Watermeerwijk
| Watermeerwijk | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Plaats | Meerwijk (Berg en Dal) , | |
| Bouwkundige informatie | ||
| Kasteeltype | mottekasteel | |
| Bouwmateriaal | hout | |
| Status en tijdlijn | ||
| Gebouwd in | 11e eeuw | |
| Gesloopt in | onbekend | |
Het kasteel van Watermeerwijk was gelegen in de buurtschap Meerwijk, provincie Gelderland. Het lag op een kunstmatig eilandje in een waterpartij die onderdeel zou hebben uitgemaakt van het Romeinse aquaduct waarvan vermoedelijke uitgravingen zijn teruggevonden. In de 19e eeuw is deze plek door koning Willem III als visreservoir gebruikt.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Dit mottekasteel is waarschijnlijk in de 11e eeuw gebouwd door de waldgraven, die namens de keizer het toenmalige Nederijkswald bij Groesbeek beheerden. In het midden van de 13e noemden de waldgraven zich heer van Groesbeek. Zij verlieten Watermeerwijk om zich in Groesbeek te vestigen, waar ze naast de voormalige koninklijke rijkshof rond 1265 een nieuw houten kasteel bouwden. Ook de 15e-eeuwse Gelderse geschiedschrijver Willem van Berchen meldt dat dit kasteel werd gebouwd voor de voorvaderen van de heer van Groesbeek. Het lijkt het waarschijnlijkst dat zij eerst in Groesbeek zelf woonden, en omstreeks de 13e eeuw hun intrek namen in de burcht.[1]
Van het oude kasteel Watermeerwijk zouden nog tot in de 15e eeuw restanten zichtbaar zijn geweest. Uiteindelijk raakten de heren van Groesbeek hun inkomsten uit het Rijkswald kwijt toen de hertog van Gelre vanaf 1404 de mogelijkheid kreeg de waldgraven zelf te benoemen.
Het bosrijke gebied rondom Watermeerwijk werd rond 1650 ontgonnen door de Nijmeegse oud-burgemeester Cornelis Beekman. Het gebied werd omgevormd tot een landgoed. In de 18e eeuw werd aan de zuidzijde van de Meerwijkselaan het landhuis Watermeerwijk gebouwd. Ook werd een sterrenbos aangelegd.
In 1822 kocht J.F.H. Andrée Wiltens het landgoed aan. In 1916 verkocht de toenmalige eigenaar, de familie Bentinck van Amerongen, het landgoed aan de aannemer H. den Breejen van den Bout, die het gebied in 1938 liet omheinen. John Deuss kreeg Watermeerwijk in handen in de 2e helft van de 20e eeuw.
Het 18e-eeuwse landhuis is verdwenen.
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]Het omgrachte heuveltje waarop het kasteel moet hebben gestaan, is vierkant van vorm en meet 12 bij 12 meter. Het gaat om een kunstmatige heuvel die is ontstaan door het uitgraven van de grachten. Vanwege de geringe afmeting van het eilandje zal het een relatief kleine, houten woontoren zijn geweest.
Er heeft nooit archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Het terrein was enige tijd een rijksmonument, maar is uiteindelijk weer van de lijst gehaald.
- Jan Vredenberg e.a. (2013). Kastelen in Gelderland. Matrijs, Utrecht, "Groesbeek", pp. 254-255.
- Schulte, A.G. (1983). Het Rijk van Nijmegen. Oostelijk gedeelte en de Duffelt. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist, "De Meerwijk, Holdeurn en Berg en Dal", p. 57.
- Mooren, J.R., Groesbeek Hoflaan. BAAC p. 7. DANS Archeology (mei 2006).
- ↑ Bosch, A, S. Schmiermann, B. Thissen, J.H.C.M. Biemans (1991). Van Gronspech tot Groesbeek Fragmenten uit een lokaal verleden 1040-1940. Vereniging Heemkundekring Groesbeek, "Van villa naar dorpsgemeenschap", p. 49. ISBN 9090047263.