Kasteel Upladen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De burcht Uplade (ook wel Opladen of Uplathe) is een reeds lang verdwenen legendarisch mottekasteel. Aangenomen wordt dat de grotendeels kunstmatige heuvel onder hotel-restaurant Montferland in de gelijknamige gemeente het restant van deze imposante versterking is. Deze locatie komt echter niet overeen met de beschrijving van de ligging van Oplade door Alpertus van Metz, die meldde dat het kasteel een locatie "Oprijzend uit de vlakte" had terwijl het hier gaat om een heuvel te midden van het heuvelland. Wat wel klopt, in de opmerking dat het om een bestaande heuvel gaat die kunstmatig is opgehoogd.

Wie Upladen eind 10e eeuw heeft gebouwd is onduidelijk. De vesting is vooral bekend van het verzet door Wichman van Eltens dochter, Adela, tegen de schenking van de Hamalandse goederen aan het door graaf Wichman opgerichte Stift Elten, waar haar zus Liutgard van Elten de eerste abdis van was. Adela was van mening dat een deel van deze goederen aan haar toekwam.

Nadat graaf Wichman van Vreden - familierelatie onbekend - met wie Balderik zojuist vrede had gesloten[bron?], in 1016 na een verblijf op Uplade in de directe omgeving werd vermoord, viel de verdenking op Balderik. Hierop verschanste deze zich in Uplade. Na een beleg en de vlucht van Balderik, werd Uplade door bisschop Adelbold II van Utrecht ingenomen en met de grond gelijk gemaakt. De tufstenen toren zou pas in de 13e eeuw worden gesloopt.

In 1918 werden opgravingen verricht door J.H. Holwerda, waarbij de restanten van een ringwalburcht met stenen ringmuur werden aangetroffen. In 1960 vonden nieuwe opgravingen plaats onder J.G.N. Renaud. De bovenzijde van de motte had een afmeting van 60 bij 90 meter. Hierop stonden een vierkante tufstenen toren, een hutkom en een houten gebouw. Rondom het plateau lag een tufstenen ringmuur. Rondom de heuvel lag een gracht met twee aarden wallen, waarvan een een houten palissade had. Er was tevens een voorburcht aanwezig.[1][2]

Verdere literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]