Drakenburg (Herwijnen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Drakenburg
Het kasteel in 1735, door Cornelis Pronk
Algemeen
Kasteeltype woontoren
Huidige functie boerderij
Gebouwd in eind 14e eeuw
Gesloopt in 1822-1823
Het kasteel rond 1750, door Aart Schouman

Drakenburg was een kasteel in het Nederlandse dorp Herwijnen, provincie Gelderland. Het kasteel staat ook wel bekend onder de bijnaam Blauwe Toren, waarschijnlijk vanwege de blauwachtige leien dakbedekking.

Het kasteel wordt beschouwd als een zeldzaam Nederlands voorbeeld van een solitaire ronde woontoren.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het kasteel is waarschijnlijk eind 14e eeuw gebouwd door de familie Van Leyenberg. In 1401 wordt de eerste belening vermeld: Arnt van Leyenberg werd toen beleend door de Gelderse hertog Willem van Gulik met het kasteel en 40 morgen land. Twee jaar later vererfde het leengoed aan zijn moeder Nelle. Haar kleinzoon Arnt kreeg het in 1406 in bezit. Hij noemde zichzelf Arnt van Drakenborg. Zijn nazaten hielden het kasteel tot 1481 in handen en gaven het in dat jaar als onderpand aan Johan Aurijn. Nadat de Van Drakenborgs in 1496 weer opnieuw beleend waren met het kasteel, verkochten ze het aan Johan van Herwijnen.

De familie Van Herwijnen behield de Drakenburg tot 1636. In dat jaar vererfde het kasteel in vrouwelijke lijn op Otto van Hemert. Zijn dochter Agneta droeg het echter in 1661 over aan Johan van Cuyk tot Kerkwijk die het zelf in 1678 weer overgaf aan Johan van Eck. Zijn nazaten zouden tot 1764 het kasteel in bezit houden. De laatste Van Eck was Gijsberta, die de Drakenburg in dat jaar aan haar zoon Willem Adriaan van Oyen naliet. Hij deed alles echter binnen twee maanden weer over aan Willem Lamertse Blom. De familie Blom liet het kasteel in 1822-1823 afbreken.

Locatie van het voormalige kasteel Drakenburg

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Het oorspronkelijke kasteel was een omgrachte ronde woontoren met twee bouwlagen en mogelijk ook een kelderverdieping. De kap beschikte over drie dakkapellen. Aan de achterzijde van de toren bevond zich een uitkragend bouwdeel waarvan de functie niet duidelijk is. Waarschijnlijk is rond 1745 een rechthoekig gebouw met zadeldak tegen de toren aan geplaatst, waarbij tevens een deel van de gracht is vergraven.

Na de afbraak van het kasteel in 1822-1823 werd er een boerderij gebouwd met de naam De Poort. Delen van de oorspronkelijke kasteelgracht zijn nog als sloten te herkennen.