees verloren ging in een enorme crash op Silverstone, was het voor Mike vrijwel onmogelijk een nieuw Formule 1-contract te krijgen. De geruchten dat hij naar de motorsport zou terugkeren werden steeds sterker.
[bewerken] De comeback
[bewerken] 1978
- Mike's terugkeer kwam in 1978, een jaar dat slecht was begonnen toen in maart zijn vader Stan op 78-jarige leeftijd in Barbados overleed. Stan Hailwood had Mike zijn hele carrière gesteund, en in de jaren dat hij alleen enkele minder belangrijke races reed vormde hij zo ongeveer in zijn eentje het hele "team". Stan vormde een bekende verschijning als hij met het pitbord de baan op liep om de rondetijden van zijn zoon door te geven. Hoewel Mike in dat jaar geprobeerd heeft een contract bij Ford los te weken, kwam hij toch terug op de motor. Echter niet met een fabriekscontract; Mike reed alleen voor zijn plezier. Sponsor Martini regelde drie Yamaha's voor de TT van Man: Een TZ 250, een TZ 500 en een TZ 750. Mike had zijn comeback voorbereid in drie Australische races. In Adelaide en Sydney reed hij met een Ducati 860 in Endurance-races, waarvan hij de laatste won. Met de 750 cc Yamaha reed hij in Bathurst. Over de TT op Man zei hij: "Ik maak me geen zorgen over de hedendaagse topcoureurs; zij rijden hun race, ik de mijne. Ik maak me geen illusies over het verslaan van sterren als Mick Grant, John Williams, Katayama of Hennen en co. Het zou gek zijn daarover na te denken". Yamaha PR-man Rodney Gould zag het met gemengde gevoelens aan. Als Yamaha-werknemer moest hij Mike's terugkeer begeleiden, maar als vriend van Mike kon hij het eigenlijk niet aanzien. Hij was bang dat de levende legende van zijn voetstuk zou vallen. Maar Mike reed met zijn Yamaha Martini 1.1 toermotor wekenlang rondjes en voelde zich thuis op Man.
[bewerken] De legendarische TT van Man
- Op het Mountain Circuit van Man (ca. 60 km lang) starten de coureurs twee aan twee om de tien seconden. Phil Read vertrok in de Formule 1-klasse ([1]) met zijn Honda als eerste, 50 seconden voor Hailwood met de Ducati. In de eerste ronde pakte Hailwood al 14 seconden op Read en aan het einde van de tweede ronde was hij Read al gepasseerd. Read tankte sneller en kwam daardoor weer op kop, maar de Ducati was handzamer dan de fabrieks-Honda en ondanks dat Hailwood (volgens hemzelf) nog niet zo laat durfde te remmen dan Read, kon hij hem gemakkelijk voorbij. Read verbrandde zijn koppeling en viel uit, Tom Herron die 9 seconden achter Mike lag, viel ook uit. John Williams (3e) moest zijn brandstoftank met zijn onderarmen op zijn plaats houden en Ian Richards (4e) had last van olielekkage waardoor zijn achterband spekglad was. Desalniettemin: Het ronderecord werd met 10 mijl per uur scherper gesteld, en Mike's wedstrijdgemiddelde betekende ook een nieuw record. Commentaar van Hailwood, die na 11 jaar buiten de "motorwereld" meteen weer winnaar was: "Quite pleasant really". In de Senior 500-klasse reed Mike ook een schitterende wedstrijd, maar grote problemen met de Yamaha waren zijn deel. In de tweede ronde moest hij een pitstop maken om een gebroken stuurdemper te laten repareren en het werd dus een inhaalrace. Die verliep voorspoedig tot hij in de laatste ronde op de Mountain zonder benzine kwam te staan. Er werd - illegaal - wat benzine geleend van een toeschouwer, zodat Mike rijdend over de finish kwam. Tijdens de prijsuitreiking was Mike zo sportief zijn overtreding toe te geven en hij gaf zijn replica terug. Ook in de Classic TT (die overigens niet met klassieke motorfietsen wordt verreden) viel Mike uit, op de tweede plaats liggend. In de Junior 250 TT ging het minder goed. Mike voelde zich niet op zijn gemak op de Yamaha TZ 250 en lag de meeste tijd op de 12e plaats, hoewel hij de op twee na snelste ronde reed.
- Maar dat kon niets afdoen aan de geweldige prestatie van een coureur die na 11 jaar op een kansloos geachte machine de hele wereldtop te kijk zet, hoewel gezegd moet worden dat de meeste Grand Prix-coureurs inmiddels op het gevaarlijke circuit van Man weigerden te rijden.
- Mike nam "afscheid" op Silverstone, waar hij met zijn Ducati 3e werd in de formule 1-wedstrijd. Ondanks dit afscheid ging in november 1978 het gerucht dat Mike een fabriekscontract met Honda voor de TT van Man zou krijgen. Hij had de Japanners immers min of meer voor joker gezet met zijn "trage" Ducati. Mike startte in zijn thuisland Australië met een Ducati 750 SS in de Castrol Six Hours Race. Hij lag aan de leiding totdat hij het stuur over gaf aan zijn teamgenoot Jim Scaysbrook, die ten val kwam, waarmee de race ook voor Hailwood voorbij was. In december 1978 werd Mike Hailwood door de lezers van het Britse blad Motor Cycle Weekly tot internationaal motorsportman van het jaar gekozen. Hij had intussen zijn 10e wereldtitel (Formula 1) gewonnen.
[bewerken] 1979
- Terwijl iedereen dacht dat Mike Hailwood het na zijn afscheid op Silverstone voor gezien zou houden, ging in februari 1979 het gerucht al rond dat Ducati hem een 1000 cc-machine had toegezegd. Daarmee zou Mike aan alle F1-wedstrijden in Engeland gaan deelnemen. Dat iedereen van de kwaliteiten van "the Bike" wilde profiteren bleek wel toen Suzuki in maart bekend maakte een fabrieks-RG 500 wegracer voor Hailwood te leveren. Intussen had Mike in Nieuw-Zeeland een weg- en waterservicestation geopend en hij moest in dit seizoen dus goed geld verdienen. Voor de race op Man had Mike zelf alleen hoop op een vierde plaats, omdat de Ducati een stuk langzamer was dan de fabrieks-Honda's en -Kawasaki's.
- Dat Mike Hailwood plezier en zaken goed wist te combineren bleek uit het bericht dat hij samen met Rodney Gould en Engeland een motorzaak zou openen. Intussen trainde hij in Misano met de 860 cc Ducati, en ook met een 950 cc exemplaar. Mike viel er hard af, maar beschadigde alleen zijn trots. Uiteindelijk kreeg Mike de beschikking over beide uitvoeringen: de 860 voor de Formule 1-wedstrijden, de 950 voor de TT op Man. In die TT ging het weer boven verwachting voor Mike. Hoewel hij zichzelf alleen een kans op de vierde plaats had toebedacht, won hij de Senior TT (500 cc) met een Suzuki uit 1978. Het was duidelijk te zien dat hij in de eerste ronde moest wennen aan de tweetaktmotor, in de tweede ronde lag hij echter al op kop. Voor aanvang van de formule 1-race had hij grote stuurproblemen met de inmiddels tot 864 cc opgeboorde Ducati. Hij bouwde het motorblok in een oud frame maar kreeg met name de demping niet goed afgesteld. Bovendien wist iedereen dat de Japanse motorfietsen 5 tot 10 pk méér aan boord hadden. Mike reed nog langzamer dan zijn tijden uit 1978, en er sloeg een geweldig gat in zijn uitlaat. In de laatste ronde moest hij zijn losgetrillde accu repareren. Desondanks werd hij vijfde. In de Classic TT, waarin Mike weer op de 500 cc Suzuki startte, verwachtte iedereen een gemakkelijke overwinning van Alex George, die met zijn 1000 cc Honda ook de Formule 1 gewonnen had. Het werd een hevig gevecht, gewonnen door George met slechts 3,4 seconden voorsprong op Mike Hailwood. Een laatste afscheidsrace zou in 1979 in Donnington Park gereden worden, maar Mike viel in de training waardoor deze race aan hem voorbij ging. Wel reed hij in augustus nog een demonstratierondje op de oude MV Agusta samen met Giacomo Agostini.
[bewerken] De vlag valt
- In maart 1981 kwam het droeve bericht van Mike's overlijden. Toen hij op zaterdag 21 maart samen met zijn kinderen iets te eten ging halen werd hij aangereden door een vrachtauto. Zijn dochtertje Michelle (9) was op slag dood, zoon David (6) werd ernstig gewond in het ziekenhuis opgenomen. Mike liep ernstig hoofdletsel op en overleed op maandag 23 maart in het ziekenhuis in Birmingham. Hij was niet meer bij bewustzijn geweest.
- Met Mike Hailwood was in elk geval één van de grootste motorcoureurs heen gegaan. Of hij de allerbeste was? Bij de afsluiting van het vorige millennium werd onder zijn collega-coureurs en de motorpers een verkiezing gehouden, waarbij Mike Hailwood werd gekozen tot "beste motorsporter aller tijden". Hij werd niet gekozen omdat hij de meeste overwinningen had behaald, want die eer gaat naar Giacomo Agostini, maar wel omdat hij met vrijwel alle motorfietsen die hij bereed, hoe beroerd ze soms ook waren, goede resultaten behaalde.
[bewerken] Mike Hailwood Replica-motorfietsen
- Yamaha bracht de prestaties van Mike Hailwood in 1978 in herinnering toen ze in 1979 de Yamaha XS 1100 in de kleuren van sponsor Martini als "Yamaha Martini 1.1" in een beperkte oplage op de markt brachten.
- In 1980 bracht Ducati als herinnering aan de successen van Mike Hailwood de Ducati 900 Mike Hailwood Replica op de markt. De nieuwe ontwerper Pierre Terreblanche bouwde in 1998 een studiemodel, de MH 900 Evoluzione, die een jaar later ook werkelijk op de markt kwam.
- Honda leverde de VFR 800 in de race-kleuren die Mike Hailwood gebruikte, en die ook op de bovenstaande foto's te zien zijn.
[bewerken] Wereldtitels
- 1961: 250 cc, Honda
- 1962: 500 cc, MV Agusta
- 1963: 500 cc, MV Agusta
- 1964: 500 cc, MV Agusta
- 1965: 500 cc, MV Agusta
- 1966: 250 cc, Honda
- 1966: 350 cc, Honda
- 1967: 250 cc, Honda
- 1967, 350 cc, Honda
- 1978, F1, Ducati
[bewerken] Externe link
[bewerken] Voetnoot
1 De bedoelde Formule 1-klasse is die bij motorfietsen. In deze periode bestond die uit motorfietsen tot 1000 cc, later werd dit de Formule 750-klasse die weer uitgroeide tot de Superbike-klasse.

